AAN DEN UITGEVER.
Waarde D'ABLAING !
Neen, er zal
niet gezegd worden dat niemand beproefde den vloek te bezweren die er rust op
het Volk. 't Zal niet gezegd worden dan niemand de ziekte aantastte, de
rottende ziekte waaraan dat Volk lydt: de LEUGEN. Ik zal doen wat ik kan. [1]
Ik verzoek u de
uitgaaf op u te nemen van 'n werk dat ik zoo-even bedacht heb. Ik zal u elke
week 'n vel druks leveren. Ja, als ik 'n kamer heb waar ik rustig zitten kan,
twee vellen in de week. Ik verbind my voorlopig te schryven van
zes-en-twintig vellen, dat is dus - als ik geen goede kamer heb - voor een
half jaar. [2]
Geef dat uit naar uw goeddunken. By
inteekening, zonder inteekening . . . voor veel geld, voor weinig geld . . .
het scheelt my niet.
Ik zal in dat schryven
trachten naar WAARHEID.
Dit is m'n program. Dit is m'n eenig program.
Ik zal geven: verhalen, vertellingen,
geschiedenissen, parabelen, opmerkingen, herinneringen, romans,
voorspellingen, mededeelingen, paradoxen . . .
Ik hoop dat er 'n idee zal liggen in elk verhaal,
in elke mededeeling, in elke opmerking.
Noem dus m'n werk: IDEËN. Anders niet. [3]
En schrijf er boven: "een zaaier ging uit om te zaaien."
Kondig het terstond aan. Dat werk
zal de vaan wezen die ik ophef en hooghoud: parceque suivre bannière ne peux!
[4]
Aldus schreef Multatuli vrij tegen
het eind van z'n "Over vryen-arbeid in Nederlandsch INDIË", dat
gedateerd is "Amsterdam, 25 Jan. 1862".
Het boven geciteerde "AAN DEN UITGEVER" staat nogal maar niet
geheel plotseling midden in de tekst, want wordt voorafgegaan door de
volgende woorden - die eveneens voorzien zijn van klikbare noten tussen
vierkante haken van mijn hand:
En nu, dunkt me, kan
ik overgaan tot het derde gedeelte myner preek, waarin ik eenige
beschouwingen wensch medetedelen...
Naar den duivel met die preêk en die
beschouwingen in 'n derde-deelig lystje! Naar den duivel met uw gareel waarin
'k niet loopen wil, gy die geen paard begrypt zonder juk, gen leest zonder
keurslyf, geen taal zonder spraakkunst, en geen waarheid zonder peperhuis,
waarin ze licht opgerold, toegevouwen, platgedrukt, inééngefrommeld, als 'n
theater-affiche van den vorigen keer! [5]
Naar den duivel met uw
schoolmeestery, gy die meent dat schryven of spreken iets anders is dan 't
weergeven van de indrukken der ziel! Gy die dáárom van de ziel 'n talent hebt
gemaakt, om uw aangeleerd, verschoold talent voor ziel door te doen doorgaan,
en alzoo dat talent te maken tot grondstof van 'n beroep "dat wat
gééft!" [6]
Voort . . . terug naar
de schoolbank, gy meesters in dingen die men niet leert, gy volleerden in
zaken die gehadt moeten voelen, vóór gy iets leerdet! Weg preêkers,
babbelaars, redevoeringshouërs, preek- praat- redeneer- vertoog- pleit-
verhandel-kramen, à raison van zooveel woorden in 't uur, van zooveel centen
't woord! Weg handelaars in de waarheid, tegen honderd liters in de minuut.
Debitanten en splitters van gevoel in volzinnen groot en klein, by den emmer
en by 't maatje . . . [7]
Gy hebt het Volk
bedorven! Gy, schriftgeleerden, gy, gy, gy . . .
Gy, met uw gepraat over dingen
die vanzelf spreken. Gy, met uw gepraat over dingen die in 't geheel niet
spreken. Gy, met uw rechterzy en uw linkerzy. Gy met uw behoud en met uw
liberalisme. Gy, met uw "eerste beginselen" die onmisbare
bondgenooten van elke beginselloosheid. Gy, met uw deftigheid en witharige
wysheid. Gy, met uw duitenplatery, dat is: gy met uw bedrog . . . GY hebt het
Volk bedorven! [8]
En ge huist, als vuil
ongedierte, niet alleen in de plooien van de toga der Volksvertegenwoordigers
- ge nestelt overal waar ge kunt plaats vinden tusschen naad of vouw der
bedekking van de een-of-andere deftigheid. Gy, sprekers, praters, schrijvers,
redenaars, preêkers . . . [9]
Waarna het "AAN DEN UITGEVER",
als boven. Hieronder staat de tekst van de noten die ik in M.'s voorgaande
tekst heb gezaaid, maar het is niet meer dan rechtvaardig en verduidelijkend
om eerst nog een andere passage uit de Garmond-uitgave - die ik gebruik in
mijn in html-uitgave - die bezorgd werd door M.'s weduwe, fraai verzorgd is,
en Multatuli's woorden weergeeft zoals hij ze schreef en uitgegeven wilde
zien, wat in het geheel niet waar is van latere uitgaves.
Maar daarover later. Hier volgt eerst een korte passage uit M.'s nawoord
bij de derde bundel IDEËN, dat dateert uit 1876. De getallen refereren aan
nummers van M.'s IDEËN, en zijn in deze html-uitgave klikbare links
Als handleiding tot de beoordeling van m'n IDEEN,
verwys ik alweder naar 't program dat ik in m'n eerste brochure over
Vryen-arbeid voorkomt, en nog eens beroep ik me op de wenken in 35, 123 en 283.
Deze drie nummers - in verband altyd met 30 - zyn
tevens van strikte toepassing, op al m'n werken zoowel als op m'n geheel leven.
Hier volgen m'n noten. In ieder geval leidt "Terug" aan het eind
van de noot naar het begin van de alinea waar de noot op slaat:
[1] : Het is goed indien de lezer begrijpt wat het doel
en de achtergrond van M.'s IDEEN is: Neen, er
zal niet gezegd worden dat niemand beproefde den vloek te bezweren die
er rust op het Volk. 't Zal niet gezegd worden dan niemand de ziekte
aantastte, de rotte ziekte waaraan dit Volk lydt: de LEUGEN. Ik zal doen wat
ik kan. : Het bestrijden van de LEUGEN, die de kanker is van de
Nederlandse maatschappij en 't Neerlands gemoed. (Voor uitgever d'Ablaing,
zie 127.)
Multatuli zag hier zeer diep maar niet zeer helder: De menselijke maatschappij
bestaat op basis van leugens, poses, rollen, voorwendsels, schijnheiligheid,
gehuichel, wensdenkerij en conformisme die groepen mensen overeind houden
tegen andere groepen maar dit soort gewone maatschappelijke leugen gaat veel
dieper dan Multatuli helder zag, vooral omdat hij zelf vergeleken met anderen
bijzonder eerlijk, spontaan en rationeel was, en het hem daardoor bijzonder
moeilijk viel door te dringen in de fundamentele valsheid en domheid die de
essentie vormt van de maatschappelijke geconformeerdheid van de menselijke
doorsnee.
Zoals Multatuli's vriend Sicco Roorda van Eysinga hem schreef op 31 december
1870:
"Gij hebt de fout van de meeste keur-naturen. Gij wilt, dat zij denken en
gevoelen gelijk Gij."
Voor wie niet geestelijk en moreel kleurenblind is valt het moeilijk om
levend temidden van kleurenblinde soortgenoten, die voortdurend liegen en
poseren over hun eigen onvermogens, aandriften, onwetendheid en illusies, vast
te stellen wat doorsnee mensen werkelijk drijft.
Hier ligt een fundamenteel menselijk en maatschappelijk probleem, waar ik in
mijn commentaren vaak op terug zal komen. Zie o.a. 73,
74, 423. Terug.
[2] : Wat betreft "als ik
geen goede kamer heb ": 't Is waar dat M. geen goede kamer, geen
bron van inkomen, en geen vak waarin hij betaald emplooi kon vinden had, en
bovendien arm was als de spreekwoordelijke kerkrat (die 't voordeel heeft bij
al z'n armoede niet door deurwaarders vervolgd en niet door soortgenoten belasterd te worden). Terug
[3] : Hier is dus nogmaals het program van de IDEEN:
Ik zal in dat schryven trachten naar WAARHEID.
Dit is m'n program. Dit is m'n eenig program.
Ik zal geven: verhalen, vertellingen,
geschiedenissen, parabelen, opmerkingen, herinneringen, romans,
voorspellingen, mededeelingen, paradoxen . . .
Ik hoop dat er 'n idee zal liggen in elk verhaal,
in elke mededeeling, in elke opmerking.
Noem dus m'n werk: IDEËN. Anders niet.
Terug
[4] : Ik ben niet van plan voor vertaler te spelen, maar
het blijft een feit dat de moderne jeugd, en hun papa's en mama's, kortom
iedereen die sinds ca. 1965 schoolgegaan heeft in Nederland, systematisch
is bestolen wat betreft z'n mogelijkheden beschaving op te
doen op school.
Maar goed: "parceque suivre
bannière ne peux!" = "want een banier vòlgen kàn ik niet!"
Terug
[5] : Alles dat M. schreef in deze sectie wordt later
toegelicht in de IDEEN. In dit geval bijv. 74, 107, 136. Terug.
[6] : En voor deze alinea zie bijv. 41.
Terug
[7] : Merk op wie M. in de eerste plaats aanvalt en
verantwoordelijkheid stelt voor de verrotting en de leugen die Nederland in
z'n macht had, en heeft: Weg preekers, babbelaars,
redevoeringshouërs, preek- praat- redeneer- vertoog- pleit- verhandel-kramen -
kortom, iedereen die "in ideeën" deed, die bijdroeg aan deze of
gene leugen-ideologie: Dominees,
pastoors, politici, journalisten, schoolmeesters, en andere voorgangers in de
maatschappelijke leugen die Neerland en de Neerlandse élite in stand
houden. Terug
[8] : Hier schuilt een probleem, en wel dit:
Wat als "het Volk" overwegend bedorven is, hetzij in
Calvinistische zin, waarin ieder mens slecht en als zondaar geboren wordt,
hetzij omdat in ieder geval de grote meerderheid van de mensen niet geboren
wordt met de intellectuele en morele vermogens van een Multatuli? (Zie bijv 118).
Ik ben geen Calvinist, maar niemand anders dan Multatuli is geboren met de
intellectuele en morele vermogens van een Multatuli, en de grote meerderheid
van de mensen wordt ook niet met intellectuele en morele vermogens die
daarop lijken.
Hier ligt dus inderdaad een probleem, en mijn eigen opstelling er tegen
verschilt van die van Multatuli, althans tot 1875. Zie mijn "Menselijkheid" - voor wie
't aankan. Terug
[9] : Kortom: "Gy,
sprekers, praters, schrijvers, redenaars, prekers" bent de
feitelijke parasieten en handhavers van
de vele maatschappelijke misstanden, of in bijna ieder geval de dienaars
van de machthebbers die zich volvreten aan die misstanden. Want:
Ook de weinigen die wèl behoorlijk rationeel na kunnen denken, spreken en
handelen laten dat gewoonlijk na wanneer dit geen maatschappelijk voordeel
geeft. Terug
|