|
Aan burgemeester Van
Thijn's persoonlijke voorlichtster · Naar Index - Overzicht Bijlages Amsterdam, 3
januari 1990 Geachte mevrouw van Oostveen, Het grootste gedeelte van deze brief is op 3 januari geschreven, maar niet verzonden om redenen die ik hieronder vermeld. Eerst het deel van 3 januari: Voor de goede orde leg ik hiermee schriftelijk vast dat ik u op 2 januari 1990 verzocht heb, en overigens gesteld heb: (1) de heer Van Thijn mee te delen dat ik rond eind januari van dit jaar een onderhoud met hem wens over de verregaande ambtelijke incompetentie en corruptie in Amsterdam, i.h.b. - maar niet alleen - die van de politie; (2) ik meen dat, afgezien van het maatschappelijk belang, ik recht heb op een dergelijk onderhoud omdat ik heb de (o.a) volgende klachten over Amsterdam's gemeentebestuur
(3) Ik in de afgelopen maand 8 uur verbeld heb met zgn. voorlichters van de Gemeente Amsterdam, die allemaal niet in staat zijn c.q. weigeren mij informatie te geven over een door mij niet gewenst standbeeld voor de volkszanger Johnny Jordaan, dat recht voor mijn deur neergezet zou worden, en waarvan ik mateloze overlast verwacht, mede omdat de politie van Amsterdam weigert op te treden tegen geluidsoverlast, bedreigingen etc. Nog in Juli 1989 is mij op het bureau Leidseplein meegedeeld door een agent achter de balie dat "de Amsterdamse politie is er niet om tegen misdrijven op te treden" - een bewering die ik graag in de dagbladpers zie afgedrukt, was het alleen maar omdat ze feitelijk volledig waar is. (4) Dat voor mij, gezien het gebeurde, een principiele moeilijkheid bij het protesteren - het alsnog geldend trachten te maken van mijn, op dat moment al gruwelijk door de ambtenarij verkrachte burgerlijke rechten - het probleem is dat
(5) Dat ik u mondeling een grote hoeveelheid informatie heb gegeven om u te helpen Van Thijn te bewegen tot een onderhoud met mij en, in ieder geval, een bandrecorder, en verder indien noodzakelijk/wense- lijk, advocaten en pers-vertegenwoordigers, en dat ik u o.a. mijn eigen positie als maandelijks columnist van "Spiegeloog", het grootste faculteitsblad van de UvA (oplage 1500) genoemd heb; en de interesse van Martin van Amerongen van de Groene Amsterdammer. Ook had ik u de interesse van Theo van Gogh kunnen noemen die, naar ik aanneem, wel met camera's aanwezig zal willen zijn bij een discussie tussen mij en Van Thijn over het culturele en bestuurlijke verval van Amsterdam. (6) Dat ik op uw - o zo wellevende ! - bewering dat ik Van Thijn zou willen "chanteren" geantwoord heb dat hij uiteraard de vrijheid heeft mijn verzoek te weigeren, zoals ik de vrijheid heb te publiceren wat ik wil over zijn menselijke en bestuurlijke kwaliteiten, maar dat ik, aangezien ik in persoonlijke verantwoordelijkheid en bestuurlijke aansprakelijkheid geloof, hem beleefd de kans biedt mij persoonlijk te spreken voordat ik het publiek laat weten welke menselijke rechten o.a. kinderen en kleinkinderen van Februari-stakers in Amsterdam, in de 80-er jaren van deze eeuw, in feite ... NIET hebben. (7) Dat ik u een aantal van mijn recent gepubliceerde stukken ter hand gesteld heb, die dhr. Van Thijn een indruk kunnen geven hoe zijn portret voor het nageslacht vastgelegd zal worden - als ik niet voor die tijd mysterieus kom te overlijden in een Amsterdamse politiecel, of om het leven gebracht word door onder mij verblijf houdende drugshandelaars; of komt te overlijden door koolmonoxide-vergiftiging; of sterf als gevolg van een schoorsteenbrand; (8) Dat deze stukken, als ik het wel heb, de volgende zijn - ik noem de titels: Indien ik mij mocht vergissen wilt u mij dit wel mededelen? (Ik heb uiteraard veel meer gepubliceerd, maar niet altijd gereed in fotokopie, en dit was maar een haastige greep.) Tenslotte, mevrouw, nog dit. Ik verzoek de heer Van Thijn niet voor mijn plezier om een onderhoud - ik verzoek hem om een onderhoud omdat me dat rechtvaardig lijkt; omdat het wellicht enig werk kan schelen in aan te spannen schadevergoedingsprocedures; en omdat ik meen dat ik een van de weinigen ben die in staat zijn hem effectief aan zijn verantwoordelijkheden en pretenties te herinneren, en meen dat dat maatschappelijk en moreel van belang is, niet alleen voor mij, maar voor alle Amsterdammers, en voor alle Nederlanders. Maar ik verwacht er weinig van - ik heb in Amsterdam geleerd dat wie op het Amsterdams bestuur rekent (als ie er zelf niet van meevreet, tenminste) bitter bedrogen uitkomt, en z'n moeite en naieve goede wil beter voor wat anders kan gebruiken: In Amsterdam zijn de yahoos aan de macht, en verstandige mensen lopen daar met een zeer grote boog omheen. Vervolg 17 maart 1990 Ondertussen hebt u mij meegedeeld dat dhr. Van Thijn niet van zins is mij te ontvangen. D.w.z.: Toen u nog aannam dat ik alleen journalistiek werkzaam was en Van Thijn wilde interviewen was u een en al vriendelijkheid en tegemoetkomendheid; nadat ik u het bovenstaande uiteengezet heb was uw antwoord "dat ik de gewone procedures moest volgen en dat Van Thijn niet met mij spreekt zolang ik mijn werkelijke naam niet opgeef". M.a.w.: Als het om de glorie van de burgemeester gaat dan worden journalisten in de watten gelegd; zodra het om de fundamentele menselijke rechten van Amsterdamse burgers gaat is de burgemeester afwezig. Uw voorwendsel dat ik mijn werkelijke naam niet opgaf was een - bovendien zeer stompzinnige - leugen: Als Van Thijn door Maarten Maartensz geinterviewd kan worden, dan kan ie ook met mij spreken in de kwaliteit van zoon en kleinzoon van mede-organisatoren van de Februari-staking - om mij eens uit te leggen waarom mijn ex en ik 3 jaar lang, in het zicht van de Dokwerker, met moord en marteling bedreigd zijn, lichamelijk aangevallen, en geterroriseerd; waarom de politie (bureau het Y, welbekend van het geval Hans Kok) mijn ex en mij telkens liet weten "pas te kom'n als de lijk'n al over de vloer'n ligg'n"; waarom alle door ons aangesproken gemeente-diensten (naast de politie de GDH en de GPD) ons weigerden te helpen (c.q. ons, zoals de GDH, in krankzinnige processen betrok tegen een huiseigenaar); en wat nu eigenlijk de inhoud van "Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig" is in een stad waar mijn ex en ik - nogmaals, in het zicht van de Dokwerker - jarenlang geterroriseerd zijn, en een groot deel van onze menselijke rechten verkracht zijn. En ik had u meer dan voldoende informatie gegeven om in een handomdraai aan de weet te komen wat mijn werkelijke achternaam is - of zijn er in 1980 (of op enig ander tijdstip) zo ontstellend veel mensen geridderd op het stadhuis van Amsterdam als organisator van de Nationale Verzetstentoonstelling? Nee, het feit is eenvoudig dat u een voorwendsel nodig had om uw baas te beschermen tegen lastige vragen - zeker van iemand als ik. Ik verwachtte overigens nauwelijks anders, want over Van Thijn heb ik evenmin illusies te verliezen als over de zogenaamde rechtsstaat of de zogenaamde democratie waarin ik zou wonen. (Voor dat laatste zie een recent artikel van prof.dr. Oerlemans in de NRC dat nogal wat stof heeft doen opwaaien.) En laten we even dit registeren: De burgemeester van Amsterdam, die al vanaf voor zijn benoeming zich voortdurend beroept op de idealen van de Februari-staking:
- en omdat personen van de menselijke en morele competentie van de burgemeester van Amsterdam, en van de menselijke en morele competentie van de doorsnee Amsterdamse ambtenaar, zich volledig wensen te onttrekken aan enige vorm van effectieve verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid. Hoe het zij, als bijlage treft u stuk van mijn hand dat "Een gedebiliseerde rechtsstaat" heet. Het is geschreven in de laatste week van Februari 1989, en voorzien van een voorwoord en nawoord in Juli 1989. Ik heb geen pogingen aangewend het gepubliceerd te krijgen omdat ik, als gewoon Amsterdams burger (geen PvdA-lid; geen prominente Ajax-fraudeur), noch mijn leven noch mijn gezondheid zeker kan zijn; geen enkel feitelijk recht heb op politie-bescherming tegen personen die mijn leven bedreigen; en omdat zowel mijn leven als mijn gezondheid door de in Amsterdam heersende wantoestanden in belangrijke mate geruineerd zijn, en voortdurend bedreigd worden. Oorspronkelijk had ik dit stuk in het geheel niet willen publiceren, maar mijn moeder heeft het aan anderen ter lezing gegeven. Als u nog steeds te gemakszuchtig bent om mijn achternaam uit uw archieven te zoeken, dan belt u dhr. Teengs Gerritsen te Wassenaar maar - hij heeft een kopie van het origineel, en weet zeer goed wie mijn vader was. In "Een gedebiliseerde rechtsstaat" staat 1 onwaarheid, namelijk dat het stuk ook aan de Anne Frank-Stichting is verzonden. Ik zal dat alsnog doen, met een kopie van deze brief erbij. Ook zal ik dit stuk aan de Stichting 40-45 en een 15-tal verenigingen van voormalige verzets-strijders en voormalige concentratiekamp gevangen opsturen, ook met deze brief als bijlage, zodat men althans weet waarom ik de leugens in de 2e Kamer publiekelijk onweersproken heb gelaten: Omdat mijn leven in Amsterdam jarenlang bedreigd is; de daders nog steeds vrij rond lopen; omdat ik geen enkel recht op politie-bescherming heb; omdat minimaal 8 van mijn menselijke rechten in Amsterdam welbewust geruineerd zijn en worden; omdat Nederland en i.h.b. Amsterdam alleen de jure maar niet de facto een rechtsstaat is (voorzover het normale burgers en geen prominenten betreft). O ja, nog wat. U wilt uw burgemeester wel mededelen dat ik de opmerkelijke vordering t.b.v. Amnesty International die ik op de UvA heb, opmerkelijk zowelinhoudelijk als wat doel betreft, met deze brief ook overdraag op de Gemeente en op Van Thijn persoonlijk, en tevens op de Staat der Nederlanden ? Inlichtingen over die vordering zal het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam - immers vrijwel allemaal partij-kameraden van Van Thijn - u gaarne geven: Men kent zowel mijn naam als mijn pseudoniem. Als u dat doet zoudt u ook mijn brieven aan het CvB d.d. 4 mei 1982 en 30 augustus 1988 op kunnen vragen, want daarin staat zowel mijn vordering als de redenen ervoor nauwkeurig zij het niet volledig omschreven. En een afsluitende opmerking: Zoals ik u ook meegedeeld heb ben ik invalide - ik heb myalgische encephalomyelitis. Totdat mijn gezondheid aanmerkelijk beter is wens ik niet te procederen, maar alleen te documenteren. De afgelopen 10 jaar zijn in Amsterdam mijn gezondheid en mijn maatschappelijk perspectief (en die van mijn eveneens invalide ex); en, wat ik voor mijzelf het meest belangrijk vind, de mogelijkheid om mijn intellectuele talenten te gebruiken vrijwel volledig, en geheel opzettelijk en welbewust geruineerd. Ik wil de mij resterende tijd en gezondheid gebruiken om logika en filosofie te schrijven - en om te documenteren wat er in Amsterdam en Nederland feitelijk aan de hand is, zodat het nageslacht, als er een nageslacht is, althans kan weten hoe Amsterdam en Nederland bestuurd werd tussen 1980 en 1990. Tenslotte - een persoonlijk woord. Ik neem aan dat u deze brief, de bijlage, en mijn persoon "vreemd", "gek" etc. vindt. U heeft daar groot gelijk in, mevrouw - vanuit uw, moreel noch intellectueel begaafde, perspectief. Ik ben, kennelijk, in Nederland, zeer excentriek - net als mijn vader en grootvader. Mijn familie is excentriek genoeg om, in een barbaarse wereld, de menselijkheid in de praktijk te brengen die, bijvoorbeeld, u en uw burgemeester alleen met de mond weten te verhoereren voor eigen belang en groter glorie van een volstrekt corrupt carriere-middel als de PvdA. U en uw socialistische kameraden op het gemeentehuis weten wel beter dan menselijkheid in de praktijk brengen, en zijn maatschappelijk veel minder naief dan mijn familie en ikzelf: De mens - althans uw soort, genus homo burocraticus non sapiens - is geboren om status, macht en geld te verwerven, mevrouw van Oostveen: Om te liegen; te bedriegen; te moorden; te martelen; uit te buiten en uit te vreten - en alles natuurlijk in naam van de hoogste idealen, die altijd de prachtigste excuses voor de smerigste praktijken zijn. Ik voorzie voor u nog een mooie carriere, want u heeft alle noodzakelijke talenten, en een navenant gebrek aan vermogens om u een andere weg op te sturen. Alleen een ding, mevrouw van Oostveen, en dat geldt evenzeer voor u als voor de burgemeester: U noch iemand anders in het Amsterdams bestuur heeft enig recht op frases betreffende "de idealen van de Februari-staking" of op een stadswapen als "Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig". U noch enig Amsterdams bestuurder heeft enig werkelijk begrip wat die idealen inhouden. Ik zeg u, met oneindig veel meer recht om uit naam van de Februari-stakers te spreken dan u of uw burgemeester, dat ieder beroep dat Van Thijn of enig ander huidig Amsterdams bestuurder ooit op de Februari-staking gedaan heeft of doet een schijnheilige en hoerige leugen is, alleen te vergelijken met Torquemada's pretentie christen te zijn, of Ceausescu's pretentie humanist te zijn: Het Amsterdamse stadswapen hoort, gezien de huidige bestuurders, "Hoerig, Hebzuchtig, Huichelachtig" te zijn. Met alle verschuldigde achting, P.S. Voor het menselijk niveau van uw collega-ambtenaren verwijs ik u naar de bijlage. Colofon: Het is mogelijk dat de bijlage ook of alleen als bijlage bij een ander, hier niet gereproduceerd bezwaarschrift is gegaan. Hoe het zij: de lezer(es) kan er zeker van zijn dat mijn bezwaarschriften allemaal persoonlijk afgegeven zijn bij de persoonlijke portier van burgemeester drs. Van Thijn, inclusief redenen waarom Van Thijn daar persoonlijk naar zou behoren te kijken. Is het vreemd dat ik onder deze omstandigheden concludeer dat Van Thijn een dienaar van de belangen van de Amsterdamse drugsmaffia is, en, minimaal, een ambtsmisdadiger? · Naar Index - Overzicht Bijlages © Maartens@xs4all.nl
|