Excerpt uit commentaren van MM bij Ideen 1 A - 1 t/m 165 - Index 1A


Inleiding:

2005: Dit is het eerste bestand met excerpten uit mijn commentaren bij Ideen 1. Ik schreef deze commentaren in 2001, en excerpeerde ze in 2005 met het doel ze te gebruiken als een grondslag voor mijn eigen Ideeën - waarvoor ik de belangstellende Engels lezende lezer ook verwijs naar mijn Philosophical Dictionary, waar trouwens in de Nederlandse versie een aantal van mijn commentaren verwerkt zijn.

Dit excerpt is gemaakt in April 2005 met gebruik van mijn toen bestaande commentaren bij Ideen 1 van Multatuli - waar de kwalificatie 'toen bestaande' slaat op het feit dat ik soms correcties maak of links toevoeg naar latere Ideen of commentaren.

Wat volgt staat in de volgorde van mijn commentaren bij de Ideen, die de volgorde van de Ideen heeft. Vandaar dat themaas herhaaldelijk terugkomen en er weinig logisch verband is.

Ik heb in deze versie alleen gecopieerd en niet herschreven of aangevuld. Het enige wat nieuw is zijn de titels bij de commentaren, die als onderwerps-aangave moeten gelden.

Voor wie dit bestand los van mijn site mocht treffen:

Er berust copyright op, zoals op alles wat op mijn site staat en van mijn hand is, dat hier wordt omschreven: Copyright. En de hele site begint hier: Maartensz.org, terwijl het Multatuli-deel het best met de index van Ideen 1Multatuli en de Filosofie. begint. Er is ook een inleiding

Tenslotte: Afgezien van blauwe niet onderstreepte tekst hieronder, die van Multatuli is, en citaten die expliciet toegeschreven worden of algemeen bekend mogen worden verondersteld, zijn de formuleringen van mij, en uit 2001. Het origineel is aldoor te vinden door te klikken op het aan het eind van het citaat tussen vierkante haken geplaatste getal, dat een link is naar het idee waar het geciteerde commentaar bij staat, wellicht tussen veel meer tekst.

Er is een begin van een index.

2011: Een en ander is uitgebreid tot in de notities bij Ideen 7, en de rest geherformatteerd naar een wat leesbaarder formaat (meen ik). Er moet nog het een en ander aan gedaan voordat een eerste versie af is, maar het meeste is er, in de volgorde zoals onder de Ideen, met links, en met indexen met de titels.

2014: De tekst kleiner gemaakt en de achtergrond naar #CCCCFF gezet en de excerpten afgemaakt, en ook de indexen zijn nu volledig af.

Hier zijn twee kwalificaties bij mijn notities van 21 mei 2014:

1. Alle notities zijn geschreven tussen 2001 en 2007, en de meesten tussen 2001 en 2005. Een
    kwalificatie die ik moet maken is dat enkele notities scherpere oordelen geven dan ik nu zou
maken - maar de scherpte van mijn oordelen ligt voornamelijk aan de zeer vele rechten die ik
formeel in Nederland heb, maar niet bleek te hebben wonend boven een door Ed van Thijn
beschermde drugshandel, die niet alleen in soft drugs handelde, maar ook in hard drugs en in
moorddreigingen, en die ik ook niet bleek te hebben aan de Universiteit van Amsterdam, waar
ik in 1988 uit de faculteit voor filosofie gegooid ben, vlak voor mijn doctoraal, vanwege de kritiek
die ik de moed had uit te spreken, als gevraagd spreker, in de vorm van vragen (alléén vragen), en dat bovendien met opmerkelijk verziekt schunnig sadisme gedaan en onderschreven werd door de gedegenereerde sadistische schoften die toen de UvA bestuurden.

2. Ik heb de volledige tekst van mijn notities - 3.1 MB - nog niet doorgenomen, en er zitten nog
    steeds delen in die in een te grote letter staan. Dit moet nog ongedaan gemaakt worden.
Het is enigszins moeilijk omdat het in diverse WYSIWYG html-editors geschreven is, dat geen
fraaie html-kode oplevert, maar wel de enige manier is om een zo grote site (> 500 MB, grotendeels
html) te maken als ik deed, met mijn ziekte.

Maarten Maartensz
Amsterdam
23 april 2005

19 oktober 2011

24 april 2014
30 april 2014
 21 mei 2014


 

Zelfkennis

M. beschrijft zichzelf, en geen mens is in staat dit uitsluitend objectief te doen, was het alleen omdat iedereen zichzelf vooral waarneemt van binnenuit, terwijl alle anderen alleen z'n buitenkant zien; hij laat ook dingen weg en kiest voor een gunstiger interpretatie of uitleg dan anderen soms zouden geven [Zelfbeschrijving]


Zelfkennis

Zelfkennis is moeilijk [Zelfbeschrijving]


Don Quichot

hoe weinig Don Quichotterie er schuilt in doorsnee mensen. [Zelfbeschrijving]


Genie

Er is nog geen werkelijk intellectueel genie geweest dat niet voor gek doorging onder normale mensen, inclusief doorsnee-akademici. [Zelfbeschrijving]


Hoogmoed

Wie 't woord "hoogmoed" niet begrijpt leze: "trots" - en bedenke dat zowel 't een als 't ander, in ongehuichelde vorm, onder Nederlanders - die zich in leven plegen te houden met handeldrijven dus liegen - zeer ongebruikelijk zijn. [Zelfbeschrijving]


Gewoon

Ook is 't een feit dat 't menselijk zoogdier individueel weinig liever doet dan uitblinken, excelleren, de beste zijn, en dat immer nivellerende Neerlanders daar zeer graag en massaal over liegen ("doe maar gewoon, dan doe-juh als gek genoeg!") [Zelfbeschrijving]


Individualiteit

Wat hem niet overtuigde of als juist of rechtvaardig verscheen gold voor hem niet - wat "men" ook dacht, of zei, of deed. (Er zijn niet veel mensen die in deze zin individueel zijn. [Zelfbeschrijving]


Middelmaat

in 't Neerland waarin ik leef een zeer onpopulaire gedachte: Hier behekst de middelmaat zich over de eigen middelmatigheid door zichzelf en anderen wijs te maken dat "alle mensen gelijkwaardig zijn". Nu, dat is een leugen die alleen de middelmaat en wie daaronder bungelt pleziert. [Zelfbeschrijving]


Hoogbegaafd

En overigens is 't zowel een handicap als een voorrecht van hoogbegaafden dat ze veel meer kanten en zijden plegen te zien aan wat hen treft dan normaal begaafden. [Zelfbeschrijving]


Multatuli en Nederland

De verschillen zijn verschillen van presentatie, van stijl, van inhoud, van zeggingskracht, van bereik, van diepgang, van rijkheid aan onderwerpen - en ook, wat betreft de profeten-natuur die ik noemde, van zeer grote persoonlijke moed, morele overtuiging en waarachtigheid, want Multatuli stelde werkelijk àlles wat hij had - vrouw, kinderen, carrière, inkomen, status - op het spel om z'n eerlijke mening te zeggen over de samenleving waar hij het ongeluk had in geboren te worden; over het volk van schijnheilig-femelende rovers en dieven dat hem, na z'n dood uiteraard, tot "onze grootste schrijver" uitriep; en deed dat in een Nederlands van een kwaliteit, een levendigheid, een sierlijkheid, een directheid, een scherpzinnigheid, een humor, een sarcasme, een diepgang, en een geconcentreerdheid dat z'n weerga niet kent, en dat altijd een genot is om te lezen. [Inleiding Ideen]


Nederlanders

Hier ligt een diep thema, waar ik regelmatig op terug zal komen.

Het algemene antwoord is van een verpletterende eenvoud:

De Nederlander, en de Nederlandse ook, is bijzonder ... dom, bijna altijd, sedert vele eeuwen. En bijzonder huichelachtig, bekrompen, laf en kleingeestig, en nauwelijks geïnteresseerd in ideeën over enig onderwerp, laat staan originele ideeën, in schitterend proza, al helemaal niet wanneer die ideeën voor een groot deel bestaan uit de meest radikale en vergaande kritiek die er ooit geschreven is over Nederland, Nederlanders, en Nederlands. [Inleiding Ideen]


Nederlanders voor wie ik schrijf

Wat volgt is dus gericht aan de zeer zeldzame Nederlander van geest, van moed, van waarheidszin, en van waarachtigheid. Deze zal wat Multatuli schreef lezen en begrijpen alsof het aan hemzelf ontsproot, en zal mijn commentaren lezen als een ondertussen noodzakelijke aanvulling en verduidelijking.

Anderen heb ik niets te zeggen, en schrijf ik niet voor. [Inleiding Ideen]


Waarheid

Eerst: Wat is waarheid? De relatie tussen een bewering en het idee dat de bewering uitdrukt, met de eigenschap dat het door de idee gerepresenteerde bestaat in de werkelijkheid waarover de bewering gaat.

Een voorbeeld zijn de beweringen "il pleut", "es regnet" en "it rains" die alle drie het idee uitdrukken dat het regent. Nu, een bewering die een idee uitdrukt is waar indien wat het idee betekent in werkelijkheid ook bestaat - en die werkelijkheid màg een fantastische werkelijkheid mag zijn, zoals die van de wereld geschetst door Homerus, die van de wereld geschetst door Conan Doyle etc. indien dit expliciet aangenomen is.

De waarheid over iets, en helemaal de volledige waarheid over dat iets, is gewoonlijk moeilijk vast te stellen, en vergt een zekere mate van afwezigheid van vooroordeel en aanwezigheid van logische vermogens in wie die waarheid wil leren kennen. (Zie ook 11, 94.) [1]


Waarachtigheid

Tweeds: Wat is waarachtigheid? De relatie tussen een spreker's doen en laten en de ideeën en gevoelens die erin bestaat dat de spreker zichzelf gewoonlijk geeft zoals ie is - overeenkomstig z'n werkelijke eigen geloof en eigen wensen, en niet overeenkomstig hoe de spreker meent dat z'n omringende medemensen zouden willen dat de spreker gelooft en wenst, of zoals in zijn belang is (of lijkt) anderen valselijk voor te spiegelen.

De waarachtigheid van mensen laat gewoonlijk zeer veel te wensen over - en maakt het waarheid-vinden over mensen veel moeilijker dan het anders zou zijn, omdat er vaak groot maatschappelijk voordeel schuilt in huichelen en zich anders voordoen dan men werkelijk denkt en voelt. Zie bijv. mijn kommentaar bij 74, 116, 136, 276 en 423. [1]


Taal

Wie een taal gebruikt om mee te delen dat ie "niets" zou weten vergeet of liegt dat ie toch minstens de taal moet kennen om z'n vermeende algehele onwetendheid onder woorden te brengen.

Bovendien weet ieder menselijk spreker over ieder menselijk spreker over tal van omstandigheden en situaties wat mensen - en andere dieren - pijnigt en pleziert, en weet ieder menselijk spreker dat men alleen kan spreken en doen en laten op basis van aannames, die bovendien in beginsel vrijelijk bediscussieerd en gekritiseerd kunnen worden door andere sprekers van de taal, die daarin vrij zijn andere aannames te maken.

Kortom: Hoewel zeer veel onbekend en zeer veel twijfelachtig is, zijn precies dit waarachtige inzichten die alleen kunnen bestaan omdat, naast het zeer vele dat onbekend of twijfelachtig is, sommige zaken, zoals de gronden voor het waarachtig begrijpen en met redenen betwijfelen, niet onbekend zijn - zoals ook kennis van de betekenis van vele woorden van de taal waarin men spreekt aan weinig redelijke twijfel onderhevig is.

Met iedere natuurlijke taal hangt een grote hoeveelheid waarachtige kennis van die taal en van wat die taal betekent samen, waarin iedere spreker van die taal deelt. 

Ik gebruik de term "waarachtig" hier trouwens in de zin "overwegend waar", en niet in de meer psychologische zin hierboven.

En afsluitend verdient het opgemerkt te worden dat hier verschillende fundamenteel menselijke vermogens en onvermogens liggen die onvoldoende onderkend en begrepen zijn:

Het menselijk taalvermogen en het vermogen taal logisch en wiskundig te gebruiken zijn voor een groot deel eerder vaardigheden dan bewuste kennis. Voor ieder mens die een natuurlijke taal kent is het eenvoudig en vanzelfsprekend daarin te spreken en redeneren, en moeilijk en problematisch de grammatica van z'n eigen taal, de definities van de woorden die hij gebruikt, en de gevolgtrekkingregels van de redeneringen en argumenten waarop ie bouwt en vertrouwt helder en expliciet weer te geven.

Desalniettemin: 't Zijn van een spreker (lezer, begrijper, schrijver, kenner) van een natuurlijke taal impliceert een grote hoeveelheid kennis over en vaardigheden in het gebruik van die natuurlijke taal, en van mensen die de taal spreken, en de wereld waarin ze menen te leven, en het is de capaciteit en hoedanigheid spreker van een menselijke natuurlijke taal te zijn die een dier tot mens maakt, en een mens tot mens onder de mensen[1]


Liegen

Het meeste liegen wordt gedaan door het welbewust niet-zeggen van de waarheden die men wel weet maar liever niet publiek zegt, uit lafheid en eigenbelang. Veel publiek liegen is collectief collaborerend publiek verzwijgen, uit conformistisch eigenbelang. [2]


Zou

Wat ook een rol speelt is dat het Nederlandse "zou" gewoonlijk op vrijblijvende en vaak niet goed gefundeerde speculatie en fantasie berust - immers, bijna alles "zou" wel eens waar kunnen zijn, of hebben kunnen zijn, zo niet in deze wereld, dan wel in een andere, meer fantastische. [3]


Zelfkennis

En in díe zin is wat op "zou" volgt in het Nederlands vaak meer dom-schijnheilig dan zinnig-eerlijk, o.a. omdat niemand een ander is, en dus evenmin een ander's gevoelens heeft als de gedachten en wensen van een ander intiem kent: in die positie verkeren we op z'n best alléén tegenover ons zelf, terwijl de meeste mensen hun eigen gedachten en wensen niet beter lijken te begrijpen en er niet verstandiger mee lijken om te gaan dan met de hen meer oppervlakkig en gedeeltelijk bekende gedachten, gevoelens en wensen van anderen. [3]


Deel en geheel

Het probleem is fundamenteel: wat maakt iets tot een welbepaald geheel? [4]


Bijzondere mensen

Een verzameling van niet-bijzondere mensen kan niets bijzonders voortbrengen; alleen een verzameling van bijzondere mensen kan iets bijzonders voortbrengen. [5]


Nederlandse gewoonheid

de gesuggereerde konsekwentie dat een natie die zich toelegt op het kweken van middelmatigheden en glorieert in "doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg" niets bijzonders kan voortbrengen, behalve bij zeldzaam toeval en - waar in het het gewoonheids-ideaal geglorieerd wordt en middelmatigheden als grootheden gelden - bij vergissing. [5]


Nederlandse tolerantie

Een aanzienlijk deel van de zogenaamde Nederlandse "tolerantie" berust op de terreur van de gewoonheid en middelmatigheid, op sociale controle en dwang.

Nederlandse "tolerantie" is gewoonlijk gehuicheld conformisme dat uiteindelijk berust op gebrek aan kracht wie afwijkt feitelijk te onderdrukken of vervolgen. [5]


Competentie

Voorzover onbekwame mensen zich er op toeleggen op nieuwe zinnige oordelen zullen ze waarschijnlijk falen, maar als ze gebruik maken van bestaande instituties, procedures, handelswijzen etc. volgen die in een gemeenschap gegroeid zijn om bepaalde doelen te verwezenlijken, dan zullen ze gewoonlijk slagen - omdat anders die instituties, procedures en handelswijzen niet zouden bestaan, of de gemeenschap niet. (Dit verklaart waarom zoveel domme mensen zo lang in leven blijven: door conformisme aan doorsnee-gebruiken, doorsnee-meningen, doorsnee-waarden en doorsnee-mensen. Deze waarheid ligt ten grondslag aan conservatisme.) [6]


Bijzondere mensen

Alleen bijzondere mensen zijn in staat tot bijzondere oordelen (zinnig of niet). [6]


Stemmen

Het beslissen by meerderheid van stemmen is 't recht van den sterkste in der minne. Het beduidt: áls we vochten, zouden wy winnen...laat ons 't vechten overslaan.

De eerste alinea is bijzonder goed en scherp geformuleerd, en - indien gepraktiseerd - pleit het vóór de sterkste partij, die kennelijk inziet dat het uitmoorden, opsluiten, of vervolgen van de zwakkere partij niet bijdraagt aan mede-menselijkheid, geluk of beschaving, of althans het uitbuiten en bedriegen makkelijker maakt. (Loonslaven zijn vaak goedkoper dan echte slaven.) [7]


Minderheid

Dat de leden van een minderheid "sterker" zouden zijn dan de meerderheid, door welke oorzaak ook, lijkt mij overwegend romantische onzin, van het soort "uiteindelijk overwint de waarheid", en bovendien gelukkig vaak onwaar: minderheidsstandpunten lijken een even grote kans op onredelijkheid te hebben als meerderheidsstandpunten, behalve wanneer het een minderheid betreft die zich speciaal bekwaamd heeft wat betreft het onderwerp van meningsverschil.

Wat wèl zo is, kennelijk, is dat leden van een minderheid vaak wat moreler zijn dan de leden van de meerderheid waar ze zich tussen bevinden.

Dit heeft verschillende redenen waarvan de voornaamste is dat het deel zijn van de meerderheid inzake maatschappelijke en ethische vragen geen enkele moeite of inzet kost, buiten na-aperij en gehuichel, en meestal voordelen biedt. Het eerlijk-moreel-zijn is dus meestal weggelegd voor wie afwijkt van de norm, want de norm wordt altijd gehandhaafd door massaal gehuichel of laf conformisme. [7]


Geestdrift

Kalme vastberadenheid staat hoger dan geestdrift (gewoonlijk) omdat (1) menselijke handelingen konsekwenties hebben voor (andere) mensen en (2) mensen beter in staat zijn de konsekwenties van hun handelen zinnig te overwegen indien ze zich niet laten meeslepen door geestdrift. [8]


Groepen en individuen

Een verzameling mensen weet gewoonlijk meer dan een enkel individu, maar kan onmogelijk intelligenter zijn: intelligentie is - net als haarkleur - een eigenschap van individuen, niet van verzamelingen individuen. [8]


Misanthropie

Pessimisme over de gemiddelde menselijke vermogens is niet populair onder gemiddelde mensen, hoewel het toch in beginsel de aanvang van een waarachtige en ongesuikerde verklaring voor de menselijke beschavings-geschiedenis is, die gebaseerd is op de gruwelen verricht door het kortzichtig egoïsme en de lafheid van zeer velen, en de kennis en cultuur gevonden door de verziendheid en moed van zeer weinigen. [9]


Gemiddelde mensen

Ceteris paribus is de kans op het treffen van een goed, verstandig of begaafd mens kleiner dan de kans op het treffen van een slecht, dom of middelmatig mens. (119 en 120)

Wie dit anders ziet is gezegend met een aanzienlijke blindheid voor menselijk onvermogen en een grote onwetendheid van geschiedenis, en mag zich gelukkig prijzen voor z'n een doorsnee-gelukkig leven garanderende doorsnee-aanleg. (107) [9]


Nederlandse letterkunde

Wie geïnteresseerd is in de studie van academische onbegaafdheid bestudere een verzameling Nederlandse letterkundigen. [9]


Denkbeelden en gedachten

De term "denkbeeld" is inderdaad - zie de Noot - een fraai Nederlands woord, al zijn lang niet alle ideeën denkbeelden, omdat - zoals Descartes en Leibniz al opmerkten - niemand in staat is zich adekwaat een duizend-hoek voor te stellen.

Het is echter ook waar dat zeer veel onzin en onwaarheid geaccepteerd wordt door toehoorders omdat deze toehoorders nalaten te proberen zich een adekwate voorstelling, een bruikbaar denkbeeld, te vormen van het beweerde. Het hier gestelde kan - ten naaste bij - anders geformuleerd worden als:

Een gedachte kan niet veel beter zijn dan z'n uitdrukking. [11]


Denken

Denken is gewoonlijk het trachten te vatten van wat is of zou kunnen zijn, in beelden of andere gelijkenissen ontleend aan iets anders dat is of zou kunnen zijn.

En wanneer woorden "gedacht" worden zonder denkbeelden is er sprake van frases, van klanken zonder werkelijk doordachte of doorvoelde inhoud, hoe wáár het gedachte ook is:

Zonder een mentale vertaalslag van frase naar denkbeeld wordt er niet gedacht maar na-gebazeld. [11]


Ideen en representaties

Aangezien we 't over ideeën en denkbeelden hebben, lezer, zal ik proberen u een denkbeeld te geven van wat een idee is.

Neem twee of drie spiegels, plaats ze tegenover elkaar, en beschouw wat er te zien is: Schijnbaar oneindige weerkaatsing, verdubbeling, replicatie, kopiëring en complicatie van een en hetzelfde, dat u bovendien op allerlei manieren kunt wijzigen en bewegen, eenvoudig door een spiegel wat te draaien, bewegen, of er nog wat voor te houden.

Haal u vervolgens voor de geest wat een zelfstandig naamwoord is. Dat is grammatikaal niet moeilijk, want ieder woord waar "de", "het" of "een" voor mag staan is een zelfstandig naamwoord.

Nu, zelfstandige naamwoorden zijn namen voor evenzovele abstracte dingen die verzamelingen heten, en een willekeurig ding is een lid van een verzameling in precies alle gevallen dat het ding terecht het zelfstandig naamwoord toegekend kan worden dat ook de naam van de verzameling is van precies alle dingen die de eigenschap hebben terecht met dat zelfstandig naamwoord benoemd te worden.

Keer nu weer terug naar uw spiegels, en neem aan dat een van die spiegels de eigenschap zou krijgen z'n eigen spiegelingen te kunnen selecteren en in zichzelf te spiegelen. Dan benaderen we iets van de minimale structuur van enig bewustzijn, enig bewust zijn.

In meer algemene termen:

Neem een wereld aan. Noem 'm W. 't Zal een verzameling zijn, want "wereld" is een zelfstandig naamwoord. Beschouw de verzameling van alle verzamelingen die gevormd kan worden uit de leden van die verzameling. Noem deze W*. Dit is in ieder geval de naam van een verzameling, en in 't geval van hele kleine verzamelingen makkelijk voorstelbaar. En de verzameling van alle verzamelingen die gevormd kunnen worden uit W is in zekere zin 't rijk der mogelijkheden van W.

Een afbeelding van de ene verzameling A in een andere verzameling B is een regel met een eigennaam die aan ieder lid van A precies een lid van B toekent. Een reden waarom dit een afbeelding heet van A in B is dat wanneer u uw vingers voor een naar de muur gerichte lamp houdt u een afbeelding te zien krijgt van uw vingers op de muur, met precies een schaduw-vinger per vinger etc.

In de verzamelingen-leer worden afbeeldingen gewoonlijk met een kleine letter, en verzamelingen met hoofdletters geschreven, en heet de verzameling die afgebeeld wordt het domein en de verzameling waarin afgebeeld wordt het bereik van de afbeelding. Bovendien wordt de waarde die een afbeelding f van een verzameling A in een verzameling B toekent aan een willekeurig lid van A gewoonlijk met f(a) aangegeven.

Hier is een eenvoudig voorbeeld uit de wiskunde: "kwadraat" is een afbeelding van getallen naar getallen, waarvoor geldt dat het kwadraat van een getal gelijk is aan het produkt van dat getal met zichzelf.

Merk op dat we tot nu toe weinig of niets anders hebben gedaan dan een heldere terminologie verbinden voor gebruikelijke woorden gebaseerd op grammatikale kenmerken.

Overweeg nu de volgende aannames:

Nederlands

Wiskundige Verzamelingen-leer

Laat X een deelverzameling van de wereld W zijn.

X inc W

Laat x een element van X zijn. x є X

Laat W* de verzameling van alle verzamelingen uit W zijn.

W inc W* met W*={X:X inc W}

Laat i een afbeelding van X* in W* zijn.

i : X* |-> W*

i representeert X in W* precies als voor ieder element geldt dat x element van X is precies als i(x) element van i(X) is.

repr(i,X,W) iff (x)(xєX iff i(x)єi(X))

De lezer zal inzien dat waar en wanneer en waarover deze aannames ook waar zijn het daarmee waar is  - niet noodzakelijk: daardoor -  dat men met i een manier heeft om precies alle dingen die X zijn in W te vinden. ("niet noodzakelijk: daardoor", lezer, omdat de redenen waarom aannames waar kunnen zijn geheel los kunnen staan van de redenen om ze aan te nemen, waar te achten etc.)

En vervolgens zal de lezer inzien dat indien men voor een gegeven W een afbeelding i zou hebben die in bovenstaande zin voor alle leden van W geldt, dat men daarmee een manier zou hebben om voor iedere combinatie die gevormd kan worden uit leden van W te weten of deze bestaat of niet.

Aldus heeft de lezer enige indruk gekregen hoe men de ideeën van het hebben van een idee, een denkbeeld, waarheid, verzameling en afbeelding kan verhelderen, en daarmee en daardoor ook een helder idee van 't begrip waarheid krijgen.

Voor wie 't nog niet geheel ziet is hier als afsluiting een beeld daarvoor:

Een denkbeeld is waar precies als 't zich verhoudt tot een werkelijkheid waarin 't waar zou zijn zoals een korrekte landkaart die werkelijkheid beschrijft.

Andersom gesteld: Iedere landkaart geeft een pretens waarachtige theorie van 't land dat die kaart representeert - gewoonlijk bovendien in welbepaalde en niet in andere aspecten:

Er zijn welbepaalde verhoudingen en relaties in werkelijkheid die korresponderen met welbepaalde verhoudingen en relaties zichtbaar op de kaart - precies dan als de kaart ook waarachtig is.

En ideeën zijn als landkaarten - of preciezer en juister: Landkaarten zijn een soort op papier uitgedrukte ideeën - waarbij de lezer moet meewegen dat er zeer veel soorten kaarten zijn, die allen legenda, conventies, vormen van projectie etc. hebben die tot de kaart en de juiste interpretatie ervan behoren. [11]


Meerderheid en conformisme

De grote meerderheid van de mensen bestaat uit geboren en getogen volgelingen, die hun pogingen tot conformisme verslijten voor zelfstandig denken, en die het geringe beetje originele mensen-geest dat ze zelf bezitten vooral gebruiken om meer ongebruikelijke mensen dan zij zelf zijn te conformeren en nivelleren tot hun eigen niveau. (Zie 73, 74, 136, 276, 423) [12]


Originaliteit en individualisme

Welk percentage van de mensen is in staat tot het hebben van originele en zinnige gedachten, waartoe de meerderheid niet in staat is, en die niet zouden bestaan zonder het individu dat ze bedenkt?

Het is niet bijzonder moeilijk uit te rekenen - aan de hand van statistieken over bijzondere mensen en bevolkingsaantallen - dat de proportie kleiner is dan 1 : 10.000 (naar Shakespeare's woord de proportie van eerlijke (waarachtige) mensen onder mensen, "as men go": 136). [12]


Geschiedenis en de doorsnee-mens

In Nederland is dit geen populair denkbeeld, maar weigert de doorsnee serieus na te denken over hoe in de 20ste eeuw de zogenaamde "dienstplicht" talloos veel miljoenen doorsnee-mensen tot massa-moordenaars maakten. Als de doorsnee van de 20ste eeuw eenvoudig de menselijke moed had gehad te weigeren om op verzoek van hun leiders wildvreemden uit te moorden was de geschiedenis van de 20ste eeuw héél anders geweest.

Immers: de gruwelen der geschiedenis worden mèt vaderlandsliefde, partijtrouw of godsdienstigheid aangericht door de menselijke doorsnee, levend volgens de morele hordenwet "Unsere Ehre heisst Treue!", en tot moorden aangezet door hun gewoonlijk door hen verafgode leiders. [12]


Heldere, adekwate ideeën

Het is zéér moeilijk zich juist uit te drukken - voor wie adekwate ideeën over de verhouding tussen uitdrukking en het uitgedrukte bezit. Wie dergelijke adekwate ideeën niet bezit, zal zich nog steeds gewoonlijk niet bijzonder goed uitdrukken - maar zal dit niet als moeilijkheid ondervinden (en tevreden zijn met onzin en bijgeloof, en deze met apentrots uitdragen).

En zeer weinigen hebben adekwate ideeën. [13]


Meerderheid en moraal

de meerderheid van de mensen is niet geïnteresseerd in noch gebaat bij waarachtige ideeen, maar is zeer geïnteresseerd in prettige illusies en gebaat bij doelmatige leugens.

En de meerderheid weet dat ook heel goed, al geven ze het niet graag publiekelijk toe. [14]


School

Hier kan een boel tegengeworpen worden dat stoelt op M.'s eigen leven, geldend gebruik, of het numerieke overwicht van Fransen over Nederlanders. Ik merk alleen op dat

1. de meeste uitzonderlijk begaafde pubers (met als beste voorbeelden schakers als Polgar en Leko, of musici) tegenwoordig thuis opgeleid zijn, en niet of alleen zeer incidenteel naar school zijn geweest; en
2. ik ken vrijwel niemand die met plezier naar school is geweest.

Alleen dat laatste feit is voldoende reden overwegend tegen school-onderwijs te zijn, zeker voor intellectueel begaafde kinderen:

Het kàn niet goed voor mensen zijn dat wat ze als mens onderscheidt - hun vermogen tot rationeel begrip en redelijk samenwerken: hun leer-vermogen - hen systematisch tot iets saai-pedants wordt gemaakt middels instituties die hen zouden moeten onderwijzen doch feitelijk geestelijk verminken. (Zie 74, 136, 276) [15]


God en materialisme

Het verschil tussen "God" en "ziel" enerszijds, en "stof" anderszijds, althans in het gewone taalgebruik, bestaat in de aanwijsbaarheid, voelbaarheid, en tastbaarheid van "stof", zodat er althans enige overeenstemming over kan worden bereikt, terwijl "God" en "ziel" woorden zijn die niet of met veel meer moeite te illustreren zijn met alledaagse ervaringen.

Immers, u kunt zeer lang geloofwaardig en spitsvondig blijven volhouden dat u niet gelooft dat iemand die zó evident slecht en niet-"spiritueel" is als ik een "ziel" heeft, maar niet lang dat ik op uw - grofstoffelijke - "tenen" sta, wanneer ik dat doe. (Zie ook mijn commentaar op 1). [16]


Onsterfelijkheid en oneindigheid

Het is misschien nuttig op te merken dat "onsterfelijk" een begrip is dat niet uit de ervaring stamt, en minstens zo moeilijk te begrijpen is als "oneindig". [17]


Waarheid, zekerheid en relativisme

omdat er nu eenmaal oordelen zijn die heel eenvoudig waar of vals zijn. Ik gaf eerder een voorbeeld: Het is moeilijk vol te houden dat ik niet op uw tenen sta als ik dat doe en u - zonder verdoofde tenen - bij bewustzijn bent, en het is even moeilijk vol te houden dat, wanneer ik dat doe, dit "twijfelachtig", "onzeker", "moeilijk te beoordelen" etc. zou zijn.

Vervolgens: Er is tegenwoordig, en niet alleen onder akademici, een ziekelijke en huichelachtige gewoonte gegroeid "alles" voor "onwaar", "onzeker" of "interpretatie" uit te maken, en zogenaamd aan helemaal niets te geloven.

Dit heet "post-modernisme".

Het is een laffe manier van zich maatschappelijk conformeren aan de heersende maatschappelijke leugens, ten behoeve van de voordelen die dit biedt:

Men liegt, maar staat er op vol te houden dat de leugen niet zou bestaan omdat de waarheid niet zou bestaan. Nu, men liegt, en bovendien op een hele valse, laffe en achterbakse manier. (Zie ook 541.) [18]


Schrijver en publiek

 een schrijver mag het overlaten aan z'n publiek zelf na te denken, al is de hoop dat "publiek" dat ook goed doet vrijwel zeker vrijwel altijd ijdel. (541) [19]


Mensenkennis

Nu, het lijkt ook een doodordinair feit over mensen dat ieder mens het liefst van zichzelf spreekt, en dat onderwerp in ieder geval beter kent dan ieder ander.

In feite kent geen mens meer dan z'n eigen gevoelens, z'n eigen ideeën en z'n eigen ervaringen, en is alles wat een mens denkt, voelt, hoopt en wil ... zichzelf, gevormd of verleugend door zichzelf. (Zie 73, 74, 77, 423) [22]


Cogito ergo sum

Ja, en een relevante tekortkoming van "cogito ergo sum" is dat het als uitgangspunt van alles veel meer veronderstelt en duister houdt - zoals bijvoorbeeld de betekenis van het woordje "ik" - dan goed is voor een bruikbaar en helder uitgangspunt van en voor alles wat het geval zou zijn.

Wat betreft Descartes' "cogito" citeer ik hier de grote Amerikaanse wijsgeer Ambrose Bierce ter instructie van de lezer:

"...Descartes, a famous philosopher, author of the celebrated dictum, Cogito ergo sum - whereby he was pleased to suppose he demonstrated the reality of human existence. The dictum might be improved, however, thus: Cogito cogito ergo cogito sum - 'I think that I think, therefore I think that I am'; as close an approach to certainty as any philosopher has yet made." (The Enlarged Devil's Dictionary, entry Cartesian) [23]


Mensenkennis

Het liefste en meest bekende onderwerp van ieder mens is z'n eigen persoon, gevoelen, ambitie, ervaring, kennis, voortreffelijkheid èn voorbeeldige nederigheid.

Wat M. zou hebben kunnen zeggen, en met recht, is:

Ik wou dat anderen over even interessante mensen spreken als ikzelf, wanneer ik over mezelf spreek. [25]


Mensenkennis

Alle mensen spreken veel over zichzelf, maar de meesten doen dat zelden eerlijk en nooit volledig. (74) [26]


Mystiek

dat dit iets met .. mystiek van doen heeft - waar mijn lezers vrijwel zeker niets begrijpen, en ik dus hier alleen aanduid om over te slaan.  [27]


Burgers en fatsoen

"Kappelmannen" zijn kleinburgerlijke domme en schijnheilige fatsoensrakkers, en is een Multatulianisme voor "Hollanders" dat uit "Minnebrieven" stamt. Ter toelichting volgt hier een deel van Idee 374:

"- Myn zoon, let op uw zeggen, meer dan op uw doen, en het zal u wèl gaan in den winkel, dien ik uw geven zal (..). Het doet er weinig toe, myn zoon, of de pruimen goed zyn die ge verkoopt, zeg en herhaal: wat zyn die pruimen byzonder goed."

Zie ook 73, 423. [28]


Huichelaars

Er zijn veel domme huichelaars, en weinig slimme. [29]


Talent

Er is namelijk behoorlijk veel - inderdaad gewoonlijk niet bijzonder uitnemend, maar daarom nog niet geheel alledaags - artistiek talent dat de artiest betrekkelijk weinig moeite kost. [30]


Doorsnee en conformisme

Wat wèl zo is dat wiens waarden en ideeën afwijken van de doorsnee alleen daardoor vaak groot gevaar loopt, zodat het uitdragen van ongebruikelijke waarden en ideeën vaak veel moed kost. Wie afwijkt tussen mensen, hyena's en overige in horden levende dieren wordt gediscrimineerd door de conformistische doorsnee, zogenaamd voor z'n eigen bestwil. Zie 423, 447. [30]


Natuur

Natuur - en dan op basis van de volgende overweging: Alles wat is is natuur, noodzakelijk of toevallig al naar het geval is, dood of levend al naar het geval is, en natuur heeft geen maker, en geen maker nodig (want het aannemen van een maker van wat is omdat wat is een maker nodig zou hebben introduceert makers van makers tot ver in het oneindige). [32]


Determinisme en vrije wil

Overigens bevindt M. zich logisch hier en elders enigszins in logische moeilijkheden door z'n aanname dat "Al wat is, moet wezen", dat toeval en vrije wil lijkt uit te sluiten. Ikzelf geloof niet dat al wat is moet zijn, want een gedwongen toeval is geen toeval, en een gedetermineerde vrije wil onvrij. (Zie 146.) [32]


Bestuurders en wijsgeren

Nu, M. was de enige wijsgeer niet met deze overtuiging - Ik zeg: gelukkig 't land waar de bestuurders wysgeren zyn. -  want die gaat terug op Plato en Socrates. En waar M. in dit idee niet op in gaat is het feit dat de zeer grote meerderheid van de wijsgeren minstens even grote zwetsers en duisterdenkers zijn geweest als de meeste bestuurders - al vermoed ik dat M.'s verweer zou zijn geweest dat hij in 't Hollands met "wijsgeer" iets groter en beters en zinnigers dan een "filosoof" (a la mode Française etc.) bedoelt. [33]


Redeneren en formuleren

Wie goed kan redeneren kan goed formuleren. [37]


Taal

In de eerste plaats: Wat individuen op scholen van schoolmeesters leren is niet "taal" maar geschreven taal. Dit is een minder vitterige opmerking dan 't mag schijnen, juist omdat het zo'n interessant feit is dat kinderen vooral leren spreken van ... kinderen. Dit uit zich o.a. in het accent dat kinderen verwerven. Zo spraken mijn ouders ABN, maar woonden in de Amsterdamse Kinkerbuurt, waar ik dan ook plat Amsterdams leerde spreken (totdat me dat op de HBS werd afgeleerd door leraren die pretendeerden me niet te kunnen verstaan). [38]


Spelling

Ik laat andere opmerkingen over 38 maar achterwege, maar sluit wel af met een algemene overweging over spelling:

Veel van de Nederlandse geschreven cultuur gaat verloren door de vele opeenvolgende spellingshervormingen. Waar ieder Fransman, Engelsman of Amerikaan in staat is het in z'n moedertaal geschrevene van eeuwen her te lezen alsof het bijna eergisteren geschreven werd, is alles wat Nederlands zou zijn en ouder is dan 150 jaar vrijwel onleesbaar door tussenliggende spellingshervormingen.

En met 26 letters voor vele honderden duidelijk verschillende Nederlandse klanken is de enig-juiste Nederlandse spelling díe spelling die het mensen het makkelijkst maakt zoveel mogelijk van het Nederlands te lezen. En het makkelijkst zou daarom zijn de spelling voor ééns en voor altijd (voorzover enigszins doenlijk) vast te leggen, en daarna zo weinig mogelijk te wijzigen. (Tenzij volgende generaties konkluderen dat wat vorige generaties aan Nederlands schreven het lezen niet waard is - waar met uitzondering van Multatuli en mijzelf veel voor te zeggen is.) [38]


Nederlands

Ikzelf geloof niet dat Hollands dichter bij de menselijke ziel staat dan andere talen, en geloof dat dit - met uitsluiting van de werken van Multatuli, altijd - erg makkelijk aan te tonen valt uit de vrijwel altijd gebrekkige gedachten en gebrekkige uitdrukkingen die in het Hol-lands, in het Neer-lands, het Neerlanderthaals, geschreven zijn, en opgang vonden. [39]


Nederlandse geslachten

Toen ikzelf uitvond dat de Hollandse zelfstandige naamwoorden allemaal een geslacht hebben, dat zich bovendien vaak uit helemaal niets af laat leiden dan uit daartoe speciaal geproduceerde handboeken (als het zogeheten "Groene boekje der Nederlandse taal"), weigerde ik - sindsdien en voorgoed - de geslachten van zelfstandige naamwoorden van iets anders dan m'n eigen stemming af te laten hangen. [40]


Schoolonderwijs en taalvermogen

En ik denk inderdaad dat er aanmerkelijk meer te zeggen valt voor M.'s geïmpliceerde stelling dat schoolonderwijs het taalvermogen verminkt door verschoolsing van uitdrukking dan zou kunnen lijken.

Bijvoorbeeld: Niet alleen Shakespeare, maar ook z'n tijdgenoten als Marlowe, Beaumont en Fletcher, Florio (de eerste Engelse vertaler van Montaigne), Bacon, en anderen schreven en klinken levendiger, sierlijker, duidelijker, directer dan hun Engelse opvolgers, en een aanzienlijk verschil is dat de opvolgers aanmerkelijk meer schoolonderwijs hadden - "genoten".

Schoolonderwijs biedt algemene kennis, tegen verlies van individualiteit. (Zie 74, 107, 136.) [41]


Ideeën

Ik ken geen schrijvers wier ideeën ik even interessant vind als de mijne. [42]


Intelligente mensen

hij uiteindelijk alleen werkelijk intelligente mensen kon bekoren, waarvan er, niet alleen in Nederland, altijd maar heel weinig zijn. Helaas - zowel voor de dommen als de intelligenten. [43]


Spelling

Alleen pedante idioten zonder eigen ideeën hechten veel belang aan spellingsregels. [44]


Spelling

Er is ook het volgende punt, dat mij bijzonder duidelijk werd gedurende de gelukkig mislukte pogingen tot spellingshervormingen aan het eind van de 60-er jaren, toen het Politiek Correct werd in Linkse Kringen om over "verrukkullukkuh odeklonje door revoolusjonere proossessuh" e.d. te schrijven, omdat "men" zó en niet anders zou spreken:

Althans ikzelf blijk zeer te hangen aan een eenmaal ingesleten woordbeeld, en ik denk dat dit voor zeer velen moet gelden, omdat men anders immers in het geheel niet meer kan spellen. En ik lees zeer veel langzamer dan ik anders doe, wanneer ik telkens gedwongen word mij af vragen welke klanken de schrijver deze keer weer valselijk aan het nabootsen is met maximaal 26 letters. [45]


Spelling

En ikzelf schrijf vaak "ie" (omdat ik "i" als in "ik" neig te lezen, en "ie" als in "iets"), en dank dat, en veel andere opvattingen, aan M. [47]


Spellingshervormingen

Ik merk nog iets op over spellingshervormingen, aangezien er pas weer één achter de rug is, waarvan ik het fijne niet weet, en volgens welke ik niet schrijf.

Eerst waarom ik het fijne er niet van weet: De allemaal zeer hooggeleerde Neerlandici die de hervormingen wensten door te voeren hadden daar zogeheten "semantische argumenten" voor die volledig losgezongen waren van alle logica. Ik heb al zeer lang geleden besloten geen regels voor het Nederlands te leren die nergens uit af te leiden zijn behalve door ze op te zoeken in een speciaal boekwerk, en dat geldt ook deze spellingshervorming.

En tweeds: De absoluut enige personen die geholpen zijn door spellingshervormingen zijn Neerlandici die ze tegen veel geld mogen bedenken, en uitgevers, die de boeken mogen uitgeven waarin zinloze en onbegrijpelijke regels opgezocht moeten worden door iedereen die liever pedant-conformistisch dan verstandig-nonconformistisch is.

Er zijn dan ook de afgelopen 100 jaar honderden miljoenen guldens en man- en kind-uren vergooid en verdiend aan telkens weer een spellings-hervorming. En zoals ik eerder opmerkte:

Het enige waar dit goed voor is - of slecht, al naar verkiezing - is het effectief onmogelijk maken van het lezen van alles wat Nederlands was en 50 of meer jaren in het verleden gedrukt werd. [47]


Waarde

Veel van waarde heeft vele waardeloze imitaties. [48]


Afgunst

Want afgunst regeert de mens. Althans: al te vaak. [49]


Vermaak

Voor velen is er geen groter noch bevredigender vermaak dan leedvermaak. [49]


Goed

Wat goed is voor de één, is niet dáárom goed voor een ander. [50]


Navolgers

Wie mij navolgt "vanwege iets dat ik zei" heeft kennelijk niet begrepen dat ik opwek tot zelfstandig nadenken en zelfstandig handelen. [53]


Schrijven

Wie zo goed schrijft en denkt als M. moet veel geschrijf en gedenk walgen. [54]


Nederlandse dichters

Er zijn in Nederland vrijwel geen dichters die geen verzen maken (ook de meeste niet rijmende Nederlandse "gedichten" zijn verzen). En alle verzenmakers zijn aanstellers, die omdat ze niets te zeggen hebben een vorm kiezen waarin het moeilijk is iets te zeggen zonder wat gezegd wordt te verwringen, en makkelijk is z'n armoede aan gedachten te verbergen. [56]


Goedheid

Een beter mens te zijn of trachten te worden is vaak moeilijk, en wordt maatschappelijk bestraft. Een slechte maatschappij is het vanzelfsprekend gevolg van slechte mensen, en als mensen werkelijk een goede maatschappij hadden gewild, dan hadden ze 'm reeds lang gehad. (Zie Bernard Mandeville's "The Fable of the Bees" voor een zinnige verklaring. Of mijn commentaar bij 423) [57]


Jezus

Aangezien het Nieuwe Testament minstens 30 jaar na z'n dood geschreven of in ieder geval geredigeerd is, lijkt het aannemelijk dat vrijwel niets wat Jezus gezegd heeft overgeleverd is zoals het gezegd werd, als er al een predikende Jezus was. [64]


Christenen

Het is ongetwijfeld juist dat "christenen" pas ontstonden tientallen jaren na de dood van Jezus en als gevolg van de prediking van Paulus: De feitelijke stichter, grondlegger en voornaamste prediker van het Christelijke geloof was Paulus. (En is er OOIT een bekeerling geweest die de leer waartoe ie zich bekeerde zó begreep als de bedenker van die leer bedoelde?) [66]


Mens

Slechts heel weinigen die als mens geboren worden slagen erin als mens te gaan denken, en géén mens kan veel mèèr begrijpen dan net buiten zijn persoonlijke gezichtseinder valt. Ook is ieder mens overwegend blind voor z'n eigen onvermogens. (En zie 74, 107 en 136) [68]



Goedheid en waarachtigheid

Hier uit zich een van M.'s grondovertuigingen, die samenhangt met zijn waarachtigheid:

Wat werkelijk het zeggen en schrijven verdient komt spontaan uit het hart, niet uit berekening of pose.

Dit betekent overigens niet dat wat uit het hart komt goed is - wel dat het niet vals is. (Zie 1, over waarachtigheid). [69]


Mystiek

Het probleem met de laatste opmerking is vooral dat wie niets weet (of veel misverstaat) van de ervaringen die ik aanduid met de term "mystiek" mij niet begrijpt; dat er zeer veel pretentie van mystiek is maar heel weinig echte ervaring ervan; en dat het zich even moeilijk laat uitleggen als de smaak van mango's aan wie nooit mango's proefde. (Maar toch een glimp van een hint voor goede verstaanders: Echte liefde heeft er veel mee te maken, en is de beste sleutel voor begrip ervan voor wie niet beter heeft.) [70]


Atheïsme en materialisme

Dat "Natuur is alles. Wat er meer is, noemt men metaphysiek, bovennatuurkunde, d.i. buitenissigheid." is een van M.'s fundamentele aannames, en wordt in de zin waarin hij dat bedoelde ook goed omschreven met zowel "atheïsme" als "(filosofisch) materialisme" (waar "filosofisch" voorgevoegd wordt om de bedoelde zin te onderscheiden van de zucht tot geldverdienen). En merk op dat het argument niet zozeer terminologisch als wel logisch is: Eenieder moet aannemen dat er Natuur is, en dat wat is Natuur verdient genoemd te worden - maar iedere aanname die méér postuleert dan Natuur postuleert dus iets wat niet is. (En zie 32 over goddelijke makers.)

Maar M.'s "'t Is nog niet sedert heel lang, dat de luitenants zoo'n veldheer 'n dwaas durven noemen" is niet historisch correct: Atheïsme en materialisme zijn vrijwel zo oud als de filosofie (en werden al vóór Socrates verdedigd door Democritus van Abdera, ook de uitvinder van de hypothese van atomen als fundament van de hele Natuur, en bekend als "de lachende filosoof").

Wat wel klopt is dat atheïsme en materialisme van Lucretius tot de 17e eeuw, dus 17 eeuwen lang, in het Westen zeer onpopulair waren, en door vrijwel niemand serieus werden verdedigd, was het alleen vanwege het levensgevaar dat men liep vervolgd te worden, en bijvoorbeeld verbrand te worden als ketter. Maar Thomas Hobbes was een goed schrijvende 17e-eeuwse materialist en atheïst, en in het Frankrijk van de 18e eeuw lijken de meeste werkelijk intelligente mensen in ieder geval meer materialist en atheïst geweest te zijn dan iets anders - en de kwalificatie "meer" hangt samen met het toenmalige grote maatschappelijk gevaar voor wie materialisme of atheïsme durfde te belijden. [71]


Metafysika

"bovennatuurkunde" is een letterlijke vertaling van "metaphysica", en metaphysica heet "metaphysica" vooral omdat het boekwerk van Aristoteles dat ingaat op de vragen welke hypothesen ten grondslag liggen aan de physica (natuurkunde) door z'n eindredacteuren (die eeuwen later leefden) geplaatst werden na z'n boek over fysika, en "na" of "boven" = "meta" in het Grieks. Met andere woorden: De term "metafysika" heeft oorspronkelijk niets van doen met wat later metafysika heette - en gewoonlijk zinledig bijgeloof met pretentie van diepte was: men denke aan het gruwelproza van bijvoorbeeld Heidegger en Hegel - en alles met een terminologische toevalligheid. [72]


Misstanden en doorsnee-mensen

de voornaamste reden voor maatschappelijke misstanden het gemiddelde niveau van mensen is, en dat het gemiddelde niveau van mensen, gezien vanuit het betrekkelijk tot zeer zeldzame perspectief van iemand die zowel moreel als intellectueel hoogstaand is, heel adekwaat met "zot" (dom bijgelovig) aangeduid wordt, voorzover het oordeel intellectueel is, en met "rot" (corrupt vals) voorzover het oordeel moreel is. [73]


Hollanders

 in de tijd dat M. dit idee schreef had hij nog grote hoop dat zelfs de huichelhollands verrotte zotten - die hij Kappellui noemde - ten rechte bekeerd zouden kunnen worden tot minder zotte ideeen en minder rotte praktijken. (Zie 107, 136, inleiding) [73]


Mensen en poses

de zeer fundamentele overweging dat vrijwel ieder mens zich ergens tussen z'n 15e en 25e leert verleugenen en verloochenen tot een maatschappelijk aangepast karakter, vol van valse pretenties, loze praatjes, en populaire vooroordelen, en daarmee - overwegend uit vrije wil, uit welbegrepen eigenbelang en eigen zwakte - afscheid neemt van z'n originaliteit, spontaniteit en individualiteit, waarmee ieder mens geboren wordt, ongeacht overig talent. (Zie ook 116 en "Menselijkheid" - en, lezer, "Woutertje Pieterse" gaat hierover. Zie ook 423 inclusief links en "On People") [74]


Nederland

Neerland-nivelleerland  [75]


Genie

Hier gaat hij in op vermeende genieën, die zeer veel vaker voorkomen dan echte. Ik zal later ingaan op M.'s genie, maar stel hier eenvoudig - nogmaals - dat wanneer M. zichzelf beschreef als genie hij eenvoudig en eerlijk de waarheid sprak, en geef de lezer een hint wat hij daarmee bedoelde: In het Noors is er een fraai woord voor "een genie" namelijk "en original", dus zoveel als "iemand die aan zichzelf ontspringt, en daarmee origineel denkt en spontaan handelt" (en zichzelf niet verleugent noch verloochent voor sociaal succes: zie mijn opmerking bij 74, en verder zie 113 e.v. en 220 e.v. en 136, 276) [75]


Genie

Eerst genieën. Wat is een genie?

Kortweg, iemand die excelleert in het bedenken van nieuwe ideeën en formuleringen, in die mate dat z'n excellentie daarin - of dat nu talig is, als met Shakespeare, tekenend is, als met Da Vinci, beeldend is, als met Michel Angelo, wiskundig is, als met Newton, Euler en Gauss, of muzikaal, als met Mozart en Beethoven - voor de zeer grote meerderheid van wie enigermate bevoegd is tot oordelen zeer evident is.

Dan hun mislukken.

Zoals ik het formuleerde, lijkt het moeilijk te mislukken, voor een werkelijk genie, omdat z'n excellentie immers zo evident is, en de maatschappij grote behoefte heeft aan zulke schaarse excellentie, en dus zeer genegen is zo iemand kansen te geven z'n exceptionele genie te gebruiken en toe te passen tot nut van eenieder.

Helaas is dat vaak niet zo, en vooral niet met genieën wier genie niet ligt in betrekkelijk onschuldig vermaak - muziek, schilderen, beeldhouwen, schaken, wiskunde - maar in het produceren van maatschappelijk gevaarlijke ideeën, zoals Multatuli, en zoals twee van z'n filosofische tijdgenoten, Marx en Nietzsche.

Multatuli mislukte in al z'n maatschappelijke ambities, en mislukte in eigen ogen ook nog als schrijver en wijsgeer, en dat niet bij gebrek aan opgang maar door gebrek aan adekwaat begrip, ook (en vooral) bij z'n medestanders.

Toch was hij een genie, omdat hij evident veel beter na kon denken en formuleren dan ieder van z'n Nederlandse tijdgenoten - en volgens mij ook dan ieder van z'n bekende tijdgenoten buiten Nederland:

Er was eenvoudig niemand die zo schitterend schreef, over zoveel onderwerpen, met zoveel moed, zoveel scherpzinnigheid, zoveel helderheid, zoveel fraaie gelijkenissen en epigrammen.

Maar Multatuli mislukte in z'n ambities door het gebrek aan niveau - karakter, intellect, moed - van z'n medemensen, en werd ook door degenen die na hem kwamen nauwelijks met begrip gelezen, en vond ook later nauwelijks navolging, en zeker niet filosofisch of maatschappelijk.

Het is interessant de twee parallelen die ik noemde met hem te vergelijken, Marx en Nietzsche.

Beiden waren bij hun leven eveneens maatschappelijke mislukkingen, weliswaar geacht in kleine radikale kring, maar door vrijwel iedereen die maatschappelijk meetelde niet serieus genomen, niet gelezen, niet gerecenseerd, en niet geholpen.

Beiden waren volgens hun bewonderaars en volgelingen geniaal (wat ikzelf makkelijker toestem in Nietzsche dan in Marx). En beiden verschillen sterk van hun tijdgenoot Multatuli in dat Marx en Nietzsche een ZEER grote invloed hadden op de maatschappelijke ontwikkelingen in de 20e eeuw, want de één was de grondlegger van het communisme en de ander van het fascisme, hoewel het rechtvaardig is op te merken dat géén van beiden veel waardering of begrip zouden hebben gehad voor wat hun volgelingen bakten van hun ideeën.

Tenslotte: Ik stel Multatuli zowel intellectueel en moreel als stylistisch hoger dan Marx en Nietzsche, en merk op dat het VOOR hem pleit (en tegen Marx en Nietzsche) dat degenen die na hem kwamen in z'n overigens schitterend geschreven werk geen denkbeelden en waarden vonden die ze konden prostitueren voor hun eigen totalitaire aandriften:

Hij schreef te helder en dacht te goed om misbruikt te worden door politieke stelselaars. [77]


Waarheid en gelijkenis

waarheid wordt vooral overgebracht door parabelen en poëzie. Dit lijkt mij wat romantisch, maar het is waar dat waarheid onderkend en herkend wordt door gelijkenissen, en dat alle gelijkenissen mank gaan, zelfs indien ze overwegend waar zijn.

Dat is dan weer de reden dat een goede doch noodzakelijk manke vergelijking vaak meer licht werpt op de zaak die ze mank vergelijkt dan iedere strikt pedant-ware conventionele uitdrukking van die zaak. [79]


Begripsvermogen en schrijven

Sprekend voor mijzelf: Zelden begrijpt men waar ik het over heb, en bijna altijd reageert men alleen op bijzaken. (En nee, lezer: Het door mij ondervonden onbegrip, net als het idem van Multatuli, ligt véél minder aan onze formuleervermogens dan aan de denkvermogens waartoe we ons moeten richten. Helaas.) [80]


Onderwijs

tegen alle verschoold onderwijs. [82]


Denkende mensen

M. wenste zich zelfstandig denkende lezers, en idem mensen. Helaas zijn er daarvan zeer veel minder dan er zijn die het geloven te zijn. Zie 141, 136, 276. [83]


Drugshandel

Tegenwoordig verrijkt een groot deel van de de Nederlandse en de Amsterdamse élite zich - heel in het geniep, met actieve medewerking van de Amsterdamse gemeenteraad, met de drugshandel: Van "amfioen" - opium - in de 19e eeuw, op Java, tot heroïne, cocaïne, en extasy in de 20ste eeuw, in Amsterdam. Vooruitgang! [84]


Nederlanders, geld en sex

kenmerkend voor Nederlanders - wier principiele morele waarden zich in geldelijke winst moet uitdrukken om gehandhaafd te worden, en die eerder geil raken van de gedachte aan geld dan aan sex. [84]


Vijanden

wie werkelijke vijanden maakt niet moet verwachten met eerlijke middelen bestreden te worden: Zo zitten mensen nu eenmaal niet in elkaar, afgezien van zeer bijzondere uitzonderingen. [85]


Wereldverbeteraars en redelijkheid

En het grote probleem voor alle morele wereldverbeteraars is dat ze zich moeten richten tot immorele machthebbers: Wie redelijk tracht te zijn tegen onredelijken geeft de meeste van z'n mogelijke wapens op. [85]


Goed en kwaad

Ook in zijn tijd werd o.a. door Lister in Engeland de verdoving ingevoerd, die sindsdien bijzonder veel pijn vermeden moet hebben, en dus, in die eenvoudige termen, meer goed gedaan heeft dan vrijwel iedere andere maatregel die men kan noemen. [86]


Goed en kwaad

Wat betreft die eenvoudige termen, hier is een sectie 18 uit "Multatuli en de Filosofie", over een betrekkelijk eenvoudig, menselijk praktiseerbaar, ethisch ideaal:

18. De moraal: Multatuli was niet alleen een filosoof: Hij was ook een moralist, die zijn - christelijke dus schijnheilige - tijdgenoten beleerde in de vrijmoedige atheïstische traditie van de franse moralisten. Omdat Multatuli ook in dit opzicht zijn tijd ver vooruit was, en omdat het onderwerp in deze tijd, waarin egoïsme, hebzucht en moedwillig irrationalisme verdedigd worden met een beroep op de relativiteit van alle moraal ("Jij kan niet zeggen wat goed en kwaad zijn "ergo" ik mag doen wat ik wil") kan het nuttig zijn hier een korte morele verhandeling in te lassen, waarschijnlijk in de geest, zij het niet volgens de letter, van Multatuli:

Het kwaad in de wereld is onnodig lijden, en wordt veroorzaakt door menselijk onvermogen - tot goed nadenken en eerlijk en konsekwent handelen. Ingewikkeld is het niet: Iedereen weet tot op zeer grote hoogte wat z'n medemensen pijnigt en pleziert, en wat een mens nodig heeft om redelijk te kunnen bestaan. Iedereen weet dat onware ideeen, hoe goed bedoeld ook, wanneer ze als leidraad tot handelingen dienen overwegend tot ellende leiden, zo niet voor de handelaar dan wel voor z'n medemensen. Daarom behoort iedereen, al was het alleen maar uit welbegrepen eigenbelang, zich naar vermogen toe te leggen op waarachtig begrijpen en goed doen - waarbij het laatste in ieder geval wil zeggen: Het bewust vermijden van onnodig lijden, en het helpen van degenen die daaraan blootgesteld zijn.

Multatuli deed dat - naïef, eerlijk en goedwillend. Vrijwel al z'n medemensen, toen en nu, veel dommer maar ook veel wereldwijzer, minder eerlijk en van minder goede wil, laten dat overwegend na - uit onvermogen, want waarachtig begrip en redelijk handelen zijn moeilijk; uit domheid, want de meeste mensen zijn te dom om zonder hulp tot rationele ideeën te komen; uit egoïsme, want de meeste mensen zijn te zelfzuchtig om rechtvaardigheid en redelijkheid op meer dan minimale schaal te betrachten; of uit lafheid, want het meeste kwaad wordt welbewust gedaan, uit angst af te wijken van wat maatschappelijk gewenst of gebruikelijk is. Daarom is de wereld wat zij is: Voor de meerderheid overwegend een lijdensweg veroorzaakt door illusies en verlicht door valse hoop en egoïstisch vermaak.

Verder zie 423, 276, 136. [86]


Gedachten

Wat echter wel waar is dat aan iedere gedachte een nieuwe gedachte geknoopt kan worden, die de vorige gedachte uitbreidt, corrigeert, becommentarieert, in context zet, verwerpt, kwalificeert etc. En voor de volgende gedachte geldt - dus - weer hetzelfde, ad infinitum, of tot de menselijke soort zichzelf laat opheffen door de gebruikelijke domheid van de meerderheid en de ordinaire rotheid van de leiders. [87]


Opinies

Als het niet waar is, dat gedachten de wereld regeren, dan toch vooral omdat "de wereld" niet geregeerd wordt door één enkel soort dingen. Maar het lijkt mij dat mensen toch primair ideologische apen zijn, die alleen kunnen overleven door het aannemen van ideeën over wat de wereld is en zou moeten zijn, bij gebrek aan voldoende instincten.

En in deze zin regeren de ideeën de mensenwereld, al blijft het ook zo dat de ideeën die regeren dat altijd doen via menselijke machthebbers, die zowel ideeën gebruiken als daardoor degenen die in de ideeën geloven. (Zie Machiavelli.)

De geschiedenis van de 20ste eeuw ("The Century of Total War": Aron), waarin de - misbegrepen, misbruikte - ideeën van Marx en Nietzsche zo'n prominente rol speelden bieden hiervan een uitstekende dus uitermate gruwelijke illustratie[88]


Homo sapiens

Ja, maar het zijn niet zozeer woorden als de uit woorden en rituelen gevormde bouwsels die ideologieën heten die het fundament vormen van alle sociale macht in alle mensenmaatschappijen - omdat mensen denkende wezens zijn, en gewoonlijk geen weldenkende wezens, maar door hun eigen denken misleide wezens.

De mens is het rationaliserende dier, de ideologische aap, het martelende beest, en het huichelende zoogdier:

Dat "de" mens "het" rationele, redelijke dier zou zijn kan incidenteel waar geweest zijn over de oude Grieken, maar is hoogstens een bittere satirische hoon van de grote meerderheid van de mensheid die na hen verscheen. (Zie 74, 107, 136, 276, 423)

En let wel, lezer:

Niemand heeft zichzelf in de wereld gewenst; niemand heeft z'n vermogens en gebreken verkozen; niemand is verantwoordelijk voor al het kwaad wat in de menselijke geschiedenis gedaan is - maar ieder is verantwoordelijk voor wat ie gemaakt heeft van wat 'm gegeven werd, en wie rationeel na wil denken mag niet blind zijn voor de vele massale gruwelen noch de frekwente individuele lichtpuntjes in de menselijke geschiedenis. [89]


Nedernorm

het is waar dat wie in Nederland afwijkt van de norm bij voorkeur doodgegooid wordt met "doe maar normaal dan doe je al gek genoeg". [90]


Nederland huichelland

Overigens is deze echt Neerlandse norm (Nederland=vernederland; Holland=huichelland; Neerland=Neerlanderthalië) uitdrukkelijk totalitair en autoritair:

De domme doorsnee dient hiermee de domme doorsnee het patent op waarheid en waarachtigheid toe, en ontkent hiermee aan iedereen die niet dom is en niet huichelachtig laf is het recht anders te denken of willen dan de doorsnee goed acht. Niet alleen behoort de menselijke doorsnee tot de soort der ideologische apen, maar ook tot de totalitaire apen.

Mijn gelijkstelling van Holland=huichelland geeft de doorsnee Hollander overigens te veel eer, volgens idee 1209a: Huichelen vergt althans nog énig karakter, maar wat de doorsnee tot waarachtige doorsnee maakt is zelfgemaakte en zelfgewilde karakterloosheid. (Zie 74, 107, 136.) [90]


Waarheid

dat er maar één waarheid is, die als een eenzaam vlotje op een kolkende oceaan van onwaarheden drijft (en daar vaak door verzwolgen wordt), is waar, evenals de gedachte dat één enkele waarheid op talloos veel manieren verwoord, verbeeld, of in wiskunde of diagrammen omgezet kan worden. [94]


Doorsnee-mensen en doorsnee-begrippen

Wie niets origineels te zeggen heeft wordt altijd begrepen, want hij predikt gemeenplaatsen; en wie geen gemeenplaatsen preekt moet rekenen op algemeen wanbegrip. Want:

De meute denkt niet, maar wensdenkt, en gelooft altijd wat het grootste deel van de meute gelooft. Mens, houdt op massa-"mens" te zijn! (74, 107, 136, 276, 423) [95]


Serendipiteit

Dit is een idee dat wetenschappers die in serendipiteit geloven - wat 'n term is die uit 't Engels stamt, en iets betekent als "het geluk is met de dommen" - enige bescheidenheid zou moeten leren:

Als de meeste ontdekkingen van waarde op toeval berusten, dan is de menselijke geest kennelijk alleen bij zeldzaam toeval slim. [97]


Religie

Dit gaat over de troost die religieus geloof biedt, maar ook ik vind het niet zo'n goed idee. Het is wel nuttig op te merken dat als het religieus geloof troost biedt dit geen reden is dus te geloven - het geloof aan Sinterklaas geeft ongetwijfeld meer genot dan ellende, maar volwassenen wijzen het af omdat Sinterklaas nu eenmaal de tekortkoming heeft van niet bestaan. En dit duidt op nog iets: Wie werkelijk gelooft houdt z'n geloof voor werkelijk, hoe onzinnig z'n geloof op rationele gronden ook is. [98]


Kennis en onzekerheid

alle redeneren berust op weten ("dit is zo"), ontstaat door twijfel ("is dit wel zo?"), en kan uitmonden in ontkenningen ("dat is niet zo"). [99]


Mensen, maatschappij en denken

Helaas lijkt het meeste wat mensen schrijven en zeggen niet de waarheid maar het eigenbelang te dienen - dat meestal strijdig is met de waarheid.

De doorsnee spreekt en schrijft eerder om te liegen, vanwege de maatschappelijke voordelen die dat biedt, dan om de waarheid te spreken en schrijven, ook waar dit geen moeite of moed kost:

Maatschappelijk leven is een leven van gecultiveerde leugen, pretentie, schone schijn, waar bijna niemand is hoe ie voorgeeft te zijn, en bijna allen bijna altijd huichelen over bijna alles, uit gebrek aan karakter of hersens, en meestal beide. (Verg. Ervin Goffman's "The Presentation of Self in Ordinary Society" en zie hfdst 13 van mijn LPA. Ook 423 kan hier verhelderend zijn.)

Wie dit zegt niet te zien heeft zichzelf zo verloochend dat ie zelf niet meer door heeft tot wat 'n karikatuur van 'n mens ie zich gemaakt heeft - of liegt. (En zie 74, 107, 136, 246, 423) [99]


Publiek spreken

Waar op zogenaamd waardige wijze standaard frases worden gebruikt wordt bedrogen.

Alle publiek beleden principes zijn publiek gehuichel, zelfs als 't huichelen eerlijk bedoeld is. [100]


Huichelen en maatschappij

En ja lezer, er is "eerlijk bedoeld huichelen", en u kent het heel goed uit eigen ervaring. Zie ook 73, 74. Eerlijk huichelen komt o.a. kijken bij een gewone maatschappelijke rol spelen. Zie 616, 618. [100]



God

Nog steeds geloven zeer velen dat er een God te deduceren valt uit onze onwetendheid omtrent de oorzaken van de grootheid en raadselachtigheid van het heelal, en zien zeer weinigen helder in dat zo'n God alléén uit die gegevens gededuceerd kan worden als ie er eerst door de gebrekkige denker's wensdenkerij zelf ingebracht is - uit onwetendheid volgt immers niets dan onwetendheid. [102]


Doorsnee intellect en wensdenken

Ik vrees echter dat het intellect van de zeer grote meerderheid van de mensen te slecht is en hun aangeboren driftnoden te sterk zijn, om hun geloven rationeel in te richten:

Liever wensdenken ze dan rationeel te denken, omdat het zowel veel makkelijker is dan rationeel denken - als gegarandeerd tot wenselijke konklusies leidt. [102]


Filosofisch genie

omdat echte filosofische genieën inderdaad voor weinig maatschappelijks deugen en zelden werkelijk begrepen worden door hun tijdgenoten. [105]


Doorsnee mensen en begripsvermogen

Mijn reden ligt vervat in de zegswijze dat "wanneer een aap in een spiegel kijkt, een aap terugkijkt":

Iedereen kan mèèr begrijpen dan ie weet, maar niet direct véél meer, en niemand kan mèèr begrijpen dan z'n vermogens toelaten. En:

De vermogens zowel als de wens tot waarachtig begrip van de meerderheid zijn gering: Doorsnee "men" wil géén pijnlijke waarheid maar aangename leugen, en wil niet leren maar lichamelijk genieten. Mundus vult decipi = "Men" - de aangepaste, conformistische, braaf oppassende menselijke doorsnee - "wil bedrogen worden". (Zie - bijvoorbeeld: ik ga hier regelmatig op in, lezer! - mijn commentaar bij Ortega y Gasset, en 136, 276, 423.) [106]


Hoogmoed

Wie waarachtig uitsteekt in menselijk opzicht, dat is in moreel, intellectueel of kunstzinnig opzicht, heeft recht op hoogmoed, en wie dat niet doet niet. En alleen mentale of morele pygmeeën vatten en waarderen dit niet. [108]


Hollandse bescheidenheid

Dit gaat over valse bescheidenheid, in Holland verreweg de meest populaire en wijdst verspreide huicheldeugd sinds vele eeuwen. [109]


Deugd

De maatschappelijk juiste definitie van "deugd" is "wat de doorsnee eist dat men huichelt".

Anders: "Deugd" heet wat "men" zegt dat "men" behoort te doen, en dat "men" zelden doet, behalve wanneer het risico nihil en de betaling goed is. Voor meer over dit onderwerp inclusief verwijzingen naar wiskundige logica zie 423. O, en Srebrenica en ME in Amsterdam, bijvoorbeeld, voor deugdzaam Neerlands bestuur en beleid. [110]


Slechtheid

Eigenbelang speelt inderdaad een grote rol, maar ik denk dat angst en domheid een grotere rol spelen - immers, welbeschouwd is het eigenbelang dat de grote meerderheid van bange en domme mensen onderkent alleen dàt belang dat rijmt met hun laffe domheid, maar niet het belang dat ze zòuden hebben als ze de moed hadden niet laf te zijn, en het verstand niet dommer te zijn dan ze zijn geboren. (Zie 74 en 136.) [111]


Nederlanders

afgunstige nivelleerzucht en valse nederigheid. Nederland is hier vol van! [113]


Deugd

Voor iedere echte deugd bestaat een huicheldeugd van dezelfde naam. [114]


Ambtenaren

Het gaat vooral om: "maar wie 't Land dient en yverig is, staat zyn meerderen in den weg". Een reden voor dit verschijnsel is later geformuleerd door dr. Peters: "In an organization everyone gets promoted to his level of incompetence".

Anders: Een eerlijke, integere, intelligente, competente ambtenaar is erg jong en erg naief - of een contradictio in adjecto. (Dit is een onpopulaire les der geschiedenis, onder ambtenaren, maar wel zeer waarachtig. De ambtelijke moraal is namelijk deze: "Unsere Ehre heisst Treue!" - en wat de SS, waarvan dit de wapenspreuk was, enigermate doet verschillen van andere ambtelijke organisaties, is hun eerlijkheid op dit punt. Moderne Nederlandse ambtenaren spreken van "loyaliteit". Zie De la Boétie's "Vrijwillige slavernij" en mijn "On people") [115]


Nederlanders en Nederlands bestuur

Het Neerlands bestuur mag hele woonwijken doen opblazen door eigen onverantwoordelijkheid en onaansprakelijkheid, en mag vervolgens blijven zitten van het domme Neerlandse volk en nog dommer Neerlandse kamerleden. Dit mag vanwege hun zo bijzonder toegenomen... gevoel van verantwoordelijkheid.

En merk overigens op dat volgens de geldende interpretatie van het tweede Pikmeer-arrest geen enkele Hollandse machthebber enige aansprakelijkheid heeft voor enige daad of nalatigheid van precies die soort waarvoor ie aangesteld is om niet te doen of niet na te laten: De juridische, politieke, bestuurlijke en menselijke ONverantwoordelijkheid is in Neerland tot hoofdprincipe van bestuur en recht verheven.

Lees daarna eens wat in Multatuli:

Er is niets veranderd in Nederland en zal niets veranderen in Nederland zolang het gemiddeld intellectueel niveau van de Nederlanders is zoals het is, was, en kennelijk altijd geweest is. 't Is héél jammer, maar zo liggen de feiten: Het volk WIL bedrogen worden; de bestuurders WILLEN bedriegen; en - buiten zeer zeldzame individuen - WIL NIEMAND enige persoonlijke verantwoordelijkheid. (Zie ook 423, waar ik in ga op de grondslagen van de "kennisse des goeds en des kwaads" en mijn "On people").

En omdat dit zo'n wijdverbreid "democratisch" gevoelen is in Neerland heeft en voelt feitelijk ook vrijwel niemand enige werkelijke politieke, juridische of persoonlijke verantwoordelijkheid:

"Men" weet dat "men" laf liegt en bedriegt, maar "men" heeft daar meestal en in meerderheid vrede mee, want "men" liegt en bedriegt zelf mee en weet dat ook.

Ziedaar Neerlandse zogeheten "verdraagzaamheid" en zogenaamde "tolerantie": Onverantwoordelijkheid, onaansprakelijkheid, lafheid, karakterloosheid, conformisme, hypocrisie - God's water over God's akker laten lopen met een schijnheilig braaf gezicht, al klagend over de slechtheid van anderen maar zelf nooit iets doende dat enige moed of karakter vergt.

In dit verband heb ik een fraaie, wat cynische maar goed onderbreide ondersteuning van de Piaget-Kohlberg theorie van stadia-gewijze morele ontwikkeling. Mijn stelling is deze:

Vrijwel ieder mens verandert in z'n puberteit van het naïeve "Agis comme tu penses" in het conformistische "Agis comme on pense" - en doet dat overwegend vrijwillig, uit welbegrepen eigen zwakte en eigen belang. Zie ook 74, 107, 136 en 220. Verder zie o.a. 423, 447 en "On people". [116]


Stemmen en parlementarij

't Is een mooi beeld, volkomen passend bij alle parlements-verkiezingen waar ik weet van heb: Een bezopene op weg naar het stemhok, kennelijk vanwege stemplicht. Zie verder M.'s noot.

Ik ben niet "voor algemeen stemrecht" ... maar ik heb minstens 130 jaar meer geschiedenis om op terug te zien. Dat uitzicht - onder andere op de 20ste eeuw vol van totalitaire gruwelen, wereldoorlogen en algemeen stemrecht - beneemt mij alle lust in algemeen stemrecht, aangezien dat een puik middel blijkt om de grootste incompetenten - de lafste leugenaars, de meest achterbakse intriganten en rijkworders, de geilsten naar macht, status en inkomen -  aan de macht te brengen en daar eeuwig te houden via de totalitaire propaganda-campagnes die "verkiezingen" heten.

Wat er precies aan gedaan moet worden weet ik niet - maar het gemiddelde menselijke niveau en de kennis van de kiezer, die ook meekiest over mijn mogelijkheden, vind ik om van te kotsen zo armzalig.

Het beginsel "one man, one vote" heeft een zekere begrijpelijke schijnbare rechtvaardigheid, maar als het er op neer komt, zoals in Neerland het geval is, dat mijn stem "gebalanceerd" wordt door een 50.000 in het weekend "Aan 't gas! Aan het gas!" brullende randdebiele familievaders, die bovendien iedere week hun toch al armzalige breintjes 25 gruwel-uren lang laten verjunken middels de publieke breindildo die TV heet,  dan heeft stemmen voor begaafde en beschaafde mensen geen enkele zin, en is feitelijk beledigend, want meedoen maakt de mening respectabel dat het kiezen bij meerderheid van dom kiesvee rationeel en redelijk zou zijn. (En inderdaad ben ik er trots op sinds 1971 geen enkele keer gestemd te hebben in Neerland, en ben ik blij sinds 1971 niet meer wettelijk verplicht te zijn aan die vernederende komedie deel te nemen.)

Het komt mij over het geheel genomen het meest rechtvaardig voor stemmen te verdelen in evenredigheid met genoten onderwijs: Hoe hoger opgeleid, hoe meer stemmen.

Aangezien iedereen in beginsel, althans in Nederland en omstreken, indien ie maar allerminimaalst bekwaam is een studie te volgen deze ook kàn volgen, heeft iedereen in ieder geval gelijke rechten om zich al studerende mèèr stemmen dan een ander te verwerven.

Alternatief: Laat de machthebbers en volksvertegenwoordigers VERkiezen uit academici door academici; geef macht aan mensen over andere mensen alleen aan wie aangetoond heeft - met objectieve examens, op basis van gepubliceerd eigen werk - althans intellectueel, in kennis en in werkvermogen en verantwoordelijkheidszin en eerlijkheid, uit te steken boven de doorsnee; geef iedereen gelijke kansen op academische opleiding;maar laat iedere volwassen burger meedoen aan WEGkiezen van machthebbers op basis van meerderheid. Dit systeem beoogt enerszijds bekwame maatschappelijke bestuurders te krijgen, en beoogt anderszijds de gehele maatschappij mee te laten beslissen over hun prestaties.

Of dit systeem véél uit zal maken weet ik niet. Wat ik wel weet is dat Hitler democratisch verkozen is, met grote meerderheid van stemmen. En ook meen ik te weten dat stemmers die liever als "dienstplichtige" op commando anonieme mede-mensen uitmoorden, alleen omdat dit "dienstorder" zou zijn, géén stemrecht verdienen.

Het probleem is moeilijk, en wordt zelden helder en eerlijk onder ogen gezien, al helemaal niet door zelfbenoemde "democraten".

Toch is het herhaaldelijk helder gesteld, en hier volgt een fraai voorbeeld daarvan, uit Guiccardini's "History of Italy" ("Storia Italia"), dat geschreven werd rond 1540, en voor 't eerst gepubliceerd in 1560. Ik citeer een Engelse vertaling, en wat volgt werd door Guiccardini in de mond gelegd van één van de tamelijk democratisch gekozen vertegenwoordigers van de stad Florence, in antwoord op het voorstel van een ander democratisch verkozen vertegenwoordiger meer democratie in te voeren, en sprekend rond 1495:

"Guidantonio Vespucci, a famous lawyer and a man of remarkable intelligence and skill, spoke as follows:

'If, most worthy citizens, a government organized in the manner proposed (..) produced the desired results as easily as they are described, it would certainly be perverse of anyone to wish for any other form of government for our country. It would be a wicked civilian who did not passionately love a form of republic in which the virtues, merits and abilities of men were organized above all else.

But I do not understand how one can hope that a system placed entirely in the hands of the people  can be full of such benefits.

For I know that reason teaches, experience shows and the authority of wise men confirms that in so great a multitude there is not to be found such prudence, such experience and such discipline as to lead us to expect that the wise will be preferred to the ignorant, the good to the bad, and the experienced to those who have never handled any affairs whatever.

For as one cannot hope for sound judgement from an unlearned and unexperienced judge, so from a people full of confusion and ignorance one cannot except - except by chance - a prudent and reasonable election or decision.

Are we to believe that an inexpert, untrained multitude made up of such a variety of minds, conditions and customs, and entirely absorbed in their own personal affairs, can distinguish and understand what in public government wise men, thinking of nothing else, find difficult to understand?

Quite apart from the fact that each person's self-conceit will lead them all to desire honors - and it will not be enough for men to in the popular government to enjoy the honest fruits of liberty - they will all aspire to the highest posts and to take part in the decisions on the most diffciult and important matters.

In us less than in any other city there rules the modesty of giving way to the man who knows best or who has the most merit.

But if we persuade ourselves that we must be by right all equal in all things, the proper positions of virtue and ability will be confused when it rests with the judgments of the multitude.

And this greed spreading to the majority will ensure that the most powerful will be those who know and deserve least; for as they are more numerous, they will have more power in a state organized in such a way that opinions are merely numbered and not weighed.'"

Zie verder Guiccardini en mijn secties Politics, Machiavelli, Ortega y Gasset, en ME in Amsterdam en 119. [118]


Stemmen en parlementarij

Dit idee vervolgt 118 en de noot op 118, waar ik inga op m'n redenen voor m'n eigen afwijzen van de tragi-komedie die "democratische verkiezingen" heten.

Hier geeft M. de zijne, en begint met een schets met als hoofdsentiment Die rekening kan niet goed wezen! Nu, mijn probleem is dat ook als de rekening perfect klopt de beginselen van "meeste stemmen gelden" en "één man; één stem!" in een verzameling waar de meerderheid uit randdebielen en de leiding uit slimme huichelaars bestaat géén goede manier is om tot een rationeel en redelijk beleid te komen.

Vervolgens, wat betreft Het ideaal ener regeringsvorm is: absentie van regering. Dit is M.'s ideaal, waar ik me wel bij wil aansluiten in beginsel, maar het is niet het ideaal van enig stelsel van regeren, en al helemaal niet het ideaal van de meeste regeerders: "All power corrupts; absolute power corrupts absolutely. All great men are bad." (Aldus luidt de samenvatting van de lessen der geschiedenis van de Engelse geschiedkundige Lord Acton, uit 1895).

Het hoofdpunt is: Wat maakt het naderen tot dat ideaal - van "absentie van regering" - mogelyk? Vermindering der behoefte van een Volk om geregeerd te worden, dat is: ontwikkeling, beschaving, verlichting, enz. Als ieder wist wat hy doen moet, en daarnaar handelde, ware alle regering overbodig. Ik spreek niet van bestuur. Immers, tot "bestuur" behoort "het noodzakelijk koördineren" van een maatschappij, terwijl regeren "machtsuitoefenen" is, dus het doorzetten van de wil van de één of enkelen tegen de wil van vele anderen.

Kortom, regeren, het doorzetten van de wil van de één tegen de wil van vele anderen, berust op het onvermogen van die velen behoorlijk macht over zichzelf uit te oefenen, uit gebrek aan eigen ontwikkeling, beschaving, verlichting, enz.

Dit was zo in 1862, en is nog steeds zo in 2001.

Wat betreft de regeerstelsels waarmee M. z'n idee afsluit: De gegeven lijst en veronderstelde onderscheidingen en definities gaan overwegend terug op Aristoteles - die ongetwijfeld van mening zou zijn geweest dat wat men in Neerland "democratie" belieft te noemen in feite een oligarchische ochlocratie is: een meute van stommelingen geleid en bedrogen door een groepje liegende voorgangers overwegend ten bate van die voorgangers en ten koste van de - blinde, dankbaar "democratisch" kiezende - meute.

Ook dit was zo in 1862, en is nog steeds zo in 2001.

Konklusie: Het ideaal ener regeringsvorm (..) absentie van regering zal moeten wachten tot de menselijke doorsnee anders is dan deze kennelijk tot nu toe geweest is.

Zie verder mijn secties Politics, Machiavelli, Ortega y Gasset en ME in Amsterdam. [119]


Stemmen en meerderheid

De tekortkomingen van het kiezen bij meerderheid van stemmen toegelicht. Toch is het hoofdprobleem van het kiezen bij meerderheid van stemmen - zie 7 en 119 - vooral dat de meeste stemmers onbekwaam zijn tot redelijke oordelen, en, dus, al logisch gevolg hiervan, gewoonlijk ook onbekwaam om bekwame en integere mensen te kiezen.

Het zogenaamde "Poldermodel" van "consensus" waar Nederland dan ook al jaren langzaam maar zeker door kapotgemaakt is komt feitelijk neer op een samenzwering van matige corpsstudenten, mislukte gymnasiastjes, gefaalde studenten, en honderdsterangs afgestudeerden in zachte gamma-vakken of rechten, die hun geringe extra begaafdheid misbruiken om de hordes voor kiesgerechtigden met Mavo en Lbo-breintjes illusies voor te spiegelen die de illusionisten - vrijwel allen niet in staat tot enige individuele carrière in wetenschap, kunst of het bedrijfsleven - levenslang zachte baantjes en grote macht te verschaffen.

Ik citeer Etienne de la Boétie, schrijvend rond 1560:

"(..) ook gaat, zo gauw de koning zich al tiran bekend maakt, al het kwade, al het uitvaagsel van het koninkrijk zich rond hem verzamelen. Ik heb het niet over een bende dieven en deugnieten, die de staat nauwelijks goed of kwaad kunnen doen, maar over degenen die men herkent aan een brandende ambitie en een opvallende hebzucht. Zij steunen hem om een deel van de buit te krijgen, en onder de tiran zijn zij zelf tirannen." (p.43)

Het is handig en verduidelijkend e.e.a. in termen van IQs te zien, al is dat geen écht adequate maat voor werkelijke intelligentie: De pakweg 85% met een IQ tot 115 wordt geleid, en gewoonlijk belogen, bedrogen, onderdrukt en uitgezogen door de pakweg 15% met een IQ tussen de 115 en de 130. De enigen die het spel enigermate rationeel kunnen doorzien zijn de zeldzame enkelingen met een IQ boven de 130 (1 op de 100) - en het is niet gezegd dat dit overigens uitnemende mensen zijn. Een goed verstand is immers geen garantie van enig ander goeds dan het vermogen niet in alle gebruikelijke illusies en vooroordelen te hoeven geloven bij gebrek aan sjoege.

Trouwens: Een essentieel deel van het doorzien is het zien dat alle publieke politieke en religieuse ideologie overwegend spel, hypocrisie, pose, mode en voorwendsel is, and that, as men are, some can cheat almost all nearly all of the time, AND have done so through all known history.

Verder zie 74, 423, De la Boétie's "Vrijwillige slavernij" en mijn "On people". [120]


Stemmen en kiesrecht

Meer over kiezen. Zie 119 en 120.

Wat betreft Aan dien vorm van regeren heb ik 'n hekel, uit temperament: Ik ook, en ik leg dat uit bij 118, 119 en 120 plus aantekeningen. (Kortweg: ik heb een hekel aan domme mensen, en de demokratische meerderheid is niet intelligent, en niet uit eigen keus. Kiezen bij meerderheid van dommen is dom - en zelden in de interesse van de meerderheid.)

Overigens: Iets wat de moderne lezer zich dient te realiseren over de Nederlandse Demokratische  Volksvertegenwoordiging uit Multatuli's tijd is dat het feitelijk kiesrecht toekwam aan de ca. 10% van de volwassen mannen die daarvoor voldoende belasting betaalden. De rest - alle vrouwen, kinderen en 90% van de mannen die niet rijk genoeg waren - mochten toen, in Onze Nederlandse Demokratische Rechtsstaat niet kiezen.

Ik vind ook dat niet eerlijk, maar lezer: Stel nu eens - wat niet zo was - stel nu eens... dat die 10% werkelijk de besten, begaafdsten, redelijksten, eerlijksten, verstandigsten, best geïnformeerden van de samenleving zouden vormen, en die overige 90% niet. Was u dan, als pretens Neerlands demokraat, vóór algemeen stemrecht? En als die 90% voor 90% uit fascisten zou bestaan? Of lieden met een IQ dat 50 punten lager is dan het uwe, of van tien jaar minder onderwijs en kennis is voorzien? Of bestond uit  nobele prachtdemocraten die - als doorsnee Neerlanders - vrijwel al hun kennis ontlenen aan TV en hun morele waarden aan voetbal? Wilt u werkelijk dat de meerderheid van zulke mensen uw levensmogelijkheden mag gaan bepalen, alleen omdat ze in de numerieke meerderheid zijn, en trouwhartig de leugens napraten die ze voorgehouden worden door hun leiders? [121]


Nederlanders

Zeer veel van wat Multatuli zo scherp, zo scherpzinnig, zo moedig, en zo helder kritiseerde aan het Nederland en de Nederlanders van zijn tijd is nog steeds, klaarblijkelijk vanwege dezelfde soort oorzaken werkzaam in hetzelfde soort doorsnee Neerlandse gemoederen, onveranderlijk het geval.

't Is bitter, en men mag konkluderen dat alleen eugenetica er veel aan kan veranderen. Zie mijn A fundamental problem of democracy. [122]


Publiekspreken

Waar publiek gesproken wordt daar wordt publiek gelogen (bijna altijd), al is het vaak heel moeilijk vast te stellen hoeveel van de leugens teruggaan op oneerlijkheid en hoeveel op onwetendheid.

En de fout ligt niet alleen bij de liegende publieksprekers, maar ook - en vooral - bij het publiek, dat zo graag bedrogen wil zijn, en dat zo graag hoort wat het wenst te horen, en véél meer achting heeft voor populaire leugens en leugenaars dan voor onpopulaire waarheden en waarheidssprekers. [125]


Waarheid, dogma, wetenschap

Multatuli was, net als ik, een groot gelover in het bestaan van objectieve, kenbare en bewijsbare waarheden. Zie bijvoorbeeld 1 en 94, en de lezer doet er wel aan een gebruikelijke denkfout te vermijden, die bestaat in het verwarren en identificeren van dogma's en waarheden:

Dogma's zijn gewoonlijk onbewijsbare stellingen die vanwege hun onbewijsbaarheid en hun wenselijkheid voor een geloof als "geloofswaarheid" aangenomen worden; waarheden het artikel waarin echte wetenschap doet, en die tot echte technologie leidt, die weer aantoont wat het karakter van een echte waarheid is:

Echte waarheid leidt tot toepassingen die werken ongeacht geloof in of zelfs maar begrip van de waarheden die tot de toepassingen hebben geleid.

Het is dus de voortgang van de wetenschap die het fanate gelovers in domme dogma's mogelijk maakt hun tegenstanders af te maken met moderne wapens waarvan zij de wetenschappelijke fundamenten niet begrijpen en overigens afkeuren als strijdig met hun geloof. (Zie "De ideologische aap") [129]


Vrouwen

Iets wat ook wel opgemerkt mag worden is dat de zeer grote meerderheid van vrouwen in de leeftijd 15 tot 45 het grootste deel van haar vrije tijd en geld besteed om er mooier, aantrekkelijker, sexier uit te zien dan - zoveel mogelijk! - andere vrouwen: Het is menselijk om individueel te willen excelleren! [130]


Hoogmoed

En een van mijn redenen om M.'s ideeen over hoogmoed te delen is eerlijkheid:

Laat iedereen er vrijelijk naar streven de beste te zijn op het terrein van zijn of haar gading en vermeende bijzondere voortreffelijkheid... maar lieg niet over je eigen valselijk gepretendeerde "gelijkwaardigheid" met alles en iedereen! (Zie 220 e.v. en 155) [130]


Democratie

En mijn eigen probleem met democratische verkiezingen - geheel eerlijk: "one man, one vote"; vrij van propaganda en bedrog; toegankelijk voor alle volwassen inwoners, als dit alles mogelijk is - is het feitelijk niveau van de kiezers en gekozenen, dat gemiddeld garandeert dat de kleine doorsnee middelmatig begaafden de grote doorsnee laagbegaafden regeert met doorsnee denkbeelden, doorsnee waarden en doorsnee bekwaamheid. Daar is in sommige omstandigheden veel voor te zeggen, maar niet in alle, en zeker niet als de kansen, mogelijkheden of het levensgeluk van miljoenen er van afhangen. Daarbij: De 20ste eeuw was DE eeuw van de democratie, vol van volksdemocratieën, parlementaire democratieën, nationaal-socialistische democratieën, fascistische democratieën, peronistische, maoistische, titoistische democratieën en zo meer: Vrijwel overal werd min of meer eerlijk en bij meerderheid gekozen, als nooit tevoren in de wereldgeschiedenis - en in geen enkele eeuw hadden dictators meer macht, werden meer mensen gruwelijk vermoord, of waren er groter of gruwelijker oorlogen.

Ja inderdaad: er is geen direct causaal verband. Nee natuurlijk: als er anders was gekozen was het wellicht niet beter en mogelijk nog beroerder geweest. Feit blijft: De eeuw der democratie was - in Raymond Aron's frase - "The century of total wars". (Zie zijn boek van die titel.) [133]


Politici

Zoo-iets ontmoet men veel: En heet "valse scherpzinnigheid", overigens de essentie van het normale politieke intellect. (Zoals een hoer uitblinkt in het geven van sex zonder liefde tegen betaling in geld, zo blinkt een politicus genus Neerlandicus uit in het geven van beweringen zonder waarheid of bewijs tegen betaling in geld of macht. Maar het is waar dat dit niet puur-Nederlands is, helaas.) [134]



Dagbladen

dat de Nederlandse dagbladen uit 1862 niet interessanter, zinniger of beter geschreven waren dan de Nederlandse dagbladen uit 2002 (of daartussen). [135]


Recht

Er is nog een principieel en onvermijdbaar tekort aan rechtspraak, ook indien deze goed en rechtvaardig is: Het recht is een onvermijdbaar grof middel om conflicten te beslechten en overtredingen te bestraffen en is - in een enigermate behoorlijke rechtsstaat - een laatste middel, en in het geheel geen model, middel of fundament van rechtvaardigheid. [135]


Recht, rechtvaardigheid en goedheid

Ik weet niet in hoeverre M. dit serieus bedoelde, maar er is een groot gevaar "het goede" te willen voorschrijven bij wetsartikel: Vlak om de hoek daarvan ligt namelijk de dictatuur à la Robespierre of Stalin. De meeste zinnige rechtsspraak betreft niet direct "het goede" maar is een poging geweld te vermijden door een compromis te vinden tussen de conflicterende belangen die het niet eens konden worden zonder tussenkomst van een rechtbank, of is anders een poging geldende maatschappelijke regels en praktijken te handhaven door het bestraffen van overtreders van die regels. [135]


Parlementarij

De toen bestaande kieswet - als de nu bestaande! - garandeerde op geen enkele wijze enige bekwaamheid van de gekozenen. Als het bijvoorbeeld nodig zou zijn voor iedere volksvertegenwoordiger om aan te tonen dat hij of zij bekwaam genoeg is een universiteit af te lopen (wat bepaald geen hoge eis is, voor de feitelijke wettelijke machtshebbers over miljoenen) dan zou de meerderheid der kamerleden afvallen. [135]


Parlementarij

Wat mij volkomen genas van alle Neerlandse parlementarij (ik koos niet en nooit sinds 1972, in geen enkele verkiezing!) was het enigermate serieus lezen van de Handelingen van Tweede Kamer der Staten Generaal. Wie dat met enig verstand doet riskeert overigens diepe depressies - maar is hierbij genodigd hetzelfde te doen, niet omwille van depressies, maar omwille van inzicht en begrip. [135]


Stemmen

Ik ben het daar overwegend mee eens, al blijft het probleem dat er vaak geen ander praktikabel middel is om keuzes te maken die velen aangaan dan door een vorm van "meeste stemmen gelden". [135]


Media

En overigens zijn de dagbladen nooit "vertegenwoordigers van de publieke opinie", maar de voornaamste makers ervan - althans in M.'s tijd, en toen naast de dominees en priesters. Tegenwoordig is hun rol overgenomen door de TV - wat jammer is, want TV is oppervlakkiger, sensationeler, dommer, ondoordachter, en nog meer toegesneden op de grote massa dan dagbladen. [135]


Politici

Wie goed leest zal zien dat de geciteerde bladen "de onbekwaamheid, de onbeduidendheid, de middelmatigheid onzer vertegenwoordigers" niet bespreken. En alleen individuen - zonder afhankelijkheid van betalende abonnees - kunnen zich dergelijke uitdrukkingen veroorloven, zelfs nu, al is dit tegenwoordig zogeheten columnisten (de hofnarren van de electorale democratie, getolereerd zolang ongevaarlijk voor machthebbers) toegestaan. [135]


Nederland

Waarom ging het dan toch vergelijkenderwijs (met andere landen) niet slecht met Nederland? Omdat dit evident niet aan de regering of de volksvertegenwoordiging lag of ligt (maar: Aan de internationale economie; aan een enigermate zorgvuldige rechtsspraak gebaseerd op een tamelijk rechtvaardig rechtstelsel; aan allang in Nederland bestaande rijkdom die gehandhaafd kon worden, en meer dergelijke oorzaken, zoals aardgas). [135]


Journalisten

Journalisten zijn naschrijvers van professie. [135]


Nederland en élite

Een van de interessante verschillen tussen Nederland en de omringende landen, zeker Engeland en Frankrijk, is dat er in Nederland geen werkelijke élite is, anders dan een élite van rijken of bestuurders. Er is geen respect of interesse in exceptioneel begaafde individuen; er zijn geen élite-universiteiten; en zelfs een behoorlijke algemene intelligentie is in Nederland eerder een belemmering dan een hulp voor een maatschappelijke carrière, heel weinig uitzonderingen daargelaten (en ook die moeten gewoonlijk op eigen kracht hun bijzonder talent bekwamen en gebruiken).

Neerland is een zwaar nivellerend land, al eeuwen lang, en dat heeft heel begrijpelijke nogal beestachtige oorzaken: Wie afwijkt van de doorsnee is alleen al daarom onbemind of gehaat door de doorsnee, en "de maatschappij" is zelden gebaat bij uitnemende intellecten of karakters (behalve op termijn), en meestal gebaat bij conformisten en meelopers. [135]
 


Nederlands taalgebruik

Nu ja - en het is instructief dat er 140 jaar geleden net zo gezwetst werd in dagbladen als tegenwoordig (en sindsdien). Trouwens, mijn eigen bevinding is dat het geschreven taalgebruik in de 19e eeuw, zowel in de dagbladen als de boeken, beter was dan in de 20e, kennelijk omdat in de 20e eeuw er veel meer geschreven en gepubliceerd werd voor de grote domme massa dan in de 19e eeuw. [135]
 


Onze Democratische Rechtsstaat

Het is een feit dat "Onze Democratische Rechtsstaat" feitelijk gebaseerd is op een aanzienlijke hoeveelheid illusies, die tóch enigermate werken juist omdat ze wijd verbreid zijn, zoals dat ook met religies het geval is. Maatschappelijke samenhang is zelden gebaseerd op waarheid, en vrijwel altijd op gedeelde wensen en illusies. [135]
 


Innerlijk en uiterlijk

Gezond verstand is niet gewoner dan uiterlijk schoon - dat zeldzaam is. [135]
 


Mensen

Er zijn er - als bijv. W.F. Hermans - die hebben geklaagd dat "De roeping van den mensch is mensch te zijn" meer klank dan inhoud is, nogal vaag is, of weinig zegt. Ik denk dat ze niet erg goed gelezen of nagedacht hebben, en ga hier kort in op een implicatie van en een grond voor dit voor mensen bruikbare en leerzame ideaal.

Eerst de implicatie:

Er zijn weinig mensen die hun roeping "mens te zijn" waarmaken. De meeste zogeheten mensen zijn karikaturen van mensen, parodieën van mensen, restanten van mensen - might-have-been-humans zonder redelijke hoop op iets anders dan een dragelijk leven en een dragelijke dood. Zie 74.

Dan een grond:

Het is theoretisch zinnig aan te nemen dat ieder mens geboren wordt als lid van een soort met welbepaalde menselijke capaciteiten en mogelijke keuzes - het leren van taal, wiskunde, muziek; het begrip van heden, verleden en toekomst; het zijn van een deel van de Natuur dat de hele Natuur kan reflecteren en trachten te begrijpen, maar ook: de martelende ideologische aap, het totalitaire zoogdier, het huichelbeest - en dat het een natuurlijk gegeven is dat ieder individu tracht de capaciteiten die het heeft te gebruiken, en op die manier te worden wat het is:

Een vrij kiezend en denkend wezen, dat z'n begrip van de werkelijkheid kan gebruiken om zichzelf en anderen te plezieren of te pijnigen naar keuze, en zichzelf te maken en vermaken naar eigen wens en inzicht. Zie 74.

Ieder mens wordt geboren als taak en als probleem, namelijk met de taak zichzelf te worden naar vermogen en met het probleem dat ieder mens uniek is en met weinig anders dan capaciteiten geboren wordt, en alleen geholpen door enkele soortgenoten z'n eigen versie van de werkelijkheid moet vinden en leren gebruiken, in de omstandigheden waarin z'n lichaam zich bevindt. [136]


Menselijke hoofdfout

Dit is inderdaad één van de menselijke hoofdfouten - die niet zozeer bestaat uit verwarring van doel en middel, als het tot doel maken van middelen, zoals beroepen, rollen en functies. [136]


Volmaaktheid

Het is geheel niet duidelijk wat een volmaakt mensch is, behalve dat zo iemand nog nooit bestaan heeft, zodat dogmatiseren over de eigenschappen van deze empirisch niet-bestaande volmaaktheid nogal zinloos is. [136]


Liberaal

Hier wordt in feite een - zogeheten - liberaal ideaal geformuleerd, in overeenstemming met de notie dat een regering des te beter is alnaarmate ze minder regeert, minder macht heeft, en meer vrijheden laat, alles bij een ordelijke en vreedzame samenleving:

Ceteris paribus is die regering het best die het minst regeert, de meeste persoonlijke vrijheden toelaat, en een rechtvaardige wet en maatschappelijke vrede en welvaart handhaaft.

Een andere formulering van het zojuist door mij genoemde liberale ideaal van een staat waarin zo weinig mogelijk geregeerd wordt en zoveel mogelijk individuele vrijheden bestaan om te worden wie men is en wil zijn, zonder tenonder te gaan aan anarchie of ontregeling.

Een andere reden, die M.'s gelijkenis ontstijgt, is dat het een feit is dat macht corrumpeert. Wie gelooft aan de mogelijkheid van goede dictators weet heel weinig van geschiedenis: "All power corrupts, and great power corrupts greatly. All great men are bad." (Lord Acton.) [136]
 


Mensen en rollen

Maar dit - verschoold, verambtenaard, vermilitaird, verbeursd, verwrongen, vermanierd,  verstelseld en verkerkt - is wat er gewoonlijk van mensen terechtkomt:

Karikaturen en parodieën van mensen omdat "men" zichzelf verwart met de rollen die "men" speelt, en niet goed wijs meer weet uit pose en realiteit, geste en gevoel, onderkende waarheid of voorgewend geloof, pretentie en werkelijkheid.

Wat resteert van wat de roeping heeft mens te zijn is vaak verward laf gehuichel in dienst van eigenbelang: acteurs verdwenen in hun eigen rollen, niet meer in staat en ook niet gewillig fictie en werkelijkheid te onderscheiden.  Terug

Zie ook 74, en 107 voor twee belangrijke gronden waarom zo weinigen hun capaciteiten waarachtig en eerlijk gebruiken - afgezien van gebrek aan capaciteiten, die de hoofdreden is.

Verder zie 276 en 423. [136]


Gebruik en misbruik

Al wat is kan mismaakt worden. Al wat gemaakt is kan mismaakt zijn. En al wat gebruikt kan worden kan misbruikt worden. [137]


Vrouwen

In M.'s tijd - en later - werden veel vrouwen mismaakt met korsetten. Erger nog: ze mismaakten zichzelf, alleen om anderen te bevallen, die hetzelfde deden. [137]


Moraal

In precies dezelfde termen die "men" zelf voor moreel of waar of eerlijk beleden heeft, is "men" zelf immoreel, onwaar en oneerlijk geweest: Naar eigen normen gerekend.

Uit vrije wil en berekening, vanwege maatschappelijk gekoördineerd egoïsme (eigenbelang) en de sociale premies op huichelen, bedrog, en de betaling - de winst -  van het handhaven van maatschappelijk gehandhaafde - gekultiveerde - misstanden.

Men leze Mandeville's "Fable of the Bees" (Mandeville was oorspronkelijk Rotterdammer, later Engels geneesheer, en een gevreesd satiricus uit de 18e eeuw. Zijn Engels was zeer fraai, en z'n ideeën waren scherpzinnig en zonder illusies.)

O, en dit nog - in deze tijd (A.D. 2001) van "risico-berekening", mond- en klauwzeer, en als immer liegende onbekwame ministers:

Een morele waarde die uitgedrukt zou kunnen worden in een financiële verlies- en winst-rekening is een verleugende morele waarde. Verlies- en winst-rekeningen zijn immoreel, of op z'n allerbest a-moreel, en kennen als hoogste huicheldeugd alleen het Batig Saldo, en vervalsen overig alles van waarde wat erin opgevoerd staat tot de immer bedriegelijke marktprijs van 't moment. [137]


Christenen

In Nederland is er nu een jaar of 20 "de Evangelische Omroep". Wie deze electronische evangelisten wel eens toevallig 's nachts op de radio hoorde (ik heb geen TV, dus ben verschoond van 't bespreken daarvan), was in de gelegenheid godsdienst-waanzin van deze tijd te horen, van de meest gruwelijk-debiele en immorele vorm.

Je zou willen denken dat dit soort waanzin ooit ophield aan overmaat van weerleggingen, maar 't voortdurend verschijnsel van massa's godsdienst-waanzinnigen, overal, altijd, bewijst dat de menselijke diersoort in meerderheid niet denkend is, zoals individuutjes ervan graag geloven, maar... gelovend en zelfbedriegend is, en dat niet uit kwade wil maar uit domheid, of goddelijke gekte, naar verkiezing van de lezer: "Als God niet zo bijzonder van domme mensen had gehouden, had Hij er veel minder gemaakt."  [138]


Bidden

Francis Galton heeft dit serieus statistisch onderzocht aan het eind van de 19e eeuw - en bevond dat het al dan niet bidden geen enkel verschil maakt (wat voor verzekeraars nuttige kennis is: de premies voor fanate bidders hoeven niet lager te zijn dan voor anderen, want de statistiek - immers toch ook Godgegeven, als alles? - leert dat bidden geen enkel verschil maakt). [138]


Moslima's met hoofddoeken

Maar waar ik 't eigenlijk kort over wilde hebben in deze fanaat-religieuze context is de malle hoofddoek waarmee Islamitische meiden tegenwoordig hun religieuze gezindheid, morele voortreffelijkheid en overige Mohammedaanse niet-zondigheid belijden tussen 't Nederlands publiek.

Ik vind het een vorm van religieuze auto-mutilatie, om de volgende reden:

Het zondert ze af; het verminkt het uitdrukken van hun schoonheid; het is zelf-discriminerend; en het introduceert een continue uiterlijke gedwongen religieuze belijdenis die niet rijmt met de werkelijke interesses en vermogens van de meerderheid van hen: Voor katholieke meisjes zou 't zelfde gelden als hun ouders ze alleen buiten lieten in een nonnen-habijt.

En 't is bijzonder vreemd - gezien van rationeel standpunt, niet met een religieuze optiek, die nimmer volledig rationeel is - dat deze publieke auto-mutilatie toegestaan wordt in een beschaafd land, zeker gelet op 't feit dat het dragen van een hoofddoek of sluier uitdrukkelijk geen plicht is die uit de Koran volgt.

Tenslotte is het tamelijk dom hoewel menselijk begrijpelijk wanneer Mohammedaanse mannen hun vrouwen en dochters een dergelijke vernederende verplichting opleggen en wanneer de vrouwen en meisjes zich dat laten aandoen: 't Is een begrijpelijke reactie op de discriminatie waaraan de doorsnee Nederlander ze blootstelt (hypocriet als altoos, dus huichelend dit niet te doen terwijl ie het wel doet) - maar ze reageren daarop door zichzelf uiterlijk discriminabel te maken, alsof je discriminatie kunt ontkomen door jezelf publiek te discrimineren.  [138]


Individualisme

Een jongen die van "Etiamsi omnes, ego non!" wist, kennelijk. Mijn vader drukte hetzelfde idee zo uit: "Als iedereen zo gek is om in de gracht te springen, ben jij dan ook zo gek?" [138]


Priesters en dominées

Eerst waarom dominees en priesters vrijwel allemaal liegen: Omdat ze kennis en inzicht pretenderen - bijvoorbeeld over de hemel en de hel - die ze zelf weten niet te hebben. Er is een zeer grote discrepantie tussen hun geloofsaannames en de stelligheid waarmee ze die uitdragen voor hun gemeente, die minstens zo oneerlijk is als een verkoper van loten die al z'n kopers stellig belooft en verzekert dat "iedereen" de hoofdprijs gaat winnen. (Minstens zo oneerlijk, lezer, want je mag aannemen dat er een hoofdprijs is in de loterij. Als de paus gelijk heeft dan leidt zo'n dominee zichzelf en z'n volgelingen regelrecht de hel in.) [139]


Ervaring

ZEER veel van wat eenieder ziet, hoort, ruikt, proeft, en meemaakt, is overwegend onbegrijpelijk, en daarmee mysterieus, wonderbaarlijk, mirakels enzomeer. [140]


Nuanceren

Hier is weer de hoofdzonde van farizeeërs, huichelaars, conformisten en overige bedriegers : "de zucht tot halveeren, tot vergoelyken, tot tusschen-door zeilen, tot schipperen " die in modern-Nederlands-leugenjargon-jaargang-2001 "nuanceren" heet.

De leden van de Neerlandse élite hebben immer een hoogst "genuanceerde" verleugening van alles dat niet rijmt met hun eigenbelang gehad, en hebben overigens altijd zeer ongenuanceerd en hondsbrutaal gelogen waar leugen winst bracht. [140]


Spiritualiteit

Renan en de zijnen deden de rest van de maatschappelijke élite het kunstje voor hoe "Geloof" en "Wetenschap" hoogst "genuanceerd" door-elkaar gehuicheld en verstoethaspeld konden worden, tot een woordenbrei met een zwaar genuanceerde morele, religieuze en wetenschappelijke walm, waar de immer domme meerderheid makkelijk mee te bedwelmen en bedriegen viel.

Ook tegenwoordig is dit de mode van de dag in zogenaamd intellectuele kranten en kringen, als 't NRC-Handelsblad, waar de ene na de andere kwasi-denker met zijn of haar (m/v/bi) zogeheten "spiritualiteit" zwaait, als was het een bezweringstotem om populair mee te worden. [140]


Religie en mirakels

Afsluitend wijs ik nogmaals op Hume' s "Dialogues upon Natural Religion" en geef de lezer in overweging dat er iets logisch-ziekelijks schuilt in het willen overtuigd worden door zaken die dusdanig mirakels zijn dat ze 't verstand te boven gaan: Wat onbegrijpelijk is kan immers nooit verklaring zijn, en alle teksten die intern strijdig zijn bevatten onwaarheid. [140]


Waarheid en kunst

Ik geloof niet dat onwaarheid nooit "verheven" is, en ook dat er nogal veel verheven onwaarheid in de kunst is, die kunstig verheven is, en vaak een (beweerd) moreel doel dient. Ook vind ik het niet erg dat kunst vrijwel altijd neer komt op vervalsing, overdrijvig, selectie, en accentuering van delen van de waarheid, alles met het doel licht te werpen op iets dat buiten de kunst ligt. Wèl erg is het uitventen van noodzakelijke kunst-leugen als feitelijke waarheid. (Stuitend lelijk is het vaak ook: zie het zogenaamd "socialistisch realisme" in de kunst, van Stalin tot Kim-Il Sung. Maar zie ook het "Hollywood-kapitalistisch realisme" van "The Bold and the Beautiful" en de Jerry Springer Show, dat even dom en vals is, en doorsnee mensen even dom en vals maakt.) [141]


Waarheid, kennis en TV

Vrijwel niemand - dat is: alleen 'n zeer naïef of zeer intelligent mens - is werkelijk geïnteresseerd in waarheid die niet helpt maatschappelijk huichelen.

Bewijs? Voor iedereen in Nederland staan de bibliotheken open om zich te bekwamen, maar vrijwel iedereen voelt zich wel-voorzien door de standaard onzin en populaire vooroordelen die de media uitdragen. En in ieder geval dat gevoel aan de media genoeg te hebben en er niet door bedrogen te worden noch dom behandeld te worden is alleen verklaarbaar door grote geestelijke traagheid.

De Neerlandse doorsnee, akademisch bekwaamd of niet, laaft zich al minstens 25 jaar gemiddeld zo'n 25 uur per week - drie hele werkdagen! - aan de vrijwel altijd stuitend lelijke, valse, onwaarachtige waanzinnige troep die de TV ze biedt.

Beter en duidelijker testimonium paupertatis intellectualis van de huidige generaties kunnen de latere niet krijgen:

De antieken, middeleeuwers en modernen bouwden beschaving en kultuur naar vermogen; de post-modernen keken TV! [142]


Waarheid, leugen en kansberekening

Het hier uitgedrukte beginsel dat waarheid-vinden vooral bestaat in het benaderen van de waarheid is later ook gevonden door de Amerikaanse wiskundige, filosoof en logicus Charles S. Peirce, die er nog weer later, niet in Neerland, zeer om bewonderd werd door niet-Neerlandse wijsgeren.

En Multatuli heeft wat mij betreft weer groot gelijk:

Zeer veel waarheden blijven onbekend omdat ze onbemind zijn, onpopulair zijn en maken, of niet rijmen met de maatschappelijke leugens van 't moment.

De zeer grote meerderheid van de mensheid stelt zich tegenover de meeste waarheid op als de welbekende drie aapjes, die niet wensten te zien, niet wensten te horen en niet wensten te spreken (gewoonlijk om geen Patagonische pygmeeën voor 't hoofd te stoten en uit domheid of eigenbelang).

Overigens heeft de maatschappelijk-wenselijke leugen altijd op de waarheid voor dat ze maatschappelijk zeer bemind maakt, een mens goed kleedt, en alleen door 'n kleine minderheid van welbekende zogeheten lasteraars, kwerulanten en krankzinnigen doorzien wordt, als de kleren van de keizer door 't naïeve jongetje. [143]


Dwaling en wensdenken

Allebei de principes - dat dwaling aantrekkelijk is, en alleen opgegeven wordt voor andere dwaling - lijken mij zeer goed empirisch onderbouwd.

Ook is er sprake van zekere logica in het niet opgeven van een dwaling zonder deze te vervangen door een andere - en die logica is een kwestie van gevoel, als met een uitgevallen tandvulling:

Wiens dwaling weerlegd wordt door 'n ander of door de loop der feiten voelt zich daardoor gewoonlijk zó onbevredigd dat ie de leegte waar dwaling was prompt vult met een nieuwe dwaling - omdat het dwalen op dit punt hem of haar voordeel of genoegen biedt, en naakte waarheid maar al te vaak nogal pijnlijk en bedreigend is. ("Video meliora proboque; deteriora sequor" - Ovidius: "Ik zie het betere en stem toe dat het goed is; ik volg het slechtere" ... omdat het lekkerder, makkelijker, ongevaarlijker, populairder, meer winst gevend is).

Bovendien heeft de zeer grote meerderheid veel grotere behoefte aan de schijnzekerheid van wensgedachten dan aan de zekerheid allerlei zaken niet zeker te weten.

Doorsnee mensen wensdenken wanneer ze geloven dat ze denken. [144]



Motivatie

Juist: Al pretendeert men meestal nobele motieven voor z'n doen en laten, gewoonlijk wordt zowel het doen als het laten ingegeven door eenvoudig dom willen genieten:

Er is voor velen geen groter vermaak dan leedvermaak.

M.'s vertelling is weer psychologisch subtiel, en rijmt volledig met iets dat ik meemaakte als kind van 10, toen ik zag hoe volwassenen reageerden op het overrijden van een vrouw door een tram, op 't kruispunt van de 2e Hugo de Grootstraat en de Frederik Hendrikstraat.

Of de vrouw dood was weet ik niet, maar de volgende dag was 't kruispunt nog steeds besmeurd met bruine vlekken van liters bloed, terwijl direct na het gebeuren letterlijk honderden volwassenen een half uur tot 'n uur het kruispunt bezet hielden, zwelgend in doelloze en teugelloze sensatie-zucht, die nergens anders over ging dan het kennelijke vermaak in het leed van een ander:

- Och minsj! Wa freesel'k! Sou-se fee-eel pijn geleeje hebbu?
- Ach buuf! Allebei-j dur benuh! Je ken blei wesuh da-jij-ut-nie-ben, mins!
- Keik nouw-tog es naor al-da-bloet! Is ut nie om fan te gruu-uuwuh soo freesel'k buuf!
- Un mins se ferstan staot er bei stil buuf. Weetje da'k d'r op-me-hart fan hep?
(Etc. etc. etc.)

Sindsdien heb ik nooit bij ongelukken gekeken, en zelden zo gewalgd - want het was me als 10-jarige heel duidelijk dat die volwassenen stonden te genieten terwijl ze meeleven acteerden: 't Was een echt voyeurs-festijn, en smullen van een ander's misère. [144]



Dwaling

Maar: "dwaling trekt aan" omdat wensdenken een irrationele en onlogische manier is om een genot te smaken dat men door rationeel en logisch denken niet kan smaken.

Men dwaalt ook niet zomaar:

Men dwaalt geïnspireerd door de eigen behoefte aan dwaling, aan valsheid, aan (zelf)bedrog, en aan leugen, en zou niet, of anders, dwalen zonder de behoefte die men bevredigt door eigen vooroordelen, illusies en wensdenkerij.

En terwijl het een bittere en leerzame waarheid is dat de meeste mensen dom zijn, is 't eveneens waar (en minstens even bitter) dat de meeste mensen niet zo dom zijn dat ze niet weten dat ze welbewust dwalen, en welbewust verkiezen niet behoorlijk na te denken over de domme en valse gronden van hun eigen vooroordelen. (Zie "Menselijkheid" en 423 voor het begin van een verklaring.) [145]


Determinisme

Kortweg: Er bestaat niet alleen noodzaak, maar ook toeval; niet alleen dwang maar ook vrije wil. [146]


Waarheid, dwaling en gissing

Ik ben het er mee eens dat " dwaling is noodig ", en mijn uiteindelijke reden daarvoor is dat mensen de waarheid vrijwel altijd alleen kunnen vinden door een gissing te maken, en hieruit logisch konklusies af te leiden, in de hoop dat onder deze konklusies 'n al bekende waarheid of onwaarheid is, omdat in 't eerste geval de gissing ondersteund wordt (waarschijnlijkheidstheoretisch) en in 't tweede geval weerlegd.

Maar ik denk niet dat "de waarheid haar luister ontleent" aan de dwaling, doch

  • aan het licht dat die waarheid werpt op andere waarheden;
  • aan de hulp en het inzicht welke die waarheid geeft;
  • aan de pijn en ellende die ze helpt bestrijden en verhelpen; en
  • aan de moeite en moed die 't gekost heeft dergelijke waarheid te vinden. [146]
     

Geschiedenis

voor iedereen die jonger is dan ik, en dus nauwelijks of geen geschiedsonderwijs heeft gehad, omdat Neerlandse politici leven, denken en politiek bedrijven op basis van de overweging dat wie de gruwelen der geschiedenis niet kent, ze zal herhalen, tot voordeel van politieke machthebbers en nadeel van bijna ieder ander [146]


Persoonlijkheid

Er is zeer veel overleverd door overigens domme monniken-arbeid dat anders verloren zou zijn gegaan. Een zeer klein maar interessant deel zijn de liefdesbrieven van Abélard en Héloïse, waarvan vooral die van Héloïse verbazingwekkend fraai, intelligent, moedig en eerlijk zijn. Een reden waarom die brieven zeer interessant zijn is dat ze aantonen dat deze mensen uit de 12e eeuw minstens even persoonlijk en intens aanwezig waren als mensen van 800 jaren later. [146]


Dwaling en waarheid

dwaling is nodig omdat de mens vooral door gissen waarheid vindt. [146]


Objectieve waarheid

Wat betreft: "de objektieve waarheid - ik weet niet of ze bestaat" zijn er enkele elementaire tegenvragen: Is 't werkelijk WAAR dat u niet WEET of waarheid bestaat? En indien niet, waarom ZEGT u dan dat u 't niet weet? En WEET u niet dat er LEUGENS bestaan?

Kortom, ikzelf geloof dat er wel degelijk objektieve waarheid bestaat; dat alle logisch redeneren - of dit nu voor of tegen "de" waarheid is gericht - op deze aanname is gebaseerd; en dat wie deze aanname ontkent in grote logische problemen komt o.a. omdat hij impliciet beweert dat hij geen kennis heeft van de taal waarmee hij ontkent dat er kennis is. Zie 1 en 11. [147]


Geschiedenis en mensen

Wat betreft "den algemeenen toestand der maatschappy voor vier-, zes- of tienduizend jaren": Er is 'n zeer wijdverbreid misverstand dat "vroeger geboren" iets zou impliceren als "naar evenredigheid van hoevéél vroeger: zoveel achterlijker". Dit is onzin. In de eerste plaats is "den algemeenen toestand der maatschappy voor vier-, zes- of tienduizend jaren " meer een raadselrubriek dan toegankelijke evidente kennis, en vervolgens wijst alle evidentie die we hebben erop dat 't gemiddeld peil der individuen, zowel lichamelijk als geestelijk, in bijv. Athene van rond 450 v. Chr., een stuk hoger was dan de afgelopen honderden jaren. [148]


Gezondheid en gissen

Een belangrijke reden voor M.'s stelling is dat gezondheid bestaat in geslaagd verweer tegen ziekte, en waarheid en waarachtigheid in geslaagd verweer tegen dwaling en bedrog; en dat mensen bovendien geen waarheid kunnen vinden zonder gissingen en aannames te maken, te zien waar deze logisch gezien toe leiden, en waar mogelijk de logische gevolgen van hun aannames te vergelijken met de empirisch gegeven werkelijkheid. [149]


Onsterfelijkheid

Individuele onsterfelijkheid, natuurlijk - al is dat welbeschouwd een raadsel. [150]


Leven

alles wat leeft voedt zich met of is voedsel voor wat leeft, ontstaat en vergaat in voorspelbare ritmes, en breekt fysiek uiteen in de samenstellende delen wanneer het vergaat. [151]


Religie

Het argument is weer korrekt: Als de aarde een leerschool is voor den hemel, gemaakt door een almachtig alwetend liefhebbend schepper, zoals zeer vele gelovigen beweren te... weten, waarom is het dan voor zovelen zo'n onbegrijpelijk onverdiende wrede, harde en pijnlijke leerschool - waar ook door de meesten zeer veel minder geleerd dan voor zoete koek aangenomen wordt?

De meeste mensen leren iets geloven wanneer ze iets "leren"; wegen hun geloof nauwelijks of niet op rationele of logische gronden, en verwerven het meestal op gezag van deze of gene autoriteit, schoolmeester, politicus, priester, of media-voorganger. [152]


Volwassenen

't Is waar dat volwassenen aanzienlijk meer waarheden en onwaarheden geloven en menen te weten dan kinderen, maar het relevante verschil tussen kinderen en volwassenen is dat de laatsten in staat zijn geweest kennis te verwerven over redeneren, logica, waarschijnlijkheid, mogelijkheid en verwante begrippen, en dus beter in staat kan zijn zin en onzin, waarheid en onwaarheid, waarschijnlijkheid en onwaarschijnlijkheid, en - daarmee - goed en kwaad te onderscheiden en herkennen. (Voor goed en kwaad zie ook 423.)

Helaas hebben maar zeer weinig volwassenen de mogelijkheid benut dergelijke - logische en methodologische - kennis te verwerven - wellicht door een soortgelijke handicap als toondoven a-muzikaal maakt, en ongeïnteresseerd in muziek. [153]


Gelijkheid

Een interessant feit over Nederland is dat in Amsterdam een héél klein grauw gribus-straatje naar Douwes Dekker is vernoemd, niet ver vanwaar het buurthuis "De Havelaar" staat, met een electrisch uithangbord met Multatuli's beeltenis + de eerste zin van dit idee, Van de maan af gezien, zyn we allen even groot, vrijwel zeker vanwege de in Neerland zeer gewenste huicheldeugd van "gelijkwaardigheid". Op z'n Amsterdams:

Me binne allemaol chuleikwaoaordug - en as juh-n-ut-nie chuloofuh-wil kejje un dreun foor juh fuiluh stommuh kankerkop kreiguh, smeriguh hufter!

Hoe het zij, een adekwate Engelse vertaling van deze eerste zin, die de buurtwerkers niet vatten, is:

"For lunatics, all men are equal."

Want in feite zijn alle mensen òngelijk - of ze zouden niet individueel bestaan, en hebben daarom gelijke rechten nodig, om niet individueel benadeeld te worden. (Ik ben de afgelopen 25 jaar geen Nederlander tegengekomen die dit ook zo zag, maar geef toe dat ik zowel uitzonderlijk intelligent als uitzonderlijk eerlijk ben. En wat ik stel komt me voor als een realistisch fundament voor een echte rechtsstaat, terwijl de in Neerland miljoenvoudig hoewel vals en hypocriet beleden universele "gelijkwaardigheid" van alles en iedereen, van Einstein tot Eichmann, mij voorkomt als totalitaire nivellering. Zie 423 voor een onderbouwing van mijn ideeën over goed en kwaad.) [155]


Mensen en kennis

Maar het is waar dat er geen enkele garantie is dat mensen in staat zijn méér dan een klein deel van wat werkelijk is te begrijpen, al is het óók waar dat mensen in staat zijn een dusdanig groot deel van de werkelijkheid te begrijpen dat ze met hun overige zeer talrijke wanbegrippen als soort zijn blijven bestaan en als individu een tijd kunnen overleven, tot nu toe. [156]


Mensheid

Religie in 't algemeen lijkt niet erg moraliserend, wat blijkt uit de toestand van de wereld, die overwegend gelovig is en was, en voorzover bekend nergens en nooit aan meer dan een klein deel van de maatschappij veel geluk of mogelijkheden tot ontplooiing en ontwikkeling heeft geboden - wat religie bood aan de massa's was hoop op een betere wereld dan waar de grote meerderheid van de geloven hun God voor dankten in te mogen leven en hopen op beter, en wat religie bood aan de maatschappelijke élite was een middel om de massa te regeren en manipuleren via de religieuze ideeën die ze zelf onderwezen aan de massa.

Dit zijn goede gronden om weinig vertrouwen te hebben in de doorsnee goedheid van de mens, of in de verbeterbaarheid van doorsnee mensen, noch in het intellect van de zeer grote meerderheid, of in de verbeterbaarheid van de maatschappij of de mens door een beroep op goede wil.

Wat houdt de grote meerderheid - die niet bijzonder goed is, niet zeer verbeterbaar is, en in termen van de morele normen die het zèlf uitdraagt meestal slecht is - "video meliora proboque; deteriora sequor" - en ook nauwelijks in staat is zèlf behoorlijke ideeen te bedenken over de oorzaken van 't eigen falen en tekortkomen - dan tóch overwegend moreel, aangepast, normaal, oppassend, kortom fatsoendelijk?

Kortweg: angst en eigenbelang - angst voor sancties van de strafwet en de zeden, de laatsten gewoonlijk gehandhaafd door de  buren, de baas en de familie, en vaak begint met "wat "men" er van zal denken en zeggen", terwijl eigenbelang dat mensen weerhoudt van handelingen waar ze voor gestraft, gediscrimineerd of gemeden worden.

Moraal, filosofie, wetenschap en kunst zijn de werkelijke drijfveren van zeer weinigen, en van véél minder dan voorgeven dat ze erdoor gedreven zouden worden. [157]


Definities

Een bruikbare (maar onvolledige) definitie van "definitie" is:

Een definitie van een uitdrukking is een aanname dat in een zekere tekst deze uitdrukking dezelfde betekenis heeft als een andere uitdrukking en beide uitdrukkingen overal door elkaar kunnen worden vervangen in de tekst. [158]


Humor

Een voorstelling of verhaal is humoristisch wanneer 't een onverwacht licht werpt op een onderwerp dat een kern van waarheid bevat. [158]


Algemene bekendheid

Wat van algemene bekendheid heet bestaat overwegend uit illusies.

En dit moet zo zijn volgens iedere lezer die na kan denken, ongeacht wat ie voor waar en onwaar houdt, omdat ie het voor waar moet houden dat de meeste mensen in de wereld nogal àndere ideeën hebben over wat waar, onwaar, goed, slecht, mooi en lelijk zou zijn, en waarom dat zo zou zijn, dan de ongetwijfeld voortreffelijke lezer(es) zelf heeft.  [158]


Kunst

In die zin is realistisch bedoelde kunst niet zozeer navolging van de natuur - "natura artis magistra" is waarachter over technologie dan over kunst - maar herscheppen, en dan niet herscheppen in werkelijkheid, wat de toegepaste wetenschap beoogt, maar in fantasie, door iets te maken dat iets voorstelt, iets verbeeldt, dat beter - of anders: intenser,  dramatischer - is dan de werkelijkheid waarnaar 't verwijst, maar niet is, noch tracht te wezen, omdat het welbewuste fantasie is.

Een definitie van kunst met enige zin is dus: Kunst is toegepaste, beheerste en gecultiveerde materieel vormgegeven bewuste menselijke fantasie. [158]


Representeren en mensen

"Weergeven" (deftiger: representeren) is één van de fundamentele capaciteiten van hersens is die in staat zijn zowel aspecten van het lichaam waar 't de hersens van zijn als van de omgeving weer te geven. Zie 11 voor 'n schets van een fundamentele theorie hiervan.

Maar wat M. zegt is enigszins verwarrend, want "klanken", "kleur", "vormen" zijn 't alleralgemeenst wat weergegeven kan worden, terwijl "blik, wenk, gebaar" een stuk ingewikkelder zijn, omdat het pogingen zijn de aandacht van een ander op iets te richten (dat bovendien niet in de omgeving hoeft te zijn: 't Kan voldoende zijn dat de ander iets gelooft waarop de aandacht gevestigd wordt).

Tenslotte, wat betreft "we kunnen die Natuur konterfeiten op zooveel manieren als we middelen hebben om 'n indruk meetedelen": Juist, en het aantal manieren is een goede index van de mentale vermogens die men heeft: Evenveel als men kan gebruiken om ideeën en ervaringen weer te geven. En 't is een interessant menselijk feit dat deze vermogens individueel nogal verschillen, en dat de grote meerderheid van de mensheid weinig talent heeft voor de taal waarin de Natuur zichzelf schrijft: wiskunde. [158]


Dode en levende natuur

Het diepe probleem is in feite:

Hoe kan levende Natuur, met doelen, wensen, geloven, gevoelens, verwachtingen ontstaan uit dode Natuur, waaruit het samengesteld is, die juist gekenmerkt wordt door het ontbreken van doelen, wensen, geloven, gevoelens en verwachtingen?  [158]


Moeder Natuur

't Beeld van "toko" voor Moeder Natuur is weer fraai gevonden, precies omdat een toko een allegaartje is, maar of M.'s verklaring van de term "winkel" juist is betwijfel ik. [158]


Natuur

En hier ligt dan ook weer een diep probleem: De opsomming die M. levert bij "alles! " valt in feite - dunkt me - in drie klassen uiteen: Lucht, zee, zwaarte, klank, spoed, traagheid, kracht, bestonden voordat er levende natuur was; leven, ziekte, pyn, groei, ontbinding, dood, ontstonden met de levende natuur; terwijl liefde, vreugd, schoonheid, karakter, een zekere mate van bewuste reflectie op gegeven ervaringen veronderstellen (zoals 't besef dat al dit lieflijks vreugde-gevend schoons en karaktervols allemaal ànders zou hebben kunnen zijn dan 't is of schijnt: wie geen enkel alternatief kent, voelt, begrijpt of ziet voor wat 'm overkomt heeft weinig reden tot vreugde of angst, en weinig aanleiding voor gevoel, dat immers vooral samenhangt met het maken van keuzes).

Voor de filosofische slimmerds onder mijn lezers trouwens: Er was klank voordat er oren waren om te horen, want klank is luchtverplaatsing. Oren doen klanken weerklinken, zoals ogen vormen en licht zichtbaar maken. (De welbekende boom van Bishop Berkeley, die 't onfatsoen had te vallen in een oerbos waar geen oren waren z'n val te horen, maakte wel degelijk geluid. Dat niet gehoord werd, bij afwezigheid van oren.)

Hoe het zij, M. verwisselde, verwarde of nam in ieder geval onder een term - "Natuur" - samen wat verschilt: dode natuur, levende natuur, en denkende natuur. (Dieren denken ook, want mensen zijn dieren, en andere dieren - bevers, bijen, nestvogels - kunnen wel degelijk nadenken en doelmatig en planmatig handelen. Maar taal hebben ze niet, behoudens fragmentarische signaal-systemen, en wiskunde ook niet.)

Ik ben 't met M. eens dat mensen deel van de Natuur zijn, maar geloof niet dat er op dit moment enige behoorlijke theorie is van wat leven is, van wat geest, gevoel, intelligentie of betekenis is, en dat dit een fundamenteel filosofisch (en psychologisch en logisch) probleem is. [158]


Dode en levende natuur

Hier ligt weer de mogelijke begripsverwarring van dode en levende Natuur, en 't feit dat mensen en hun bedoelingen, wensen, gevoelens en fantasieën óók deel van de Natuur zijn. De dode Natuur is dom, doelloos, gevoelloos, gedachteloos, en zinloos. De levende Natuur heeft althans enige representatie van de omgeving, enige doelen, enige gevoelens, enige gedachten, en enige zin, lust, en betekenis. [158]


Humor

En humor is 'n vorm van welbewuste misrepresentatie vanwege de waarachtigheid van de misrepresentatie. [158]


Filosofische reducties

Er is een zeer menselijke tendens die bestaat in 't willen reduceren van alles wat is tot één enkel ding of soort dingen, en die een boel te maken heeft met hoe mensen verklaren, denken en filosoferen.

Zo zijn er reducties geweest van al wat is tot: Geest, stof, liefde, strijd, water, kracht, tegenspraak, woorden, illusies en niets - en in ieder geval tot niets anders en niets dan dat. Dit lijkt me een menselijke denkfout, en ik prefereer de aanname dat wat is gelaagd en complex is, en zich niet behoorlijk en waarachtig laat herleiden tot één enkel soort ding.

Het onderwerp is ingewikkeld, en hier is een link naar een uitleg van systemen en niveaus, en een andere link naar een uiteenzetting over heldere filosofische terminologie. [160]


Menselijk onvermogen en scholen

En de polichinel - hansworst, Jan Klaassen, plaagduivel - zijn we ook eerder (158) tegenkomen en zullen we later (403) tegenkomen, als een zinnebeeld van de hoofdoorzaak van 't menselijk onvermogen: de valse illusies en pretenties die men zichzelf aangeschaft heeft om maatschappelijk mee te doen en te mogen slagen (73, 74).

In dit verband tenslotte: "meende ik - bedorven door schoolboekjes" geeft een van de fundamentele redenen voor 't menselijk onvermogen van volwassenen:

 Ze hebben schoolgegaan, en zijn dus 't behoorlijk denken, voelen en doen verleerd.  [160]


Filosofische problemen

Er zijn, kortom, diverse problematische punten hier, zonder twijfel voor een deel alleen een kwestie van woordgebruik en -betekenis:

  • Als mensen en dieren niet uitsluitend dom en mechanisch zijn, en deel van de Natuur, dan is niet de gehele Natuur dom, mechanisch, niet voelend, niet denkend, niet willend, niet strevend etc.
  • Zeer veel van wat mensen dagelijks en direct om zich heen zien en horen is onbegrepen wonder: Men is 't gewoon, maar kan niet verklaren dat en waarom 't zo is als het is.
  • Er is iets wonderbaarlijks in de menselijke wil en de menselijke fantasie, dat bovendien afwijkt van de dode Natuur, waar 't menselijk verstand zich vaak tegen moet richten om te overleven.
  • Gelovigen hebben een uitermate domme en immorele neiging zaken die ze zelf uitdrukkelijk zeggen niet te begrijpen - 's Heren ondoorgrondelijke wegen, onbegrijpelijke hoogheid, hoogverheven mirakelse almacht, inzicht en liefde, enzovoort - aan te nemen als verklaringen, alsof wat men niet begrijpt verklaring kan zijn, en bovendien deze fundamentele begrips-verwarringen en -verduisteringen op te willen dringen aan anderen als bijzonder respectabel, geloofwaardig, belangrijk, zedelijk en zo meer. (Zie 855.) [161]

Noodzaak en toeval

Er zijn, kortom, diverse problematische punten hier, zonder twijfel voor een deel alleen een kwestie van woordgebruik en -betekenis:

  • Als mensen en dieren niet uitsluitend dom en mechanisch zijn, en deel van de Natuur, dan is niet de gehele Natuur dom, mechanisch, niet voelend, niet denkend, niet willend, niet strevend etc.
  • Zeer veel van wat mensen dagelijks en direct om zich heen zien en horen is onbegrepen wonder: Men is 't gewoon, maar kan niet verklaren dat en waarom 't zo is als het is.
  • Er is iets wonderbaarlijks in de menselijke wil en de menselijke fantasie, dat bovendien afwijkt van de dode Natuur, waar 't menselijk verstand zich vaak tegen moet richten om te overleven.
  • Gelovigen hebben een uitermate domme en immorele neiging zaken die ze zelf uitdrukkelijk zeggen niet te begrijpen - 's Heren ondoorgrondelijke wegen, onbegrijpelijke hoogheid, hoogverheven mirakelse almacht, inzicht en liefde, enzovoort - aan te nemen als verklaringen, alsof wat men niet begrijpt verklaring kan zijn, en bovendien deze fundamentele begrips-verwarringen en -verduisteringen op te willen dringen aan anderen als bijzonder respectabel, geloofwaardig, belangrijk, zedelijk en zo meer. (Zie 855.) [162]
     


Atheïsme

Ik heb nooit gebeden, en genoot een atheïstische opvoeding, die me veel religieuze onzin bespaard heeft. (Zie bijv. 138.)

Maar dit IDEE is niet helemaal juist, al ben ik 't eens met de fundamentele overweging dat het rationeel gezien onzin is zich op de knieën te werpen om met veel misbaar iets dat niet bestaat te smeken te doen wat men graag 't geval zou zien maar zelf niet vermag tot stand te brengen.

Wat rationeel gezien onzin is, kan echter emotioneel soelaas bieden, en daarmee toch nog ergens goed voor zijn. Ook is 't zo dat bidden geen "misdadige poging" tot iets kan zijn, aangezien het een pogen van iets onmogelijks is.

Afgezien van 't emotionele soelaas dat bidden mogelijk biedt aan wie toch al niet al te goed redeneert is 't natuurlijk een ijdele en nogal lachwekkende - gewoonlijk bovendien egoïstische - bezigheid een macht die vrijwel zeker niet bestaat te verzoeken te doen wat vrijwel zeker niet kan.

Ik vind het echter van de vele onzinnige religieuze geloofsuitingen één van de minst schadelijke en kwalijke, want ik vind het veel erger om anderen te bedreigen met martelingen, verbrandingen en pijnigingen na of vóór de dood, omdat die anderen gelieven een ander geloof te hebben dan de mensen-liefhebber die 'm bang maakt met hoezeer zijn God ongelovigen in deze God kastijdt en straft.

Een andere normale religieuze geloofs-uiting die me zeer veel meer tegenstaat dan bidden is de eis dat men de gelover en z'n geloof hoogacht, respecteert, bewondert vanwege z'n geloof en pretentie van moraal.

Het is wellicht noodzakelijk dat domme mensen - die tot de eugenetische revolutie plaatsgevonden heeft de grote meerderheid vormen - een dom geloof met domme praktijken koesteren om zichzelf een fantastisch lapmiddel te verschaffen voor de lasten en het lijden die het leven met zich meebrengt voor iedereen.

Het is echter een schande dat anderen niet naar waarheid mogen zeggen wat de gebruikelijke waarheid is over religieuze gelovers en geloven:

Hun geloof is dom en vals, hun praktijken zijn kwalijk, hun kennis is gering, hun beschaving is armzalig, en hun moraal bestaat overwegend uit gehuichel, en dat iemand als ik dit niet zou mogen zeggen vanwege "het respect" dat ik en "men" zou behoren te hebben voor religie.

Nu, waanzin vergt medelijden, geen respect, en 't enige relevante verschil dat ik zie tussen gewone en godsdienst-waanzin is dat gewone waanzin iemand meestal onvrijwillig overkomt, terwijl men godsdienst-waanzin bijna altijd over zichzelf afroept door eigen schijnheiligheid en valsheid. En 't enige geldige excuus voor religiositeit is domheid. [163]


Religie

Wie M.'s veelvuldige argumenten tegen religie tegenstaat heeft zich te weinig verdiept in 't zeer vele kwaad en de zeer grote hoeveelheid domme onzin die in de naam van religies en liefhebbende Goden in de wereld zijn gebracht.

De "moderne" dominees van de 19e eeuw, de Zaalbergen en Muurlings, bestaan 150 jaar later nog steeds (maar heten nu Ter Linden, Knevel en Oosterhuis: zie 394) - en doen nog steeds in exact dezelfde schijnheilige windhandel, waarin ze pretenderen de vele valse of waanzinnige ideeën uit de Bijbel te kunnen kombineren met moderne wetenschap, door de domme en valse goocheltruuk dat wat tegenwoordig evident vals en weerlegd lijkt brutaalweg, en in tegenspraak met de Bijbel en de apostelen, tot "metaforen", "gelijkenissen" en zo meer te bestempelen, zoals een betrapt leugenaar vaak beweert dat ie niet bedoelde wat ie eerder loog alsof 't gedrukt stond. [164]


Eigenschappen en toeval

Dat "Elk voorwerp bestaat uit de som van z'n eigenschappen" lijkt me waar, maar het is een probleem precies te zeggen wat 't betekent, vooral wanneer 't zo is dat althans sommige van de eigenschappen van het voorwerp bestaan door de eigenschappen van andere omringende dingen, waarvoor weer 'tzelfde geldt. Doorredenerend komt men - en Multatuli - dan snel tot de stelling dat in en bij ieder voorwerp alle andere voorwerpen en al hun eigenschappen betrokken zijn, en dat wat hier op aarde gebeurt intiem verwant is aan de bewegingen van een helium-atoom ergensa in Betelgeuze. Dit laatste geloof ik zelf niet, maar ik zal op een andere plaats uitleggen waarom niet.

Hier merk ik nogmaals op dat M. er wijs aan had gedaan van "Natuur" i.p.v. "Noodzakelijkheid " te spreken, o.a. omdat ik meen dat de Natuur naast noodzakelijke ook toevallige relaties en eigenschappen bezit. (Dit maakt natuurkunde en de werkelijkheid een stuk ingewikkelder, en lijkt natuurkundig nodig i.v.m. quantum-mechanica.) [165]


Religie

Vervolgens, wat betreft de veelvuldig veronderstelde Goddelijke "Alwysheid, algoedheid, almacht, alwetendheid": De mens is in meerderheid een totalitaire ideologische aap, en dat verraadt zich ook in de Goden die de grote meerderheid van de mensen beliefden te aanbidden: Voor minder dan een ALwetend, ALmachtig, ONEINDIG goed Heerser van 't Heelal wentelen menselijke gelovigen zich gewoonlijk liever niet in 't stof - als men zich als kwasi-nederig mens dan al als Godsminnend en -vrezend masochist door 't stof wentelt, dan bij voorkeur voor een ALmachtige, ALwetende.

Hier is veel over te zeggen, maar ik beperk me tot twee punten:

  • Een groot deel van die met zoveel graagte aangenomen Goddelijke perfecties kan verklaard worden uit de aanname dat een God in feite een projektie is van 't menselijk zelf, dat zich ook zo graag als veel beter beschouwt dan het is: Wie een God liefheeft bemint in feite zichzelf in de vorm van een geïdealiseerd heerser van AL dat is - dus op een nogal kinderlijke of puberale wijze.
  • De oude Grieken en Chinezen waren slim genoeg om geen superperfecte Goden aan te nemen die alles - tot aan het doodvallen der mussen toe - bestierden. Voor de oude Grieken waren er Goden, maar meer in de vorm van een soort supermensen, inclusief allerlei menselijke tekortkomingen, dan in de vorm van iets alwetends almachtigs. En de oude Chinezen hadden al helemaal weinig lust in 't aannemen van een persoonlijk maker van 't universum, dat ze kennelijk voor een stuk raadselachtiger hielden dan zich laat projecteren uit 't menselijk gemoed. [165]
     

Wetenschap

ALLE wetenschap is gebaseerd op verregaande abstractie en simplificatie van wat is. En één van de systematische mysteries van natuurlijke processen is dat ze de uitkomst zijn van zèèr vele gelijktijdig verlopende processen: Wat er gebeurt in een willekeurige kubieke decimeter bosgrond is vele ordes van grootte ingewikkelder, subtieler, rijker, mooier en onoverzichtelijker dan de hele wereldeconomie (het gedijen waarvan zoveel bosgrond tot doods woestijnzand maakt). [165]


De menselijke rede

De menselijke rede is 't menselijk denkvermogen, dat de werkelijkheid waar 't deel van uitmaakt tracht te doorgronden. Deze menselijke rede is aan de ene kant kleiner en bescheidener dan het Al waar 't deel van is en dat 't tracht weer te geven, en aan de andere kant groter en anders:

Alleen de speculerende menselijke rede bevat onmogelijkheden, negaties, onverwerkelijkte mogelijkheden en zo meer: de Natuur IS alleen, en bevat geen onmogelijkheden, geen positieve tegenhangers van de vele miljoenen valse beweringen die mensen geloven (anders dan het ontbreken van wat met dat geloof zou korresponderen wanneer 't waar geweest zou zijn), en wellicht geen onverwerkelijkte mogelijkheden.

Hier zeg ik overigens niet dat de menselijke rede geen deel van de Natuur is, en wel dat de menselijke rede capaciteiten en eigenschappen bezit die elders in de Natuur óf niet óf niet in die mate en vorm bestaan, en dat dit samenhangt met het menselijk vermogen te kunnen denken en weergeven middels bewust symboolgebruik (dus: willekeurige conventies zus als voorstelling van of teken voor zo te gebruiken). [165]


Religie

Tenslotte ben ik 't eens met M.'s "Niets is ongodsdienstiger dan vasthouden aan 't Geloof. Als er 'n God ware, zou hy de eerste zyn, die 't kwalyk nam." En in feite staan van alle geloven waar ik weet van heb 't Taoisme en Boeddhisme mij het minst tegen, omdat ze niet of nauwelijks geïnteresseerd zijn in God of Goden, en zich vrijwel volledig richten tot de mens, z'n tekortkomingen, z'n illusies en z'n mogelijkheden. (Was ik een God dan zou ik tot mensen zeggen: 't Allerlaatste waar wezens als jullie je mee bezig moeten houden zijn mijn Goddelijke hoedanigheden of bestaan, aangezien IK vrijwel volledig buiten jullie begripsvermogens val, en 't allereerste waar wezens als jullie je mee bezig moeten houden zijn de eigenschappen van jullie zelf en de dingen in jullie eigen omgeving. Als er niets meer in jullie eigen omgeving of aan jullie zelf te begrijpen of verbeteren valt, misschien is dan de tijd aangebroken eens over Goden te peinzen - al lijkt Mij dat dan nogal futiel.) [165]

 

Excerpt uit commentaren van MM bij Ideen 1 A - 1 t/m 165 - Index 1A