Gelyk de lezer weet,
breng ik m'n tyd met spelen en drinken door. Nu, ook dàt heeft z'n
goede zyde. Daar had ik zoo-waar in 'n opgewonden bui 'n heelen gulden
aan de speelbank gewonnen. [1] Dat was kostbaar
geld. Ziehier wat ik er mee uitvoerde.
Ik nam 'n wissel op Engeland, en bestelde me by den ‘Schoolmeester’ 'n
behoorlyk grafschrift voor den overledene. [2] Tot
m'n innige vreugd vernam ik dat er 'n groote voorraad van die dingen
‘op stok’ lag, en dat ze tegenwoordig niet veel meer dan 'n cent het
stuk kosten, wat me met 't oog op
395 byzonder groot genoegen deed. Ziehier
wat ik ontving op voor m'n anderhalven shilling:
- I.
-
- De man dien men de
vryheid nam hier in de kist te leggen,
- Was zoo
verdienstelyk dat z'n beste vrinden niets goeds van 'm weten te
zeggen.
- II.
Anders.
-
- Wandlaar die me
hier begraven ziet,
- Als 't sterven 'n
kunst was, dan lag ik hier niet.
- III.
Anders.
-
- Halt, wandelaar,
sta als 'n paal!
- Ben je wel
terdeeg liberaal?
- Je begrypt dat me
dit moet blyken,
- Voor ik je 't
pleizier gun me hier te bekyken.
- IV.
Anders.
-
- Ieder zet de
tering naar de nering.
- Daarom zei ik
maar dat Kunst geen zaak is van Regeering.
- En om ook van myn
kant tering naar nering te zetten,
- Deed ik in
bisschoppen, liberalismus en kieswetten.
-
- XII.
Anders.
-
- 't Is of 't de
menschen tegenwoordig in hun verstand scheelt!
- Daar lig ik nu al
drie maanden te wachten op 'n standbeeld!
- Als ik geweten
had dat ze daarmee zoo zouden maseuren,
- Dan had ikzelf 'r
een gemaakt, om de Nationale Kunst wat optebeuren.
- XIII.
Anders.
-
- Hier ligt de man
die naar z'n beste weten,
- Het Volk belette
zich aan biefstuk ziek te eten.
- En om de gewoonte
van kauwen en malen niet te verliezen,
- Gaf hy 't een
papieren kieswet tusschen de kiezen.
- XIV.
Anders.
-
- M'n geschryf was
wat taai, maar overigens zal niemand klagen
- Dat ik schuld heb
aan bedorven magen.
- Uit plichtbesef
als liberaal Nederlandsch mensch,
- Joeg ik alle
indigestien over de grens.
- XV.
Anders.
-
- Wat me zoo
byzonder vereert,
- Is dat ik 't Volk
de distriktskiezery en de matigheid heb geleerd.
- XVI.
Anders.
-
- Mannen van talent
en genie
- Reiken my tot aan
de knie.
- Hun naam is nauw
bekend.
- Ik maakte my tot
scie,
- Met klein talent
en geen genie...
- Is dat niet
eminent?
- XVII.
Anders.
-
- Hoe ik aan den
titel van eminentie kwam?
- Wel, omdat nooit
iemand in middelmatigheid het tegen me-n-opnam.
- XVIII.
Anders.
-
- M'n heele
grondwet, wil je dat ik 't rond zeg?
- Heb ik nooit zoo
mal gevonden, als sedert ikzelf hier onder den grond leg.
- 't Ergste is, dat
ik in dat ding heb vergeten
- De wurmen te
verbieden me hier te komen opëten.
- Zy schynen 't
prettig te vinden, maar voor my is 't ongezond.
- Dat 's 'n leemte
in de wet op de persoonlyke veiligheid onder den grond.
- XIX.
Anders.
-
- Het vervoeren van
melkkoeien naar Engeland mag niemand berouwen.
- Omdat ik genoeg
liberalismus voor m'n eigen gebruik in Holland heb gehouen.
- XX.
Anders.
-
- Hoe kan de
toekomst van je kindren je zoo bezwaren?
- Er valt altyd wat
te verdienen in liberalismus en kruienierswaren.
- By 'n vlaagje van
waanzin of 't stygen van de krenten,
- Kom je vanzelf in
de klasse der eminenten.
- XXI.
Anders.
-
- De man die hier
begraven leit,
- Stak uit in
onuitstekendheid.
- XXII.
Anders.
-
- Leert dit van my,
o menschen, leeft broederlyk onder elkander:
- Partyhaat is 'n
afschuwelyk ding... in 'n tegenstander. [3]
- XXIII.
Anders.
-
- Nulla
mediceritas me unquam aliena,
- Wie dit niet
eminent vindt, is 'n orgaan of 'n hyena.
- En wie uitstrooit
dat ik ooit wat byzonders heb gedaan,
- Noem ik 'n hyena
of 'n orgaan.
- XXIV.
Anders.
-
- Men geeft me 'n
standbeeld uit courtoisie,
- Wie me vertellen
kan waarmee 't verdiend is, krygt er drie.
- XXV.
Anders.
-
- Ten-gevolge van
overlyden ben ik niet meer in m'n fleur.
- 't Maakte 'n eind
aan den ‘politieken levensgang van den auteur’. (IIa, blz.
116.)
- De dood die
oorzaak is van dit droevig geval,
- Maakte dus
eigenlyk, wel bekeken, 'n eind aan niemendal.
- XXVI.
Anders.
-
- Wat ook de vuige
pers, konservatievelyk liegend, verkondigt,
- Nooit heb ik me
aan 'n origineel denkbeeld bezondigd. [4]
- XXVII.
Anders.
-
- Wat zeg je daar,
wandlaar, heb jy me niet lief?
- Dan ben je 'n
hyeen of 'n konservatief.
- Bespaar je de
moeite van 't kiezen. Eilieve.
- Dat ‘of’ was geen
vel hier, maar, vrindje, 't is sive:
- Je bent 'n hyeen
uit den konservatieve.
- Als je nu nog
niet weet wat je bent,
- Dan heb je nooit
ciceroniaans latyn gekend.
- XXVIII.
Anders.
-
- Ik zou me hier
minder vervelen,
- Als 'k
parlementje kon spelen.
- XXIX.
Anders.
-
- Wandlaar, als de
pop op m'n graf wat styf is,
- Denk dat het 'n
konterfeitsel van m'n zielelyf is.
- Als 't ding flink
en vlug naar alle kanten stond te kyken,
- Zou 't niet
sprekend genoeg op je onderdanigen dienaar gelyken.
- XXX.
Anders.
-
- Ik klaag niet
gauw...
- Maar dat graf is,
als m'n kieswet, wat nauw.
- XXXI.
Anders.
-
- Ik verzoek op m'n
standbeeld alleen m'n naam te schryven.
- Dit wint de
moeite uit van 't opsommen van m'n bedryven.
- Zonder kunst zou
't waarachtig niet lukken. En de luî weten misschien,
- Dat ik aan Kunst
den drommel heb gezien.
- XXXII.
Anders.
-
- Lezer, als je wat
weet, kent of kunt, ga dan haastig voorby:
- Als ik talent
zie, weetje, kryg ik 'n steek in m'n zy.
- XXXIII.
Anders.
-
- Hier ligt 'n
byzonder groot man. En - let op de fynheid! -
- Hy had z'n heele
grootheid te danken aan eminentie van kleinheid. [5]
- XXXIV.
Anders.
-
- De smaak is wel
verbasterd!
- Ik kryg 'n
standbeeld, en ben niet eens prealabel belasterd.
- XXXV.
Anders.
-
- Wandlaar, als ik
me straks omkeer, moet het je niet verwonderen.
- Dat de natuur uit
eerbied en verbazing begint te donderen.
- Dit beduidt dan,
by manier van spreken, zooveel als: wacht in 't geweer!
- 't Is dus uit
pure bescheienheid dat ik me zoo zelden omkeer.
- XXXVI.
Anders.
-
- Onder de
verdiensten die me met recht worden toegeleid,
- Behoort ook dat
ik aan God geloofde, precies als m'n keukenmeid.
- XXXVII.
Anders.
-
- Lief van
Jolles, dat-i me
'n certificaat van ‘Geloof’ heeft gegeven.
- 't Was 'n
afgedrie... dokterse toer, onder ons gezegd en gebleven.
- XXXVIII.
Anders.
-
- Wandlaar, ik
verzoek 'n beetjen attentie,
- Hier ligt iemand
die niets kardinaals deed, en... tòch eminentie!
- XXXIX.
Anders.
-
- Daar zit weer 'n
hyeen ‘over m'n graf heen’ te knagen,
- En niet het
kleinste ‘Historische Schetsje’ om 't beest te verjagen!
- Tegen dat
pronkstuk, moet je weten, van staatsrechtelyk verstand
- Is zelfs de maag
van 'n jakhals niet bestand.
- XL.
Anders.
-
- Dat de nyd op dit
graf verstomme
- Standbeelden zyn
goedkooper dan ossenvleesch,...........!
- Mag ik den
vriendelyken lezer verzoeken,
- Met z'n eigen
genie hier 't rym by te vloeken?
- XLI.
Anders.
-
- Eminent, eminent,
eminent, eminent...
- Men hoeft
eigenlyk niets te wezen, als je de luî maar in den waan kunt brengen
dàt je wat bent. [6]
- XLII.
Anders.
-
- Eminent, eminent,
eminent, eminent...
- Ik knip drie
dozyn kiesdistrikten uit één firmament.
- XLIII.
Anders.
-
- Stoor me niet,
wandelaar. Ik lig hier in m'n eentje te praktizeeren,
- Hoe ik Vader,
Zoon en H. Geest tot liberalismus kan bekeeren.
- XLIV.
Anders.
-
- Ten-spyt van
Dagblad en Heemskerk A.Z.,
- Heb ik de vox
Dei in 't keurs van 'n census gezet.
- XLV.
Anders.
-
- Wandlaar, doe 'n
knieval, of - als je roomsch bent - sla 'n kruis:
- 'k Heb alles doen
bloeien, tot de veepest inkluis.
- XLVI.
Anders.
-
- Dood ben ik.
Maar, lezer, nu de zaak toch eenmaal gebeurd is,
- Kan je me-n-ook
zeggen of hier of daar 'n voorhang gescheurd is?
- Niet dat ik zoo
byzonder aan ydelheid ly,
- Maar me dunkt,
dat hoort er zoo by.
- XLVII.
Anders.
-
- Wat m'n eminentie
aangaat, lezer, ik geef je de keus
- Of je me houden
wilt voor 'n grooten dwerg of 'n byzonder kleinen reus.
[7]
- Zeg nu eens dat
de man die hier ligt, exigent is,
- De stumpert is
met alles tevree, als 't maar in z'n soort eminent is.
- XLVIII.
Anders.
-
- Wat bralt ge, o
Grieken, op uw Odyssee,
- Op Iliaden en
herootjes!
- Verzinkt
beschaamd in 't niet. Ik, Mr. I.R.T,
- Heb 't stembureau
gespeend van koffinat met broodjes...
- Dat 's andre
thee!
- XLIX.
Anders.
-
- Wandlaar, 't is
niet om je te krenken,
- Maar... als je
my groot vindt, wat drommel moet ik dan van jou denken?
[8]
- L.
Anders.
-
- Reuzen van flinke
taille vind je-n-overal in de Natuur.
- Hier ligt 'n
persoon van veel vreemder statuur:
- Hy was 'n
kolosjen in miniatuur.
- LI.
Anders.
-
- In deze eeuw van
slenters,
- Begroef men hier
den prins der parlementers.
- LII.
Anders.
-
- Ik had in mynen
kleinen tyd,
- Precies de maat
van mynen tyd. [9]
- LIII.
Anders.
-
- Wil je weten wie
hieronder in de kist is?
- 'n Vrindje van
elken demokraat die fatsoenlyk kapitalist is.
- Zoolang ik de
parlementaire loopbaan heb betreden,
- Heeft nooit 'n
Kamerlid honger geleden.
- LIV.
Anders.
-
- Zonder me te
flatteeren,
- Ik durf met Hoff
konkurreeren.
- LV.
Anders.
-
- Lezer, houd je
van chronologie?
- Ik bloeide in den
tyd van tafeldans en biologie.
- LVI.
Anders.
-
- In deze kist,
- Ligt 'n vrind van
van Twist,
- Oók 'n jurist!
- LVII.
Anders.
-
- Pas is het hek
van den dam, of ze spelen den beest:
- Daar zyn ze nu
maar byna onvruchtbaar geweest!
- De ware
beteekenis van 't woord liberaal,
- zit 'm niet in
onvruchtbaarheid op 'n beetje na, maar heelemaal.
- LVIII.
Anders.
-
- Ge vraagt, wat
het hier bestandbeeld individu voor 'n man is?
- Eripuit,
by manier van spreken, sceptrum tyrannis.
- En, omdat we 't
nu eenmaal zonder tirannen niet best kunnen stellen,
- Gaf-i dat ding te
hanteeren aan koopluî in hazevellen.
- LIX.
Anders.
-
- Lezer, sans
badinage,
- Hier ligt de ware
uitvinder van 't onvervalschte parlage.
- Door myn
bemoeienis en genieïgheden,
- Is 't
allemansgekakel in de plaats van 't lastige denken getreden.
- LX.
Anders.
-
- God had de wereld
geschapen, en meende dat alles perfekt was...
- Toen hy m'n
Kieswet aanschouwde, keek-i beschaamd op z'n neus:
- ‘Thorbecke,
riep hy beteuterd, lever nog éénmaal zoo'n pronkstuk,
- 'k Word met m'n
heele familie dan thorbeckiaans-liberaal!’
- LXI.
Anders.
-
- Sedert men my met
den naam van groot man heeft getooid,
- Hebben andere
groote mannen hun diploom in de kachel gegooid. [10]
- LXII.
Anders.
-
- De man die hier
ligt - wandlaar, neem je muts af en sidder! -
- Sloeg op één
achtermiddag de heele burgery tot ridder.
- In z'n Kieswet
kan je allerduidelykst aanschouwen.
- Wie meepraten mag
ook, maar vooral wie z'n mond moet houen.
- LXIII.
Anders.
-
- Hier ligt 'n
wetgeverig genie.
- Hy zorgde goed
voor zichzelf, en deed by okkazie in demokratie.
-
Huperstaatsrechtelyk wist-i te demonstreeren
- Hoe
‘Volksregeering’ eigenlyk beduidde dat hy 't Volk moest
regeeren.
- LXIV.
Anders.
-
- 'k Ben met m'n
tyd niet meegegaan?
- Dit kan wel waar
zyn, vrind! Maar ik heb méer gedaan.
- Ik ben, onder ons
gezegd en gebleven,
- Met m'n tydje
mee-achtergebleven.
- Als ik dat niet
had gedaan,
- Zou er nu zoo'n
mooie pop niet op m'n graf staan.
- LXV.
Anders.
-
- Ter beschaming
van konservatieve vitters,
- Was ik altyd
humaan voor grondbezitters.
- Onder al de kool
die ik wist te verkoopen
- Is die gloeiende
van 't kadaster, ongemerkt mee doorgeloopen.
- LXVI.
Anders.
-
- Onder de zaken
die m'n grootheid verkonden,
- Hoort ook dat ik
nooit 'n haar van de kadasterpruik heb geschonden.
- Me dunkt dat dit
'n byzonder liberale eer is,
- En 'n flink
antwoord op: si monumentum quaeris...
- Wie dit latyn
niet kan verdragen,
- Moet de
uitlegging maar aan de grondbezitters in de Eerste Kamer gaan
vragen.
- LXVII.
Anders.
-
- Hier ligt de man
die 't Staatsrecht gedoceerd heeft,
- Die 't Volk - op
'n beetje na - stemmen geleerd heeft,
- Die 't - op 'n
beetje na - beparlementeerd heeft,
- Die 't -
in-plaats van vleesch - met ‘weer ingevoerd smeer’ besmeerd heeft, (IIa,
blz. 87.)
- Die de publieke
opinie gedistriktifieerd heeft,
- En daarom nu op
z'n muiltjes behoogeresfeerd leeft.
- LXVIII.
Anders.
-
- Wat me in
Aristoteles niet behaagt,
- Is dat-i me nooit
om raad heeft gevraagd.
- LXIX.
Anders.
-
- Wat is die
Montesquieu, by my vergeleken, toch 'n
stumpert geweest!
- Hy schreef maar
over den Geest der Wetten ... ik maakte ze zelf, en zònder geest.
- LXX.
Anders.
-
- Wie gy ook zyt,
wandlaar, meekiezende meisjesbaas, of hongerlyende tegenstander...
- Ik vond
waarachtig 't kruit niet uit. Dat deed 'n ander.
- LXXI.
Anders.
-
- 't Volk heeft
geen vleesch, zeg je? Ta... ta... ta... ta,
- Waarom eet dat
kanalje geen pâté de foie gras?
- Bovendien, onder
myn beheer
- Was er nooit
gebrek aan wagensmeer. [11]
- LXXII.
Anders.
-
- Aristokratisch
ben ik nooit geweest,
- Ik was 'n oprecht
vriend der armen... van geest. [12]
- Overigens moet ik
ronduit erkennen
- Dat ik me beter
aan vrienden met equipage, dan aan arme drommels kon wennen.
- LXXIII.
Anders.
-
- Hier lig ik,
Karel de Groote, de tweede en de laatste.
- 't Was indiskreet
van den ander, dat-i me voorging,
- Zich, om zoo te
zeggen, in m'n weg plaatste,
- En, zonder m'n
permissie, voor 'n groot man doorging
- De welwillende
lezer begrypt toch, dat hy met al z'n paladynen,
- Geen hand water
heeft by m'n kiesridderschap in krenten en rozynen?
- LXXIV.
Anders.
-
- Wanneer ik
neergelegen,
- Bedaard het beeld
aanschouwe,
- Dat boven op m'n
graf staat...
- Dan berst ik uit
in lachen,
- By 't denken aan
de stumperts
- Die ergens in 'n
hoekje,
- Van stemmen zich
onthoudend,
- Zoo goedig zitten
kauwen
- Op zieke
Parmentières,
- Met kattenburger
doopsel
- Van liberalen
edik, (IIa, blz. 77.)
- LXXV.
Anders.
-
- Wie de juiste
maat van m'n grootheid wil weten,
- Moet de luî meten
die me naar hun maat hebben gemeten. [13]
- LXXVI.
Anders.
-
- Knap in àlles? Nu
ja, Maar entre nous,
- Ik lei me heel in
't byzonder op 't parlementaire kibbelen toe.
- LXXVII.
Anders.
-
- Wie met gekken in
vree wil leven,
- Moet ze wat te
kiezen geven. [14]
- LXXVIII.
Anders.
-
- Onder dit
steentje,
- Ligt 'n
fenomeentje.
- LXXIX.
Anders.
-
- Nuttig zyn is m'n
devies. Lezer, als de vliegen je plagen,
- Kan je ze met 'n
stroopje van bitterhout en suiker verjagen.
- Zoo heb ik, uit
extrakt van genie en Markus VI vers 4,
'n mengsel gebrouwen,
- Dat probaat is om
profeten uit de Kamer te houen.
- LXXX.
Anders.
-
- Groote sterfte in
't Hemelsch kwartier:
- Al de Englen
willen m'n grondwet zien... e poi morir!
- Alleen
Lucifer blyft
koppig op konservatief standpunt staan,
- En heet om die
onhebbelykheid hier in de wandeling: orgaan.
- LXXXI.
Anders.
-
- Dat voeden van de
schare met 'n paar kadetjes beduidt niet veel:
- Ik heb er drie
miljoen gespysd met 'n beetje krakeel.
- Je zult zien en
beleven,
- Dat er nog 'n
heele boêl viktalie is overgebleven.
- LXXXII.
Anders.
-
- Om 'n Volk by den
neus te leien,
- Moet je de
dwaasheid van den dag vleien.
- Dit heeft
Jezus versmaad,
maar 'k heb er op gelet,
- Daarom stierf hy
aan 't kruis, en ik op m'n bed. [15]
- LXXXIII.
Anders.
-
- Het scheppen in
Genesis één, was redelyk wèl gedaan,
- Maar... 'n klein
parlementje met kiesdistrikkies had er niet kwaad by gestaan.
- LXXXIV.
Anders.
-
- Sta je me daar te
bewonderen, als 'n paar Alexanders?
- Wandelaar, als je
tyd waarde heeft, geloof me... doe liever wat anders.
- LXXXV.
Anders.
-
- Nunc
erudimini! Ornatissimi viatores, stom van bewondering estote:
- Hier ligt 'n
verbazend groot man, op 'n zooveelste van de ware grootte.
- Maar laat ons
eens niet zoo katheterig geleerd zyn,
- Denk je, als ik
inderdaad wat beduidde, dat ik in Holland zou geëerd zyn?
- LXXXVI.
Anders.
-
- Hier ligt Thor
- Op z'n rug.
Anders gezegd, op één oor.
- LXXXVII.
Anders.
-
- In m'n
overvliegerig genie,
- Deed ik ook in
astronomie,
- Aan meis
liberalibus arcanis
- Heb je, onder
anderen, te danken dat de wereld niet vergaan is.
- Den komeet die
met die likwidatie belast was, heb ik radikaal
- 'n Tweede Kamer
op z'n staart gezet, en de kerel stond als 'n paal.
- LXXXVIII.
Anders.
-
- Lezer, je moet
niet lachen:
- Hier ligt 'n
moderne stamheer van antieke Gracchen.
- LXXXIX.
Anders.
-
- Multatuli
is 'n letterdief, bepaald! Of: exakter misschien, onbepaald:
- Hy heeft al z'n
Ideen uit myn werken gehaald.
- En dan klaagt-i
nog met organig venyn,
- Dat er geen ideen
in m'n werken zyn!
- XC.
Anders.
-
- Als je de
Geschiedenis achterste-voren leest
- Zal je zien dat
de Belgen m'n nadrukkers zyn geweest.
- In orgineeligheid
hebben ze nooit gedaan,
- En daarom moest
die Brusselsche kongresnaald eigenlyk op myn graf staan.
- XCI.
Anders.
-
- 't Is voor den
man die hier ligt niet pleizierig.
- Dat Nepos hem
niet heeft aangezien voor illustervirig.
- Deze omissie is
te verklaren
- Door de gissing
dat Cimon en Miltiades jaloers op 'm waren.
- Misschien ook zit
'm hierin de fout,
- Dat die Nepos
verkocht was aan 't Behoud.
- Als-i me-n-in z'n
eerstvolgenden druk geen exkuus komt vragen,
- Zal ik 'm wegens
groote-mannenlaesie voor 't kantongerecht dagen.
- Denk je dat 'n
man als ik, die zoo groot is,
- Omdat-i nu
by-ongeluk dood is,
- Zich laat
ringelooren door broodnyd van protégés Cornelii Nepotis?
- XCII.
Anders.
-
- Van al de kunsten
die ik heb gedaan,
- Is me nooit 'n
enkle door Theseus of Herkules nagedaan.
- 't Doet me leed
voor de stumperts. Maar, lezer, erken
- Dat ik dan
toch eigenlyk de ware heros ben.
- En dat het niet
mooi is van die heeren,
- Me zoo
praenumerandig van m'n roem te spolieeren.
- XCIII.
Anders.
-
- Ook op de taal is
m'n invloed gebleken.
- Wat vroeger 'n
leugen was, heet nu: parlementaire manier van spreken.
- Wie daarmee niet
te-recht kan, en toch smaak heeft in liegen,
- Kan met
parlementerig mondhouden de boeren bedriegen. [16]
- Het juiste recept
van dat zwygen
- Kan je by de
apteker Van Twist
klaargemaakt krygen.
- XCIV.
Anders.
-
- Flectere?
Buigen? Bukken? Lezer, waar houd je me voor?
- Geen poortje zoo
laag, of mijn genie kon er best overeind onder door.
- XCV.
Anders.
-
- De klompen aan de
deur van dit sanctum sanctorum!
- hei, hei!
- En wat dekorum!
- ei, ei?
- Onder dezen
tabernakel
- Ligt 'n
Staatsmirakel...
- o, ho, ho!
- In duodecimo...
- ah, zoo!
- XCVI.
Anders.
-
- Om de taal met 'n
nieuwe wending te sieren,
- Noemt zich
tegenwoordig de walvisch de thorbecksche der zoogdieren.
- 't Beest spreekt
natuurlyk alleen van z'n eigen element,
- Want op droog
terrein, sta ik by alle weldenkenden als veel thorbecker bekend.
- XCVII.
Anders.
-
- Hier ligt, goed
toegedekt om niet te bevriezen,
- De hoogste
traktementhebber van alle staatskommiezen.
- XCVIII.
Anders.
-
- Lezer, bewonder
byzonder
- Hier ligt 'n
1001e achtste wonder onder,
- Wat je zoo in 't
dagelyksch leven noemt: 'n portatieve of zak-staats-duizendponder,
- Voor den...
drommel!
- IC.
Anders.
-
- Wandlaar, schrik!
- God is groot, en
hier lig ik. [17]
- C.
Anders.
-
- Schwartz werd
door z'n eigen uitvindsel in de lucht gesmeten
- Ik vond niemendal
uit, en heb er rustig op gezeten. [18]
- CI.
Anders.
-
- Weet je waarom ze
my zoo in de hoogte tillen?
- M'n grootheid is
'n reklame voor hollandsche brillen.
- CII.
Anders.
-
- Nageslacht, ik
waarschuw je! Alles saamgenomen,
- Hoort er 'n
brutale courage toe, na my ter-wereld te komen.
- CIII.
Anders.
-
- Du gleichst
dem Geist den du begreifst. Ieder kan leeren uit dit (nooit
gebruikt) citaat,
- Dat de
meerderheid van de Hollanders uit groote mannen bestaat.
[19]
- M'n standbeeld is
dus eigenlyk 'n allemans-reuzencertificaat,
- Dat maar voor de
goedkoopte, als pars pro toto, op dit ééne graf staat,
- En de opinie over
m'n vereerders aan de bescheienheid van den lezer overlaat,
- Die straks geld
zal moeten bieden misschien,
- Om 'reis weer 'n
menschenkind van gewone taille te zien.
- CIV.
Anders.
-
- Onder dit gras
- Ligt 'n handlaar
in parlementairen honig en rhinoplastische was.
- CV.
Anders.
-
- De ware grondslag
van m'n distriktsfilosofie
- Is dat vier
idioten meer verstand hebben dan drie.
- 't Punt van
uitgang van m'n glorie
- Ligt 'm in deze
byzonderheid van de natuurlyke staatsgeschiedenis.
- ‘Ongerymd!’ zal
je zeggen...
- Lezer, dit deed
ik expres, om je de ware natuur van m'n systeem uitteleggen.
[20]
- CVI.
Anders.
-
- Hier lig ik met
bovenmenschelyke krachten,
- Op ‘onze
daden’ te wachten.
*
[21]
- CVII.
Anders.
-
- Om m'n glorie te
kompleteeren,
- Moest Multatuli
me met 'n paar grafschriftjes vereeren.
- Wandlaar, blaas
hem dat in 't oor,
- En zeg...
[22]
Noot van 1874. Deze - gewaagde -
verklaring werd by de sluiting der Kamers in 1872 door de
Regeering afgelegd. Is er scherper veroordeeling van ons
Staats-organisme denkbaar?
Noot van 1876. ‘Wacht op onze daden!’
had de man by z'n optreden in '48 gezegd. Men kan niet zeggen dat
de Natie ongehoorzaam geweest is.Gewacht hééft ze! En nog
altijd doet ze niets dan dat.
[1]
Gelyk de lezer weet,
breng ik m'n tyd met spelen en drinken door. Nu, ook dàt heeft z'n
goede zyde. Daar had ik zoo-waar in 'n opgewonden bui 'n heelen gulden
aan de speelbank gewonnen.
M. dronk nauwelijks maar hoeveel hij
speelde in casino's is nooit echt duidelijk geworden, behalve dat hij
er een zwak voor had, en het regelmatig deed, en pleegde te verliezen.
Multatuli's boek Millioenenstudiën gaat in de eerste
plaats over speelbanken en gokken, en legt duidelijk en wiskundig goed
(afgezien van enkele kleine foutjes die M. zelf verbeterde in latere
drukken) uit waarom spelers plegen te verliezen en waaraan de
uitbaters van een casino hun broodwinning danken.
[2]
Ik nam 'n wissel op Engeland, en bestelde me by
den ‘Schoolmeester’ 'n behoorlyk grafschrift voor den overledene.
De Schoolmeester was het pseudoniem van Gerrit van de Linden, die
leefde van 1808-1858 en in Engeland schoolmeester was geworden nadat
hij Leiden moest ontvluchten vanwege een affaire met een
professorsvrouw. Zijn satirische en ironische gedichten waren in 1859
door zijn tijdgenoot en studievriend Van Lennep uitgegeven.
Multatuli ontleende zijn inspiratie
voor de nu volgende prachtverzen hieraan. Ik zal er een stel
selecteren die ik aardig vind in de volgende noten.
[3]
Leert dit van my, o
menschen, leeft broederlyk onder elkander:
Partyhaat is 'n afschuwelyk ding... in 'n
tegenstander.
Zoals ik uiteenzette onder
971 zijn
partij-trouw en partij-haat de essentie van politiek, en trouwens ook
het zoogdierlijk fundament van menselijke groepsvorming, zoals heel
duidelijk is bij voetbalsupporters.
Dit verkláárt ook het een en ander
over de populariteit van voetbal, en kan zelfs als een kenmerk van
beschaving gezien worden: Mensen reageren zo hun zoogdierlijkheid af,
door deze uit te brullen in voetbal-stadions. Hun voorouders deden
hetzelfde in circussen rond gladiatoren, en dat was dan ook weer een
relatief beschaafd afreageren van aangeboren menselijke
beestachtigheid vergeleken met hùn voorouders, die bij gebrek aan
geritualiseerde en gereguleerde afreageermogelijkheden elkaar
uitmoordden in groepen.
Wellicht is iets als voetbal een
voorwaarde voor een ingewikkelde maatschappij om te kunnen blijven
bestaan: Het weerhoudt de doorsnee van zich te verenigen in groepen om
elkaar uit te moorden. (Ik weet, lezer, dat een deel van de
voetbalsupporters dit anders beleeft.)
[4]
Wat ook de vuige pers,
konservatievelyk liegend, verkondigt,
Nooit heb ik me aan 'n origineel denkbeeld bezondigd.
Dit is natuurlijk zo voor vrijwel
alle politici, en eigenlijk ook wenselijk. De notie van een
filosoof-staatsman is een waandenkbeeld: Wat iemand tot groot
staatsman maakt is strijdig met wat iemand tot een groot filosoof
maakt, en omgekeerd. Het is daarom wenselijk dat politici, die ertoe
dienen regels toe te passen en handhaven de regels niet zelf bedenken
maar ontlenen aan filosofen, en wenselijk dat filosofen zich onthouden
van politiek bedrijven - wat niet wil zeggen dat ze zich moeten
onthouden van het schrijven van ideeën erover.
[5]
Hier ligt 'n byzonder
groot man. En - let op de fynheid! -
Hy had z'n heele grootheid te danken aan eminentie van
kleinheid.
Er zitten verschillende van dit soort
paradoxale spelerijen in de grafschriftjes.
[6]
Eminent, eminent,
eminent, eminent...
Men hoeft eigenlyk niets te wezen, als je de luî maar
in den waan kunt brengen dàt je wat
bent.
Dat is de kern van veel publieke
grootheid: Waan en wensdenkerij, en de wil van het publiek bedrogen te
worden met beweringen conform de eigen vooroordelen.
[7]
Wat m'n eminentie
aangaat, lezer, ik geef je de keus
Of je me houden wilt voor 'n grooten dwerg of 'n
byzonder kleinen reus.
Een aardig alternatief voor vele
eminente Nederlanders. Voor dwergen en hun motieven zie
107.
[8]
Wandlaar, 't is niet om
je te krenken,
Maar... als je my groot vindt, wat drommel moet
ik dan van jou denken?
Dat is een heel goede vraag die men
gelovers en volgelingen van allerlei soort met recht kan stellen.
[9]
Ik had in mynen
kleinen tyd,
Precies de maat van mynen tyd.
En dat is natuurlijk een
hoofdvoorwaarde een groot man te kunnen worden: To be the right man on
the right place. Wie dat niet is heeft pech gehad, talent en moed of
niet.
[10]
Sedert men my met den
naam van groot man heeft getooid,
Hebben andere groote mannen hun diploom in
de kachel gegooid.
Dat is natuurlijk niet zo, en het is
een relevante overweging dat menselijke grootheid puur individueel is
en voor een aanzienlijk deel terug gaat op de moed een individu te
zijn en voor zichzelf te denken en beslissen, en geen genoegen te
nemen met bestaande vooroordelen en ideeën.
[11]
't Volk heeft geen
vleesch, zeg je? Ta... ta... ta... ta,
Waarom eet dat kanalje geen pâté de
foie gras?
Bovendien, onder myn beheer
Was er nooit gebrek aan wagensmeer.
Dit slaat weer op
451, en het eerste
zal een parodie zijn van de uitspraak die aan koningin
Marie-Antoinette van Frankrijk is toegeschreven: "Als het volk geen
brood heeft, waarom eet het dan geen cake?"
[12]
Aristokratisch ben ik
nooit geweest,
Ik was 'n oprecht vriend der armen... van geest.
De enige echte en verdedigbare
aristocratie is een aristocratie van talent.
[13]
Wie de juiste maat van
m'n grootheid wil weten,
Moet de luî meten die me naar hun
maat hebben gemeten.
Alweer een geheel terecht en
belangrijke relativering van oordelen.
[14]
Wie met gekken in vree
wil leven,
Moet ze wat te kiezen geven.
De essentie van het kiesstelsel - en
geen gek idee, trouwens. Zie ook 7.
[15]
Om 'n Volk by den neus
te leien,
Moet je de dwaasheid van den dag
vleien.
Dit heeft
Jezus versmaad, maar 'k heb er op
gelet,
Daarom stierf hy aan 't kruis, en ik
op m'n bed.
Het is een leuke satire, maar niet
één die geliefd maakt onder Christenen of Liberalen.
[16]
Ook op de taal is m'n
invloed gebleken.
Wat vroeger 'n leugen was, heet nu:
parlementaire manier van spreken.
Wie daarmee niet te-recht kan, en
toch smaak heeft in liegen,
Kan met parlementerig mondhouden de
boeren bedriegen.
En zo gaat dat in parlementen. Wie
z'n geloof in parlementaire democratie wil verliezen of althans in een
redelijk en op feiten gebaseerd perspectief wil zetten leze de
Handelingen van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Ik deed dat op
mijn 19e en was sindsdien niet dezelfde, en voorgoed genezen van alle
geloof in parlementaire demokratie: Als het werkt dan is het omdat
mensen niet beter in staat zijn zichzelf te regeren dan via een
dergelijk dolhuis.
[17]
Wandlaar, schrik!
God is groot, en hier lig ik.
Een generiek grafspreukje!
[18]
Schwartz werd door z'n
eigen uitvindsel in de lucht gesmeten
Ik vond niemendal uit, en heb er rustig op
gezeten.
Schwartz geldt als de uitvinder van
het buskruit.
[19]
Du gleichst dem
Geist den du begreifst. Ieder kan leeren uit dit (nooit gebruikt)
citaat,
Dat de meerderheid van de Hollanders
uit groote mannen bestaat.
Het is een feit dat wie denkt een
groot man te kunnen beoordelen zichzelf daarmee in ieder geval een deel
van het postuur van zo iemand toekent.
[20]
De ware grondslag van
m'n distriktsfilosofie
Is dat vier idioten meer verstand
hebben dan drie.
't Punt van uitgang van m'n glorie
Ligt 'm in deze byzonderheid van de
natuurlyke staatsgeschiedenis.
‘Ongerymd!’ zal je zeggen...
Lezer, dit deed ik expres, om je de
ware natuur van m'n systeem uitteleggen.
Een zeer fraaie samenvatting van waar
parlementaire democratie op neerkomt, en wat er loos mee is. Wat dan,
lezer? Ik gaf ooit
een
korte uiteenzetting in het Engels.
[21]
Hier lig ik met
bovenmenschelyke krachten,
Op ‘onze daden’ te wachten.
Feit is ook dat de veronderstelde
grootheid van politieke grootheden vaak gefundeerd zijn op triviale
gezegden van ze, zoals het geciteerde, of het 'Read my lips' van Bush
sr. of 'Empire of Evil' van Reagan. Het stelt op zichzelf niets voor,
maar wordt zeer bekend omdat niemand onder politici veel voorstelt, en
dus alles wat enigszins afwijkt van de grauwe clichés van alle dag
opvalt.
[22]
Om m'n glorie te
kompleteeren,
Moest Multatuli me met 'n paar
grafschriftjes vereeren.
Wandlaar, blaas hem dat in 't oor,
En zeg...
Wellicht verwachtte Multatuli een 'Ga
door!' van zijn lezers en uitgever Funke, maar dat kwam er niet. Het
algemeen gevoelen was kennelijk als dat van Funke: Te veel en te
onvriendelijk. Nu, mij bevalt het een stuk beter dan
Vorstenschool.
|