Stel dan dat onze
wiskunstenaar, opgetogen over z'n vondst, z'n rezultaten - wiskunstig
gedemonstreerd - wilde meedeelen aan z'n vakgenooten. Aannemende dat
zy allen belangstellen in de zaak - want ik wil de aanmerking ontgaan,
dat 'n gewoon publiek onverschillig zou kunnen zyn
voor betoogen van dezen aard - dan vraag ik u, of de gelukkige
mathematikus 'n publieke voordracht zou kiezen tot verkondiging
van de gevonden waarheid? Immers neen. [1] Met al de veronderstelde
ingenomenheid van z'n hoorders, zoud-i niet slagen in de poging om hun
eenig genot te verschaffen door 't opdeunen van de syllogismen
waarlangs hy 't doel van z'n streven bereikt had. 't Ligt voor-de-hand
dat ieder zeggen zou: ‘uw konklusie is belangryk... indien ze juist
is. Dit echter wensch ik te-huis natezien. 't Is onmogelyk
de auditu te oordeelen, of ge misschien hier-of-daar u hebt
schuldig gemaakt aan valsche gevolgtrekkingen.’ [2]
Die
mathematikus is alzoo niet blootgesteld aan den tweestryd van den
redenaar, die 'n ander soort van waarheid meent te moeten verkondigen.
Deze toch wordt wèl aangehoord. Hy wordt uitgenoodigd zelfs. Ja... men
betaalt hem. In dit laatste ligt wel-is-waar de beteekenis, dat
men ietsoffert voor 't vernemen van de slotsommen die de
spreker meent gevonden te hebben, maar ook, en vooral -
misschien dikwyls uitsluitend - dat men tevens aanspraak maakt op
genot, by 't aanhooren van de manier waarop die slotsommen
verkregen zyn. In één woord: men wil zich vermaken.
Ziehier nu 'n eisch die als 'n Damokles-zwaard boven 't hoofd van den
aanstaanden verhandelaar hangt. Hy, die slechts schoon vindt wat
waar is, moet bewerken dat het ware terstond - ook in de
oogen van hen die onbekwaam zyn tot 't schoonvinden van waarheid
als zoodanig - 't uiterlyk hebbe van schoonheid, ja... vermakelyk
zy, onderhoudend, grappig, aardig, pikant... [3]
[1] "dan
vraag ik u, of de gelukkige mathematikus 'n publieke voordracht zou kiezen tot verkondiging
van de gevonden waarheid? Immers neen."
Mis. Wiskundigen houden wiskundige
voordrachten zo goed als theologen theologische voordrachten houden en
natuurkundigen natuurkundige voordrachten houden: Gewoonlijk voor een
gehoor van vakgenoten.
Het is waar dat wiskunde zich slecht
leent voorgedragen te worden, maar ook waar dat mensen sociale
zoogdieren zijn die zich graag in groepen mogen verenigen om te praten
over wat ze interesseert.
[2] "
't Is onmogelyk
de auditu te oordeelen, of ge misschien hier-of-daar u hebt
schuldig gemaakt aan valsche gevolgtrekkingen.’
"
Weer mis. Bijvoorbeeld: Over de grote
wiskundige Lagrange wordt verteld dat hij meende het bewijs van een
belangrijke stelling te hebben gevonden, waar hij een lezing voor
bijeenriep voor vakgenoten. Terwijl hij deze lezing hield realiseerde
hij zich dat hij zich vergiste - en brak de lezing af met de woorden:
"Ik moet hier nog wat verder over dromen".
Kortom: Het is heel wel mogelijk een
wiskundige voordracht te houden die erin slaagt een goed idee te geven
van een wiskundige gedachtengang en in feite gebeurt dit sinds de
Oudheid dagelijks, hier of daar.
[3] "Hy,
die slechts schoon vindt wat
waar is, moet bewerken dat het ware terstond - ook in de
oogen van hen die onbekwaam zyn tot 't schoonvinden van waarheid
als zoodanig - 't uiterlyk hebbe van schoonheid, ja... vermakelyk
zy, onderhoudend, grappig, aardig, pikant..."
Nu ja, maar dit is het eeuwige
kontrast tussen vorm en inhoud en verpakking en boodschap. Sprekend
van wiskunde is het bovendien zo dat een wiskundige die een
verzameling van wiskundigen toespreekt weet dat z'n gehoor zowel
geïnteresseerd is in z'n onderwerp als daar een redelijke mate van
kennis over heeft.