Een salieavendje met wysgeerige zysprongen op 't
gebied der kunst. Dergelyk uitstapje naar
Pompeï, viâ
Fontainebleau. Mogelyke promotie van de baker. Vreeselyke
gaping in de geleerdheid van den Schryver, die niet eens weet wat
Wimpie geantwoord heeft en wie er schelde.
Stoffel's zoölogische geestigheid, oorzaak
van 'n laatsten punischen oorlog. Pennewip
homoeopaath en vredestichter malgré lui. Arme
Wouter!
- Heeremens... dâ-doeme
plissier dat uwe der al bent. Leentje, sê-chou die stoel wech, en cheef
ereis 'n tessie in die stoof... toe as 'n meit, of 'k doe 't liefer
sellif. En-oe maak je 't, mens? Juffrò-Laps k'mt ook, weetje? - Myntje,
denk 'm je deeg, en skei uit mê-kamme - ze ken niet f'n d'r hare blyve,
die meit, as 'r folk is... ga sitte, mens... né, niet in die hoek...'t
tocht 'r so...
Het
tochtte in dien hoek niet meer dan in andere hoeken. Maar... vrouw
Stotter was 'n ‘vrouw’ en geen ‘juffrouw.’ Ze had dus geen recht op de
eereplaats, want eens-vooral, 'n juffrouw gaat boven 'n vrouw, zoo goed
als 'n mevrouw gaat boven 'n juffrouw. Ieder moet op z'n plaats blyven,
vooral op bovenkamer III, 7, b1 of c, (Pp)
waar de préseance nauwkeuriger wordt in acht genomen dan aan 't
hof te Madrid, jazelfs met 'n angstvalligheid die 't
ceremoniemeesterschap op die hoogte der maatschappy, tot 'n hoofdbrekend
werk maakt voor menige juffrouw Pieterse. [1]
Ik zeg
dit maar, om door 't woord ‘hoofdbreken’ ongezocht te geraken tot de
opmerking dat ik zooveel moeite heb gehad met de juiste konstruktie der
welkomstgroet van vrouw Stotter [2], en dat ik niet zal kunnen overgaan tot
het meedeelen van haar antwoord, voor 't afleggen van 'n bezoek op dezen
of genen III, 7, b1, (Pp).
[1] "Ieder
moet op z'n plaats blyven, vooral op bovenkamer III, 7, b1 of c, (Pp)
waar de préseance nauwkeuriger wordt in acht genomen dan aan 't
hof te Madrid, jazelfs met 'n angstvalligheid die 't
ceremoniemeesterschap op die hoogte der maatschappy, tot 'n hoofdbrekend
werk maakt voor menige juffrouw Pieterse.
" Zo was dit ongetwijfeld in
Hollandse burgermanskringen. En niet alleen dáár:
Standsbewustzijn in een of andere vorm lijkt een algemeen-menselijke
waarde die feitelijk samenhangt met het sociaal zoogdier zijn. Ieder
behoort z'n plaats te kennen in de pikorde en zich daarnaar te gedragen,
en wie dat niet doet wordt van alle kanten belaagd, en heet
"onfatsoenlijk", "immoreel", "excentriek" of "gek".
[2] "Ik zeg
dit maar, om door 't woord ‘hoofdbreken’ ongezocht te geraken tot de
opmerking dat ik zooveel moeite heb gehad met de juiste konstruktie der
welkomstgroet van vrouw Stotter"
Het totale gebrek
aan geluidsopnamen en foto's en films uit het begin van de 19e eeuw en
daarvóór is bijzonder jammer. Een belangrijk historisch verschil tussen
de 20ste eeuw en alle voorgaande, was het alleen geschiedkundig, is dat
de 20ste eeuw de eerste eeuw is die enigermate levensecht gedocumenteerd
is in geluid en film.
|