Een zaaier ging uit om te zaaien.
Jezus.
Niets is
algemener dan wanbegrip. Dit verschynsel laat zich verklaren door een
soort kansrekening. De waarheid is één, en het getal der onwaarheden
is oneindig. Wie dus eenvoudig raden zou naar de juistheid van
een mening, heeft zovele kansen tegen zich, als de oneindigheid meer
is dan één. [1]
Zo ins Blaue hinein
raden, doen wy echter zelden. En al doen wy het nu en dan, toch maken
wy ons --en vooral anderen -- diets dat wy niet geraden maar geoordeeld
hebben. Het is waar, dat we by dit voorgewend oordelen met zwakke
gegevens tevreden zyn. Ik heb te Homburg een speler gekend, die op
rood zette als de croupier van de dag blond was, en op zwart zodra die
geëmployeerde er wat donker uitzag. Ik ben niet ver
genoeg ingedrongen in de diepzinnige kansrekening van dien wysgeer, om
te weten aan welken kant hy z'n geld waagde, als de dienstdoende
priester in de tempel van 't geluk een grysaard was, of'n kaal hoofd
had, maar dit is zeker, dat hy met een soort van minachting neerzag op
de onvoorzichtigen die "zonder systeem speelden" zoals hy 't
noemde. Van veine of déveine wilde hy niets weten "Il n'y a pas
de chance, zeide hy, alles is zekerheid." Toen hy eindelyk
décavé was - de term voor gesprongen zyn - schreef hy z'n tegenspoed
toe aan de twyfelachtige kleur van 'n pruik die hy voor roodbruin had
aangezien, en die by nadere beschouwing zwart was gebleken. [2]
[1] "Niets is
algemener dan wanbegrip.
Dit verschynsel laat
zich verklaren door een soort kansrekening. De waarheid is één, en het
getal der onwaarheden is oneindig. Wie dus eenvoudig raden zou naar de
juistheid van een mening, heeft zovele kansen tegen zich, als de
oneindigheid meer is dan één."
Inderdaad:
"Niets is
algemener dan wanbegrip",
tenminste: In menselijke hoofden.
Maar met oneindigheid kun je echter zo niet rekenen, zoals ik uiteenzette bij 94.
Hier ligt wel een fundamenteel
menselijk probleem waar een groot deel van Multatuli's Ideen 3 aan
gewijd is: De wanbegrippen van de mensen en wat daartegen gedaan kan
worden, en wel vooral door onderwijs.
Aangezien mensen
denkdieren zijn en
hun macht over de natuur, de andere dieren en hun medemensen danken
aan hun kennis die overwegend verworven wordt door onderwijs is dit
een onderwerp van fundamenteel menselijk belang.
Dit Idee 541 begint een weergave van
een redevoering over "Vrye Studie" die Multatuli in 1868 hield in
Delft voor het studentengenooschap "Vrije Studie" en behandelt de
vraag wat vrije studie is. De weergave eindigt in
590.
[2]
"Ik ben niet
ver genoeg ingedrongen in de diepzinnige kansrekening van dien wysgeer
"
Zie bijv. 146 en 147.
Wat waarschijnlijkheid
zou zijn is een moeilijk en fundamenteel vraagstuk.