Idee 278.                                       


In m'n Vryen-Arbeid maak ik me kwaad op schriftgeleerden en dergelyken. De voorgaande nummers hebben er ook wel iets van of ik boos was. Welnu, dit is zoo.  [1]

Maar nu een korte uitlegging.

Als 't waar is, dat ik het goede bedoel, als 't waar is dat... die anderen hun roeping miskennen, dan heb ik in naam van myn  God het recht, neen, dan is 't m'n plicht daarover boos te worden. En ik veroorloof me die vryheid, zoo goed als Jesaia, Jeremia, Habakuk en de rest.  [2]

Maar die verstoordheid leidt me niet tot het aanvallen van personen als zoodanig. Wanneer veertien "geleerden" hun naam leenen tot het verkondigen van de heel belangryke tyding dat hun voorgangers - ook "geleerden" immers? - maar 'n troep weetnieten waren, dan zie ik niet in waarom ik die veertien heeren niet wat forsch zou mogen toespreken, daar toch ook zyzelf zich veroorloven zoo weinig omslag te maken met hun voorgangers.  [3]

Er zyn er onder die veertien, welke ik persoonlyk ken en in zekeren zin hoogacht. Ik heb geen reden iemand hunner - als persoon - alweer, te minachten. Ja toch... maar dat doet er nu niet toe. De manier evenwel waarop zylieden in deze zaak, en de schriftgeleerden in 't algemeen met zeer weinig uitzondering, beantwoorden aan hun roeping, ja daarvoor heb ik 'n afkeer, dàt walgt me, daartegen verzet ik my!  [4]


[1] "In m'n Vryen-Arbeid maak ik me kwaad op schriftgeleerden en dergelyken. De voorgaande nummers hebben er ook wel iets van of ik boos was. Welnu, dit is zoo. "

 Wie zich kwaad maakt wordt zelden populair, tenzij ie de mensen ermee aan 't lachen brengt en zichzelf voldoende in de hand heeft daar gebruik van te maken.

De uiteindelijke oorzaak heeft kennelijk veel te doen met 't feit dat alle deugd gefundeerd is op zelfbeheersing, en dat wie z'n zelfbeheersing verliest een gevaar is voor anderen.

Deze oorzaak is op zichzelf reëel en respectabel, maar in een maatschappij waar vrijwel iedereen een verleugende rol speelt, en over die rol en 't liegen ook weer liegt, alle maatschappij-kritiek, maar in de eerste plaats kritiek van personen in die maatschappij, vrijwel onmogelijk is, omdat de regel gehanteerd wordt dat wie kwaad wordt ongelijk heeft. 


[2] "Jesaia, Jeremia, Habakuk"

waren Oud-Testamentische profeten, die verbaal zéér van leer konden trekken, bijvoorbeeld over "het adderengebroed" dat hen omringde, en daar ongetwijfeld in hun eigen sociale omgeving verre van populair mee werden.

Er is, zeker in Nederland, bijzonder veel hypocrisie rond kwaadheid, en een behoorlijk deel daarvan komt erop neer dat duizenden brave burgers, uit eigenbelang, gebrek aan karakter, of gebrek aan moed, hun kritiek op allerlei misstanden die ze wél zien overwegend opzouten en zelden uitspreken, maar bereid zijn cabaretiers en overige gesanctioneerde potsenmakers en volksnarren veel geld betalen om toe te kijken hoe deze zich schijnbaar of echt kwaad maken op een toneel, in een sketch.

Ikzelf heb daar een hekel aan, want ik geef gewoonlijk meer om waarheid dan om doorsnee conformistische aanstellers, en vind ook dat ik mijn eigen kritiek veel beter kan verwoorden en motiveren dan een opgewonden acteur, die zich laat betalen als nar, om zogenaamd te zeggen en voor de grap hardop te zeggen wat z'n publiek ook al niet zelfstandig en waarachtig durft te zeggen. 


[3] "Maar die verstoordheid leidt me niet tot het aanvallen van personen als zoodanig. Wanneer veertien "geleerden" hun naam leenen tot het verkondigen van de heel belangryke tyding dat hun voorgangers - ook "geleerden" immers? - maar 'n troep weetnieten waren, dan zie ik niet in waarom ik die veertien heeren niet wat forsch zou mogen toespreken, daar toch ook zyzelf zich veroorloven zoo weinig omslag te maken met hun voorgangers."

M. streefde er gewoonlijk - niet altijd! - naar dat z'n "verstoordheid leidt me niet tot het aanvallen vanm personen als zoodanig." en om redenen uiteengezet in [1] deed hij daar verstandig aan.

Ikzelf leef in een andere tijd, en pleeg dingen persoonlijk op te nemen, en ken ook niets belangrijkers, groters, interessanters dan menselijke personen - vervalst of niet, huichelend of niet, dom of niet, onwetend of niet - en heb teveel valsistisch gehuichel aangezien en meegemaakt om mee te doen met het pretense sparen van personen en persoonlijke belangen: Daar gaat 't immers uiteindelijk altijd om.

Populair heeft 't me inderdaad niet gemaakt, en voor mijn eerlijkheid ben ik tweemaal, in Nederland, in tegenspraak met mijn rechten, van de universiteit verwijderd "vanwege uw uitgesproken meningen, ondanks de ernst van uw ziekte", volgens het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam - die inderdaad monsterlijke bedriegers, miljoenen-dieven, sadisten, misdadigers en oplichters zijn, en allen te laf om mij te vervolgen. De geïnteresseerde lezer beschouwe ME in Amsterdam.  


[4] "Er zyn er onder die veertien, welke ik persoonlyk ken en in zekeren zin hoogacht. Ik heb geen reden iemand hunner - als persoon - alweer, te minachten. Ja toch... maar dat doet er nu niet toe. De manier evenwel waarop zylieden in deze zaak, en de schriftgeleerden in 't algemeen met zeer weinig uitzondering, beantwoorden aan hun roeping, ja daarvoor heb ik 'n afkeer, dàt walgt me, daartegen verzet ik my!"

Ik ken in Nederland niet veel mensen die ik werkelijk hoogacht, en velen die ik veracht of minacht, en nog meer die me niet interesseren. De lezer kan opnieuw een deel van de reden ontlenen aan ME in Amsterdam

En het mag in dit verband ook genoemd worden dat één van de manieren die Multatuli had om z'n vijanden van zich af te houden was dat hij niet bang was te duelleren, daar ervaring mee had, en zeer snel van reactie was.

Sinds ikzelf meer dan 3 1/2 jaar wonend boven een harddrugshandel in 't centrum van Amsterdam, waarvan de uitbaters mij bedreigden met "Als je iets doet wat wij niet willen dan vermoorden we je", waarvoor ik mij letterlijk honderden keren tot de politie, tot B&W, en tot de gemeenteraad heb gewend, altijd zonder énige vorm van hulp te krijgen, altijd met veel schofferingen, chicanes en beledigingen door ambtenaren en overige  drugsmafiosi-beschermers in B&W, en sinds de gemeentepolitie en B&W mij verzekerd hebben dat ik maar met bommen moet gaan gooien als ik dat wil ("U doet maar wat u niet laten kan. Wij doen niets voor u.": 't drugsfascistoïde beestmens Lammert Takens, brigadier van politie, handlanger van de mafia) en dat B&W niets voor mij zal doen, en de gemeentepolitie ook niet, en de gemeenteraad ook niet, eenvoudig omdat de drugsmafia in Amsterdam de feitelijke macht heeft, en deze uitoefent met hulp van de gemeentepolitie, ben ik ten allen tijde bereid iedereen die mij bedreigd op te blazen.

U ziet, lezer: Er zijn keuzes en keuzes, en er is moed en moed. Ook zijn er mensen en beestmensen, al hoeft u dat zelf, indien u een fatsoendelijk doorsnee-Neerlander bent, met een allernormaalst verstandje, doodordinaire ambities, en geen enkele hoop op enige originele gedachte, in 't geheel niet met me eens te zijn - wat ook véél veiliger voor u is, ook wanneer 't B&W belieft in UW huis u zogenaamd "gelijkwaardige" menselijke monsters te vestigen met gemeentelijke steun, zegen, subsidie en voortdurende actieve steun van de gemeentepolitie.

U hoeft echter in 't geheel niet bang voor mij te zijn - zolang u geen harddrugshandelaar, geen gemeentepoliticus, en geen gemeentelijk politie-agent bent, en mij overigens niet geloofwaardig naar 't leven staat. Bent u dat wel of doet u dat wel, dan moet u uitkijken, want dan beschouw ik u waarschijnlijk - gezien mijn ervaringen met uw soort - als beestmens, als drugsdealersbeschermer, als mafia-burocraat, als Neerlands bestuursmisdadiger of, als u dat liever hoort omdat 't aardiger klinkt, zoals Mandela z'n blanke Apartheids- tegenstanders beschouwde, toen hij hen gewapend bestreed, en behandel ik u desgewenst volgens Mandela-recept. Want de Amsterdamse gemeente-politie en B&W van Amsterdam hebben mij meer dan 3 1/2 jaar welbewust en opzettelijk aan levensgevaar overgelaten ten behoeve van hun vrienden en beschermelingen de - stinkendrijke, levensgevaarlijke - Amsterdamse hardddrugsmafia, en ik heb zelfs niet 't recht in dit gedegenereerde land wapens te kopen of te dragen (omdat ik geen Hell's Angel ben!). Nu, 't Is niet anders: Ik kom uit een familie die liever dood dan slaaf is, wat in Neerland buitengewoon zeldzaam is - om welke reden dan ook:

Er ligt een drugsstaat aan de zee, tussen Oostfriesland en de Schelde!

En ik schijn de enige Nederlander met moed daartegen op te treden, en de enige Nederlander die daar morele bezwaren tegen heeft - men leze ME in Amsterdam. Ik ben daarover dan ook zeer boos, en houd Nederland voor gedegenereerd en gedebiliseerd - en "Dat is weêr UWE schande, Nederlanders, dat is niet MIJNE schande." (84)

Maar ik begrijp wel waarom: 't handelen in drugs verdient véél beter dan 't uitbuiten van Javanen, en de winstrekening is 't alfa en omega van de Neerlandse moraal. Zie ook: 220. T

Idee 278.