We hebben n's teveel als slotletter. En dit moet
minder worden, juist omdat er nog een bykomt, de ephelkustische, die wy
niet kunnen missen. Maar hondjeN met houteN staartjeN hoeft niet.
*)
Ja, al hadden wy gebrek aan slot-n's, dan nog is dat houtig énnerig
staartjeN van de diminutiva niet te verkiezen. En al was 't mooi, het
kwispelt niet, omdat het nu eenmaal niet leeft dat styve
staartjeN.
Zeg eens: "Kom hier, meisjeN!" Ik ben zeker, dat ze wegloopt,
en ze heeft gelyk.
Wat niet leeft, deugt niet.
Roep eens: "geloof me o mensch... CH!" Zoo'n mensch zal wat
gelooven, ja, maar hy zal niet U geloven. Hy zal gelooven dat ge
een vervelend mens C H zyt.
*) Waar 't volgend woord
met 'n vokaal begint, en van 't voorgaand diminutief niet gescheiden
is door 'n leesteken, kan die n geen kwaad. Misschien is 't
goed hem daarom aantehouden, en niet om het duitse chen na te
praten, waarmee we niets te maken hebben.
Meer spelling, waarover als eerder zie 36,
37, 38.
Er is ook het volgende punt, dat mij
bijzonder duidelijk werd gedurende de gelukkig mislukte pogingen tot
spellingshervormingen aan het eind van de 60-er jaren, toen het Politiek
Correct werd in Linkse Kringen om over "verrukkullukkuh odeklonje
door revoolusjonere proossessuh" e.d.
te schrijven, omdat "men" zó en niet anders zou spreken:
Althans ikzelf blijk zeer te hangen aan
een
eenmaal ingesleten woordbeeld, en ik denk dat dit voor zeer velen
moet gelden, omdat men anders immers in het geheel niet meer kan spellen.
En ik lees zeer veel langzamer dan ik anders doe, wanneer ik telkens
gedwongen word mij af vragen welke klanken de schrijver deze keer weer
valselijk aan het nabootsen is met maximaal 26 letters. (Idem, wat
"menschen" en "mensen" aangaat: Ikzelf, die niet
als M. opgevoed is met "mensch" in 't Nederlands en Gotische
letters voor Duits, denk altijd eerst aan Duits als ik plotseling
"mensch" lees, eenvoudig omdat ik het daaruit ken.)
|