In m'n Vryen-Arbeid maak
ik me kwaad op schriftgeleerden en dergelyken. De voorgaande nummers
hebben er ook wel iets van of ik boos was. Welnu, dit is zoo. [1]
Maar nu een korte
uitlegging.
Als 't
waar is, dat ik het goede bedoel, als 't waar is dat... die
anderen hun roeping miskennen, dan heb ik in naam van myn
God het recht, neen, dan is 't m'n plicht daarover boos te
worden. En ik veroorloof me die vryheid, zoo goed als Jesaia, Jeremia,
Habakuk en de rest. [2]
Maar
die verstoordheid leidt me niet tot het aanvallen van personen als
zoodanig. Wanneer veertien "geleerden" hun naam leenen
tot het verkondigen van de heel belangryke tyding dat hun voorgangers
- ook "geleerden" immers? - maar 'n troep weetnieten waren,
dan zie ik niet in waarom ik die veertien heeren niet wat forsch zou
mogen toespreken, daar toch ook zyzelf zich veroorloven zoo weinig
omslag te maken met hun voorgangers. [3]
Er zyn
er onder die veertien, welke ik persoonlyk ken en in zekeren zin
hoogacht. Ik heb geen reden iemand hunner - als persoon -
alweer, te minachten. Ja toch... maar dat doet er nu niet toe. De
manier evenwel waarop zylieden in deze zaak, en de schriftgeleerden in
't algemeen met zeer weinig uitzondering, beantwoorden aan hun roeping,
ja daarvoor heb ik 'n afkeer, dàt walgt me, daartegen verzet ik
my! [4]
[1] "In m'n Vryen-Arbeid maak
ik me kwaad op schriftgeleerden en dergelyken. De voorgaande nummers
hebben er ook wel iets van of ik boos was. Welnu, dit is zoo. "
Wie zich
kwaad maakt wordt zelden populair, tenzij ie de mensen ermee aan 't
lachen brengt en zichzelf voldoende in de hand heeft daar gebruik van
te maken.
De uiteindelijke oorzaak heeft
kennelijk veel te doen met 't feit dat alle deugd gefundeerd is op
zelfbeheersing, en dat wie z'n zelfbeheersing verliest een gevaar is
voor anderen.
Deze oorzaak is op zichzelf reëel en
respectabel, maar in een maatschappij waar vrijwel iedereen een
verleugende rol speelt, en over die rol en 't liegen ook weer liegt,
alle maatschappij-kritiek, maar in de eerste plaats kritiek van
personen in die maatschappij, vrijwel onmogelijk is, omdat de regel
gehanteerd wordt dat wie kwaad wordt ongelijk heeft.
[2] "Jesaia,
Jeremia, Habakuk"
waren Oud-Testamentische profeten,
die verbaal zéér van leer konden trekken, bijvoorbeeld over "het
adderengebroed" dat hen omringde, en daar ongetwijfeld in hun eigen
sociale omgeving verre van populair mee werden.
Er is, zeker in Nederland, bijzonder
veel hypocrisie rond kwaadheid, en een behoorlijk deel daarvan komt
erop neer dat duizenden brave burgers, uit eigenbelang, gebrek aan
karakter, of gebrek aan moed, hun kritiek op allerlei misstanden die
ze wél zien overwegend opzouten en zelden uitspreken, maar bereid zijn
cabaretiers en overige gesanctioneerde potsenmakers en volksnarren
veel geld betalen om toe te kijken hoe deze zich schijnbaar of echt
kwaad maken op een toneel, in een sketch.
Ikzelf heb daar een hekel aan, want ik
geef gewoonlijk meer om waarheid dan om doorsnee conformistische
aanstellers, en vind ook dat ik mijn eigen kritiek veel beter kan
verwoorden en motiveren dan een opgewonden acteur, die zich laat
betalen als nar, om zogenaamd te zeggen en voor de grap hardop te
zeggen wat z'n publiek ook al niet
zelfstandig en waarachtig durft te zeggen.
[3] "Maar
die verstoordheid leidt me niet tot het aanvallen van personen als
zoodanig. Wanneer veertien "geleerden" hun naam leenen
tot het verkondigen van de heel belangryke tyding dat hun voorgangers
- ook "geleerden" immers? - maar 'n troep weetnieten waren,
dan zie ik niet in waarom ik die veertien heeren niet wat forsch zou
mogen toespreken, daar toch ook zyzelf zich veroorloven zoo weinig
omslag te maken met hun voorgangers."
M. streefde
er gewoonlijk - niet altijd! - naar dat z'n "verstoordheid
leidt me niet tot het aanvallen vanm personen als zoodanig."
en om redenen uiteengezet in [1] deed hij daar verstandig aan.
Ikzelf leef in een andere tijd, en
pleeg dingen persoonlijk op te nemen, en ken ook niets belangrijkers,
groters, interessanters dan menselijke personen - vervalst of niet,
huichelend of niet, dom of niet, onwetend of niet - en heb teveel
valsistisch gehuichel aangezien en meegemaakt om mee te doen met het
pretense sparen van personen en persoonlijke belangen: Daar gaat 't
immers uiteindelijk altijd om.
Populair heeft 't me inderdaad niet
gemaakt, en voor mijn eerlijkheid ben ik tweemaal, in Nederland, in
tegenspraak met mijn rechten, van de universiteit verwijderd "vanwege
uw uitgesproken meningen, ondanks de ernst van uw ziekte",
volgens het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam -
die inderdaad monsterlijke bedriegers, miljoenen-dieven, sadisten,
misdadigers en oplichters zijn, en allen te laf om mij te vervolgen.
De geïnteresseerde lezer beschouwe ME
in Amsterdam.
[4] "Er zyn
er onder die veertien, welke ik persoonlyk ken en in zekeren zin
hoogacht. Ik heb geen reden iemand hunner - als persoon -
alweer, te minachten. Ja toch... maar dat doet er nu niet toe. De
manier evenwel waarop zylieden in deze zaak, en de schriftgeleerden in
't algemeen met zeer weinig uitzondering, beantwoorden aan hun
roeping, ja daarvoor heb ik 'n afkeer, dàt walgt me, daartegen verzet
ik my!"
Ik ken in
Nederland niet veel mensen die ik werkelijk hoogacht, en velen die ik
veracht of minacht, en nog meer die me niet interesseren. De lezer kan
opnieuw een deel van de reden ontlenen aan ME
in Amsterdam.
En het mag in dit verband ook genoemd
worden dat één van de manieren die Multatuli had om z'n vijanden van
zich af te houden was dat hij niet bang was te duelleren, daar
ervaring mee had, en zeer snel van reactie was.
Sinds ikzelf meer dan 3 1/2 jaar
wonend boven een harddrugshandel in 't centrum van Amsterdam, waarvan
de uitbaters mij bedreigden met "Als je iets doet wat wij niet
willen dan vermoorden we je", waarvoor ik mij letterlijk
honderden keren tot de politie, tot B&W, en tot de gemeenteraad
heb gewend, altijd zonder énige vorm van hulp te krijgen, altijd met
veel schofferingen, chicanes en beledigingen door ambtenaren en
overige drugsmafiosi-beschermers in B&W, en sinds de
gemeentepolitie en B&W mij verzekerd hebben dat ik maar met bommen
moet gaan gooien als ik dat wil ("U doet maar wat u niet laten
kan. Wij doen niets voor u.": 't drugsfascistoïde beestmens
Lammert Takens, brigadier van politie, handlanger van de mafia) en dat
B&W niets voor mij zal doen, en de gemeentepolitie ook niet, en de
gemeenteraad ook niet, eenvoudig omdat de drugsmafia in Amsterdam de
feitelijke macht heeft, en deze uitoefent met hulp van de
gemeentepolitie, ben ik ten allen tijde bereid iedereen die mij
bedreigd op te blazen.
U ziet, lezer: Er zijn keuzes en
keuzes, en er is moed en moed. Ook zijn er mensen en beestmensen, al
hoeft u dat zelf, indien u een fatsoendelijk doorsnee-Neerlander bent,
met een allernormaalst verstandje, doodordinaire ambities, en geen
enkele hoop op enige originele gedachte, in 't geheel niet met me eens
te zijn - wat ook véél veiliger voor u is, ook wanneer 't B&W
belieft in UW huis u zogenaamd "gelijkwaardige" menselijke
monsters te vestigen met gemeentelijke steun, zegen, subsidie en
voortdurende actieve steun van de gemeentepolitie.
U hoeft echter in 't geheel niet bang
voor mij te zijn - zolang u geen harddrugshandelaar,
geen
gemeentepoliticus, en geen gemeentelijk politie-agent bent, en
mij overigens niet geloofwaardig naar 't leven staat. Bent u dat wel
of doet u dat wel, dan moet u uitkijken, want dan beschouw ik u
waarschijnlijk - gezien mijn ervaringen met uw soort - als beestmens,
als drugsdealersbeschermer, als mafia-burocraat, als Neerlands
bestuursmisdadiger of, als u dat liever hoort omdat 't aardiger klinkt,
zoals Mandela z'n blanke Apartheids- tegenstanders beschouwde, toen
hij hen gewapend bestreed, en
behandel ik u desgewenst volgens Mandela-recept. Want de Amsterdamse
gemeente-politie en B&W van Amsterdam hebben mij meer dan 3 1/2
jaar welbewust en opzettelijk aan levensgevaar overgelaten ten behoeve
van hun vrienden en beschermelingen de - stinkendrijke,
levensgevaarlijke - Amsterdamse hardddrugsmafia, en ik heb zelfs niet
't recht in dit gedegenereerde land wapens te kopen of te dragen (omdat
ik geen Hell's Angel ben!). Nu, 't Is niet anders: Ik kom uit een
familie die liever dood dan slaaf is, wat in Neerland buitengewoon
zeldzaam is - om welke reden dan ook:
Er ligt een drugsstaat aan de zee,
tussen Oostfriesland en de Schelde!
En ik schijn de enige
Nederlander met moed daartegen op te treden, en de enige
Nederlander die daar morele bezwaren tegen heeft - men leze ME
in Amsterdam. Ik ben daarover dan ook zeer boos, en houd
Nederland voor gedegenereerd en gedebiliseerd - en "Dat
is weêr UWE schande, Nederlanders, dat is niet MIJNE schande."
(84)
Maar ik begrijp wel waarom: 't
handelen in drugs verdient véél beter dan 't uitbuiten van Javanen,
en de winstrekening is 't alfa en omega van de Neerlandse moraal. Zie
ook: 220. T