Het beslissen by meerderheid van
stemmen is 't recht van den sterkste in der minne. Het beduidt: áls we
vochten, zouden wy winnen...laat ons 't vechten overslaan.
Dit stelsel leidt dus niet zoozeer tot waarheid als tot rust.
Doch slechts voor 't oogenblik, en palliatief. Want de leden der minderheid
hebben meestal 't recht vóór zich, en zyn sterker, niet zoozeer uit besef van
dat recht, als door meer geslotenheid en scherper prikkel tot inspanning.
Wanneer de minderheid aangroeit tot meerderheid, verliest ze aan specifieke
waarde wat ze wint in uitbreiding of aantal. Ze neemt al de fouten over van
de verslagen tegenstanders die, op hun beurt weer, deugd scheppen uit
nederlaag.
De slotsom is treurig.
De eerste alinea
is bijzonder goed en scherp geformuleerd, en - indien gepraktiseerd - pleit
het vóór de sterkste partij, die kennelijk inziet dat het uitmoorden,
opsluiten, of vervolgen van de zwakkere partij niet bijdraagt aan mede-menselijkheid,
geluk of beschaving, of althans het uitbuiten en bedriegen makkelijker maakt.
(Loonslaven zijn vaak goedkoper dan echte slaven.)
Dat dit stelsel
"rust" als doel en gevolg heeft eerder dan waarheid is ook waar, evenals de
kennelijke suggestie - ook gezien de voorgaande stellingen - dat meerderheden
het bij het verkeerde eind plegen te hebben, zodat de verlangde rust door
zich neer te leggen bij meerderheid van stemmen gekocht wordt door foute
beslissingen. Dit is wellicht M.'s bedoelde treurige slotsom, waarvoor de
rest van de redenering minder relevant is (en een beetje te mechanisch en
simpel om geloofwaardig te zijn).
Dat de leden van
een minderheid "sterker"
zouden zijn dan de meerderheid, door welke oorzaak ook, lijkt mij overwegend
romantische onzin, van het soort "uiteindelijk overwint de waarheid",
en bovendien gelukkig vaak onwaar: minderheidsstandpunten lijken een even
grote kans op onredelijkheid te hebben als meerderheidsstandpunten, behalve
wanneer het een minderheid betreft die zich speciaal bekwaamd heeft wat
betreft het onderwerp van meningsverschil.
Wat wèl zo is, kennelijk, is dat leden van een minderheid vaak wat moreler
zijn dan de leden van de meerderheid waar ze zich tussen bevinden.
Dit heeft
verschillende redenen waarvan de voornaamste is dat het deel zijn van de
meerderheid inzake maatschappelijke en ethische vragen geen enkele moeite of
inzet kost, buiten na-aperij en gehuichel, en meestal voordelen biedt. Het eerlijk-moreel-zijn
is dus meestal weggelegd voor wie afwijkt van de norm, want de norm wordt
altijd gehandhaafd door massaal gehuichel of laf conformisme.