|
Idee 1.
|
Het is nodig een aantal verklarende en kritische toelichtingen bij deze eerste fraaie paradox te plaatsen, die alles van doen hebben met hoe - tsja - Nederlands-lezenden met waarheid en waarachtigheid plegen om te gaan. 1: Vanuit logisch oogpunt is Idee 1 anno 2001 nog steeds niet behoorlijk analyseerbaar: Er is geen logika die alle zelf-referenties en paradoxale implicaties van Idee 1 adekwaat kan weergeven en analyseren. 2: Afgezien van logische en wiskundige analyses, en ongeacht de rhetorische fraaiheid als paradox: Een probleem met deze stelling is vooral meerduidigheid. Want wat is het bereik van "Misschien" van "niets" van "zelfs" van "dat" en van "niet" - dat is: op precies welk deel van de rest van de bewering slaan deze termen? Daarbij: wat zijn de veronderstelde betekenissen van "waar" en "geheel", en van "misschien"? (Trouwens: Er wordt in ieder geval betekenissen verondersteld door iedereen die iets van dit idee meent te kunnen lezen met enig begrip.) 3: Omdat de antwoorden op deze vragen in het geheel niet duidelijk zijn is geheel niet duidelijk wat idee 1 zegt. Dat is misschien jammer. Aan de andere kant: vanuit rhetorisch oogpunt is het een geslaagde eerste stelling, want het zet de lezer aan het denken over fundamentele vragen als
en meer persoonlijke als
en meer, die later een rol zullen spelen. 4: Ikzelf geloof niet dat de eerste helft van idee 1 - dus: "Misschien is niets geheel waar" - waar is, en ik geloof evenmin dat M. dit geloofde, gezien z'n veelbeleden geloof in waarheid en waarachtigheid, dat ik deel. Terzake dus.
Een voorbeeld zijn de beweringen "il pleut", "es regnet" en "it rains" die alle drie het idee uitdrukken dat het regent. Nu, een bewering die een idee uitdrukt is waar indien wat het idee betekent in werkelijkheid ook bestaat - en die werkelijkheid màg een fantastische werkelijkheid mag zijn, zoals die van de wereld geschetst door Homerus, die van de wereld geschetst door Conan Doyle etc. indien dit expliciet aangenomen is.
De waarheid over iets, en helemaal de volledige waarheid over dat iets, is gewoonlijk moeilijk vast te stellen, en vergt een zekere mate van afwezigheid van vooroordeel en aanwezigheid van logische vermogens in wie die waarheid wil leren kennen. (Zie ook 11, 94.) De waarachtigheid van mensen laat gewoonlijk zeer veel te wensen over - en maakt het waarheid-vinden over mensen veel moeilijker dan het anders zou zijn, omdat er vaak groot maatschappelijk voordeel schuilt in huichelen en zich anders voordoen dan men werkelijk denkt en voelt. Zie bijv. mijn kommentaar bij 74, 116, 136, 276 en 423. 5: Over het zojuist kort behandelde kan nog zeer veel gezegd worden - dat de lezer dan ook in de tekst die volgt gedeeltelijk zal vinden - maar ik zal deze opmerkingen afsluiten met een korte aangave van waarheden die ieder denkend mens kent en begrijpt: De reden waarom "Misschien is niets geheel waar" niet waar is, is zeer elementair, maar wordt vaak overzien door zichzelf voor scherpzinnig houdende quasi-denkers:
Bovendien weet ieder menselijk spreker over ieder menselijk spreker over tal van omstandigheden en situaties wat mensen - en andere dieren - pijnigt en pleziert, en weet ieder menselijk spreker dat men alleen kan spreken en doen en laten op basis van aannames, die bovendien in beginsel vrijelijk bediscussieerd en gekritiseerd kunnen worden door andere sprekers van de taal, die daarin vrij zijn andere aannames te maken. Kortom: Hoewel zeer veel onbekend en zeer veel twijfelachtig is, zijn precies dit waarachtige inzichten die alleen kunnen bestaan omdat, naast het zeer vele dat onbekend of twijfelachtig is, sommige zaken, zoals de gronden voor het waarachtig begrijpen en met redenen betwijfelen, niet onbekend zijn - zoals ook kennis van de betekenis van vele woorden van de taal waarin men spreekt aan weinig redelijke twijfel onderhevig is.
Ik gebruik de term "waarachtig" hier trouwens in de zin "overwegend waar", en niet in de meer psychologische zin hierboven. En afsluitend verdient het opgemerkt te worden dat hier verschillende fundamenteel menselijke vermogens en onvermogens liggen die onvoldoende onderkend en begrepen zijn: Het menselijk taalvermogen en het vermogen taal logisch en wiskundig te gebruiken zijn voor een groot deel eerder vaardigheden dan bewuste kennis. Voor ieder mens die een natuurlijke taal kent is het eenvoudig en vanzelfsprekend daarin te spreken en redeneren, en moeilijk en problematisch de grammatica van z'n eigen taal, de definities van de woorden die hij gebruikt, en de gevolgtrekkingregels van de redeneringen en argumenten waarop ie bouwt en vertrouwt helder en expliciet weer te geven. Desalniettemin: 't Zijn van een spreker (lezer, begrijper, schrijver, kenner) van een natuurlijke taal impliceert een grote hoeveelheid kennis over en vaardigheden in het gebruik van die natuurlijke taal, en van mensen die de taal spreken, en de wereld waarin ze menen te leven, en het is de capaciteit en hoedanigheid spreker van een menselijke natuurlijke taal te zijn die een dier tot mens maakt, en een mens tot mens onder de mensen.
|
|
Idee 1.
|