De natuur
bestaat uit tegenstellingen. Of liever, haar werkzaamheid, hoewel één
in richting, en voortgestuwd door gelyksoortige oorzaken, openbaart
zich veelal op 'n wyze die ons oppervlakkig doet denken aan
verschillende wetten niet alleen, maar zelfs aan invloeden die tegen
elkander schenen inteloopen. [1] Ook zyn we dikwyls genoodzaakt,
ten-behoeve van den leerling - of om den last van 't begrypen te
splitsen, tot we dien stuksgewys beuren kunnen met ons eigen
denkvermogen - onderscheidingen te maken, die geheel kunnen vervallen
wanneer men zich op hooger standpunt plaatst. (491)
In
dagelykschen zin moge dalen en scheiden lynrecht
tegenover stygen en verbinden staan, toch weten wy dat
die verschynselen gelyksoortige gevolgen zyn van dezelfde kracht. Zoo
ook weten wy dat, in de werktuigkunde, traagheid en beweging
- wat de oorzaak aangaat - op 't zelfde neerkomen.
En dit
is niet in mechanika alleen het geval. Ook in zielkunde...
Wie
zou durven verzekeren dat niet ook deze beide wetenschappen-zelf
eenmaal tot één rubriek van kennis zullen behooren? [2]
...ook
in zielkunde vinden wy de oorzaken die aanzetten tot beweging, zoo
vermengd met de redenen die tot stilstand schynen te nopen, dat het
schiften moeielyk valt. Het zou dan ook strikt genomen onze plicht
zyn, wanneer we zeker verschynsel toeschryven aan 'n byzondere
natuurwet, dit altyd te doen onder de voorbehouding: by-wyze van
spreken. [3]
By-wyze van spreken dan, zyn wy allen geboren met twee zeer
verschillende neigingen. We zyn traag, en: we willen werken. Het is
bekend hoe die beide begrippen in het eene woord Rust worden
uitgedrukt, gelyk reeds door Bilderdyk is
opgemerkt. Ik stel dezen verzenmaker geenszins hoog als wysgeerig
taalkenner, en beweer dat-i z'n naam als zoodanig voornamelyk te
danken heeft aan de schandelyke onwetendheid van z'n mededingers, die
- gelyk ook thans nog in de officieel-geleerde wereld byna algemeen 't
geval is - niet eens schynen geweten te hebben dat taalstudie een der
belangrykste takken van algemeene wysbegeerte is. [4] Zoolang de
hoogleeraren in dit vak zich bezighouden met kibbelen over de
geslachten der woorden, over letters en spelwyze -
altemaal zaken waarmee 't begrip: Taal evenmin te maken heeft,
als wiskunde met de stof waaruit men passers en linealen vervaardigt -
zóó lang is hierin geen verbetering te wachten. [5] En dit is wel jammer!
De nietigheden die men gemakshalve op den voorgrond plaatst, hebben de
studie van de Taal, als kenbron van de ervaringen en
aandoeningen des Menschelyken Geslachts, gesmoord ten-behoeve van
letterziftery, hoogstens van 't niet altyd gegrond belang dat ons
wordt ingeboezemd door dezen of genen ouden schryver, dien men zich
tot taak stelt te verklaren. [6] En dat ‘misgrypen’ openbaart zich niet
alleen in de zoogenaamde geleerdheid. Wy ontdekken het overal als 'n
eerst gevolg van de kennis der letters in allerlaagsten zin.
Zoodra men hier-en-daar begon klanken voortestellen door zichtbare
teekens, was 't met de natuurlyke wordingsgeschiedenis van de taal
gedaan. Wie zeker geluid wist uittedrukken door 'n - altyd slechts
konventioneel! - teeken, was zoo groots op z'n kunst, dat-i voor z'n
teekens den voorrang eischte boven de klanken zelf die ze heetten te
vervangen. Zoo werd het levende door 't doode verdrongen. Weldra
schreef men niet wat er gesproken werd, de schoolmeesters eischten dat
men spreken zou zooals zy verkozen te schryven. En dat zou voortaan
‘beschaving’ heeten.
Dit is
alzoo gebleven tot op dezen dag. [7]
[1]
De natuur
bestaat uit tegenstellingen. Of liever, haar werkzaamheid, hoewel één
in richting, en voortgestuwd door gelyksoortige oorzaken, openbaart
zich veelal op 'n wyze die ons oppervlakkig doet denken aan
verschillende wetten niet alleen, maar zelfs aan invloeden die tegen
elkander schenen inteloopen.
Dat de "natuur
bestaat uit tegenstellingen" werd
ook door Hegel verkondigd, zoals M. ongetwijfeld wist, en door Marx,
wat ik aanneem dat M. niet wist. Letterlijk genomen is het onzin o.a.
vanwege de reden die M. geeft, en omdat het gelijktijdig bestaan van
tegenstellingen tot logische tegenspraken leidt.
[2] Wie
zou durven verzekeren dat niet ook deze beide wetenschappen-zelf
eenmaal tot één rubriek van kennis zullen behooren?
De beide bedoelde wetenschappen zijn
mechanica en psychologie, en het is nog steeds niet zover: Er is tot
nu toe geen sluitende verklaring van het menselijk bewustzijn of de
menselijke ervaring in natuurkundige termen. Eén mogelijke reden is
dat het menselijk brein het meest ingewikkelde orgaan is dat bestaat.
[3]
Het zou dan ook strikt genomen onze plicht zyn, wanneer we zeker
verschynsel toeschryven aan 'n byzondere natuurwet, dit altyd te doen
onder de voorbehouding: by-wyze van
spreken.
Ja, daar valt redelijk wat voor te
zeggen: Vrijwel alle empirische kennis is partieel, corrigeerbaar,
weerlegbaar, en inderdaad "by-wyze
van spreken": Volgens een of
ander menselijk model, of naar deze of gene gelijkenis.
Overigens wil dit niet zeggen dat er
geen feiten zijn, maar alleen dat het een feit is dat veel menselijke
voorstellingen van de feiten vaak hoogstens gedeeltelijk waar zijn.
En een heel bruikbaar algemeen model
voor de verhouding van menselijke kennis en werkelijkheid is de
relatie tussen een kaart en het territorium dat de kaart afbeeldt: De
kaart kan veel achterwege laten wat er toch is, en moet dit zelfs om
kaart te kunnen zijn; de kaart kan allerlei onderscheidingen maken en
legenda hebben die vooral het menselijk gebruik ervan dienen; en de
kaart kan tal van dingen in meer of mindere graad misrepresenteren,
maar vaak is de kaart, ondanks fouten, onduidelijkheden, en
onvolledigheden, beter dan geen kaart.
[4]
Ik stel dezen verzenmaker geenszins hoog als wysgeerig taalkenner, en
beweer dat-i z'n naam als zoodanig voornamelyk te danken heeft aan de
schandelyke onwetendheid van z'n mededingers, die - gelyk ook thans
nog in de officieel-geleerde wereld byna algemeen 't geval is - niet
eens schynen geweten te hebben dat taalstudie een der belangrykste
takken van algemeene wysbegeerte is.
We zullen wat later in deze vijfde
bundel van de Ideen meer leren over Multatuli's meningen over
Bilderdijk. Dat bekendheid vaak niet teruggaat op voortreffelijkheid
maar heel andere oorzaken heeft nemen we hier onmiddellijk aan, en dat
"taalstudie een
der belangrykste takken van algemeene wysbegeerte is"
is nog steeds geen algemeen gedeeld filosofisch inzicht, al valt er
veel voor te zeggen, en al is het redelijk vaak beargumenteerd in
kringen van analytische, linguistische en logische filosofen in de
twintigste eeuw.
[5]
Zoolang de
hoogleeraren in dit vak zich bezighouden met kibbelen over de
geslachten der woorden, over letters en spelwyze -
altemaal zaken waarmee 't begrip: Taal evenmin te maken heeft,
als wiskunde met de stof waaruit men passers en linealen vervaardigt -
zóó lang is hierin geen verbetering te wachten.
En dat is nog steeds zo. De spelling
in Nederland wordt nog steeds iedere tien jaar "vernieuwd",
zogenaamd "op wetenschappelijke grondslag", maar kennelijk vooral om de
uitgevers van de schoolboeken te gerieven met telkens nieuwe
aanleidingen voor telkens nieuwe drukken van telkens duurdere
schoolboeken.
Neerlandistiek is daarmee economisch
belangrijk, want er gaan jaarlijke honderden miljoenen om in de
schoolboekenindustrie. Het is ook absurd, en vrijwel het enige
hoopgevende over de meest recente spellingshervorming is dat in het eind van 2005 diverse kranten - waaronder
Volkskrant en NRC-Handelsblad - besloten hebben de laatste
spellingswijziging, die uitblinkt door waanzin als de nieuwe spelling
voor "ideëeloos" - ongelogen, lezer! - naast zich neer te leggen.
Wie het goed voor heeft met het
Nederlands, of wie alleen maar wil dat het Nederlands van nu of
vroeger in de toekomst nog gelezen kan worden door Nederlanders, moet
bepleiten dat de spellingsgwijzigingen afgeschaft worden. Alleen de
verkopers en drukkers van schoolboeken zullen hierdoor benadeeld
worden - de rest van Nederland zal er alleen voordeel van hebben als
de spelling niet meer gewijzigd wordt.
Wat al die spellingshervormers
telkens weer believen te vergeten is dat een taal niet alleen
tijdgenoten helpt communiceren, maar ook de cultuur van vroeger van het
land waarin die taal gesproken en geschreven wordt helpt meedelen en
overdragen ... àls tussenliggende taalhervormers dit
mededelingsinstrument niet vrijwel onherkenbaar hebben verminkt.
[6]
De nietigheden die men gemakshalve op den voorgrond plaatst, hebben de
studie van deTaal, als kenbron van de ervaringen en
aandoeningen des Menschelyken Geslachts, gesmoord ten-behoeve van
letterziftery, hoogstens van 't niet altyd gegrond belang dat ons
wordt ingeboezemd door dezen of genen ouden schryver, dien men zich
tot taak stelt te verklaren.
Ik veronderstel dat mijn activiteiten
rondom Multatuli's Ideen vallen onder het "niet
altyd gegrond belang dat ons wordt ingeboezemd door dezen of genen
ouden schryver, dien men zich tot taak stelt te verklaren".
Maar het is een feit, ongeacht het belang van mijn bezigheden, dat
mijn kommentaren en verklaringen nauwelijks letterkundig zijn.
[7]
Weldra schreef men niet
wat er gesproken werd, de schoolmeesters eischten dat men spreken zou
zooals zy verkozen te schryven. En dat zou voortaan ‘beschaving’
heeten.
Dit is
alzoo gebleven tot op dezen dag.
En ook deze dag, eerste Kerstdag anno
2005, as it happens. Zie [5].
Wat is overigens de oorzaak van het
feit dat zovelen zoveel geven om spelling, en dat er nog steeds
jaarlijks dictees worden gegeven waar de fine fleur van
Neerland en Vlaanderen telkens opnieuw niet slaagt enigszins
behoorlijk en foutloos modern Nederlands te schrijven, vooral omdat 150
jaren Nederlandse spellingshervormingen er alleen in geslaagd zijn
Nederlands onschrijfbaar en onuitlegbaar - en geheel onnodig! -
ingewikkeld te maken?
Domheid, lezer: 't Is alles domheid
en conformisme, zoals zoveel dat menselijk en slecht is. Wie werkelijk in taal geïnteresseerd is die houdt
zich bezig met wat er in die taal geschreven is. Wie bureaucraat of
bestuurder is, of om andere reden zielloos en ideeënloos is, die
glorieert in dode en domme kennis van correcte spelling, en het soort
geleerdheid en politiek-taalkundige correctheid waar alleen ambtenarenzielen om geven.
Helaas leert de geschiedenis dat de meeste mensen hersens hebben die
niet begroot zijn op iets beters of menselijkers dan bureaucraat.