Zóó zwierf ik, na Lebak,
en ontmoetingen van zùlken aard had ik vele! Zelden was ik waar ik
wezen wilde. Gewoonlyk bestond de eenige oorzaak van m'n verblyf op 'n
plaats, alleen hierin: dàt ik er was en geen kans zag er vandaan te
komen. [1] Geregeld arbeiden was my
onmogelyk. Toch hield ik me trouw aan de gewoonte, die van zeer lang
dagteekent, om nota te houden van de zaken die ik onderzoeken,
doorgronden of althans behandelen wilde ‘zoodra ik eens tot rust zou
gekomen zyn.’ [2] Gedurende m'n verblyf in Indie,
had ik byna altyd - niet als Van
Twist, met huishoudelyke zaken, maar met de funktien
waartoe ik geroepen was en waarvoor ik betaald werd - te veel te doen,
om me overtegeven aan bespiegelende werkzaamheden. De tyd zou later
komen, hoopte ik! Na Lebak echter, ontbrak de gelegenheid nog meer dan
vroeger. 't Gevolg hiervan was, dat ik in 't bezit geraakte van 'n
bundel desiderata en aanteekeningen, waarvan alleen de
opschriften 'n vry lyvig boekdeel zouden uitmaken.Daarvan echter is
het grootste gedeelte by stukken en brokken verloren gegaan.
Schipbreuk, brand, oproer, onverwacht vertrek met achterlating van
bagage - zegge: vlucht! - diefstal... [3]
Meermalen stond ik hier-of-daar, met 'n klein pakjen onder den arm, op
'n kruisweg, zonder de minste reden om te kiezen tusschen rechts en
links, tusschen voorwaarts of terug! Maar... in dat pakje waren altyd
- duidt het me niet ten-kwade, Nederland en
Van Twist, al zy 't u dan niet
aangenaam! - de bewysstukken van de Havelaarszaak. Ik
ben zonder hemd geweest, maar nooit zonder de getuigschriften die den
nazaat zullen instaat stellen recht te spreken tusschen u en my.
[4] Van Twist
kent die stukken: Hy bezit ze, tenzydi ze vernietigd heeft om zich 't
sussen van z'n geweten wat minder moeielyk te maken. Uitgeleend, aan
anderen medegedeeld, heeft hy ze niet... daar ben ik zeker van!
Ik noodig ieder uit, dien man te vragen of ik de waarheid zeg, en hèm
sommeer ik my te logenstraffen.
Nu ja,
ik heb hem reeds zoo dikwyls gesommeerd, en hy weet nu eenmaal dat het
medeplichtig Nederland genoegen neemt met z'n zwygen!
[5]
Ach,
't pakjen aanteekeningen over andere zaken, dat ik onder den arm
droeg, was soms zeer dun. Doch als de mier die me tot beeld diende in
de Saïdjah-geschiedenis, na elke ruwe verstoring van m'n arbeid, begon
ik op-nieuw. Tienmaal, twintigmaal, honderdmaal!
By de
herdenking aan dit alles, is er in m'n ziel stryd tusschen weemoed
over zooveel mislukt pogen, en fierheid op 't verwinnen van zùlken
tegenspoed. [6] Want... overwonnen is ze! Wel ging
er veel verloren. Wel weegt het gansche leven van den nieteling dien
ik tot vertegenwoordiger koos van 't verrot neerlandismus, niet op
tegen één kwartier stemming dat my bedorven werd door zùlke
bitterheid, maar m'n gemoed bleek ryk genoeg - spreek me tegen, als ge
durft! - om, na dat alles, in één kwartier nog altyd meer te leveren
dan zoo'n geheel leven opbracht. [7] Ik erken dat
dit niet veel zeggen wil, wanneer men 't ras der
Van Weerten met Louise's
maat meet. Veel minder nog, als men daarby in-acht-neemt hoeveel lager
nog dan nul, de man staat die zooveel pozitief kwaad stichtte!
Dezer
dagen zal-i waarschynlyk sterven. Lezer, meen niet dat ik van plan ben
hem te vermoorden. 't Zou te jammer van me zyn, maar toch... als m'n
vrouw of een myner kinderen bezweken ware, had ik 't gedaan.
[8] Hy heeft dus eigenlyk aan de taaiheid der mynen
z'n leven te danken. Maar dat leven moet toch eindelyk ophouden. Me
dunkt dat-i nu lang genoeg onbeschaamd heeft meegegeten en
meegedronken, zonder daarvoor iets in de plaats te leveren. Het wordt
waarlyk tyd dat de man vertrekt, en eigenlyk was het dit al lang.
Wanneer hy ten-laatste tot dit billyk besluit overgaat, zal men zien
dat er nog krantenschryvers worden gevonden, die 'n artikel weten
saamteflansen over z'n deugden, in de manier der vodden die men thans
over z'n vriend Thorbecke
te lezen krygt. De woordvoerder van deze of gene ‘party’ zal weten te
vertellen dat de overledene ‘zoo byzonder verdienstelyk was,
vry-arbeider, jurist, grootkruis van 't een-of-ander, en bovendien:
hoogstfatsoenlyk. [9] ‘Koning, Vaderland en
Eerste-Kamer leden 'n onherstelbaar verlies... hm!
Ook ik
hoop niet lang te leven - schoon ik nog veel te doen heb - maar hoef
waarachtig van 't banquet de la vie niet optestaan uit schaamte
dat ik te veel genoot, en te weinig bydroeg. [10]
‘Men verneemt dat de bekende schryver van den
Max Havelaar... 't woord
Multatuli schynt niet uit de pen te
willen. 't Zou niet kloppen met de voorgewende ignorantie van m'n
lateren arbeid, die in veel opzichten toch belangryker is, naar ik
meen. Nu ja dan, men verneemt dat die ‘bekende’ schryver behoorlyk
dood is. Ik voor my wenschte wel dat we reeds zoo ver waren, vooral
omdat m'n ‘bekendheid’ - 'n attribuut van Onstee, Theophile en de
ooievaars op de haagsche vischmarkt - dan heel gevoegelyk, n'en
déplaise aan Van Twist
en de rest, zal overgaan in wat anders. Dum meretrix blanda vivet,
heeren! Doe er eens wat tegen?
[1]
Zóó zwierf ik, na Lebak,
en ontmoetingen van zùlken aard had ik vele! Zelden was ik waar ik
wezen wilde. Gewoonlyk bestond de eenige oorzaak van m'n verblyf op 'n
plaats, alleen hierin: dàt ik er was en geen kans zag er vandaan te
komen.
Dit is behoorlijk waar, zoals de
lezer bijvoorbeeld kan nagaan in de VW. (De laatste zin beschrijft
trouwens al 25 jaar mijn situatie vis-à-vis Nederland.)
[2]
Toch hield ik me trouw
aan de gewoonte, die van zeer lang dagteekent, om nota te houden van
de zaken die ik onderzoeken, doorgronden of althans behandelen wilde
‘zoodra ik eens tot rust zou gekomen zyn.’
Hier moeten we ook enigszins geloven
dat M. een romantisch genie was, die dit soort dingen, in de 18e en
19e eeuw, allemaal ook pleegden te toen, naar het verhaal gaat, à la
Poe en Byron: Aantekeningen maken van de wantoestanden en problemen
die lagen te wachten op een vonk van hun levendig genie, om direct in
hun waarachtig maar nooit eerder vermoed licht gesteld te verschijnen, en
voorgoed verbeterd te worden.
De lezer mag hier enigszins
laatdunkend of spottend zijn - ik ben het ook - maar het is wel een relevante overweging dat Jezus,
Rousseau, Marx en Nietzsche ook dergelijke dromen hadden, en geloofd
werden na hun dood, in de zin dat hun leer de mensheid zou verlossen
van het lijden, volgens de volgelingen.
[3]
't Gevolg hiervan
was, dat ik in 't bezit geraakte van 'n bundel desiderata en
aanteekeningen, waarvan alleen de opschriften 'n vry lyvig boekdeel
zouden uitmaken. Daarvan echter is het grootste gedeelte by stukken en
brokken verloren gegaan. Schipbreuk, brand, oproer, onverwacht vertrek
met achterlating van bagage - zegge: vlucht! - diefstal...
In de Max Havelaar is er dan ook
sprake van 'Het pak van Sjaalman'. Het is overigens moeilijk het hier
gestelde in te schatten, en ikzelf neig er toe aan te nemen dat M.
hier behoorlijk overdrijft: Er waren wel aantekeningen die hij had
gemaakt over allerlei onderwerpen, en ingevingen, en lijsten van
onderwerpen, maar niet zoveel en niet zo uitgebreid of grondig als hij
doet voorkomen.
[4]
Ik ben zonder hemd
geweest, maar nooit zonder de getuigschriften die den nazaat zullen
instaat stellen recht te spreken tusschen u en my.
De nazaten waren er bijna allemaal evenmin in
geïnteresseerd als de grote meerderheid van Multatuli's tijdgenoten.
[5]
Nu ja, ik heb hem reeds
zoo dikwyls gesommeerd, en hy weet nu eenmaal dat het medeplichtig
Nederland genoegen neemt met z'n zwygen!
Dit is natuurlijke een trieste
constatering, en ik heb
hetzelfde moeten maken: In Nederland staan
leidende bestuursschoften en ambtenaren effectief, dus in de praktijk,
volledig boven de wet, en boven rechterlijke sanctie. Al hun collegaas
verdedigen en dekken hen; niemand onderneemt wat tegen "een collega";
en conformisme en meeloperij, vermomd en verloochend als loyaliteit, zijn
de feitelijke norm.
[6]
By de herdenking aan dit
alles, is er in m'n ziel stryd tusschen weemoed over zooveel mislukt
pogen, en fierheid op 't verwinnen van zùlken tegenspoed.
Nu ja, ik kan iets soortgelijks
zeggen over mijzelf - en had in zekere goede zin groter problemen,
zeker groter pijn en meer te dragen, en nog minder steun, en schreef
dan ook geen roman.
[7]
Wel ging er veel
verloren. Wel weegt het gansche leven van den nieteling dien ik tot
vertegenwoordiger koos van 't verrot neerlandismus, niet op tegen één
kwartier stemming dat my bedorven werd door zùlke bitterheid, maar m'n
gemoed bleek ryk genoeg - spreek me tegen, als ge durft! - om, na dat
alles, in één kwartier nog altyd meer te leveren dan zoo'n geheel
leven opbracht.
Het is trots en klinkt aanmatigend,
maar het is eenvoudig waar dat kwartieren van Multatuli's leven,
denken en doen nog steeds voortleven als literatuur, terwijl alles wat
de bestuurders van zijn tijd deden, en ook nalieten, vervlogen is in
verleden tijd, desinteresse, en onbekendheid.
Toch is het kennelijk waar, als we dan toch
aan het vergelijken zijn in nogal algemene termen, dat het ook zeer
aannemelijk is dat mensen als Duymaer van Twist - zeg: prominente
politieke leiders van hun tijd, hoge ambtenaren, bekende publieke
voorgangers - ook zelden gelukkig zijn. Ik merk het niet op om iets te
bewijzen, maar alleen dat het mij zo voorkomt, uit biografieën en wat
je verder van deze soort ziet, en wat mij dan ook niet verbaast, omdat het politieke werk
dat zij doen - vergaderen, publiek mennen en ambtelijke stukken lezen
- mij zo
bijzonder oninteressant lijkt, bijvoorbeeld vergeleken met dat van een
wetenschapper of kunstenaar, voorzover in staat in z'n eigen bestaan
te voorzien.
[8]
Dezer dagen zal-i
waarschynlyk sterven. Lezer, meen niet dat ik van plan ben hem te
vermoorden. 't Zou te jammer van me zyn, maar toch... als m'n vrouw of
een myner kinderen bezweken ware, had ik 't gedaan.
Feitelijk stierf Duymaer van Twist in
hetzelfde jaar als M., kennelijk van ouderdom. Geschaamd lijkt hij
zich niet te hebben, en geantwoord heeft hij Multatuli nooit.
[9]
De woordvoerder van deze
of gene ‘party’ zal weten te vertellen dat de overledene ‘zoo byzonder
verdienstelyk was, vry-arbeider, jurist, grootkruis van 't
een-of-ander, en bovendien: hoogstfatsoenlyk.
Ja, natuurlijk, maar zo is het
theaterspel nu eenmaal.
[10]
Ook ik hoop niet lang te
leven - schoon ik nog veel te doen heb - maar hoef waarachtig van 't
banquet de la vie niet optestaan uit schaamte dat ik te veel
genoot, en te weinig bydroeg.
Wie doet dat wel, behalve gelovige
zondaars?