De hoofdindruk dien
zoo'n prospektus op my maakt, is deernis met al de onwetenden die 'n
verkeerde behoefte voelden. Zoo immers staat er: er zyn nieuwe
behoeften geboren.
Een kind is ziek. De vader heeft redenen om niet in persoon den armen
lyder te bezoeken. Hy zendt 'n vertrouwde. *) Deze blyft één oogenblikje by den zieke, en
zegt een-en-ander dat tant bien que mal door de omstanders
wordt opgeschreven, of - daar ze niet schryven konden - oververteld
aan dezen of genen die nu juist ook niet uitmuntte in notarieele
geloofwaardigheid.
Nu
wordt het kind behandeld op allerlei wyzen. De een heeft kwik verstaan
voor zuurdeeg. Laxeeren... neen: stoppen! roept men door elkaar.
Wryven verzekert de een. Zweeten heeft-i gezegd, doceert 'n ander. Ik
weet het, schreeuwt 'n zevende: pappen op de borst... hebt ge niet
gehoord hoe de gezant des vaders sprak van zenuwen? Nu, dat wil
zeggen: pap. Waarachtig niet, beweert de dertiende, hy verhaalt iets
van liefde.
-
Liefde? Nu ja... en wat besluit ge daaruit?
- Wèl,
heel eenvoudig. Dat is... ja... liefde is... branden.
-
Precies!
En ze
brandden, blakerden, braadden 't zieke kind. En ze papten 't kind. En
ze deden 't kind zweeten en purgeeren. En ze gaven het ys op 't hoofd,
en kwik in de maag. En ze wreven 't kind, en rolden het, en knepen
het...
En al
die heeren hadden rang van doctor of professor. De
kleine gemartelde patient werd begraven onder officieele wetenschap.
En
zie, daar kwamen veertien andere weters even officieel als zoodanig
erkend, even deftig, even getabberd, aan 't arme kind vertellen:
- Wees
vroolyk en verheug u! Ze hebben je nogal erg geplaagd... dat is waar,
en ge zoudt, goed bezien, wel wat recht hebben tot klagen, maar wees
tevreden. Troost je met de gedachte dat je gedurende die ziekte,
brood, rang en vermaak hebt verschaft aan al de heeren die je niet
genezen hebben.
En wy...
wy hebben de boodschap uws vaders nauwkeurig onderzocht, en bevonden
dat ze nooit goed begrepen was. Wy verzekeren u op ons woord - van
doctor, dominee, professor, enz. - dat wy die boodschap goed zullen
verstaan...
- Ach,
kermde de zieke, dat zeiden al die anderen ook! Sedert achttien eeuwen
hoor ik dezelfde verzekeringen. Zoudt ge zoo goed zyn my den zwaren
band aftenemen dien ze my om den hals legden, en 't gewicht dat zoo
drukt op m'n hart? Och, ik verlang naar wat lucht, wat licht, wat
vryheid... staat dat alles niet in de boodschap van myn vader?
Misschien zal ik beteren als ge my overlaat aan myzelf!
- Maar
beste jongen, waar bleven wy dan?
Dat is
waar! 't Is impertinent van 'n zieke, te verlangen naar beterschap, en
te vergeten dat z'n alle-eeuwsche koorts de weldoende voedster is van
't gezin des geneesheers.
Daarom: nieuwe behoeften heeren! Nieuwe ziekten, heeren! Altyd wat
nieuws. Du nouveau, du nouveau toujours, n'en fût-il plus au monde!
*)
Christologisch gesproken. Ik plaats me hier op 't standpunt der
Evangeliespiegelaars. Juist zy mochten niet al de vroeger
voorgehouden spiegels uitmaken voor verweerd.
Dit is weer een fraaie en over het
geheel genomen terechte tirade, maar gaat voorbij aan twee relevante
feiten: Het betreft niet één en dezelfde zieke, maar alle
generaties sinds Jezus' prediking (hierop komt M. terug in het
volgende idee) en het betreft generaties die in meerderheid
bedrogen wilden worden, wat M. lang niet zo duidelijk was als
wenselijk was geweest voor z'n eigen belang.
En dit laatste punt behoeft nog enige
versterking: Niet alleen wilde het volk bedrogen worden; niet
alleen bedroog het zichzelf met wensgedachten; niet alleen
verkoos het zelf in meerderheid de voorgangers die het hielpen
bedriegen; niet alleen betrof het in meerderheid, gedurende al die
achttien eeuwen, trouwhartig gelovigen die zich gewillig en met hoop
en liefde lieten martelen en mishandelen, en dat trouwhartig anderen
hielpen doen: Ze konden in meerderheid ook niet veel beter of
anders dan ze deden of wilden.
Het kost moeite de gebruikelijke
publiek uitgedragen propaganda - van radio, TV, kranten, boeken,
onderwijzers, dominees, politici, journalisten, "media-persoonlijkheden"
etc. - te doorzien als propaganda en te weerleggen als theorieën of
voorstellen tot praktijken, en het kost moed de gebruikelijke publiek
uitgedragen propaganda openlijk tegen te spreken, want ieder criticus
van om het even welke prominent gevestigde publieke belangen, wanen of
propaganda ondervindt snel dat hij vanwege z'n meningen vervolgd
wordt, belasterd wordt, gemeden wordt, gediscrimineerd wordt, en tal
van problemen ondervindt in z'n eigen dagelijkse leven, alleen omdat
hij anders durft te oordelen dan de meerderheid juist en goed acht.
Het is dus niet verwonderlijk dat
slechts weinigen hiertoe in staat zijn, en dat van de weinigen die
hiertoe in staat zijn de meerderheid verkiest zich te conformeren aan
de praktijken en ideeën die hij afkeurt, omdat dit maatschappelijk
voordeel en een ongehinderd bestaan biedt.