Over mijn
commentaren op Multatuli's
"Ideën"
1. Multatuli's "Ideën"
zijn een uniek werk in de
Nederlandse literatuur, en
er is mij ook niets
vergelijkbaars bekend
erbuiten.
Het bestaat uit 7
boekdelen druks, ieder
boek ruim 300 paginaas,
met in totaal 1282
genummerde ideën, zoals
Multatuli spelde, en ik in
dit verband ook zal doen,
van zeer verschillende
lengtes, en met vele ideën
met sub-ideën van
hetzelfde nummer maar met
een letter - a, b, c etc.
- en vele ideën met noten,
het geheel over zéér veel
onderwerpen, van
filosofische,
letterkundige,
politieke,
maatschappelijke,
sociologische,
(anti-)religieuze,
koloniale, economische,
kritische, literaire,
feministische en
andere aard, in allerlei
stijlen, van droog en kort
of ironisch tot lyrisch
bevlogen, satirisch,
sarcastisch, bijtend en
beschrijvend, verhalend,
argumenterend in allerlei
vormen, terwijl het ook
diverse korte verhalen,
een stel parabelen en
gelijkenissen, veel
epigrammatische
uitspraken, een heel
toneelstuk, een lange,
niet afgemaakte
roman over een
Amsterdams jongetje, en
zeer veel meer bevat.
Alles is geschreven in
een schitterende stijl of
palet van stijlen, en is
soms kennelijk snel
geschreven, en soms
moeizaam tot stand
gebracht en veel
gewijzigd, maar alles
heeft altijd een eigen,
herkenbare, levendige toon
en stijl, en is altijd
buitengewoon goed, helder
Nederlands, dat ook weer
uniek is en door niemand
geëvenaard is in het
Nederlands, en door heel
weinigen erbuiten.
Het resultaat, de "Ideën"
waarover dit stuk handelt,
is een bijzonder
ingewikkeld geheel, en wat
daar zeer toe bijdraagt is
dat de zeer vele ideën en
onderwerpen die Multatuli
opvoert door hem
gepresenteerd worden in de
genoemde genummerde reeks
van 1282 ideën in 7
boekdelen, waarin de ideën
ongeorganiseerd en
verbrokkeld afgedrukt
staan, zonder enige
organisatie of ordening.
Hier is het idee dat
hierover handelt
grotendeels:
34. Myn
Ideeën zyn de "Times" van m'n ziel.
(..)
De bedoeling van m'n Idee is, te verzekeren dat ik schryf naar den
indruk van 't oogenblik, zonder my te bekommeren, noch om verband,
noch om homogeniteit, noch om eindelyke konklusie. Vandaar dan ook
dat ik zoo dikwyls van onderwerp verander.
Er ligt alzoo in dit gebrek aan methode, een soort van... methode.
En deze is - onder zekere gegevens - de slechtste niet. Wie steeds
naar z'n beste weten zegt wat hem voorkomt waar te zyn, kan nooit
met zichzelf in tegenspraak komen. De hieruit voortspruitende
harmonie tusschen gedachten die op onderscheiden tydstippen en in
geheel verschillende omstandigheden geuit werden, getuigt misschien
voor waarheid doch ongetwyfeld voor oprechtheid. En juist uit deze
overeenstemming ontstaat ten slotte één geheel, dat klemmender
betoogt dan verhandelingen waarin een onaangenaam parti-pris
al te gemaniëreerd tusschen kop en staart is gezet. Verlos ons van
den... pleittoon, Heer!
Toch moet ik - niet zonder verwyzing naar 50
en 51
- velen waarschuwen tegen 't volgen myner niet-methode.
Het geheel is een
ongeordende reeks van meer
dan 2000 paginaas
kaleidoscopisch
verbrokkelde ideën van
allerlei vorm en inhoud
over van alles en nog wat,
variërend van filosofische
ideën (1, 46, 71, 72, 94, 175,
530),
ethiek (114, 423);
literaire vertellingen (229,
805)
en parabels (107, 447,
1238,
1261),
tot kritieken van
parlementarij (118, 119, 133),
kies-recht (7,
), kamers, regeringen en
politiek, koloniale (1027-1030)
en maatschappij-kritieken
(451),
satires van politieke (452,
972),
religieuze (454)
en literaire voorgangers (1053
e.v.), verhandelingen en
opmerkingen over spelling,
Nederlands (11-14, 39-45),
letterkunde (58),
en taalkunde (1062),
verhandelingen over de
rechten van vrouwen en
meisjes (182,
448),
over het huwelijk (183),
de opvoeding (15,
), scholen, onderwijs, en
studie, over genialiteit (75-77, 103-110,
1002-1003,
1278-1281),
over wetten, zeden,
gebruiken en misbruiken in
Nederland, over
Nederlandse karakters,
moraliteit, eerlijkheid,
motieven, en vermogens,
over filosofische
kennis-leer (17)
en zijns-leer (71),
over logica (268, 268a), definities (10),
redeneren (175)
en humor (158),
over godsdienst (102,
), theologie (32, 57, 63-66),
atheïsme, dominees,
protestanten, katholieken,
ongelovigen, over
onderwijs en vrije studie,
over het onvermogen te
lezen, over moed (220-223, 246),
karakter (73, 74),
menselijkheid (9, 107, 136, 137, 276),
over goed bestuur en goed
koningsschap (930),
over maatschappelijke
hervormingen (451),
koloniale hervormingen (982),
oorlogen (475),
literatuur, schrijvers,
schrijven, poëzie, liefde
(508,
509),
wijsbegeerte (175), wiskunde (529)
en dat weer aangevuld met
een toneelstuk en vele
delen
Woutertje Pieterse, de
geschiedenis van het
opgroeien van een
Amsterdamse jongen,
volgens Multatuli:
Myn voornemen was in den ‘Wouter’ 'n schets te geven van den
stryd tusschen laag en hoog, tusschen zielenadel en ploertery. Wouter
is een nieuwe - en betere! - Faust, een Don Quichot naar
den geest.
2. Het is
moeilijk zich van het
geheel en van de verbanden
tussen de delen en de
ideën een goede
voorstelling te maken, en
het is een feit dat
hypertext, in dit geval
html, daarbij zeer
behulpzaam is, want dit
maakt het mogelijk
allerlei links te leggen
tussen allerlei ideën.
Ik heb dit middel dan
ook dankbaar en uitgebreid
gebruikt in mijn
html-editie van de Ideën
van Multatuli, en in mijn
commentaren daarbij, en ik
heb allerlei verbanden
kunnen leggen die op
papier zowel moeilijker te
maken als te lezen zijn
dan via het beeldscherm
van een computer.
In dit stuk wil ik het
een en ander opmerken over
mijn commentaren bij de
Ideën, want ik schreef
commentaren, noten,
opmerkingen,
toelichtingen,
verhelderingen en overige
glossen bij vrijwel alle
ideën in alle 7 delen
Ideën van Multatuli, van
een totale lengte die
zeker één a twee delen
Ideën omvat, en dat
afgezien van de citaten
van waar mijn teksten op
slaan, die ik gewoonlijk
ook geef voorafgaand aan
mijn commentaren erbij, en
ik schreef deze
commentaren, noten,
opmerkingen,
toelichtingen, etc. tussen
2001 en 2006, dus circa.
115 jaren na Multatuli's
dood, en 125 of meer jaren
na de eerste publicaties
van Multatuli's Ideën.
3. Laat ik hier
een stel algemene vragen
over opwerpen:
Waarom deed ik het? En
wat voor soort commentaren
zijn het? Wat moet een
lezer er mee? Waar is het
allemaal goed voor? Waarom
- schrijver dezes heeft
academische titels in de
filosofie en de
psychologie, maar heeft
geen enkele academische
bekwaamdheid in de
Nederlandse Letterkunde -
niet gewacht tot een
waarachtig Nederlands
Letterkundige zich
geroepen zou voelen
Multatuli's Ideën van
geleerd commentaar te
voorzien? Wat is de zin
ervan als de
becommenteerde schrijver
al 115 jaar dood is,
vrijwel niemand ooit de
Ideën becommenteerd of
gerecenseerd heeft, en de
meeste kwesties die erin
behandeld worden tot de
volstrekt voltooide
verleden tijd van een lang
vervlogen Nederland van
eeuwen her gerekend kunnen
worden? Waarom behandel ik
de Ideën van een schrijver
die weliswaar doorgaat
voor "Nederlands Grootste
Schrijver", maar wiens
Ideën nooit serieus
behandeld zijn in
Nederland?
Het zijn deze en
dergelijke vragen die ik
in dit stuk wil
behandelen. Ik zal
beginnen met het schetsen
van een kort antwoord op
de laatste vraag, omdat
mijn antwoord iets van een
driedubbele
rechtvaardiging en grond
geef, die weliswaar niet
mijn enige redenen
betreffen om mijn
commentaren bij de Ideën
te schrijven, maar die
tevens de deugd bezitten
algemeen erkend te zullen
zijn, of te berusten op
eenvoudig vaststelbare
feiten.
4. Om te
beginnen dan, en vanaf het
eind van de vragen die ik
hierboven formuleerde
- Waarom behandel ik
de Ideën van een
schrijver die weliswaar
doorgaat voor
"Nederlands Grootste
Schrijver", maar wiens
Ideën nooit serieus
behandeld zijn in
Nederland?
Ik houd Multatuli voor
"Nederlands Grootste
Schrijver", wat opzichzelf
een goede reden is zich in
zijn proza te willen
verdiepen, en ben zelf een
filosoof en psycholoog,
die meer in ideeën over de
werkelijkheid en in
wetenschap en wijsbegeerte
is geïnteresseerd dan in
literaire fantastische
vertellingen, zodat het
niet vreemd is dat ik
geïnteresseerd ben in de
Ideën van een groot
schrijver in het
Nederlands, en meen daar
beter voor gekwalificeerd
te zijn, althans waar het
kennis van ideeën betreft
en niet van bijzondere
academische
letterkundigheid die zou
dienen om ze van geleerd
Neerlandistiek commentaar
te voorzien.
Bovendien is het een
feit dat Multatuli's
Ideën, hoewel hij het zelf
voor z'n hoofdwerk hield,
noch tijdens noch na z'n
leven ook maar enigermate
serieus behandeld of
besproken zijn, behalve in
heel algemene zin,
gewoonlijk zonder in te
gaan op tal van specifieke
ideën.
Eén reden voor de
zeldzame publieke
bespreking, behandeling of
weerlegging van de Ideën
zijn dat ze, als geheel
genomen, bijzonder
ingewikkeld en uitgebreid
zijn, zeer veel
onderwerpen bevatten, en
bovendien bijzonder
kritisch ingaan op tal van
vooral Nederlandse
toestanden, gebreken en
personen. Dit laatste
feit, namelijk Multatuli's
vaak zeer sarcastische,
scherpe, honende kritiek
op Nederlandse misstanden
en de leidende personen
die hij daavoor
verantwoordelijk hield, is
dan ook een begrijpelijke
grond waarom veel van z'n
tijdgenoten hem liever
doodzwegen dan dat ze hem
beantwoordden of met hem
in publieke discussie
gingen, en de
ingewikkeldheid en
uitgebreidheid van de
Ideën als geheel vormt
hier een op zichzelf
begrijpelijk excuus voor.
Dit is dan ook weer een
belangrijke reden dat
Multatuli's Ideën zelden
besproken of gerecenseerd
zijn, wat natuurlijk op
zichzelf snel een grond
gaat vormen waarom het
niet gedaan wordt: "Men"
doet het 65xniet; het is
moeilijk en ingewikkeld om
goed te doen; en waarom
zou ik het dan proberen?
5. Welaan dan:
- Wat is de zin ervan
als de becommenteerde
schrijver al 115 jaar
dood is, vrijwel niemand
ooit de Ideën
becommenteerd of
gerecenseerd heeft, en
de meeste kwesties die
erin behandeld worden
tot de volstrekt
voltooide verleden tijd
van een lang vervlogen
Nederland van eeuwen her
gerekend kunnen worden?
Wel, lezer: Het is waar
dat niet àlle kwesties de
Multatuli in de 19e eeuw
behandelde in zijn Ideën
in de 21e eeuw waarin ik
mijn commentaren schreef
nog leven - maar het is
ook waar dat dit
welbeschouwd, althans voor
intelligente mensen die
kunnen nadenken en lezen
met verstand, maar heel
weinig kwesties geldt, en
dat zelfs dan Multatuli's
Nederlands nog steeds
uitzonderlijk goed en
leesbaar blijft.
Ieder werk draagt
kenmerken van de tijd
waarin het geschreven werd
met zich, en dit geldt
temeer voor een werk dat
vooral daar en dan
spelende kwesties
behandelt.
Daarbij: Zéér vele
kwesties die Multatuli aan
de orde stelde leven nog
steeds, voor mensen in het
algemeen of voor
Nederlanders. Wellicht de
belangrijkste is de
godsdienstige: Of er een
god bestaat, of men moet
geloven in iets
bovennatuurlijks, of er
goede redenen bestaan om
religieuze gelovers te
ontzien, te beschermen, of
een speciale status te
geven (al dan niet omdat
ze een specifiek geloof
hebben) etc.
Andere belangrijke
kwesties die Multatuli
behandeld, altijd in zeer
fraai en scherp
Nederlands, zijn het
gemiddelde Nederlandse
onvermogen zich menselijk
te gedragen; de grote
hoeveelheid onwaarheid,
onwaarachtigheid,
pretentie en pose in het
publiek gedrag van mensen;
het belang van wetenschap,
logica en rationaliteit;
wat de rechten van vrouwen
en meisjes zijn en behoren
te zijn;
6. Dan was er de
vraag:
- Waarom - schrijver
dezes heeft academische
titels in de filosofie
en de psychologie, maar
heeft geen enkele
academische bekwaamdheid
in de Nederlandse
Letterkunde - niet
gewacht tot een
waarachtig Nederlands
Letterkundige zich
geroepen zou voelen
Multatuli's Ideën van
geleerd commentaar te
voorzien?
Het antwoord op deze
vraag is in beginsel
makkelijk, al zitten er
meerdere kanten aan.
In de eerste plaats is
het de afgelopen 115 jaren
niet gebeurd, wat
suggereert dat als ik het
niet gedaan zou hebben de
kans dat het de komende
115 jaren zou gebeuren
gevoegelijk aanzienlijk
kleiner dan 1/2 gesteld
kan worden - met een kans
veel groter dan 1/2 om te
blijven steken in
letterkundige commentaren
van het genre Schrant: "‘Gestaltenis’
beduidt: ‘gestalte,
gedaante.’"
e.d. (zie
1064).
Vervolgens is het een
feit dat Nederlandse
Letterkundigen zelden of
nooit de bekwaamheden
hebben om in te gaan op
niet-letterkundige
kwesties, en dat bij
voorkeur ook vermijden,
omdat dit problemen zou
kunnen geven, zeker als de
niet-letterkundige
kwesties vooral
maatschappij-kritisch,
anti-godsdienstig, vaak
anti-Nederlands,
regelmatig gericht tegen
leidende Nederlandse
persoonlijkheden zijn, en
niet van het soort zijn
waarmee een Nederlander
redelijkerwijs mag hopen
rijk, bekend en geëerd te
worden.
In de derde plaat geldt
meer in het bijzonder voor
mij dat ik niet alleen
enige relevante
academische bekwaamheden
heb die de meeste of alle
Neerlandici missen, maar
ook dat ik een bijzondere
aanleiding had een
commentaar op Multatuli's
Ideën te willen schrijven:
Niet alleen ben ik het
vaker wel dan niet met hem
eens; niet alleen vind ik
hem Nederland's grootste
schrijver; niet alleen ken
ik vrijwel geen schrijvers
over filosofische kwesties
die ook maar benadering zo
goed schrijven als
Multatuli; niet alleen
zijn de Ideën als geheel
een bijzonder rijk en
gevarieerd werk; niet
alleen is er nooit een
behoorlijk commentaar op
het geheel geleverd - maar
ik was toen ik eraan begon
23 jaar ziek zonder hoop
op beterschap, en had
zowel de tijd, gelegenheid
en aandrang het te doen,
als de fysieke
onmogelijkheid iets
moeilijkers of
inspannenders te doen, wat
ik wellicht of
waarschijnlijk had gedaan
als ik gezond was geweest.
Tenslotte komt daarbij
dat ik niet alleen een
redelijk commentaar wilde
lezen bij Multatuli's
Ideën, dat de deugd had in
te gaan op die ideën, en
niet alleen of
voornamelijk op
letterkundige kwesties
daaromheen, en ook niet
redelijkerwijs mocht hopen
dat bij mijn leven nog mee
te maken van de hand van
een ander, maar dat ik
zelf beoogde een redelijk
inzicht en overzicht te
krijgen van wat voor
ideeën er nu wel en niet
in die Ideën te vinden
zouden zijn, inclusief wat
ik zelf van een en ander
vond.
Ik meen hiermee het
antwoord ook gegeven te
hebben op de bovenstaande
vraag "Waarom deed ik
het?", namelijk dat
schrijven van mijn
commentaren bij
Multatuli's Ideën, al
putten het gegeven
antwoord mijn gronden
geheel niet uit.
7. Vervolgens:
- Wat voor soort
commentaren zijn het?
Kortweg: ik schrijf wat
ik denk over over of naar
aanleiding van iets dat
Multatuli schreef. Hij
schreef Ideën, en ik ga
daarop in met mijn eigen
ideeën, en probeer hem dus
recht te doen als denkend
mens, en serieus te nemen,
te beantwoorden, te
kritiseren, te corrigeren,
aan te vullen, of te
betwijfelen waar ik daar
gronden voor meende te
hebben.
Ik behandel Multatuli
dus als een filosoof, en
als iemand met wie ik een
soort conversatie voer
over kwesties die alle
mensen altijd aangaan, en
die in iedere tijd rijzen,
zij het altijd in de kleur
en vorm van die tijd.
Mijn commentaren gaan
alle mogelijke richtingen
op, net als Multatuli's
Ideën, hoewel ze zich daar
niet toe beperken, al
betrekken ze zich er wel
altijd op, maar zijn
gewoonlijk niet wat
commentaren van
Neerlandici plegen te
wezen: letterkundig.
Ik houd in mijn
commentaren me zelden
bezig met opmerkingen van
letterkundige aard, zoals
wat dit of dat woord
betekent, of wie deze of
gene in de tekst genoemde
persoon is. Hier zijn
natuurlijk enkele
uitzonderingen op, die in
een zo uitgebreid
commentaar als ik schreef
ook niet zeldzaam zijn,
maar gewoonlijk heb ik mij
willen beperken tot
letterkundige opmerkingen
die mij echt nodig leken
om de tekst te kunnen
volgen, ook als men in de
lezer het soort algemene
ontwikkeling en de
talenkennis vooronderstelt
die Multatuli in zijn
lezers vooronderstelde.
Dit betekent ook dat ik
mij meestal onthouden heb
van vertalingen van
niet-Nederlandse frases
(waarvan er tamelijk veel
zijn, vooral in het
Frans), en van het geven
van biografische
toelichtingen.
Drie redenen om dit
soort opmerkingen
overwegend na te laten
zijn dat ik er geen
letterkundige opleiding
voor genoten heb ("want zo
noemt men zulks"); dat het
een soort werk is waar ik
weinig belangstelling voor
heb; en dat het meeste al
geschied is, namelijk door
K. ter Laan in diens
Multatuli-Encyclopedie,
en trouwens ook enigermate
in de biografische
toelichtingen in Van
Oorschot's uitgave van
Multatuli's Volledig
Werk, die men
afgedrukt kan vinden aan
het eind van ieder deel
daarvan.
8. Dan stelde ik
deze klemmende vraag:
- Wat moet een lezer
er mee?
en geef daar maar
gelijk het antwoord: Ik
zou het écht niet weten,
lezer, als u het zelf niet
weet. Ik heb - een deel
van - mijn redenen gegeven
mijn commentaren te geven,
en ik hoop dat ze voor
intelligente lezers een
positief verschil maken,
maar ik heb ook moeite
gedaan om de lezing van
Multatuli's eigen tekst zo
weinig mogelijk te
bemoeilijken in mijn
uitgave.
De algemene reden voor
het schrijven van
commentaren bij
filosofische,
maatschappelijke,
politieke etc. ideeën is
om de kwesties die
behandeld worden te
verhelderen, en dit geldt
Plato, Aristoteles of de
Bijbel zo goed als
Multatuli.
De enige goede reden om
dergelijke commentaren en
dergelijke ideeën te lezen
is omdat men interesse
heeft in de ideeën, of als
dat niet zo is, althanse
interesse in de
schrijver(s) ervan.
Ik denk dat mijn
commentaren intelligente
lezers van Multatuli
behulpzaam kunnen zijn, en
ze mogelijk interesseren
om dezelfde redenen als ze
geïnteresseerd zijn in
Multatuli's Ideën,
voorzover althans die
interesse niet puur
letterkundig is, of alleen
of voornamelijk een
kwestie van broodverdienen
of carrière maken, maar ik
heb geen enkele illusie
over grote belangstelling
of opgang voor mijn
commentaren, want de Ideën
zijn zelden serieus
gelezen, zelden volledig
gelezen, zelden
gerecenseerd, zelden
becommentarieerd, en zijn
inderdaad moeilijk,
ingewikkeld, lang, zéér
kritisch over tal van
Nederlandse gebruiken,
opvattingen en personen,
en ondertussen oud, en
voor een naïeve lezer
ongetwijfeld ook vaak wat
vreemd.
Kortom, ik richt me tot
zeer weinigen, en die
weinigen van uitgelezen
geest, ongeveer zoals het
werk dat een zuivere
wiskundige de wereld in
stuurt, wetende dat het
maar weinigen het zal
interesseren, en nog
weinigeren het zullen
kunnen begrijpen. Maar
zomin als met zuivere
wiskunde is dit een
schande, of zelfs maar een
gebrek: Wat werkelijk goed
is, is vaak van zeer
geringe interesse voor de
meesten.
9. En dan
resteert nog de vraag
- Waar is het allemaal
goed voor?
Het antwoord hierop is
in zekere zin al gegeven,
maar kan aangevuld: Mijn
commentaren zijn voor
enkelingen die
geïnteresseerd zijn in
Multatuli of de Ideën, en
zullen verder weinig of
geen personen interesseren
of bevallen, maar voor mij
hebben ze additionele
voordeel dat ik er een
aanleiding in vond mijn
eigen ideeën over
Nederland, Nederlanders,
Nederlands, en over de
oorzaken van zoveel dat al
zo lang fout of slecht
gaat in Nederland uit te
schrijven, zodat ik ze,
bij voldoende gezondheid
en gelegenheid, zelf kan
gebruiken voor ander werk
van mij.
Of het werk dat ik deed
goed is voor wat anders
ligt vooral aan de lezers
die mijn werk treft. De
kans dat het velen zal
treffen is gering, en wie
illusies heeft opgang te
maken in Nederland met
ideeën weet kennelijk
weing van Nederlanders en
heeft weinig kennis van de
receptie van Multatuli's
ideën in Nederland.
10. Wat zijn
mijn commentaren bij
Multatuli's Ideën dus?
Het zijn vooral mijn
eigen ideeën over of naar
aanleiding van Multatuli's
Ideën, waar ik dat nodig
vond voorzien van
toelichtingen en
achtergronden. Ze proberen
te geven waar hij recht op
had maar nooit kreeg: Een
intelligente,
geïnformeerde, goed
geschreven reactie op wat
hij dacht en wilde
bediscussiëren, en daarom
publiceerde in z'n Ideën.
Verder geven ze hier en
daar toelichtingen op
personen en vreemde
woorden, maar alleen daar
waar ik meende dat dit
nodig zou zijn voor een
gymnasiast uit Multatuli's
of mijn tijd, en trekken
ze af en toe de aandacht
van de lezer naar punten
of passages die hem anders
wellicht ontgaan zouden
zijn, terwijl er hier en
daar ook verwijzingen zijn
naar relevante literatuur
over of van Multatuli, of
over het behandelde
onderwerp.
Ik pretendeer nergens
volledigheid of het
laatste woord, maar ik
pretendeer wel beter op de
hoogte te zijn van
filosofie en psychologie
dan letterkundigen. Hier
is bij wijze van
afsluiting nog één
opmerking over Nederlandse
filosofen die neerzien op
Multatuli: Zolang
dergelijke afkammers niet
zèlf, en buiten Nederland,
het algemeen erkende
niveau van een Spinoza
hebben bereikt is de reden
voor dit neerzien vrijwel
zeker afgunst en
eigen kleinheid. Het
is waar dat Multatuli geen
Plato of Aristoteles was,
maar ook waar dat
Nederland geen betere
schrijvers en niet veel
moediger mensen had, of
meer bijzonder mensen, en
dat geen Nederlander
publiek zoveel kwesties
besprak, zoveel personen
en misstanden kritiseerde,
en zo scherp en fraai
formuleerde.
Maarten Maartensz
Amsterdam
25 juni 2006