Zelfkennis
M. beschrijft zichzelf, en geen mens is in staat dit uitsluitend objectief te
doen, was het alleen omdat iedereen zichzelf vooral waarneemt van binnenuit,
terwijl alle anderen alleen z'n buitenkant zien; hij laat ook dingen weg en
kiest voor een gunstiger interpretatie of uitleg dan anderen soms zouden geven
[Zelfbeschrijving]
Zelfkennis
Zelfkennis is moeilijk [Zelfbeschrijving]
Don Quichot
hoe weinig Don Quichotterie er schuilt in doorsnee mensen.
[Zelfbeschrijving]
Genie
Er is nog geen werkelijk intellectueel genie geweest dat niet voor gek
doorging onder normale mensen, inclusief doorsnee-akademici.
[Zelfbeschrijving]
Hoogmoed
Wie 't woord "hoogmoed" niet begrijpt leze: "trots" - en bedenke dat zowel 't
een als 't ander, in ongehuichelde vorm, onder Nederlanders - die zich in leven
plegen te houden met handeldrijven dus liegen - zeer ongebruikelijk zijn.
[Zelfbeschrijving]
Gewoon
Ook is 't een feit dat 't menselijk zoogdier individueel weinig liever doet
dan uitblinken, excelleren, de beste zijn, en dat immer nivellerende Neerlanders
daar zeer graag en massaal over liegen ("doe maar gewoon, dan doe-juh als gek
genoeg!") [Zelfbeschrijving]
Individualiteit
Wat hem niet overtuigde of als juist of rechtvaardig verscheen gold voor hem
niet - wat "men" ook dacht, of zei, of deed. (Er zijn niet veel mensen die in
deze zin individueel zijn. [Zelfbeschrijving]
Middelmaat
in 't Neerland waarin ik leef een zeer onpopulaire gedachte: Hier behekst de
middelmaat zich over de eigen middelmatigheid door zichzelf en anderen wijs te
maken dat "alle mensen gelijkwaardig zijn". Nu, dat is een leugen die alleen de
middelmaat en wie daaronder bungelt pleziert.
[Zelfbeschrijving]
Hoogbegaafd
En overigens is 't zowel een handicap als een voorrecht van hoogbegaafden dat
ze veel meer kanten en zijden plegen te zien aan wat hen treft dan normaal
begaafden. [Zelfbeschrijving]
Multatuli en Nederland
De verschillen zijn verschillen van presentatie, van stijl, van inhoud, van
zeggingskracht, van bereik, van diepgang, van rijkheid aan onderwerpen - en ook,
wat betreft de profeten-natuur die ik noemde, van zeer grote persoonlijke moed,
morele overtuiging en waarachtigheid, want Multatuli stelde werkelijk àlles wat
hij had - vrouw, kinderen, carrière, inkomen, status - op het spel om z'n
eerlijke mening te zeggen over de samenleving waar hij het ongeluk had in
geboren te worden; over het volk van schijnheilig-femelende rovers en dieven dat
hem, na z'n dood uiteraard, tot "onze grootste schrijver" uitriep; en deed dat
in een Nederlands van een kwaliteit, een levendigheid, een sierlijkheid, een
directheid, een scherpzinnigheid, een humor, een sarcasme, een diepgang, en een
geconcentreerdheid dat z'n weerga niet kent, en dat altijd een genot is om te
lezen. [Inleiding Ideen]
Nederlanders
Hier ligt
een diep thema, waar ik regelmatig op terug zal komen.
Het algemene antwoord is van een verpletterende eenvoud:
De Nederlander, en de Nederlandse ook, is bijzonder ... dom, bijna altijd,
sedert vele eeuwen. En bijzonder huichelachtig, bekrompen, laf en kleingeestig,
en nauwelijks geïnteresseerd in ideeën over enig onderwerp, laat staan originele
ideeën, in schitterend proza, al helemaal niet wanneer die ideeën voor een groot
deel bestaan uit de meest radikale en vergaande kritiek die er ooit geschreven
is over Nederland, Nederlanders, en Nederlands.
[Inleiding Ideen]
Nederlanders voor wie ik schrijf
Wat volgt is dus gericht aan de zeer zeldzame Nederlander van geest, van
moed, van waarheidszin, en van waarachtigheid. Deze zal wat Multatuli schreef
lezen en begrijpen alsof het aan hemzelf ontsproot, en zal mijn commentaren
lezen als een ondertussen noodzakelijke aanvulling en verduidelijking.
Anderen heb ik niets te zeggen, en schrijf ik niet voor.
[Inleiding Ideen]
Waarheid
Eerst: Wat is waarheid? De relatie tussen een bewering en het idee dat de
bewering uitdrukt, met de eigenschap dat het door de idee gerepresenteerde
bestaat in de werkelijkheid waarover de bewering gaat.
Een
voorbeeld zijn de beweringen "il pleut", "es regnet" en "it rains" die alle drie
het idee uitdrukken dat het regent. Nu, een bewering die een idee uitdrukt is
waar indien wat het idee betekent in werkelijkheid ook bestaat - en die
werkelijkheid màg een fantastische werkelijkheid mag zijn, zoals die van de
wereld geschetst door Homerus, die van de wereld geschetst door Conan Doyle etc.
indien dit expliciet aangenomen is.
De
waarheid over iets, en helemaal de volledige waarheid over dat
iets, is gewoonlijk moeilijk vast te stellen, en vergt een zekere mate van
afwezigheid van vooroordeel en aanwezigheid van logische vermogens in wie die
waarheid wil leren kennen. (Zie ook
11,
94.)
[1]
Waarachtigheid
Tweeds: Wat is waarachtigheid? De relatie tussen een spreker's doen en
laten en de ideeën en gevoelens die erin bestaat dat de spreker zichzelf
gewoonlijk geeft zoals ie is - overeenkomstig z'n werkelijke eigen geloof en
eigen wensen, en niet overeenkomstig hoe de spreker meent dat z'n omringende
medemensen zouden willen dat de spreker gelooft en wenst, of zoals in zijn
belang is (of lijkt) anderen valselijk voor te spiegelen.
De
waarachtigheid van mensen laat gewoonlijk zeer veel te wensen over
- en maakt het waarheid-vinden over mensen veel moeilijker dan het anders
zou zijn, omdat er vaak groot maatschappelijk voordeel schuilt in huichelen en
zich anders voordoen dan men werkelijk denkt en voelt. Zie bijv. mijn kommentaar
bij
74,
116,
136,
276
en
423.
[1]
Taal
Wie een taal gebruikt om mee
te delen dat ie "niets" zou weten vergeet of liegt dat ie toch minstens de
taal moet kennen om z'n vermeende algehele onwetendheid onder woorden te
brengen.
Bovendien weet ieder menselijk spreker over ieder menselijk spreker over
tal van omstandigheden en situaties wat mensen - en andere dieren - pijnigt en
pleziert, en weet ieder menselijk spreker dat men alleen kan spreken en doen en
laten op basis van aannames, die bovendien in beginsel vrijelijk
bediscussieerd en gekritiseerd kunnen worden door andere sprekers van de taal,
die daarin vrij zijn andere aannames te maken.
Kortom: Hoewel zeer veel onbekend en zeer veel twijfelachtig is, zijn precies
dit waarachtige inzichten die alleen kunnen bestaan omdat, naast het zeer vele
dat onbekend of twijfelachtig is, sommige zaken, zoals de gronden voor het
waarachtig begrijpen en met redenen betwijfelen, niet onbekend zijn - zoals ook
kennis van de betekenis van vele woorden van de taal waarin men spreekt aan
weinig redelijke twijfel onderhevig is.
Met iedere natuurlijke taal
hangt een grote hoeveelheid waarachtige kennis van die taal en van wat die
taal betekent samen, waarin iedere spreker van die taal deelt.
Ik
gebruik de term "waarachtig" hier trouwens in de zin "overwegend waar", en niet
in de meer psychologische zin hierboven.
En
afsluitend verdient het opgemerkt te worden dat hier verschillende fundamenteel
menselijke vermogens en onvermogens liggen die onvoldoende onderkend en begrepen
zijn:
Het
menselijk taalvermogen en het vermogen taal logisch en wiskundig te gebruiken
zijn voor een groot deel eerder vaardigheden dan bewuste kennis. Voor
ieder mens die een natuurlijke taal kent is het eenvoudig en vanzelfsprekend
daarin te spreken en redeneren, en moeilijk en problematisch de grammatica van
z'n eigen taal, de definities van de woorden die hij gebruikt, en de
gevolgtrekkingregels van de redeneringen en argumenten waarop ie bouwt en
vertrouwt helder en expliciet weer te geven.
Desalniettemin: 't Zijn van een spreker (lezer, begrijper, schrijver, kenner)
van een natuurlijke taal impliceert een grote hoeveelheid kennis over en
vaardigheden in het gebruik van die natuurlijke taal, en van mensen die
de taal spreken, en de wereld waarin ze menen te leven, en het is de capaciteit
en hoedanigheid spreker van een menselijke natuurlijke taal te zijn die een dier
tot mens maakt, en een mens tot
mens
onder de
mensen. [1]
Liegen
Het meeste liegen
wordt gedaan door het welbewust niet-zeggen van de waarheden die men wel
weet maar liever niet publiek zegt, uit lafheid en eigenbelang. Veel publiek
liegen is collectief collaborerend publiek verzwijgen, uit conformistisch
eigenbelang.
[2]
Zou
Wat ook een rol
speelt is dat het Nederlandse "zou" gewoonlijk op vrijblijvende en vaak niet goed gefundeerde speculatie en fantasie berust -
immers, bijna alles "zou" wel eens waar kunnen zijn, of hebben
kunnen zijn, zo niet in deze wereld, dan wel in een andere, meer
fantastische. [3]
Zelfkennis
En in díe zin is
wat op "zou" volgt in het Nederlands vaak meer dom-schijnheilig dan
zinnig-eerlijk, o.a. omdat niemand een ander is, en dus evenmin een ander's
gevoelens heeft als de gedachten en wensen van een ander intiem kent: in die
positie verkeren we op z'n best alléén tegenover ons zelf, terwijl de meeste
mensen hun eigen gedachten en wensen niet beter lijken te begrijpen en er niet
verstandiger mee lijken om te gaan dan met de hen meer oppervlakkig en
gedeeltelijk bekende gedachten, gevoelens en wensen van anderen.
[3]
Deel en geheel
Het probleem is fundamenteel: wat maakt iets tot een welbepaald geheel?
[4]
Bijzondere mensen
Een verzameling van niet-bijzondere mensen kan niets bijzonders
voortbrengen; alleen een verzameling van bijzondere mensen kan iets bijzonders
voortbrengen. [5]
Nederlandse gewoonheid
de gesuggereerde konsekwentie dat een natie die zich toelegt op het kweken
van middelmatigheden en glorieert in "doe maar gewoon dan doe je al gek
genoeg" niets bijzonders kan voortbrengen, behalve bij zeldzaam toeval en -
waar in het het gewoonheids-ideaal geglorieerd wordt en middelmatigheden als
grootheden gelden - bij vergissing. [5]
Nederlandse tolerantie
Een aanzienlijk deel van de zogenaamde Nederlandse "tolerantie" berust op
de terreur van de gewoonheid en middelmatigheid, op sociale controle en dwang.
Nederlandse "tolerantie" is gewoonlijk gehuicheld conformisme dat
uiteindelijk berust op gebrek aan kracht wie afwijkt feitelijk te onderdrukken
of vervolgen. [5]
Competentie
Voorzover onbekwame mensen zich er op
toeleggen op nieuwe zinnige oordelen zullen ze waarschijnlijk falen, maar als
ze gebruik maken van bestaande instituties, procedures, handelswijzen etc. volgen
die in een gemeenschap gegroeid zijn om bepaalde doelen te verwezenlijken,
dan zullen ze gewoonlijk slagen - omdat anders die instituties, procedures en
handelswijzen niet zouden bestaan, of de gemeenschap niet. (Dit verklaart
waarom zoveel domme mensen zo lang in leven blijven: door conformisme aan doorsnee-gebruiken, doorsnee-meningen, doorsnee-waarden en doorsnee-mensen.
Deze waarheid ligt ten grondslag aan conservatisme.)
[6]
Bijzondere mensen
Alleen bijzondere
mensen zijn in staat tot bijzondere oordelen (zinnig of niet).
[6]
Stemmen
Het beslissen by meerderheid van
stemmen is 't recht van den sterkste in der minne. Het beduidt: áls we
vochten, zouden wy winnen...laat ons 't vechten overslaan.
De eerste alinea
is bijzonder goed en scherp geformuleerd, en - indien gepraktiseerd - pleit
het vóór de sterkste partij, die kennelijk inziet dat het uitmoorden,
opsluiten, of vervolgen van de zwakkere partij niet bijdraagt aan mede-menselijkheid,
geluk of beschaving, of althans het uitbuiten en bedriegen makkelijker maakt.
(Loonslaven zijn vaak goedkoper dan echte slaven.)
[7]
Minderheid
Dat de leden van
een minderheid "sterker"
zouden zijn dan de meerderheid, door welke oorzaak ook, lijkt mij overwegend
romantische onzin, van het soort "uiteindelijk overwint de waarheid",
en bovendien gelukkig vaak onwaar: minderheidsstandpunten lijken een even
grote kans op onredelijkheid te hebben als meerderheidsstandpunten, behalve
wanneer het een minderheid betreft die zich speciaal bekwaamd heeft wat
betreft het onderwerp van meningsverschil.
Wat wèl zo is, kennelijk, is dat leden van een minderheid vaak wat moreler
zijn dan de leden van de meerderheid waar ze zich tussen bevinden.
Dit heeft
verschillende redenen waarvan de voornaamste is dat het deel zijn van de
meerderheid inzake maatschappelijke en ethische vragen geen enkele moeite of
inzet kost, buiten na-aperij en gehuichel, en meestal voordelen biedt. Het eerlijk-moreel-zijn
is dus meestal weggelegd voor wie afwijkt van de norm, want de norm wordt
altijd gehandhaafd door massaal gehuichel of laf conformisme.
[7]
Geestdrift
Kalme vastberadenheid staat hoger dan
geestdrift (gewoonlijk) omdat (1) menselijke handelingen konsekwenties hebben
voor (andere) mensen en (2) mensen beter in staat zijn de konsekwenties van
hun handelen zinnig te overwegen indien ze zich niet laten meeslepen door
geestdrift. [8]
Groepen en individuen
Een verzameling mensen weet gewoonlijk meer dan
een enkel individu, maar kan onmogelijk intelligenter zijn: intelligentie is
- net als haarkleur - een eigenschap van individuen, niet van verzamelingen
individuen. [8]
Misanthropie
Pessimisme over
de gemiddelde menselijke vermogens is niet populair onder gemiddelde mensen,
hoewel het toch in beginsel de aanvang van een waarachtige en ongesuikerde
verklaring voor de menselijke beschavings-geschiedenis is, die gebaseerd is
op de gruwelen verricht door het kortzichtig egoïsme en de lafheid van zeer velen,
en de kennis en cultuur gevonden door de verziendheid en moed van zeer
weinigen. [9]
Gemiddelde mensen
Ceteris paribus
is de kans op het treffen van een goed, verstandig of begaafd mens kleiner
dan de kans op het treffen van een slecht, dom of middelmatig mens. (119 en
120)
Wie dit anders
ziet is gezegend met een aanzienlijke blindheid voor menselijk onvermogen en
een grote onwetendheid van geschiedenis, en mag zich gelukkig prijzen voor
z'n een doorsnee-gelukkig leven garanderende doorsnee-aanleg. (107)
[9]
Nederlandse letterkunde
Wie
geïnteresseerd is in de studie van academische onbegaafdheid bestudere een
verzameling Nederlandse letterkundigen. [9]
Denkbeelden en gedachten
De term
"denkbeeld" is inderdaad - zie de
Noot - een
fraai Nederlands woord, al zijn lang niet alle ideeën denkbeelden, omdat -
zoals Descartes en Leibniz al opmerkten - niemand in staat is zich adekwaat
een duizend-hoek voor te stellen.
Het is echter ook
waar dat zeer veel onzin en onwaarheid geaccepteerd wordt door toehoorders
omdat deze toehoorders nalaten te proberen zich een adekwate voorstelling,
een bruikbaar denkbeeld, te vormen van het beweerde. Het hier gestelde kan -
ten naaste bij - anders geformuleerd worden als:
Een gedachte kan
niet veel beter zijn dan z'n uitdrukking. [11]
Denken
Denken is
gewoonlijk het trachten te vatten van wat is of zou kunnen zijn, in beelden of
andere gelijkenissen ontleend aan iets anders dat is of zou kunnen zijn.
En wanneer
woorden "gedacht" worden zonder denkbeelden is er sprake van
frases, van klanken zonder werkelijk doordachte of doorvoelde inhoud, hoe wáár het gedachte ook is:
Zonder een
mentale vertaalslag van frase naar denkbeeld wordt er niet gedacht maar
na-gebazeld. [11]
Ideen en representaties
Aangezien we 't
over ideeën en denkbeelden hebben, lezer, zal ik proberen u een denkbeeld te geven
van wat een idee is.
Neem twee of drie
spiegels, plaats ze tegenover elkaar, en beschouw wat er te zien is:
Schijnbaar oneindige weerkaatsing, verdubbeling, replicatie, kopiëring en
complicatie van een en hetzelfde, dat u bovendien op allerlei manieren kunt
wijzigen en bewegen, eenvoudig door een spiegel wat te draaien, bewegen, of
er nog wat voor te houden.
Haal u vervolgens
voor de geest wat een zelfstandig naamwoord is. Dat is grammatikaal niet
moeilijk, want ieder woord waar "de", "het" of
"een" voor mag staan is een zelfstandig naamwoord.
Nu, zelfstandige
naamwoorden zijn namen voor evenzovele abstracte dingen die verzamelingen
heten, en een willekeurig ding is een lid van een verzameling in precies alle
gevallen dat het ding terecht het zelfstandig naamwoord toegekend kan worden
dat ook de naam van de verzameling is van precies alle dingen die de
eigenschap hebben terecht met dat zelfstandig naamwoord benoemd te worden.
Keer nu weer
terug naar uw spiegels, en neem aan dat een van die spiegels de eigenschap
zou krijgen z'n eigen spiegelingen te kunnen selecteren en in zichzelf te
spiegelen. Dan benaderen we iets van de minimale structuur van enig
bewustzijn, enig bewust zijn.
In meer algemene
termen:
Neem een wereld
aan. Noem 'm W. 't Zal een verzameling zijn, want "wereld" is een
zelfstandig naamwoord. Beschouw de verzameling van alle verzamelingen die
gevormd kan worden uit de leden van die verzameling. Noem deze W*. Dit is in
ieder geval de naam van een verzameling, en in 't geval van hele kleine verzamelingen
makkelijk voorstelbaar. En de verzameling van alle verzamelingen die gevormd
kunnen worden uit W is in zekere zin 't rijk der mogelijkheden van W.
Een afbeelding
van de ene verzameling A in een andere verzameling B is een regel met een
eigennaam die aan ieder lid van A precies een lid van B toekent. Een reden
waarom dit een afbeelding heet van A in B is dat wanneer u uw vingers voor
een naar de muur gerichte lamp houdt u een afbeelding te zien krijgt van uw
vingers op de muur, met precies een schaduw-vinger per vinger etc.
In de
verzamelingen-leer worden afbeeldingen gewoonlijk met een kleine letter, en
verzamelingen met hoofdletters geschreven, en heet de verzameling die
afgebeeld wordt het domein en de verzameling waarin afgebeeld wordt het bereik
van de afbeelding. Bovendien wordt de waarde die een afbeelding f van een
verzameling A in een verzameling B toekent aan een willekeurig lid van A
gewoonlijk met f(a) aangegeven.
Hier is een
eenvoudig voorbeeld uit de wiskunde: "kwadraat" is een afbeelding
van getallen naar getallen, waarvoor geldt dat het kwadraat van een getal
gelijk is aan het produkt van dat getal met zichzelf.
Merk op dat we
tot nu toe weinig of niets anders hebben gedaan dan een heldere terminologie
verbinden voor gebruikelijke woorden gebaseerd op grammatikale kenmerken.
Overweeg nu de
volgende aannames:
|
Nederlands
|
Wiskundige
Verzamelingen-leer
|
|
Laat
X een deelverzameling van de wereld W zijn.
|
X
inc W
|
|
Laat x een element van X zijn. |
x є X |
|
Laat
W* de verzameling van alle verzamelingen uit W zijn.
|
W
inc W* met W*={X:X inc W}
|
|
Laat
i een afbeelding van X* in W* zijn.
|
i
: X* |-> W*
|
|
i representeert X in W* precies als voor ieder element geldt dat x element
van X is precies als i(x) element van i(X) is.
|
repr(i,X,W)
iff (x)(xєX
iff i(x)єi(X))
|
De lezer zal
inzien dat waar en wanneer en waarover deze aannames ook waar zijn het
daarmee waar is - niet noodzakelijk: daardoor - dat men met i een
manier heeft om precies alle dingen die X zijn in W te vinden. ("niet
noodzakelijk: daardoor", lezer, omdat de redenen waarom aannames waar
kunnen zijn geheel los kunnen staan van de redenen om ze aan te nemen, waar
te achten etc.)
En vervolgens zal
de lezer inzien dat indien men voor een gegeven W een afbeelding i zou hebben
die in bovenstaande zin voor alle leden van W geldt, dat men daarmee een
manier zou hebben om voor iedere combinatie die gevormd kan worden uit leden
van W te weten of deze bestaat of niet.
Aldus heeft de
lezer enige indruk gekregen hoe men de ideeën van het hebben van een idee,
een denkbeeld, waarheid, verzameling en afbeelding kan verhelderen, en
daarmee en daardoor ook een helder idee van 't begrip waarheid krijgen.
Voor wie 't nog
niet geheel ziet is hier als afsluiting een beeld daarvoor:
Een denkbeeld is
waar precies als 't zich verhoudt tot een werkelijkheid waarin 't waar zou
zijn zoals een korrekte landkaart die werkelijkheid beschrijft.
Andersom gesteld:
Iedere landkaart geeft een pretens waarachtige theorie van 't land dat die
kaart representeert - gewoonlijk bovendien in welbepaalde en niet in andere
aspecten:
Er zijn
welbepaalde verhoudingen en relaties in werkelijkheid die korresponderen met
welbepaalde verhoudingen en relaties zichtbaar op de kaart - precies dan als
de kaart ook waarachtig is.
En ideeën zijn
als landkaarten - of preciezer en juister: Landkaarten zijn een soort op
papier uitgedrukte ideeën - waarbij de lezer moet meewegen dat er zeer veel
soorten kaarten zijn, die allen legenda, conventies, vormen van projectie
etc. hebben die tot de kaart en de juiste interpretatie ervan behoren.
[11]
Meerderheid en conformisme
De grote
meerderheid van de mensen bestaat uit geboren en getogen volgelingen, die hun
pogingen tot conformisme verslijten voor zelfstandig denken, en die het
geringe beetje originele mensen-geest dat ze zelf bezitten vooral gebruiken
om meer ongebruikelijke mensen dan zij zelf zijn te conformeren en nivelleren
tot hun eigen niveau. (Zie 73,
74,
136, 276,
423) [12]
Originaliteit en individualisme
Welk percentage
van de mensen is in staat tot het hebben van originele en zinnige gedachten,
waartoe de meerderheid niet in staat is, en die niet zouden bestaan zonder
het individu dat ze bedenkt?
Het is niet
bijzonder moeilijk uit te rekenen - aan de hand van statistieken over
bijzondere mensen en bevolkingsaantallen - dat de proportie kleiner is dan 1
: 10.000 (naar Shakespeare's woord de proportie van eerlijke
(waarachtige) mensen onder
mensen, "as men go":
136).
[12]
Geschiedenis en de doorsnee-mens
In Nederland is
dit geen populair denkbeeld, maar weigert de doorsnee serieus na te denken over
hoe in de 20ste eeuw de zogenaamde "dienstplicht" talloos veel
miljoenen doorsnee-mensen tot
massa-moordenaars
maakten. Als de doorsnee van de 20ste eeuw eenvoudig
de
menselijke moed had gehad te weigeren om op verzoek van hun leiders
wildvreemden uit te moorden was de geschiedenis van de 20ste eeuw héél anders
geweest.
Immers: de
gruwelen der geschiedenis worden mèt vaderlandsliefde, partijtrouw of
godsdienstigheid aangericht door de menselijke doorsnee, levend volgens de
morele hordenwet "Unsere Ehre
heisst Treue!", en tot moorden aangezet door hun gewoonlijk
door hen verafgode leiders. [12]
Heldere, adekwate ideeën
Het is zéér
moeilijk zich juist uit te drukken - voor wie adekwate ideeën over de
verhouding tussen uitdrukking en het uitgedrukte bezit. Wie dergelijke
adekwate ideeën niet bezit, zal zich nog steeds gewoonlijk niet bijzonder
goed uitdrukken - maar zal dit niet als moeilijkheid ondervinden (en
tevreden zijn met onzin en bijgeloof, en deze met apentrots uitdragen).
En zeer weinigen
hebben adekwate ideeën. [13]
Meerderheid en moraal
de meerderheid van
de mensen is niet geïnteresseerd in noch gebaat bij waarachtige ideeen, maar
is zeer geïnteresseerd in prettige illusies en
gebaat bij doelmatige leugens.
En de meerderheid
weet dat ook heel goed, al geven ze het niet graag publiekelijk toe.
[14]
School
Hier kan een boel
tegengeworpen worden dat stoelt op M.'s eigen leven, geldend gebruik, of het
numerieke overwicht van Fransen over Nederlanders. Ik merk alleen op dat
1. de meeste
uitzonderlijk begaafde pubers (met als beste voorbeelden schakers als Polgar
en Leko, of musici) tegenwoordig thuis opgeleid zijn, en niet of alleen zeer
incidenteel naar school zijn geweest; en
2. ik ken vrijwel niemand die met plezier naar school is geweest.
Alleen dat
laatste feit is voldoende reden overwegend tegen school-onderwijs te zijn,
zeker voor intellectueel begaafde kinderen:
Het kàn niet goed
voor mensen zijn dat wat ze als mens onderscheidt - hun vermogen tot
rationeel begrip en redelijk samenwerken: hun leer-vermogen - hen
systematisch tot iets saai-pedants wordt gemaakt middels instituties die hen
zouden moeten onderwijzen doch feitelijk geestelijk verminken. (Zie
74,
136,
276)
[15]
God en materialisme
Het verschil
tussen "God" en "ziel" enerszijds, en "stof"
anderszijds, althans in het gewone taalgebruik, bestaat in de
aanwijsbaarheid, voelbaarheid, en tastbaarheid van "stof", zodat er
althans enige overeenstemming over kan worden bereikt, terwijl
"God" en "ziel" woorden zijn die niet of met veel meer
moeite te illustreren zijn met alledaagse ervaringen.
Immers, u kunt zeer lang geloofwaardig en spitsvondig blijven volhouden dat u
niet gelooft dat iemand die zó evident slecht en niet-"spiritueel"
is als ik een "ziel" heeft, maar niet lang dat ik op uw -
grofstoffelijke - "tenen" sta, wanneer ik dat doe. (Zie ook mijn
commentaar op 1).
[16]
Onsterfelijkheid en oneindigheid
Het is misschien
nuttig op te merken dat "onsterfelijk" een begrip is dat niet uit
de ervaring stamt, en minstens zo moeilijk te begrijpen is als
"oneindig". [17]
Waarheid, zekerheid en relativisme
omdat er nu
eenmaal oordelen zijn die heel eenvoudig waar of vals zijn. Ik gaf
eerder
een voorbeeld: Het is moeilijk vol te houden dat ik niet op uw tenen sta als
ik dat doe en u - zonder verdoofde tenen - bij bewustzijn bent, en het is
even moeilijk vol te houden dat, wanneer ik dat doe, dit
"twijfelachtig", "onzeker", "moeilijk te
beoordelen" etc. zou zijn.
Vervolgens: Er is
tegenwoordig, en niet alleen onder akademici, een ziekelijke en
huichelachtige gewoonte gegroeid "alles" voor "onwaar",
"onzeker" of "interpretatie" uit te maken, en zogenaamd
aan helemaal niets te geloven.
Dit heet "post-modernisme".
Het is een laffe
manier van zich maatschappelijk conformeren aan de heersende maatschappelijke
leugens, ten behoeve van de voordelen die dit biedt:
Men liegt, maar
staat er op vol te houden dat de leugen niet zou bestaan omdat de waarheid
niet zou bestaan. Nu, men liegt, en bovendien op een hele valse, laffe en
achterbakse manier. (Zie ook
541.)
[18]
Schrijver en publiek
een
schrijver mag het overlaten aan z'n publiek zelf na te denken, al is de hoop
dat "publiek" dat ook goed doet vrijwel zeker vrijwel altijd ijdel. (541)
[19]
Mensenkennis
Nu, het lijkt ook een
doodordinair feit over mensen dat ieder mens het liefst
van zichzelf spreekt, en dat onderwerp in ieder geval beter kent
dan ieder ander.
In feite kent geen mens
meer dan z'n eigen gevoelens, z'n eigen ideeën en z'n eigen ervaringen,
en is alles wat een mens denkt, voelt, hoopt en wil ... zichzelf,
gevormd of verleugend door zichzelf. (Zie 73,
74, 77,
423) [22]
Cogito ergo sum
Ja, en een relevante
tekortkoming van "cogito ergo sum" is dat het als uitgangspunt
van alles veel meer veronderstelt en duister houdt - zoals
bijvoorbeeld de betekenis van het woordje "ik" - dan goed is
voor een bruikbaar en helder uitgangspunt van en voor alles wat het
geval zou zijn.
Wat betreft Descartes' "cogito" citeer ik hier de grote
Amerikaanse wijsgeer Ambrose Bierce
ter instructie van de lezer:
"...Descartes, a famous
philosopher, author of the celebrated dictum, Cogito ergo sum -
whereby he was pleased to suppose he demonstrated the reality of human
existence. The dictum might be improved, however, thus: Cogito
cogito ergo cogito sum - 'I think that I think, therefore I think
that I am'; as close an approach to certainty as any philosopher has
yet made." (The Enlarged Devil's Dictionary, entry
Cartesian)
[23]
Mensenkennis
Het liefste en meest
bekende onderwerp van ieder
mens
is z'n eigen persoon, gevoelen, ambitie, ervaring, kennis,
voortreffelijkheid èn voorbeeldige nederigheid.
Wat M. zou hebben kunnen
zeggen, en met recht, is:
Ik wou dat anderen over
even interessante mensen spreken als ikzelf, wanneer ik over
mezelf spreek. [25]
Mensenkennis
Alle mensen spreken veel
over zichzelf, maar de meesten doen dat zelden eerlijk en nooit
volledig. (74)
[26]
Mystiek
dat dit iets met ..
mystiek van
doen heeft - waar mijn lezers vrijwel zeker niets begrijpen, en ik dus
hier alleen aanduid
om over te slaan. [27]
Burgers en fatsoen
"Kappelmannen"
zijn kleinburgerlijke domme en schijnheilige fatsoensrakkers, en is een
Multatulianisme voor "Hollanders" dat uit "Minnebrieven"
stamt. Ter toelichting volgt hier een deel van Idee 374:
"-
Myn
zoon, let op uw zeggen, meer dan op uw doen, en het zal u wèl gaan in
den winkel, dien ik uw geven zal (..). Het doet er weinig toe, myn
zoon, of de pruimen goed zyn die ge verkoopt, zeg en herhaal:
wat zyn die pruimen byzonder goed."
Zie ook
73,
423. [28]
Huichelaars
Er zijn veel domme
huichelaars, en weinig slimme. [29]
Talent
Er is namelijk behoorlijk
veel - inderdaad gewoonlijk niet bijzonder uitnemend, maar daarom nog
niet geheel alledaags - artistiek talent dat de artiest betrekkelijk weinig moeite kost.
[30]
Doorsnee en conformisme
Wat wèl zo is dat wiens
waarden en ideeën afwijken van de doorsnee alleen daardoor vaak groot
gevaar loopt, zodat het uitdragen van ongebruikelijke waarden en ideeën
vaak veel moed kost. Wie afwijkt tussen mensen, hyena's en overige in
horden levende dieren wordt gediscrimineerd door de conformistische
doorsnee, zogenaamd voor z'n eigen bestwil. Zie
423,
447. [30]
Natuur
Natuur - en dan op basis van de volgende overweging:
Alles wat
is is natuur, noodzakelijk of toevallig al naar het geval is, dood
of levend al naar het geval is, en natuur heeft geen maker, en
geen maker nodig (want het aannemen van een maker van wat is
omdat wat is een maker nodig zou hebben introduceert makers van makers
tot ver in het oneindige). [32]
Determinisme en vrije wil
Overigens bevindt M. zich
logisch hier en elders enigszins in logische moeilijkheden door z'n aanname dat
"Al wat is, moet wezen", dat toeval en
vrije wil lijkt uit te sluiten. Ikzelf geloof niet dat al wat is
moet zijn, want een gedwongen toeval is geen toeval, en een
gedetermineerde vrije wil onvrij. (Zie 146.)
[32]
Bestuurders en wijsgeren
Nu, M. was de enige
wijsgeer niet met deze overtuiging -
Ik zeg: gelukkig 't land waar de bestuurders wysgeren zyn.
- want die gaat terug op Plato en
Socrates. En waar M. in dit idee niet op in gaat is het feit dat de zeer
grote meerderheid van de wijsgeren minstens even grote zwetsers en
duisterdenkers zijn geweest als de meeste bestuurders - al vermoed ik
dat M.'s verweer zou zijn geweest dat hij in 't Hollands met "wijsgeer"
iets groter en beters en zinnigers dan een "filosoof" (a la
mode Française etc.) bedoelt. [33]
Redeneren en formuleren
Wie goed kan redeneren kan
goed formuleren. [37]
Taal
In de eerste plaats: Wat
individuen op scholen van schoolmeesters leren is niet "taal"
maar geschreven taal. Dit is een minder vitterige opmerking dan
't mag schijnen, juist omdat het zo'n interessant feit is dat kinderen
vooral leren spreken van ... kinderen. Dit uit zich o.a. in het accent
dat kinderen verwerven. Zo spraken mijn ouders ABN,
maar woonden in de Amsterdamse Kinkerbuurt, waar ik dan ook plat
Amsterdams leerde spreken (totdat me dat op de HBS werd afgeleerd door
leraren die pretendeerden me niet te kunnen verstaan).
[38]
Spelling
Ik laat andere opmerkingen
over 38 maar achterwege, maar sluit wel af met een algemene overweging over
spelling:
Veel van de Nederlandse
geschreven cultuur gaat verloren door de vele opeenvolgende
spellingshervormingen. Waar ieder Fransman, Engelsman of Amerikaan in
staat is het in z'n moedertaal geschrevene van eeuwen her te lezen
alsof het bijna eergisteren geschreven werd, is alles wat Nederlands
zou zijn en ouder is dan 150 jaar vrijwel onleesbaar door
tussenliggende spellingshervormingen.
En met 26 letters voor vele
honderden duidelijk verschillende Nederlandse klanken is de enig-juiste
Nederlandse spelling díe spelling die het mensen het makkelijkst maakt
zoveel mogelijk van het Nederlands te lezen. En het makkelijkst zou
daarom zijn de spelling voor ééns en voor altijd (voorzover enigszins
doenlijk) vast te leggen, en daarna zo weinig mogelijk te wijzigen. (Tenzij
volgende generaties konkluderen dat wat vorige generaties aan Nederlands
schreven het lezen niet waard is - waar met uitzondering van Multatuli
en mijzelf veel voor te zeggen is.) [38]
Nederlands
Ikzelf geloof niet dat
Hollands dichter bij de menselijke ziel staat dan andere talen, en
geloof dat dit - met uitsluiting van de werken van Multatuli, altijd -
erg makkelijk aan te tonen valt uit de vrijwel altijd gebrekkige
gedachten en gebrekkige uitdrukkingen die in het Hol-lands, in het
Neer-lands, het Neerlanderthaals, geschreven zijn, en opgang vonden.
[39]
Nederlandse geslachten
Toen ikzelf uitvond dat de
Hollandse zelfstandige naamwoorden allemaal een geslacht hebben, dat
zich bovendien vaak uit helemaal niets af laat leiden dan uit daartoe
speciaal geproduceerde handboeken (als het zogeheten "Groene boekje der
Nederlandse taal"), weigerde ik - sindsdien en voorgoed - de geslachten
van zelfstandige naamwoorden van iets anders dan m'n eigen stemming af
te laten hangen. [40]
Schoolonderwijs en taalvermogen
En ik denk inderdaad dat er
aanmerkelijk meer te zeggen valt voor M.'s geïmpliceerde stelling dat
schoolonderwijs het taalvermogen verminkt door verschoolsing van
uitdrukking dan zou kunnen lijken.
Bijvoorbeeld: Niet alleen Shakespeare,
maar ook z'n tijdgenoten als Marlowe, Beaumont en Fletcher,
Florio (de eerste Engelse vertaler van Montaigne),
Bacon,
en anderen schreven en klinken levendiger, sierlijker, duidelijker,
directer dan hun Engelse opvolgers, en een aanzienlijk verschil is dat
de opvolgers aanmerkelijk meer schoolonderwijs hadden - "genoten".
Schoolonderwijs biedt algemene kennis, tegen verlies van individualiteit.
(Zie 74, 107,
136.) [41]
Ideeën
Ik ken geen schrijvers wier ideeën ik
even interessant vind als de mijne. [42]
Intelligente mensen
hij uiteindelijk alleen werkelijk
intelligente mensen kon bekoren, waarvan er, niet alleen in Nederland,
altijd maar heel weinig zijn. Helaas - zowel voor de dommen als de
intelligenten. [43]
Spelling
Alleen pedante idioten zonder eigen
ideeën hechten veel belang aan spellingsregels.
[44]
Spelling
Er is ook het volgende punt, dat mij
bijzonder duidelijk werd gedurende de gelukkig mislukte pogingen tot
spellingshervormingen aan het eind van de 60-er jaren, toen het Politiek
Correct werd in Linkse Kringen om over "verrukkullukkuh odeklonje
door revoolusjonere proossessuh" e.d.
te schrijven, omdat "men" zó en niet anders zou spreken:
Althans ikzelf blijk zeer te hangen aan
een
eenmaal ingesleten woordbeeld, en ik denk dat dit voor zeer velen
moet gelden, omdat men anders immers in het geheel niet meer kan
spellen. En ik lees zeer veel langzamer dan ik anders doe, wanneer ik
telkens gedwongen word mij af vragen welke klanken de schrijver deze
keer weer valselijk aan het nabootsen is met maximaal 26 letters.
[45]
Spelling
En ikzelf schrijf vaak "ie" (omdat
ik "i" als in "ik" neig te lezen, en "ie"
als in "iets"), en dank dat, en veel andere opvattingen, aan
M. [47]
Spellingshervormingen
Ik merk nog iets op over
spellingshervormingen, aangezien er pas weer één achter de rug is,
waarvan ik het fijne niet weet, en volgens welke ik niet
schrijf.
Eerst waarom ik het fijne er niet van
weet: De allemaal zeer hooggeleerde Neerlandici die de
hervormingen wensten door te voeren hadden daar zogeheten "semantische
argumenten" voor die volledig losgezongen waren van alle logica.
Ik heb al zeer lang geleden besloten geen regels voor het Nederlands
te leren die nergens uit af te leiden zijn behalve door ze op te
zoeken in een speciaal boekwerk, en dat geldt ook deze
spellingshervorming.
En tweeds: De absoluut enige personen
die geholpen zijn door spellingshervormingen zijn Neerlandici die ze
tegen veel geld mogen bedenken, en uitgevers, die de boeken mogen
uitgeven waarin zinloze en onbegrijpelijke regels opgezocht moeten
worden door iedereen die liever pedant-conformistisch dan
verstandig-nonconformistisch is.
Er zijn dan ook de afgelopen 100 jaar
honderden miljoenen guldens en man- en kind-uren vergooid en verdiend
aan telkens weer een spellings-hervorming. En zoals ik eerder opmerkte:
Het enige waar dit goed voor is - of
slecht, al naar verkiezing - is het effectief onmogelijk
maken van het lezen van alles wat Nederlands was en 50 of meer jaren
in het verleden gedrukt werd. [47]
Waarde
Veel van waarde heeft vele waardeloze
imitaties. [48]
Afgunst
Want afgunst regeert de mens. Althans:
al te vaak. [49]
Vermaak
Voor velen is er geen groter noch
bevredigender vermaak dan leedvermaak. [49]
Goed
Wat goed is voor de één, is niet dáárom
goed voor een ander. [50]
Navolgers
Wie mij navolgt "vanwege iets dat ik
zei" heeft kennelijk niet begrepen dat ik opwek tot zelfstandig
nadenken en zelfstandig handelen. [53]
Schrijven
Wie zo goed schrijft en denkt als M.
moet veel geschrijf en gedenk walgen. [54]
Nederlandse dichters
Er zijn in Nederland vrijwel geen
dichters die geen verzen maken (ook de meeste niet rijmende Nederlandse
"gedichten" zijn verzen). En alle verzenmakers zijn aanstellers, die
omdat ze niets te zeggen hebben een vorm kiezen waarin het moeilijk is
iets te zeggen zonder wat gezegd wordt te verwringen, en makkelijk is
z'n armoede aan gedachten te verbergen.
[56]
Goedheid
Een beter mens te zijn of
trachten te worden is vaak moeilijk, en wordt maatschappelijk
bestraft. Een slechte maatschappij is het vanzelfsprekend gevolg
van slechte mensen, en als mensen werkelijk een goede
maatschappij hadden gewild, dan hadden ze 'm reeds lang gehad. (Zie Bernard
Mandeville's "The Fable of the Bees" voor een
zinnige verklaring. Of mijn commentaar bij 423)
[57]
Jezus
Aangezien het Nieuwe Testament minstens
30 jaar na z'n dood geschreven of in ieder geval geredigeerd is, lijkt
het aannemelijk dat
vrijwel niets wat Jezus gezegd heeft overgeleverd is zoals het gezegd
werd, als er al een predikende Jezus was.
[64]
Christenen
Het is ongetwijfeld juist dat "christenen"
pas ontstonden tientallen jaren na de dood van Jezus en als gevolg van
de prediking van Paulus: De feitelijke stichter, grondlegger en
voornaamste prediker van het Christelijke geloof was Paulus. (En is
er OOIT een bekeerling geweest die de leer waartoe ie zich bekeerde zó
begreep als de bedenker van die leer bedoelde?)
[66]
Mens
Slechts heel weinigen die als mens geboren
worden slagen erin als mens te gaan denken,
en géén mens kan veel mèèr begrijpen dan net buiten zijn
persoonlijke gezichtseinder valt. Ook is ieder mens overwegend blind
voor z'n eigen onvermogens. (En zie 74,
107
en 136)
[68]
Goedheid en waarachtigheid
Hier uit zich een van M.'s
grondovertuigingen, die samenhangt met zijn waarachtigheid:
Wat werkelijk het zeggen en schrijven
verdient komt spontaan uit het hart, niet uit berekening of pose.
Dit betekent overigens niet dat wat uit
het hart komt goed is - wel dat het niet vals is. (Zie
1, over waarachtigheid).
[69]
Mystiek
Het probleem met de laatste opmerking is
vooral dat wie niets weet (of veel misverstaat) van de ervaringen die ik
aanduid met de term "mystiek" mij niet begrijpt; dat er zeer
veel pretentie van mystiek is maar heel weinig echte ervaring ervan; en dat
het zich even moeilijk laat uitleggen als de smaak van mango's aan wie
nooit mango's proefde. (Maar toch een glimp van een hint voor goede
verstaanders: Echte liefde heeft er veel mee te maken, en is de beste
sleutel voor begrip ervan voor wie niet beter heeft.)
[70]
Atheïsme en materialisme
Dat "Natuur
is alles. Wat er meer is, noemt men metaphysiek, bovennatuurkunde,
d.i. buitenissigheid." is een van M.'s fundamentele
aannames, en wordt in de zin waarin hij dat bedoelde ook goed omschreven
met zowel "atheïsme" als "(filosofisch) materialisme"
(waar "filosofisch" voorgevoegd wordt om de bedoelde zin te
onderscheiden van de zucht tot geldverdienen). En merk op dat het
argument niet zozeer terminologisch als wel logisch is: Eenieder
moet aannemen dat er Natuur is, en dat wat is Natuur verdient genoemd te
worden - maar iedere aanname die méér postuleert dan Natuur postuleert
dus iets wat niet is. (En zie 32 over
goddelijke makers.)
Maar M.'s "'t
Is nog niet sedert heel lang, dat de luitenants zoo'n veldheer 'n dwaas
durven noemen" is niet historisch correct: Atheïsme en
materialisme zijn vrijwel zo oud als de filosofie (en werden al vóór Socrates
verdedigd door Democritus van Abdera, ook de uitvinder van de
hypothese van atomen als fundament van de hele Natuur, en bekend als
"de lachende filosoof").
Wat wel klopt is dat atheïsme en
materialisme van Lucretius tot de 17e eeuw, dus 17 eeuwen lang,
in het Westen zeer onpopulair waren, en door vrijwel niemand serieus
werden verdedigd, was het alleen vanwege het levensgevaar dat men liep
vervolgd te worden, en bijvoorbeeld verbrand te worden als ketter. Maar Thomas
Hobbes was een goed schrijvende 17e-eeuwse materialist en atheïst,
en in het Frankrijk van de 18e eeuw lijken de meeste werkelijk
intelligente mensen in ieder geval meer materialist en atheïst geweest
te zijn dan iets anders - en de kwalificatie "meer" hangt
samen met het toenmalige grote maatschappelijk gevaar voor wie
materialisme of atheïsme durfde te belijden.
[71]
Metafysika
"bovennatuurkunde"
is een letterlijke vertaling van "metaphysica", en metaphysica
heet "metaphysica" vooral omdat het boekwerk van Aristoteles
dat ingaat op de vragen welke hypothesen ten grondslag liggen aan de
physica (natuurkunde) door z'n eindredacteuren (die eeuwen later
leefden) geplaatst werden na z'n boek over fysika, en "na" of
"boven" = "meta" in het Grieks. Met andere woorden:
De term "metafysika" heeft oorspronkelijk niets van doen met wat later
metafysika heette - en gewoonlijk zinledig bijgeloof met pretentie van
diepte was: men denke aan het gruwelproza van bijvoorbeeld Heidegger
en Hegel - en alles met een
terminologische toevalligheid. [72]
Misstanden en doorsnee-mensen
de voornaamste reden voor maatschappelijke misstanden het
gemiddelde niveau van mensen is, en dat het gemiddelde niveau van
mensen, gezien vanuit het betrekkelijk tot zeer zeldzame perspectief van
iemand die zowel moreel als intellectueel hoogstaand is, heel adekwaat
met "zot" (dom bijgelovig) aangeduid wordt, voorzover
het oordeel intellectueel is, en met "rot" (corrupt
vals) voorzover het oordeel moreel is.
[73]
Hollanders
in de tijd dat M. dit idee
schreef had hij nog grote hoop dat zelfs de huichelhollands verrotte
zotten - die hij Kappellui noemde
- ten rechte bekeerd zouden kunnen worden tot minder zotte ideeen en
minder rotte praktijken. (Zie 107,
136,
inleiding)
[73]
Mensen en poses
de zeer
fundamentele overweging dat vrijwel ieder mens zich ergens tussen z'n
15e en 25e leert verleugenen en verloochenen tot een maatschappelijk
aangepast karakter, vol van valse pretenties, loze praatjes, en populaire
vooroordelen, en daarmee - overwegend uit vrije wil, uit welbegrepen
eigenbelang en eigen zwakte - afscheid neemt van z'n originaliteit,
spontaniteit en individualiteit, waarmee ieder mens geboren wordt, ongeacht
overig talent. (Zie ook 116 en "Menselijkheid" - en, lezer,
"Woutertje Pieterse" gaat hierover. Zie ook
423 inclusief links en "On
People") [74]
Nederland
Neerland-nivelleerland
[75]
Genie
Hier gaat hij in op vermeende
genieën, die zeer veel vaker voorkomen dan echte. Ik zal
later
ingaan op M.'s genie, maar stel hier eenvoudig - nogmaals - dat wanneer
M. zichzelf beschreef als genie hij
eenvoudig en eerlijk de waarheid sprak, en geef de lezer een hint wat
hij daarmee bedoelde: In het Noors is er een fraai woord voor "een
genie" namelijk "en original", dus zoveel als "iemand
die aan zichzelf ontspringt, en daarmee origineel denkt en spontaan
handelt" (en zichzelf niet verleugent noch verloochent voor
sociaal succes: zie mijn opmerking bij 74,
en verder zie 113 e.v. en
220
e.v. en 136,
276) [75]
Genie
Eerst genieën. Wat is
een
genie?
Kortweg, iemand die excelleert in het
bedenken van nieuwe ideeën en formuleringen, in die mate dat z'n
excellentie daarin - of dat nu talig is, als met Shakespeare,
tekenend is, als met Da Vinci, beeldend is, als met Michel Angelo,
wiskundig is, als met Newton, Euler en Gauss, of muzikaal, als met
Mozart en Beethoven - voor de zeer grote meerderheid van wie
enigermate bevoegd is tot oordelen zeer evident is.
Dan hun mislukken.
Zoals ik het formuleerde, lijkt het
moeilijk te mislukken, voor een werkelijk genie, omdat z'n excellentie
immers zo evident is, en de maatschappij grote behoefte heeft aan zulke
schaarse excellentie, en dus zeer genegen is zo iemand kansen te geven
z'n exceptionele genie te gebruiken en toe te passen tot nut van
eenieder.
Helaas is dat vaak niet zo, en vooral
niet met genieën wier genie niet ligt in betrekkelijk onschuldig
vermaak - muziek, schilderen, beeldhouwen, schaken, wiskunde - maar in
het produceren van maatschappelijk gevaarlijke ideeën, zoals Multatuli,
en zoals twee van z'n filosofische tijdgenoten, Marx en Nietzsche.
Multatuli mislukte in al z'n
maatschappelijke ambities, en mislukte in eigen ogen ook nog als
schrijver en wijsgeer, en dat niet bij gebrek aan opgang maar door
gebrek aan adekwaat begrip, ook (en vooral) bij z'n medestanders.
Toch was hij een genie, omdat hij
evident veel beter na kon denken en formuleren dan ieder van z'n
Nederlandse tijdgenoten - en volgens mij ook dan ieder van z'n bekende
tijdgenoten buiten Nederland:
Er was eenvoudig niemand die zo
schitterend schreef, over zoveel onderwerpen, met zoveel moed, zoveel
scherpzinnigheid, zoveel helderheid, zoveel fraaie gelijkenissen en
epigrammen.
Maar Multatuli mislukte in z'n ambities
door het gebrek aan niveau - karakter, intellect, moed - van z'n
medemensen, en werd ook door degenen die na hem kwamen nauwelijks met
begrip gelezen, en vond ook later nauwelijks navolging, en zeker niet
filosofisch of maatschappelijk.
Het is interessant de twee parallelen
die ik noemde met hem te vergelijken, Marx en Nietzsche.
Beiden waren bij hun leven eveneens
maatschappelijke mislukkingen, weliswaar geacht in kleine radikale kring,
maar door vrijwel iedereen die maatschappelijk meetelde niet serieus
genomen, niet gelezen, niet gerecenseerd, en niet geholpen.
Beiden waren volgens hun bewonderaars en
volgelingen geniaal (wat ikzelf makkelijker toestem in Nietzsche
dan in Marx). En beiden verschillen sterk van hun tijdgenoot Multatuli
in dat Marx en Nietzsche een ZEER grote invloed hadden op
de maatschappelijke ontwikkelingen in de 20e eeuw, want de één was de
grondlegger van het communisme en de ander van het fascisme, hoewel het
rechtvaardig is op te merken dat géén van beiden veel waardering of
begrip zouden hebben gehad voor wat hun volgelingen bakten van hun
ideeën.
Tenslotte: Ik stel Multatuli zowel
intellectueel en moreel als stylistisch hoger dan Marx en Nietzsche,
en merk op dat het VOOR hem pleit (en tegen Marx en Nietzsche)
dat degenen die na hem kwamen in z'n overigens schitterend geschreven
werk geen denkbeelden en waarden vonden die ze konden prostitueren voor hun
eigen totalitaire aandriften:
Hij schreef te helder en dacht te goed
om misbruikt te worden door politieke stelselaars.
[77]
Waarheid en gelijkenis
waarheid wordt vooral overgebracht door
parabelen en poëzie. Dit lijkt mij wat romantisch, maar het is waar dat
waarheid onderkend en herkend wordt door gelijkenissen, en dat alle gelijkenissen mank gaan, zelfs
indien ze overwegend waar zijn.
Dat is dan weer de reden dat een goede
doch noodzakelijk manke vergelijking vaak meer licht werpt op de zaak
die ze mank vergelijkt dan iedere strikt pedant-ware conventionele
uitdrukking van die zaak. [79]
Begripsvermogen en schrijven
Sprekend voor mijzelf: Zelden begrijpt
men waar ik het over heb, en bijna altijd reageert men alleen op
bijzaken. (En nee, lezer: Het door mij ondervonden onbegrip, net als het
idem van Multatuli, ligt véél minder aan onze formuleervermogens dan
aan de denkvermogens waartoe we ons moeten richten. Helaas.)
[80]
Onderwijs
tegen alle verschoold onderwijs.
[82]
Denkende mensen
M. wenste zich
zelfstandig
denkende lezers, en idem mensen. Helaas zijn
er daarvan zeer veel minder dan er zijn die het
geloven te
zijn. Zie 141,
136,
276. [83]
Drugshandel
Tegenwoordig verrijkt een groot deel
van de de Nederlandse en de Amsterdamse élite zich - heel in het geniep,
met actieve medewerking van de Amsterdamse gemeenteraad, met de
drugshandel: Van "amfioen" - opium - in de 19e eeuw,
op Java, tot heroïne, cocaïne, en extasy in de 20ste eeuw, in
Amsterdam. Vooruitgang!
[84]
Nederlanders, geld en sex
kenmerkend voor Nederlanders - wier
principiele morele waarden zich in geldelijke winst moet uitdrukken om
gehandhaafd te worden, en die eerder geil raken van de gedachte aan geld dan aan
sex. [84]
Vijanden
wie werkelijke vijanden maakt niet moet
verwachten met eerlijke middelen bestreden te worden: Zo zitten mensen
nu eenmaal niet in elkaar, afgezien van zeer bijzondere uitzonderingen.
[85]
Wereldverbeteraars en redelijkheid
En het grote probleem voor alle morele
wereldverbeteraars is dat ze zich moeten richten tot immorele
machthebbers: Wie redelijk tracht te zijn tegen onredelijken geeft de
meeste van z'n mogelijke wapens op.
[85]
Goed en kwaad
Ook in zijn tijd werd o.a. door Lister
in Engeland de verdoving ingevoerd, die sindsdien bijzonder
veel
pijn vermeden moet hebben, en dus, in die eenvoudige termen, meer
goed gedaan heeft dan vrijwel iedere andere maatregel die men kan noemen.
[86]
Goed en kwaad
Wat betreft die eenvoudige termen, hier
is een sectie 18 uit "Multatuli en de Filosofie",
over een betrekkelijk eenvoudig, menselijk praktiseerbaar, ethisch
ideaal:
18. De
moraal: Multatuli was niet alleen een filosoof: Hij was ook
een moralist, die zijn - christelijke dus schijnheilige - tijdgenoten
beleerde in de vrijmoedige atheïstische traditie van de franse
moralisten. Omdat Multatuli ook in dit opzicht zijn tijd ver vooruit
was, en omdat het onderwerp in deze tijd, waarin egoïsme,
hebzucht en moedwillig irrationalisme verdedigd worden met een beroep op
de relativiteit van alle moraal ("Jij kan niet zeggen wat goed en
kwaad zijn "ergo" ik mag doen wat ik wil") kan het nuttig
zijn hier een korte morele verhandeling in te lassen, waarschijnlijk in
de geest, zij het niet volgens de letter, van Multatuli:
Het kwaad in de wereld is onnodig
lijden, en wordt veroorzaakt door menselijk onvermogen - tot goed
nadenken en eerlijk en konsekwent handelen. Ingewikkeld is het niet:
Iedereen weet tot op zeer grote hoogte wat z'n medemensen pijnigt en
pleziert, en wat een mens nodig heeft om redelijk te kunnen bestaan.
Iedereen weet dat onware ideeen, hoe goed bedoeld ook, wanneer ze
als leidraad tot handelingen dienen overwegend tot ellende leiden,
zo niet voor de handelaar dan wel voor z'n medemensen. Daarom
behoort iedereen, al was het alleen maar uit welbegrepen eigenbelang,
zich naar vermogen toe te leggen op waarachtig
begrijpen en goed
doen - waarbij het laatste in ieder geval wil zeggen: Het bewust
vermijden van onnodig lijden, en het helpen van degenen die daaraan
blootgesteld zijn.
Multatuli deed dat - naïef, eerlijk en
goedwillend. Vrijwel al z'n medemensen, toen en
nu, veel dommer maar ook veel wereldwijzer, minder eerlijk en van minder
goede wil, laten dat overwegend na - uit onvermogen, want
waarachtig begrip en redelijk handelen zijn moeilijk; uit domheid,
want de meeste
mensen zijn te dom om zonder hulp tot rationele ideeën te komen; uit
egoïsme, want de meeste mensen zijn te zelfzuchtig om
rechtvaardigheid en redelijkheid op meer dan minimale schaal te
betrachten; of uit lafheid, want het meeste kwaad wordt
welbewust
gedaan, uit angst af te wijken van wat maatschappelijk
gewenst of gebruikelijk is. Daarom is de wereld wat zij is: Voor de
meerderheid overwegend een lijdensweg veroorzaakt door illusies en
verlicht door valse hoop en egoïstisch vermaak.
Verder zie 423,
276, 136.
[86]
Gedachten
Wat echter wel waar is dat aan iedere gedachte een
nieuwe
gedachte
geknoopt kan worden, die de vorige gedachte uitbreidt, corrigeert,
becommentarieert, in context zet, verwerpt, kwalificeert etc. En voor de
volgende gedachte geldt - dus - weer hetzelfde, ad infinitum, of
tot de menselijke soort zichzelf laat opheffen door de gebruikelijke
domheid van de meerderheid en de
ordinaire rotheid van de leiders. [87]
Opinies
Als het niet waar is, dat
gedachten de wereld regeren, dan toch vooral omdat "de wereld"
niet geregeerd wordt door één enkel soort dingen. Maar het
lijkt mij dat mensen toch primair ideologische
apen zijn, die alleen kunnen overleven door het aannemen van
ideeën over wat de wereld is en zou moeten zijn, bij gebrek aan
voldoende instincten.
En in deze zin regeren de ideeën de
mensenwereld, al blijft het ook zo dat de ideeën die regeren dat altijd
doen via menselijke machthebbers, die zowel ideeën gebruiken als
daardoor degenen die in de ideeën geloven. (Zie Machiavelli.)
De geschiedenis van de 20ste eeuw
("The Century of Total War": Aron), waarin de -
misbegrepen, misbruikte - ideeën van Marx en Nietzsche zo'n prominente
rol speelden bieden hiervan een uitstekende dus uitermate gruwelijke illustratie. [88]
Homo sapiens
Ja, maar het zijn niet zozeer woorden
als de uit woorden en rituelen gevormde bouwsels die ideologieën
heten die het fundament vormen van alle sociale macht in
alle
mensenmaatschappijen - omdat mensen denkende wezens zijn, en
gewoonlijk geen weldenkende wezens, maar door hun eigen denken misleide
wezens.
De mens is het
rationaliserende dier, de ideologische
aap, het martelende beest, en
het huichelende zoogdier:
Dat "de" mens
"het" rationele, redelijke dier zou zijn kan incidenteel waar
geweest zijn over de oude Grieken, maar is hoogstens een bittere
satirische hoon van de grote meerderheid van de
mensheid die na hen verscheen. (Zie 74,
107,
136, 276,
423)
En let wel, lezer:
Niemand heeft zichzelf in de wereld
gewenst; niemand heeft z'n vermogens en gebreken verkozen; niemand is
verantwoordelijk voor al het kwaad wat in de menselijke geschiedenis
gedaan is - maar ieder is verantwoordelijk voor wat ie gemaakt heeft
van wat 'm gegeven werd, en wie rationeel
na wil denken mag niet blind zijn voor de vele massale gruwelen
noch de frekwente individuele lichtpuntjes in de menselijke geschiedenis.
[89]
Nedernorm
het is waar dat wie in Nederland
afwijkt van de norm bij voorkeur doodgegooid wordt met "doe maar normaal dan doe je al
gek genoeg". [90]
Nederland huichelland
Overigens is deze echt Neerlandse norm
(Nederland=vernederland; Holland=huichelland; Neerland=Neerlanderthalië)
uitdrukkelijk totalitair en autoritair:
De domme doorsnee dient hiermee de domme
doorsnee het patent op waarheid en waarachtigheid toe, en ontkent
hiermee aan iedereen die niet dom is en
niet
huichelachtig
laf is het recht anders te denken of willen dan de doorsnee goed acht.
Niet alleen behoort de menselijke doorsnee tot de soort der ideologische
apen, maar ook tot de totalitaire
apen.
Mijn gelijkstelling van Holland=huichelland
geeft de doorsnee Hollander overigens te veel eer, volgens idee 1209a:
Huichelen vergt althans nog énig karakter, maar wat de doorsnee tot
waarachtige doorsnee maakt is zelfgemaakte en zelfgewilde
karakterloosheid. (Zie 74,
107,
136.) [90]
Waarheid
dat er maar één waarheid is, die als
een eenzaam vlotje op een kolkende oceaan van onwaarheden drijft (en
daar vaak door verzwolgen wordt), is waar, evenals de gedachte dat één
enkele waarheid op talloos veel manieren verwoord, verbeeld, of in
wiskunde of diagrammen omgezet kan worden.
[94]
Doorsnee-mensen en doorsnee-begrippen
Wie niets origineels te zeggen heeft
wordt altijd begrepen, want hij
predikt gemeenplaatsen; en wie
geen gemeenplaatsen preekt moet rekenen op algemeen wanbegrip.
Want:
De
meute denkt niet, maar wensdenkt, en gelooft altijd wat het grootste
deel van de meute gelooft. Mens, houdt op massa-"mens" te zijn! (74,
107,
136, 276,
423) [95]
Serendipiteit
Dit is een idee dat wetenschappers die
in serendipiteit geloven - wat 'n term is die uit 't Engels stamt, en
iets betekent als "het geluk is met de dommen" - enige
bescheidenheid zou moeten leren:
Als de meeste ontdekkingen van waarde op
toeval berusten, dan is de menselijke geest kennelijk alleen bij
zeldzaam toeval slim. [97]
Religie
Dit gaat over de troost die religieus
geloof biedt, maar ook ik vind het niet zo'n goed idee. Het is wel
nuttig op te merken dat als het religieus geloof troost biedt dit geen
reden is dus te geloven - het geloof aan Sinterklaas geeft ongetwijfeld
meer genot dan ellende, maar volwassenen wijzen het af omdat Sinterklaas
nu eenmaal de tekortkoming heeft van niet bestaan. En dit duidt op nog
iets: Wie werkelijk gelooft houdt z'n geloof voor werkelijk,
hoe onzinnig z'n geloof op rationele gronden ook is.
[98]
Kennis en onzekerheid
alle redeneren berust op weten ("dit is zo"), ontstaat door
twijfel
("is dit wel zo?"), en kan uitmonden in ontkenningen
("dat is niet zo"). [99]
Mensen, maatschappij en denken
Helaas lijkt het meeste wat mensen
schrijven en zeggen niet de waarheid maar het eigenbelang te dienen -
dat meestal strijdig is met de waarheid.
De doorsnee spreekt en schrijft eerder
om te liegen, vanwege de maatschappelijke voordelen die dat biedt, dan
om de waarheid te spreken en schrijven, ook waar dit geen moeite of moed
kost:
Maatschappelijk
leven is een leven van gecultiveerde leugen, pretentie, schone
schijn, waar bijna niemand is hoe ie voorgeeft te zijn, en bijna allen
bijna altijd huichelen over bijna alles, uit gebrek aan karakter of
hersens, en meestal beide. (Verg. Ervin Goffman's "The Presentation
of Self in Ordinary Society" en zie
hfdst 13 van mijn LPA. Ook
423 kan hier verhelderend zijn.)
Wie dit zegt niet te zien heeft zichzelf
zo verloochend dat ie zelf niet meer door heeft tot wat 'n karikatuur
van 'n mens ie zich gemaakt heeft - of liegt. (En zie
74,
107, 136,
246, 423)
[99]
Publiek spreken
Waar op zogenaamd waardige wijze
standaard frases worden gebruikt wordt bedrogen.
Alle publiek beleden principes zijn
publiek gehuichel, zelfs als 't huichelen eerlijk bedoeld is.
[100]
Huichelen en maatschappij
En ja lezer, er is "eerlijk bedoeld huichelen", en u kent het heel goed uit eigen ervaring.
Zie ook 73,
74. Eerlijk
huichelen komt o.a. kijken bij een gewone maatschappelijke rol spelen.
Zie 616,
618. [100]
God
Nog steeds geloven zeer velen dat er een
God te deduceren valt uit onze onwetendheid omtrent de oorzaken
van de grootheid en raadselachtigheid van het heelal, en zien zeer
weinigen helder in dat zo'n God alléén uit die gegevens gededuceerd
kan worden als ie er eerst door de gebrekkige denker's wensdenkerij zelf
ingebracht is - uit onwetendheid volgt immers niets dan onwetendheid.
[102]
Doorsnee intellect en wensdenken
Ik vrees echter dat het intellect van de
zeer grote meerderheid van de mensen te slecht is en hun aangeboren
driftnoden te sterk zijn, om hun geloven rationeel in te richten:
Liever wensdenken ze dan rationeel te
denken, omdat het zowel veel makkelijker is dan
rationeel
denken - als gegarandeerd tot wenselijke konklusies leidt.
[102]
Filosofisch genie
omdat echte filosofische genieën
inderdaad voor weinig maatschappelijks deugen en zelden werkelijk
begrepen worden door hun tijdgenoten. [105]
Doorsnee mensen en begripsvermogen
Mijn reden ligt vervat in de
zegswijze dat "wanneer een aap in een spiegel kijkt, een aap
terugkijkt":
Iedereen kan mèèr begrijpen
dan ie weet, maar niet direct véél meer, en niemand kan mèèr
begrijpen dan z'n vermogens toelaten. En:
De vermogens zowel als de wens tot waarachtig begrip van de
meerderheid zijn gering: Doorsnee "men" wil
géén pijnlijke waarheid maar aangename leugen, en wil niet leren
maar lichamelijk genieten. Mundus vult decipi = "Men" - de aangepaste,
conformistische, braaf oppassende menselijke doorsnee - "wil
bedrogen worden". (Zie - bijvoorbeeld: ik ga hier regelmatig op in,
lezer! - mijn commentaar bij Ortega
y Gasset, en 136,
276,
423.)
[106]
Hoogmoed
Wie waarachtig uitsteekt in menselijk
opzicht, dat is in moreel, intellectueel of kunstzinnig opzicht, heeft
recht op hoogmoed, en wie dat niet doet niet. En alleen mentale of
morele pygmeeën vatten en waarderen dit niet.
[108]
Hollandse bescheidenheid
Dit gaat over
valse
bescheidenheid, in Holland verreweg de meest populaire en wijdst
verspreide huicheldeugd sinds vele eeuwen.
[109]
Deugd
De maatschappelijk juiste definitie van
"deugd" is "wat
de doorsnee eist dat men huichelt".
Anders: "Deugd" heet
wat "men" zegt dat "men"
behoort te
doen, en dat "men" zelden doet, behalve wanneer het
risico nihil en de betaling goed is. Voor meer over dit onderwerp
inclusief verwijzingen naar wiskundige logica zie
423.
O, en Srebrenica en ME
in Amsterdam, bijvoorbeeld, voor deugdzaam Neerlands bestuur en
beleid. [110]
Slechtheid
Eigenbelang speelt inderdaad een grote
rol, maar ik denk dat angst en domheid een grotere rol spelen - immers,
welbeschouwd is het eigenbelang dat de grote meerderheid van bange en
domme mensen onderkent alleen dàt belang dat rijmt met hun laffe domheid,
maar niet het belang dat ze zòuden hebben als ze de moed hadden niet laf
te zijn, en het verstand niet dommer te zijn dan ze zijn geboren. (Zie
74
en 136.)
[111]
Nederlanders
afgunstige
nivelleerzucht en valse nederigheid. Nederland is hier vol
van! [113]
Deugd
Voor iedere echte deugd bestaat een
huicheldeugd van dezelfde naam.
[114]
Ambtenaren
Het gaat vooral om: "maar
wie 't Land dient en yverig is, staat zyn meerderen in den weg".
Een reden voor dit verschijnsel is later geformuleerd door dr. Peters:
"In an organization everyone gets promoted to his level of
incompetence".
Anders: Een eerlijke, integere,
intelligente, competente ambtenaar is erg jong en erg naief - of een
contradictio in adjecto. (Dit is een onpopulaire les der geschiedenis,
onder ambtenaren, maar wel zeer waarachtig. De ambtelijke moraal is
namelijk deze: "Unsere
Ehre heisst Treue!" - en wat de SS, waarvan dit de
wapenspreuk was, enigermate doet verschillen van andere ambtelijke
organisaties, is hun eerlijkheid op dit punt. Moderne Nederlandse
ambtenaren spreken van "loyaliteit". Zie
De la Boétie's
"Vrijwillige slavernij" en mijn "On
people") [115]
Nederlanders en Nederlands bestuur
Het Neerlands bestuur mag hele
woonwijken doen opblazen door eigen onverantwoordelijkheid en
onaansprakelijkheid, en mag vervolgens blijven zitten van het domme
Neerlandse volk en nog dommer Neerlandse kamerleden. Dit mag vanwege hun
zo bijzonder toegenomen... gevoel van verantwoordelijkheid.
En merk overigens op dat volgens de
geldende interpretatie van het tweede Pikmeer-arrest geen enkele Hollandse machthebber
enige aansprakelijkheid heeft voor enige
daad of nalatigheid van precies die soort waarvoor ie aangesteld
is om
niet te doen of niet na te laten: De juridische, politieke, bestuurlijke
en menselijke ONverantwoordelijkheid is in Neerland tot
hoofdprincipe
van bestuur en recht verheven.
Lees daarna eens wat in Multatuli:
Er is niets veranderd in
Nederland en zal niets veranderen in Nederland zolang het
gemiddeld intellectueel niveau
van de Nederlanders is zoals het is, was, en kennelijk altijd geweest
is. 't Is héél jammer, maar zo liggen de feiten: Het volk WIL bedrogen
worden; de bestuurders WILLEN bedriegen; en - buiten zeer zeldzame
individuen - WIL NIEMAND enige persoonlijke verantwoordelijkheid. (Zie
ook 423, waar ik in ga op de grondslagen van de "kennisse
des goeds en des kwaads" en
mijn "On people").
En omdat dit zo'n wijdverbreid "democratisch"
gevoelen is in Neerland heeft en voelt feitelijk ook vrijwel niemand enige
werkelijke politieke, juridische of persoonlijke verantwoordelijkheid:
"Men" weet dat "men"
laf liegt en bedriegt, maar "men" heeft daar meestal en in meerderheid
vrede mee, want "men" liegt en bedriegt zelf mee en weet dat ook.
Ziedaar Neerlandse zogeheten "verdraagzaamheid"
en zogenaamde "tolerantie": Onverantwoordelijkheid, onaansprakelijkheid,
lafheid, karakterloosheid, conformisme, hypocrisie - God's water
over God's akker laten lopen met een schijnheilig braaf gezicht, al
klagend over de slechtheid van anderen maar zelf nooit iets doende dat enige
moed of karakter vergt.
In dit verband heb ik een fraaie, wat cynische maar goed onderbreide
ondersteuning van de Piaget-Kohlberg
theorie van stadia-gewijze morele ontwikkeling. Mijn stelling is
deze:
Vrijwel ieder mens verandert in z'n
puberteit van het naïeve "Agis comme tu penses" in het
conformistische "Agis comme on pense" - en doet dat
overwegend vrijwillig, uit welbegrepen eigen zwakte en eigen
belang. Zie ook 74,
107, 136 en
220. Verder zie o.a.
423, 447
en "On people".
[116]
Stemmen en parlementarij
't Is een mooi beeld, volkomen passend
bij alle parlements-verkiezingen waar ik weet van heb: Een bezopene op
weg naar het stemhok, kennelijk vanwege stemplicht. Zie verder M.'s noot.
Ik ben niet "voor
algemeen stemrecht" ... maar ik
heb minstens 130 jaar meer geschiedenis om op terug te zien. Dat
uitzicht - onder andere op de 20ste eeuw vol van totalitaire gruwelen,
wereldoorlogen en algemeen stemrecht - beneemt mij alle lust in
algemeen stemrecht, aangezien dat een puik middel blijkt om de
grootste incompetenten - de lafste leugenaars, de meest achterbakse
intriganten en rijkworders, de geilsten naar macht, status en inkomen
- aan de macht te brengen en daar eeuwig te houden via de
totalitaire propaganda-campagnes die "verkiezingen" heten.
Wat er precies aan gedaan moet worden
weet ik niet - maar het gemiddelde menselijke niveau en de kennis van
de kiezer, die ook meekiest over mijn mogelijkheden, vind ik om van te
kotsen zo armzalig.
Het beginsel "one man, one
vote" heeft een zekere begrijpelijke schijnbare
rechtvaardigheid, maar als het er op neer komt, zoals in Neerland het
geval is, dat mijn stem "gebalanceerd" wordt door een
50.000 in het weekend "Aan 't gas! Aan het gas!" brullende
randdebiele familievaders, die bovendien iedere week hun toch al
armzalige breintjes 25 gruwel-uren lang laten verjunken middels de
publieke breindildo die TV heet, dan
heeft stemmen voor begaafde en beschaafde mensen geen enkele zin, en
is feitelijk beledigend, want meedoen maakt de mening respectabel dat
het kiezen bij meerderheid van dom kiesvee rationeel en redelijk zou
zijn. (En inderdaad ben ik er trots op sinds 1971 geen enkele keer
gestemd te hebben in Neerland, en ben ik blij sinds 1971 niet meer
wettelijk verplicht te zijn aan die vernederende komedie deel te nemen.)
Het komt mij over het geheel genomen
het meest rechtvaardig voor stemmen te verdelen in
evenredigheid met genoten onderwijs: Hoe hoger opgeleid, hoe meer stemmen.
Aangezien iedereen in beginsel, althans in Nederland en omstreken,
indien ie maar allerminimaalst bekwaam is een studie te volgen deze
ook kàn volgen, heeft iedereen in ieder geval gelijke rechten
om zich al studerende mèèr stemmen dan een ander te verwerven.
Alternatief: Laat de machthebbers en
volksvertegenwoordigers VERkiezen uit academici door academici;
geef macht aan mensen over andere mensen alleen aan wie aangetoond
heeft - met objectieve examens, op basis van gepubliceerd eigen werk -
althans intellectueel, in kennis en in werkvermogen en
verantwoordelijkheidszin en eerlijkheid, uit te steken boven de doorsnee;
geef iedereen gelijke kansen op academische opleiding;maar laat iedere
volwassen burger meedoen aan WEGkiezen van machthebbers op
basis van meerderheid. Dit systeem beoogt enerszijds bekwame
maatschappelijke bestuurders te krijgen, en beoogt anderszijds de
gehele maatschappij mee te laten beslissen over hun prestaties.
Of dit systeem véél uit zal maken weet
ik niet. Wat ik wel weet is dat Hitler democratisch verkozen is, met
grote meerderheid van stemmen. En ook meen ik te weten dat stemmers die liever als
"dienstplichtige" op commando anonieme mede-mensen
uitmoorden, alleen omdat dit "dienstorder" zou zijn, géén
stemrecht verdienen.
Het probleem is moeilijk, en wordt
zelden helder en eerlijk onder ogen gezien, al helemaal niet door
zelfbenoemde "democraten".
Toch is het herhaaldelijk helder
gesteld, en hier volgt een fraai voorbeeld daarvan, uit Guiccardini's
"History of Italy" ("Storia Italia"),
dat geschreven werd rond 1540, en voor 't eerst gepubliceerd in 1560.
Ik citeer een Engelse vertaling, en wat volgt werd door Guiccardini in
de mond gelegd van één van de tamelijk democratisch gekozen
vertegenwoordigers van de stad Florence, in antwoord op het voorstel
van een ander democratisch verkozen vertegenwoordiger meer
democratie in te voeren, en sprekend rond 1495:
"Guidantonio Vespucci, a famous
lawyer and a man of remarkable intelligence and skill, spoke as
follows:
'If, most worthy citizens, a
government organized in the manner proposed (..) produced the
desired results as easily as they are described, it would certainly
be perverse of anyone to wish for any other form of government for
our country. It would be a wicked civilian who did not passionately
love a form of republic in which the virtues, merits and abilities
of men were organized above all else.
But I do not understand how one can
hope that a system placed entirely in the hands of the people
can be full of such benefits.
For I know that reason teaches,
experience shows and the authority of wise men confirms that in so
great a multitude there is not to be found such prudence, such
experience and such discipline as to lead us to expect that the wise
will be preferred to the ignorant, the good to the bad, and the
experienced to those who have never handled any affairs whatever.
For as one cannot hope for sound
judgement from an unlearned and unexperienced judge, so from a
people full of confusion and ignorance one cannot except - except by
chance - a prudent and reasonable election or decision.
Are we to believe that an inexpert,
untrained multitude made up of such a variety of minds, conditions
and customs, and entirely absorbed in their own personal affairs,
can distinguish and understand what in public government wise men,
thinking of nothing else, find difficult to understand?
Quite apart from the fact that each
person's self-conceit will lead them all to desire honors - and it
will not be enough for men to in the popular government to enjoy the
honest fruits of liberty - they will all aspire to the highest posts
and to take part in the decisions on the most diffciult and
important matters.
In us less than in any other city
there rules the modesty of giving way to the man who knows best or
who has the most merit.
But if we persuade ourselves that we
must be by right all equal in all things, the proper positions of
virtue and ability will be confused when it rests with the judgments
of the multitude.
And this greed spreading to the
majority will ensure that the most powerful will be those who know
and deserve least; for as they are more numerous, they will have
more power in a state organized in such a way that opinions are
merely numbered and not weighed.'"
Zie verder Guiccardini
en mijn
secties Politics,
Machiavelli,
Ortega y
Gasset, en ME
in Amsterdam en 119.
[118]
Stemmen en parlementarij
Dit idee vervolgt
118
en de noot op 118, waar ik inga op m'n redenen voor m'n eigen
afwijzen van de tragi-komedie die "democratische verkiezingen" heten.
Hier geeft M. de zijne, en begint met
een schets met als hoofdsentiment
Die
rekening kan niet goed wezen!
Nu, mijn probleem is dat ook als de
rekening perfect klopt de beginselen van "meeste stemmen gelden"
en "één man; één stem!" in een verzameling waar de
meerderheid uit randdebielen en de leiding uit slimme huichelaars
bestaat géén goede manier is om tot een rationeel en redelijk beleid
te komen.
Vervolgens, wat betreft
Het
ideaal ener regeringsvorm is: absentie van regering.
Dit
is M.'s ideaal, waar ik me wel bij wil aansluiten in beginsel, maar het
is niet het ideaal van enig stelsel van regeren, en al helemaal niet
het ideaal van de meeste regeerders: "All power corrupts;
absolute power corrupts absolutely. All great men are bad."
(Aldus luidt de samenvatting van de lessen der geschiedenis van de
Engelse geschiedkundige Lord Acton, uit 1895).
Het hoofdpunt is:
Wat
maakt het naderen tot dat ideaal -
van "absentie van regering" -
mogelyk?
Vermindering der behoefte van een Volk om geregeerd te worden, dat is:
ontwikkeling, beschaving, verlichting, enz. Als ieder wist wat hy doen
moet, en daarnaar handelde, ware alle regering overbodig. Ik spreek niet
van bestuur. Immers, tot
"bestuur" behoort "het noodzakelijk koördineren"
van een maatschappij, terwijl regeren "machtsuitoefenen"
is, dus het doorzetten van de wil van de één of enkelen tegen de wil
van vele anderen.
Kortom, regeren, het doorzetten van de
wil van de één tegen de wil van vele anderen, berust op het onvermogen
van die velen behoorlijk macht over zichzelf uit te oefenen, uit
gebrek aan eigen ontwikkeling, beschaving, verlichting, enz.
Dit was zo in 1862, en is nog steeds zo
in 2001.
Wat betreft de regeerstelsels waarmee M. z'n idee afsluit: De gegeven lijst en veronderstelde
onderscheidingen en definities gaan overwegend terug op Aristoteles -
die ongetwijfeld van mening zou zijn geweest dat wat men in Neerland
"democratie" belieft te noemen in feite een oligarchische
ochlocratie is: een meute van stommelingen geleid en bedrogen
door een groepje liegende voorgangers overwegend ten bate van die
voorgangers en ten koste van de - blinde, dankbaar "democratisch"
kiezende - meute.
Ook dit was zo in 1862, en is nog steeds
zo in 2001.
Konklusie:
Het
ideaal ener regeringsvorm (..)
absentie van regering zal
moeten wachten tot de menselijke doorsnee anders is dan deze kennelijk
tot nu toe geweest is.
Zie verder mijn secties Politics,
Machiavelli,
Ortega y
Gasset en ME
in Amsterdam. [119]
Stemmen en meerderheid
De tekortkomingen van het kiezen bij
meerderheid van stemmen toegelicht. Toch is het hoofdprobleem van het
kiezen bij meerderheid van stemmen - zie 7 en
119
- vooral dat de meeste stemmers onbekwaam zijn tot redelijke oordelen,
en, dus, al logisch gevolg hiervan, gewoonlijk ook
onbekwaam om bekwame en integere mensen te kiezen.
Het zogenaamde "Poldermodel" van
"consensus" waar Nederland dan ook al jaren langzaam maar zeker door
kapotgemaakt is komt feitelijk neer op een samenzwering van matige
corpsstudenten, mislukte gymnasiastjes, gefaalde studenten, en
honderdsterangs afgestudeerden in zachte gamma-vakken of rechten, die
hun geringe extra begaafdheid misbruiken om de hordes voor
kiesgerechtigden met Mavo en Lbo-breintjes illusies voor te spiegelen
die de illusionisten - vrijwel allen niet in staat tot enige individuele
carrière in wetenschap, kunst of het bedrijfsleven - levenslang zachte
baantjes en grote macht te verschaffen.
Ik citeer Etienne de la Boétie,
schrijvend rond 1560:
"(..) ook gaat, zo gauw de koning zich al
tiran bekend maakt, al het kwade, al het uitvaagsel van het koninkrijk
zich rond hem verzamelen. Ik heb het niet over een bende dieven en
deugnieten, die de staat nauwelijks goed of kwaad kunnen doen, maar over
degenen die men herkent aan een brandende ambitie en een opvallende
hebzucht. Zij steunen hem om een deel van de buit te krijgen, en onder
de tiran zijn zij zelf tirannen." (p.43)
Het is
handig en verduidelijkend e.e.a. in termen van IQs te zien, al is dat
geen écht adequate maat voor werkelijke intelligentie: De pakweg 85% met
een IQ tot 115 wordt geleid, en gewoonlijk belogen, bedrogen, onderdrukt
en uitgezogen door de pakweg 15% met een IQ tussen de 115 en de 130. De
enigen die het spel enigermate rationeel kunnen doorzien zijn de
zeldzame enkelingen met een IQ boven de 130 (1 op de 100) - en het is
niet gezegd dat dit overigens uitnemende mensen zijn. Een goed
verstand is immers geen garantie van enig ander goeds dan het vermogen
niet in alle gebruikelijke illusies en vooroordelen te hoeven geloven
bij gebrek aan sjoege.
Trouwens:
Een essentieel deel van het doorzien is het zien dat alle
publieke politieke en religieuse ideologie overwegend spel,
hypocrisie, pose, mode en voorwendsel is, and
that, as men are, some can cheat almost all nearly all of the time, AND
have done so through all known history.
Verder zie 74,
423,
De la Boétie's
"Vrijwillige slavernij" en mijn "On
people". [120]
Stemmen en kiesrecht
Meer over kiezen. Zie
119
en 120.
Wat betreft
Aan
dien vorm van regeren heb ik 'n hekel, uit temperament:
Ik ook, en ik leg dat uit bij 118,
119 en 120
plus aantekeningen. (Kortweg: ik heb een hekel aan domme mensen, en
de
demokratische meerderheid is niet intelligent, en niet
uit eigen keus. Kiezen bij
meerderheid van dommen is dom - en zelden in de interesse van de
meerderheid.)
Overigens: Iets wat de moderne lezer
zich dient te realiseren over de Nederlandse Demokratische
Volksvertegenwoordiging uit Multatuli's tijd is dat het feitelijk
kiesrecht toekwam aan de ca. 10% van de volwassen mannen die daarvoor
voldoende belasting betaalden. De rest - alle vrouwen, kinderen en 90%
van de mannen die niet rijk genoeg waren - mochten toen, in Onze
Nederlandse Demokratische Rechtsstaat niet
kiezen.
Ik vind ook dat niet eerlijk, maar lezer:
Stel nu eens - wat niet zo was - stel nu eens... dat die 10% werkelijk
de besten, begaafdsten, redelijksten, eerlijksten, verstandigsten, best
geïnformeerden van de samenleving zouden vormen, en die overige 90%
niet. Was u dan, als pretens Neerlands demokraat, vóór algemeen
stemrecht? En als die 90% voor 90% uit fascisten
zou bestaan? Of lieden met een IQ dat 50 punten lager is dan het uwe, of
van tien jaar
minder onderwijs en kennis is voorzien? Of bestond uit nobele prachtdemocraten die - als doorsnee Neerlanders - vrijwel al
hun kennis ontlenen aan TV en hun morele waarden aan voetbal? Wilt u
werkelijk dat de meerderheid van zulke mensen uw levensmogelijkheden mag
gaan bepalen, alleen omdat ze in de numerieke meerderheid zijn, en trouwhartig de
leugens napraten die ze voorgehouden worden door hun leiders?
[121]
Nederlanders
Zeer
veel
van wat Multatuli zo scherp, zo scherpzinnig, zo moedig, en zo helder
kritiseerde aan het Nederland en de Nederlanders van zijn tijd is
nog
steeds,
klaarblijkelijk vanwege dezelfde soort oorzaken werkzaam in hetzelfde
soort doorsnee Neerlandse gemoederen, onveranderlijk het geval.
't Is bitter, en men mag konkluderen dat
alleen eugenetica er veel aan kan veranderen. Zie mijn
A
fundamental problem of democracy. [122]
Publiekspreken
Waar publiek gesproken wordt daar wordt
publiek gelogen (bijna altijd), al is het vaak heel moeilijk vast te stellen
hoeveel van de leugens teruggaan op oneerlijkheid en hoeveel op
onwetendheid.
En de fout ligt niet alleen bij de
liegende publieksprekers, maar ook - en vooral - bij het publiek, dat zo
graag bedrogen wil zijn, en dat zo graag hoort wat het wenst
te horen, en véél meer achting heeft voor populaire leugens en
leugenaars dan voor onpopulaire waarheden en waarheidssprekers.
[125]
Waarheid, dogma, wetenschap
Multatuli was, net als ik,
een groot gelover in het bestaan van objectieve, kenbare en bewijsbare
waarheden. Zie bijvoorbeeld 1 en
94,
en de lezer doet er wel aan een gebruikelijke denkfout te vermijden,
die bestaat in het verwarren en identificeren van dogma's en waarheden:
Dogma's zijn
gewoonlijk onbewijsbare stellingen die vanwege hun onbewijsbaarheid en
hun wenselijkheid voor een geloof als "geloofswaarheid"
aangenomen worden; waarheden het artikel waarin echte
wetenschap doet, en die tot echte technologie leidt, die
weer aantoont wat het karakter van een echte waarheid is:
Echte waarheid leidt
tot toepassingen die werken ongeacht geloof in of zelfs maar begrip
van de waarheden die tot de toepassingen hebben geleid.
Het is dus de voortgang van de
wetenschap die het fanate gelovers in domme dogma's mogelijk maakt
hun tegenstanders af te maken met moderne wapens waarvan zij de
wetenschappelijke fundamenten niet begrijpen en overigens afkeuren als
strijdig met hun geloof. (Zie "De
ideologische aap") [129]
Vrouwen
Iets wat ook wel opgemerkt mag worden
is dat de zeer grote meerderheid van vrouwen in de leeftijd 15
tot 45 het grootste deel van haar vrije tijd en geld besteed om er
mooier, aantrekkelijker, sexier uit te zien dan - zoveel mogelijk! -
andere vrouwen: Het is menselijk
om individueel te willen excelleren!
[130]
Hoogmoed
En een van mijn redenen om M.'s ideeen
over hoogmoed te delen is eerlijkheid:
Laat iedereen er vrijelijk naar
streven de beste te zijn op het terrein van zijn of haar gading en
vermeende bijzondere voortreffelijkheid... maar lieg niet over
je eigen valselijk gepretendeerde "gelijkwaardigheid"
met alles en iedereen! (Zie 220 e.v. en
155)
[130]
Democratie
En mijn eigen probleem met
democratische verkiezingen - geheel eerlijk: "one man, one vote"; vrij
van propaganda en bedrog; toegankelijk voor alle volwassen inwoners, als
dit alles mogelijk is - is het feitelijk niveau van de kiezers en
gekozenen, dat gemiddeld garandeert dat de kleine doorsnee middelmatig
begaafden de grote doorsnee laagbegaafden regeert met doorsnee
denkbeelden, doorsnee waarden en doorsnee bekwaamheid. Daar is in
sommige omstandigheden veel voor te zeggen, maar niet in alle, en zeker
niet als de kansen, mogelijkheden of het levensgeluk van miljoenen er
van afhangen. Daarbij: De 20ste eeuw was DE eeuw van de democratie, vol
van volksdemocratieën, parlementaire democratieën,
nationaal-socialistische democratieën, fascistische democratieën,
peronistische, maoistische, titoistische democratieën en zo meer:
Vrijwel overal werd min of meer eerlijk en bij meerderheid gekozen, als
nooit tevoren in de wereldgeschiedenis - en in geen enkele eeuw hadden
dictators meer macht, werden meer mensen gruwelijk vermoord, of waren er
groter of gruwelijker oorlogen.
Ja inderdaad: er is geen direct causaal
verband. Nee natuurlijk: als er anders was gekozen was het wellicht niet
beter en mogelijk nog beroerder geweest. Feit blijft: De eeuw der
democratie was - in Raymond Aron's frase - "The century of
total wars". (Zie zijn boek van die titel.)
[133]
Politici
Zoo-iets ontmoet men
veel: En heet "valse
scherpzinnigheid", overigens de essentie van het normale
politieke intellect. (Zoals een hoer uitblinkt in het geven van sex
zonder liefde tegen betaling in geld, zo blinkt een politicus genus
Neerlandicus uit in het geven van beweringen zonder waarheid of bewijs
tegen betaling in geld of macht. Maar het is waar dat dit niet
puur-Nederlands is, helaas.) [134]
Dagbladen
dat de Nederlandse dagbladen uit 1862 niet interessanter,
zinniger of beter geschreven waren dan de Nederlandse dagbladen uit 2002
(of daartussen). [135]
Recht
Er is nog een principieel en
onvermijdbaar tekort aan rechtspraak, ook indien deze goed en
rechtvaardig is: Het recht is een
onvermijdbaar grof middel om conflicten te beslechten en overtredingen
te bestraffen en is - in een enigermate behoorlijke rechtsstaat - een
laatste middel, en in het geheel geen model, middel of fundament van
rechtvaardigheid. [135]
Recht, rechtvaardigheid en goedheid
Ik weet niet in
hoeverre M. dit serieus bedoelde, maar er is een groot gevaar "het
goede" te willen voorschrijven bij wetsartikel: Vlak om de
hoek daarvan ligt namelijk de dictatuur à la Robespierre of Stalin. De
meeste zinnige rechtsspraak betreft niet direct "het
goede" maar is een poging geweld te vermijden door een compromis
te vinden tussen de conflicterende belangen die het niet eens konden
worden zonder tussenkomst van een rechtbank, of is anders een poging
geldende maatschappelijke regels en praktijken te handhaven door het
bestraffen van overtreders van die regels.
[135]
Parlementarij
De toen bestaande kieswet - als de nu
bestaande! - garandeerde op geen enkele wijze enige
bekwaamheid van de gekozenen. Als het bijvoorbeeld nodig zou zijn voor
iedere volksvertegenwoordiger om aan te tonen dat hij of zij bekwaam
genoeg is een universiteit af te lopen (wat bepaald geen hoge eis is,
voor de feitelijke wettelijke machtshebbers over miljoenen) dan zou de
meerderheid der kamerleden afvallen. [135]
Parlementarij
Wat mij volkomen genas van alle
Neerlandse parlementarij (ik koos niet en nooit sinds 1972, in geen
enkele verkiezing!) was het enigermate serieus lezen van de Handelingen van Tweede Kamer der Staten Generaal. Wie dat
met enig verstand doet riskeert overigens diepe depressies - maar is
hierbij genodigd hetzelfde te doen, niet omwille van depressies, maar
omwille van inzicht en begrip. [135]
Stemmen
Ik ben het daar overwegend mee eens, al
blijft het probleem dat er vaak geen ander praktikabel middel is om
keuzes te maken die velen aangaan dan door een vorm van "meeste
stemmen gelden". [135]
Media
En overigens zijn de dagbladen nooit
"vertegenwoordigers
van de publieke opinie", maar de voornaamste makers ervan
- althans in M.'s tijd, en toen naast de dominees en priesters.
Tegenwoordig is hun rol overgenomen door de TV - wat jammer is, want TV
is oppervlakkiger, sensationeler, dommer, ondoordachter, en nog
meer toegesneden op de grote massa dan dagbladen.
[135]
Politici
Wie goed leest
zal zien dat de geciteerde bladen "de
onbekwaamheid, de onbeduidendheid, de middelmatigheid onzer
vertegenwoordigers" niet bespreken. En alleen individuen -
zonder afhankelijkheid van betalende abonnees - kunnen zich dergelijke
uitdrukkingen veroorloven, zelfs nu, al is dit tegenwoordig zogeheten
columnisten (de hofnarren van de electorale democratie, getolereerd
zolang ongevaarlijk voor machthebbers) toegestaan.
[135]
Nederland
Waarom ging het dan toch
vergelijkenderwijs (met andere landen) niet slecht met Nederland? Omdat
dit evident niet aan de regering of de volksvertegenwoordiging
lag of ligt (maar: Aan de internationale economie; aan een
enigermate zorgvuldige rechtsspraak gebaseerd op een tamelijk
rechtvaardig rechtstelsel; aan allang in Nederland bestaande rijkdom
die gehandhaafd kon worden, en meer dergelijke oorzaken, zoals
aardgas). [135]
Journalisten
Journalisten zijn naschrijvers van professie.
[135]
Nederland en élite
Een van de
interessante verschillen tussen Nederland en de omringende landen,
zeker Engeland en Frankrijk, is dat er in Nederland geen werkelijke
élite is, anders dan een élite van rijken of bestuurders. Er is geen
respect of interesse in exceptioneel begaafde individuen; er zijn geen
élite-universiteiten; en zelfs een behoorlijke algemene intelligentie
is in Nederland eerder een belemmering dan een hulp voor een
maatschappelijke carrière, heel weinig uitzonderingen daargelaten (en
ook die moeten gewoonlijk op eigen kracht hun bijzonder talent
bekwamen en gebruiken).
Neerland is een zwaar nivellerend land, al eeuwen lang, en dat heeft
heel begrijpelijke nogal beestachtige oorzaken: Wie afwijkt van de
doorsnee is alleen al daarom onbemind of gehaat door de doorsnee, en
"de maatschappij" is zelden gebaat bij uitnemende intellecten of
karakters (behalve op termijn), en meestal gebaat bij conformisten en
meelopers. [135]
Nederlands taalgebruik
Nu ja - en het is instructief dat er 140 jaar geleden net zo gezwetst
werd in dagbladen als tegenwoordig (en sindsdien). Trouwens, mijn eigen
bevinding is dat het geschreven taalgebruik in de 19e eeuw, zowel in de
dagbladen als de boeken, beter was dan in de 20e, kennelijk omdat in de
20e eeuw er veel meer geschreven en gepubliceerd werd voor de grote
domme massa dan in de 19e eeuw. [135]
Onze Democratische Rechtsstaat
Het is een feit dat "Onze Democratische
Rechtsstaat" feitelijk gebaseerd is op een aanzienlijke hoeveelheid illusies,
die tóch enigermate werken juist omdat ze wijd verbreid zijn, zoals dat ook
met religies het geval is. Maatschappelijke samenhang is zelden gebaseerd op
waarheid, en vrijwel altijd op gedeelde wensen en illusies.
[135]
Innerlijk en uiterlijk
Gezond verstand is niet gewoner dan uiterlijk schoon - dat zeldzaam is.
[135]
Mensen
Er zijn er - als bijv. W.F. Hermans - die hebben geklaagd dat "De roeping van den mensch is mensch te zijn" meer
klank dan inhoud is, nogal vaag is, of weinig zegt. Ik denk dat ze niet erg
goed gelezen of nagedacht hebben, en ga hier kort in op een implicatie van en
een grond voor dit voor mensen bruikbare en leerzame ideaal.
Eerst de
implicatie:
Er zijn weinig
mensen die hun roeping "mens te zijn" waarmaken. De meeste
zogeheten mensen zijn
karikaturen van
mensen, parodieën van
mensen, restanten van
mensen - might-have-been-humans zonder redelijke hoop op iets anders dan een
dragelijk leven en een dragelijke dood. Zie
74.
Dan een grond:
Het is
theoretisch zinnig aan te nemen dat
ieder
mens geboren wordt als lid van een soort met welbepaalde
menselijke capaciteiten en
mogelijke keuzes - het leren van
taal, wiskunde, muziek; het begrip van heden, verleden en toekomst; het zijn
van een deel van de Natuur dat de hele Natuur kan reflecteren en trachten te
begrijpen, maar ook: de martelende ideologische aap, het totalitaire
zoogdier, het huichelbeest - en dat het een natuurlijk gegeven
is dat ieder individu tracht de
capaciteiten
die het heeft te
gebruiken,
en op die manier te worden wat
het is:
Een vrij kiezend
en denkend wezen, dat z'n begrip van de werkelijkheid kan gebruiken om zichzelf
en anderen te plezieren of te pijnigen naar keuze, en zichzelf te maken en
vermaken naar eigen wens en inzicht. Zie
74.
Ieder mens wordt
geboren als taak en als
probleem, namelijk met
de taak zichzelf te worden naar vermogen en met het probleem dat ieder mens
uniek is en met weinig anders dan capaciteiten geboren wordt, en alleen
geholpen door enkele soortgenoten z'n eigen versie van de werkelijkheid moet
vinden en leren gebruiken, in de omstandigheden waarin z'n lichaam zich
bevindt. [136]
Menselijke hoofdfout
Dit is inderdaad één van de menselijke hoofdfouten - die niet zozeer bestaat
uit verwarring van doel en middel, als het tot
doel maken van
middelen, zoals
beroepen,
rollen en
functies.
[136]
Volmaaktheid
Het is geheel
niet duidelijk wat een volmaakt mensch is, behalve dat zo iemand nog nooit bestaan
heeft, zodat dogmatiseren over de eigenschappen van deze empirisch
niet-bestaande volmaaktheid nogal zinloos is.
[136]
Liberaal
Hier wordt in feite een - zogeheten -
liberaal ideaal geformuleerd, in overeenstemming met de
notie dat een regering des te beter is
alnaarmate ze minder regeert, minder macht heeft, en meer vrijheden laat,
alles bij een ordelijke en vreedzame samenleving:
Ceteris paribus
is die regering het best die het minst regeert, de meeste persoonlijke
vrijheden toelaat, en een rechtvaardige wet en maatschappelijke vrede en
welvaart handhaaft.
Een andere formulering van het zojuist door mij genoemde liberale ideaal van
een staat waarin zo weinig mogelijk geregeerd wordt en zoveel mogelijk
individuele vrijheden bestaan om te worden wie men is en wil zijn, zonder tenonder
te gaan aan anarchie of ontregeling.
Een andere reden, die M.'s gelijkenis ontstijgt, is dat het een feit is dat
macht corrumpeert. Wie gelooft aan de mogelijkheid van goede dictators weet
heel weinig van geschiedenis: "All
power corrupts, and great power corrupts greatly. All great men are bad."
(Lord Acton.)
[136]
Mensen en rollen
Maar dit - verschoold, verambtenaard,
vermilitaird, verbeursd, verwrongen, vermanierd, verstelseld en
verkerkt - is wat er gewoonlijk van mensen terechtkomt:
Karikaturen en
parodieën van mensen omdat "men"
zichzelf verwart met
de rollen die "men"
speelt, en niet goed wijs meer weet uit pose en realiteit, geste en gevoel,
onderkende waarheid of voorgewend geloof, pretentie en werkelijkheid.
Wat resteert van
wat de roeping heeft mens te zijn is vaak verward laf gehuichel in dienst van
eigenbelang: acteurs verdwenen in hun eigen rollen, niet meer in staat en ook
niet gewillig fictie en werkelijkheid te onderscheiden.
Terug
Zie ook
74, en
107 voor twee belangrijke
gronden waarom zo weinigen hun capaciteiten waarachtig en eerlijk gebruiken -
afgezien van gebrek aan capaciteiten, die de hoofdreden is.
Verder zie
276
en
423.
[136]
Gebruik en misbruik
Al wat is kan mismaakt worden. Al wat
gemaakt is kan mismaakt zijn. En al wat gebruikt kan worden kan
misbruikt worden. [137]
Vrouwen
In M.'s tijd - en later - werden veel vrouwen
mismaakt met korsetten. Erger nog: ze mismaakten zichzelf,
alleen om anderen te bevallen, die hetzelfde deden.
[137]
Moraal
In precies dezelfde termen die
"men" zelf voor moreel of waar of eerlijk beleden
heeft, is "men" zelf immoreel, onwaar en oneerlijk
geweest: Naar eigen normen gerekend.
Uit vrije wil en berekening, vanwege
maatschappelijk gekoördineerd egoïsme (eigenbelang) en de sociale
premies op huichelen, bedrog, en de betaling - de winst - van
het handhaven van maatschappelijk gehandhaafde - gekultiveerde -
misstanden.
Men leze Mandeville's
"Fable
of the Bees" (Mandeville
was oorspronkelijk
Rotterdammer, later Engels geneesheer, en een gevreesd satiricus uit
de 18e eeuw. Zijn Engels was zeer fraai, en z'n ideeën waren
scherpzinnig en zonder illusies.)
O, en dit nog - in deze tijd (A.D.
2001) van "risico-berekening", mond- en klauwzeer, en als
immer liegende onbekwame ministers:
Een morele waarde die
uitgedrukt zou kunnen worden in een financiële verlies- en
winst-rekening is een verleugende morele waarde. Verlies- en
winst-rekeningen zijn immoreel, of op z'n allerbest a-moreel, en
kennen als hoogste huicheldeugd alleen het Batig Saldo, en vervalsen
overig alles van waarde wat erin opgevoerd staat tot de immer
bedriegelijke marktprijs van 't moment.
[137]
Christenen
In Nederland is er nu een jaar of 20
"de Evangelische Omroep". Wie deze electronische evangelisten wel eens
toevallig 's nachts op de radio hoorde (ik heb geen TV, dus ben
verschoond van 't bespreken daarvan), was in de gelegenheid
godsdienst-waanzin van deze tijd te horen, van de meest
gruwelijk-debiele en immorele vorm.
Je zou willen denken dat dit soort
waanzin ooit ophield aan overmaat van weerleggingen, maar 't
voortdurend verschijnsel van massa's godsdienst-waanzinnigen, overal,
altijd, bewijst dat de menselijke diersoort in meerderheid niet denkend
is, zoals individuutjes ervan graag geloven, maar... gelovend en
zelfbedriegend is, en dat niet uit kwade wil maar uit domheid, of
goddelijke gekte, naar verkiezing van de lezer: "Als God niet zo
bijzonder van domme mensen had gehouden, had Hij er veel minder
gemaakt." [138]
Bidden
Francis Galton
heeft dit serieus statistisch onderzocht aan het eind van de
19e eeuw - en bevond dat het al dan niet bidden geen enkel verschil
maakt (wat voor verzekeraars nuttige kennis is: de premies voor fanate
bidders hoeven niet lager te zijn dan voor anderen, want de statistiek
- immers toch ook Godgegeven, als alles? - leert dat bidden geen enkel
verschil maakt). [138]
Moslima's met hoofddoeken
Maar waar ik 't eigenlijk kort over
wilde hebben in deze fanaat-religieuze context is de malle hoofddoek
waarmee Islamitische meiden tegenwoordig hun religieuze gezindheid,
morele voortreffelijkheid en overige Mohammedaanse niet-zondigheid
belijden tussen 't Nederlands publiek.
Ik vind het een vorm van religieuze
auto-mutilatie, om de volgende reden:
Het zondert ze af; het verminkt het
uitdrukken van hun schoonheid; het is zelf-discriminerend; en het
introduceert een continue uiterlijke gedwongen religieuze belijdenis
die niet rijmt met de werkelijke interesses en vermogens van de
meerderheid van hen: Voor katholieke meisjes zou 't zelfde gelden als
hun ouders ze alleen buiten lieten in een nonnen-habijt.
En 't is bijzonder vreemd - gezien van
rationeel standpunt, niet met een religieuze optiek, die nimmer
volledig rationeel is - dat deze publieke auto-mutilatie toegestaan
wordt in een beschaafd land, zeker gelet op 't feit dat het dragen van
een hoofddoek of sluier uitdrukkelijk geen plicht is die uit de
Koran volgt.
Tenslotte is het tamelijk dom hoewel
menselijk begrijpelijk wanneer Mohammedaanse mannen hun vrouwen en
dochters een dergelijke vernederende verplichting opleggen en wanneer
de vrouwen en meisjes zich dat laten aandoen: 't Is een begrijpelijke
reactie op de discriminatie waaraan de doorsnee Nederlander ze
blootstelt (hypocriet als altoos, dus huichelend dit niet te doen
terwijl ie het wel doet) - maar ze reageren daarop door zichzelf
uiterlijk discriminabel te maken, alsof je discriminatie kunt ontkomen
door jezelf publiek te discrimineren.
[138]
Individualisme
Een jongen
die van "Etiamsi omnes,
ego non!" wist, kennelijk. Mijn vader
drukte hetzelfde idee zo uit: "Als iedereen zo gek is om in de gracht
te springen, ben jij dan ook zo gek?"
[138]
Priesters en dominées
Eerst waarom dominees en priesters
vrijwel allemaal liegen: Omdat ze kennis en inzicht pretenderen -
bijvoorbeeld over de hemel en de hel - die ze zelf weten niet
te hebben. Er is een zeer grote discrepantie tussen hun
geloofsaannames en de stelligheid waarmee ze die uitdragen voor hun
gemeente, die minstens zo oneerlijk is als een verkoper van loten die
al z'n kopers stellig belooft en verzekert dat "iedereen" de
hoofdprijs gaat winnen. (Minstens zo oneerlijk, lezer, want je
mag aannemen dat er een hoofdprijs is in de loterij. Als de paus
gelijk heeft dan leidt zo'n dominee zichzelf en z'n volgelingen
regelrecht de hel in.) [139]
Ervaring
ZEER veel van wat eenieder ziet,
hoort, ruikt, proeft, en meemaakt, is overwegend onbegrijpelijk, en
daarmee mysterieus, wonderbaarlijk, mirakels enzomeer.
[140]
Nuanceren
Hier is weer
de hoofdzonde van farizeeërs, huichelaars, conformisten en overige
bedriegers : "de
zucht tot halveeren, tot vergoelyken, tot
tusschen-door zeilen, tot schipperen
"
die in modern-Nederlands-leugenjargon-jaargang-2001 "nuanceren"
heet.
De leden van de Neerlandse élite
hebben immer een hoogst "genuanceerde" verleugening van
alles dat niet rijmt met hun eigenbelang gehad, en hebben overigens
altijd zeer ongenuanceerd en hondsbrutaal gelogen waar leugen winst
bracht. [140]
Spiritualiteit
Renan en de zijnen deden de rest van
de maatschappelijke élite het kunstje voor hoe "Geloof" en
"Wetenschap" hoogst "genuanceerd" door-elkaar gehuicheld en
verstoethaspeld konden worden, tot een woordenbrei met een zwaar
genuanceerde morele, religieuze en wetenschappelijke walm, waar de
immer domme meerderheid makkelijk mee te bedwelmen en bedriegen viel.
Ook tegenwoordig is
dit de mode van de dag in zogenaamd intellectuele kranten en kringen,
als 't NRC-Handelsblad, waar de ene na de andere kwasi-denker met zijn
of haar (m/v/bi) zogeheten "spiritualiteit" zwaait, als was
het een bezweringstotem om populair mee te worden.
[140]
Religie en mirakels
Afsluitend wijs ik nogmaals op Hume'
s "Dialogues upon Natural Religion"
en geef de lezer
in overweging dat er iets logisch-ziekelijks schuilt in het willen
overtuigd worden door zaken die dusdanig mirakels zijn dat ze 't
verstand te boven gaan: Wat onbegrijpelijk is kan immers nooit
verklaring
zijn, en alle teksten die intern strijdig zijn bevatten onwaarheid.
[140]
Waarheid en kunst
Ik geloof niet dat onwaarheid
nooit
"verheven" is, en ook
dat er nogal veel verheven onwaarheid in de kunst is, die kunstig
verheven is, en vaak een (beweerd) moreel doel dient. Ook vind ik het niet erg
dat kunst vrijwel altijd neer komt op vervalsing, overdrijvig,
selectie, en accentuering van delen van de waarheid, alles met het
doel licht te werpen op iets dat buiten de kunst ligt. Wèl erg is
het uitventen van noodzakelijke kunst-leugen als feitelijke waarheid.
(Stuitend lelijk is het vaak ook: zie het zogenaamd "socialistisch
realisme" in de kunst, van Stalin tot Kim-Il Sung.
Maar zie ook het "Hollywood-kapitalistisch realisme" van
"The Bold and the Beautiful" en de Jerry Springer
Show, dat even dom en vals is, en doorsnee mensen even dom en vals
maakt.) [141]
Waarheid, kennis en TV
Vrijwel niemand - dat is: alleen 'n
zeer naïef of zeer intelligent mens - is werkelijk
geïnteresseerd in waarheid
die niet helpt maatschappelijk huichelen.
Bewijs? Voor iedereen in
Nederland staan de bibliotheken open om zich te bekwamen, maar vrijwel
iedereen voelt zich wel-voorzien door de standaard onzin en populaire
vooroordelen die de media uitdragen. En in ieder geval dat gevoel aan
de media genoeg te hebben en er niet door bedrogen te worden noch dom
behandeld te worden is alleen verklaarbaar door grote geestelijke
traagheid.
De Neerlandse doorsnee, akademisch
bekwaamd of niet, laaft zich al minstens 25 jaar gemiddeld zo'n 25 uur
per week - drie hele werkdagen! - aan de vrijwel altijd stuitend
lelijke, valse, onwaarachtige waanzinnige troep die de TV ze biedt.
Beter en duidelijker testimonium
paupertatis intellectualis van de huidige generaties kunnen de
latere niet krijgen:
De antieken, middeleeuwers en
modernen bouwden beschaving en kultuur naar vermogen; de post-modernen
keken TV! [142]
Waarheid, leugen en kansberekening
Het hier uitgedrukte beginsel dat
waarheid-vinden vooral bestaat in het benaderen van de
waarheid is later ook gevonden door de Amerikaanse wiskundige,
filosoof en logicus Charles S. Peirce, die er nog weer later,
niet in Neerland, zeer om bewonderd werd door niet-Neerlandse
wijsgeren.
En Multatuli heeft wat mij betreft
weer groot gelijk:
Zeer veel waarheden blijven onbekend
omdat ze onbemind zijn, onpopulair zijn en maken, of niet rijmen met
de maatschappelijke leugens van 't moment.
De zeer grote meerderheid van de
mensheid stelt zich tegenover de meeste waarheid op als de welbekende
drie aapjes, die niet wensten te zien, niet wensten te horen en niet
wensten te spreken (gewoonlijk om geen
Patagonische pygmeeën voor 't hoofd te stoten en uit domheid of
eigenbelang).
Overigens heeft de
maatschappelijk-wenselijke leugen altijd op de waarheid voor dat ze
maatschappelijk zeer bemind maakt, een mens goed kleedt, en alleen
door 'n kleine minderheid van welbekende zogeheten lasteraars,
kwerulanten en krankzinnigen doorzien wordt, als de kleren van de
keizer door 't naïeve jongetje. [143]
Dwaling en wensdenken
Allebei de
principes - dat dwaling aantrekkelijk is, en alleen opgegeven wordt
voor andere dwaling - lijken mij zeer goed empirisch onderbouwd.
Ook is er sprake van zekere logica in
het niet opgeven van een dwaling zonder deze te vervangen door een
andere - en die logica is een kwestie van gevoel, als met een
uitgevallen tandvulling:
Wiens dwaling weerlegd wordt door 'n
ander of door de loop der feiten voelt zich daardoor gewoonlijk zó
onbevredigd dat ie de leegte waar dwaling was prompt vult met een
nieuwe dwaling - omdat het dwalen op dit punt hem of haar voordeel
of genoegen biedt, en naakte waarheid maar al te vaak nogal
pijnlijk en bedreigend is. ("Video meliora proboque; deteriora
sequor" - Ovidius: "Ik zie het betere en
stem toe dat
het goed is; ik volg het slechtere" ... omdat het lekkerder,
makkelijker, ongevaarlijker, populairder, meer winst gevend is).
Bovendien heeft de zeer grote
meerderheid veel grotere behoefte aan de schijnzekerheid van
wensgedachten dan aan de zekerheid allerlei zaken niet zeker te weten.
Doorsnee mensen wensdenken wanneer ze
geloven dat ze denken. [144]
Motivatie
Juist: Al pretendeert men meestal
nobele motieven voor z'n doen en laten, gewoonlijk wordt zowel het
doen als het laten ingegeven door eenvoudig dom willen genieten:
Er is voor velen geen groter vermaak
dan leedvermaak.
M.'s vertelling is weer psychologisch
subtiel, en rijmt volledig met iets dat ik meemaakte als kind van 10,
toen ik zag hoe volwassenen reageerden op het overrijden van een vrouw
door een tram, op 't kruispunt van de 2e Hugo de Grootstraat en de
Frederik Hendrikstraat.
Of de vrouw dood was weet ik niet,
maar de volgende dag was 't kruispunt nog steeds besmeurd met bruine
vlekken van liters bloed, terwijl direct na het gebeuren
letterlijk honderden volwassenen een half uur tot 'n uur het
kruispunt bezet hielden, zwelgend in doelloze en teugelloze
sensatie-zucht, die nergens anders over ging dan het kennelijke
vermaak in het leed van een ander:
- Och minsj! Wa freesel'k! Sou-se
fee-eel pijn geleeje hebbu?
- Ach buuf! Allebei-j dur benuh! Je ken blei wesuh da-jij-ut-nie-ben,
mins!
- Keik nouw-tog es naor al-da-bloet! Is ut nie om fan te gruu-uuwuh soo
freesel'k buuf!
- Un mins se ferstan staot er bei stil buuf. Weetje da'k d'r
op-me-hart fan hep?
(Etc. etc. etc.)
Sindsdien heb ik nooit bij ongelukken
gekeken, en zelden zo gewalgd - want het was me als 10-jarige heel
duidelijk dat die volwassenen stonden te genieten terwijl ze meeleven
acteerden: 't Was een echt voyeurs-festijn, en smullen van een ander's
misère. [144]
Dwaling
Maar: "dwaling
trekt aan" omdat wensdenken
een irrationele en onlogische manier is om een genot te smaken dat men
door rationeel en logisch denken niet kan smaken.
Men dwaalt ook niet zomaar:
Men dwaalt geïnspireerd door de eigen
behoefte aan dwaling, aan valsheid, aan (zelf)bedrog, en aan
leugen, en zou niet, of anders, dwalen zonder de behoefte die men
bevredigt door eigen vooroordelen, illusies en wensdenkerij.
En terwijl het een bittere en leerzame
waarheid is dat de meeste mensen dom zijn, is 't eveneens waar (en
minstens even bitter) dat de meeste mensen niet zo dom zijn dat ze
niet weten dat ze welbewust dwalen, en welbewust verkiezen niet
behoorlijk na te denken over de domme en valse gronden van hun eigen
vooroordelen. (Zie "Menselijkheid"
en 423 voor het begin van een verklaring.)
[145]
Determinisme
Kortweg: Er bestaat niet alleen noodzaak, maar ook toeval; niet alleen
dwang maar
ook vrije wil. [146]
Waarheid, dwaling en gissing
Ik ben het er mee eens dat "
dwaling
is noodig ", en mijn
uiteindelijke reden daarvoor is dat mensen de waarheid vrijwel altijd
alleen kunnen vinden door een gissing te maken, en hieruit
logisch konklusies af te leiden, in de hoop dat onder deze konklusies 'n al
bekende waarheid of onwaarheid is, omdat in 't eerste geval de gissing
ondersteund wordt (waarschijnlijkheidstheoretisch)
en in 't tweede geval weerlegd.
Maar ik denk niet dat "de
waarheid haar luister ontleent"
aan de dwaling, doch
- aan het licht dat die waarheid werpt op
andere waarheden;
- aan de hulp en het inzicht welke die waarheid geeft;
- aan de pijn en ellende die ze helpt bestrijden en verhelpen; en
- aan de
moeite en moed die 't gekost heeft dergelijke waarheid te vinden.
[146]
Geschiedenis
voor iedereen die jonger is dan ik,
en dus nauwelijks of geen geschiedsonderwijs heeft gehad, omdat
Neerlandse politici leven, denken en politiek bedrijven op basis van
de overweging dat wie de gruwelen der geschiedenis niet kent, ze zal
herhalen, tot voordeel van politieke machthebbers en nadeel van bijna
ieder ander [146]
Persoonlijkheid
Er is zeer veel overleverd door
overigens domme monniken-arbeid dat anders verloren zou zijn gegaan.
Een zeer klein maar interessant deel zijn de liefdesbrieven van Abélard en Héloïse, waarvan vooral
die van Héloïse verbazingwekkend fraai, intelligent, moedig en
eerlijk zijn. Een reden waarom die brieven zeer interessant zijn is
dat ze aantonen dat deze mensen uit de 12e eeuw minstens even
persoonlijk en intens aanwezig waren als mensen van 800 jaren
later. [146]
Dwaling en waarheid
dwaling is nodig omdat de mens vooral
door gissen waarheid vindt. [146]
Objectieve waarheid
Wat betreft: "de
objektieve waarheid - ik weet
niet of ze bestaat" zijn er
enkele elementaire tegenvragen: Is 't werkelijk WAAR dat u niet WEET
of waarheid bestaat? En indien niet, waarom ZEGT u dan dat u 't niet
weet? En WEET u niet dat er LEUGENS bestaan?
Kortom, ikzelf geloof dat er wel
degelijk objektieve waarheid bestaat; dat alle logisch redeneren - of
dit nu voor of tegen "de" waarheid is gericht - op deze
aanname is gebaseerd; en dat wie deze aanname ontkent in grote logische
problemen komt o.a. omdat hij impliciet beweert dat hij geen kennis
heeft van de taal waarmee hij ontkent dat er kennis is. Zie
1
en 11.
[147]
Geschiedenis en mensen
Wat betreft "den
algemeenen toestand der maatschappy voor vier-, zes- of tienduizend
jaren":
Er is 'n zeer wijdverbreid misverstand dat "vroeger
geboren" iets zou impliceren als "naar evenredigheid van
hoevéél vroeger: zoveel achterlijker". Dit is onzin. In
de eerste plaats is "den
algemeenen toestand der maatschappy voor vier-, zes- of tienduizend
jaren "
meer een raadselrubriek dan toegankelijke evidente kennis, en
vervolgens wijst alle evidentie die we hebben erop dat 't gemiddeld
peil der individuen, zowel lichamelijk als geestelijk, in bijv. Athene
van rond 450 v. Chr., een stuk hoger was dan de afgelopen
honderden jaren. [148]
Gezondheid en gissen
Een belangrijke reden voor M.'s
stelling is dat gezondheid bestaat in geslaagd verweer tegen ziekte,
en waarheid en waarachtigheid in geslaagd verweer tegen dwaling en
bedrog; en dat mensen bovendien geen waarheid kunnen vinden zonder
gissingen en aannames te maken, te zien waar deze logisch gezien toe
leiden, en waar mogelijk de logische gevolgen van hun aannames te
vergelijken met de empirisch gegeven werkelijkheid.
[149]
Onsterfelijkheid
Individuele onsterfelijkheid,
natuurlijk - al is dat welbeschouwd een raadsel.
[150]
Leven
alles wat leeft voedt zich met of is
voedsel voor wat leeft, ontstaat en vergaat in voorspelbare ritmes, en
breekt fysiek uiteen in de samenstellende delen wanneer het
vergaat. [151]
Religie
Het argument is weer korrekt: Als
de
aarde een leerschool is voor den hemel,
gemaakt door een almachtig alwetend liefhebbend schepper, zoals zeer
vele gelovigen beweren te... weten, waarom is het dan
voor zovelen zo'n onbegrijpelijk onverdiende wrede, harde en
pijnlijke leerschool - waar ook door de meesten zeer veel minder geleerd dan voor zoete koek aangenomen wordt?
De meeste mensen leren iets geloven
wanneer ze iets "leren"; wegen hun geloof nauwelijks of niet
op rationele of logische
gronden, en verwerven het meestal op gezag van deze of gene autoriteit,
schoolmeester, politicus, priester, of media-voorganger.
[152]
Volwassenen
't Is waar dat volwassenen
aanzienlijk meer waarheden en onwaarheden geloven en menen te weten
dan kinderen, maar het relevante verschil tussen kinderen en
volwassenen is dat de laatsten in staat zijn geweest kennis
te verwerven over redeneren, logica,
waarschijnlijkheid,
mogelijkheid en verwante begrippen, en dus beter in staat kan zijn zin
en onzin, waarheid en onwaarheid,
waarschijnlijkheid en onwaarschijnlijkheid, en - daarmee - goed
en kwaad te onderscheiden en herkennen. (Voor goed en kwaad zie
ook 423.)
Helaas hebben maar zeer weinig
volwassenen de mogelijkheid benut dergelijke - logische en
methodologische
- kennis te verwerven - wellicht door een soortgelijke handicap als
toondoven a-muzikaal maakt, en ongeïnteresseerd in muziek.
[153]
Gelijkheid
Een interessant feit over Nederland is
dat in Amsterdam een héél klein grauw gribus-straatje naar Douwes
Dekker is vernoemd, niet ver vanwaar het buurthuis "De
Havelaar" staat, met een electrisch uithangbord met Multatuli's
beeltenis + de eerste zin van dit idee,
Van
de maan af gezien, zyn we allen even groot,
vrijwel zeker vanwege de in Neerland zeer gewenste huicheldeugd van
"gelijkwaardigheid". Op z'n Amsterdams:
Me binne allemaol chuleikwaoaordug - en as juh-n-ut-nie chuloofuh-wil kejje un dreun foor juh
fuiluh stommuh kankerkop kreiguh, smeriguh hufter!
Hoe het zij, een adekwate Engelse
vertaling van deze eerste zin, die de buurtwerkers niet vatten, is:
"For lunatics, all men are
equal."
Want in feite zijn alle mensen
òngelijk
- of ze zouden niet individueel bestaan, en hebben daarom gelijke
rechten nodig, om niet individueel benadeeld te worden. (Ik ben de
afgelopen 25 jaar geen Nederlander tegengekomen die dit ook zo zag,
maar geef toe dat ik zowel uitzonderlijk intelligent als uitzonderlijk
eerlijk ben. En wat ik stel komt me voor als een realistisch fundament
voor een echte rechtsstaat, terwijl de in Neerland miljoenvoudig
hoewel vals en hypocriet beleden universele "gelijkwaardigheid" van
alles en iedereen, van Einstein tot Eichmann, mij voorkomt als
totalitaire nivellering. Zie
423 voor een onderbouwing van mijn ideeën over
goed en kwaad.) [155]
Mensen en kennis
Maar het is waar dat er geen enkele
garantie is dat mensen in staat zijn méér dan een klein deel van wat
werkelijk is te begrijpen, al is het óók waar dat mensen in staat
zijn een dusdanig groot deel van de werkelijkheid te begrijpen dat ze
met hun overige zeer talrijke wanbegrippen als soort zijn blijven
bestaan en als individu een tijd kunnen overleven, tot nu toe.
[156]
Mensheid
Religie in 't algemeen lijkt
niet erg moraliserend, wat blijkt uit de toestand van de wereld, die
overwegend gelovig is en was, en voorzover bekend nergens en nooit aan
meer dan een klein deel van de maatschappij veel geluk of
mogelijkheden tot ontplooiing en ontwikkeling heeft geboden - wat
religie bood aan de massa's was hoop op een betere wereld dan waar de
grote meerderheid van de geloven hun God voor dankten in te mogen
leven en hopen op beter, en wat religie bood aan de maatschappelijke
élite was een middel om de massa te regeren en manipuleren via de
religieuze ideeën die ze zelf onderwezen aan de massa.
Dit zijn goede gronden om weinig
vertrouwen te hebben in de doorsnee goedheid van de mens, of in de
verbeterbaarheid van doorsnee mensen, noch in het intellect van de
zeer grote meerderheid, of in de verbeterbaarheid van de
maatschappij of de mens door een beroep op goede wil.
Wat houdt de grote meerderheid - die
niet bijzonder goed is, niet zeer verbeterbaar is, en in termen van de morele normen
die het zèlf uitdraagt meestal slecht is - "video meliora
proboque; deteriora sequor" - en ook nauwelijks in staat is zèlf
behoorlijke ideeen te bedenken over de oorzaken van 't eigen falen en
tekortkomen - dan tóch overwegend moreel, aangepast, normaal,
oppassend, kortom fatsoendelijk?
Kortweg: angst en eigenbelang
- angst voor sancties van de strafwet en de zeden, de
laatsten gewoonlijk gehandhaafd door de buren, de baas en de
familie, en vaak begint met "wat "men" er van zal
denken en zeggen", terwijl eigenbelang dat mensen weerhoudt van
handelingen waar ze voor gestraft, gediscrimineerd of gemeden worden.
Moraal, filosofie, wetenschap en
kunst zijn de werkelijke drijfveren van zeer weinigen, en van
véél minder dan voorgeven dat ze erdoor gedreven zouden worden.
[157]
Definities
Een bruikbare (maar onvolledige)
definitie van "definitie" is:
Een definitie van een
uitdrukking is een aanname dat in een zekere tekst deze uitdrukking
dezelfde betekenis heeft als een andere uitdrukking en beide
uitdrukkingen overal door elkaar kunnen worden vervangen in de tekst.
[158]
Humor
Een voorstelling of verhaal is
humoristisch wanneer 't een onverwacht licht werpt op een onderwerp
dat een kern van waarheid bevat. [158]
Algemene bekendheid
Wat van algemene bekendheid heet bestaat
overwegend uit illusies.
En dit moet zo zijn volgens iedere
lezer die na kan denken, ongeacht wat ie voor waar en onwaar houdt,
omdat ie het voor waar moet houden dat de meeste mensen in de wereld
nogal àndere ideeën hebben over wat waar, onwaar, goed, slecht, mooi
en lelijk zou zijn, en waarom dat zo zou zijn, dan de ongetwijfeld
voortreffelijke lezer(es) zelf heeft.
[158]
Kunst
In die zin is realistisch bedoelde
kunst niet zozeer navolging van de natuur - "natura artis
magistra" is waarachter over technologie dan over kunst -
maar herscheppen, en dan niet herscheppen in werkelijkheid, wat
de toegepaste wetenschap beoogt, maar in fantasie, door iets te
maken dat iets voorstelt, iets verbeeldt, dat beter - of anders:
intenser, dramatischer - is dan de werkelijkheid waarnaar 't
verwijst, maar niet is, noch tracht te wezen, omdat het welbewuste
fantasie is.
Een definitie van kunst met
enige zin is dus: Kunst is toegepaste, beheerste en gecultiveerde
materieel vormgegeven bewuste menselijke fantasie.
[158]
Representeren en mensen
"Weergeven"
(deftiger: representeren) is één van de fundamentele capaciteiten
van hersens is die in staat zijn zowel aspecten van het lichaam waar
't de hersens van zijn als van de omgeving weer te geven. Zie
11
voor 'n schets van een fundamentele theorie hiervan.
Maar wat M. zegt is enigszins
verwarrend, want "klanken",
"kleur",
"vormen"
zijn 't alleralgemeenst wat weergegeven kan worden, terwijl "blik,
wenk, gebaar" een stuk
ingewikkelder zijn, omdat het pogingen zijn de aandacht van een ander
op iets te richten (dat bovendien niet in de omgeving hoeft te zijn:
't Kan voldoende zijn dat de ander iets gelooft waarop de aandacht
gevestigd wordt).
Tenslotte, wat betreft "we
kunnen die Natuur konterfeiten op zooveel manieren als we middelen
hebben om 'n indruk meetedelen":
Juist, en het aantal manieren is een goede index van de mentale
vermogens die men heeft: Evenveel als men kan gebruiken om ideeën en
ervaringen weer te geven. En 't is een interessant menselijk feit dat
deze vermogens individueel nogal verschillen, en dat de grote
meerderheid van de mensheid weinig talent heeft voor de taal waarin de
Natuur zichzelf schrijft: wiskunde. [158]
Dode en levende natuur
Het diepe probleem is in feite:
Hoe kan levende Natuur, met
doelen, wensen, geloven, gevoelens, verwachtingen ontstaan uit dode
Natuur, waaruit het samengesteld is, die juist gekenmerkt wordt door
het ontbreken van doelen, wensen, geloven, gevoelens en
verwachtingen? [158]
Moeder Natuur
't Beeld van "toko"
voor Moeder Natuur is weer fraai gevonden, precies omdat een toko een
allegaartje is, maar of M.'s verklaring van de term "winkel"
juist is betwijfel ik. [158]
Natuur
En hier ligt dan ook weer een diep
probleem: De opsomming die M. levert bij "alles!
" valt in feite - dunkt
me - in drie klassen uiteen:
Lucht,
zee, zwaarte, klank, spoed, traagheid, kracht,
bestonden
voordat er levende natuur was;
leven,
ziekte, pyn, groei, ontbinding, dood,
ontstonden
met de levende natuur; terwijl
liefde,
vreugd, schoonheid, karakter, een
zekere mate van bewuste reflectie op gegeven ervaringen
veronderstellen (zoals 't besef dat al dit lieflijks vreugde-gevend
schoons en karaktervols allemaal ànders zou hebben kunnen zijn dan 't
is of schijnt: wie geen enkel alternatief kent, voelt, begrijpt of
ziet voor wat 'm overkomt heeft weinig reden tot vreugde of angst, en
weinig aanleiding voor gevoel, dat immers vooral samenhangt met het
maken van keuzes).
Voor de filosofische slimmerds onder
mijn lezers trouwens: Er was klank voordat er oren waren om te horen,
want klank is luchtverplaatsing. Oren doen klanken weerklinken, zoals
ogen vormen en licht zichtbaar maken. (De welbekende boom van Bishop
Berkeley, die 't onfatsoen had te vallen in een oerbos waar geen oren
waren z'n val te horen, maakte wel degelijk geluid. Dat niet gehoord
werd, bij afwezigheid van oren.)
Hoe het zij, M. verwisselde, verwarde
of nam in ieder geval onder een term - "Natuur"
- samen wat verschilt: dode natuur, levende natuur, en
denkende
natuur. (Dieren denken ook, want mensen zijn dieren, en andere dieren
- bevers, bijen, nestvogels - kunnen wel degelijk nadenken en
doelmatig en planmatig handelen. Maar taal hebben ze niet,
behoudens fragmentarische signaal-systemen, en wiskunde ook
niet.)
Ik ben 't met M. eens dat mensen deel
van de Natuur zijn, maar geloof niet dat er op dit moment enige
behoorlijke theorie is van wat leven is, van wat geest,
gevoel, intelligentie of betekenis is, en dat dit een
fundamenteel filosofisch (en psychologisch en logisch) probleem
is. [158]
Dode en levende natuur
Hier ligt weer de mogelijke
begripsverwarring van dode en levende Natuur, en 't feit dat mensen en
hun bedoelingen, wensen, gevoelens en fantasieën óók deel van de
Natuur zijn. De dode Natuur is dom, doelloos, gevoelloos,
gedachteloos, en zinloos. De levende Natuur heeft althans enige
representatie van de omgeving, enige doelen, enige gevoelens, enige
gedachten, en enige zin, lust, en betekenis.
[158]
Humor
En humor is 'n vorm van welbewuste
misrepresentatie vanwege de waarachtigheid van de misrepresentatie.
[158]
Filosofische reducties
Er is een zeer menselijke tendens die
bestaat in 't willen reduceren van alles wat is tot één enkel ding
of soort dingen, en die een boel te maken heeft met hoe mensen
verklaren, denken en filosoferen.
Zo zijn er reducties geweest van al
wat is tot: Geest, stof, liefde,
strijd, water, kracht, tegenspraak, woorden, illusies en niets
- en in ieder geval tot niets
anders en niets dan dat. Dit lijkt me een menselijke denkfout, en ik
prefereer de aanname dat wat is gelaagd en complex is, en zich niet
behoorlijk en waarachtig laat herleiden tot één enkel soort ding.
Het onderwerp is ingewikkeld, en hier
is een link naar een uitleg van systemen
en niveaus, en een andere link naar een uiteenzetting over heldere
filosofische terminologie. [160]
Menselijk onvermogen en scholen
En de polichinel - hansworst, Jan
Klaassen, plaagduivel - zijn we ook eerder (158)
tegenkomen en zullen we later (403)
tegenkomen, als een zinnebeeld van de hoofdoorzaak van 't menselijk
onvermogen: de valse illusies en pretenties die men zichzelf aangeschaft heeft om maatschappelijk mee te doen en te mogen slagen (73,
74).
In dit verband tenslotte: "meende
ik - bedorven door schoolboekjes"
geeft een van de fundamentele redenen voor 't menselijk onvermogen van
volwassenen:
Ze hebben
schoolgegaan, en zijn dus
't behoorlijk denken, voelen en doen verleerd.
[160]
Filosofische problemen
Er zijn, kortom, diverse
problematische punten hier, zonder twijfel voor een deel alleen een
kwestie van woordgebruik en -betekenis:
- Als mensen en dieren niet
uitsluitend dom en
mechanisch zijn, en deel van de Natuur, dan is niet de gehele
Natuur dom, mechanisch, niet voelend, niet denkend, niet willend,
niet strevend etc.
- Zeer veel van wat mensen dagelijks
en direct om zich heen zien en horen is onbegrepen wonder:
Men is 't gewoon, maar kan niet verklaren dat en waarom 't zo is als
het is.
- Er is iets wonderbaarlijks in de
menselijke wil en de menselijke fantasie, dat bovendien afwijkt
van de dode Natuur, waar 't menselijk verstand zich vaak tegen
moet richten om te overleven.
- Gelovigen hebben een uitermate
domme en immorele neiging zaken die ze zelf uitdrukkelijk zeggen
niet
te begrijpen - 's Heren ondoorgrondelijke wegen,
onbegrijpelijke hoogheid, hoogverheven mirakelse almacht, inzicht
en liefde, enzovoort - aan te nemen als verklaringen, alsof
wat men niet begrijpt verklaring kan zijn, en
bovendien deze fundamentele begrips-verwarringen en
-verduisteringen op te willen dringen aan anderen als bijzonder
respectabel, geloofwaardig, belangrijk, zedelijk en zo meer. (Zie
855.)
[161]
Noodzaak en toeval
Er zijn, kortom, diverse
problematische punten hier, zonder twijfel voor een deel alleen een
kwestie van woordgebruik en -betekenis:
- Als mensen en dieren niet
uitsluitend dom en
mechanisch zijn, en deel van de Natuur, dan is niet de gehele
Natuur dom, mechanisch, niet voelend, niet denkend, niet willend,
niet strevend etc.
- Zeer veel van wat mensen dagelijks
en direct om zich heen zien en horen is onbegrepen wonder:
Men is 't gewoon, maar kan niet verklaren dat en waarom 't zo is als
het is.
- Er is iets wonderbaarlijks in de
menselijke wil en de menselijke fantasie, dat bovendien afwijkt
van de dode Natuur, waar 't menselijk verstand zich vaak tegen
moet richten om te overleven.
- Gelovigen hebben een uitermate
domme en immorele neiging zaken die ze zelf uitdrukkelijk zeggen
niet
te begrijpen - 's Heren ondoorgrondelijke wegen,
onbegrijpelijke hoogheid, hoogverheven mirakelse almacht, inzicht
en liefde, enzovoort - aan te nemen als verklaringen, alsof
wat men niet begrijpt verklaring kan zijn, en
bovendien deze fundamentele begrips-verwarringen en
-verduisteringen op te willen dringen aan anderen als bijzonder
respectabel, geloofwaardig, belangrijk, zedelijk en zo meer. (Zie
855.)
[162]
Atheïsme
Ik heb nooit gebeden, en genoot een
atheïstische opvoeding, die me veel religieuze onzin bespaard
heeft. (Zie bijv. 138.)
Maar dit IDEE is niet helemaal juist,
al ben ik 't eens met de fundamentele overweging dat het rationeel
gezien onzin is zich op de knieën te werpen om met veel misbaar iets
dat niet bestaat te smeken te doen wat men graag 't geval zou zien
maar zelf niet vermag tot stand te brengen.
Wat rationeel gezien onzin is, kan
echter emotioneel soelaas bieden, en daarmee toch nog ergens goed voor
zijn. Ook is 't zo dat bidden geen "misdadige
poging" tot iets kan zijn,
aangezien het een pogen van iets onmogelijks is.
Afgezien van 't emotionele soelaas dat
bidden mogelijk biedt aan wie toch al niet al te goed redeneert is 't
natuurlijk een ijdele en nogal lachwekkende - gewoonlijk bovendien
egoïstische - bezigheid een macht die vrijwel zeker niet bestaat te
verzoeken te doen wat vrijwel zeker niet kan.
Ik vind het echter van de vele
onzinnige religieuze geloofsuitingen één van de minst schadelijke en
kwalijke, want ik vind het veel erger om anderen te bedreigen met
martelingen, verbrandingen en pijnigingen na of vóór de dood, omdat
die anderen gelieven een ander geloof te hebben dan de
mensen-liefhebber die 'm bang maakt met hoezeer zijn God ongelovigen
in deze God kastijdt en straft.
Een andere normale religieuze
geloofs-uiting die me zeer veel meer tegenstaat dan bidden is de eis
dat men de gelover en z'n geloof hoogacht, respecteert, bewondert
vanwege z'n geloof en pretentie van moraal.
Het is wellicht noodzakelijk dat domme
mensen - die tot de eugenetische revolutie plaatsgevonden heeft de
grote meerderheid vormen - een dom geloof met domme praktijken
koesteren om zichzelf een fantastisch lapmiddel te verschaffen voor de
lasten en het lijden die het leven met zich meebrengt voor iedereen.
Het is echter een schande dat anderen
niet naar waarheid mogen zeggen wat de gebruikelijke waarheid is over
religieuze gelovers en geloven:
Hun geloof is dom en vals, hun
praktijken zijn kwalijk, hun kennis is gering, hun beschaving is
armzalig, en hun moraal bestaat overwegend uit gehuichel, en dat
iemand als ik dit niet zou mogen zeggen vanwege "het
respect" dat ik en "men" zou behoren te hebben voor
religie.
Nu, waanzin vergt medelijden, geen
respect, en 't enige relevante verschil dat ik zie tussen gewone en
godsdienst-waanzin is dat gewone waanzin iemand meestal onvrijwillig
overkomt, terwijl men godsdienst-waanzin bijna altijd over zichzelf
afroept door eigen schijnheiligheid en valsheid. En 't enige geldige
excuus voor religiositeit is domheid.
[163]
Religie
Wie M.'s veelvuldige argumenten tegen
religie tegenstaat heeft zich te weinig verdiept in 't zeer vele kwaad en de zeer grote hoeveelheid domme onzin die in de
naam van religies en liefhebbende Goden in de wereld zijn gebracht.
De "moderne" dominees van
de 19e eeuw, de Zaalbergen en Muurlings, bestaan 150 jaar later nog
steeds (maar heten nu Ter Linden, Knevel en Oosterhuis: zie
394) - en doen nog
steeds in exact dezelfde schijnheilige windhandel, waarin ze
pretenderen de vele valse of waanzinnige ideeën uit de Bijbel te
kunnen kombineren met moderne wetenschap, door de domme en valse
goocheltruuk dat wat tegenwoordig evident vals en weerlegd lijkt
brutaalweg, en in tegenspraak met de Bijbel en de apostelen, tot
"metaforen", "gelijkenissen" en zo meer te
bestempelen, zoals een betrapt leugenaar vaak beweert dat ie niet bedoelde
wat ie eerder loog alsof 't gedrukt stond.
[164]
Eigenschappen en toeval
Dat "Elk
voorwerp bestaat uit de som van z'n eigenschappen"
lijkt
me waar, maar het is een probleem precies te zeggen wat 't betekent,
vooral wanneer 't zo is dat althans sommige van de eigenschappen van
het voorwerp bestaan door de eigenschappen van andere omringende
dingen, waarvoor weer 'tzelfde geldt. Doorredenerend komt men - en
Multatuli - dan snel tot de stelling dat in en bij ieder voorwerp alle
andere voorwerpen en al hun eigenschappen betrokken zijn, en
dat wat hier op aarde gebeurt intiem verwant is aan de bewegingen van
een helium-atoom ergensa in Betelgeuze. Dit laatste geloof ik zelf
niet, maar ik zal op een andere plaats uitleggen waarom niet.
Hier merk ik nogmaals op dat M. er
wijs aan had gedaan van "Natuur" i.p.v. "Noodzakelijkheid
" te spreken, o.a. omdat ik
meen dat de Natuur naast noodzakelijke ook toevallige relaties
en eigenschappen bezit. (Dit maakt natuurkunde en de werkelijkheid een
stuk ingewikkelder, en lijkt natuurkundig nodig i.v.m. quantum-mechanica.)
[165]
Religie
Vervolgens, wat betreft de veelvuldig
veronderstelde Goddelijke "Alwysheid,
algoedheid, almacht, alwetendheid":
De mens is in meerderheid een
totalitaire ideologische aap, en dat verraadt zich ook in de Goden
die de grote meerderheid van de mensen beliefden te aanbidden: Voor
minder dan een ALwetend, ALmachtig, ONEINDIG goed Heerser van 't
Heelal wentelen menselijke gelovigen zich gewoonlijk liever niet in 't
stof - als men zich als kwasi-nederig mens dan al als Godsminnend en -vrezend
masochist door 't stof wentelt, dan bij voorkeur voor een ALmachtige,
ALwetende.
Hier is veel over te zeggen, maar ik
beperk me tot twee punten:
- Een groot deel van die met zoveel
graagte aangenomen Goddelijke perfecties kan verklaard worden uit
de aanname dat een God in feite een projektie is van 't menselijk
zelf, dat zich ook zo graag als veel beter beschouwt dan het is:
Wie een God liefheeft bemint in feite zichzelf in de vorm van een
geïdealiseerd heerser van AL dat is - dus op een nogal
kinderlijke of puberale wijze.
- De oude Grieken en Chinezen waren
slim genoeg om geen superperfecte Goden aan te nemen die alles -
tot aan het doodvallen der mussen toe - bestierden. Voor de oude
Grieken waren er Goden, maar meer in de vorm van een soort
supermensen, inclusief allerlei menselijke tekortkomingen, dan in
de vorm van iets alwetends almachtigs. En de oude Chinezen hadden
al helemaal weinig lust in 't aannemen van een persoonlijk maker
van 't universum, dat ze kennelijk voor een stuk raadselachtiger
hielden dan zich laat projecteren uit 't menselijk gemoed.
[165]
Wetenschap
ALLE wetenschap is gebaseerd op verregaande
abstractie en simplificatie van wat is. En één van de
systematische mysteries van natuurlijke processen is dat ze de
uitkomst zijn van zèèr vele gelijktijdig verlopende processen:
Wat er gebeurt in een willekeurige kubieke decimeter bosgrond is vele
ordes van grootte ingewikkelder, subtieler, rijker, mooier en
onoverzichtelijker dan de hele wereldeconomie (het gedijen waarvan
zoveel bosgrond tot doods woestijnzand maakt).
[165]
De menselijke rede
De menselijke rede is 't menselijk denkvermogen, dat de werkelijkheid
waar 't deel van uitmaakt tracht te doorgronden. Deze menselijke rede
is aan de ene kant kleiner en bescheidener dan het Al waar 't deel van
is en dat 't tracht weer te geven, en aan de andere kant groter en
anders:
Alleen de speculerende menselijke rede bevat onmogelijkheden, negaties,
onverwerkelijkte mogelijkheden en zo meer: de Natuur IS alleen, en
bevat geen onmogelijkheden, geen positieve tegenhangers van de vele
miljoenen valse beweringen die mensen geloven (anders dan het
ontbreken van wat met dat geloof zou korresponderen wanneer 't waar
geweest zou zijn), en wellicht geen onverwerkelijkte mogelijkheden.
Hier zeg ik overigens niet dat
de menselijke rede geen deel van de Natuur is, en wel dat de
menselijke rede capaciteiten en eigenschappen bezit die elders in de
Natuur óf niet óf niet in die mate en vorm bestaan, en dat dit
samenhangt met het menselijk vermogen te kunnen denken en weergeven
middels bewust symboolgebruik (dus: willekeurige conventies zus
als voorstelling van of teken voor zo te gebruiken).
[165]
Religie
Tenslotte ben ik 't eens met M.'s
"Niets is
ongodsdienstiger dan vasthouden aan 't Geloof. Als er 'n God
ware, zou hy de eerste zyn, die 't kwalyk nam."
En in feite staan van alle geloven waar ik weet van heb 't
Taoisme en Boeddhisme mij het minst tegen, omdat ze niet of nauwelijks
geïnteresseerd zijn in God of Goden, en zich vrijwel volledig richten
tot de mens, z'n tekortkomingen, z'n illusies en z'n mogelijkheden.
(Was ik een God dan zou ik tot mensen zeggen: 't Allerlaatste waar
wezens als jullie je mee bezig moeten houden zijn mijn Goddelijke
hoedanigheden of bestaan, aangezien IK vrijwel volledig buiten jullie
begripsvermogens val, en 't allereerste waar wezens als jullie je mee
bezig moeten houden zijn de eigenschappen van jullie zelf en de dingen
in jullie eigen omgeving. Als er niets meer in jullie eigen omgeving
of aan jullie zelf te begrijpen of verbeteren valt, misschien is dan
de tijd aangebroken eens over Goden te peinzen - al lijkt Mij dat dan
nogal futiel.) [165]