Idee 601.                                                 


Stel dan dat onze wiskunstenaar, opgetogen over z'n vondst, z'n rezultaten - wiskunstig gedemonstreerd - wilde meedeelen aan z'n vakgenooten. Aannemende dat zy allen belangstellen in de zaak - want ik wil de aanmerking ontgaan, dat 'n gewoon publiek onverschillig zou kunnen zyn voor betoogen van dezen aard - dan vraag ik u, of de gelukkige mathematikus 'n publieke voordracht zou kiezen tot verkondiging van de gevonden waarheid? Immers neen. [1] Met al de veronderstelde ingenomenheid van z'n hoorders, zoud-i niet slagen in de poging om hun eenig genot te verschaffen door 't opdeunen van de syllogismen waarlangs hy 't doel van z'n streven bereikt had. 't Ligt voor-de-hand dat ieder zeggen zou: ‘uw konklusie is belangryk... indien ze juist is. Dit echter wensch ik te-huis natezien. 't Is onmogelyk de auditu te oordeelen, of ge misschien hier-of-daar u hebt schuldig gemaakt aan valsche gevolgtrekkingen.’ [2]

Die mathematikus is alzoo niet blootgesteld aan den tweestryd van den redenaar, die 'n ander soort van waarheid meent te moeten verkondigen. Deze toch wordt wèl aangehoord. Hy wordt uitgenoodigd zelfs. Ja... men betaalt hem. In dit laatste ligt wel-is-waar de beteekenis, dat men ietsoffert voor 't vernemen van de slotsommen die de spreker meent gevonden te hebben, maar ook, en vooral - misschien dikwyls uitsluitend - dat men tevens aanspraak maakt op genot, by 't aanhooren van de manier waarop die slotsommen verkregen zyn. In één woord: men wil zich vermaken.

Ziehier nu 'n eisch die als 'n Damokles-zwaard boven 't hoofd van den aanstaanden verhandelaar hangt. Hy, die slechts schoon vindt wat waar is, moet bewerken dat het ware terstond - ook in de oogen van hen die onbekwaam zyn tot 't schoonvinden van waarheid als zoodanig - 't uiterlyk hebbe van schoonheid, ja... vermakelyk zy, onderhoudend, grappig, aardig, pikant... [3] 


[1] "dan vraag ik u, of de gelukkige mathematikus 'n publieke voordracht zou kiezen tot verkondiging van de gevonden waarheid? Immers neen."

Mis. Wiskundigen houden wiskundige voordrachten zo goed als theologen theologische voordrachten houden en natuurkundigen natuurkundige voordrachten houden: Gewoonlijk voor een gehoor van vakgenoten.

Het is waar dat wiskunde zich slecht leent voorgedragen te worden, maar ook waar dat mensen sociale zoogdieren zijn die zich graag in groepen mogen verenigen om te praten over wat ze interesseert.


[2] " 't Is onmogelyk de auditu te oordeelen, of ge misschien hier-of-daar u hebt schuldig gemaakt aan valsche gevolgtrekkingen.’ "

Weer mis. Bijvoorbeeld: Over de grote wiskundige Lagrange wordt verteld dat hij meende het bewijs van een belangrijke stelling te hebben gevonden, waar hij een lezing voor bijeenriep voor vakgenoten. Terwijl hij deze lezing hield realiseerde hij zich dat hij zich vergiste - en brak de lezing af met de woorden: "Ik moet hier nog wat verder over dromen".

Kortom: Het is heel wel mogelijk een wiskundige voordracht te houden die erin slaagt een goed idee te geven van een wiskundige gedachtengang en in feite gebeurt dit sinds de Oudheid dagelijks, hier of daar.


[3] "Hy, die slechts schoon vindt wat waar is, moet bewerken dat het ware terstond - ook in de oogen van hen die onbekwaam zyn tot 't schoonvinden van waarheid als zoodanig - 't uiterlyk hebbe van schoonheid, ja... vermakelyk zy, onderhoudend, grappig, aardig, pikant..."

Nu ja, maar dit is het eeuwige kontrast tussen vorm en inhoud en verpakking en boodschap. Sprekend van wiskunde is het bovendien zo dat een wiskundige die een verzameling van wiskundigen toespreekt weet dat z'n gehoor zowel geïnteresseerd is in z'n onderwerp als daar een redelijke mate van kennis over heeft.

Idee 601.