Ik bied 'n vel druks voor een goed voornaamwoord
van de tweede persoon. Maar er mag geen g in komen. Ook geen ij,
noch y. Ook geen ou.
U is goed als akkusatief. Maar als nominatief is 't een lelyk
woord, en verraadt z'n possessieven oorsprong. U is, beduidt: de
Edelheid van U is; uwe Edelheid is, U.E.D. is, U.E. is, uwee is.
Ja, voor 'n goed nominatief pronomen, tweede persoon, geef ik 'n
vel druks, en wel twee. En, als men er op staat, zonder één g
er in, die zoo lelyk is in ons schoon hollandsch.
Ik durf nog niet schryven 'hollans' maar er zal 'n tyd komen dat ik het
durf.
Hij of hy is ook niet mooi, tenzy er een klemtoon op valt.
Melis Stoke en ik vinden "zegt-i" en "doet-i" goed.
Komaan, laat ons dat doen..... we winnen daardoor kracht in hy:
Neen, zegt-i snel, wat-i wil, wil-ikzelf,
omdat hy dat begeerd heeft.
Wat-i denkt,
wat-i zegt, wat-i doet,
werd in zyn ziel geboren... doet Hy!
In 't gemis aan 'n
bruikbaar voornaamwoord voor de tweede persoon, meen ik een der by-oorzaken
te vinden, van de moeilykheid om 'n goed hollandsch drama te
schryven. 't Spreekt vanzelf, dat de hoofdoorzaak dieper zit. Deze
soort van litteratuur zal ten-onzent nooit bloeien. Ik hoop hierop
breedvoerig terug te komen. 't Is te vrezen dat ook het Tooneelverbond,
jammer genoeg, stroo dorscht.
Wat overigens die ontbrekende tweede persoon aangaat, in Zweden lydt
men aan 't zelfde euvel. Voor vele jaren heeft de kroonprins van dat
ryk - ik meen de tegenwoordige koning - getracht 'n bruikbare tweede
persoon in de spreektaal intevoeren, maar 't is hem niet gelukt.
En wat onze g betreft, ze wordt nog altyd overal verscherpt tot ch. Zoo ook hoort men slechts zeer zelden de
v behoorlyk
uitspreken. Byna altyd maken wy er een f van.
De tyd waarin we 'mens' en 'hollans' (zonder staart) mogen schryven is
gekomen en - wat my betreft - reeds voorby. By de korrektie dezer
uitgaaf veroorloof ik me weinig afwykingen. Ik heb zeer veel op de
tegenwoordige spelling aantemerken, maar indien ik alles veranderde
wat me niet goed voorkomt, zou m'n werk er vreemd uitzien. Dit
vreemde zou misschien sommigen afschrikken, en daaraan mag ik de
verspreiding myner Ideeën niet opofferen. Dus: vroolyk...
godbetert! Maar onder protest!
Waarom
niet eens-voor-al de klinkers die 'n lettergreep sluiten, ontlast van
die gekke verdubbeling? Zyn we er ongelukkiger om, dat we sedert een
halve eeuw jaren en uren met één a en één u
schryven?
Het is een feit dat wat
buitenlanders het meest opvalt aan het Nederlands de inderdaad lelijke
"g" is.
En ikzelf schrijf vaak "ie" (omdat
ik "i" als in "ik" neig te lezen, en "ie"
als in "iets"), en dank dat, en veel andere opvattingen, aan
M.
Zie 36,
37, 38.
Ik merk nog iets op over
spellingshervormingen, aangezien er pas weer één achter de rug is,
waarvan ik het fijne niet weet, en volgens welke ik niet
schrijf.
Eerst waarom ik het fijne er niet van
weet: De allemaal zeer hooggeleerde Neerlandici die de
hervormingen wensten door te voeren hadden daar zogeheten "semantische
argumenten" voor die volledig losgezongen waren van alle logica.
Ik heb al zeer lang geleden besloten geen regels voor het Nederlands
te leren die nergens uit af te leiden zijn behalve door ze op te
zoeken in een speciaal boekwerk, en dat geldt ook deze
spellingshervorming.
En tweeds: De absoluut enige personen
die geholpen zijn door spellingshervormingen zijn Neerlandici die ze
tegen veel geld mogen bedenken, en uitgevers, die de boeken mogen
uitgeven waarin zinloze en onbegrijpelijke regels opgezocht moeten
worden door iedereen die liever pedant-conformistisch dan
verstandig-nonconformistisch is.
Er zijn dan ook de afgelopen 100 jaar
honderden miljoenen guldens en man- en kind-uren vergooid en verdiend
aan telkens weer een spellings-hervorming. En zoals ik eerder opmerkte:
Het enige waar dit goed voor is - of
slecht, al naar verkiezing - is het effectief onmogelijk
maken van het lezen van alles wat Nederlands was en 50 of meer jaren
in het verleden gedrukt werd.
|