- Verder met ME in Amsterdam


                           - Verder met brief aan CvB v/d UvA


 

                          Aan het CvB van de UvA - 1989
                          177 stellingen en 39 vragen
                          over het verval van onderwijs,
                          wetenschap en cultuur


 

·         Naar Index - Overzicht Bijlages


Amsterdam, 19 maart 1989

Mijnheer Gevers,

Ik bevind mij - zoals altijd met de UvA - in een eigenaardige situatie.

Een deel van die eigenaardigheid wordt verklaard door de volgende overweging:

Tussen 31 augustus en 30 september 1988 heb ik u persoonlijk en vertrouwelijk een groot aantal paginaas van mijn hand gezonden, met daarin een zeer groot aantal, naar ik mag aannemen helder geformuleerde stellingen, die, indien ze ook maar een kern van waarheid bevatten, een zeer grote smet werpen op de UvA, indien ze gepubliceerd worden.

Dat mijn stellingen over de UvA meer dan een kern van waarheid bevatten mag afgeleid worden uit de feiten dat ik over het centrale deel en de aanleiding van die stellingen 3 jaar geprocedeerd heb, uiteraard tegen de UvA; dat ik dat proces gewonnen heb; en dat het vonnis van de rechter een hoeveelheid zeer scherpe kritiek op het CvB bevatte (tegen wie ik in feite procedeerde, en die in feite tegen mij procedeerde).

Antwoord heb ik van u niet gehad. Toen ik u, enkele weken geleden, persoonlijk aansprak beweerde u niet te weten wie ik was. Gezien de inhoud van mijn brieven is dat, op z'n minst gezegd, tamelijk verbazend: Ik heb het over 3 jaar terreur, moorddreiging, en lichamelijk geweld die met instemming en goedkeuring van het CvB bestaande uit de heren Cammelbeeck, Poppe en De Hon tegen mijn ex en mij gevoerd zijn.

Het proces dat ik gevoerd heb betrof deze terreur. De rechter was het met mij eens dat het genoemde CvB daarvoor in hoge mate aansprakelijk en verantwoordelijk was. Het heeft er alle schijn van dat verantwoordelijkheid u alleen aanspreekt als er eer te behalen valt, en niet als er fouten te corrigeren zijn.

U heeft van mij ca 75 paginaas aan u persoonlijk geadresseerde, vertrouwelijke brieven ontvangen. Ondanks uw pretenties in uw oratie beweerde u geen idee te hebben wie ik was, of waarom ik een afspraak met u wilde. En dat terwijl ik u op 25 september o.a. schreef - ik citeer:

" Als het allemaal zo goed en mooi klopt in uw hart en bovenkamer; als u zo geletterd, geleerd en gedreven voor "het Goede" bent, wat weerhoudt u dan mij persoonlijk te antwoorden op mijn persoonlijke brief? Zoudt u de vriendelijkheid en de redelijkheid willen opbrengen om dat snel te doen?

4. Onderhandelen: Ik herhaal het nog maar eens: Ik ben altijd bereid te onderhandelen - ik heb jarenlang onderhandeld met mensen die geweld en bedreigingen tegen mij uitten; en met uw SSh en ex-CvB dat die mensen beschermde. Ik heb de ene uitermate redelijke brief na de andere geschre ven; ik heb tientallen malen verzocht om een onderhoud. Ik heb onderhandeld terwijl het leven van mijn ex en mij op het spel stond, en ik ben nog steeds bereid te onderhandelen.

Dat, namelijk, is de redelijke manier om verschillen van mening en konfliktuerende belangen te regelen: Door argumenten en meningen tegenover elkaar te zetten, en te trachten op rationele gronden tot overeenstemming te komen.

Aan mijn goede wil en bereidheid tot onderhandelen hoeft u dus niet te twijfelen - terwijl ik bijzonder goede, 6 1/2 jaar lang, redenen heb om die goede wil en bereidheid tot onderhandelen bij u te betwijfelen: Uw ex- CvB (en voorgaande) handelden als bijna alle machthebbers - bot, grof, oneerlijk, en leugenachtig. Toont u eens aan, mijnheer Gevers, dat niet alleen uw tong moreel besnaard is. Met de tong is namelijk alles mogelijk, het onmogelijke, het paradoxale, het valse, het pretentieuze, het onechte, en het illusionaire incluis. Met de tong bestaan het paradijs, de hel, "het reeele socialisme", god, "een zinderende stads-universiteit", en alle denkbare illusies. Maar u wordt niet betaald om uw tong te laten waggelen, en middels wat lege lucht de illusies te kittelen, maar om uw verantwoordelijkheden uit te oefenen. Zoudt u mijn brieven willen beantwoorden? Grondig, in dragelijk Nederlands, en met het culturele, wetenschappelijke en filosofische benul, dat u zozeer pretendeert te bezitten?"

Einde citaat. U antwoordde niet.

Een ander deel van die eigenaardigheid wordt veroorzaakt door de eigenaardige positie waarin de UvA mij dwingt:

Mijn ex en ik zijn, terwijl wij beide invalide waren, eerst bijna 3 jaar door een psychoticus en z'n egoistische vriend naar het leven gestaan (letterlijk: Inclusief lichamelijk geweld en moorddreigingen), en toen 3 jaar vervolgd door de UvA omdat wij - zoals de rechter onderschreef - terecht weigerden huur te betalen voor een woning waarin het CvB bevorderde dat dat gebeurde.

Al die tijd heb ik getracht mij hoorbaar te maken bij verantwoordelijke Nederlandse ambtenaren. Tot nu toe is dat niet gelukt. Verantwoordelijke Nederlandse ambtenaren:
- beantwoorden geen brieven
- hebben geen aansprakelijkheid
- kunnen nergens voor verantwoordelijk gesteld worden, en
- zijn in de praktijk volstrekt onkontroleerbaar, en dus ... onverantwoordelijk.

Al die ambtenaren antwoordden niet; deden niets - noch hun plicht, noch hun werk; en waren in de normale menselijke omgang zeer frekwent exceptioneel onbeschoft - zoals alle minne mensjes die teveel macht krijgen, en te weinig gekontroleerd worden.

En dat duurt nu al 10 jaar. Het eigenaardige van die positie is dat ik mijn gelijk wel kan behalen - maar alleen voor een rechtbank, tegen een investering van jaren van m'n leven, zonder dat ik betaald word, en zonder dat dat in een redelijke samenleving, of een werkelijke rechtsstaat, nodig zou zijn.

Recht in Nederland, althans in mijn geval en dat van tienduizenden niet-prominente Nederlanders, blijkt voor een aanzienlijk deel een papieren iets geworden: Je hebt er recht op, maar degene die, op gemeenschapskosten, je de uitoefening van je rechten zouden behoren te garanderen, ontnemen je dat juist.

Zo is het elders ook in de wereld, en zo was het gewoonlijk in de geschiedenis. Ook is het normaal dat individuen (niet: Commissies, actie-groepen etc.) zich verzetten tegen onrecht. En tenslotte is het misschien niet normaal dat filosofen andere dan de in hun omgeving gebruikelijke ideeen hebben, maar in ieder geval niet ongehoord - noch is het ongehoord dat getalenteerde individuen dwars gezeten worden in hun ontwikkeling.

Ik ben zo een indivividu, en ik ben zo'n filosoof. En ik krijg ook weer het normale antwoord van de betrokkenen: De machtshebbers tot wie ik mij richt doen eerst alsof ik niet besta, en daarna doen ze hun best m'n weerstand te breken; degenen die het aan hun pretenties, functie of salaris verplicht zouden moeten zijn mij te helpen doen alsof ik niet besta; degenen tot wie ik m'n kritiek richt - ik antwoord met argumenten, terwijl ik jaren met geweld bestookt en bedreigd ben - antwoorden niet of met irrelevanties of onbeschoftheden (zoals "fascist", "terrorist" of de jij-bak van Verhoeven, de aanhanger van de nazi-filosoof Heidegger, dat "de positie van "doctorandus terroris causa" onbekend is aan de UvA en dat ik, als ik zo intelligent ben, maar naar het buitenland moet - netzoals zwarten, volgens lieden van gelijke begaving en beschaving als Verhoeven, maar terug naar Afrika moeten).

Kortom, het is een bekend verhaal.

Omdat ik geen zin heb in het lege te praten, en omdat een half uur mij wat kort lijkt om het conflict dat ik met de UvA heb op te lossen en bij te leggen, en omdat het kennelijk bijzonder moeilijk voor u is om persoonlijke en vertrouwelijke brieven te beantwoorden volgt hieronder een uittreksel in de vorm van stellingen van de brieven die u in Augustus en September 88 van mij ontvangen hebt.

Als u die stellingen niet - binnen een week, want ik wacht nu al weer 8 maanden op uw antwoord - weerlegt zal ik moeten aannemen dat u daartoe ofwel intellektueel niet in staat bent, ofwel dat u met de betreffende stellingen instemt. Aangezien mijn stellingen relevant en niet alledaags zijn, en evenmin alledaags geformuleerd, mogen we aannemen dat zowel uw instemming als afkeuring op brede belangstelling mogen rekenen.

Hier zijn ze - en nogmaals: Alles is een slechts weinig geredigeerd uittreksel uit brieven die u reeds vele maanden in uw bezit heeft; alles verondersteld voor goed begrip ook de context van die brieven en de daarbij behorende overige stukken die u ontvangen hebt. Antwoorden kan, voor een zo begaafd Pindaros-vertaler als u pretendeert te zijn, toch zo vreselijk moeilijk niet zijn? Of?

 

 

- Verder met brief aan CvB v/d UvA