Ik woon by 'n banketbakker.
- Ik eet nooit van die dingen, zei de juffrouw, en zy wees op de
taartjes, want u begrypt, m'nheer, als men 't zelf maakt, en zo altyd
daarby is, en die dingen altyd zoo voor z'n oogen en onder den neus
heeft, dan begrypt u... nietwaar, m'nheer..., ik eet liever ham... maar
van die dingen eet ik nooit, weet u?
Ik zei dat ik 't wist, en ging naar boven. Daarop schreef ik 't is me
onmogelyk een roman te lezen. Ik eet liever ham, net als de juffrouw.
Reden: Wie zo goed schrijft en denkt als
M. moet veel geschrijf en gedenk walgen.
|