Zyn de hoorders
voorbereid om de te verkondigen waarheid - d.i. wat de spreker voor
waarheid houdt - in hun gemoed optevangen op 'n wys die overeenstemt
met de moeite welke de spreker zich gaf, om deze veronderstelde
waarheid te vinden? Dit is onmogelyk. 'n Zoogenaamde verhandeling kàn
zyn - en zou misschien behooren te zyn - de quintessens van maanden
denkens. Ja, men kan zich voorstellen, dat de rezultaten der
wysbegeerte van 'n geheel leven waren samengeperst in zóó weinig
woorden, dat men ze in één half uur, of zelfs in weinige minuten, zou
kunnen uitspreken.
Op zoo-iets doelde ik in 63,
waar ik zeide dat alles wat volgens de Evangelien door
Jezus gesproken is, nog geen half vel druks
zou beslaan... 'n opmerking, die door veel verkeerd-lezers als smaad
beschouwd is. Wel 'n bewys dat men my zoo-min verstaat, als hy
verstaan werd door zyn tydgenooten. Ik zal de laatste zyn, die 'n
wysgeer verwyt dat-i weinig woorden gebruikt. 't Valt me al hard
genoeg dat men zoo dikwyls myzelf noodzaakt tot uitvoerigheid.
Wie
twyfelt aan m'n tegenzin in ‘aan den weg timmeren’ gelieve te letten
op den ouderdom dien ik bereikt had, voor ik me uit den kleinen kring
van m'n omgeving - 't ware terrein waarop mynliefde me noopte
tot meedeelen - liet wegdringen naar den publieken weg. Zonder de
noodzakelykheid om den stryd tegen de mishandeling van den Javaan
overtebrengen op grooter terrein, zou men waarschynlyk van my, als
publiek persoon, nooit iets vernomen hebben. [1] En zelfs na 't verlaten
van Lebak, heb ik jaren lang gezwegen.
[1] "Wie
twyfelt aan m'n tegenzin in ‘aan den weg timmeren’ gelieve te letten
op den ouderdom dien ik bereikt had, voor ik me uit den kleinen kring
van m'n omgeving - 't ware terrein waarop mynliefde me noopte
tot meedeelen - liet wegdringen naar den publieken weg. Zonder de
noodzakelykheid om den stryd tegen de mishandeling van den Javaan
overtebrengen op grooter terrein, zou men waarschynlyk van my, als
publiek persoon, nooit iets vernomen hebben."
Ik denk dat dit - bij benadering -
voor driekwart waar is. Het onware kan ontleend worden aan M.'s
privé-korrespondentie in de VW 8 - 25: Multatuli was wel degelijk
geïnteresseerd in opgang maken, in besproken worden in tijdschriften
en dagbladen, en in onderwerp van gesprek zijn.
Maar het is wáár dat het hem daar
niet in de eerste plaats om te doen was, en dat het zonder het
voorgevallene te Lebak heel onwaarschijnlijk is dat M. publiek persoon
of schrijver was geworden.
De achterliggende reden dunkt me
interessant genoeg om uit te schrijven: Er is een groep personen die
bijzonder graag optreden voor publiek en die graag opvallen op een
publiek toneel door het amuseren, behagen of schokken van het publiek.
Toneelspelers en politici
komen
gewoonlijk uit deze groep, en wat hen beweegt is niet het meedelen van
waarheid of het verbeteren van mens of maatschappij, maar het zelf
onderwerp van publieke belangstelling zijn: Look at me, Me, ME, ME!
Ain't I special?! Ain't I very VERY special?! Look at ME!
Wie geen toneelspelers in de
persoonlijke omgang heeft meegemaakt (als ik wel) maar zelf niet zo in
elkaar zit (wat voor mij geldt) raad ik aan persoonlijke omgang met
acteurs of actrices te zoeken, was het alleen om mijn gissing te
testen dat er iets is als een acteurs-persoonlijkheid: Het hebben van
een karakter dat in de eerste plaats publieke bewondering en applaus
zoekt, het geeft niet hoe en het geeft niet waarmee zolang de speler
maar in het centrum van de belangstelling staat.
Het is dit soort mensen dat de grote
meerderheid van de publieksoptreders vormt. Er behoort een soort
hoerigheid toe die de meeste mensen gewoonlijk niet opbrengen omdat het niet tot hun karakter behoort
of omdat ze te bang zijn
om een publiek podium te beklimmen en af te gaan.
De term "hoerigheid" koos ik met
opzet en gebruik ik in de zin van "publiek persoon": Het willen
opvallen, het centrum van publieke belangstelling willen zijn, het
willen optreden voor publiek op een podium, om geen andere reden dan
dat dit de acteur behaagt. Het gaat kennelijk terug op een combinatie
van ijdelheid en gebrek aan zelfrespect: Iets willen zijn in andermans
ogen zonder zelf iets bjzonders te zijn, vaak juist omdat men zelf
niets bijzonders is en meent niet voldoende aandacht te krijgen.
Ik heb deze eigenschap niet al kost
het mij geen enkele moeite een podium te bestijgen en een publiek
onderhoudend toe te spreken (zoals ik allebei leerde over mijzelf o.a.
in de Amsterdamse studentenpolitiek) en voor Multatuli gold kennelijk
iets dergelijks. Overigens is het niet mijn bedoeling prostituees en
politici gelijk te stellen. Ik ken weliswaar geen prostituees en
weinig politici, maar de bedoelde hoerigheid van politici komt mij
veel verachtelijker voor dan wie het gebruik van delen van haar
lichaam voor geld verhuurt. Misschien is 't dan ook beter het
bedoelde ras van politici aan te duiden met publiekshoeren, ter
onderscheid van dames die hun geslachtsorganen verhuren.
Vrijwel alle Nederlandse politici en
"media-persoonlijkheden" - de journalisten wier tronies u dagelijks
uren lang op TV aankijken of wier stemgeluid uur na uur radiotijd
vullen - waar ik weet van heb behoren wel tot deze au fond
publiekshoerige karakters.
En dat is de reden deze opmerking uit
te schrijven:
Wat u ziet in publiek Neerland
bestaat overwegend uit publiekshoeren die aandacht,
aandacht, ààndacht zoeken voor hun eigen persoontjes, maar
zelf weinig of niets voorstellen in termen van intellect, moed of
moraal. De reden dat "het Volk" dat in grote democratische meerderheid
wil, of zich in ieder geval laat aanleunen, is dat ook het volk in
grote meerderheid weinig of niets voorstelt - en zichzelf dus herkent
in voorgangers.