In de vandaagse NRC staat
een artikel van de hand
van
Sam Harris en
Salman Rushdie over
juffrouw Ali.
Wel... laat ik eens wat
parallelen trekken. Kijkt
en vergelijkt zèlf, zou ik
zeggen,
o Nederlanders!
De achtergrond is de
combinatie van
ME in Amsterdam (10
MB) en
mijn site (bijna 300
MB)
Het
artikel begint zo - en ik
parafraseer per alinea,
opdat u maar goed kunt
vergelijken:
"Terwijl u dit leest
zit Ayaan Hirsi Ali in
een schuilwoning die
door gewapende mannen
wordt bewaakt. Zij is
een van de waardigste,
intelligentste, meest
geëngageerde
voorvechters van de
vrijheid van
meningsuiting en de
gewetensvrijheid van dit
moment, en wordt daarom
in islamitische
gemeenschappen in de
hele wereld veracht. De
feiten van haar
levensloop mogen hier
nog wel een keer worden
herhaald, want die
illustreren hoe slecht
wij in het Westen zijn
toegerust voor de
confrontatie met het
gevaar van het
islamitisch extremisme."
Terwijl u dit leest
ligt
Maarten Maartensz in een
dure huurwoning die niet
wordt bewaakt
pijn te lijden. Hij is een
van de waardigste,
intelligentste, meest
geëngageerde voorvechters
van de
vrijheid van
meningsuiting en
de
gewetensvrijheid van dit
moment, en wordt daarom in
ambtelijke en academische
gemeenschappen in
Amsterdam en Nederland
veracht. De feiten van
zijn levensloop mogen
hier nog wel een keer
worden herhaald, want die
illustreren hoe slecht wij
in het Westen zijn
toegerust voor de
confrontatie met het
gevaar van
politiek correct
totalitairisme,
ambtelijke en
bestuurlijke corruptie
en
drugshandel.
"Hirsi Ali is in 1992
naar Nederland gevlucht
uit Somalië, waar zij
had geweigerd te trouwen
met een man die zij niet
kende. Eenmaal in
Nederland, waar zij zich
schuilhield voor haar
familie, werd zij
schoonmaakster. Maar
deze schoonmaakster
sprak Somalisch,
Arabisch, Amhaars,
Swahili en Engels, en
leerde snel Nederlands,
dus vond ze spoedig werk
als vertaalster voor
andere Somalische
vluchtelingen, van wie
er velen, net als zij
zelf, slachtoffer waren
van de islam. Deze
vrouwen waren aangerand
en verminkt en zij waren
gedwongen tot een leven
van seksuele
onderwerping en
verplicht moederschap."
Maarten Maartensz is in
1977 naar Nederland
geremigreerd uit
Noorwegen, waar hij
bijzonder mooi en prettig
woonde, om in zijn
vaderland filosofie,
psychologie en wiskunde te
studeren. Eenmaal in
Nederland, waar zijn
ouders en grootouders
verzetshelden waren, kreeg
hij geen beurs al leest
hij ca. 10 talen. In 1979
werden zijn ex en hij
allebei ziek aan wat 10
jaar lang
een onverklaarbare ziekte
was, gepaard met
voortdurende uitputting en
spierpijn, maar zij kregen
geen enkele hulp, en
werden overgelaten aan hun
lot, ook toen ze met moord
en doodslag bedreigd
werden door
een psychopathische
terrorist in een
studentenflat. Er was geen
bescherming voor hen in
Amsterdam, want - sprak de
Amsterdamse politie, naar
goede
Amsterdamse
politie-gewoonte sinds
1941 - "wij kom'n pas als
de lijk'n al over de
vloer'n lig'n want alle
Amsterdammers benn'n
klootzakk'n."
"Na een studie aan de
Universiteit Leiden
begon Hirsi Ali in het
openbaar te spreken over
de onderdrukking van de
vrouw binnen de islam.
Spoedig daarop werd zij
door moslims voor het
eerst met de dood
bedreigd. Haar
veiligheidssituatie werd
ten slotte zo kwalijk
dat zij in 2002
verhuisde naar de VS.
Daar werd zij benaderd
door Gerrit Zalm, toen
vicepremier van
Nederland, die haar
aanspoorde zich
kandidaat te stellen
voor het parlement. Toen
Hirsi Ali zich bezorgd
toonde over haar
veiligheid, verzekerde
Zalm haar dat zij
altijd, waar en wanneer
het ook nodig zou zijn,
diplomatieke bescherming
zou krijgen. Met die
toezegging keerde zij
naar Nederland terug,
waar zij een zetel in
het parlement veroverde
en een pleitbezorgster
werd van de vrouw, de
rechtsstaat en de rede."
Tijdens zijn studie aan
de Universiteit van
Amsterdam begon
Maarten Maartensz in het openbaar
te spreken en
te schrijven over het
verval van het het
Nederlandse voorbereidende
en wetenschappelijke
onderwijs. Spoedig daarop
werd hij door vele
links-extremistische
studenten en daarmee
sympathiserende leden van
de wetenschappelijke staf
voor "fascist" en
"terrorist"
gescholden (in variërende
gradaties van onreinheid),
en voor de tweede keer van
de UvA verwijderd "vanwege
[zijn] uitgesproken
gedachten, ondanks de
ernst van [zijn] ziekte",
aldus het CvB van de UvA,
na Maartensz' derde
verwijdering, in 1988,
vlak voor zijn doctoraal
filosofie, en het stellen
van "Vragen".
Toen Maartensz zich
beklaagde over zijn
behandeling werden, op
basis van het hem geheel
gelijkgevende
rechtbanksvonnis tegen
het CvB van de UvA, werden
zijn klachten en brieven
nooit beantwoord, naar
Amsterdams ambtelijk en
bestuurlijk gebruik sinds
vele decennia. Hoewel
Maartensz' gezondheid
geruïneerd was keerde
hij in 1988 terug aan de
UvA als student
psychologie, waar hij
gevraagd werd als
columnist en
pleitbezorger werd van de
wetenschap, de
rechtsstaat en de
rede.
"Het vervolg is
bekend. In 2004 heeft
Hirsi Ali met Theo van
Gogh samengewerkt aan
diens film Submission,
waarin het verband werd
onderzocht tussen het
islamitisch recht en het
lijden van miljoenen
vrouwen onder de islam.
Hierop reageerde de
islamitische gemeenschap
psychopathisch – wat
bevestigde hoe nodig het
werk van Hirsi Ali was.
Van Gogh, die voor
lijfwachten had bedankt,
werd in Amsterdam op
straat neergeschoten en
bijna onthoofd. Een
dreigbrief aan Hirsi Ali
werd met een slagersmes
in zijn borst geprikt."
Het vervolg wordt in
Nederland al meer dan een
dekade systematisch
doodgezwegen. In 1993 is
Maartensz
summa cum laude
afgestudeerd bij
psychologie (alleen 10-en), en in 2002
verzocht prof.dr. Molenaar
de gemeente Amsterdam en
de gemeente-universiteit
van Amsterdam om Maartensz
enige minimale hulp
voor medische kosten te
verstrekken, opdat
Maartensz - volgens
prof.dr. Molenaar, die
Maartensz goed kent, "een
begenadigd mathematisch
logicus" - die in
Amsterdam alleen gekorte
minimale
bijstandsuitkering "geniet"
sinds 1984, te helpen
promoveren op een logisch
en psychologisch onderwerp
bij prof.dr. Molenaar.
Eerder was Maartensz
vergast en vijf keer met
moord bedreigd door
inpandig bij hem met
burgemeesterlijke
vergunning gevestigde
harddrugshandelaren, maar
drie opvolgende colleges
van B&W, alle
gemeenteraadsleden, de
gemeentelijk ombudsman,
de
nationaal ombudsman,
en vele andere
betrokken solidaire
Amsterdamse Nederlandse
bestuurders en ambtenaren
vonden het beter dat
Maartensz
voortdurend pijn leed en
geen enkele hulp kreeg
(afgezien van bedreigingen
met moord door Amsterdamse
bijstands-ambtenaren).
Waarschijnlijk hing een en
ander mede samen met
Maartensz'
vader (een welbekende
politieke terrorist,
daarvoor veroordeeld in
1941 door een Nederlandse
rechtbank, tot
straf in een
campus) en
diens
persoonlijke bekendheid
met drs. Ed van Thijn, de
welbekende verzetsheld.
"Hirsi Ali werd
onmiddellijk gedwongen
onder te duiken. Zij
werd maandenlang van de
ene schuilwoning naar de
andere gebracht, soms
meermalen op een dag.
Uiteindelijk is zij door
de kwestie van haar
veiligheid zelfs uit
Nederland verdreven. Zij
keerde terug naar de
Verenigde Staten, waar
de Nederlandse regering
voor haar bewaking
betaalde, totdat die
regering vorige week
liet weten dat zij Hirsi
Ali buiten Nederland
niet langer zou
beschermen – waarmee zij
aan de hele wereld
rondbazuinde hoe
kwetsbaar Hirsi Ali nu
was."
Vanaf 19991, na
ruim drie jaar terreur en
overlast boven de
Amsterdamse Parel van de
Maffia, en na vergassing
in 1988 die hij en zijn
buurvrouw ternauwernood
overleefden, tot grote
spijt van zijn huisbaas,
van B&W van Amsterdam, en
van de gemeente-politie,
was
de
gezondheid van Maartensz
voorgoed geruïneerd,
en leed hij voortdurend
pijn.
Van 1996 tot 2006 lag
hij voornamelijk uitgeput
en met pijn in bed, zonder
enige hulp, financieel
noch feitelijk, maar
schreef tussen de pijn
door uitgeput aan zijn
zeer vermoeiende
website,
die zo ongunstig afsteekt
bij al het geniaals en
goeds dat
de
Nederlandse Verzetsheldin
Hirsi Ali Nederland
heeft gebracht en
meegedeeld. Sinds 1991 is
Maartensz gedwongen
meermalen op een dag,
iedere dag weer, naar bed
te gaan om enigszins bij
te komen van de uitputting
en de pijn, maar dit is
hem alleen een
voortdurende les gebleken
over de nadelen zich
"grievend en/of
beledigend" uit te laten
over Amsterdamse
bestuurders en ambtenaren.
Hoewel
mr.dr. Job Cohen en
prof.drs. senator Ed van
Thijn graag aan de wereld
zouden willen doen weten
hoe bijzonder
heldhaftig, vastberaden,
barmhartig zij de
belangen, gezondheid en
talenten van Maarten
Maartensz hebben gediend
in de afgelopen 19 jaren,
is het hier helaas tot nu
toe niet van gekomen, al
mag verwacht worden dat
beiden hiervoor een
Nobelprijs verdienen.
"Hirsi Ali is
misschien wel de eerste
vluchteling uit
West-Europa sinds de
Holocaust. Als zodanig
illustreert zij zowel de
kracht als de zwakte van
het Westen, de
voortreffelijkheid van
de open samenleving en
de tomeloze energie van
de tegenstanders van die
samenleving. Zij kent de
opgaven waarvoor wij
staan in onze strijd
tegen de vrouwenhaat en
het fanatisme van de
islamitische wereld, en
zij ondervindt de
gevolgen van ons falen
dagelijks aan den
lijve."
Maarten Maartensz is
ongetwijfeld de eerste en
enige student in Nederland
die
verwijderd is van een
universiteit vanwege
zijn "publiek uitgesproken
gedachten"; hij is
ongetwijfeld de enige mens
in West-Europa die
vergast is door
drugshandelaren sinds
de
Holocaust, die dat (tot
nu toe, althans, heeft
kunnen en durven
navertellen); en - zolang
zijn broer buitenslands
woont - de enige
Nederlander met een zo
doortimmerde achtergrond
van
verzetshelden,
geridderd en wel. In
de geschiedenis van
Maarten Maartensz -
ME in Amsterdam -
illustreert hij zowel
de
kracht als
de zwakte van
het Westen, de
voortreffelijkheid van de
open samenleving en de
tomeloze energie van de
tegenstanders van die
samenleving. Hij kent de
opgaven waarvoor wij staan
in onze strijd tegen het
totalitairisme, de
intolerantie, het
verval van onderwijs en
wetenschap, en
de strijd tegen
terroristen, hij
ondervindt de gevolgen van
ons falen
dagelijks aan den lijve.
"Hirsi Ali heeft, na
op eigen houtje in
luttele jaren de
Verlichting te hebben
doorlopen, centimeter
voor centimeter de weg
onder de loep genomen
die wegvoert uit de
morele en intellectuele
woestenij van de
traditionele islam. Zij
heeft over haar reis
twee verhelderende
boeken geschreven,
waarvan het jongste,
Infidel (Ongelovige),
maandenlang een
internationale
bestseller was. Haar
moed kan nauwelijks hoog
genoeg worden
aangeslagen. Christopher
Caldwell schreef
hierover in de New York
Times: „Voltaire liep
niet met ieder woord dat
hij zei gevaar een
miljard vijanden te
maken, vijanden die
wisten hoe hij eruitzag
en die via internet
bliksemsnel informatie
konden uitwisselen met
mensen die van plan
waren hem te
vermoorden.’’"
Maarten Maartensz heeft
na op eigen houtje
in luttele jaren de
Verlichting te hebben
doorlopen, centimeter
voor centimeter de weg
onder de loep genomen die
wegvoert uit de morele en
intellectuele woestenij
van
de traditionele filosofie.
Hij heeft over zijn reis
vele verhelderende
e-boeken geschreven, want
alleen al de
filosofische en
logische teksten van
zijn hand op zijn site
zijn samen minstens 100
Penguin Classics indien
gedrukt. Buiten
Nederland worden zijn
teksten veel gelezen, en
geldt hij, o.a. aan het
Margaret Thatcher
Instituut en Japanse en
Finse univeriteiten, als
een excellent
Machiavelli en
Leibniz-kenner. Ook is
hij één van Nederlands
grootste kenners van
Multatuli, wiens
Ideën hij heeft
uitgegeven en rijkelijk
becommentarieerd. Zijn
moed kan nauwelijks hoog
genoeg worden aangeslagen,
maar is ongetwijfeld geen
eigen verdienste maar
vooral
genetisch bepaald, net
als zijn
ongebruikelijke
intelligentie.
Maartensz opent zijn site
al 11 jaar met Voltaire's
"If we believe in
atrocities, we shall
commit atrocities", en
heeft de laatste
bedreiging van zijn
heroïne handelende
huisbaas
in 2006 ontvangen per
e-mail, maar prof. mr.dr.
Marius Job Cohen
beantwoordt zijn mails en
brieven niet en nooit
al sinds 2000, omdat
Maartensz zich "grievend
en/of beledigend" zou
hebben uitgelaten (al zegt
geen Nederlands bestuurder
of ambtenaar
ooit wàt dan zo
vreselijk zou zijn, en
waarom hij geen recht op
vrijheid van meningsuiting
zou hebben, in Amsterdam).
"Zoals het er nu
voorstaat is het besluit
van de regering om haar
alleen binnen Nederland
te beschermen werkelijk
de wereld op z’n kop. De
Nederlanders hebben
geklaagd over de kosten
om Hirsi Ali in de VS te
beschermen, maar het is
veel duurder om haar in
Nederland te beschermen,
want daar loopt zij veel
meer risico."
Zoals het er nu
voorstaat is
het besluit van B&W van
Amsterdam en van
het CvB van de
Universiteit van Amsterdam
(en zeer vele
andere aangesproken
Amsterdamse en Nederlandse
bestuurders, ambtenaren en
anderen) om gewoon dóór te
gaan hem niet en nooit te
beantwoorden, in de
kennelijke hoop dat hij
door depressie, pijn en
uitputting alsnog van het
Hilton springt, zoals één
van de grootste
Nederlandse genieën ooit,
werkelijk de wereld op z’n
kop. De Nederlanders
hebben geklaagd over de
kosten om Maartensz'
schade en pijn te
vergoeden, en hem in de
gelegenheid te stellen
Nederland voorgoed te
verlaten, want dat vinden
wereldberoemde humanisten
als prof. mr.dr. Job Cohen
en prof.drs. senator Ed
van Thijn véél te duur, al
loopt Maartensz veel meer risico
in Amsterdam, vanwege zijn
"publiek
geuite gedachten",
hoewel voor 't moment mag
worden aangenomen dat dit
niet Maarrtenz'
Philosophical Dictionary
geldt.
"Dan is er de kwestie
van de gebroken
beloften: Hirsi Ali is
overgehaald om zich
kandidaat te stellen
voor het parlement en om
de zichtbaarste, meest
bedreigde zegsvrouw van
de rechten van de
islamitische vrouw ter
wereld te worden, met
dien verstande dat zij
bescherming zou krijgen
zolang het nodig was.
Zalm heeft, in zijn
hoedanigheid van
vicepremier en minister
van Financiën, haar die
beveiliging zonder
voorbehoud toegezegd. "
Dan is er de kwestie
van de gebroken
mensenrechten,
geruïneerde
gezondheid, immer
voortdurende
pijn, en nooit
gegeven hulp of
ondersteuning aan
Maartensz. Hij meende zich
te mogen en kunnen
beroepen op zijn
burgerlijke,
menselijke en
grondwettelijke
rechten, maar dit is in
Amsterdam te strijdig met
de economisch zo
belangrijke belangen
van harddrugshandelaren en
burgemeesters
gebleken. Maar het is waar
dat de Nederlandse wet, in
hoedanigheid van wet, hem
zijn rechten zonder
voorbehoud
rechtvaardig doet toekomen, en
dat hij door het schenden
daarvan al bijna 20 jaar
voortdurend
pijn lijdt, en
uitgeput is, en geen
enkele hulp krijgt, want
zo gaat dat in het land
van de voorbeeldig
gepensioneerde Karremans.
"Bijzonder schandalig
is dat de Nederlandse
premier, Jan Peter
Balkenende, Hirsi Ali
heeft aangeraden om
eenvoudigweg het land te
verlaten en heeft
geweigerd om haar zelfs
maar een week
bescherming in het
buitenland te bieden,
waarin zij fondsen zou
kunnen werven om haar
beveiliging zelf te
regelen. Is dit een
lafhartige poging om de
plaatselijke
islamitische fanatici te
sussen? Is het een
waarschuwing aan andere
Nederlandse dissidenten
om geen moeilijkheden te
veroorzaken door al te
vrijuit te spreken over
de islam?"
Bijzonder schandalig is
dat de Amsterdamse
burgemeester, Marius Job
Cohen, net als zijn
voorgangers Schelto Patijn
en Ed van Thijn, Maartensz
vele keren hebben
aangeraden, via hun
zegslieden van de
gemeentepolitie en de
advocaten van de
Bestuursdienst, dat
Maartensz maar naar het
buitenland moet oprotten
als hij bescherming wil
hebben bij
moordbedreigingen en
vergassingspogingen van
Amsterdamse
harddrugshandelaren, indien
deze beschermd worden door
B&W (en de
gemeentepolitie), en dat
zij - de politie,
ambtenarij en bestuurders
van de gemeente Amsterdam
- "helemaal niets voor u
doen". Is dit een
lafhartige poging om de
plaatselijke
drugshandelaren of hun
burgemeesterlijke en
ambtelijke beschermers te
helpen? Is het een
waarschuwing aan andere
Nederlandse
dissidenten om geen
moeilijkheden te
veroorzaken door àl te
vrijuit te spreken in
Nederland?
"De Nederlandse
regering dient te
onderkennen dat hier een
schandaal op de loer
ligt en en dient opnieuw
haar verplichting onder
ogen te zien om Hirsi
Ali de toegezegde
beveiliging te bieden."
De Nederlandse regering
dient te onderkennen dat
hier een schandaal op de
loer ligt en en dient
opnieuw haar verplichting
onder ogen te zien om
Maartensz
de gevraagde
schadevergoeding - die
overigens in dezelfde orde
van grootte ligt, of
kleiner is, dan wat sinds
2002 uitgegeven is door de
Nederlandse regering voor
de beveiliging van
de
Heldhaftige Ayaan.
"Niemand verdient
meer dan zij de vrijheid
van meningsuiting en de
gewetensvrijheid die wij
in het Westen
vanzelfsprekend achten,
en niemand staat
moediger dan zij voor
die vrijheden op de
bres."
Niemand verdient meer
dan hij de vrijheid van
meningsuiting en de
gewetensvrijheid die wij
in het Westen
vanzelfsprekend achten, en
niemand staat moediger dan
hij voor die vrijheden op
de bres.
Wel... dat laatste
schenk ik u (mijn vader
was moediger, zelfs dan
Ayaan, si vous me
permettez), en de zo
bijzonder goed
geïnformeerde
deugdhelden
Harris en
Rushdie, maar ik zou
Nederland
óók graag voorgoed
verlaten, met een
ampele schadevergoeding
voor mijn geruïneerde
gezondheid en
mensenrechten.
Mochten de heren klagen
dat ik hun zo nobele
literaire godenspijs ge-
of mis-bruikt zou hebben, dan heb
ik alleen deze vraag: Wilt
u geen goede Britse of
Amerikaanse advocaat
regelen, die - ik ben
doodarm, en doodmoe,
anders dan
Ayaan De Integere - voor
no cure,
no pay en op een
percentage-basis mijn
rechten kan en wil
aankaarten te Straatsburg,
bij het Europese Hof voor
de Rechten van de Mens?
Dank u.
P.S. Volgens een
beveiligings-analyse te
vinden op nrc.nl zijn de
jaarlijkse kosten voor het
beveiligen van Ali ca. 4
miljoen dollar. Maal 5
jaar = 20 miljoen dollar. (Grondwet
Art 1: "Allen die zich
in Nederland bevinden,
worden in gelijke gevallen
gelijk behandeld.")