Onze goede Wouter, niet
kunnende meehuppelen, schopte zichzelf.
Als
gewoonlyk had de dokter een door hem bepaald onderwerp aan de orde
gesteld, en het kind had met open mond zitten luisteren. Het betrof:
‘de kunst van lezen.’ [1] In-den-beginne meende Wouter allerbevoegdst te
zyn tot meespreken. Hy hoopte dit dan ook te doen met al 't gewicht
van iemand die de hoogste tevredenheid van Meester Pennewip had
ingeoogst over 't voordragen der bekende leerstelling: ‘myn vader gaf
my dezen nieuwen hoed.’ In de ‘Oefening in 't kunstmatig lezen’
uitgegeven door de Maatschappy tot Nut van 't Algemeen, kwam
deze zinsnede voor, en de leerling moest ze opzeggen met zooveel
veranderingen van toonbuiging, als er woorden in den zin waren. Wouter
had Leentje in verbazing gezet door al de wysheid die hy wist te
verkoopen over dien nieuwen hoed, en meende nu...
Doch
Holsma behandelde iets anders. Maar 't was weer het oude: de kleine
jongen voelde dat-i achterlyk was. En dit smartte hem zeer.
De
grond van z'n overtuiging in dit opzicht, lag niet zoozeer in de
behandelde zaak - deze was geenszins boven z'n begrip - maar in de
telkens aangehaalde voorbeelden, die hem blyken van kolossale
geleerdheid toeschenen alleen omdat z'm ten-eenen-male onbekend waren.
Zelfs de kleine Sietske ging hem in kennis ver te-boven. Het besef
hiervan drukte hem zóó, dat-i ook 't weinigje dat-i wèl wist niet kon
te-pas brengen. De goedigheid waarmee men hem trachtte op den weg te
helpen, ontsnapte niet aan z'n fyn gevoel, en maakte z'n toestand nog
pynlyker. In zekeren zin dus gevoelde hy zich in dezen kring, die hem
door gedeeltelyke zieleverwantschap toch zooveel nader stond, even
misplaatst als te-huis.
Hy
meende dat die kinderen hem minachtten, en by Herman - die in latyn
deed - [2] was dit dan ook inderdaad wel eenigszins het geval.
[1]
Het betrof: ‘de kunst van lezen.’
De lezer die alle Ideen
van Multatuli tot hier doorgelezen heeft met enig begrip (mocht deze nog
bestaan tegenwoordig, afgezien van mij), zal weten dat M. hier
veelvuldig over verhandeld heeft. Wie er toch meer van wil weten die
verwijs ik naar Ideen 3 en
Ideen 4, en kan daar ook uitvinden
dat ikzelf meen dat het minder schort aan
‘de kunst van lezen’ dan aan het
vermogen rationeel te denken.
[2]
by Herman - die in latyn deed -
Ik geloof dat M. zich
hier vergist: Het was Willem die daar al aan toe was.