De eerste leugens
waarmee men 't kind vatbaar maakt tot het slikken van meer, zyn 't
bakeren, kleeden, heen-en-weer schudden, wiegen en zoet-zyn. Zelfs 't
lichaam mag niet vry studeeren. [1] De arme kleine die zich, met de heele
wereld van ruimte vóór zich, stoutelyk inbeeldt daarvan gebruik te
mogen maken, wordt... ingepènd: eerste belemmering! Kort daarna dost
men 't arme wicht in jurken, hoeden, keurslyfjes, kousen en schoenen,
welke laatsten, om toch goed te doen zien dat ze tot niets dienen dan
om het fatsoen der ouders te toonen aan buurjuffers en bezoekers,
geene of maagdelyke zolen hebben. Men haast zich den kleine te
stempelen met het eigenaardige cachet der Westersche beschaving:
likdoorns. [2] Een baker of kindermeid die niet door aanhoudend
heen-en-weer schokken, haar best doet om de weeke hersentjes tot moes
te verwerken, wordt weggejaagd: ‘ze heeft geen hart voor kinderen.’
Het eerste welkomstgeschenk waarmee wy onze kleine makkers begroeten,
is alzoo 'n kunstmatige zeeziekte. En, waar de armen of knieën van
kindermeid, baker of moeder te-kortschieten, heeft men een wieg
uitgedacht, 'n hobbelende bak, die de misselyke beweging van 'n
Zuiderzeeschen beurtman by deining dwarsscheeps, vry-wel nabootst. Dat
zoo'n kind er aan gewoon raakt, betwist ik niet. Maar dat deze
gewoonte het tevens voorbereidt om zeeziekerig te denken, houd
ik staande. [3]
[1] "De eerste leugens
waarmee men 't kind vatbaar maakt tot het slikken van meer, zyn 't
bakeren, kleeden, heen-en-weer schudden, wiegen en zoet-zyn. Zelfs 't
lichaam mag niet vry studeeren."
Het bakeren van vroeger lijkt mij ook
onaangenaam voor babies, maar ik betwijfel of het erg veel uitmaakt
voor hun latere morele of intellectuele kwaliteiten. Eén belangrijke
reden is dat "de mensen" - voorzover zich dat beoordelen laat - al
minstens 2500 jaar overwegend soortgelijk lijken, ongeacht opvoeding,
ongeacht cultuur, ongeacht godsdienst: Er zijn enkelen - minder dan 1
op de 10.000 - zeer slimme of moedige en behoorlijke mensen; er zijn vele
mensen die zich in niets bijzonders van de doorsnee onderscheiden, en
er is een
minderheid van sluwe of wrede schoften. De goede ideeën komen van
leden van de eerste groep; de maatschappij blijft voortbestaan dankzij
de leden van de tweede groep; en de maatschappij wordt zowel
kapotgemaakt als gewoonlijk geleid door de leden van de derde groep.
Wat opvoeding van kinderen betreft:
Ikzelf - die psychologie studeerde, maar dat vak niet erg
wetenschappelijk vind - denk dat iemand's intellectuele kwaliteiten
voor het allergrootste deel aangeboren zijn en dat iemand's morele
kwaliteiten vooral afhangen van de voorbeelden die men tussen z'n
derde en vijftiende krijgt.
Als het eerste waar is dan is de
enige hoop op radicale verbetering van de mens de eugenetica. En als
het laatste waar is dan zijn de komende generaties Neerlanders gedoemd
tot bot egoïsme en hedonisme. Nous verrons, al is het verstandig op
niet veel goeds te hopen, zolang mensen en Nederlanders zo zijn als ze
in grote meerderheid vele eeuwen geweest zijn.
Hoe 't zij: De intellectuele en
morele kwaliteiten van mensen zijn grotendeels niet hun eigen
werk of vrije verkiezing, en vergeleken met een kleine minderheid stelt de
grote meerderheid weinig voor - zowel in positief als negatief
opzicht, wat helaas maatschappelijk tot gevolg heeft dat de grote
meerderheid van mensen altijd meelopers, volgelingen en conformisten
zijn geweest, uit gebrek aan aangeboren vermogen iets beters en
individuelers te zijn. (Dit is geen verwijt maar een droefgeestig
stemmende konstatering.)
[2] "Men
haast zich den kleine te stempelen met het eigenaardige cachet der
Westersche beschaving:
likdoorns."
Weer een kleine bijdrage tot de
geschiedenis van het alledaagse leven: 19de eeuwse schoenen
pasten kennelijk minder goed dan 21ste eeuwse.
[3] "Dat
zoo'n kind er aan gewoon raakt, betwist ik niet. Maar dat deze
gewoonte het tevens voorbereidt om zeeziekerig te denken, houd
ik staande."
Nee, ik geloof het niet: Zie
[1].
Dit heeft bovendien een consequentie
die van belang is voor wereldverbeteraars: Het is een illusie dat "de
volgende generatie" intellectueel of moreel beter zal zijn dan de
huidige of vorige, want dit was nooit zo. De enige manier om "de
mensheid" als geheel te verbeteren is middels doelmatige eugenetica -
waar de nodige kennis nog niet voorhanden is, maar die binnen 25 tot 100 jaar
zal bestaan tenzij de mensheid zich dan uitgeroeid heeft. Zie verder
in dit verband:
A
fundamental problem for democracy.