(De
algemeenheid van wanbegrip, 541.)
De vraag of dwaling nuttig kan zyn, in den zin dien
Voltaire hieraan hechtte in z'n
bekende verhandeling: si l'erreur, enz., is géén vraag. In de
Wysbegeerte die alle vakken van wetenschap omvat, behoort
wel-is-waar met nog meer omzichtigheid dan in die onderdeelen, te
worden omgegaan met axioma's, maar déze eene grondstelling zullen wy
toch wel mogen aannemen, dat de begeerte om ‘wys’ te zyn, om te
‘weten’ niet kan ten-doel hebben de zaken te leeren kennen zooals ze
niet zyn, maar zooals ze zyn, m.a.w. dat de wysgeer niet
naar dwaling streeft, doch waarheid zoekt.
[1]
Dat
soms en zelfs vaak, 'n onwaarheid dezen of genen kan te-stade komen in
'n voorbygaand belang, in byzondere verhoudingen - en op moreele
gronden is dit voordeel altyd slechts schynbaar - heeft met de religie
van den waarheidzoeker niets te maken. De arts is geroepen tot
genezing, onverschillig of de dood van z'n patient misschien
voordeelig zou kunnen zyn voor 'n erfgenaam. Middelen die den dood
zouden verhaasten, mogen dezen nuttig voorkomen met het oog op z'n
eigen welvaart, ze behooren daarom geen plaats intenemen in de
ziektebehandeling van den geneesheer.
De
wereld nu is vol hebzuchtige erfgenamen van deze soort. 't Is hùn
invloed die zoo vaak de waarheid smoort, en we zouden geneigd zyn
hieraan de ontzettende vruchtbaarheid van wanbegrippen toeteschryven,
indien we aan 't pozitief-booze zooveel esprit de conduite
mochten toekennen. Maar die eer ware te groot. [2]
[1] "(De
algemeenheid van wanbegrip, 541.)
De vraag of dwaling nuttig kan zyn, in den zin dien
Voltaire hieraan hechtte in z'n
bekende verhandeling: si l'erreur, enz., is géén vraag. In de
Wysbegeerte die alle vakken van wetenschap omvat, behoort
wel-is-waar met nog meer omzichtigheid dan in die onderdeelen, te
worden omgegaan met axioma's, maar déze eene grondstelling zullen wy
toch wel mogen aannemen, dat de begeerte om ‘wys’ te zyn, om te
‘weten’ niet kan ten-doel hebben de zaken te leeren kennen zooals ze
niet zyn, maar zooals ze zyn, m.a.w. dat de wysgeer niet
naar dwaling streeft, doch waarheid zoekt."
Waar de verwijzing naar Voltaire op
slaat weet ik niet.
Overigens is het een interessant feit
over mensen - waar M. zelf herhaaldelijk op wees o.a. in
146 - dat
mensen de meeste waarheden alleen kunnen vinden door langdurige, vaak
eeuwen lange samenwerking van vele van de meest begaafden, en dat bij
het zoeken naar waarheid eeuwen lang gedwaald pleegt te worden.
Dit is overigens één van de
fundamentele redenen vóór vrijheid van mening en discussie:
De waarheid over de meeste zaken is
dusdanig ingewikkeld en moeilijk vast te stellen en ligt vaak zo diep
verborgen dat alleen een langdurige vrije discussie tussen vele mensen
gedurende vele generaties bij machte is de waarheid vast te stellen,
of te weten hoe en waar ernaar te zoeken.
Daarbij: Ieder mens heeft inderdaad
een fundamenteel en persoonlijk belang in waarheid, want waarheid
helpt een mensenleven beschermen, bestendigen en veraangenamen, zoals
onwaarheid helpt een mensenleven bedreigen, verkorten en
veronaangenamen.
[2] "De
wereld nu is vol hebzuchtige erfgenamen van deze soort. 't Is hùn
invloed die zoo vaak de waarheid smoort, en we zouden geneigd zyn
hieraan de ontzettende vruchtbaarheid van wanbegrippen toeteschryven,
indien we aan 't pozitief-booze zooveel esprit de conduite
mochten toekennen. Maar die eer ware te groot."
Ja, de twee meest zwaarwegende
factoren in het smoren van de waarheid zijn de gemiddelde menselijke
domheid en het ideologisch aap-zijn van doorsnee-mensen, dat hen
predisponeert tot gewillige en gelovige volgelingen van de
ideologische of religieuze illusies waarmee ze opgevoed werden.