Multatuli was een filosoof. Dat is de eerste
bewering die ik aannemelijk wil maken. Om dat te doen is het nodig duidelijk
te maken wat filosofie is, en
welke soorten filosofie en pseudo-filosofie er zijn, en daarna te
argumenteren in welke zin Multatuli een filosoof is. En om de lezer niet in
ondragelijke spanning te laten waar ik heen wil, zal ik ook meteen de tweede
bewering die ik aannemelijk wil maken formuleren: De enige drie Nederlandse
filosofen van belang, tot de dag van vandaag, zijn Spinoza, Beth en ...
Multatuli, en het is niet toevallig dat alle drie van origine geen filosoof
waren; aanzienlijke wiskundige talenten hadden; en zich verbaal helder konden
uitdrukken. Maar terzake.
Dit is een bruikbaarder definitie van filosofie dan vele andere omdat
deze lijst van vragen aansluit bij veel antwoorden die men gewoonlijk voor
filosofie gehouden heeft, en omdat een opsomming van de vragen die men voor
fundamenteel en relevant houdt een zinniger karakteristiek van filosofie
vormt dan een kort inhoude lijk antwoord erop. Bovendien zijn de bovenstaande
vragen fundamenteel in de zin dat (i) ze logisch gezien vooraf gaan aan alle
wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke antwoorden erop, en (ii) ze voor
ieder mens gelden, en door ieder mens beantwoord moeten worden, al is het
door onnadenkend in te stemmen met een of andere bestaande wereldbeschouwing.
Secties en noten
Zo gedefinieerd hebben theoretische en
praktische filosofie twee
verschillende, zij het overlappende doelen, en hoewel beide gewoonlijk
uitmonden in en herkenbaar zijn aan, naar het woordgebruik (of -misbruik)
gerekend, min of meer filosofisch gekleurde beweringen, verschillen de twee
vormenaanzienlijk in methodes en criteria. Als men ze handzaam tegen over
elkaar stelt en vergelijkt krijgt men de volgende twee lijstjes - waarbij men
moet bedenken dat alle classificaties ideaaltyperingen zijn, en dat de
werkelijkheid altijd complexer en geschakeerder is dan de leer:
De lezer die mij hier tendentieus taalgebruik wil verwijten geef ik gelijk
... met de aantekening dat de gegeven omschrijving van
"pseudo-filosofie" ook grotendeels die van "succesvolle religie of politieke
leer" is. En als dat inderdaad zo is, dan is de karakteristiek van
pseudo-filosofie een zinnige, al is de lezer het niet eens met wat ik
daarvoor houd. Maar daarover straks meer - hier gaat het vooral om de
registratie dat een aanzienlijke deel- verzameling van "de" filosofie neerkomt op erudiete
woordenkramerij. Secties en noten
6. Tegen pseudo-filosofie:
Het onderscheid tussen theoretische, pseudo- en praktische filosofie is belangrijk omdat
het gewoonlijk niet, of niet helder genoeg, wordt ingezien. Het niet goed
zien van deze onderscheidingen leidt tot grote verwarring: Wat tegenwoordig
voor filosofie doorgaat is vooral pseudo-filosofie, terwijl dat juist
gewoonlijk wetenschappelijk steriel, stylistisch onverteerbaar en praktisch
onbruikbaar maar overigens uitermate pretentieus gebazel is waar geen mens
veel aan heeft, en waar gewoonlijk intellectueel even weinig van te begrijpen
valt als er stylistisch aan te waarderen is.
Pseudo-filosofie is vooral de pretentie of illusie van inzicht, overzicht
en begrip, en verhoudt zich tot de filosofie zoals een hoer zich tot de
liefde verhoudt: Zolang de naar ideologie hongerende
intellectueel maar dom genoeg is om zich door z'n eigen onvermogen om kitsch
van werkelijkheid te onderscheiden te laten misleiden, zullen
pseudo-filosofen kwasi-diepzinnige kitsch produceren en er zich voor laten
betalen in vette universitaire salarissen en maatschappelijke status. En dat
is een feit dat even weinig verbazing zou behoren te wekken als de morele en
intellektuele imperfektie van het dier dat zich "homo sapiens sapiens"
noemt.
En natuurlijk: Niet alles wat nominaal onder de noemer pseudo-filosofie
valt is even slecht, terwijl het ook niet zo is dat de meeste
pseudo-filosofen zich bewust toeleggen op het produceren van ingewikkelde,
modieuze, pretentieuze en esoterische constructies ter leniging van de ideologische nood onder
intellektuelen. Netzomin als de meeste moderne theologen klinisch gek of
overwegend hypocriet zijn, zijn de meeste pseudo-filosofen dat: Wat een filosofie
tot een pseudo-filosofie maakt is dat het met onvoldoende verstand bedacht en
met een slecht taalvermogen geschreven is.
Goede bedoelingen die veel minder goed uitgevoerd worden zijn
normaal-menselijk, en niet bijzonder kwalijk. Maar pseudo-filosofie houd ik
voor zowel schadelijk als kwalijk. De belangrijkste redenen daarvoor zijn de
volgende vier:
(1) Vanuit cognitief en wetenschappelijk oogpunt stelt pseudo-filosofie,
i.h.b. de genoemde richtingen, die overigens ieder goed zijn voor miljoenen pagina's
leesmisere, weinig of niets voor: Ze sluit niet aan bij bestaande
wetenschappelijke problemen; en ze wordt alleen beoefend en
"begrepen" door een klein kliekje akademici dat zich interessant
heeft weten te maken door weer een nieuwe vorm van hoogdravend en grotendeels
onbegrijpelijk taalgebruik, vol van pretenties en nooit ingeloste beloftes.
(2) Vanuit stylistisch oogpunt zijn de schrifturen in de genoemde
richtingen vrijwel zonder uitzondering om te gruwen (de enige mij bekende
uitzondering is Sartre, en ook hij was een taalverkrachter zodra hij
filosofie bedreef) - vooral door een combinatie van stylistisch en
intellektueel onvermogen met de wens een diepzinnige impressie te maken. Het
resultaat is geen werkelijk begrip maar een eigenaardig soort zelfbedrog dat
in pretentieus jargon en kromme grammatika verpakte trivialiteiten of onzin
voor diepe inzichten houdt.
(3) Hoewel er geen sterk bezwaar is tegen iemand die zichzelf op een lome
zondagnamiddag wenst te hypnotiseren door Heideggeriaanse transcedentale
meditatie, of Derridadaistische geestesbezweringen ligt dit anders zodra
slechte filosofie van maatschappelijk belang geacht wordt: Dan wordt de
kwaliteit van de ideeen die aangehangen worden ook van maatschappelijk
belang, want waar slecht nagedacht wordt en geloof gehecht wordt aan gebazel,
staat de deur wijd open voor totalitaire en intolerante politieke
filosofieen. Zodra iemand's ideeen relevant worden voor het leven en de
mogelijkheden van z'n medemensen is Clifford's dictum van toepassing:
"It is always wrong, for anyone, anywhere, to believe anything upon
insufficient evidence". Want wat onvoldoende ondersteund wordt door de
feiten is waarschijnlijk niet waar, en wat niet waar is leidt tot misère
wanneer het geloofd wordt en tot grondslag van handelen dient.
(4) Tenslotte heb ik er, naast deze wetenschappelijke, esthetische en
politieke bezwaren een ethisch bezwaar tegen: Ik kan niet geloven dat de
aanhangers en uitbreiders van zwaarwichtige en stylistisch onverteerbare
pseudo-filosofische kolder, voorzover niet gewoon oerdom, moreel te
vertrouwen zijn. (Voorbeeld: Heidegger was een nationaal-socialist; Sartre
loochende het bestaan van concentratie-kampen in de Sovjet-Unie. Dat komt van
slechte filosofie:
Corruptie of zelfverblinding.)
En bovendien is er nog het literaire en praktisch-filosofische bezwaar:
Niet alleen bestaat akademische filosofie grotendeels uit pretentieus, en
intellectueel oninteressant gebazel, dat niet tot begrip maar illusie leidt -
ook menselijkerwijs en literair valt er niet alleen niets van te genieten,
maar vooral van te gruwen. Wat de meeste mensen tevergeefs in de paginaas van
Kant, Hegel of Heidegger zoeken - inzicht in wat mensen beweegt; begrip van
wat het is mens te zijn - kan iedereen vinden in de klassieke literatuur: Wat
bij pseudo-filosofen te vinden is en niet ook in bijvoorbeeld Shakespeare,
Sofocles of Montaigne te vinden is, is de moeite van het lezen niet waard. En
mijn wat cynische vermoed en over de Heidegger- en Hegel-enthousiasten is
niet alleen dat ze tamelijk dom zijn, maar ook dat ze slecht op de hoogte
zijn van klassieke literatuur. Secties en noten
7. De
ideologische behoefte en -drogreden: Wat beweegt
vele intellektuelen te geloven dat Kant, Hegel of Heidegger een groot
filosoof is, en belangrijke inzichten in de werkelijkheid of over de
menselijke situatie geformuleerd hebben? En dat terwijl de intellektueel in
kwestie niet in staat is - probeer het zelf eens, lezer! - in duidelijk
Nederlands uiteen te zetten wat deze inzichten zouden zijn; waarom ze
geloofwaardig zijn; en waarom ze belangrijk zijn?
De reden is het zeer menselijke oorzakencomplex dat aan de bron ligt van
alle geloof: De typisch menselijke behoefte aan een ideologie, en de daarmee
samenhangende ideologische drogreden.
Wat ik hiermee bedoel kan ik het beste met een paar definities
verduidelijken. Een ideologie is een stelsel ideeen over (i) wat de
werkelijkheid is (metafysika) en (ii) wat de werkelijkheid behoort te zijn
(ethica). Ieder mens heeft een
ideologie nodig - om z'n ervaringen begrijpelijk te maken; om zich te orienteren;
en om keuzes te helpen maken. Kortom, een ideologie omvat ideeen en idealen
over de werkelijkheid en de mensen; over wat men in z'n leven kan verwachten;
waarom dat zo is; en wat men eraan kan doen. Dieren hebben een instinct; de
mens, door intellect ver heven boven de dieren, en alleen in het bezit van
rudimentaire instincten, is daardoor, uit nood gedwongen, het
rationaliserende dier, de
ideologische aap.
De ideologische behoefte is, naast en als aanvulling op het taalvermogen,
het meest kenmerkende voor de mens. En omdat het een behoefte, een
bestaans-noodzakelijkheid, betreft wordt deze in de eerste plaats emotioneel
bevredigd: De ideologische drogreden bestaat in het een idee voor waar houden
omdat men het wenselijk acht, en omgekeerd, wat men voor wenselijk houdt waar
te achten. Tenzij men uitermate gedisciplineerd is, is intelligentie, zoals
de ervaring uitwijst, geen goed weermiddel tegen de ideologische drogreden:
De meest intelligente mensen hebben de meest grote onzin voor waar en
belangrijk gehouden - overigens vaak minder uit geloof aan de onzin dan uit
geloof aan zichzelf: "IK kan me onmogelijk vergissen!".
Vanuit een logisch
gezichtspunt is dit vreemd: Er zijn zo'n 3500 verschillende, elkaar
overwegend tegensprekende religies; er zijn in ieder geval vele tientallen
elkaar bestrijdende politieke opvattingen; en er zijn honderden verschillende
onderling strijdige filosofische stelsels. Het is een elementair logisch feit
dat van elkaar tegensprekende meningen hoogstens EEN waar kan zijn, terwijl
een adekwaat ziftingsproces gewoonlijk veel tijd, moeite en een bijzonder
getraind intellect van node heeft. Ondanks deze toch vrij vanzelf sprekende
overweging zien we duizenden zichzelf voor intelligent verslijtende
intellectuelen zonder bijzondere filosofische kennis of buitengewoon
intellect, knielen voor het altaar van Heidegger, Marx, Derrida of andere
diepzinnige moderne afgoden.
Psychologisch
is deze uit ideologische nood geboren verafgoding te begrijpen - veel betere
intellecten dan dat van de gemiddelde moderne intellectueel hebben zichzelf,
gedreven door dezelfde menselijke behoefte aan begrip en orientatie, aan
idolen, idealen en een ideologie, weten te overtuigen van bijvoorbeeld
katholieke onzin.
Wat verontrustend is aan deze ideologische behoeftebevrediging onder
(soi-disant) intellectuelen is het idolate slikken van de pretenties van hun
afgoden: De plaatsvervangende hubris die het iemand helpt voor mogelijk te
houden dat EEN man, in 1800- of 1900-zoveel, tot meer of vergelijkbaar veel
in staat zou zijn als alle wetenschappers, filosofen en literatoren tot dan
toe - want, lezer, als u het nog niet wist: Het zijn dit soort dingen die
over Kant, Hegel, Marx en Heidegger beweerd wordt door hun aanhangers, in
termen als "hij, de bijzonder geniale denker in kwestie, dacht de hele
westerse filosofie aan flarden, wat uitermate belangrijke wetenschappelijke,
filosofische en andere konsekwenties heeft". Dergelijke
plaatsvervangende hubris is in mijn ogen ridicuul, en politiek en ethisch
gevaarlijk: Het noodt tot het volgen van onbegrepen leiders, in naam van
hooguit gedeeltelijk begrepen halfbakken
ideologieën of filosofische
stelsels. Een maatschappelijk belangrijk voorbeeld van dit verschijnsel
is de rol van afgod die Marx voor veel jonge intellectuelen in deze eeuw
gespeeld heeft. Secties en noten
8. Pseudo-filosofie vs.
wiskunde: "Maar" hoor ik de filosofisch
geinformeerde tegensputteren "wat je tot nu toe uitgedrukt hebt zijn wat
onderscheidingen die vooral je eigen filosofische voor oordeel dienen, dat
samen te vatten is als: De mensheid wil bedrogen worden, en bedriegers zullen
er altijd zijn, ook en vooral op het terrein van de filosofie en religie. Wat
zegt jouw vooroordeel over de filosofie in het algemeen?". Welnu,
kritische lezer, persoonlijk heb ik niets tegen vooroordelen - zolang ze maar
rationeel gefundeerd zijn. Maar laten we eens zien hoe bevooroordeeld ik ben,
en hoe geïnformeerd de kritische lezer zelf is.
Er zijn in deze eeuw waarschijnlijk meer akademisch opgeleide filosofen
dan er in de hele geschiedenis aan serieuze filosofen geweest zijn, maar ze
hebben zowel minder cognitief nut als minder goed sociaal effect dan
filosofen ooit gehad hebben.
Dit kan op diverse manieren beargumenteerd worden, zoals bijvoorbeeld
m.b.v. de tamelijk gruwelijke moderne geschiedenis. Ik zal het hier doen door
het vertonen van wat erudiet filosofisch perspectief.
Er is in deze eeuw inderdaad aanzienlijke vooruitgang geboekt op het
terrein van de theoretische filosofie, maar die vooruitgang is vrijwel
uitsluitend te danken aan ... wiskundigen: Russell en Whitehead
(beide van origine wiskundige) hebben de logika op
poten gezet; Gõdel (wiskundige) heeft de bewijstheoretische on volledigheid
van de wiskunde vastgesteld; Tarski (wiskundig filosoof) heeft een exacte
definitie van het waarheidsbegrip geleverd; Kolmogorov (wiskundige) en Ramsey
(wiskundig econoom) hebben de grondslagen van de waarschijnlijkheidstheorie
verhelderd; Bunge (theoretisch natuurkundige) heeft een redelijk systematische
wetenschappelijk realistische visie geleverd; Turing (wiskundige) en
McCulloch (medicus) hebben de grondslagen voor de cognitieve psychologie
gelegd; Wiener (wiskundige) heeft het systematisch belang van de
terugkoppeling voor het begrip van het leven duidelijk gemaakt; Chomsky
(linguist) en Montague (wiskundige) hebben de grondslagen van de taal
verhelderd, en zo zou ik nog wel een tijd door kunnen gaan.
Filosofen met een akademische opleiding in de filosofie hebben vooral
bijgedragen aan de geestesverduistering, varierend van de esoterische
duisternis van Heidegger, via het gebral van Steiner, tot de kwasi-heldere
steriliteit van het neo-positivisme. En ja, lezer, ik ben me bewust dat ik
ook hier in brede trekken enigzins dubieuze leerstelligheden verkondig. Maar
ik heb een eenvoudig verweer tegen de skeptici: Toon aan dat u, zoals ik, de
boven staande wiskundigen gelezen en begrepen hebt, en ze in een
intellektuele traditie kunt plaatsen, en toon aan dat u Shakespeare,
Montaigne en nog het een en ander aan klassieke literatuur gelezen hebt en
probeer me pas daarna eens uit te leggen waarom ik of enig ander tijd zou
moeten verdoen met existentialistische, structuralistische,
post-modernistische en andere pretentieuze prietpraat voor intellektuelen
zonder verstand. Ik ben de eerste om toe te geven dat mijn oordelen scherp
zijn, en regelmatig op veroordelingen neerkomen - maar vooroordelen zijn het
niet, want ik heb de moeite genomen mij op de hoogte te stellen zowel van wat
ik verwerp als van wat ik bewonder. En, kritische lezer die de akademische
pseudo-filosofie verdedigt, ik heb opnieuw een eenvoudig en, geef ik toe,
enigzins sarcastisch vermoeden over uw redenen om een akademische
pseudo-filosofie aan te hangen: U begrijpt eerlijk gezegd weinig of niets van
wiskunde, en als gezegd, met het lezen van veel klassieke literatuur hebt u
zich ook niet bezig gehouden. Dat geeft allemaal niet, want u kunt best een
exceptioneel goed en nuttig mens zijn zonder veel ken nis, maar als ik gelijk
heb, dan lijken uw oordelen verdacht veel op die van de creationisten, die
menen Darwin te kunnen weerleg gen op grond van hun Bijbelkennis en stellig
geloof. Secties en noten
10. Het Taurus-principe:
Uiteraard heb ik tot nu toe vooral mijn meningen over filosofie geschetst, en
wel met de behangselkwast: In brede trekken, voor de goede verstaander. Het
belang hiervan, afgezien van een beter begrip van Multatuli, is dat het
mensen een zinnig perspectief kan geven op filosofie, een veld dat zoals veel
menselijk presteren geregeerd wordt door de Wet van de Stier: Wie een stier 1
kilo zwaarder wil maken, moet het dier 10 kilo meer voer geven - 90% van de
productie is dus ... Juist, lezer: Mainly bullshit, zegt men in Amerika. Om
dat ook op wijsgerig terrein
te zien is het nuttig de drie stijlen van filosofie die ik genoemd heb te
leren onderscheiden: Is het theoretisch, dus diepgravend maar moeilijk;
praktisch, dus interessant maar mogelijk oppervlakkig; of pseudo-filosofie,
dus alleen schijnbaar diepgravend en overigens stylistisch onverteerbaar.
Dit alles maakt misschien wel een aantal bruikbare onderscheidingen
duidelijk en ook waarom ik weinig op heb met pseudo-filosofie, maar nog niet
waarom ik mijn "studie" filosofie
af wil sluiten met een scriptie "Over de ideeen van Multatuli".
Welnu: Een algemene reden is dat ook aan de UvA voornamelijk pseudo-filosofie
door voornamelijk pseudo-filosofen (anders gezegd: farizeïsche sofisten)
"onderwezen" wordt. Een meer specifieke reden is dat ik meer - veel
meer - van Multatuli geleerd heb dan van alle pseudo-filosofen bij elkaar die
ik gelezen heb (en helaas zijn dat er nogal wat). Een nog wat specifiekere reden
is dat ik Multatuli niet alleen voor een groot schrijver houd, maar ook voor
een belangrijk praktisch filosoof. En daarnaast kan ik nog wel dertig redenen
bedenken, waarvan er hier tien volgen: Secties en noten
11. De persoon: Eduard
Douwes Dekker combineerde een groot aantal bijzondere of unieke eigenschappen
in een persoon: Hij was verreweg de grootste en intellektueel meest begaafde
Nederlandse stilist en schrijver; hij speelde een interessante politieke en
maatschappelijke rol en had aanzienlijke, zij het indirecte, politieke en
maatschappelijke invloed via z'n geschriften; hij had een bijzonder
interessant en gevarieerd leven, dat bovendien goed gedokumenteerd is door
schitterende brieven en interessante dokumenten; hij had een buitengewoon
grote hoeveelheid zinnige zijn tijd vaak ver vooruit zijnde ideeën, die hij
prachtig geformuleerd heeft; hij had een fascinerende en bijzonder
ingewikkelde persoonlijkheid, waarin een intens temperament en een ongemeen
scherp intellect voortdurend om de voorrang streden; hij had een interessant
en uitgebreid liefdesleven, met veel verhoudingen en een zeer bijzonder
huwelijk; hij was een bijzonder eerlijk, moedig en consequent naar morele
principes handelend mens; en hij had een, vooral door temperamentele
tekortkomingen en tegenwerking veroorzaakt tragisch leven. Secties en noten
12. Zijn menselijke
grootheid: Ik heb een klein pantheonnetje van echte
mensen die echt konden denken en formuleren (Montaigne, Shakespeare, La Rochefoucauld, Voltaire,
Lichtenberg, Diderot, Johnson, Franklin, Jefferson, Cobbet, Hazlitt, Russell) en Multatuli hoort daarbij, als
enige Nederlander. Als ik over iemand anders wens te schrijven dan mijzelf of
mijn ideeën dan is het over deze mensen, van wie ik meer geleerd heb en die
mij minder verveeld en geïrriteerd hebben, en ook, wat eveneens heel
belangrijk is, die mij meer geamuseerd en geboeid hebben dan enig ander. Wat
maakt iemand tot echt mens - in een wereld die kapot gaat aan de gebruikelijke
menschlich-allzumenschliche echte onmenselijkheid, egoisme, lafhartigheid en
moedwillige domheid? Dit: Gezond verstand, wetenschappelijk inzicht,
literaire en verbale gaven, een goed intellekt, logische capaciteiten, morele
statuur en moed, artistieke talenten, een uitgesproken en intense
persoonlijkheid, en dit alles gecombineerd met goede, originele ideeën. Secties en noten
13. Multatuli als filosoof:
Multatuli was een filosoof, een praktisch filosoof, in de boven geschetste
termen - en hij was dat niet in de akademische pseudo-traditie, maar in de
klassieke zin. Voor de Nederlandse intellektueel betekent filosofie zoveel als: Krom en
duister gebazel met diepzinnigheids-pretentie, maar voor mij, die beter weet,
is een filosoof (voorzover niet pseudo-) eenvoudig iemand die intens graag
weten en begrijpen wil wat en hoe de werkelijkheid is; wat mensen zijn en
kunnen zijn; wat een goede maatschappij is; wat waarheid, waarschijnlijkheid,
kennis, geloof, goed en kwaad, en schoonheid zijn; hoe men goed redeneert en
nadenkt; hoe men z'n leven in moet richten; die wat i daarover meent te
begrijpen in heldere, boeiende en memorabele taal weet weer te geven, en die
bovendien de moed heeft naar z'n meningen te leven. Ik heb dit alles
hierboven al aangeduid, bij wijze van inleiding, en herhaal het hier nog maar
eens, om er op te wijzen dat Multatuli over al deze onderwerpen geschreven
heeft, in een vrijwel altijd schitterende stijl, en er naar geleefd heeft. Er
is geen Nederlandse filosoof, behalve Spinoza, waar dat ook van gezegd kan
worden, en Spinoza drukte zich helaas een stuk slechter uit dan
Multatuli. Secties en noten
14. De stijl: Puur
genot is een andere reden om Multatuli te lezen. Daar komt bij: Niet alleen
heb je niets aan diep inzicht in onverteerbaar proza - ik geloof er ook niet
aan. Wie goed kan redeneren kan goed formuleren, en duisterpraters zijn
oplichters (zo niet van anderen dan toch van zichzelf). Er bestaat een veel
nauwer verband tussen waarheid en helderheid dan men gewoonlijk schijnt aan
te nemen, en dat verband is veelvuldig. Ik noem een paar punten: Wat niet
volledig begrijpelijk is kan niet volledig beoordeeld worden; duister proza
leidt tot geestesverduistering, pseudo-begrip en oneerlijkheid; het grootste
deel van de wetenschap, de filosofie en de kunst is overbodig, oneerlijk en
pretentieus gelieg om den brode, en hetzelfde geldt voor vrijwel alle
journalistiek en religie: De menselijke cultuur drijft op een maatschappelijk
in stand gehouden en dagelijks vernieuwd weefwerk van leugens, bedrog en
daarbij behorend valsistisch gedrog (en wie dit wil veranderen zal eerst de
mensen en hun vermogens moeten veranderen: Een natie heeft de regering die
het verdient, zoals een cultuur de leugens heeft zonder welke ze niet bestaan
kan); een slechte stijl is verstandsmoord, en verstandsmoord is het begin van
de onmenselijkheid; een goede stijl baart goede gedachtes, nieuwe inzichten en
een beter verstand; stijl verhoudt zich tot het denken zoals grammatika tot
het spreken; alleen wie helder formuleert kan begrepen worden, en alleen wie
begrepen wordt kan weerlegd worden - alleen leugenaars en oplichters hebben
baat bij duisterheid en vaagheid. En zo kan ik nog wel een tijdje
doorgaan. Secties en noten
15. De Ideeen: Bij
dit alles komt dat ik het overwegend eens ben met Multatuli's ideeën, en meen
het meeste wat hij zei verder te kunnen brengen of te kunnen weerleggen. Het
eerste is niet moeilijk voor wie veel weet en goed nagedacht heeft en is
bovendien belangrijk: Multatuli's ideeen over waarheid en waarschijnlijkheid;
over eerlijkheid; over democratie en de menselijke middelmaat; over de
maatschappij; over de zin van de logika en de wetenschap; over het belang van een goede
stijl en helder woordgebruik; over de schoonheid en het nut van de wiskunde;
over het opvoeden van kinderen; over wat de plichten van een regering zijn;
over politiek;
over onderwijs; over de kwaliteit
van het Nederlandse
bestuur, en over een boel andere mij eveneens zeer aan het hart gaande
zaken zijn nog steeds nauwelijks begrepen en verdienen beter begrip en
grotere bekendheid. Wat het weerleggen betreft: Niemand is perfect, en een
aantal van Multatuli's ideeën, voorzover niet echt fout en verouderd (zoals
z'n ideeën over het ontstaan van de taal), als bijvoorbeeld "deugd is
genot" en "alles is in alles", zijn te misleidend uitgedrukt,
te stoplapperig, om goed begrepen te worden, of gewoon onwaar in
niet-metaforische zin. Het verderbreien aan Multatuli's ideeën is niet
moeilijk omdat het meeste wat Multatuli schreef zich op het niveau van
algemeen toegankelijk menselijk inzicht beweegt - wat uiteraard niet wil
zeggen dat het ook algemeen bekend of begrepen is. Secties en noten
16. Rechtvaardigheid:
Ik denk dat Multatuli's ideeen weinig of geen recht is gedaan. Douwes
Dekker zelf wist al waarom: "Du gleichst den Geist der du
begreifst" en tot nu toe heeft het werk van Multatuli vooral
gefunctioneerd als onbegrepen lachspiegel voor opgeblazen letterkundige
Nederlandse nietigheden of als half begrepen inspiratie en voorbeeld van
intelligente personen met een geringe opleiding. Voor de letterkundigen
functioneerde Multatuli vooral als voorwendsel voor erudiete kolder; voor
filosofisch of literair naïeve lezers functioneerde hij vooral als slecht begrepen
voorbeeld en inspiratie. En beide groepen lezers hielden zich zelden of nooit
systematisch bezig met Multatuli's hoofdwerk, De Ideeën.
Met uitzondering van enkelingen, zoals Hermans, is het gros van de
Multatuli-lezers ofwel idolaat uit onbegrip voor zoveel menselijke grootheid
(de zgn. Multatulianen) of anders afgunstig uit eigendunk en onbegrepen eigen
menselijke kleinheid (prominent vertegenwoordigd door de rattendeskundige `t
Hart). Dat is jammer, want Multatuli zag een aantal zaken zeer diep en
formuleerde ze buitengewoon scherp en mooi. Om me hier tot het noemen van en
paar onpatriottische voorbeelden te beperken: Hele passages over Nederland,
de Nederlandse regering, de lokale domheid, de achterlijke Nederlandse
parlementariërs en de verwaten en stupide specialisten in van alles en nog
wat, het onvermogen te lezen en na te denken, of de egoïstische
halfhartigheid die zo kenmerkend is voor de succesvolle Nederlanders (de
reden waarom kleingeestige ironie zo populair is in dit land: "Niets kan
deugen want ik deug zelf immers niet"), zijn nog steeds, na meer dan 100
jaar, volledig, letterlijk ongewijzigd van toepassing - en zijn dat al die
jaren ook geweest. Het is daarom niet meer dan een daad van culturele
rechtvaardigheid om zijn ideeën wat systematischer te presenteren en door te
werken dan hij zelf deed.
17. De literaire kritiek:
Nederlandse letterkunde is overwegend een deelverzameling van de Nederlandse
akademische pseudo-filosofie, d.w.z. dat het vooral bestaat uit slecht
geschreven maar uiterst pretentieuze teksten over overwegend triviale en
onzinnige vraagstukken. Er zal zo langzamerhand wel een bibliotheek
volgeschreven zijn over Lebak (waar Multatuli precies 87 dagen geweest is);
over de compositie van de Havelaar; over z'n vrouw en kinderen, z'n schulden
en vrouwengeschiedenissen; over de volgelingen van Multatuli; over de kritiek
op Multatuli; over de kritiek op de volgelingen van Multatuli; over de
kritiek op de kritiek op Multatuli etc. etc. Vrijwel alles wat met Multatuli
te maken had is wel bevingerd, bezoedeld en verduisterd door deze of gene
letterkundige (in Nederland per definitie een akademicus die weliswaar het
alfabet kent maar niet schrijven of denken kan: Daarom zijn het immers ook
letterkundigen i.p.v. schrijvers of denkers). Het resultaat van 100 jaar
letterkundige inspanning is droefgeestig: Een bibliotheek vol grotendeels
irrelevant geruzie over Multatuli, dat gewoonlijk weinig met Multatuli en
veel met slecht lezen van doen heeft; interessante maar uitermate slecht en -
na 100 jaar! - nog steeds onvolledig uitgegeven Volledige Werken; en
welgeteld een goede biografie (door W.F. Hermans). Verhelderd is er weinig,
en leesbaar is vrijwel niets, m.u.v. de boeken van Du Perron, Hermans en
uiteraard Multatuli zelf, terwijl niemand in dit land waar zo weinigen lezen
kunnen een enigzins systematische en grondige uiteenzetting heeft geschreven
over waar het Multatuli uiteindelijk om ging: Zijn ideeën. Zodat het dus tijd
wordt dat ik dat doe. Secties en noten
18. De moraal:
Multatuli was niet alleen een filosoof: Hij was ook een moralist, die zijn -
christelijke dus schijnheilige - tijdgenoten beleerde in de vrijmoedige
atheïstische traditie van de franse moralisten. Omdat Multatuli ook in dit
opzicht zijn tijd ver vooruit was, en omdat het onderwerp in deze tijd,
waarin egoisme, hebzucht en moedwillig irrationalisme verdedigd worden met
een beroep op de relativiteit van alle moraal ("Jij kan niet zeggen wat
goed en kwaad zijn "ergo" ik mag doen wat ik wil") kan het
nuttig zijn hier een korte morele verhandeling in te lassen, waarschijnlijk
in de geest, zij het niet volgens de letter, van Multatuli:
Het kwaad in de wereld is onnodig lijden, en wordt
veroorzaakt door menselijk onvermogen - tot goed nadenken en eerlijk en
konsekwent handelen. Ingewikkeld is het niet: Iedereen weet tot op zeer grote
hoogte wat z'n medemensen pijnigt en pleziert, en wat een mens nodig heeft om
redelijk te kunnen bestaan. Iedereen weet dat onware ideeen, hoe goed bedoeld
ook, wanneer ze als leidraad tot handelingen dienen overwegend tot ellende
leiden, zo niet voor de handelaar dan wel voor z'n medemensen. Daarom behoort
iedereen, al was het alleen maar uit welbegrepen eigenbelang, zich naar
vermogen toe te leggen op waarachtig begrijpen en goed doen - waarbij het
laatste in ieder geval wil zeggen: Het bewust vermijden van onnodig lijden,
en het helpen van degenen die daaraan blootgesteld zijn.
Multatuli deed dat - naïef, eerlijk en goedwillend.
Vrijwel al z'n medemensen, toen en nu, veel dommer maar ook veel
wereldwijzer, minder eerlijk en van minder goede wil, laten dat overwegend na
- uit onvermogen, want waarachtig begrip en redelijk handelen zijn moeilijk;
uit domheid, want de meeste mensen zijn te dom om zonder hulp tot rationele
ideeen te komen; uit egoïsme, want de meeste mensen zijn te zelfzuchtig om
rechtvaardigheid en redelijkheid op meer dan minimale schaal te betrachten;
of uit lafheid, want het meeste kwaad wordt welbewust gedaan, uit angst af te
wijken van wat maatschappelijk gewenst of gebruikelijk is. Daarom is de
wereld wat zij is: Voor de meerderheid overwegend een lijdensweg veroorzaakt
door illusies en verlicht door valse hoop en egoïstisch vermaak. Secties en noten
19. Rationaliteit en
romantiek: Multatuli is een exceptioneel voorbeeld
van iemand met een buitengewoon verstand die ook een buitengewoon goed hart
en bijzondere moed had, en die durfde te leven en handelen naar z'n
overtuiging. Zo hoort het ook, menselijkerwijs, maar zo is het zeer zeldzaam
- en het is, in deze tijd van verstandsmoord, anti-rationaliteit in naam van
onbegrepen emotie, en zwakzinnig bijgeloof aan de meest achterlijke en
kwalijke emotioneel bevredigende idioterie, belangrijk om uiteen te zetten
dat het niet alleen mogelijk is maar alleen mogelijk is om een goed en
gevoelig mens te zijn als je je verstand goed gebruikt en logisch verantwoord
redeneert: Alleen een rationeel gefundeerd gebruik van de emoties, en alleen
een emotioneel geïnspireerd gebruik van het verstand kunnen leiden tot iets
goeds. De integratie van gevoel en verstand, de emotioneel geïnspireerde
rede, de rationeel gefundeerde emotie, is wat de mens tot mens maakt (dieren
kunnen voelen, en machines rekenen - alleen de mens kan beide) en Multatuli
is daar een bijzonder prachtig en inspirerend voorbeeld van. Secties en noten
20. Theoretische
en praktische filosofie: Ik zie het als een van de
belangrijkste taken van de filosofie
om theoretisch zinnige dingen van algemeen menselijk belang op een
stylistisch verantwoorde manier uit te drukken. Tenslotte is dat de beste
manier om de wereld te verbeteren: Bij te dragen tot beter begrip door goed,
dat is: helder, waarachtig en boeiend, taalgebruik. Multatuli zie ik als
verreweg het beste Nederlandse voorbeeld hiervan. Een aantal buitenlandse
schrijvers die hetzelfde beoogden heb ik al genoemd: Montaigne, Shakespeare,
Voltaire, Dr. Johnson, Diderot, La
Rochefoucauld en Hazlitt. Enkelen in deze eeuw zijn: Huxley, Miller,
Orwell, Auden en Zinoviev. Op het terrein van de theoretische filosofie is er
ook goed werk verricht in deze eeuw. Wie zich hiertoe geroepen voelt leze
bijv. Stegmüller's "Probleme und Resultate der Wissenschaftstheorie und
Analytische Philosophie" (4 dikke delen) of Bunge's "Treatise on
Basic Philosophy" (op `t moment 8 delen). Dit zijn stuk voor stuk mensen
die zinnige dingen van algemeen menselijk belang in goed proza uit gedrukt
hebben, en die ieder van een veel grotere "maatschappelijke
relevantie" zijn (om eens het argot van de moreel corrupte bestuurders
van de UvA te gebruiken) dan de hele Nederlandse akademische filosofie bij elkaar, die
eigenlijk nog nooit iets van enig belang heeft opgeleverd (want Spinoza,
kritische en geinformeerde lezer, was geen akademisch filosoof, en Evert
Beth, de enige Nederlandse filosoof uit deze eeuw die internationaal van
belang is, was primair wiskundige).
Multatuli behoort tot deze traditie van moedige individualisten die een
voorbeeldig leven leiden en zich toeleggen op het scherp formuleren van
algemeen geldige inzichten. Het is mijn stellige overtuiging dat dit de enige
echte filosofen zijn, samen met de filosofische wiskundigen, de logici en de
wetenschappers: Alleen zij formuleren goed en waarachtig - de grote
meerderheid van de 19e en 20e eeuwse akademische filosofie is daarentegen slecht geschreven gebazel, dat
uiteindelijk niemand dient dan de mandarijnen die het aan leerstoelen helpt,
en de totalitaire politici die profiteren van de mede door dit gebazel
veroorzaakte geestesverduistering en taalverarming.
Maarten Maartensz
Sept 1987
Secties en noten