Wanneer ik heden iets beweer dat me
morgen anders toeschynt, zal ik u dat zeggen vóór overmorgen. Ja, ik zal een
teekening die me onjuist voorkomt, uitwisschen met meer spoed dan ik maakte
in 't teekenen.
Dat is een nobel
streven - maar een schrijver mag het overlaten aan z'n publiek zelf na te
denken, al is de hoop dat "publiek" dat ook goed doet vrijwel zeker
vrijwel altijd ijdel. (541)