|
Mens: De mens is
het rationaliserende dier, de
ideologische aap, het
martelende beest, en het
huichelende zoogdier. Bij
uitzondering rationeel en redelijk. Meestal totalitair,
conformistisch,
fatsoenlijk en levend volgens "if in Rome, do as the Romans do" (wie leeft
onder kannibalen behoort als kannibaal te leven). Cultuur, beschaving,
wetenschap en kunst zijn het produkt van een kleine menselijke minderheid;
oorlog, vervolging, uitbuiting en slavernij de feitelijke voorkeuren van de
grote menselijke meerderheid. Wie optimist wil zijn over "de mens" moet
geloven dat de zeldzame menselijke toppen en hun creaties opwegen tegen de
wancultuur, de vervolgingen, het geweld en het conformisme van de grote
meerderheid, en de gebruikelijke psychopathologie van de normale leiders. En
het is inderdaad waar dat wat de grote meerderheid doet mogelijk is door wat
de kleine minderheid bedacht.
1. Feitelijke achtergronden
2. Menselijke onvermogens
3. Menselijke vermogens
4.
Het fundamentele probleem
5.
De fundamentele vervalsing
6.
De menselijke doorsnee
7. De menselijke uitzonderingen
8.
Een mogelijke oplossing
1. Feitelijke achtergronden: De openingszinnen van dit lemma
formuleren een minderheidsstandpunt - dat uitstekend onderbouwd kan worden
door de feiten. Hier zijn, om te beginnen, twee citaten.
Het eerste is uit R.J. Rummel's Death by
Government, en betreft het aantal burgerlijke vermoorden in
de 20ste eeuw - dus geheel afgezien van de tientallen miljoenen die op
slagvelden vielen in de 20ste eeuw, én geheel afgezien van de
tientallen miljoenen die verhongerden omdat hun niet-hongerende medemensen dat
weinig kon schelen. Hier is een selectie met aantallen,
plaatsen en tijdstippen:
| Dictator |
Ideology |
Country |
Years |
Deaths |
| Joseph Stalin |
Communist |
Soviet Union |
1929-1953 |
42,672,000 |
| Mao Tse-tung |
Communist |
China |
1923-1976 |
37,828,000 |
| Adolf Hitler |
Fascist |
Germany |
1933-1945 |
20,946,000 |
| Chiang Kai-shek |
Militarist/Fascist |
China |
1921-1948 |
10,214,000 |
| Vladimir Lenin |
Communist |
Soviet Union |
1917-1924 |
4,017,000 |
| Tojo Hideki |
Militarist/Fascist |
Japan |
1941-1945 |
3,990,000 |
| Pol Pot |
Communist |
Cambodia |
1968-1987 |
2,397,000 |
| Yahya Khan |
Militarist |
Pakistan |
1971 |
1,500,000 |
| Josip Broz Tito |
Communist |
Yugoslavia |
1941-1987 |
1,172,000 |
Het tweede citaat bestaat uit de laatste
zinnen uit het nawoord van "Ordinary Men" van Christopher R.
Browning, die in dat boek het doen en laten behandelt van 500 heel
gewone heel middelmatige Duitsers van middelbare leeftijd, die als lid van
een reserve politie bataljon in Polen in korte tijd per persoon mininaal
166 mensen doodschoten vanwege hun vermeende raciale identiteit, en dat
deden uit conformisme, patriottisme, en loyaliteit:
"I fear we live in a world in which war
and racism are ubiquitous, in which the powers of government mobilization
and legitimization are powerful and increasing, in which a sense of
personal responsibility is increasingly attenuated by specialization and
bureaucratization, and in which peer-group exerts tremendous pressures on
behavior and sets moral norms. In such a world, I fear, modern governments
that wish to commit mass murder will seldom fail in their efforts for
being unable to induce "ordinary men" to become their "willing
executioners." " (p. 223)
Wat zijn de voornaamste redenen voor de
diverse honderden miljoenen vermoorden in de 20ste eeuw, die zogenaamd
beschaafd zou zijn?
2. Menselijke onvermogens:
De twee hoofdredenen, naast het al genoemde conformisme en patriottisme
(waarachtiger: chauvinisme) en de altijd in "democratische" meerderheid
heersende loyaliteit aan Onze Leider en Onze Groep zijn (1) de uit woorden
en rituelen gevormde bouwsels die
ideologieën heten die het
fundament vormen van alle sociale macht in
alle mensenmaatschappijen - omdat mensen denkende wezens zijn, en
gewoonlijk geen weldenkende wezens, maar door hun eigen denken misleide
wezens, en (2) de gemiddelde menselijke domheid.
Zowel domheid als ideologische
verblindheid en vooringenomenheid hebbeb een soort algemeen menselijk
excuus met enige geldigheid:
Niemand heeft zichzelf in de wereld gewenst;
niemand heeft z'n vermogens en gebreken verkozen; niemand is verantwoordelijk
voor al het kwaad wat in de menselijke geschiedenis gedaan is - maar ieder
is verantwoordelijk voor wat hij gemaakt heeft van wat 'm gegeven werd, en
wie rationeel
na wil denken mag niet blind zijn voor de vele massale
gruwelen noch de frekwente
individuele lichtpuntjes in de menselijke geschiedenis.
Slechts heel weinigen die als mens geboren
worden slagen erin als mens te
gaan denken, en géén mens kan veel mèèr begrijpen dan net buiten zijn
persoonlijke gezichtseinder valt. Ook is ieder mens overwegend blind voor z'n
eigen onvermogens. (En zie 74,
107 en
136)
De mens is in meerderheid
een totalitaire ideologische aap, en
in kleine minderheid een rationeel denkend en redelijk handelend wezen.
3.
Menselijke vermogens: De menselijke rede is 't menselijk
denkvermogen, dat de werkelijkheid waar 't deel van uitmaakt tracht te
doorgronden. Deze menselijke rede is aan de ene kant kleiner en bescheidener dan
het Al waar 't deel van is en dat 't tracht weer te geven, en aan de andere kant
groter en anders:
Alleen de speculerende menselijke rede bevat onmogelijkheden, negaties,
onverwerkelijkte mogelijkheden en zo meer: de Natuur IS alleen, en bevat geen
onmogelijkheden, geen positieve tegenhangers van de vele miljoenen valse
beweringen die mensen geloven (anders dan het ontbreken van wat met dat geloof
zou korresponderen wanneer 't waar geweest zou zijn), en wellicht geen
onverwerkelijkte mogelijkheden.
Hier zeg ik overigens niet dat de
menselijke rede geen deel van de Natuur is, en wel dat de
menselijke rede capaciteiten en eigenschappen bezit die elders in de Natuur óf
niet óf niet in die mate en vorm bestaan, en dat dit samenhangt met het
menselijk vermogen te kunnen denken en weergeven middels bewust
symboolgebruik (dus: willekeurige conventies zus als voorstelling
van
of teken voor zo te gebruiken).
Wat mensen zulke bijzondere dieren maakt is dat
ze in staat zijn tot weloverwogen zorgvuldig beredeneerde rationele
keuzes, en dat ze andere wezens geen kwaad moeten doen omdat het ze
aan instinct ontbreekt iets anders te willen
dan zich te voeden met 't bloed en vlees van 'n ander dier. Mensen danken hun
overmaat aan intelligentie aan hun gebrek aan instinct: ze moeten kiezen en
oordelen waar andere dieren geen keus en geen oordeel hebben, en alleen een
gegeven blinde voor- of afkeur, zonder reden of rationalisatie. (Dieren zijn te
dom om wreed te zijn. Mensen niet. Alleen mensen zijn welbewust beestachtig.)
Ieder
mens wordt geboren als lid van één en dezelfde soort met welbepaalde
menselijke capaciteiten
en mogelijke keuzes -
het leren van taal, wiskunde, muziek; het begrip
van heden, verleden en toekomst; het zijn van een deel van de Natuur dat de hele
Natuur kan reflecteren en trachten te begrijpen, maar ook: de martelende
ideologische aap, het totalitaire zoogdier, het huichelbeest
- en het is een natuurlijk gegeven is dat ieder individu tracht
de capaciteiten
die het heeft te
gebruiken, en op
die manier te worden
wat het
is:
Een vrij kiezend
en denkend wezen, dat z'n begrip van de werkelijkheid kan gebruiken om zichzelf
en anderen te plezieren of te pijnigen naar keuze, en zichzelf te maken en
vermaken naar eigen wens en inzicht. Zie
74.
Ieder mens wordt
geboren als taak
en als
probleem, namelijk
met de taak zichzelf te worden naar vermogen en met het probleem dat ieder mens
uniek is en met weinig anders dan capaciteiten geboren wordt, en alleen geholpen
door enkele soortgenoten z'n eigen versie van de werkelijkheid moet vinden en
leren gebruiken, in de omstandigheden waarin z'n lichaam zich bevindt.
Bovendien weet ieder menselijk spreker over ieder menselijk spreker over
tal van omstandigheden en situaties wat mensen - en andere dieren - pijnigt en
pleziert, en weet ieder menselijk spreker dat men alleen kan spreken en doen en
laten op basis van aannames, die bovendien in beginsel vrijelijk
bediscussieerd en gekritiseerd kunnen worden door andere sprekers van de taal,
die daarin vrij zijn andere aannames te maken.
Het
menselijk taalvermogen en het vermogen taal logisch en wiskundig te gebruiken
zijn voor een groot deel eerder vaardigheden dan bewuste kennis. Voor
ieder mens die een natuurlijke taal kent is het eenvoudig en vanzelfsprekend
daarin te spreken en redeneren, en moeilijk en problematisch de grammatica van
z'n eigen taal, de definities van de woorden die hij gebruikt, en de
gevolgtrekkingregels van de redeneringen en argumenten waarop ie bouwt en
vertrouwt helder en expliciet weer te geven.
Desalniettemin: 't Zijn van een spreker (lezer, begrijper, schrijver, kenner)
van een natuurlijke taal impliceert een grote hoeveelheid kennis over en
vaardigheden in het gebruik van die natuurlijke taal, en van mensen die
de taal spreken, en de wereld waarin ze menen te leven, en het is de capaciteit
en hoedanigheid spreker van een menselijke natuurlijke taal te zijn die een dier
tot mens maakt, en een mens tot
mens onder de
mensen.
Mensen en menselijke ervaringen zijn even zeer
deel van de Natuur als waar mensen over spreken en hun ervaringen over gaan -
maar mensen worden geacht een vrije wil te hebben, keuzes te maken, en zichzelf
doelen te stellen, en z'n keuzes en doelen te baseren op een zelfstandige
symbolische representatie van zichzelf en de werkelijkheid.
Ieder mens leeft in de wereld die z'n eigen
hersens gecreëerd heeft uit het aanbod van omgeving en opvoeding. Deze is voor
ieder mens anders, en er zijn daarom minstens zoveel gedachte en gevoelde
werelden als er mensen zijn - maar wie hieruit afleidt dat er geen waarheid is
of kan zijn denkt slecht na. (Zie 1,
11.) Maar waarachtig begrip van
een ander wordt vaak vergemakkelijkt door de realisatie dat iedereen
uiteindelijk oordeelt over DE wereld op basis van een persoonlijk wereldbeeld.
Meer in 't algemeen, en afgezien van literaire
dieven, is de gehele menselijke ervaring een bijzonder ingewikkeld mengsel van
aangeboren, aangeleerd, zelfbedacht, nagedaan, toegevoegd, gesimplificeerd en,
vooral, gegist, vermoed, voorondersteld en aangenomen.
En de meeste mensen redeneren slecht en wensdenken waar zij zelf serieus menen
te denken.
Gezien de grote onvolmaaktheid van 't menselijk
kenvermogen wordt menselijke kennis langzaam, gissend, tastend, en in de loop
van vele generaties opgebouwd door vele individuen, die allen een beetje kennis
hebben, maar geen van allen in staat zijn alles wat allen gezamelijk weten
individueel te omvatten, en allemaal ook gedeeltelijk mistasten en in
onwetendheid verkeren, hoe intelligent en hoe geleerd ook.
Echte wetenschap is bedreven en bedacht
door een heel kleine minderheid van de mensen die bestaan hebben. En als
doorsnee mensen
in kennis geïnteresseerd zijn dan meestal in toepassingen van bestaande kennis
die geld oplevert. Daartegenover staat dan een kleine minderheid van rationeel
denkende en creatieve individuen, voor wie het aangenaamste menselijk
doen uit spelen en denken bestaat, en die zich naar vermogen toeleggen
op rationaliteit en redelijkheid.
4.
Het fundamentele probleem: Het fundamentele probleem is dat het doorsnee
menselijk intellect niet ruim genoeg bemeten is om zelfstandig tot
zinnige oordelen te komen over filosofische, wetenschappelijke of logische
kwesties (die allemaal in grote meerderheid inderdaad ingewikkeld en moeilijk
zijn, en zeker niet intellectueel opgelost kunnen worden door
wensdenkerij) - en
dat de doorsnee mens er zelden bezwaar in ziet niet-medegelovers te vervolgen,
zogenaamd in hun eigen belang (want hebben Wij immers niet het Ware Geloof,
zoals Onze Heer ons Zelf verzekerd heeft, en is wie het Ware Geloof niet heeft
niet slecht, dom, misleid en verre van gelukkig?).
Als van iedere 10.000 mensen in de menselijke
geschiedenis hooguit een enkeling goed of intelligent genoeg was om herinnerd te
worden door latere generaties als goed of intelligent - zoals het geval is, bij
benadering - dan is er een fundamenteel probleem voor wie beoogt de mensheid te
verbeteren door te appeleren aan doorsnee verstandelijke of morele gaven.
Zoals mensen bijna allemaal zijn, overleven,
doen en denken gebeurt dit maatschappelijk door geven en nemen, door schipperen,
door huichelen, liegen en draaien, door voorwendsels, door
rollenspel, en door het goede dat men
zelf uitdraagt en verdedigt alleen uit te dragen en verdedigen als dit zonder
risco of schade mogelijk is.
"De
roeping van den mensch is mensch
te zijn. Daarheen moeten leiden: opvoeding, onderwys, beroepskeuze, zedeleer,
wetgeving, godsdienst." (Multatuli, Idee 136).
Er zijn weinig
mensen die hun roeping "mens
te zijn" waarmaken. De meeste zogeheten mensen zijn
karikaturen
van mensen,
parodieën
van mensen,
restanten
van mensen - might-have-been-humans zonder redelijke hoop op iets
anders dan een dragelijk leven en een dragelijke dood.
Het zijn alleen de sterkste zielen die
individueel en onafhankelijk nadenken - de rest, d.i. de grote meerderheid,
bedriegt met een gerust hart zichzelf omdat ze naar waarheid inzien dat in
zelfbedrog en maatschappelijk wenselijke pose en pretentie persoonlijk voordeel
steekt; dat het populair maakt en fatsoenlijk heet; en dat zij zelf te weinig
verschillen van de doorsnee om er veel van af te wijken. (74)
5.
De fundamentele vervalsing:
Menselijk maatschappelijk leven is overwegend
rollenspel, en vrijwel ieder mens leert
zich ergens tussen z'n 15e en 25e verleugenen en verloochenen tot een maatschappelijk aangepast
karakter, vol van valse pretenties, loze praatjes, en populaire vooroordelen, en
neemt daarmee - overwegend uit vrije wil, uit welbegrepen
eigenbelang en eigen zwakte - afscheid van z'n originaliteit,
spontaniteit en individualiteit, waarmee ieder mens
geboren wordt, ongeacht overig talent. (Zie ook
116 en "Menselijkheid"
- en 423
inclusief links en "On People")
Multatuli omschreef het gemiddelde resultaat
zo: "Dit
nu maakt me verdrietig, dat wy veelal belet worden
mensch te zyn, omdat we door
opvoeding en onderwys zyn verschoold. Door beroepskeuze verambtenaard,
vermilitaird, en verbeursd. Door zedeleer en wetgeving verwrongen en vermanierd.
Door godsdienst verstelseld en verkerkt...
"
Maar dit -
verschoold, verambtenaard, vermilitaird, verbeursd,
verwrongen, vermanierd, verstelseld en verkerkt - is wat er
gewoonlijk van mensen terechtkomt:
Karikaturen
en
parodieën
van mensen omdat "men"
zichzelf
verwart met
de rollen
die "men" speelt, en niet goed wijs meer weet uit pose en
realiteit, geste en gevoel, onderkende waarheid of voorgewend geloof, pretentie
en werkelijkheid.
Wat resteert van
wat de roeping heeft mens te zijn is vaak verward laf gehuichel in dienst van
eigenbelang: Acteurs overwegend verdwenen in hun eigen rollen, niet meer in staat en ook
niet meer gewillig fictie en werkelijkheid te onderscheiden, wetend dat
Multatuli schreef in
276: "Kranke,
Volk, Mensheid (...) ge zoudt niet ziek wezen althans wanneer ge slechts
den moed hadt uzelf te zyn." Het ziek-zijn van de Mensheid werd al
in de Conceptie van de IDEEN
genoemd, en komt neer op: Zeer weinig mensen zijn zichzelf, durven zichzelf
zijn, willen zichzelf zijn, kunnen zichzelf zijn, en de grote meerderheid leeft
in en van overwegend bewuste leugens en opzettelijk
gehandhaafde illusies, en overleeft daarmee temidden
van de grote groep van soortgelijken, als fundamentele vervalsing van wat en wie
men is.
Wie niet weet, niet
ziet, niet voelt dat doorsnee-men
een acteur is, een
rollen-speler
en rollen-bekleder is, en zich zeer vaak geheel anders
voordoet dan men werkelijk voelt, denkt, wil, en tegelijkertijd zelf gelooft dat
ie is wat en wie en hoe ie zou willen zijn
omdat ie zou willen zijn wie en hoe ie voorgeeft te zijn, heeft niets
begrepen van zichzelf of z'n medemensen, en heeft ook heel weinig
begrepen van de gemiddelde menselijke onvermogens en illusies en delusies
gebaseerd op domheid en wensdenkerij.
Multatuli's "Mensch,
wees mensch ! " (276) is een andere vorm
van 136, en impliceert 'tzelfde:
De meeste mensen - bijna alle mensen - zijn geen echte
mensen, geen waarachtige mensen,
maar zelf-gemaakte karikaturen van mensen, parodieën van
mensen, vervalsingen van mensen, halve of kwart mensen die pretenderen -
authentiek pretenderen! eerlijk huichelen! - dat ze zijn wat ze
niet zijn.
Het zijn acteurs,
rollenspelers, illusionisten,
vertoners van uiterlijkheden met een verborgen innerlijk, die zich inspannen
iets te schijnen dat ze niet werkelijk zijn, maar waarvan men denkt dat "men" -
fatsoenlijke, nette, oppassende, behoorlijke, zedige,
conformistische men - behoort vóór te
wenden om maatschappelijk voordeel te halen, sociaal aangepast te lijken, mee te
mogen doen en eten en verdienen met de anderen. Het zijn welbewuste gelovers in
waansystemen die hun wanen in stand houden door te weigeren serieus na te denken
over de eigen vooroordelen, en deze in stand houden door geen evidentie voor het
tegendeel van een vooroordeel serieus te willen onderzoeken.
Tenslotte in dit verband van de stelling dat doorsnee mensen bestaan door
overwegend opzettelijke valse rollen en overwegend welbewuste ideologische of
religieuze waansystemen:
De enige
instantie in 't hele universum die wéét
wat u voelt, wat u wenst, hoe u reageert op uw indrukken bent
uzelf!
Niets en niemand kan voor u voelen, wensen,
reageren of denken - maar u kunt uw oordelen overnemen - nadoen, kopiëren,
imiteren, naspelen - van een ander, en doen alsof, en meepraten met de meute, en
uzelf tot een acteur (Grieks: "hypocrites" - doener alsof) van
geleende, geïmiteerde, poses en geloven maken vanwege de maatschappelijke
voordelen die dit biedt.
En dit heeft 't ogenschijnlijk voordeel voor u
dat u niet hoeft na te denken, want dat doen u voorgangers voor u, en dat u
beloond wordt voor uw oppassend fatsoen, of in ieder geval niet bestraft voor uw
afwijken. En dit heeft op niet zo lange termijn 't nadeel dat u al acterend,
poserend, imiterend, en wensdenkend uw zelf vervalst tot een karikatuur van
uzelf.
Maar zoals ik zei: U wordt daarvoor beloond en ontzien. De keus is aan
u. 't Is moeilijk een waarachtig mens te zijn. Het is moeilijk rationeel
te denken. Het is moeilijk redelijk te handelen. En zowel waarachtige moed tot
redelijk handelen als waarachtig vermogen tot rationeel denken zijn zeldzaam,
leert de geschiedenis.
6.
De menselijke doorsnee:
De menselijke doorsnee in de 21ste eeuw in de
zogenaamde Eerste Wereld, dus West-Europa en de U.S.A. zijn rijker, gezonder, beter
opgeleid en voorzien van meer mogelijkheden en minder dwang dan bijna ieder
ander mens in de totale wereldgeschiedenis.
Wat ze in grote meerderheid doen
en willen met die vruchten van beschaving is dit:
Ze kijken gemiddeld 25 uur per week TV - de
fantastische leugens van anderen, gericht aan het grootste en domste segment van
de doorsnee, meestal op kruishoogte - en leggen zich overigens toe op werken om
huis, TV, voedsel en drank te kunnen kopen om zich in hun vrije tijd bezig te
houden met TV kijken, voetballen en zuipen, en doen zo mogelijk weinig of niets
anders en willen ook weinig of niets anders, behalve meer TV, meer voetballen,
meer zuipen en meer geld.
Voor wereldverbeteraars is dit wat bitter, of -
wie weet - enigszins ontnuchterend, en er is ook een excuus en een wijze les:
Het excuus is dat de mensheid in doorsnee zelden veel beter of veel slechter
doen dan hun aangeboren aanleg ze toestaat.
De wijze les is dat het - dus - geen
zin heeft de doorsnee te trachten te bewegen een betere wereld of een betere
mens te trachten te maken: Het ontbreekt ze aan de vermogens, aan de wil, aan de
daadkracht, aan het inzicht, en aan de relevante kennis.
Dit is geen pleidooi het wereldverbeteren op te
geven, maar wel dat vooral te trachten te doen door de wetenschap verder te
ontwikkelen, die bovendien altijd en overal het produkt is van een kleine
denkende en zoekende minderheid, en de enige factor is in de menselijke
geschiedenis waarvan vast staat dat ze de menselijke mogelijkheden vergroot -
zowel ten goede als ten kwade, omdat wat gebruikt kan worden misbruikt kan
worden.
Echte wetenschap immers laat zich toepassen in technologie, en een
betere technologie geeft betere middelen menselijke doelen te verwerkelijken. En
voor goed en kwaad zie 423,
817 en
855.
Het Christelijk beeld van een mensheid die haar
eigen God kruisigt is diepzinnig en zowel bitter als fraai en waarachtig - en
dit geldt bovendien niet alleen voor echte of vermeende Godenzonen, maar vooral
voor ieder menselijk individu die intellectueel of moreel radikaal afwijkt van
wat zijn omgeving van doorsnee-mensen voor wenselijk en fatsoenlijk houdt, zoals
bijvoorbeeld de geschiedenis van Socrates of Galileo aantoont.
Doorsnee mensen en kruipers staan er gewoonlijk
op dat anderen "zich niet op de voorgrond
stellen" en zijn er trots op dat zij ieder individu dat evident afwijkt van
de doorsnee wordt geconformeerd en genivelleerd tot de doorsnee, of wordt
omgebracht of maatschappelijk wordt uitgesloten.
Doorsnee mensen beschouwen zichzelf en andere
mensen niet als individuen, maar als partij-gangers - als deel van
de groep waar ze toe zouden behoren, aansprakelijk voor alles wat alle leden van
de groep zouden hebben gedaan of nagelaten.
Dit is ook de basis van ethnisch en racistisch
"denken", van xenofobie en Eigen Volk Eerst waanzin, die zovele tientallen
miljoenen mensen in de geschiedenis heeft doen vermoorden door hun medemensen:
Serviërs menen te weten dat "Kroaten" niet
deugen, omdat het immers Kroaten zijn; Kroaten menen precies even goed dat
"Serviërs" niet deugen omdat het Serviërs zijn, enzovoort enzoverder: Joden en
Palestijnen; Protestanten en Katholieken; blanken en zwarten ... het verhaal is
overal hetzelfde, want hierin zijn doorsnee mensen van ieder geloof, ras of
geslacht elkaar geheel gelijkwaardig: Ze zijn bijzonder goed in het elkaar naar
het leven te staan vervuld van partijtrouw, geloofstrots, racistische
"identiteit" of nationalisme.
Alle menselijke verhoudingen zijn persoonlijk.
Dit is een tamelijk wezenlijk feit over mensen: Ze kennen elkaar niet werkelijk
indien ze elkaar niet feitelijk ontmoet hebben, en belangrijke transacties van
allerlei soort worden dan ook bij voorkeur van aangezicht tot aangezicht
uitgewerkt.
En het is waar "dat
er menschen bestaan die van hun jeugd af zich bezighielden met denken"
en dat dit zeldzaam is. Ik kan dit getuigen uit eigen ervaring, want ik ben ook
zo iemand. Mijn schatting is dat dit hoogstens 1 op de 10.000 mensen overkomt,
door genetisch toeval. (In dit verband: "As men go, one in tenthousand is
honest" - Shakespeare. En de bedoelde zin van "honest" zal zijn: Eerlijk en
redelijk.)
Slechts weinig mensen vatten hun mens-zijn op
deze wijze. Zie opmerking [1] en bedenk dat de zeer grote
meerderheid voor zichzelf leeft, en nauwelijks in werkelijke kennis
geïnteresseerd is: "Stupidity and egoism are the roots of all vice."
(Buddha)
En mij dunkt dat de hoofdoorzaken van
geestelijke bekrompenheid niet aan de omgeving liggen maar
aangeboren zijn, ongeacht ras of geslacht, uiteraard. Dit mag een hard oordeel zijn,
of lijken, maar biedt ook
enig soelaas:
De mensen zijn of doen weliswaar in meerderheid
slecht, maar ze zijn of doen slecht uit domheid en ideologische verblindheid en
vooringenomenheid, en door het misbruik dat van ze gemaakt wordt door hun
leiders en voorgangers, en niet direct uit vrije keus. Ze kunnen
gemiddeld niet véél beter dan ze doen en dan ze opgevoed zijn -
en handelen bijna altijd volgens de lokale zeden, naar vermogen, uit
conformisme en angst om af te wijken. Verder zie
423.
Mundus vult decipi ongeacht
leefomstandigheden - en dat geldt zeker voor vulgus. En vulgus (zeg: "ordinaire
mensen") bestáát - en kan er niets aan doen de meerderheid te zijn, en niet
geboren te zijn met enig eminent menselijk talent of aandrift tot
mede-menselijkheid tegen niet-groepsgenoten: Niemand wordt geboren uit eigen
vrije keus, en al helemaal niet met het palet van gebreken en mogelijke talenten
dat 'm kenmerkt.
Fysiek is er veel verbeterd;
intellectueel en moreel is er veel hetzelfde gebleven. De meeste
vooruitgang in menselijk opzicht is kennelijk te danken aan
technologische vooruitgang.
Ik vermoed dat het toch overwegend zo is dat
gelovers in 'n religie weten dat ze geloven, en weten dat ze willen geloven:
Mundus vult decipi.
Zeer vele Christenen hebben sterk geloofd in
een hel, duivels, oneindige vreselijke straffen, branden voor zonden, en
verenigden dat met allerlei gewoonlijk niet steekhoudende redeneringen rondom de
notie dat hun zieleroosterend rechtvaardig alwetend almachtig God 't in z'n
ontzaglijke goedheid nodig had gevonden mensen na hun dood te oordelen, en te
belonen of straffen.
Dit toont nogal wat dingen aan over mensen,
waaronder de volgende vier punten:
- dat mensen een
ideologische behoefte hebben: Bij
gebrek aan voldoende instincten (en overmaat aan intelligentie, vergeleken met
andere dieren) hebben mensen zowel meer mogelijkheden zichzelf en hun omgeving
te herscheppen naar de eigen wensen, maar hebben ook een stelsel aannames
nodig dat zegt wat de wereld is (metafysika) en hoe mensen zich wel en
niet behoren te gedragen (ethica)
- dat mensen in hun ideologische behoefte
gewoonlijk voldoen middels de ideologische
drogreden, dat is: voor waar houden wat men wenst dat 't geval is, en voor
onwaar houden wat men wenst dat niet 't geval is
- dat de zeer grote meerderheid van de
mensheid onvoldoende rationele vermogens
hebben om de illusies, wensdenkerij en vooroordelen waarmee ze groot zijn
gebracht te doorzien en vervangen door iets waarachtigers dat rationeel
gefundeerd is
- dat er een fundamenteel probleem is over
goed en kwaad: Is iets goed (kwaad)
omdat God 't wil (verbiedt), of wil (verbiedt) God 't omdat het goed (kwaad)
is? Hier heeft Socrates 't ook over in de
Eutyphrio. Zie
423.
Er is nog iets wat aan de stelling niet waar of
misleidend is: Moeder Natuur lijkt zichzelf te schrijven in zuivere wiskunde:
de wetenschap van alle willekeurige structuren
- maar zuivere wiskunde kan gebruikt worden om mèèr of ànders te beschrijven dan
in Moeder Natuur te vinden is.
Helaas willen zeer velen de last van hun "ziel
wil werpen op de schouders van officieele ziele-pakdragers",
omdat dit veel makkelijker, veiliger en maatschappelijk winstgevender is dan
zelfstandig te oordelen, individueel te willen, en persoonlijk te streven.
En helaas zijn zeer velen "te
dom, te dor (..) om z'n eigen hart te maken tot hoogeerwaardig en hooggeleerd":
Er zijn veel meer volgelingen dan leiders, veel meer gelovers dan denkers, veel
meer comformisten dan individualisten.
Was 't anders dan was de mensen-wereld heel
anders. De mensen-wereld kan gemiddeld niet beter zijn dan 't gemiddeld
menselijk niveau van hoofd en hart.
Zolang de meerderheid van de mensen
geboren wordt met het soort gaven van verstand en hart waarmee de
meerderheid de laatste 2500 jaar is geboren is er weinig realistische
hoop of kans op een ideale maatschappij - en zal iedere maatschappelijke
verbetering bevochten moeten worden op de onwil en traagheid van de
grote meerderheid, door een kleine minderheid.
7.
De menselijke uitzonderingen:
Er zijn weinig werkelijke individuen en de
meeste mensen hebben onvoldoende intellectueel talent, morele moed en
individueel karakter om hun roeping mens te zijn te volgen. 't Is niet anders.
8.
Een mogelijke oplossing:
De mens bevindt zich, naar een oud inzicht,
ergens tussen een beest en een engel, maar was tot nu toe in meerderheid een
vachtloze totalitaire ideologische aap, met aangeboren instincten om in een horde
te overleven zoals dat gebeurde sinds het Stenen Tijdperk.
Er begint nu de kennis te ontstaan om de
gemiddelde menselijke vermogens tot creatieve intelligentie systematisch te
verhogen, gebaseerd op werkelijke kennis over wat een menselijk brein
intelligent maakt, en hoe de menselijke genen aangeboren vermogens doorgeven.
Het moet daarmee mogelijk zijn binnen enkele
generaties de kennis en de technologie te vinden die de hele menselijke soort
even begaafd maakt als, zeg, 1 op de 10.000 tot nu toe waren - en het grote
risico van deze mogelijkheid is dat deze kennis en technologie gebruikt gaan
worden om een kleine groep politieke of religieuze machthebbers systematisch te
verheffen boven de rest, en een ras van Übermenschen te kweken dat heerst over
een grote meerderheid van heloten, naar analogie met Huxley's "Brave New World".
Maar het lijkt mij zeer waarschijnlijk dat het één of het ander zal gebeuren
gegeven deze mogelijkheden die weldra binnen bereik zullen zijn zowel in kennis
als in technologie: Ofwel een kleine groep gaat geëmancipeerd worden met een
grote groep als feitelijke slaven, feitelijk conform de
menselijke geschiedenis tot nu toe, met een menselijke geschiedenis die dit oude patroon van weinigen
heersend over velen vervolgt; ofwel de hele groep gaat geëmancipeerd worden, met
een menselijke geschiedenis die anders wordt, want gedreven door een doorsnee
die afscheid heeft genomen van de gemiddelde beestachtigheid die tot nu toe de
voornaamste motor van de politieke en religieuze geschiedenis was. (Zie: A
fundamental problem.)
|