bgcolor="#003366" lang="NL">


Aan de Universiteitsraad van de UvA - 1982

        Naar Index - Overzicht Bijlages

Dit is een van de stukken die ingediend zijn bij de Universiteits-Raad van de UvA. Het is geschreven en ingediend in 1982, en niet eerder gepubliceerd.


Aan de Universiteitsraad van de UvA - 1982

I. Een aantal principiŽle redenen waarom er niet (verder) bezuinigd moet worden op wetenschappelijk onderwijs en studie-financiering.

Wij willen de UR een aantal algemene overwegingen geven ter ondersteuning van een drietal moties.

1. wetenschap als cultureel fundament:

In minstens twee betekenissen van het woord "wetenschappelijk" leven we in een wetenschappelijke maatschappij: Onze welvaart en omgeving zijn grotendeels het product van eeuwenlang onderzoek; en een groot deel van wat we "hoge beschaving" noemen is gebaseerd op normen voor redelijke discussie, empirisch onderzoek en redelijk gedrag die een onderdeel of verlengstuk vormen van wetenschappelijke methoden.

Wetenschap is van fundamenteel belang voor het bestaan van onze samenleving:

Afgezien van een aantal politieke factoren is ons huidige niveau van welvaart gebaseerd op uit eeuwenlang wetenschappelijk onderzoek voortgevloeide kennis, cultuur en technologie en de (althans tot voor kort) bestaande hoogwaardige (voorbereidende) wetenschappelijke opleidingen om deze kennis en cultuur toe te passen en uit te breiden.

Wetenschap is van fundamenteel belang voor onze cultuur:

Wetenschappelijke redeneermethoden zijn ons enige middel om de werkelijkheid adequaat te begrijpen en verklaren, en om zinnige politieke ideologieŽn, ontspoorde religies en andere vormen van bijgeloof redelijk te kritiseren.

En tenslotte geeft wetenschap ons de middelen om menselijke nood te lenigen - en het is een bittere en tragische waarheid over onze tijd dat, terwijl voor het eerst in de geschiedenis van de menselijke beschaving de kennis en methoden bestaan om op wereldschaal honger, ziekte, gebrek en milieu-verontreiniging grotendeels te doen verdwijnen, deze reŽle wetenschappelijke mogelijkheden om politieke redenen maar voor een zeer klein deel benut worden.

2. wetenschappelijk onderwijs en bezuinigingen:

In de voorgaande sectie schetsten wij op welke wijzen de wetenschap van fundamenteel belang is voor onze maatschappij en cultuur. De regering meent nu dat er bezuinigd moet worden - ook op wetenschap en wetenschappelijk onderwijs. Waarschijnlijk heeft de regering gelijk dat er bezuinigd moet worden, en hoe dan ook is ze op democratische wijze tot stand gekomen, zodat ze, zolang het parlement daarin toestemt, haar mening grondslag van haar handelen kan maken. Maar bij de bezuinigingen op onderwijs en wetenschappen moeten twee principiŽle en een feitelijke kanttekening gemaakt worden. De eerste principiele kanttekening is deze:

Een redelijk (bezuinigings)beleid is een beleid gebaseerd op
(1) naar prioriteit gerangschikte waarden en doelen, die
(2) in de gegeven situatie praktiseerbaar en realiseerbaar zijn, en die
(3) op relevante feitenkennis en inzichten berusten.

Dit is niet anders dan een heldere omschrijving van "redelijk beleid". De tweede principiele kanttekening vult deze omschrijving in:

Wij vinden

1.    dat goede wetenschap en goed wetenschappelijk onderwijs, samen met een demokratische staatsvorm en gelijkheid van kansen, onze hoogste maatschappelijke prioriteiten behoren te zijn;

2.    dat het in de bestaande situatie bijzonder onverstandig is verder op wetenschap en onderwijs te bezuinigen; en

3.    dat voor deze twee beweringen een aantal bijzonder goede feitelijke en principiele argumenten gegeven kunnen worden.

Een aantal van deze argumenten van meer algemene aard staat in de voorgaande sectie, en een viertal volgt hieronder, na de beloofde feitelijke kanttekening:

Voorgaande regeringen hebben geen redelijk gemotiveerd bezuinigingsbeleid op wetenschap en onderwijs gepleegd: Een gedeelte van de bezuinigingen werd zonder andere dan algemeen-economische overwegingen gemotiveerd, en vrijwel alle bezuinigingen werden doorgevoerd zonder voorafgaand redelijk onderzoek naar de konsekwenties ervan.

Wij konkluderen dat voorgaande regeringen niet op redelijke gronden op wetenschappelijk onderzoek en onderwijs bezuinigd hebben, en stellen vast dat de huidige regering dat tot nu toe ook niet doet. Wij geven hieronder een viertal argumenten waarom er niet (verder) bezuinigd behoort te worden op wetenschap en onderwijs.

       A. Omdat Nederland economisch leeft van wetenschap en wetenschappelijk onderwijs: Onze internationale concurrentie-positie is gegrondvest op hooggeschoold personeel en wetenschappelijk/ technische know-how. Alleen door te garanderen dat de toekomstige Nederlandse maatschappij in dit opzicht kan blijven konkurreren met andere hoog-ontwikkelde landen kan gegarandeerd worden dat Nederland welvarend blijft, voorzover mogelijk. Goed wetenschappelijk onderzoek en hoogwaardig wetenschappelijk onderwijs moeten alleen al daarom behouden blijven, en moeten alleen al daarom het laatste zijn waarop bezuinigd wordt.

       B.Omdat wetenschappelijk onderzoek en onderwijs gezien hun cumulatieve karakter sterk aan het verschijnsel van "diminishing returns" lijden kan een kleine bezuiniging grote gevolgen hebben: Tienduizend gulden bezuinigd op een computer of een briljante promotie-kandidaat kunnen over vijf jaar een onoverbrugbare wetenschappelijke, technologische of economische achterstand betekenen (o.a. omdat verstandiger regeringen dan de Nederlandse minder of nuet bezuinigen op wetenschap en onderwijs). En daar komt bij:

       C. Een groot deel van onze cultuur is gebaseerd op wetenschap en goede (voorbereidende) wetenschappelijke opleidingen (zie sectie 1). Een maatschappij kan haar hoge beschavingspeil alleen handhaven door een zo groot mogelijk deel van haar bevolking een zo hoog mogelijke opleiding te geven. En wie op wetenschap bezuinigd pleegt sluipmoord op onze cultuur.

       D. Onze samenleving heeft gebaseerd te zijn op een ideaal dat ook terug te vinden is in de Verklaring van de Rechten van de Mens (deel uitmakend van de Nederlandse wet): Zoveel mogelijk mensen die daartoe gezien hun aanleg en interesse in staat geacht moeten worden behoren de kans te krijgen hoger onderwijs te volgen (zie ook sectie 3).

Wij achten ieder van deze argumenten op zichzelf reeds voldoende sterk en voldoende gebaseerd op de idealen waarop onze maatschappij gegrondvest heet te zijn om te konkluderen dat er niet (verder) bezuinigd moet worden op wetenschap en wetenschappelijk onderwijs. (Maar overigens betekent dit niet dat wij instemmen met de onderwijsakties die de vakbonden de afgelopen weken georganiseerd hebben. Deze akties zouden bewonderenswaardig geweest zijn indien ze het behoud van wetenschap en onderwijs als hoofddoel gehad zouden hebben. Maar financiele eisen van gemiddeld toch al hoogbetaalde en gepriviligieerde onderwijzers kunnen onze bewondering en instemming niet wegdragen - er staan veel belangrijker en wezenlijker dingen op het spel in het onderwijs dan 1.65% salaris.)

3. studenten en bezuinigingen:

De minister schijnt nog steeds van plan te zijn om het huidig studiefinancieringsstelsel af te schaffen en in plaats daarvan aan iedere student fl. 3500,-- jaarlijks te geven en hen verder te dwingen van leningen te leven. Het gevolg daarvan zal zijn dat vrijwel alleen kinderen van rijke ouders zullen kunnen studeren en dat in Nederland in strijd met artikel 26.1 van de Rechten van de Mens gehandeld zal worden ("Hoger onderwijs zal gelijkelijk openstaan voor een ieder, die daartoe de begaafdheid bezit.")

Maar ook de huidige situatie is buitengewoon onrechtvaardig tegenover studenten: Er zijn nu vele honderdduizenden Nederlanders die vrijwel niets behoeven te doen om een sociale uitkering te ontvangen die minimaal het dubbele is van de maximale beurs (de studielening buiten beschouwing gelaten), terwijl studenten tegenwoordig grotendeels een volledige dagtaak hebben met vele verplichtingen, en weinig uitzicht op iets anders dan de bijstand of een betrekking die niet aansluit bij hun studie en hen niet die toekomst garandeert, financieel noch inhoudelijk, waarvoor zij zich vele jaren met hun studie hebben ingezet.

In harde cijfers uitgedrukt is het nu zo dat de gemeenschap jonge Nederlanders die geen baan hebben vrijwel zonder verplichtingen zo'n fl. 12.000,-- per jaar of meer geeft. Dit is geen pleidooi voor het verlagen van de bijstand, of voor het verscherpen van de normen voor toekenning ervan, maar een pleidooi tegen de onrechtvaardigheid van het bestaande studiefinancieringsstelsel. Iedere student behoort een bijstandsuitkering te krijgen, zowel vanuit het oogpunt van sociale rechtvaardigheid als vanuit maatschappelijk

Gebaseerd op de bovenstaande overwegingen willen wij daarom de volgende drie moties aan de UR voorleggen:

Motie I: Gezien de bovengeschetste algemene overwegingen, waaruit volgt dat het bezuinigingsbeleid van de regering t.a.v. wetenschap en onderwijs niet redelijk is, terwijl het bovendien uitgevoerd wordt door mensen waarvan, gezien hun eerdere optreden, verwacht mag worden dat ze, zonder daarin bijgestuurd te worden met zinnige ideeen, niet in staat zullen zijn een redelijk wetenschaps- en onderzoeks-beleid te voeren besluit de UR van de UvA:

De regering, de Tweede Kamer en de landelijke media in kennis te stellen van de genoemde en eventuele verdere argumenten, en zeer dringend te adviseren en op te roepen de bezuinigingen op wetenschappelijk onderzoek en - onderwijs stop te zetten, in ieder geval tot nadat er een goed wetenschappelijk onderzoek heeft plaatsgevonden naar de maatschappelijke, culturele en economische gevolgen van de voorgaande en geplande bezuinigingen.

Toelichting: Wij zijn er i.h.a. geen voorstanders van dat de UvA regeringen onderhoudt over haar morele plichten, en wij zijn er evenmin voorstander van te proberen landelijke politiek te bedrijven in de UR. Maar in de gegeven situatie dienen o.i. Nederlandse wetenschappelijke instellingen de regering er op te wijzen dat het onredelijk en onverantwoord is verregaande bezuinigingen op zoiets essentieels als wetenschap en onderwijs te verrichten zonder dat er goed onderzoek naar de daaruit voortvloeiende maatschappelijke, culturele en economische gevolgen heeft plaatsgevonden. Een soortgelijke opmerking kan t.a.v. de volgende motie gemaakt worden:

Motie II: Gezien de boven geschetste argumenten, waaruit in redelijkheid volgt dat (1) het bestaande studiefinancieringsstelsel, zeker in de bestaande situatie, buitengewoon onrechtvaardig is, terwijl (2) het door de Minister geplande stelsel van studiefinanciering nog onrechtvaardiger is en bovendien in strijd met de Rechten van de Mens en, dus, de Nederlandse wet, terwijl (3) bovendien verwacht mag worden dat zowel het huidige als het geplande studiefinancieringsstelsel aanzienlijke schadelijke maatschappelijke gevolgen zullen hebben, besluit de UR van de UvA:

De regering, de Tweede Kamer en de landelijke media in kennis te stellen van de bovengeschetste en eventuele verdere argumenten, en dringend te adviseren en op te roepen om iedere student een bijstandsuitkering te garanderen en het bestaande studiefinancieringsstelsel op te heffen.

Toelichting: Hoe dit gefinancierd kan worden wordt hieronder uiteengezet, in de laatste sectie waar een geheel nieuw studiefinancieringsstelsel voorgesteld wordt. Afgezien daarvan zijn er natuurlijk aanzienlijke besparingen als gevolg van (i) het opheffen van de studiefinancierinsambtenarij, en (ii) het verdwijnen van de noodzaak voor vele studentenvoorzieningen, die nu wel nodig zijn vanwege de miserable inkomenspositie van vele studenten. En tenslotte zijn dergelijke uitkeringen aan studenten o.i. rechtvaardig, terwijl er op deze manier bovendien nuttig gebruik gemaakt wordt van sociale uitkeringen.

Motie III: Gezien de bovengeschetste argumenten, waaruit volgt dat in de huidige economische situatie "maatschappelijk relevant onderzoek" onderzoek naar vooral economisch bruikbare kennis is, besluit de UR van de UvA:

De in het Y-deel te besteden gelden voor Voorwaardelijke Financiering grotendeels te besteden aan Informatica en Milieukunde en/of andere wetenschappen waarvan vaststaat dat ze resp. economisch en ecologisch van eminent maatschappelijk belang zijn.

Toelichting: 1. Er staat "grotendeels" en niet "uitsluitend". 2. Men kan in het geheel niet aannemelijk maken dat van modieuze onderwerpen als vrouwen- en homo-studies vaststaat dat ze van eminent maatschappelijk belang zijn o.a. omdat zelfs onder de grootste voorstanders van deze studies onenigheid heerst over de inhoud en doelen van deze studies. 3. En wij bestrijden de wenselijkheid van dergelijke studies niet, maar vinden wel dat deze (als poging tot) wetenschap beperkt behoren te blijven tot de faculteit der sociale wetenschappen.


Colofon:

Geschreven in 1982, en uitgereikt aan de UR. Het resultaat was dat enkele UR-leden (zgn. Kroon-leden) mijn hand kwamen schudden met de mededeling "dat nog nooit iemand het zo goed verwoord heeft als u", en inspireerde de Asva mij tot "fascist" te bestempelen, omdat ik zei .... voorstander van objectieve wetenschap te zijn. Zo gaat dat in socialistische kringen.

Een deel van het bovenstaande stuk is wel geciteerd in mijn eerste stuk voor "Spiegeloog", "Hoeren van de Rede".

Ik zou er ook op willen wijzen dat mijn kritiek en voorstellen, na 15 jaar, nog steeds steek houden en zinnig zijn, al is dat laatste een vrijwel zekere garantie voor een Nederlands bestuurder de voorstellen niet uit te voeren, waar ik dan ook niet op reken: ik geloof dat het wetenschappelijk onderwijs in de afgelopen 25 jaar geruÔneerd is, en dat het veel moeite en tijd zal kosten de schade die aangericht is enigszins te repareren, zo dat al zal gebeuren in de komende 25 jaar. (Nee, ik ben niet optimistisch, lezer. Het spijt me voor uw illusies en goede bedoelingen. Mijn redenen voor mijn betrekkelijk pessimisme zijn echter veel te overtuigend pijnlijk - ik voel dag in dag uit, uur in uur uit, in termen van spierpijn samenhangend met M.E. en mijn driejarige gedwongen verblijf in het door het Amsterdams gemeentebestuur beschermde drugshandelaarspand aan het door het Amsterdams gemeentebestuur, bij wijze van illustratie van het cultureel niveau en de menselijkheid van een Van Thijn, gecreeerde zogeheten Johnny Jordaan plein, wat het betekent als een PvdA'er "uit naam van de idealen van de Februaristaking" Amsterdam 12 jaar lang totaal incompetent, zeer corrupt, en volledig verleugend bestuurd, tegen minimaal 350.000 gulden jaarlijks:

       een paradijs voor de drugsmaffia,

       en overigens alleen schijnheilige leugens en valse pretenties bij wijze van beleid;

       een geruineerde binnenstad;

       een gemeentelijke miljoenenschuld;

       een gruwelijke Stopera;

       een totaal verziekt en corrupt politie-apparaat, en

       een corrupt en verziekt ambtelijk apparaat, met vrijwel alleen ambtenaren zonder enige gevoelde of uitgeoefende persoonlijke verantwoordelijkheid of persoonlijke aansprakelijkheid

       een hoofdstedelijke corrupte en incompetente bestuurselite van het meest minderwaardige allooi.

Hier hebben Van Thijn en Etty geregeerd, dus heerst hier nu de Russische en Turkse maffia. "Uit naam van de idealen van de Februaristaking!". "Pikant dat "dus", nietwaar, lezer?"

Helaas: het volk krijgt het bestuur wier leugens en geringe menselijkheid ze niet doorzien, en de mensenwereld kan niet beter zijn dan de menselijke doorsnee.

         Naar Index - Overzicht Bijlages

© Maartens@xs4all.nl