[1] "Hoe... hy vergat die geheele andere helft van 't
menschelyk geslacht, om de vraag alleen optevatten met het oog op de
dierlyke behoefte, op de allerplatste konvenientie van deze
helft? Foei! "
Het is de
moeite waard een bijbel ter hand te nemen en Mattheus XIX na te lezen
en te vergelijken met M.'s verbeterde versie, die hieronder volgt. Ik
zal dat ook doen, en citeren naar de King James vertaling,
zodat er enig onderscheid blijft. (Wie een Nederlandse bijbel wil
lezen beveel ik van harte een oude Statenvertaling aan, en raad ik
alle modernere versies af, was het alleen omdat de Statenvertaling
zeer veel meer invloed had dan de latere vertalingen, en veel beter
Nederlands is.)
Ondertussen heeft M. overwegend
gelijk - zoals de lezer hieronder kan nagaan - met z'n "Hoe...
hy vergat die geheele andere helft van 't menschelyk geslacht,
om de vraag alleen optevatten met het oog op de dierlyke behoefte, op
de allerplatste konvenientie van deze helft?".
[2] "In
veel wetgevingen van zoogenaamde zedemeesters - zie de mozaïsche - is
zy 'n zaak, 'n ding, 'n meubel, 'n koe..."
Dit is waar, maar
hetzelfde geldt de meeste mannen in de meeste oude
wetgevingen: Er was immers geen sprake van menselijke gelijkheid, niet
tussen man en vrouw, en ook niet tussen man en man.
[3] Wat betreft: "Hier
schynt het niet de moeite waard zelfs, met 'n enkel woord van die
verplichtingen te spreken!" Dit is minstens enigszins
misleidend: In Mattheus XIX vinden we Jezus' moraalleer voor iedereen,
zowel mannen als vrouwen, zoals we hieronder zullen zien.
[4] "Ziehier
'n andere lezing die 'k voorstel te leggen naast de oude. Ik wil zien
welke Christen den moed heeft die van Mattheus mooier te vinden!".
Uiteraard is M. hier zeer uitdagend
zeer ketters, of anders gezegd: zeer provocerend. Als gezegd zal ik
M.'s tekst vergelijken met de versie van Mattheus XIX in de King James
vertaling van de bijbel.
Ik volg de versnummers, en heb in
mijn html-redactie Multatuli's tweekolommige presentatie - kennelijk:
als in de Bijbel, zoals toen gebruikelijk - gevolgd.
(10) De eerste 9 verzen maken
duidelijk dat - volgens Mattheus - Jezus' tekst in antwoord kwam op
een vraag van farizeeërs:
(7) "They say unto him , Why did
Moses then command to give a writing of divorcement , and to put her
away?".
Onder de joden was scheiding namelijk
toegestaan onder voorwaarden, en heersten daarover verschillende
opvattingen over welke voorwaarden. Hier is Jezus' antwoord:
"(8) He saith unto them, Moses
because of the hardness of your hearts suffered you to put away your
wives: but from the beginning it was not so.
(9) And I say unto you: Whoever shall put away his wife, except it
be for fornication, and shall marry another, committeth adultery:
and whoso marrieth her which is put away doth commit adultery."
Kortom, terwijl er onder de joden
enige mogelijkheid was tot scheiden besloot Jezus dat scheiden
verboden was behalve wegens overspel, en dat weduwen niet mochten
hertrouwen. Dit zijn bepalingen die tot veel leed - als ongelukkige
huwelijken; als veel ongelukkige weduwnaars en weduwen gedwongen tot
sexuele onthouding - geleid hebben, zoals Jezus zelf heel goed had kunnen weten,
gezien z'n waarachtige inzicht in "the hardness of your hearts", immers ook
volgens God's almachtige wil. Merk overigens op dat hier nergens staat
dat vrouwen van hun mannen mogen scheiden: Er staat
alleen dat mannen van hun vrouw kunnen scheiden wegens
overspel.
We komen nu waar M. begon. In de King
James bijbel:
"(10) His disciples say unto him,
If the case of the man be so with his wife, it is not good to marry.
(11) But he said unto them, All men cannot receive this saying, save
they to whom it has been given.
(12) For there are some eunuchs, which we so born from their
mother's womb: and there are some eunuchs, which were made eunuchs
of men: and there be eunuchs, which have made themselves for the
kingdom of heaven's sake. He that is able to receive it, let him
receive it."
De betekenis hiervan is mij niet
geheel helder (als veel in de Bijbel), maar ik neem aan dat Jezus
bedoelde dat het niet iedereen gegeven is zich aan z'n regels te
kunnen houden, en dus feitelijk redeneerde als Mozes (zie vers (8))
Kontrasteer het bovenstaande met M.'s
versie:
"11) En hy
zeide tot hen: ik zegge u 't is den man goed te trouwen, opdat zyne
ziele geheel worde, en hy mensch zy.
12) En der vrouwe is 't goed te huwen , opdat haar ziel volmaakt worde,
en ze een mensch zy."
Hier wordt het huwelijk gepresenteerd
als een project tot wederszijds mens-worden of mens-maken, en is geen
sprake van het niet mogen huwen van weduwen en weduwnaars, en ook geen
sprake van overspel. En natuurlijk verwijst M. impliciet naar z'n
eigen idee 136.
In de bijbel begint nu een passage
die M. in zijn versie niet parallel behandelt:
(13) Then were there brought unto
him little children, that he should put his hands on them, and pray:
and the disciples rebuked them.
(14) But Jezus said, Suffer little children, and forbid them not, to
come unto me: for of such is the kingdom of heaven.
(15) And he laid his hands on them, and departed thence.
In plaats van over kinderen te
spreken zegt M:
13) Want de Heer
rustte niet na 't scheppen van den man. En hy schiep niet de vrouw
alleen, zonder man. Maar man en vrouw schiep hy ze, opdat de mensch
volmaakt zy.
14) Zoo wie eene rechterhand heeft en de linker mist, hy is niet
volmaakt. En wie eene linkerhand heeft, en niet de rechter, hy is
niet volmaakt. Maar den mensch is gegeven eene rechterhand en eene
linkerhand, opdat hy volmaakt zy.
15) En de rechterhand zegge niet, wat is u, linker... ik ben
de hand. Noch zegge de linkerhand tot de rechter, wat is u, ik
ben de hand. Want te-zamen zy ze volmaakt. Alzoo de man en de
vrouw.
Dit lijkt mij inderdaad zinniger dan
de joodse of Christelijke bepalingen hier behandeld: Man en vrouw als
gelijkberechtigd, en in staat elkaar te supplementeren en verbeteren.
In de bijbel arriveren we nu bij een
centrale passage uit de hele bijbel, die beging met de volgende
inleiding:
(16) And, behold, one came and said
unto him, Good Master, what good thing shall I do, that I may have
eternal life?
(17) And he said unto him, Why callest thou me good? There is none
good but one, that is, God: but if thou wilt enter into life, keep
the commandments.
Mijn eigen neiging zou zijn zo iemand
eerst te vragen wat ie met dat eeuwige leven aanwilde, en wat daar zo
wenselijk aan was, en overigens niet op te merken dat alleen
God goed is, want dan is er voor mensen geen hoop goed te kunnen zijn
- maar dit terzijde. Multatuli heeft op de plaats van deze verzen:
16) De rechterhand
gespt den gordel die noodig is. En de linker draagt de waterkruik
die gy noodig hebt. Wie z'n gordel verliest, en 't geld dat hy
daarin bewaarde, kan niet leven. En wie geen waterkruik meedraagt,
zal bezwyken. Alzoo de man en de vrouw.
17) Gy hebt gehoord dat er gezegd is: zy zullen één vleesch
zyn... doen niet hoereerders en overspeelsters ook alzoo? Waar is uw
huwelyk?
M.'s vers 16 diept de eerder gegeven
gelijkenis over de gelijkberechtigdheid en wederszijdse aanvulling van
man en vrouw verder uit, mij dunkt wat naïef, maar ook dát is bijbels.
In M.'s vers 17 wordt in feite verwezen naar het begin van Mattheus
XIX, waarin staat, in vers 5, over man en vrouw "and the twain shall
be one flesh". M merkt terecht op dat het zijn van één vlees - op z'n
Shakespeare's: het vormen van het beest met de twee ruggen - niet
wezenlijk kan zijn voor het huwelijk, dat veeleer een verbond tussen
twee menselijke individuen dan tussen twee menselijke lichamen is.
In de bijbel beantwoordt Jezus de
vraag naar welke geboden gehouden zouden moeten worden door goede
mensen:
"(18) He saith unto him, Which?
Jesus said, Thou shalt do no murder, Thou shalt not commit adultery,
Thou shalt not steal, Thou shalt not bear false witness.
(19) Honour thy father and thy mother: and thou shalt love thy
neighbour as thyself."
Dit is een morele code, en
hoewel Jezus hem verstrekt aan een vragende man is het
duidelijk dat de code bedoeld is voor zowel man als vrouw. Deze code
is overigens niet bijzonder bruikbaar:
Het in vers 18 gestelde is weliswaar
de moeite van het memoreren waard, maar is niet iets zonder hetwelk
enige mensenmaatschappij in stand kan blijven: Maatschappelijke omgang
tussen mensen verwordt tot strijd als men elkaar vermoord, elkaars
echtgenoten verleid, elkaar besteelt of elkaar beliegt. Ieder van die
dingen is mogelijk bij uitzondering en bij gelegenheid zonder dat een
maatschappij eraan kapot gaat, maar is niet in meerderheid en niet bij
voortduring mogelijk zonder dat de maatschappij ten gronde gaat. En daarom zijn
bepalingen als deze in iedere maatschappelijke legale code voor een
maatschappij van mannen, vrouwen en kinderen zus of zo terug te vinden
- zodat hun vermelding (bij goddelijk gebod!) meer in de orde van "trapt
geen open deuren in" is dan dat het bijzonder christelijk of religieus
is. En waarom trouwens - bijvoorbeeld - slavernij en
uitbuiting niet expliciet verboden bij zoveel morele open deuren?
Daarbij is er - in het zojuist
genoemde verband - nog een belangrijk probleem, zowel met deze code
als het hele Nieuwe Testatement: Als religieus geïnspireerde
literatuur geschreven door mensen is de bijbel bij gelegenheid
fraai (het boek Prediker bijvoorbeeld), en bij gelegenheid saai of
slecht - maar als woord van God (een onfeilbare, almachtige,
goedertieren God!) is het volledig ongeloofwaardig - en volgens het
Nieuwe Testatement is dit: "het Woord Gods" wat de bijbel zou zijn.
Bij kontrast met het nogal open
deuren intrappen van vers 18 is het in vers 19 voorgeschrevene
onredelijk. In de eerste plaats immers: Het eren van vader en moeder
kan nauwelijks verplichting zijn, en behoeft dat evenmin te
zijn als goede smaak verplicht is. Daarbij: Aangezien niet alle ouders
altijd goed zijn, behoren de ouders meer te doen dan alleen
kinderen maken om door deze geëerd te worden. Het hier verplichte
leest als "Hebt autoriteiten lief omdat het autoriteiten zijn (en niet
omdat ze erin slaagden goede autoriteiten te zijn)".
En in de tweede plaats: Dat men z'n
naaste lief moet hebben als jezelf is een gebod dat nauw
verwant is aan: Wie eeuwig zalig wil worden - die tekene vierkante
cirkels. Het gebod is ófwel totaal onmogelijk voor doorsnee mensen,
zoals het de Heer heeft beliefd deze te maken, ófwel verdient een
toelichting ter dikte van de bijbel om begrijpelijk te worden - en ook
dan zal het weinigen gegeven zijn elkaar te beminnen zoals ze zichzelf
beminnen, omdat ieder mens alleen zichzelf voelt, en als
individu lijdt, streeft en geniet. Kortom: Non posse nemo
obligatur, en het hier gebodene is vrijwel iedereen volkomen
onmogelijk (behalve bij zeldzame uitzondering, en dan alleen - voor
mannen - in de
vorm "bemin uw buurvrouw als uw eigen vrouw of intenser").
Multatuli heeft op de plaats van deze
versnummers:
18) Gy hebt
gehoord dat er gezegd is: vleesch van myn vleesch, been van myn
been... doen niet de dieren des velds ook alzoo? Waar is uw
huwelyk?
19) Zoowaar uw God is een God van waarheid, zoowaar zegge ik u, gy
man en gy vrouw, huwt in de waarheid, opdat gy geen leugen kweekt.
Hij vervolgt dus in feite z'n kritiek
op het gebod geen overspel te plegen als essentie van het huwelijk of
als grond tot scheiding (geheel conform z'n eigen huwelijken), en komt
met het fraaie: "gy man en gy vrouw, huwt in de
waarheid, opdat gy geen leugen kweekt." - dat niet vaak gevolgd
wordt, want de grote meerderheid der huwelijken is gebaseerd op
driftnood, misleiding, hypocrisie, onwetendheid en overige
gebruikelijke menselijke zwakheden.
In de bijbel hebben we vervolgens dit:
(20) The young man saith unto him,
All these things have I kept from my youth up: what lack I yet?
(21) Jesus said unto him, If thou will be perfect, go and sell that
thou hast, and give to the poor, and thou shalt have treasure in
heaven: and come and follow me.
(22) But when the young man heard that saying, he went away
sorrowful: for he had great possessions.
(23) Then said Jesus unto his disciples, Verily I say unto you, That
a rich man shall hardly enter into the kingdom of heaven.
Dit is de parabel van de rijke
jongeling, waar Multatuli herhaaldelijk naar verwees. Het gestelde is
psychologisch plausibel, in dat er sprake is van "treasure in heaven"
in de toekomst die de rijke jongeling niet wenst op te geven voor z'n
rijkdom hier en nu. In plaats hiervan heeft M. dit, in vervolg op het
door hem hiervoor gestelde:
20) Zoowaar uw God
is een God van geest, zoowaar zegge ik u, gy man en gy vrouw; huwt
in den geest, opdat niet de jongen van de dieren des velds zeggen
tot uw kroost: wy zyn u gelyk.
21) Zoowaar uw God is een God van liefde, zoowaar zegge ik u , gy
man en gy vrouw, huwt in liefde, opdat gy kinderen voortbrengt die
geteeld zyn in liefde.
22) Gy man, plooi niet in den tempel uw mond naar de wyze der
rabbi's, als proefdet gy zoeten wyn, en spreek niet tot uwe vrouw,
als ware er alsem op uw tong.
23) Wie wysheid spreekt in den tempel, en dwaasheid geeft aan zyne
vrouw, is een dief.
Merk op dat M. opnieuw onderstreept
dat een werkelijk huwelijk een band tussen menselijke individuen is,
en geen fokverbond van lichamen.
De bijbel vervolgt aldus:
(24) And again I say unto you, It
is easier for a camel to go through the eye of a needle, than for a
rich man to enter into the kingdom of God.
(25) When the disciples heard it, they were exceedingly amazed,
saying, Who then can be saved?
(26) But Jesus beheld them, and said unto them, and said unto them,
With men this is impossible; but with God all things are possible.
(27) Then answered Peter and said unto him, Behold, we have forsaken
all, and followed thee; what shall we have therefore?
Dit - "exceedingly amazed" - is
opnieuw tamelijk plausibel, zij het nogal ongeloofwaardig voor
"disciples". Wat geheel plausibel is, is de vraag van Petrus: Wat
brengt het óns op? Daarover hieronder meer - hier zijn Multatuli's
overeenkomstige versnummers:
24) Wie heeft u
geroepen in den tempel? Gy kwaamt opgeroepen. Maar aan uwe vrouw
hebt gy liefde beloofd. Daarom opende zy, op u vertrouwende, haar
schoot.
25) En gy, vrouw, onteer niet uwen man door te zeggen: heer! Want
als ge uzelve verlaagt, verlaagt gy hem die met u één is. Neem van
zyn pad wat gy kunt, opdat hy niet struikele.
26) Doch ik zegge u dit, niet sprekende als tot eene slavin, maar
opdat gyzelve niet valt, waar hy gestruikeld is. Want gy zyt één.
27) De vrouw zal verantwoorden voor den man, en de man voor de vrouw,
want ze zyn één.
Dit gaat tegen de gebruikelijke
achterstelling van de vrouw in het huwelijk in. Het is overigens wel
zo dat deze "eenheid" eerder metaforisch en juridisch dan werkelijk
is, en dat een werkelijk goed huwelijk zeldzaam is, en al is het
gebaseerd op wederszijdse liefde z'n inhoud krijgt in wederszijdse
vriendschap. (In dit verband een Amerikaanse definitie: You know
what's tragedy? Men love women; women love children; children love
animals.)
We komen nu bij de laatste versen uit
Mattheus XIX:
(28) And Jesus said unto them,
Verily I say unto you , That ye which have followed me, in the
regeneration when the Son of man shall sit in the throne of his
glory, you also shall sit upon twelve thrones, judging the twelve
tribes of Israel.
(29) And everyone that hath forsaken houses, or brethren, or
sisters, or father, or mother, or wife, or children, or lands, for
my name's sake, shall receive an hundredfold, and shall inherit
everlasting life.
(30) But many that are first shall be last; and the last shall be
first.
Kortom, de beloning waar Petrus om
vroeg is verheffing en glorie en eeuwig leven, en iets als wie het
laatst lacht lacht het best. Wat het eeuwig leven zo bijzonder of
aantrekkelijk maakt wordt geheel niet uitgelegd, trouwens.
Multatuli heeft op overeenkomstige
plaatsen dit:
28) Wie zyner vrouw
tarwe geeft dat zy koeken make, éét van die koeken. Zy is den man
geen dank schuldig. Doet niet de broeder ook alzoo? Waar is uw
huwelyk?
29) De vrouw die koeken bakt, dat de man ete, éét van die koeken. De
man is haar geen dank schuldig. Doet niet de zuster ook alzoo? Waar
is uw huwelyk?
30) Maar zoo wie eene ster ziet, zegge tot zyn beminde: zie die ster,
en verheug u! En de vrouw die eene aandoening heeft van vreugde,
deele die met haren man. 't Is zyn eigendom, en zy verliest niet
door 't deelen. En waar de man smart voelt, deele hy die met de
vrouw, opdat zy niet vrage: ben ik beneden uw gevoel?
Zijn tekst loopt door tot vers (46).
Ik ligt er twee dingen uit. Eerst dit:
"En hy zeide:
de tempel is vol nieuwigheidszoekers die den mensch verdeelen in
lichaam en ziel. En zy antwoordde: deze dingen zyn my te hoog, ik wil
niet verdeeld zyn, ik spin."
Dit is in feite een argument voor
atheïsme en op deze plaats aardig. (Overigens: Voor wie voor "ziel"
leest "ervaring" heeft een soortgelijk probleem: Hoe kan ervaring
ontstaan uit samenstellende delen - atomen, moleculen, electrische
stroompjes - die geen ervaring zijn of hebben?)
En dan M.'s slot, eindigend met "Maar
de discipelen begrepen hem niet." - wat voor alle
voorgangers van betekenis lijkt te gelden: Nooit heeft een werkelijke
volgeling z'n voorganger meer dan partieel en onvolledig begrepen -
was het anders dan was de volgeling geen volgeling. Er zijn
proportioneel heel weinig originele individuen met karakter, moed en
hersens; het grootste deel van de mensheid zijn volgelingen.
Tenslotte, om dit kommentaar af te
sluiten:
Multatuli was behoorlijk tevreden
over z'n tekst, en leidde deze dan ook in met "Ziehier
'n andere lezing die 'k voorstel te leggen naast de oude. Ik wil zien
welke Christen den moed heeft die van Mattheus mooier te vinden!".
Ik ben geen Christen, en merk alleen op dat het aantal wereldberoemde
epigrammen van Mattheus in de geciteerde tekst groot is, en dat
althans hier de bijbelse auteurs strikt en alleen wat de stijl
betreft Multatuli hier overtreffen naar mijn smaak.