*) Wees door de
Natuur bedeeld met zucht naar kennis... maak van het streven naar waarheid uw
hoofddoel, uw enig doel... offer alles op aan dat streven... verwaarloos alle
belangen om dat ééne belang... betaal de geringe kans op slagen met uw rust,
met uw gezondheid, met uw welvaart, met alles wat een mensch offeren kan...
verlaat vrouw en kind, zeggende: Vrouwe, wat heb ik met u te doen? Kind, wat
heb ik met u te doen? Ik zoek de waarheid... ziedaar myne vrouw, ziedaar 't
kind van m'n hart.
Trek naar de woestyn... sla u een kemelhuid om de
lenden... omgord u met lederen riem... voed u met sprinkhanen en wilden
honing.
Denk, peins, overweeg... twyfel... overweeg
nogmaals, en weder, en nogeens... altyd door, altyd opnieuw.
Rek u begrip tot de uiterste grens der
mogelykheid van kennen, kunnen, weten en begrypen.
Schroef de hoogte van uw denkvermogen op tot de
hoogste mate van bevatting.
Span uwe gedachten voor de logge vracht van alle
onopgeloste vraagstukken... zweep ze voort met de kracht van uwen wil tot
raders en zeelen kraken...
Hebt gy dit alles gedaan.
Als ge dan eindelyk meent iets te hebben geleerd,
iets te weten, iets te begrypen...
Keer dan terug uit de woestyn. Volg de inspraken
van uw hart dat aandryft tot meedeeling, en zeg:
-- Broeders, ik geloof deze zaak is alzoo...
Dan zal er afscheiding zyn tusschen wie u hooren.
Een gedeelte zal roepen:
-- Deze mensch is slecht.
Dit zeggen zy die nadachten over de onderwerpen
welke u bezighielden, maar die niet nadachten als gy in de woestyn. Zij
noemen u slecht, wyl zy vreezen dat het volk offer zal schatten boven gebrek
aan offer, en inspanning nemen tot maatstaf om 't slagen te meten.
Antwoord dezulken door te wyzen op uw versleten
kleed van kemelvel.
Een ander gedeelte zal bestaan uit hen die nooit
hoorden van de dingen die ge overdacht, uit lieden die zich bezighielden met
niets, al den tyd dien gy sleet in zoo zwaren arbeid.
En weder zullen dezen zich verdeelen.
Het eerste deel zal zeggen:
-- M'neer, net m'n idee.
Toon denzulken uw kleed van kemelvel, dat ge
versleet in de woestyn.
Maar 't ander deel zal zeggen:
-- Meneer, dat ben ik niet met je eens.
Wys hen op 't versleten kemelvel dat uw kleed was
in de woestyn.
Dan zal 't volk roepen:
-- Wie is deze die een versleten kleed geeft als
bewys?
Antwoord daarop:
-- Broeders, ik bid u in myn kleed geen bewys te
zoeken voor wat ik zeide, maar een aansporing om te overdenken wat ik gezegd
heb.
*) Vgl. noot by 't slot van
763.
Een "kemelvel" is de huid van een kameel of dromedaris - die erg
moeilijk slijt, en door Mohammedanen wel als bidkleed gebruikt werd, zodat
de mate van slijtage als maat zou kunnen dienen voor Mohammedaanse
voortreffelijkheid inzake vraagstukken van ziel en geest.
Multatuli geeft in deze inleiding schetsmatig aan wat z'n ideeën zijn:
Ontboezemingen van een profeten-natuur, en wel één door
de Natuur bedeeld met zucht naar kennis... maak van het streven naar waarheid
uw hoofddoel, uw enig doel... offer alles op aan dat streven... verwaarloos
alle belangen om dat ééne belang... betaal de geringe kans op slagen met uw
rust, met uw gezondheid, met uw welvaart, met alles wat een mensch offeren
kan..
En hij geeft hier aan hoe z'n ideeën op te vatten zijn: Als een aansporing om te overdenken wat ik gezegd heb. Niet
meer, en niet minder.
Daartussen gaat hij in op diverse vormen van algemeen wanbegrip waaraan
iedereen is blootgesteld die originele ideeën heeft, of zelfs maar nieuwe
formuleringen voor versleten frases.
Ik wil hier alleen wat kort opmerken over Multatuli's profeten-natuur -
waarover ook iets meer in mijn commentaar op het motto van de ideeën - en
over z'n ideeën.
Mij komen Multatuli's ideeën voor als zowel het beste Nederlands als de
beste filosofie die ooit in het Nederlands geschreven is. Ze bestaan uit in
totaal 7 boekdelen; zijn geschreven en voor 't eerst uitgegeven tussen 1862
en 1879; en zijn - nog steeds! - volkomen verschillend van alles wat daarvoor
en daarna in het Nederlands gepubliceerd is.
De verschillen zijn verschillen van presentatie, van stijl, van inhoud,
van zeggingskracht, van bereik, van diepgang, van rijkheid aan onderwerpen -
en ook, wat betreft de profeten-natuur die ik noemde, van zeer grote
persoonlijke moed, morele overtuiging en waarachtigheid, want Multatuli
stelde werkelijk àlles wat hij had - vrouw, kinderen, carrière, inkomen,
status - op het spel om z'n eerlijke mening te zeggen over de samenleving
waar hij het ongeluk had in geboren te worden; over het volk van
schijnheilig-femelende rovers en dieven dat hem, na z'n dood uiteraard, tot
"onze grootste schrijver" uitriep; en deed dat in een Nederlands
van een kwaliteit, een levendigheid, een sierlijkheid, een directheid, een
scherpzinnigheid, een humor, een sarcasme, een diepgang, en een
geconcentreerdheid dat z'n weerga niet kent, en dat altijd een genot is om te
lezen.
Dit geeft de redenen voor mijn interesse in Multatuli's Ideeën, en een
deel van de redenen om ze van mijn commentaren te voorzien.
Maar - zo zal de intelligente jongere lezer of lezeres zich afvragen - als
dat allemaal zo is, en als die Ideeën al bijna 150 jaar oud zijn: Waarom weet
ik er zo weinig van, heb ik er weinig of niets over gehoord op school, en
schrijft niemand in Nederland over die ideeën van Multatuli?
Hier ligt een diep thema,
waar ik regelmatig op terug zal komen.
Het algemene antwoord is van een verpletterende eenvoud:
De Nederlander, en de Nederlandse ook, is bijzonder ... dom, bijna altijd,
sedert vele eeuwen. En bijzonder huichelachtig, bekrompen, laf en
kleingeestig, en nauwelijks geïnteresseerd in ideeën over enig onderwerp,
laat staan originele ideeën, in schitterend proza, al helemaal niet wanneer
die ideeën voor een groot deel bestaan uit de meest radikale en vergaande
kritiek die er ooit geschreven is over Nederland, Nederlanders, en
Nederlands.
Bewijsgronden? Hier is 'r één, geciteerd naar een nawoord bij de 7e bundel
ideeën in de Querido-uitgave, waar sprake is van een rekenstuk dat
Multatuli's uitgever Funke hem in 1874 voorlegt:
"van Max Havelaar zijn minstens 7000 exemplaren verkocht (..), van
Minnebrieven 3000, van Vrye-Arbeid 2000, van De bruid daarboven 2500. En van
de Ideeën, in complete vorm? Zevenhonderd."
Wat volgt is dus gericht aan de zeer zeldzame Nederlander van geest, van
moed, van waarheidszin, en van waarachtigheid. Deze zal wat Multatuli schreef
lezen en begrijpen alsof het aan hemzelf ontsproot, en zal mijn commentaren
lezen als een ondertussen noodzakelijke aanvulling en verduidelijking.
Anderen heb ik niets te zeggen, en schrijf ik niet voor.
Amsterdam
30 april 2001
Maarten Maartensz