Over
het pleidooi genaamd "In het belang van de
rechtsstaat".
Ik begin bij het begin en zal al doende vrijwel het hele pleidooi citeren.
Het begint zo - en om mijn tekst te scheiden van die van de 19 zal ik de
laatste voortdurend markeren:
Alinea 1 "Het is een onmiskenbaar feit dat de
niet-bee"indiging van de levenslange gevangenisstraf van de Duitse
oorlogsmisdadigers Fischer en Aus der Funten, hierna te noemen "de
twee", in ons land de gemoederen blijft bezighouden. Vastgesteld kan
worden dat in onze samenleving de gevoelens van onbehagen toenemen over de in
veler ogen ontoelaatbare tenuitvoerlegging van een onbegrensde
vrijheidsstraf."
Introducties zijn altijd belangrijk. Laat ik dus beginnen vast te stellen dat
hier twee tamelijk evident irrelevante stellingen geponeerd worden, namelijk
dat "de gemoederen" bezig zijn, en
dat "de gevoelens van onbehagen toenemen in
onze samenleving". Deze beweringen zijn irrelevante
stemmingsmakerij totdat aangetoond is dat:
- de beziggehouden gemoederen relevante kennis hebben over
wat hen bezighoudt (en niet, zoals zo vaak, alleen maar napraten wat de
media hen aanbieden) en d
- dat de beweerd (!) toegenomen "gevoelens van onbehagen" niet alleen
berust op pertinente kennis van de bewogenen, maar ook op de
rechtvaardigheid van de gevoelens van onbehagen.
U vindt dat zo erg niet, lezer? Het doet er misschien niet
toe dat er, bij wijze van introductie "In het
belang van de rechtsstaat" met een beroep op totaal
ongespecificeerde "gemoederen"
volstrekt voorbij gegaan wordt aan twee van de meest fundamentele vragen die
men kan stellen over mensen met meningen: Berusten ze op relevante kennis, en
zijn de geponeerde waarden rechtvaardig?
Daarbij: In een college argumentatie-theorie zou ik u, alleen in deze
eerste alinea, de volgende drogredenen kunnen aantonen:
- Emotioneel en suggestief taalgebruik: "Het is een onmiskenbaar feit"
- Onnodige vaagheid: "de
gemoederen", "gevoelens van
onbehagen"
- Gesundes Volksempfinden: "de
gemoederen", "in ons land"
- Irrelevante argumenten ("red herring"): "de gemoederen"
- Special Pleading: "een
onbegrensde vrijheidsstraf"
- Bijzondere Consideratie: "de
twee"
en u uitleggen dat een dergelijke introductie door al die drogredenen
precies vermijdt de bovengenoemde vragen in overweging te nemen, en dat dat
onmiddellijk de rationaliteit en redelijkheid van de hele discussie
ondermijnt.
U vindt dit overdreven? Tsja, hoe serieus is het gebruik van drogredenen?
Dat hangt er van af, maar er zijn twee algemene pertinente overwegingen:
- Ieder gebruik van drogredenen (om andere dan evident
polemische redenen, zoals sarcasme, ironie, stilistische hyperbolen)
suggereert dat de schrijver(s) ofwel dom ofwel niet ter goeder trouw
zijn.
- Een stuk dat een belangrijk doel dient, en dat serieus
pretendeert te argumenteren, maar in feite vol staat met drogredenen
deugt moreel noch intellektueel: Wie belangrijke doelen serieus
pretendeert te beargumenteren behoort intelligent genoeg te zijn om
drogredenen overwegend te vermijden, en wie dat niet doet bedrijft
opzettelijke misleiding.
En mocht u vinden, lezer - wat er verder ook mag blijken - dat ik wat zwaar
over deze eerste alinea val: Deze alina is de introductie - en niet zomaar
een introductie, maar één van een "pleidooi in
het belang van de rechtsstaat" zodat je dus een heldere,
volledige, en onbevooroordeelde uiteenzetting van doel en motieven van het
stuk mag eisen.
Wat er echter gebeurt is dat een wezenlijk probleem - t.w.: Wat zijn rechtvaardige
straffen voor oorlogsmisdadigers? - vanaf het begin vervalst wordt tot de
totaal ongespecificeerde "gevoelens van
onbehagen" over "een"
(NB!) "onbegrensde vrijheidsstraf"
waarover ongespecificeerde "gemoederen"
ongespecificeerde "gevoelens van onbehagen"
heten te hebben, en waarin de vraag of onbegrensde vrijheidsstraf voor
oorlogsmisdadigers zo onrechtvaardig is zowel hier als in het hele pleidooi
systematisch en opzettelijk wordt vermeden.
Al die bewogen ongespecificeerde gemoederen zijn in een justitiele zaak
toch vnl. niet terzake: Wat geldt zijn de op relevante feitenkennis en
juridische en morele gronden gevelde vonnissen. Maar daarover laten de 19
zich in hun hele pleidooi niet uit. En al die ongespecificeerde bewogen
gemoederen verduisteren bovendien dat de schrijvers kennelijk iets beter
menen te weten dan een hele verzameling terzake kundige rechters, en met hun
pleidooi "In het belang van de rechtsstaat"
wensen te bereiken dat een herhaaldelijk bekrachtigd en zorgvuldig afgewogen
vonnis door een niet-juridische procedure eenvoudig ongedaan wordt gemaakt -
op verzoek van 19 prive'-personen.
Overdrijf ik? Het ging toch om "het belang
van de rechtsstaat"? Maar goed: Ik bespaar u de bespreking van
nog een aantal drogredenen en ga verder.
Alinea 2: "Met grotere of
kleinere tussenpauzen komt dit dan ook steeds weer in de publiciteit. In
talrijke artikelen in dagbladen en perio dieken, in radio- en
tv-uitzendingen, alsmede in ingezonden brieven komt tot uitdrukking dat met
het verstrijken der jaren een groeiend aantal landgenoten tot de overtuiging
is gekomen dat deze straftoepassing be eindigd moet worden."
Ook deze alinea lijdt weer aan een overmaat van drogredenen. Ik noem er
een paar:
"Talrijke" en "een groeiend aantal" behelzen weer de
drogreden van onnodige vaagheid, suggestief taalgebruik, en gesundes
Volksempfinden. Er is tot nu toe niemand genoemd; geen artikel geciteerd;
geen bron vermeld - terwijl dit toch de enige manier is om vast te stellen of
de schrijvers niet overdrijven en of dit "groeiend
aantal" moreel, intellectueel en naar
aantal wel serieus te nemen is.
Tot nu toe is er in deze brief alleen maar gesteld, gesuggereerd en
geïnsinueerd, niet bewezen. Vragen als: Hoe sterk groeiend? Op grond van
welke kennis? Op grond van welke argumenten? Op grond van welke
betrokkenheid? Hoe integer en bekwaam? worden voortdurend vermeden - alles is
tot nu toe alleen stemmingmakerij. Zo ook
Alinea 3: "In de rij
dergenen die openlijk hun principieel-juridische en/of ethische bezwaren
tegen het doen voortleven van de gevangenisstraf van de twee kenbaar maken,
voegen zich steeds meer rechtsgeleerden, publicisten en politici van vrijwel
alle partijen."
Doet dit taalgebruik er niet toe, lezer? Het gaat maar door: Onnodige
vaagheid, suggestief taalgebruik, en nu, kennelijk ter afwisseling, niet meer
gesundes Volksempfinden maar een nieuwe drogreden: Het beroep op
autoriteiten. Het gebeurt echter precies als in advertenties voor
haargroei-middelen: Ongespecificeerde zogenaamd terzake kundigen.
En voordat iemand onder indruk raakt van "steeds
meer" "rechtsgeleerden"
en de 15 akademische titels van de 19 is het nuttig te omschrijven wat men
redelijkerwijs onder een "deskundige"
behoort te verstaan:
Een echte deskundige is ]
- persoonlijk betrouwbaar (d.w.z.: Is als zodanig bekend,
en heeft in dit geval geen belang te liegen of een valse voorstelling te
geven);
- persoonlijk niet onredelijk bevooroordeeld in dit geval;
- heeft dit geval nauwkeurig en gewetensvol onderzocht;
- is aantoonbaar een expert, d.w.z. (i) is met name
genoemd; (ii) heeft zich aantoonbaar bekwaamd in gevallen als deze;
(iii) is ook in dit geval en op dit moment gekwalificeerd; en (iv) heeft
de gebruikelijke ideeen van experts in deze, of citeert de ideeen van experts
in deze die afwijken van de zijne, zo die bestaan.
Dat is een deskundige op een bepaald gebied.
Ongespecificeerde akademische titels, met poeha gepresenteerd als argument,
zijn pure volksverlakkerij, en van hetzelfde intellectuele gehalte als de
ongespecificeerde "talrijke doctoren en wetenschappers" in
advertenties voor haargroei-middelen. En in een zaak als de onderhavige is
het morele gehalte van dit soort drogreden nog een heel stuk kwalijker.
Wat men in deze alinea doet is alleen stemmingsmakerij voor het eigen
standpunt. Bovendien gaat het niet om aantallen maar om argumenten. (Als het
om aantallen zou gaan, lezer, is de zaak heel eenvoudig: De meerderheid der
Nederlanders was tegen vrijlating van de 2.) Alles wat de 19 tot nu toe
beweerd hebben is puur opinie zonder de minste feitelijke onderbouwing: Er
wordt gesteld, maar niet bewezen, want de enige argumenten die de lezer
krijgt zijn tot nu toe zonder uitzondering drogredenen bestaand uit
opzettelijk vaag, suggestief en misleidend taalgebruik. En als u meent dat
dat niet geeft, lezer: Is een dergelijke manier van argumenteren eerlijk? Is
een dergelijke manier van argumenteren "In het
belang van de rechtsstaat"? En mocht het u tot nu toe wel
meevallen: Het wordt steeds erger:
Alinea 4: "Inmiddels heeft
zich ook een duidelijke kentering voorgedaan in de standpuntbepaling van een
aantal prominente personen uit kringen van het voormalig verzet en van
oorlogsslachtoffers. Van hen heeft een aantal zich thans zonder voorbehoud
vóór de vrijlating van de twee uitgesproken; anderen zouden, naar hun zeggen,
"niet meer op de barricaden klimmen" indien de vrijheidsstraf van
de twee zou worden beëindigd."
Nog steeds worden hier alleen vage suggesties gedaan over meningen van
niet met name genoemde "deskundigen".
Het minste wat de schrijvers hier zouden hebben moeten noemen is het aantal
(1 is ook "een aantal") en de
redenen van deze beweerd "prominente personen"
om hun meningen te wijzigen.
En hoe representatief is "een aantal"?
Dat is eenvoudig: "Een aantal" kan
nooit representatief zijn. Bovendien is het vermelden van "promintente personen" zonder specificatie wie
het betreft weer een combinatie van drogredenen: Vaag taalgebruik;
ongerechtvaardigd beroep op autoriteiten; en "begging the question"
(waarom zijn deze "prominente personen"
nu zo deskundig, of waarom is hun mening relevant, of relevanter dan de -
tienduizenden - wie weet soms even of nog meer "prominente
personen" uit dezelfde "kringen"
die al vele jaren en met vele argumenten betoogd hebben tegen vrijlating te
zijn?).
En hoe relevant is de frase "zonder
voorbehoud" als er tienduizenden mensen "zonder
voorbehoud" tegen vrijlating zijn, en misschien ook tienduizenden mensen
voor vrijlating maar niet "zonder voorbehoud"?
Die frase is puur rhetoriek.
Daarbij: Ik vind het cynisch om het gebrek aan barricade-beklimmingsdrift
bij toch al door hun oorlogservaringen gemangelde 70- en 80-jarigen als een
argument te beschouwen om de hand te lichten met een vele malen bekrachtigd
vonnis van 2 oorlogsmisdadigers. En als het niet cynisch en bot is, dan is
het gewoon dom of onbeschoft. Vindt u dat misschien overdreven lezer? U denkt
misschien dat 15 akademische titels een garantie zouden vormen tegen
menselijke tekorten? Dan zal ik het u uitleggen:
Het is dom of onbeschoft, als het niet cynisch en bot is - voor wie iets
van concentratiekamp-slachtoffers weet, en niet geheel zonder hart is - omdat
het vaak ernstig invalide oude mensen betreft die niet telkens opnieuw
gedwongen willen worden tot het aangaan van voor hen bijzonder pijnlijke
argumentaties, die bovendien hun integriteit en en karakter aantast, zoals
dit pleidooi van de 19 ook doet. Kijk maar, lezer, bijvoorbeeld zo:
Alinea 5: "Velen in deze
kring betreuren het nog steeds dat de twee, door de omzetting van de hun
aanvankelijk opgelegde doodstraffen in levenslange gevangenisstraffen, aan
hun terechtstelling zijn ontkomen. Doch nu deze omzetting een feit is, wint
de overtuiging veld dat de doorgaande tenuit voerlegging van een tot het uur
van de dood opgelegde gevangenisstraf een smet werpt op de geloofwaardigheid
van Nederland, dat zich ook internat ionaal graag als voorvechter van de
mensenrechten laat kennen."
Dat "velen in deze kring" (net
nog "kringen": Bemerk de gewetensvolle
nauwkeurigheid en eerlijkheid van de 19: De ene drogreden is nauwelijks
gepasseerd of de volgende arriveert: Tot nu toe is geen zin geregistreerd
waarin drogredenen niet de argumenten vormden) het "betreuren" dat het de 2 "aan hun terechtstelling zijn ontkomen" (lees:
dat het over hen gevelde doodsvonnis niet
uitgevoerd werd) is, in deze context, een onbehoorlijke insinuatie, 1. omdat
"velen in deze kring" later in dit
pleidooi, o.g.v. meningen als die hier aan hen toegeschreven worden, als tegenstanders
van de rechtsstaat
worden afgeschilderd, en 2. omdat er geïnsinueerd wordt dat "velen in deze kring" niet alleen tegenstanders
van de rechtsstaat zijn, maar ook ongerechtvaardigd wraakzuchtig.
Voor de goede orde: Ik ontken niet dat "velen
in deze kring" vinden wat hen hier wordt toegeschreven. Ik meen
echter dat zij het recht hebben dat te vinden; dat zij daarom bepaald geen
tegenstanders van de rechtsstaat zijn; dat de hele vraag of een overlevende
van een KZ ja dan nee wraakgevoelens "mag"
hebben onbehoorlijk schijnheilig is (welk mens heeft geen wraakgevoelens?
"Late hij die zonder zonde is de eerste steen
werpen") en dat wie deze stellingen wil weerleggen met betere
argumenten moet komen dan de verzameling drogredenen van de 19.
Het is, temidden van deze baaierd van valse, oneerlijke en domme
argumenten bovendien terzake op te merken dat de 2 niet zozeer zijn "ontkomen" als wel, precies gezegd,
strafvermindering hebben gekregen, en dat er geen sprake is van normale
misdadigers maar 1. van veroordeelden in de in Nederland (en vrijwel de hele
wereld) unieke positie veroordeeld te zijn voor aktieve en bewuste deelname
aan genocide: De veroordeelden zijn mede-schuldig en direkt verantwoordelijk
voor de dood van vele tienduizenden Nederlanders en 2. dat zowel de vonnissen
als de strafverminderin die - o'o'k "In het belang van de
rechtsstaat" - over hen uitgesproken zijn, A. juridisch gezien
zorgvuldig waren, en in overeenkomst met humanitaire opvattingen (waar zowel
de vonnissen als de gratie ook grotendeels uit voortvloeiden), en B. dat de
strafuitvoering, zowel naar geldende als naar historische praktijken,
bijzonder mild geacht mag worden - ongeacht wat "vele"
ongespecificeerde in ongespecificeerde Nederlandse "kringen" daar
persoonlijk verder van mogen vinden. Maar terug naar het pleidooi.
Dat er sprake was van welbewust bedrog in de eerste zin van alinea 5 kan
aan de tweede gezien worden: De genoemde "omzetting"
was strafvermindering wat, net als de frase
"de overtuiging wint veld" de
drogreden van onnodig vaag taalgebruik inhoudt (bij wie? waarom? in welke
mate?).
Bovendien is de gedachtengang die uitgedrukt wordt ridicuul: Wat er
inhoudelijk staat is dat nu de 2 oorlogsmisdadigers strafvermindering
gekregen hebben dit een reden vormt om ze ... vrij te laten. Immers, wat
anders kan de zin zijn van "Doch nu deze
omzetting" (lees: strafvermindering) "een feit is"?
Volgens de 19 heeft iemand aan wie je een vinger geeft recht op je hele hand
- tenminste, als die iemand een oorlogsmisdadiger is.
En dan komen we nu eindelijk bij wat in feite het eerste argument in dit
voze pleidooi is: De door de 19 beweerde smet op Neerland's blazoen, en de
Nederlandse geloofwaardigheid in het buitenland als moralist ("een smet werpt op de geloofwaardigheid van Nederland, dat
zich ook internationaal graag als voorvechter van de mensenrechten laat
kennen.")
Dit argument is een achterlijk argument, om een groot aantal redenen
waarvan ik er hier maar een deel zal noemen (als ik u mocht vervelen: Het
gaat om "de rechtsstaat" - volgens de 19 drogredenerende stellers
van dit pleidooi). Ik tel tot 7:
- Het is een puur ongemotiveerde stelling: Het pleidooi
begon met een stel volstrekt gratuite, opzettelijk vaag gehouden
beweringen over een veranderd klimaat van opinie in Nederland. Waar zijn
de "vele" "rechtsgeleerden" uit "kringen" (in het buitenland, wel te
verstaan) die hun twijfel uitgesproken hebben aan "de geloofwaardigheid van Nederland" (wat
dat ook moge wezen)?
- Bovendien: Bij wie in het buitenland wordt die "smet" dan gezien? In "kringen" van Bildzeitung en de Westduitse
neo-nazi's? NB: Wat de 19 hier stellen is pure emotionele rhetoriek,
appelerend aan Nederlandse eigendunk en zelfingenomenheid. Nederland is
in het buitenland ongeveer even bekend als "het buitenland" in Nederland: Hooguit zeer
oppervlakkig en van horen zeggen.
- Daarbij: Hoe wordt die "smet"
dan geworpen? Was die bijzondere rechtspleging dan zo onmenselijk? Zijn
de 2 gemarteld? Zitten ze in een strafkamp? Nee: Ze zijn vele jaren lang
goed verzorgd, met als enige beperking hun bewegingsvrijheid. In 65
landen is het tegenwoordig normaal om bij politie-verhoren gemarteld te
worden; staatssecratis Korte-Ten Hemel laat politieke vluchtelingen -
zeker ook "In het belang van de
rechtsstaat" - zonder vorm van proces terugzenden naar
politie-staten met martelkelders, maar de 19 heb ik daar "In het belang van de rechtsstaat" nooit
over gehoord.
- En wie werpt die "smet"?
Gezien de onbekendheid van Nederland in het buitenland toch in de eerste
plaats deze 19 "prominente"
hielenlikkers van het gesunde Volksempfinden en ongespecificeerde
autoriteiten?
- Trouwens: Sinds wanneer zijn landen "geloofwaardig"? Het zijn toch vnl.
ronkende leeghoofden als Van den Broek en mede-pleidooihouder Van der
Stoel die graag "geloofwaardig"
over willen komen "in het buitenland",
en die kennelijk zo dom zijn dat ze drogredenen als "Zeggen jullie
maar niks over .... (vul maar in: Apartheid, concentratie-kampen in de
S.U., genocide in Cambodja) zolang jullie die 2 arme, arme Duitsers niet
vrijgelaten heb ben" niet kunnen weerleggen? Aangezien deze
personen klaarblijkelijk wel zo dom zijn, zal ik hier kort aangeven waar
het aan schort in dit argument: Het is een ad hominem (op de man i.p.v.
het onderwerp gerichte) relevantie-fout (die de de kwestie onrechtmatig
verlegt) en tegelijk een tu quoque drogreden (jij-bak). Het is een
debiele drogredenering - maar in Nederland krijg je met dit soort
achterlijkheden de 2e kamer plat, want precies deze bêtises waren voor
vele volksvertegenwoordigers doorslaggevend.
- Vervolgens, wat Nederland als "voorvechter van de mensenrechten"
betreft: Een land dat 2 d.m.v. een zorgvuldige rechtspleging
veroordeelde oorlogsmisdadigers vrij laat op grond van drogredenen,
opinies van niet terzake kundigen, schijnheilig geronk van regerings- en
2e kamerleden, en een totaal onjuridische procedure is niet alleen niet
geloofwaardig als "voorvechter van de
mensenrechten", maar ook niet als "rechtsstaat".
- En tenslotte, wat deze argumenten betreft: De 19, met
hun beroep op "de geloofwaardigheid van
Nederland" in het buitenland, menen kennelijk dat de eigen
Nederlandse wetgeving; de eigen Nederlandse opvattingen over recht en
rechtspleging; en de Nederlandse opvattingen over oorlogsmisdaden een
soort achterlijke Nederlandse eigenaardigheid vormen die - vanwege
andere opvattingen in het buitenland, bijv. in Duitsland - opzij gezet
moeten worden. Maar wat is de zin nu eigenlijk van een nationale
Nederlandse staat als de Nederlandse wetgeving ondergeschikt gemaakt
moet worden aan wat - bovendien totaal ongespecificeerde - figuren in
het buitenland daarover menen? Warum behaupten die 19 nicht gleich dasz
es besser wãre dasz die Niederlãnden sich aufheben und weiter leben als
Teil Deutschlands?
Ik heb tot 7 geteld, en maak even een tussenbalans op:
- Liever dan de feiten bij de naam te noemen versluieren
de 19 ze;
- liever dan meningen toe te schrijven aan aanspreekbare
of bekende personen suggereren ze;
- liever dan oorlogsslachtoffers hun eigenwaarde en eigen
opvatting betreffende recht en onrecht te laten insinueren ze
- en ook dit is een bekende drogreden: De zwart/wit drogreden dat wie niet
voor ons is tegen ons is - dat oorlogsslachtoffers die tegen vrijlating van
2, na een zorgvuldig proces, veroordeelde oorlogsmisdadigers zijn, tegenstanders
van "de rechtsstaat" zijn; en
liever dan rationeel te argumenteren gebruiken de 19 drogredenen, insinuaties
en kwalijke rhetorische kul - "In het belang
van de rechtsstaat", voor wie dom genoeg is om het te slikken,
zoals de Nederlandse volksvertegenwoordiging.
Denkt u nog steeds dat ik overdrijf, lezer? Weerleg me - "In het belang van de rechtsstaat." Ondertussen
gaan we verder met het volgende stijlbloempje.
Alinea 6: "Hierbij zij
benadrukt, dat een zodanige overtuiging niets van doen behoeft te hebben met
een in de loop der jaren toegenomen ver- gevingsgezindheid, dan wel met
gevoelens van mededogen of barmhartigheid."
Het verband tussen deze alinea en de voorgaande is bepaald niet evident. Wat
de 19 echter inhoudelijk stellen komt kennelijk neer op: 'Al wenden wij 19
drogredenaars voor dat "het buitenland"
zich voortdurend afvraagt hoe wij 2 oorlogsmisdadigers gevangen kunnen houden
en toch vóór de mensenrechten kunnen zijn (zie punt 5 in alinea 5) - onze
bezorgdheid over wat men van ons denkt betekent niet dat wij 19 drogredenaars
vergevingsgezind, barmhartig of mededogend zijn. O nee, wat ons motiveert is
puur internationale behaagzucht.' Waarvan akte.
Alina 7 t/m 9: Deze citeer ik hier niet.
De reden om u deze te onthouden zijn simpel: Het betreft ca. 1/5e van de
totale tekst van de brief; het bestaat uit samenvattingen van wat de
bijzondere rechtspleging verricht heeft; en het is pure volksverlakkerij, om
een behoorlijk aantal redenen waarvan ik er hier drie zal noemen:
1. Er wordt op geen enkele manier aannemelijk gemaakt (behoudens door de
drogredenen van valse analogie en suggestief taalgebruik) dat de opgevoerde
vonnissen en gratieringen in dit geval relevant zijn. (En m.i. zijn de feiten
die de 19 aanhalen dat overwegend niet.) Belangrijker is:
2. De hele opsomming lijkt maar e'e'n doel te dienen: Het bijzondere
karakter van de bijzondere rechtspleging teontkennen. De 19 refereren,
daaraan dan ook maar e'e'n keer, en dan tussen haakjes: "(bijzonder)". Wat was er bijzonder aan die
bijzondere rechtspleging? Nu, het was op minstens 4 manieren bijzonder:
Juridisch omdat het vergrijpen betrof waartegen op het moment dat ze gepleegd
waren geen wetgeving bestond; ethisch omdat het vergrijpen betrof van een
geheel andere aard dan vergrijpen van niet-oorlogsmisdadigers, zowel wat
aantallen moorden als gruwelijkheid en motieven betreft; crimineel door een
combinatie van beide voorgaande punten: Zelden zijn mensen voor dergelijke
vergrijpen berecht door een rechtbank: gewoonlijk zijn oorlogsmisdadigers of
niet berecht of zonder rechtspleging terecht gesteld; en sociaal omdat het
niet misdaden gericht tegen individuele personen maar tegen de mensheid
betreft, waartegen iedere maatschappij, en ieder individu, beschermd behoort
te worden.
3. Er wordt systematisch verduisterd dat de 2 gevangen zaten niet om een
of ander uit drogredenen gecomponeerde aanslag op de rechtsstaat uit naam van
19 zogenaamd "prominente" personen,
maar
- op grond van vonnissen geveld door terzake kundige
rechters (zich o.a. welbewust van het in (2) gestelde)
- dat die vonnissen geveld zijn na een nauwkeurig
onderzoek van de relevante feiten (en niet door wat schijnheilig geronk
over de "smet" waaraan Neder
land in "het buitenland" zou
lijden)
- dat er reeds een keer gratie is verleend aan de 2
- dat er over eerdere verdergaande gratie-verzoeken een
relevante, zorgvuldige beredeneerde, afwijzende uitspraak van de Hoge
Raad is.
Wat de 19 niet zeggen, maar wel zouden moeten zeggen, is
ofwel "Alle rechters die zich eerder met de zaak bezig gehouden hebben
waren onbekwaam (en hadden meer rekening moeten houden met wat
"men" in "het" buitenland wel niet van Nederland zou
kunnen denken)" ofwel "Vonnissen van rechtbanken doen er niet toe
in Nederland: Met een briefje naar de minister - bijv. van 19
"prominente personen" - behoren gevelde vonnissen in "de
Nederlandse rechtsstaat" over om 't even wie, van frauderende
staatssecretarissen tot oorlogsmisdadigers, ongedaan gemaakt te kunnen worden
(want wij Nederlanders hechten vooral aan wat "men" ervan vindt, en
niet of een vonnis rechtvaardig of een mening rationeel en feitelijk
onderbouwd is)".
Het wordt nog erger, lezer.
Alinea 10: "De twee
verblijven thans 43 jaar in gevangenschap: 6 jaar in voorlopige hechtenis en
37 jaar als levenslang gestraften. Zij hebben zeer zware oorlogsmisdrijven
begaan. Maar dat kan op zichzelf de voortzetting van de strafexecutie niet
meer rechtvaardigen."
Het spijt me, maar dit is dom gehuichel (d.w.z. het soort taalgebruik waar
de minister van Justitie dol op is: Hij noemt het pleidooi van de 19 nl.
"een voornaam betoog"). NB de 19
zijn geen naieve MAVO'rs: Men kan 15 academische titels tellen, en zonder
twijfel delen de 19 samen wel een pond koninklijke onderscheidingen en andere
eretekenen.
In de eerste plaats dan. De 2 zitten niet vast door een blind toeval of
doordat een of andere dictator dat zo beschikt heeft (zoals de 2 wel, in
opdracht van een dictator, meer dan honderdduizend mensen hielpen vermoorden
om geen andere reden dan hun veronderstelde "ras" of hun meningen)
maar omdat ze, na een zorgvuldige afweging, door een terzake kundige
rechtbank, veroordeeld zijn.
In de tweede plaats: De rechtvaardiging van dat vonnis is niet wat een
ongespecificeerd zooitje "landgenoten" daar wel of niet van mag
vinden, maar (1) de misdaden die ze gepleegd hebben, en (2) de overwegingen
die in hun vonnis gegeven zijn. Wat de 19 behoren te doen, als ze dan zo
stellig overtuigd zijn van de onrechtmatigheid van die vonnissen (quod non:
Wat de 19 beweegt is, naar hun eigen zeggen, wat vele Nederlanders - vooral
in de oorlog - beweegt en bewoog: "Wat de buren
er wel niet van zouden kunnen denken", een argument waarop ik
onder alinea 5 al ben ingegaan) is het aantonen (niet: beweren met een beroep
op ongespecificeerde "velen") dat
die vonnissen ofwel feitelijk onjuist onderbouwd zijn ofwel onrechtvaardig
zijn.
In de derde plaats: Wat is rechtvaardigheid? Volgens de 19 is het
kennelijk iets dat je in een briefje vol drogredenen kunt duidelijk maken.
Volgens mij is het een moeilijke vraag. Hoe het zij: Het argument "Zij
hebben misdaden gepleegd. Zij zijn lang gestraft. "Dus" is
voortzetting van hun straf niet meer te rechtvaardigen." is een totaal
ridicuul non sequitur en gaat weer opzettelijk voorbij aan de motivatie in de
vonnissen van de 2 om hen zolang te straffen.
En in de vierde plaats: Hoewel ik hier niet dogmatisch wil uitmaken
(anders dan de 19) wat rechtvaardigheid is, zit er in ieder geval een
universeel onderkend aspect aan dat de 19 door hun drogredenen en ellenlange
opsomming van irrelevante andere vonnissen, onder het tapijt trachten te
vegen. Dat aspect is dat van de evenredigheid, dat in de strafwetgeving o.a.
vorm krijgt door voor kleine vergrijpen een geringere straf op te leggen dan
voor grote vergrijpen. Welnu: Als je iemand die één moord pleegt (Ferdi H.
bijv.) tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld, of als je mensen die je
gestoord acht levenslang TBR geeft, hoe zit het dan met de evenredigheid tussen
hun vonnissen en dat van personen die, welbewust, meer dan honderdduizend
mensen hebben helpen vermoorden? Is 43 jaar dan teveel? Of hoe trek je de
grens? De 19 bediscussieren die vraag liever niet - kennelijk omdat
"men" in "het" buitenland dat liever niet wil.
Alinea 11: "In alle landen
om ons heen waren er in de door de Duitsers bezette gebieden
oorlogsmisdadigers van dezelfde soort of erger. Nederland is het enige land
ter wereld dat nog, sinds 1945, onafgebroken oorlogsmisdadigers gevangen
houdt. De twee zijn sinds de dood van Rudolf Hess de enige Duitse
oorlogsmisdadigers op wie sedert de capitulatie van het Derde Rijk
onafgebroken gevangenisstraf wordt uitgevoerd."
Dit is opzettelijk misleidend. In de eerste plaats: In Duitsland - toch een
land dat o.a. "om ons heen" mag
heten - waren en zijn er vele oorlogsmisdadigers die nooit berecht zijn, en
dat niet uit een of andere kwasi-humanitaire opstelling van de Duitse
regering, maar omdat ze beschermd werden door nooit uit hun functie gezette
mede-oorlogsmisdadigers. Dat is één deel van de verklaring van het door de 19
gestelde feit. Vervolgens: Zoveel oorlogsmisdadigers zijn er in Europa niet
over om te vervolgen, noch zijn er veel vervolgd in "alle landen om ons heen": Een groot deel is
uitgeweken naar Zuid-Amerika, en tot in de 60-er jaren werden er nauwelijks
oorlogsmisdadigers berecht (met uitzondering van het proces te Neurenberg).
Dat is o.a. veranderd door Simon Wiesenthal's optreden en argumenten ("Die Mõrder sind unter uns" - maar volgens de 19
hoort dat ook, "In het belang van de rechtsstaat, begrijpt u, juffrouw
Laps").
En tenslotte: Hoewel het de opzet is van de 19 om de Nederlanders een
gevoel van schaamte of schuld te bezorgen over die 43 jaar, kan het ook
omgekeerd begrepen worden: Het feit dat in Nederland 43 jaar lang
oorlogsmisdadigers hebben vastgezeten toont - nee: toonde - het morele en
juridische besef van "Nederland"
aan. In Argentinie" mochten de ex-SS'rs de politie onderwijzen in de
martelkunde; in Duitsland werden oorlogsmisdadigers niet vervolgd ("Wir haben es nicht gewusst"); maar in Nederland
werden ze, na een behoorlijke rechtsgang, met een uitgebreid gemotiveerd
vonnis, geveld door ter zake kundige, onafhankelijke, en ter goeder trouw
zijnde rechters, levenslang, maar overigens op humane wijze, opgesloten en
goed verzorgd.
Is dat zo onrechtvaardig? Tast dat de grondslagen van "de rechtsstaat" aan?Het lijkt mij niet, maar
de 19 menen van wel:
Alinea 12: "Nederland, een
democratisch deelgenoot in de gemeenschap der moderne staten, kan zich naar
de mening van de ondergetekenden niet meer veroorloven daarmede voort te
gaan."
Wie in Nederland een ronkende, huichelachtige en betekenisloze
cliche'-vervoeging uitstoot als "een
democratisch deelgenoot in de gemeenschap der moderne staten"
(democratisch? deelgenoot? gemeenschap? moderne staten? (als Navo-bondgenoot
en EEG-kandidaat Turkije misschien, waar voortdurend gemarteld wordt door de
politie?)) kan zich verheugen op de onmiddellijke instemming van het gros der
kamerleden, wat de mening ook moge zijn die op dit, bovendien totaal
irrelevante, gehuichel volgt.
Maar dit daargelaten staat in deze alinea niets dan een ronkend ingeleide
mening zonder enig argument, en zijn tot nu toe geen andere argumenten
gegeven dan 1. men zou het "internationaal" niet leuk vinden dat de
2 gevangen blijven zitten, en 2. andere oorlogsmisdadigers en levenslang
gestraften (met NB andere vonnissen, veroordeeld voor andere vergrijpen) zijn
ofwel vrijgelaten ofwel zijn (in "het"
buitenland alweer) anders behandeld dan hier.
Daarbij: Er is geen enkele afweging van rechtvaardigheid (alleen een botte
bewering gebaseerd op een non sequitur in de voorgaande alinea); er is
uberhaupt geen afweging van argumenten, van voor en tegens; er is geen enkele
kiesheid voor noch begrip van de gevoelens en standpunten van direkt
betrokken oorlogsslachtoffers - het is, kortom, allemaal botte, lage en
bovendien slecht geschreven demagogie en drogredenering. En uiteraard is
alles (volgens de 19) "In het belang van de
rechtsstaat". We houden dus nog even vol - er volgen nu waarempel
zelfs enige argumenten:
Alinea 13: In tenminste drie
opzichten verscherpt een verdere voortzetting van deze strafexecutie
verschillen in rechtstoepassing die naar Nederlandse rechtsopvattingen
bedenkelijk zijn:
- Levenslang veroordeelden
worden gewoonlijk, als zij niet voor anderen gevaarlijk zijn, na 13 tot
15 jaar losgelaten; de straf van de twee duurt nu al 22 jaar langer.
- De 5 oorspronkelijk ter dood
veroordeelde Duitsers, die in 1959 en 1960 het land zijn uitgezet,
hebben 15 jaar gevangen gezeten; de twee thans 43 jaar.
De 101 oorspronkelijk ter dood
veroordeelde en later in vrijheid gestelde Nederlanders verbleven maximaal 19
jaar in gevangenschap; deze twee Duitsers nu reeds 43 jaar.
Hierin worden de beweringen die ik u boven bespaard heb toen ik alinea 7 t/m
9 niet citeerde nog eens samengevat en tevens voor de 3e keer vermeld dat de
2 43 jaar gezeten hebben. Wat zijn deze argumenten waard? Weinig of niets:
De termen "naar Nederlandse
rechtsopvattingen" en "bedenkelijk"
zijn drogredenen: De eerste "begs the question":
De 2 zijn veroordeeld naar Neder landse rechtsopvattingen, en als de 19 het
daarmee niet eens zijn dan liegen ze wanneer ze hun persoonlijke standpunt
uitroepen tot geldende rechtsopvattingen. En de tweede is emotioneel en
insinuerend taalgebruik: Aan "bedenkelijke"
zaken zit immers een immoreel luchtje, en dat is precies wat de 19 u , niet
eerlijk en open, maar middels insinuatie, wensen wijs te maken.
Vervolgens worden er twee redenen gegeven: .
- anderen levenslang veroordeelden zitten niet levenslang
- sommige ter dood veroordeelde oorlogsmisdadigers hebben
niet langer dan 15 jaar gezeten en zijn vrijgelaten.
Deze redenen zijn irrelevant en bewust misleidend:
Andere levenslang veroordeelden, die veroordeeld zijn voor andere
vergrijpen dan misdaden tegen de mensheid, zijn volstrekt niet terzake, en
het aanvoeren dat ze dat wel zouden zijn is bewuste misleiding: Het geldt
bijzondere misdaden; bijzondere rechtspleging; en bijzondere misdadigers. En
andere vonnissen tegen andere oorlogsmisdadigers kunnen alleen als relevant
beschouwd worden als die vonnissen - immers de redenen waarom ze verooordeeld
werden - expliciet vergeleken worden met de vonnissen van de 2.
En opnieuw: Wat is rechtvaardigheid? Welke evenredigheid moet er zijn
tussen misdaad en straf? Mag iemand die meegeholpen heeft meer dan 100.000
Nederlanders weloverwogen, en over een periode van jaren, te vermoorden, vaak
op de meest afgrijselijke manieren, niet harder gestraft worden dan iemand
die 1 moord begaan heeft?
Zijn er dan geen principiële verschillen tussen misdaden tegen de mensheid
en gewone misdaden, tussen enerzijds weloverwogen en systematische moord op meer
dan honderdduizend onschuldigen en anderzijds iemand die één moord pleegt?
Volgens de 19 niet - anders immers zouden ze gewone misdadigers niet
gelijkstellen aan oorlogsmisdadigers, zoals ze wel doen. Kijk maar:
Alinea 14: "Deze verschillen
in rechtstoepassing achten de ondergetekenden in een rechtsstaat
onduldbaar."
"Onduldbaar"? Het is mogelijk, als
de 19 eerlijke en rationele mensen geweest zouden zijn, dat ze "deze
verschillen" problematisch zouden achten. Maar wie ze "onduldbaar" "acht" liegt: Waar waren
al deze deugdhelden bij de vele onrechtvaardige handelingen binnen en buiten
de rechtspleging in "onze rechtsstaat"?
Waarom voelen ze zich geroepen om de rechtsstaat te toetsen, niet aan haar
vreemdelingen-beleid, niet aan haar discriminatie van allochtone inwoners,
niet aan juridisch totaal verontrechte psychiatrische patie"nten, niet
aan liegende staatssecretarissen en ministers, niet aan incompetente
regeerders en bestuurders, kortom, niet aan alles dat niet strookt met de
opvattingen over rechtvaardigheid van "vele"
"landgenoten" - maar aan de
belangen van twee veroordeelde oorlogsmisdadigers? En wat is "een rechtsstaat" nu eigenlijk? Volgens -
alweer een autoriteit, maar nu een echte - prof. mr. Van der Pot, in de 9e
druk van het "Handboek van het Nederlandse Staatsrecht" (bewerkt
door Mr. A.M. Donner) op p.162:
"Met die term [rechtsstaat] werden een
aantal eisen samengevat.
a. Er moet een grondwet of constitutie zijn, welke vaste voorschriften bevat
voor de betrekkingen van overheid en burgers,
b. waardoor een scheiding der machten wordt verzekerd, met name (1) wetgeving
in overeenstemming met een parlement, (2) een onafhankelijke rechterlijke
macht en (3) een bestuursoptreden dat op de wet berust,
c. en waardoor telkens de grondrechten van de burger worden
gegarandeerd."
Wat hebben de argumenten die de 19 gebruiken, en die ze
believen te presenteren onder de ronkende titel "In het belang van de
rechtsstaat" nu met de rechtsstaat te maken? Inhoudelijk helemaal niets,
lezer - het is pure bluf, zoals de vele prof.mr.'s onder de 19 verdomd goed
moeten weten: Het is een leugen en een opzettelijke drogreden. "Het
belang van de rechtsstaat" heeft niets te maken met het lot van de 2,
vrijgelaten of niet.
Maar in een ding hebben de 19 gelijk: Hun pleidooi betreft de rechtsstaat
wel - en is er tegen gekeerd: Hun pleidooi beoogt de scheiding der machten
aan te tasten; hun pleidooi maakt de vonnissen van een onafhankelijke
rechterlijke macht mede afhankelijk van privé-briefjes van een handjevol "prominente personen" aan de minister (net als
vroeger hovelingen vonnissen ongedaan konden krijgen); en het hele pleidooi
is een pleidooi tegen een bestuursoptreden dat op de wet berust - die immers
voorondersteld dat vonnissen van de rechtbank niet ongedaan kunnen worden
gemaakt door prive'-personen of de luim van ministers of kamerleden.
Vervolgens, om terug te keren tot alinea 14: "Deze verschillen" die de 19 zo "onduldbaar" "achten"
(zonder ooit het beleid van staatssecretaris Korte-Ten Hemel ter discussie te
stellen) gaan terug op bijzondere rechtspleging en bijzondere misdaden van
bijzonder grote misdadigers, die, zowel wat het karakter van hun misdaden
aangaat als van wat het hen mogelijk maakte deze daden te plegen, volledig
afwijken van de in een rechtsstaat plaats vindende misdrijven: Het betreft
oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid; het betreft geen incidentele
moord, maar systematische en opzettelijke genocide. Maar volgens de 19 zijn
er geen verschillen tussen honderdduizend moorden en e'e'n moord; tussen
genocide en gewone misdaden; tussen misdaden tegen de mensheid en normale
criminaliteit:
"Ondergetekenden achten deze verschillen",
d.w.z. de verschillen tussen oorlogsmisdaden en oorlogsmisdadigers en andere
misdrijven en andere criminelen "in een
rechtsstaat" (ja, ronk nog eens schijnheilig) ... wat achten
"ondergetekenden" dat? Een
redeneerfout? Moeilijk te rijmen met hun geweten? Juridisch gezien misschien
niet onproblematisch? Nee: "Onduldbaar".
En waarom vinden de 19 dat "onduldbaar"?
Om de volgende reden, die qua stompzinnigheid en schijnheiligheid moeilijk te
overtreffen is:
Alinea 15: "Ook afgezien van de vorenstaande
vergelijking: de thans op de twee gee"xecuteerde straffen hebben alle
maat en doel verloren. Straf kan noch mag zijn een wachten op de dood."
Ergo: Als Hitler in Breda had gezeten, dan zou hij vrijgelaten moeten
worden volgens de 19, kennelijk omdat Van den Broek en Van der Stoel dan
beter in staat zouden zijn voze moralistische praatjes "In het belang van de rechtsstaat" in het
buitenland op te hangen (zie alinea 5). Immers: "Straf kan noch mag zijn een wachten op de dood", en het
zou, voor de 19 althans, "in een rechtsstaat
onduldbaar" zijn, getuige alinea 14, om Hitler een andere
behandeling of straf te geven dan een willekeurige gewone moordenaar, die
immers ook niet langer dan een jaar of dertien hoeft te zitten.
Dat, lezer, is wat de 19 u, zogenaamd "In
het belang van de rechtsstaat", op de mouw trachten te spelden.
Laten we eens kijken naar wat er verder in deze exceptioneel achterlijke
alinea staat.
Eerst even wat alinea 13 en 14 betreft, nl. "Ook
afgezien van de vorenstaande vergelijking:". Dit was een
achterlijke en oneerlijke vergelijking, zoals ik aangetoond heb, om welke
reden ikzelf graag van "vorenstaande
vergelijking" afzie. Waarom de 19 trouwens vergelijkingen bieden
waar ze vanaf zien is mij een raadsel - tenzij ze zelf weten dat hun
vergelijkingen op drogredenen berusten. Maar laten we ervan af zien en de
frase "de thans op de twee geexecuteerde straffen
hebben alle maat en doel verloren" beschouwen.
In de eerste plaats is dit "afgezien van de
vorenstaande vergelijking" puur opinie, zonder enig argument.
Vervolgens: Wat zijn nu eigenlijk "maat en doel"
van straffen? Wat is de zin van straffen? De 19 laten zich er niet over uit -
het enige wat volgt uit hun woorden is dat ze menen dat de gevoelens van de
oorlogsslachtoffers (waarvan velen hun hele familie verloren hebben door
toedoen van de 2) er niet toe doen, en dat alle Nederlandse rechters die zich
met de 2 hebben beziggehouden geen begrip hadden voor maat, doel en betekenis
van straf en bijzondere rechtspleging.
Laat ons dus eens zien, lezer, eerst wat betreft de maat van de straf:
Waren de rechters die het vonnis velden soms gek? Of behoren vonnissen
ongedaan gemaakt te worden omdat 19 personen met achterlijke en irrelevante
argumenten, grotendeels bestaande uit drogredenen en pure opiniërende bluf,
dat willen? Zijn dat de beginselen van de rechtsstaat? Volgens de 19 en de 2e
kamer wel. En die 2e kamer heeft zich vooral laten misleiden door schandalige
en debiele frases als waarmee alinea 15 afsluit:
"Straf kan noch mag zijn een wachten op de
dood." Volgens de 19 zijn de vonnissen die geveld zijn over de 19
irrelevant; volgens de 19 zijn er geen terzake doende verschillen tussen
enerzijds oorlogsmisdaden en genocide, en anderzijds normale criminaliteit;
en hoewel de 19 systematisch alle rationele discussie over het doel van de
bijzondere rechtspleging, de zin van strafgeving, en de gronden die aangevoerd
zijn in de vonnissen van de 2 vermijden, wordt hier - door 15 akademische
titels - wel een negatieve visie op de functie van straf geformuleerd:
Het is deze (en luistert goed, nageslacht: Hieruit valt het morele en
intellectuele peil van Nederland in de late 20ste eeuw af te leiden!): Straf
mag geen ... Memento Mori zijn (immers: wie
wacht op de dood gedenkt te sterven, en omgekeerd).
Wat een wrange en achterlijke schijnheiligheid! En dat niet alleen om dat
iedereen op de dood wacht, en ook niet alleen omdat deze achterlijke frase
niets van doen heeft met een redelijke discussie over de zin van straf, maar
vooral omdat duizenden met een KZ-syndroom veroordeeld zijn tot een veel
erger straf: Mijn vader, en velen die meegemaakt hebben wat hij doorstaan
heeft, droomde iedere nacht dat hij weer in het concentratie-kamp zat. Maar,
volgens de 19 (en de minister van Justitie, die dit soort ronkende debiele
hypocrisie "een voornaam betoog"
belieft te noemen) geldt dat "straf kan noch
mag zijn een wachten op de dood" - voor oorlogsmisdadigers. Maar
wel voor hun slachtoffers, die immers niet met zegening van de 19 vrijgelaten
kunnen worden, en die hun last hun hele leven mee moeten dragen. De 19 achten
dat kennelijk heel "duldbaar": Het lijden van anderen - voorzover
het geen oorlogsmisdadigers zijn, uiteraard - is immers licht te dragen, voor
de 19.
En nogmaals, wat die straf die geen memento mori mag zijn (terwijl mijn
vader iedere nacht droomde dat hij over de lijken voor het crematorium moest
kruipen, en over de mensen die onder zijn ogen doodgeslagen, doodgeschoten
doodgetrapt en dood gemarteld werden - o nee: Straf mag geen memento mori
zijn!): In termen van wat gebruikelijk is in de geschiedenis was het vonnis
tegen de 2 een buitengewoon mild vonnis, dat niet in verhouding staat tot de
ernst van de misdaden die gepleegd zijn, terwijl de 2 goed zijn behandeld, en
uitgebreide rechten hadden.
Dit wat betreft de maat. Vervolgens, wat het doel van straffen aangaat:
Volgens de 19, de regering, en de volksvertegenwoordiging is het strijdig
met "de rechtsstaat" om de
konsekwenties van een juridische daad (zoals de konsekwenties van de
vrijlating van de 2) in rekening te brengen bij een oordeel of die daad
rechtvaardig is of niet - immers "Straf kan
noch mag een wachten op de dood zijn" en levenslang, al betreft
het massa-moordenaars en genocide-plegers, is "onduldbaar"
en (blijkt hieronder) is strijdig met "het
behoud van de rechtsstaat" (volgens de 19, uiteraard).
Dit is een leugen waar het geldend recht en geldende rechtsopvattingen (in
andere koppen dan die van de 19) betreft, en het is een volstrekt achterlijke
morele notie. Uiteraard wordt er bij het uitspreken van vonnissen wel
rekening gehouden met wie daar overigens, naast de veroordeelde of vrijgelatene,
door geraakt wordt. Ieder vonnis berust op een afweging van de rechtvaardige
belangen van iedereen in de samenleving - immers, het trachten te garanderen
dat zoveel mogelijk mensen zo weinig mogelijk in hun rechtvaardige belangen
getroffen worden is het hoofddoel van de rechtsspraak.
Welnu: Wat de 2 betreft is de situatie totaal afwijkend van andere
gestraften (een feit dat de 19 met alle mogelijke drogredenen trachten te
verbloemen), en één van de relevante verschillen is het aantal nog levende
slachtoffers en nabestaanden van het handelen van de 2 , en de serieuze
konsekwenties van de vrijlating van de 2 voor de gezondheid van hun
slachtoffers (vaak mede gerui"neerd door toedoen van de 2, direct of
indirect).
Volgens de 19 doet dat niet terzake: Zij wegen de belangen in kwestie als
volgt: Vanwege de internationale geloofwaardigheid van Nederland (altijd
volgens de 19) en vanwege het "onduldbare"
lijden van de 2 (volgens de 19) zijn de belangen, de gezondheid en de
gevoelens van alle oorlogsslachtoffers - meer dan 70.000 Nederlanders,
vrijwel allemaal van onbesproken gedrag, en voor een groot deel geëerd
vanwege hun bijzondere verdiensten - volstrekt irrelevant: Immers "de thans op de 2 geëxecuteerde straffen hebben alle maat
en doel verloren" (volgens de 19).
Wat is dit: Waanzin, hypocrisie, cynisme, een sick joke "In het belang van de rechtsstaat"? Ik vergis
me, lezer? Nee hoor, kijk maar:
Alinea 16: "Naar de stellige
overtuiging van de ondergetekenden kan het vorenstaande tot geen andere
conclusie leiden dan dat de executie van de levenslange gevangenisstraf van
de twee alsnog zo spoedig mogelijk dient te worden bee"indigd. Zoals dat
28 jaar geleden met 5 oorspronkelijk ter dood veroordeelde Duitsers eveneens is
gebeurd."
"Kan het vorenstaande tot geen andere
conclusie leiden"? Er zijn geen betere argumenten gegeven dan in
een botte en oneerlijke reclame-campagne: Alles wat relevant is - het
bijzondere karakter van de bijzondere rechtspleging; de bijzonder grote
misdaden van de 2; de overwegingen in de vonnissen die tot hun straf leidden;
de rol van rechtvaardigheid en de functie van straf in het recht; de rechten
van velen die te goeder trouw zijn om niet nodeloos gegriefd te worden; de
gezondheid van overlevenden; het bijzondere karakter van het Nederlandse
recht (dat met "de"
geloofwaardigheid van "Nederland"
in "het" buitenland niets van doen
heeft) - alles wat relevant is; alles wat een redelijk en rationeel mens althans
op een fatsoenlijke wijze ter sprake zou hebben gebracht wordt door de 19
onder de tafel geschoven met beroepen op (i) ongespecificeerde "gevoelens van onbehagen in onze samenleving"
(ii) ongespecificeerde "geloofwaardigheid van
Nederland in het buitenland" (iii) de volledig irrationeel,
onredelijk en onbehoorlijk beargumenteerde opinies en wensen van deze 19
personen.
En wat de rechten en de gezondheid van de overlevende oorlogsslachtoffers
betreft, de 19 vervolgen met
Alinea 17: "Tegenstanders
van een strafbee"indiging van de twee beroepen zich er veelal op, dat
met het verder laten rusten van de zaak en door geen wijziging te brengen in
de gevangenhouding van de twee, de gevoelens van hun vroegere slachtoffers en
nabestaanden zouden worden ontzien."
Dit is een misleiding: Voorstanders van een
strafbeëindiging van de 2 behoren de redelijkheid van dit argument ook in te
zien, hoe het uiteindelijk ook gewogen wordt. Bovendien: Het "zouden worden ontzien" is, in deze context,
niet alleen misleidend maar ook - naar ik gezien de 15 akademische titels van
de 19 aanneem: opzettelijk - grievend: Het "zouden"
impliceert immers dat aan dat "ontzien"
gerede twijfel zou kunnen bestaan.
Wie dat denkt weet niet of beseft niet waar hij/zij het
over heeft (een stellige waarheid waar het de volksvertegenwoordiging
betreft, die kennelijk overwegend onwetend zijn over 1. wat zich in de Duitse
concentratie-kampen afgespeeld heeft, en 2. wat dat voor gevolgen had voor
hun overlevende slachtoffers - nl. een levenslang KZ-syndroom en, gewoonlijk,
levenslange invaliditeit) en legt de vele tientallen demonstraties en
petities van tienduizenden oorlogsslachtoffers en nabestaanden tegen
vrijlating naast zich neer, kennelijk uit de uitermate arrogante en
onbehoorlijke overweging dat deze mensen, als ze zeggen dat hun gevoelens en
gezondheid door het laten rusten van de zaak worden ontzien, "zouden" liegen.
De 19 hebben echter nagedacht over de gevoelens en de gezondheid van de
slachoffers en hun nabestaanden. Hun oordeel is dit:
Alinea 18: "Men geve zich er
evenwel rekenschap van dat elke nieuwe publikatie of openbare uitlating van
bekende of gezaghebbende personen in deze zaak, telkens een golf van onrust
veroorzaakt bij de groeperingen die men nu juist in bescherming wil nemen. In
dit licht bezien zou een definitieve beslissing die een eind aan deze kwestie
zou maken uiteinde lijk voor iedereen, ook voor de tegenstanders van
vrijlating, de beste oplossing kunnen blijken te zijn."
Mr. R.S. Meijer heeft in dit verband terecht opgemerkt:
"Waar staat toch 'geschreven'
dat het recht de regering dwingt tot het openrijten van zo diepe wonden bij
zovele slachtoffers ten bate van zo uitzonderlijke schurken? Die loze
bewering wordt inderdaad passend gecompleteerd door de drogreden, dat het
beter voor die slachtoffers zou zijn als de voor hen zo pijnlijke discussie
over vrijlating wordt gesloten door vrijlating." (NRC, 25 jan
1989).
Wat de 19 beweren is dit: Als duizenden mensen 15 jaar
lang, op basis van zeer goede medische gronden, telkens opnieuw zeggen dat X
hen vreselijk zou grieven en hun gezondheid zou schaden, dan moet je vooral X
doen om ... hen zo min mogelijk te grieven en hun gezondheid te sparen. Niet
alleen is dit het soort rationalisatie dat sadisten geven; het is ook van een
onbehoorlijkheid waarvan ik alleen maar kan gruwen, want het impliceert dat
al die duizenden mensen zelfs niet weten wat ze zeggen als ze hun eigen
gemoedstoestand omschrijven, of anders dat noch hun meningen noch hun
gemoedstoestand noch hun gezondheid er "in onze
rechtsstaat" (volgens de 19) toe doen.
Kennelijk heeft niemand in de volksvertegenwoordiging of de regering zich
ook maar enigzins adekwaat laten informeren over wat een KZ-syndroom betekent
en inhoudt voor de slachtoffers. Dat is uitermate kwalijk. En zo dit wel
gebeurd is is het nog kwalijker dat men er - dan niet door nalatige
onwetendheid maar gewoon door boze opzet - aan voorbij gegaan is. Want het is
een feit dat de vertegenwoordigers van de oorlogsslachtoffers, precies op grond
van drogredenen als deze, ternauwernood gehoord zijn, evenmin als hun
doctoren.
Daar komt bij dat die tienduizenden mensen niet uit eiger beweging in
"onrust" geraken, maar juist omdat
lieden als de 19 en andere ("arische"?) non-valeurs telkens weer over
deze kwestie beginnen, en dat er, geheel in tegenspraak met de woorden van de
19, een "definitieve beslissing"
was: Een vonnis, dat bovendien herhaaldelijk bekrachtigd is.
Maar dat doet er allemaal niet toe voor de 19:
Alinea 19: "Het is op grond
van de vorengaande overwegingen dat de ondergetekenden de Nederlandse
regering dringend verzoeken de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor een
besluit dat leiden zal tot de bee"indiging van de levenslange
gevangenisstraf van de twee van Breda, gevolgd door hun verwijdering uit ons
land."
De "vorengaande overwegingen"
zijn irrelevant, oneerlijk, extreem onzorgvuldig, ze zijn opzettelijk
grievend, het is een grote opeenstapeling van drogredenen, en ze zijn
intellectueel volstrekt onhoudbaar - ook voor voor standers van vrijlating,
indien deze voorstanders ter goeder trouw zijn. Bovendien: Al zou dat
allemaal niet zo zijn, dan nog was het in alinea 19 gedane verzoek
ongerechtvaardigd en onrechtvaardig: Het enige wat voorstanders van
vrijlating redelijkerwijs zouden kunnen verzoeken is heroverweging van de
vonnissen.
De 19 hebben, naar het de lezer niet zal verbazen, exceptioneel grote
pretenties wat hun eigen intellectuele en morele vermogens betreft:
Alinea 20: "Uiteraard zijn
ondergetekenden zich ten volle bewust van het gewicht en van de implicaties
van een zodanig besluit. De rechtvaardiging ervan ligt naar hun oordeel
evenwel in het overheersende belang van het behoud van de rechtsstaat, ons
aller plechtanker."
Als "ondergetekenden zich ten volle bewust"
zijn "van het gewicht en van de implicaties"
van de meningen uitgedrukt in hun pleidooi, meningen die zonder uitzondering
op drogredenen berusten, dan zijn ze het welbewuste leugenaars, en welbewuste
drogredenaars - of anders zijn ze gewoon gek.
Ik geloof echter niet dat deze 19 met 15 academische titels gek zijn. Ik
geloof dat ze - gezien het grote getal der drogredenen, en gezien hun 15
academische titels - in ieder geval wat de academici aangaat overwegend welbewuste
drogredenaars zijn. En ik geloof dat, voorzover dit pleidooi niet een produkt
van opzettelijk bedrog is, bedoeld om de volksvertegenwoordiging te
misleiden, het in ieder geval een voortbrengsel van zeer laakbare, zeer grote
en bijzonder pretentieuze domheid, nalatigheid en onzorgvuldigheid is.
Wat de 2e zin in alinea 20 aangaat: De al eerder geciteerde advocaat mr.
Meijer heeft ook terecht opgemerkt "Ik
protesteer echter tegen het schandalige verwijt dat de tegenstanders van
vrijlating een inbreuk op de rechtsstaat zouden voorstaan." Ik
sluit me van harte bij dit protest aan: Wat de 19 hier inhoudelijk beweren is
dat iedere tegenstander van vrijlating van 2 herhaaldelijk, en na zorgvuldig
beraad, rechtmatig gevonnisde massa-moordenaars, een tegenstander van de
rechtsstaat is - immers, wie tegen vrijlating van de 2 is is volgens de 19
tegen het behoud van de rechtsstaat, en dus tegen de rechtsstaat.
Als dit geen schandalige opzettelijke belediging van de morele integriteit
en intellectuele vermogens van tegenstanders van vrijlating en van
tienduizenden oorlogsslachtoffers is, die, gezien de 15 akademische titels
onder de 19, nauwelijks onbewust kan zijn, wat is het dan? Kenelijk een
merkteken van het diepe morele en intellectuele verval in onze samenleving,
waarin 19 "prominente personen" met
minstens 15 akademische titels niet gewillig of niet in staat zijn zonder
drogredenen, zonder leugens, zonder insinuaties, en zonder beledigingen te
argumenteren. Het is intellectuele en morele debilisering ... "In het belang van de rechtsstaat", volgens de
19 zelf.
En wat het hypocriete beroep op "ons aller
plechtanker" betreft: De 19 besluiten hun pleidooi met de
volgende kromme zin:
Alinea 21: "De rechtsstaat,
bij het gemis waarvan in de jaren 1940-1945 vele tienduizenden landgenoten
het leven hebben moeten laten en voor de herwinning waarvan zo vele anderen
hun leven veil hebben gehad."
Let wel, lezer: Wie in de oorlog het "leven
veil" heeft gehad voor "ons aller
plechtanker" of wiens familie uitgemoord is mede door toedoen van
de 2, krijgt na de oorlog te horen, zogenaamd "In
het belang van de rechtsstaat" bovendien, dat zijn/haar meningen
en gevoelens over de oorlogsmisdadigers die "ons
aller plechtanker" tijdelijk vernietigden 1. niet serieus te
nemen zijn en 2. dat wie vindt dat deze oorlogsmisdadigers niet vrijgelaten
mogen worden een tegenstander van de rechtsstaat is.
NB wat dit betekent voor de oorlogsslachtoffers die, geheel ter goeder
trouw en tot zeer voor kort ondersteund door Nederlandse rechtspraak,
tegenstanders van vrijlating zijn: In de voorgaande alineaas worden ze
afgeschilderd als tegenstanders van de rechtsstaat, en in deze alinea wordt
dat gedaan in naam van de rechtsstaat; in voorgaande alineaas worden hun hier
zeer relevante meningen - door duizenden in vele demonstraties, petities en
documenten uitgedragen en verdedigde opvatting dat de 2 niet vrijgelaten
behoren te worden - terzijde gelegd als niet serieus te nemen, en in deze
alineaas wordt hun "inzet"
(kennelijk staat die volgens de 19 los van hun meningen) gewoon genaast, in
naam van "ons aller plechtanker".
Eén van de twee: Ofwel dit is zó dom en onwetend dat geen van de
ondertekenaars enig intellectueel of moreel krediet behoort te hebben, ofwel
dit is boze opzet, de 19 kennelijk ingegegen door de overweging: "We
maken onze belangrijkste tegenstanders gewoon vanaf het begin voor
"tegenstanders van de rechtsstaat" uit, en zeggen tegelijk dat het
zo mooi was dat ze "hun leven veil hebben gehad"
voor die rechtsstaat. Dat verwart de toch al niet bijster begaafde 2e kamer
vast zo dat, als het in 5 dagen a` la MacBeth door de kamer gejaagd wordt:
"If it were done, when 'tis done then 'twere
well it were done quickly" zodat geen van onze belangrijkste
tegenstanders kans krijgt om te getuigen - waar we voor zorgen door glashard
te liegen dat niet getuigen in hun belang is - de meerderheid van de 2e kamer
te bang is om als tegenstander van "de
rechtsstaat" door te gaan."
En zo gebeurde: De 2e kamer, in een orgie van debiele drogredenen en
ronkende schijnheiligheid, en in de waanzinnig korte tijd van 5 dagen, tegen
iedere redelijke procedure, en tegen geldend recht in, accepteerde
dedrogredenen van de 19 en gaf de regering de mogelijkheid de vonnissen
ongedaan te maken.
En wat zijn de gevolgen van deze wrange tragi-komedie "In het belang van de rechtsstaat" nu
eigenlijk? De 2 zijn vrijgelaten, en op het moment dat ik dit schrijf hebben
6 organisaties die de de hulp aan oorlogsslachtoffers regelen, aan de
regering laten weten dat tienduizenden oorlogsslachtoffers i.v.m. de
vrijlating van de 2 meer hulp nodig hebben: "Van
de circa 70.000 oorlogsgetroffenen heeft bijna 25 procent voortdurende
problemen met de verwerking van het oorlogsverleden. Door de
vrijlatingskwestie, die zout in de wonden heeft gestrooid, komt daar nog een
vrij groot aantal mensen bij en moeten bestaande therapiee"n worden
uitgebreid."
25% van 70.000 is bijna 20.000, lezer. Maar
die bijna 20.000 mensen, stuk voor stuk geen oorlogsmisdadigers maar
oorlogsslachtoffers die zich, anders dan de regeringsleden en 2e kamerleden,
inzetten "In het belang van de rechtsstaat"
toen daar geen hoge salarissen maar levensgevaar mee gemoeid was, die tellen
niet:
Het ministerie van WVC heeft reeds geantwoord (ik citeer als zoeven de NRC
van 17.II.89) dat "het maatschappelijk werk voor
oorlogsgetroffenen al uitstekend en meer dan voldoende is georganiseerd en
wordt gesubsidieerd".
M.a.w.: Wat de regering betreft kunt u verder doodvallen - de 2 zijn
"In het belang van de rechtsstaat"
en voor "het behoud van de rechtsstaat"
vrijgelaten; diegenen die "hun leven veil
hebben gehad" voor "het behoud van
de rechtsstaat" "in de jaren
1940-1945" kunnen verder wat de regering (en de
volksvertegenwoordiging, en de 19) betreft aan hun lot worden overgelaten.
"In het belang van de rechtsstaat".
Dát is dus wat de minister van Justitie kennelijk bedoelde met "De regering zal naar vermogen bevorderen dat hulp wordt
verleend aan hen die door de gedachte aan mogelijke beëindiging van de
gevangenschap van de twee Duitse oorlogsmisdadigers en de discussie daarover
bijzonder worden geraakt. De minister van Justitie." (NRC,
24.I.1989).
Zo gaat dat tegenwoordig in Nederland. "In
het belang van de rechtsstaat".