Tweede hoofdstuk vol officiëele leugens.
[1]
By 't bladeren in de
staatsstukken van vroeger tyd, staan we verbaasd over de onnoozelheid
waarmede onze grootouders zich lieten bedriegen. Overal klank voor
waarheid. En 't heeft inderdaad zyn nut daarop te wyzen, om te
bewerken dat eenmaal onze kleinkinderen ons voor iets minder dom mogen
aanzien, dan wy nu wel genoodzaakt zyn het voorgeslacht te doen.
[2]
Er
liggen vele stukken voor my, waarin het burleske om den voorrang
strydt met onbeschaamdheid. [3] Wie zou 't byv. gelooven, dat in 1811, by
gelegenheid van den verjaardag van Napoleon,
de geestdrift te Batavia zoo groot was, dat de Gouverneur-Generaal
Janssens de
ingezetenen moest uitnoodigen niet te illumineeren, wyl al te
veel Keizersgezindheid den prys der olie te hoog zou opvoeren? Dit
belet niet, dat dezelfde Janssens kort daarna
Java overgaf aan de Engelschen. De datum van officiëele geestdrift en
illuminatiewoede moet toen op eenmaal veranderd zyn.
Iets
vroeger voelde de hardvochtigste mensch zich gedrongen een traan te
wyden aan de angsten van den maarschalk
Daendels, die op den ‘2n van
herfstmaand 1810’ niet wist wie baas was, en of men dus geestdriftig
moest wezen of niet, en zoo ja, voor wien? Op dien dag namelyk was
Lodewyk jarig, en
reeds den 8n Augustus te-voren was er officiëele last
gegeven tot geestdrift.
Dat
was makkelyk geweest. Maar zie, tusschen 8 Augustus en 2 September
waaiden er geruchten over, dat de ‘dierbare’ persoon van den
‘beminden’ koning, geen koning meer was, en dus ook geen dierbare
persoon meer. Men mompelde van abdicatie, van inlyving by
Frankryk, enz. Op wiens gezondheid moest nu de brave maarschalk
drinken? Welke persoon was nu dierbaar? Welke vorst bemind? Och, die
arme Daendels!
Ziehier het verslag uit de officiëele Bataviasche Courant van 7
September 1810, en men bewondere den bekwamen man die ‘kool en geit’
wist te sparen, zoo goed als een moderne domine.
Batavia, den
2n van Herfstmaand 1810:
De dag van heden was voor ons een dag van bijzondere vreugde: de
geboortedag van onzen geliefden Koning werd statig gevierd,
ingevolge der bepalingen bij besluit van Zijnen Excellentie, den
Maarschalk en Gouverneur Generaal, van den 8sten van Oogstmaand
voorgeschreven, en in ons No. 33 medegedeeld.
Na gehoudene groote parade, ontving Zijne Excellentie de
gelukwenschingen van de Hooge Regering, van het gansche korps- Land-
en Zee-officieren, van alle de Collegiën en verdere Ambtenaren, als
mede van eenige Regenten der Jakkatrasche bovenlanden, van de
officieren der Burgerij, van de Kapiteins en Luitenants der
Chinezen, en van den Majoor en verdere Officieren der Mooren, welke
allen op het zeerst de blijken van hunne verkleefdheid aan den
dierbaren persoon van Zijne Majesteit, onzen beminden Koning, en
Hoogstdeszelfs Doorluchtig huis, aan den dag gelegd hebben.
Bij den openbaren Eeredienst van heden is de bijzonderheid van den
dag ook pligtschuldig aangedacht (Sic): Voor een langgerekt
genoegelijk leven en de voorspoedigste regering van den verjarenden
Koning, werd in de Hervormde Kerk, door Professor
Ross, eene hartelijke en ernstige voorbidding gedaan, en is
in de Roomsch Catholieke kerk met veel plegtigheid het Te Deum
gezongen geworden.
Des avonds gaf Zijne Excellentie een prachtig soupé en bal waar bij
twee honderd personen aanwezig waren. De volgende gezondheden zijn
bij die plegtige gelegenheid door Zijne Excellentie ingesteld, en
met enthusiasme gedronken:
1.
Zijne Majesteit, de Koning van Holland, onze Heer en Meester,
aan ons allen even hartelijk dierbaar, hetzij Hoogst dezelve
blijve onze Souverein, dan wel de Kroon van Holland mogte verwisseld
hebben tegen den Troon van een aanzienlijker gewest en gelukkiger
klimaat.
Men lette op de
regels die ik onderstreep, en bewondere Daendel's
vinding.
2. De Keizer
Napoleon de Groote,
ons mede even dierbaar als broeder van onzen Koning, of als onze
aanstaande Souverein.
3. Het verdere
huis der Napoleons.
Alles even
hartelyk dierbaar alzoo. De koning die 't smokkelen begunstigde,
en de man van 't continentaal stelsel. De nieuwe keizer, en de oude
prefect. Is 't niet walgelyk?
Als
eervolle uitzondering op de cant dier dagen, citeer ik 't stuk,
waarin Lodewyk afstand doet van den troon. Het
is waardig en eenvoudig.
Amsterdam, den 3den van Hooimaand.
Lodewyk Napoleon, door de gratie Gods en de
Constitutie des Koningrijks, Koning van Holland, Connétable van
Frankrijk.
Allen den genen, die deze tegenwoordige zullen zien of hooren lezen,
Salut.
Hollanders! Daar ik overtuigd ben, dat niets meer voor uw belang of
uwe welvaart door mij kan worden uitgewerkt, maar integendeel mij
zelven aanmerke als een' hinderpaal, welke den goeden wil en
beöogingen van mijnen broeder jegens dit land kon stremmen, heb ik
mijnen rang en Konînklijke waardigheid afgestaan ten behoeve van
mijnen oudsten zoon Napoleon Lodewyk, en
zijnen broeder Prins Karel
Napoleon.
Hare Majesteit de Koningin, van regstwege volgens de Constitutie
Regente van het Koningrijk zijnde, zoo zal, tot Hare aankomst, het
Regentschap in handen zijn van den Raad der Ministers.
Hollanders! nimmer zal ik een zoo goed en deugdzaam,volk, als
gijlieden zijt, vergeten. Mijne laatste zorg zoo wel als mijne
laatste zucht zullen zijn voor uw geluk. Terwijl ik u verlate, kan
ik u niet genoeg aanbevelen, de Militaire en Civiele Beambten van
Frankrijk wèl te ontvangen. Dit is het eenige middel om Zijne
Majesteit den Keizer, van wien uw lot, dat van uwe kinderen en dat
van uw geheel land afhangt, genoegen te geven. En daar nu
kwaadwilligheid en laster mij niet langer kunnen bereiken, ten
minste voor zoo verre tot u betrekking heeft, heb ik de wel gegronde
hoop, dat gij eindelijk eene belooning zult vinden voor alle uwe
opofferingen, en voor alle uwe grootmoedige standvastigheid. -
Gegeven te Haarlem, den 1sten van Hooimaand 1810.
Lodewyk Napoleon.
Den 20sten Februari
1811 was Daendels
verlost van den tweestryd. Wy lezen in de Bataviasche Courant van dien
datum:
Eindelijk zagen wij
hier, na zoo lang verstek, uit het vaderland zelve 's Lands
oorlogsbrik de Claudius Civilis onder bevel van den
Opper-Luitenant ter zee George
Alexander Pool, den 17n dezer ter reede aangekomen,
afgezonden met de stellige tijding der gewigtige staatsgebeurtenis,
waardoor ons dierbaar vaderland met het groote Fransche Keizerrijk
is vereenigd geworden. Des anderen daags gaf Zijne Excellentie de
Gouverneur-Generaal Daendels des avonds een
aanzienlijk festijn voor 130 personen, waar het eerst ter eere en op
de gezondheid van onzen nieuwen Souverein, Zijne Majesteit den
Keizer Napoleon, plegtig werd gedronken.
Er lag sarkasme in de
keus van 't vaartuig dat deze tyding naar Indië overbracht. De
Claudius Civilis, de Bataaf by uitnemendheid, moest komen
vertellen dat z'n bataafsche nazaten Franschen waren geworden.
Zonderling klinkt bovendien het woord ‘dierbaar vaderland’ in een
mededeeling die, weinige regels verder, den feestdronk vermeldt op den
man die dat dierbare vaderland had ingeslikt. Woorden, frazen,
leugens!
Het
proces-verbaal der plechtige aankondiging van die gebeurtenis in
Indië, is weer te lang om hier in z'n geheel te worden meêgedeeld.
Maar 't is jammer, want daarin komen zonderlinge beschouwingen voor.
Onder anderen zegt Daendels:
dat het door ons
als eene bijzondere beschikking des Allerhoogsten, in wiens handen
het lot der volken is, moet worden aangemerkt, dat het Zijne
Majesteit den Keizer en Koning goedgunstig behaagd heeft, een oog
van medelijden op ons land te vestigen, en Holland een gedeelte te
doen uitmaken van die groote natie, welke een ieder over hare daden
in verbaasdheid en verwondering houdt opgetogen, van welk belangrijk
evènement wij de heilzaamste gevolgen, zoo voor Holland zelve als
voor deze Kolonie, met vertrouwen op de vaderlijke zorgen van
Hoogstged. Zijne Majesteit onzen tegenwoordigen Souverein te gemoet
zien.
Men weet hoe
Marie Anderson in
de Dageraad zich uitliet over nationaliteit. Heeft ze niet
volkomen recht? Is er één woord te vuil, om zooveel vuiligheid naar
behooren te karakteriseeren?
Onder
de regelingen die 'n gevolg waren van den nieuwen stand van zaken,
behoorde ook:
Om, in stede van
de, bij de op den 24 van sprokkelmaand 1807, gearresteerde order van
voorbidding in de respectieve kerken van Indië, vermelde Hoogste
Magten in het Moederland, bij den openbaren eeredienst van alle
Kerkgenootschappen hier te Lande, van nu voortaan te doen voorbidden
voor H.K.K.M. den Keizer en Keizerin der Franschen, en de verdere
Keizerlijke familie.
Dus ‘God’ kwam er
weêr by te-pas. De vergadering waarin Daendels
zich mir nichts dir nichts ontsloeg van den eed aan Louis
gedaan, zonder achtteslaan op de dynastieke rechten van diens zoon,
was dan ook heel fatsoenlyk geopend met een gebed.
De
fransch-hollandsche generaal
Janssens liet zich in 1811, door z'n kommiezen in den
mond leggen:
‘dat de naam- en
geboortedag van onzen doorluchtigen Souverein, den grooten keizer
Napoleon, door de geheele uitgestrektheid
van het magtigste en luisterrijkste rijk der aarde, met geestdrift
gevierd wordt, en dat ieder gevoelt hoe men bij het vereeren van
zijn Souverein, te gelijk hulde doet aan den grootsten der
Stervelingen.’
De soort van menschen
die zulke dingen by elkaêr liegen, maakt nu memoriën van
budgets-toelichting, troonredenen, leading articles over
vryarbeid, kultuurstelsel en kadaster, ministeriëele speeches... 't
één zooveel waard als 't ander. Ook graven ze Holland door, zoo smal
mogelyk. En ze vervalschen de stukken die men voorlegt aan de Kamer,
zoo onbeschaamd mogelyk. En ze houden de ministers op 't kussen, zoo
lang mogelyk. En ze bedriegen 't Volk, zoo brutaal mogelyk. En 't Volk
dat niet lezen kan verdraagt dat alles, zoo lamlendig mogelyk.
Kort
na die grootsten der stervelingen-parodie, vinden wy 't reeds
aangehaald verzoek van Janssens, om toch niet
te illumineeren, wyl de olie te duur zou worden... zóó groot was 't
enthousiasme! Wy willen hopen dat het gelukt zy, zich zonder
illuminatie van al dien geestdrift te ontlasten. 't Moet om te stikken
geweest zyn.
Of
heeft men z'n drift van geest, en z'n olie, opgespaard tot weinig
jaren later, toen die dingen noodig waren voor den souvereinen vorst?
Toen was weer die groote Napoleon een slecht sujet geworden. Niemand
bad voor hem, en er waren geen Gouvernements Publicatiën meer noodig,
om de olie te beschermen tegen al te gloeiend enthousiasme. Het tydvak
van 1815 tot 1825 is ryk aan voorbeelden van publieke leugens. Na
Waterloo vertelden de deftige schryvers van den dag, dat ‘die
Corsicaansche tyran volstrekt geen genie was, en dat het tot dien tyd
toe maar zoo scheen... omdat-i aan den drank was verslaafd.’ Er
was namelyk in z'n reiskoets die buitgemaakt werd op den weg van
Belle-Alliance, een flesch rum gevonden. Zie de
Vaderlandsche Letteroefeningen van die dagen. Neerlands god had
dus eigenlyk zoolang geworsteld met den god van Jamaïca.
En,
als slotstaaltje, twee regels die ik vond in de Euphonia, een
Tydschrift geredigeerd door domine
Decker Zimmerman, met collaboratie van
Jufvrouw Petronella Moens:
- ‘Hoe maakt het
Bonaparte? Goed!
- Hij vreet
laurieren, en zuipt bloed.’
Wie 't leelyk vindt,
verwys ik naar de Christelyke redactie van dat tydschrift, een der
deftigste in het tweede decennium onzer eeuw. 't Is vol goddienery en
geloof, dat spreekt vanzelf.
[1]
"Tweede hoofdstuk vol officiëele leugens."
Het zijn goede
voorbeelden van maatschappelijk liegen, die mij doen denken aan
dezelfde soort leugens uit socialistische en overige dictatoriaal
bestuurde landen in de 20ste eeuw.
Ik selecteer twee
punten die in 2003 - wanneer ik dit schrijf - nog steeds van belang
zijn.
[2]
"By 't bladeren in de
staatsstukken van vroeger tyd, staan we verbaasd over de onnoozelheid
waarmede onze grootouders zich lieten bedriegen. Overal klank voor
waarheid. En 't heeft inderdaad zyn nut daarop te wyzen, om te
bewerken dat eenmaal onze kleinkinderen ons voor iets minder dom mogen
aanzien, dan wy nu wel genoodzaakt zyn het voorgeslacht te doen.
"
[3]
"Er
liggen vele stukken voor my, waarin het burleske om den voorrang
strydt met onbeschaamdheid."
Ik schrijf dit vlak na
de parlementsverkiezingen van januari 2003. Nederland is feitelijk in
grote moeilijkheden: De economie zakt in elkaar; de drugsmafia in de
grote steden is machtiger dan de politie; voor de gewone burgerij
wordt de wet niet langer gehandhaafd; er zijn honderden miljoenen
gefraudeerd in de bouw in projecten voor de gemeenschap; de drugsmafia
zet in Nederland jaarlijks minstens 24 MILJARD Euro om, met hulp van
vele gecorrumpeerde ambtenaren en bestuurders; de medische zorg werkt
slecht en traag en is duur; en het onderwijs is al dekadenlang een
puinhoop ....
Waar werd de politieke
campage over gevoerd?
Over het gebruik van
de frase "normen en waarden" alsof het gebruik van die frase
iemand - als de totaal belachelijke Harry Potter alias JeejPeej de
Zeeuwse gristenpadvinder, aan wiens stupide gebalk geen eind komt
en die overigens een klaarblijkelijk wandelend zwaar compenserend minderwaardigheidscomplex
is (malle tanden,
mal haar, mal karakter, mal taalgebruik) prominent en bemind maakt in
Neerland - tot automatische deugdheld maakt; over de kop en "het
lekkere kontje" van de PvdA-leider Wouter Bos; en over de vraag of
de staatschuld van 10 miljard in 25 jaar of langer zou moeten
worden afbetaald - terwijl de drugsmafia in die 25 jaar als het zo
doorgaat met actieve steun van het Nederlands bestuur ... 625 MILJARD zal
omzetten op Nederlands grondgebied! Maar hier sprak geen
Nederpoliticus over! (NB: Mijn cijfers zijn gebaseerd op
het parlementaire Van
Traa-rapport.)
Wat is de zin
van algemeen kiesrecht voor kiesvee dat dit allemaal enthousiast
accepteert?! Waarom stemmen als jouw stem verdrinkt tussen de
stemmen van tienduizenden randdebiele voetbalsupporters, allemaal
"gelijkwaardig" aan jou? (Zie 118 en
119 inclusief links.)
Trouwens, nu ik me wat
onvriendelijk heb uitgelaten over de uitermate zwakke, malle en
karakterloze Balkenende (die het best goed zal menen - maar dat deed
Torquemada ook, net als Mao, naar men mag aannemen): Wat is toch de
reden dat zulke gruwelijk grijze muizen, zulke intens lelijke
mannen en zulke fysiek kleine onderdeurtjes als Zalm en Balkenende
zich juist zo geroepen voelen Leider te willen worden? Wat is de reden
dat de meeste mannelijke politici zulke lelijke koppen hebben en
daarmee zichzelf populair willen maken? En wat is de reden dat zoveel
miljoenen zich in deze lelijke duizendsterangers herkennen en zich
ermee identificeren?
Wel, lezer(es): De
vraag stellen is bijna de vraag beantwoorden, en ik laat het aan uw
intelligentie over om dat zelf te doen. (Om u op weg te helpen als
psycholoog: Ook Goebbels was klein en liep mank; ook Stalin was klein,
pokdalig en had een manke arm; ook Churchill en Van Agt waren
uiterlijk weinig fraai; en ook Den Uyl was een onderdeurtje. Etcetera.
Ikzelf ben 1.94 en had veel vriendinnen, maar geen politieke carrière
of ambities. Maar mócht uzelf klein, onaantrekkelijk, sluw,
gewetenloos en zonder enig bijzonder talent zijn, dan behoort u nu uw
roeping te kennen.)