By 't beschouwen van een
kunstwerk, by 't schatten eener uitstekende daad, by 't beoordelen van
een uitgedrukte gedachte, leg ik myzelf altyd de vraag voor: wat is er
omgegaan in de ziel des kunstenaars, van den held, van den wysgeer, om
dat ideaal te scheppen, om tot die daad te besluiten, om die gedachte
voorttebrengen, en ze vorm te geven als denkbeeld? Dat is: ik vraag,
hoe de ziel bevrucht werd? Welke toestanden ze doorliep by dracht en
verlossing?
Welnu, de geschiedenis eener groote conceptie roept me altyd de tekst
toe: met smart zult ge kinderen baren! (57)
Als 'n graankorrel spreken kon, zou ze klagen dat er smart ligt in 't
ontkiemen.
Helden, artisten en wysgeren zullen me begrypen en de klacht van die
graankorrel verstaan.
Dit lijkt me nogal
romantisch, vooral waar het artiesten betreft. Er is namelijk behoorlijk
veel - inderdaad gewoonlijk niet bijzonder uitnemend, maar daarom nog
niet geheel alledaags - artistiek talent dat de artiest
betrekkelijk weinig moeite kost.
Wat wèl zo is dat wiens
waarden en ideeën afwijken van de doorsnee alleen daardoor vaak groot
gevaar loopt, zodat het uitdragen van ongebruikelijke waarden en ideeën
vaak veel moed kost. Wie afwijkt tussen mensen, hyena's en overige in
horden levende dieren wordt gediscrimineerd door de conformistische
doorsnee, zogenaamd voor z'n eigen bestwil. Zie 423,
447.
En dit is een IDEE waar M.
vaak naar verwijst, ook in z'n eigen correspondentie.
|