Als ik schrijf "produKt", "aKKlimatisatie"
enz. bedoel ik daarmee niet dat die woordeN zoudeN moeteN wordeN
geschreveN met'n K, die slecht 'n C is met 'n stokje.
Eigenlyk zou ik moeten stemmen voor C, omdat die gemakkelyker is, en
kleiner. Maar als ik eenmaal een K gezet heb, laat ik die staan. Dat is
tuchteloosheid.
Tuchteloosheid werd my
in de Wetenschappelyke bladen door den heer Buys in z'n
beoordeling van den Havelaar verweten. Voor zoover dit het boek
aangaat, heb ik er vrede mee. Het gelykt op geen enkel model, zoo min
als deze Ideeën. Wat de persoon van Havelaar betreft, hy
sprong juist voor 't handhaven van tucht in de bres, 't geen hem werd
kwalyk genomen, door den zeer tuchteloozen Van Twist, die Havelaars
instruktiën niet scheen te kennen en z'n eigen plichten met voeten
trad.
Dat ik overigens als schryver my niet stoor aan akademische
voorschriften, is de zuivere waarheid. Ik hoop te bewerken dat die
voorschriften zich eenmaal aan my zullen storen. Mocht dit het geval
worden, dan waarschuw ik ernstig tegen navolging. Men meene toch in-godsnaam
niet dat er oorspronkelykheid ligt in 't naäpen van...
oorspronkelijkheid. 51
is immers duidelijk?
Zie mijn opmerking bij 36,
37, 38.
Overigens: In de VW van Uitgeverij van
Oorschot is van deze en andere Multatuliaanse spelregels een totale
puinhoop gemaakt, die het onmogelijk maakt de in de VW gepubliceerde
IDEEN te accepteren als Multatuli's IDEEN: Wat in de VW van
Uitgeverij van Oorschot te vinden is als "Multatuli's IDEEN"
zijn Stuiveling's zorgvuldige, uitgebreide, wrede verkrachting,
verminking en misrepresentatie ervan.
Wie de IDEEN wil lezen zoals Multatuli
ze werkelijk publiceerde zal zich antiquarisch de Garmond-uitgave
van z'n Verzamelde Werken moeten aanschaffen, die bezorgd werd door z'n
weduwe, fraai oogt, prettig leest, en in mijn html-uitgave gevolgd wordt.
M.'s opmerking "Dat
ik overigens als schryver my niet stoor aan akademische
voorschriften, is de zuivere waarheid. Ik hoop te bewerken dat die
voorschriften zich eenmaal aan my zullen storen"
is
interessant, o.a. vanwege de vraag wat nu de feitelijke invloed van
z'n schrijven was.
Een beredeneerd zinnig
antwoord op deze vraag is zeer moeilijk, vooral omdat M.'s feitelijke
invloed meestal indirect en individueel was, en hij uiteindelijk
alleen werkelijk intelligente mensen kon bekoren, waarvan er, niet
alleen in Nederland, altijd maar heel weinig zijn. Helaas - zowel voor
de dommen als de intelligenten.
|