Het
toejuichen in een schouwburg is leugen. Hetzelfde publiek dat in de
handen klapt over 'n deugdheld, speelt onverbeterlyk de
verraders-rollen in de wereld. En 't heeft er veel van of wy 't
schoone - en wat daarvoor doorgaat - toejuichen, als prys voor
't recht om het leelyke te doen. [1]
Ik heb
schurken en extase gezien by wonder-eerlykheid op de planken.
Ik heb kuisheid en zulke dingen, hooren applaudisseeren door publieke
vrouwen, of door anderen die lager stonden dan publieke vrouwen.
Dikwyls by 't hooren roemen van iets edels, voel ik de verwytende
gedachte in my opkomen: ‘Dus Wist ge
't!’ [2]
Het
eenvoudig verhaaltje dat ik gaf in 492, zal
‘lief’ worden gevonden door dezelfde menschen, in wier midden de arme
vrouw - die zoo weinig goede menschen ontmoette - geleefd had.
[3]
[1]
"Het toejuichen
in een schouwburg is leugen. Hetzelfde publiek dat in de handen klapt
over 'n deugdheld, speelt onverbeterlyk de verraders-rollen in de
wereld. En 't heeft er veel van of wy 't schoone - en wat daarvoor
doorgaat - toejuichen, als prys voor 't recht om het leelyke te
doen. "
Niet helemaal. Voor
een juister uitleg zie mijn commentaar bij 494
en en bij
423.
[2]
"Dikwyls by 't
hooren roemen van iets edels, voel ik de verwytende gedachte in my
opkomen: ‘Dus Wist ge 't!’"
Natuurlijk
wisten ze het! Als ze niets met die kennis deden dan ligt dat niet aan
hun begrip, maar aan het feit dat goed en kwaad van voorteken
veranderen met groepslidmaatschap. Zie 494 en
423 en trouwens ook 74.
Daarbij: Het theater
en publieke bijeenkomsten zijn nu eenmaal plaatsen waar iedereen
acteert en doet alsof ie weet hoe mensen en dingen behoren te zijn.
[3]
"Het eenvoudig
verhaaltje dat ik gaf in 492, zal ‘lief’ worden
gevonden door dezelfde menschen, in wier midden de arme vrouw - die
zoo weinig goede menschen ontmoette - geleefd had.
"
Ook dit wordt
verklaard als onder [2].