Ik zat te peinzen, en ontving een brief van m'n
vrouw. De kinderen waren wel, en ze verzocht my om 'n geloofsbelydenis.
-Ze zeggen dat ik 'n slecht mensch ben, schreef ze, als ik niet binnen
drie dagen 'n geloofsbelydenis afleg. De kinderen zyn wel, maar wàt
moet ik belyden? Ze zeggen, ik moet toch iets geloven, iets
weten, iets belyden. Max, geef me toch 'n geloofsbelydenis. Ik
kan 't hier anders heus niet langer uithouden. De meiden zien er me op
aan, dat ik geen belydenis heb. En kleine Max vraagt me: "wat is
toch 'n heiden, mama? Jansje wilde my geen boterham geven, en zei:
ik was een heiden." Maar overigens zyn de kinderen wel.
Ik antwoordde dat ik geen geloofsbelydenis geven kon, dat ikzelf er geen
had. Zy schreef daarop:
-Lieve Max, om godswil, zeg me wat ik belyd. Ik geloof niet
"in" den bybel, zoals ze dat noemen. Dat is wèl, zeggen ze,
maar de Natuur! Ook in de Natuur heb ik God niet gevonden,
en dat nemen ze my kwalyk. Ze zeggen dat Sirius zo ver van ons is, en
dat 'n klein beestje nog andere beestjes op zich draagt. Dit komt my wel
onzindelyk voor, en ik vind dien afstand van Sirius wel lastig voor wie
'r heen moet, maar in dat alles vind ik God niet. Lieve Max, de
kinderen zyn wel, maar help my.
Ik antwoordde nog eens dat ik geen geloofsbelydenis geven kon, dat
ikzelf er geen had. Zy schreef weer, en weer, en altyd hetzelfde.Toen
werd ik driftig. Niet om haar verzoek, maar over de oorzaken die zo
wreed daartoe drongen.
En daarop heb ik de "Geloofsbelydenis" geschreven, die
ge kunt vinden in den Dageraad, als ge slecht en goddeloos genoeg
zyt er naar te zoeken in dat tydschrift. *)
Maar als ge 't vindt en leest, bedenk dan dat die belydenis 'n wanhopige
poging was om rust te geven aan m'n vrouw, en een boterham aan m'n
kleinen heiden.
Want - 'n bekentenis! - de eerste regel de beste van die belydenis is
een onwaarheid.
Ik weet niet of er een vader was. **) Ik
weet niet of die vader de scherpzinnigheid van z'n kinderen
beproeven wou.
Maar als men dan heenstapt over den eersten regel, dan volgt de rest
vanzelf. Meer weet ik er niet van te zeggen.
*)
Ze
is later opgenomen in de Verspreide Stukken.
**) Lees in-plaats van: "Ik weet niet"
ik ontken!
Dit idee berust op een waarachtige
historie, en leidde tot M.'s eerste publikatie. De "Ze" was
vooral M.s broer Jan, en de "Geloofsbelydenis"
staat ook op deze site.
't Is overigens interessant dat M. zich
in circa 2 jaar ontwikkelde van iemand die ontkende Christen te zijn en
grote twijfels had over het geloof tot een expliciete atheïst. Het
"Gebed van 'n onwetende"
is een fraaie illustratie van M.'s redenen voor z'n twijfel, en voor z'n
latere atheïsme.
|