De gedebiliseerde Nederlandse rechtsstaat


 

 Voorwoord                     

VOORWOORD

De hierachter volgende stukken zijn allen 6 maanden geleden, in Februari 1989, geschreven en per aangetekende brief toegezonden aan de heer Teengs Gerritsen, als meest prominente vertegenwoordiger van de 19, en als bekende van mijn vader, vergezeld van een persoonlijke brief.

Er is verder niets mee gebeurd, om de volgende 3 redenen:

1. Ik wilde de heer Teengs Gerritsen en de andere 18 personen ampel gelegenheid geven mij te antwoorden of weerleggen. Dit is niet gebeurd - ik heb geen enkel antwoord gekregen.
2. Ikzelf ben invalide (ik lijd al 10 jaar aan een zeldzame spierziekte), en heb overigens drukke werkzaamheden.
3. Ik wilde afwachten en zien wat er gebeurde, en of enige van deze 19 het elementaire fatsoen of de beschaafdheid zou hebben zich publiekelijk te verontschuldigen voor het leed dat zij aangericht hebben wat tenslotte een kleine moeite geweest zou zijn, en waartoe ik hen ook aangespoord heb.

Omdat ik meen lang genoeg op antwoord gewacht te hebben, geef ik deze stukken nu, vrijwel ongewijzigd, aan de publiciteit over, vergezeld van de volgende korte achtergrondsopmerkingen.

Ik had mij oorspronkelijk voorgenomen een langere inleiding te schrijven, maar zal mij hier alleen beperken tot het kort behandelen van 2 direct relevante kwesties.

1.Over de gevolgen van het handelen van de 19

De voorzienbare gevolgen van de publikatie van de brief van de 19, en de daardoor veroorzaakte vrijlating van de 2 in Breda gevangen oorlogsmisdadigers - voorzienbaar voor iedereen die enigzins bekend is met de, vaak serieuze, problemen van mensen die concentratie-kampen overleefd hebben - zijn:

Meer dan 25.000 Nederlanders, voor een aanzienlijk deel lijdend aan een concentratiekamp-syndroom tengevolge van hun moed en verzetsdaden in de 2e wereldoorlog, zijn in grote problemen gekomen.

Een aantal heeft zelfmoord gepleegd.

Van een zeer groot aantal uitnemende mensen is de gezondheid en het persoonlijk welbevinden buitengewoon verslechterd.

Een groot aantal heeft het vertrouwen in de Nederlandse staat, het parlement, en de regering - m.i. terecht - verloren, wat bijzonder bitter is voor wie terecht meent zich "als een goed Nederlander" gedragen te hebben, door zich daadwerkelijk te verzetten tegen de fascisten die de Nederlandse regering en volksvertegenwoordiging nu, met een schijnheilig en verleugend beroep op medemenselijkheid, vrijgelaten hebben.

Ik wijs er nogmaals nadrukkelijk op dat iedereen die zich enigzins bewust was van wat een KZ-syndroom inhoudt dit wist; dat de 19 en de 2e kamer dit behoorden te weten; en dat ik de 19 reeds in februari om publieke excuses

heb gevraagd, waarvoor zij te kleinzielig en kleingeestig bleken: Het lijden van 2 wegens massamoord veroordeelde oorlogsmisdadigers achten zij "onduldbaar"; het lijden van onschuldige oorlogsslachtoffers achten zij zelfs niet de moeite van een klein briefje naar de pers waard.

2. Over de motieven van de 19:

Op de dag dat ik voor het eerst de brief van de 19 las, heb ik een ingezonden brief aan het NRC geschreven, die deze niet geplaatst heeft.

Ik gaf daarin mijn oordeel over de motieven van de 19, en ik herhaal dat oordeel hier:

Ik denk dat deze 19 personen zich, zonder uitzondering, hebben laten leiden door persoonlijke ijdelheid en zucht naar roem; ik denk dat zij zichzelf een faam wilden verschaffen als ethisch bewogen nobele geesten die zelfs "de vijand wil vergeven" - en ik denk, gezien hun akademische kwalificaties, prominentie, en de daarbij behorende intelligentie, dat zij dat in grote meerderheid welbewust ten koste van de gevoelens en gezondheid van de 70.000, in meerderheid invalide en oude, oorlogsslachtoffers deden, die niet in staat waren zich daartegen effectief te verweren.

Aanvankelijk heb ik niet willen publiceren, want ik wens in Nederland geen publiciteit. Maar nee - ik laat niet de integriteit en gezondheid van mijn ouders en grootouders en hun generatie-genoten, die zichzelf bewogen door werkelijke, niet gehuichelde, ethische principes ingezet hebben voor hun medemensen, met gevaar voor eigen leven, en zonder enige verwachting op glorie, status of rijkdom, vertrappen door 19 prominente laffe leugenaars, alleen uit op eigen glorie en faam, en denkend te handelen zonder gevaar voor de eigen reputatie, omdat hun tegenstanders vrijwel allen te oud, te ziek, en te weinig prominent zijn om zich te kunnen verweren.

Indien deze 19 prominente morele beunhazen zo bijzonder graag hun "integriteit" willen verdedigen, laten zij naar de rechtbank gaan en bewijzen dat wat ik geschreven heb onwaar is; dat door hun handelingen geen uitstekende mensen zelfmoord gepleegd hebben; dat door hun rhetorisch gelieg niet de levensavond en de gezondheid van vele duizenden uitstekende Nederlanders geruineerd zijn; en dat deze 19 prominente Nederlands met 15 akademische titels zo onwetend zijn dat zij niet wisten wat zij deden, en zo moreel gedebiliseerd dat zij niet de moeite namen dat uit te zoeken, en dat zij logen toen zij schreven "Uiteraard zijn ondergetekenden zich en volle bewust van het gewicht en de implicaties" van de vrijlating van de 2 van Breda.

Laten zij mij weerleggen als ze daartoe de moed en het talent hebben! Laten zij uitleggen waarom ze dat al een half jaar nalaten, netzomin als er enig werkelijk excuus hunnerzijds is gemaakt aan de meer dan twintigduizend getroffenen! "In het belang van de rechtsstaat"!

Maarten Maartensz
Amsterdam, 23 juli 1989


 


 

 

 

Een gedebiliseerde rechtsstaat
If we believe absurdities, we shall commit atrocities.
Voltaire

Hier zijn vier beweringen met bewijzen, en wat vragen over de Nederlandse rechtsstaat:

Bewering 1. Als Hitler (vanaf '45) in Breda gevangen zou hebben gezeten, dan zou hij, "In het belang van de rechtsstaat", nu ook vrijgelaten hebben moeten zijn - volgens de argumenten van 19 "prominente personen"; volgens de volksvertegenwoordiging; en volgens de regering.

Bewijs: Er is een "Pleidooi van negentien Nederlanders voor vrijlating twee van Breda" dat deze 19 presenteerden onder de titel "In het belang van de rechtsstaat". Dit pleidooi - dat ik hieronder aan een kleine argumentatie-theoretische analyse zal onderwerpen - was de voornaamste intellektuele en morele grond om de 2 van Breda vrij te laten. De gronden die de 19 daarvoor gaven waren: Er zou gelden dat "Levenslang veroordeelden worden gewoonlijk (...) na 13 tot 15 jaar losgelaten"; er zou gelden dat "Straf kan noch mag zijn een wachten op de dood", en er zou gelden dat "Deze verschillen in rechtstoepassing achten de ondergetekenden [de 19. MM] in een rechtsstaat onduldbaar." - en uiteraard "geldt" dit alles volgens de 19.

Uit deze stellingen volgt logisch dat Hitler vrijgelaten zou moeten zijn, indien hij in een vergelijkbare positie als de 2 had verkeerd. En als de 19, de volksvertegenwoordiging, en de regering dat niet menen, dan zouden ze het moeten menen, want het volgt logisch uit de argumenten die ze voor de vrijlating van de 2 gebruikt hebben - twee veroordeelde massa-moordenaars medeverantwoordelijk voor de dood van meer dan honderdduizend Nederlanders.

Is dit niet absurd? Zo nee, wat dan wel? Dit misschien:

Bewering 2. Volgens de Nederlandse volksvertegenwoordiging; volgens de Nederlandse regering; en volgens de 19 geldt "In het belang van de rechtsstaat" dat wie een tegenstander is van vrijlating, zoals tienduizenden oorlogsslachtoffers en ex-verzetsmensen en hun nabestaanden, een .... tegenstander van de rechtsstaat is ("De rechtsstaat, bij het gemis waarvan in de jaren 1940-1945 vele tienduizenden landgenoten het leven hebben moeten laten", volgens de, niet van schijnheiligheid vreemde, 19).

Bewijs: De 19 menen dat "De rechtvaardiging [van vrijlating van de 2, waar vele oorlogsslachtoffers tegenstanders van zijn. MM] ligt naar hun oordeel [dat van de 19. MM] evenwel in het overheersende belang van het behoud van de rechtsstaat, ons aller plechtanker". En hieruit volgt logisch dat tegenstanders van vrijlating tegenstanders van het behoud van de rechtsstaat, en dus van de rechtsstaat, zouden zijn.

Is dit niet - moreel of intellectueel - debiel? Is het niet absurd? Is het bovendien geen leugen dat "het behoud van de rechtsstaat" vrijlating van de 2 noodzakelijk maakt? Is het niet een belediging van de tienduizenden nog levende oorlogsslachtoffers en hun nabestaanden om hen - alleen omdat dat zo handig uitkomt voor de argumentatie van de 19 - voor tegenstanders van de rechtsstaat uit te maken? Niet volgens de Nederlandse volksvertegenwoordiging; niet volgens de Nederlandse regering; niet volgens de 19. En als u denkt dat dit het enige onrecht is wat oorlogsslachtoffers aangedaan wordt, beschouw dan

Bewering 3. Als tienduizenden oorlogsslachtoffers en ex-verzetsmensen en hun nabestaanden vele jaren lang (in ieder geval sins 1972), op zeer vele manieren, en met zeer vele argumenten (waaronder die van vele terzake kundige doctoren en psychiaters) stellen bijzonder gegriefd te worden door vrijlating van de 2, met serieuze en vergaande gevolgen voor de gezondheid van deze slachtoffers (de families van velen waarvan door toedoen van de 2 uitgemoord zijn), dan menen de 19, en de volksvertegenwoordiging en regering die zich daarbij aangesloten hebben, dat deze mensen niet gehoord hoeven te worden; niet serieus te nemen zijn; en dat hun belangen van geringer waarde zijn "In het belang van de rechtsstaat" dan de belangen van twee veroordeelde massa-moordenaars die voor meer dan honderdduizend doden aansprakelijk zijn.

Bewijs: Volgens de 19 geldt

"Tegenstanders van een strafbeeindiging van de twee beroepen zich er veelal op, dat met het verder laten rusten van de zaak en door geen wijziging te brengen in de gevangenhouding van de twee, de gevoelens van hun vroegere slachtoffers en van nabestaanden zouden worden ontzien. Men geve zich er echter rekening van dat elke nieuwe publikatie van bekende of gezaghebbende personen in deze zaak, telkens een golf van onrust veroorzaakt bij de groeperingen die men nu juist in bescherming wil nemen. In dit licht bezien zou een definitieve beslissing die een eind aan deze kwestie zou maken uiteindelijk voor iedereen, ook voor de tegenstanders van vrijlating, de beste oplossing kunnen blijken te zijn. Het is op grond van de vorengaande overwegingen dat de ondergetekenden de Nederlandse regering dringend verzoeken (...) tot de bee"indiging van de levenslange gevangenisstraf van de twee van Breda (...)."

Ergo: Als tienduizenden mensen (u wist het waarschijnlijk niet, lezer, maar er zijn ca. 70.000 nog levende oorlogsslachtoffers, en de grote meerderheid daarvan is tegen vrijlating van de 2, uit overwegingen van rechtvaardigheid) 15 jaar lang - daarin gesteund door terzake kundige medici - telkens opnieuw betuigen dat X hen vreselijk zou grieven, en hun gezondheid zou schaden, dan moet je - volgens de 19, de Nederlandse volksvertegenwoordiging, en de Nederlandse regering "In het belang van de rechtsstaat" - vooral X doen om hen ... zo min mogelijk te grieven en hun gezondheid te sparen. (Het betreft NB precies die mensen die, ook weer volgens de 19 "hun leven veil hebben gehad" "voor de herwinning" van de rechtsstaat.)

Is dit niet het soort rationalisatie dat sadisten geven? Is het ook niet een uitermate onbehoorlijke en, gezien het gepretendeerde intellectuele peil van de 19, de volksvertegenwoordiging, en de regering - opzettelijk kwetsende diskwalificatie van de oorlogsslachtoffers, die hen bovendien hun recht om gehoord te worden en hun persoonlijke integriteit en waardigheid ontneemt? Volgens de 19, de volksvertegenwoordiging, en de regering weten al die tienduizenden plus hun doctoren zelfs niet dat ze weten wat ze zeggen als ze hun eigen gemoedstoestand en de gevaren voor hun gezondheid omschrijven. En als dat niet als kwetsende diskwalificatie bedoeld was (zoals het wel gewerkt heeft), was het dan niet een bijzonder dom en kwalijk argument? En wat dacht in dit verband "In het belang van de rechtsstaat" van het volgende feit?

Bewering 4. "In het belang van de rechtsstaat" hebben de 19, de volksvertegenwoordiging en de regering, waarvan de laatste twee tot vrijlating van de 2 besloten de vonnissen van de 2 onbesproken te laten: Er werd in de hele discussie systematisch verduisterd dat de 2 gevangen zaten niet om een of ander uit drogredenen gecomponeerde aanslag op de rechtsstaat uit naam van 19 zogenaamd "prominente" personen, maar op grond van

    • vonnissen geveld door terzake kundige rechters - dat die vonnissen geveld zijn na een nauwkeurig onderzoek van de relevante feiten
    • dat er reeds een keer strafvermindering is verleend aan de 2
    • dat er over eerdere gratie-verzoeken van de 2 een relevante, zorgvuldige beredeneerde, afwijzende uitspraak van de Hoge Raad is.

Bewijs: Het hieronder volgende vrijwel volledig geciteerde - en geheel weerlegde - pleidooi "In het belang van de rechtsstaat" (en wat daarop volgde).

Is het vrijlaten van massa-moordenaars zonder zelfs de vonnissen op grond waarvan ze veroordeeld zijn in overweging te nemen "In het belang van de rechtsstaat"? Is dat een redelijke, rechtvaardige, juridisch en moreel verantwoorde procedure "In het belang van de rechtsstaat"? Volgens uw volksvertegenwoordiging wel; volgens uw regering ook; en volgens de 19 zeker.

Volgens mij niet, en in ieder geval zijn de bovengegeven konklusies en vragen althans een deel van de logische konsekwenties van de brief van 19 "prominente personen" die de voornaamste aanleiding vormen voor het vrijlaten van de 2 (zoals ik ze verder zal noemen), en van de vragen die men daarover redelijkerwijs kan stellen. Het zijn ook logische konsekwenties en vragen die de meerderheid van de volksvertegenwoordiging, in hun ijver krom te trekken wat recht was, over het hoofd hebben gezien, zoals, in de publieke discussie over dit onderwerp, zoveel andere relevante argumenten over het hoofd zijn gezien.

Ikzelf heb met belangstelling het pleidooi van "De 19" om de 2 van Breda vrij te laten gelezen. Die belangstelling komt voort uit vijf relevante feiten: Ik ben een filosoof; mijn vader en grootvader zijn, vanwege hun rol in het organiseren van de Februari-staking, in de 2e WO gearresteerd, en mijn grootvader is vermoord in het concentratiekamp Amersfoort, terwijl mijn vader bijna 4 jaar als politiek gevangene in duitse concentratie-kampen overleefd heeft; mijn vader was de voornaamste organisator van wat tegenwoordig de Nationale Verzets-tentoonstelling is (waarvoor hij, vooral dankzij persoonlijke bemoeienis van Teengs Gerritsen, een van de ondertekenaars van de brief van de 19, in 1980 geridderd is); ik heb een onafhankelijke belangstelling in ethische, wettelijke en logische argumentaties; en tenslotte heeft het pleidooi van de 19 een algemeen belang: Het ging immers om - zoals de titel van het stuk, zoals het in de NRC van 25 januari 1989 gepubliceerd werd, luidde - een pleidooi "In het belang van de rechtsstaat", waarin geargumenteerd werd dat het niet-vrijlaten van de 2 het einde van de Nederlandse rechtsstaat zou inhouden.

Ik denk dat dit pleidooi van de 19 kwalijke kul is; ik denk dat de argumenten van de 19 irrelevant, oneerlijk, extreem onzorgvuldig, en opzettelijk grievend zijn, en bovendien opgebouwd zijn uit e'e'n grote verzameling drogredenen; en ik denk dat het pleidooi "In het belang van de rechtsstaat" tegen de rechtsstaat gericht was en gewerkt heeft.

Ik zal u dat hieronder bewijzen. Maar voordat ik dat doe moet ik een paar dingen voorop stellen:

Wat mij beweegt hierover te schrijven zijn niet mijn meningen over de vrijlating van de 2, maar over 1. de - zoals ik zal aantonen - intellectueel en moreel bijzonder kwalijke en slechte argumentatie die hiervoor gebruikt is, 2. in het bijzonder de schandalige stelling van de 19 dat mensen die ter goeder trouw tegen vrijlating zijn (op grond van welke argumenten ook) tegenstanders van de rechtsstaat zouden zijn, en 3. de integriteit en gezondheid van de oorlogsslachtoffers, die door de 19, de volksvertegenwoordiging en de regering serieus geschaad zijn.

Het andere onderwerp dat ik, door het exceptioneel achterlijke intellektuele niveau van het pleidooi van de 19, en van de door de volksvertegenwoordiging en de regering gebruikte argumentatie, genoodzaakt ben voorop te stellen bestaat uit enige elementaire verhelderingen van logische aard betreffende argumentaties.

Mocht u dit vervelen: Het gaat allemaal "In het belang van de rechtsstaat"; het betreft de gezondheid en integriteit van tienduizenden mensen, die bepaald geen oorlogsmisdadigers zijn; en het gaat - zoals de 19 stelden - om "het behoud van de rechtsstaat". Mij dunkt dat u zich dus enige intellektuele moeite kunt (en behoort te) geven - als u daartoe in staat bent.

Om te beginnen dan: Wat is een argumentatie? Een argumentatie (of korter maar soms verwarrender: een argument) is een verzameling beweringen die als aannames gesteld worden, en waaruit een of meerdere andere beweringen als konklusie getrokken worden.

Lang niet alle argumentaties zijn rationeel. Wat is een rationele argumentatie? Een die bestaat uit:

    • feitelijk ware of waarschijnlijke aannames, dusdanig dat
    • alle aannames
      1. relevant zijn voor de te bewijzen konklusie
      2. adekwaat zijn in hun representatie van de feiten
      3. testbaar zijn; en zodanig dat
    • de conclusie logisch geldig uit de aannames volgt.

Wat is een irrationele argumentatie? Een argumentatie die als rationeel gezien wordt maar dat niet is, zij het doordat de aannames onwaar, onwaarschijnlijk, irrelevant, inadekwaat of ontestbaar zijn (de zgn. inhoudelijke fouten) of doordat de aannames geen geldige grond voor het trekken van de conclusie vormen (de zgn. formele fouten). Er zijn, sinds Aristoteles de studie van logische fouten en drogredenen begon, vele systematische uiteenzettingen over drogredenen verschenen. Ik verwijs de geïnteresseerde lezer naar "Fallacy: The Counterfeit of Argument", van Fearnside en Holther, of naar het artikel "Fallacy" in de "Encyclopedia of Philosophy". Ed. P. Edwards.

Wat is een drogreden? Een irrationele argumentatie die een schijn van rationaliteit heeft. Merk op dat drogredenen bewust of onbewust gehanteerd kunnen worden; dat er vele drogredenen zijn; en dat drogredenen vaak om meer of minder subtiele kwesties betreffende woordgebruik draaien. De meest voorkomende inhoudelijke drogredenen zijn relevantie-fouten (Aannames die niet relevant zijn voor de konklusie, en alleen terzake lijken. De meeste relevantie-fouten verleggen de kwestie, of veronderstellen wat ze zouden moeten bewijzen.); adekwaatheidsfouten (Aannames die niet helder of precies genoeg zijn voor de conclusie waarvoor ze gebruikt worden. Veel adekwaatheidsfouten berusten op vaag en onnauwkeurig maar suggestief taalgebruik.) en testbaarheidsfouten (Aannames die suggestief klinken, maar waarvan niet uitgemaakt kan worden middels een intersubjectief geldige procedure of en zo ja in welke mate ze waarschijnlijk of waar zijn. Dergelijke aannames, hoe schijnbaar plausibel ook, zijn puur fantastische speculatie c.q. dagdromerij).

Het nu te behandelen stuk van de 19 heeft althans één onmiskenbare waarde: Het is één van de meest groteske verzameling kwalijke drogredenen waarop in Nederland ooit een belangrijke beslissing gefundeerd is.

Dat zal ik u nu bewijzen - helaas met nogal wat omslag. Deze omslag is kennelijk nodig omdat zo weinigen in Nederland in staat zijn om een tekst met begrip en een kritische geest te lezen, en maar heel weinig Nederlanders enige relevante argumentatie-theoretische of logische kennis hebben. Als de Nederlandse volksvertegenwoordiging ook maar 1% van de intellectuele en morele bekwaamheid waarop zich laat voorstaan dan zou dit alles niet nodig zijn.

En mocht ik u vervelen, bedenk dan dat het onderhavige pleidooi - volgens de 19 - het behoud van de rechtsstaat diende. Het stuk mag dus geacht worden van groot intrinsiek belang te zijn, en een aandachtige logische en argumentatie-theoretische beschouwing waard te zijn. En:

"Het kan niet genoeg herhaald worden dat zuiverheid van uitdrukkingen (...) een kenmerk is van moraliteit. Wie zich niet bekommert over de juistheid van z'n woord, geeft blijk van onverschilligheid voor de zuiverheid zyner denkbeelden, en neemt het dus niet zeer nauw in 't onderscheiden van goed en kwaad." (Multatuli).

Laat ons dus eens beschouwen, lezer, hoe nauw de 19, de regering en de volksvertegenwoordiging het nemen met het onderscheiden van goed en kwaad.

 

 


 

 

 

Over het pleidooi genaamd "In het belang van de rechtsstaat".

Ik begin bij het begin en zal al doende vrijwel het hele pleidooi citeren. Het begint zo - en om mijn tekst te scheiden van die van de 19 zal ik de laatste voortdurend markeren:
 


Alinea 1 "Het is een onmiskenbaar feit dat de niet-bee"indiging van de levenslange gevangenisstraf van de Duitse oorlogsmisdadigers Fischer en Aus der Funten, hierna te noemen "de twee", in ons land de gemoederen blijft bezighouden. Vastgesteld kan worden dat in onze samenleving de gevoelens van onbehagen toenemen over de in veler ogen ontoelaatbare tenuitvoerlegging van een onbegrensde vrijheidsstraf."


Introducties zijn altijd belangrijk. Laat ik dus beginnen vast te stellen dat hier twee tamelijk evident irrelevante stellingen geponeerd worden, namelijk dat "de gemoederen" bezig zijn, en dat "de gevoelens van onbehagen toenemen in onze samenleving". Deze beweringen zijn irrelevante stemmingsmakerij totdat aangetoond is dat:

  1. de beziggehouden gemoederen relevante kennis hebben over wat hen bezighoudt (en niet, zoals zo vaak, alleen maar napraten wat de media hen aanbieden) en d
  2. dat de beweerd (!) toegenomen "gevoelens van onbehagen" niet alleen berust op pertinente kennis van de bewogenen, maar ook op de rechtvaardigheid van de gevoelens van onbehagen.

U vindt dat zo erg niet, lezer? Het doet er misschien niet toe dat er, bij wijze van introductie "In het belang van de rechtsstaat" met een beroep op totaal ongespecificeerde "gemoederen" volstrekt voorbij gegaan wordt aan twee van de meest fundamentele vragen die men kan stellen over mensen met meningen: Berusten ze op relevante kennis, en zijn de geponeerde waarden rechtvaardig?

Daarbij: In een college argumentatie-theorie zou ik u, alleen in deze eerste alinea, de volgende drogredenen kunnen aantonen:

  • Emotioneel en suggestief taalgebruik: "Het is een onmiskenbaar feit"
  • Onnodige vaagheid: "de gemoederen", "gevoelens van onbehagen"
  • Gesundes Volksempfinden: "de gemoederen", "in ons land"
  • Irrelevante argumenten ("red herring"): "de gemoederen"
  • Special Pleading: "een onbegrensde vrijheidsstraf"
  • Bijzondere Consideratie: "de twee"

en u uitleggen dat een dergelijke introductie door al die drogredenen precies vermijdt de bovengenoemde vragen in overweging te nemen, en dat dat onmiddellijk de rationaliteit en redelijkheid van de hele discussie ondermijnt.

U vindt dit overdreven? Tsja, hoe serieus is het gebruik van drogredenen? Dat hangt er van af, maar er zijn twee algemene pertinente overwegingen:

  1. Ieder gebruik van drogredenen (om andere dan evident polemische redenen, zoals sarcasme, ironie, stilistische hyperbolen) suggereert dat de schrijver(s) ofwel dom ofwel niet ter goeder trouw zijn.
  2. Een stuk dat een belangrijk doel dient, en dat serieus pretendeert te argumenteren, maar in feite vol staat met drogredenen deugt moreel noch intellektueel: Wie belangrijke doelen serieus pretendeert te beargumenteren behoort intelligent genoeg te zijn om drogredenen overwegend te vermijden, en wie dat niet doet bedrijft opzettelijke misleiding.


En mocht u vinden, lezer - wat er verder ook mag blijken - dat ik wat zwaar over deze eerste alinea val: Deze alina is de introductie - en niet zomaar een introductie, maar één van een "pleidooi in het belang van de rechtsstaat" zodat je dus een heldere, volledige, en onbevooroordeelde uiteenzetting van doel en motieven van het stuk mag eisen.

Wat er echter gebeurt is dat een wezenlijk probleem - t.w.: Wat zijn rechtvaardige straffen voor oorlogsmisdadigers? - vanaf het begin vervalst wordt tot de totaal ongespecificeerde "gevoelens van onbehagen" over "een" (NB!) "onbegrensde vrijheidsstraf" waarover ongespecificeerde "gemoederen" ongespecificeerde "gevoelens van onbehagen" heten te hebben, en waarin de vraag of onbegrensde vrijheidsstraf voor oorlogsmisdadigers zo onrechtvaardig is zowel hier als in het hele pleidooi systematisch en opzettelijk wordt vermeden.

Al die bewogen ongespecificeerde gemoederen zijn in een justitiele zaak toch vnl. niet terzake: Wat geldt zijn de op relevante feitenkennis en juridische en morele gronden gevelde vonnissen. Maar daarover laten de 19 zich in hun hele pleidooi niet uit. En al die ongespecificeerde bewogen gemoederen verduisteren bovendien dat de schrijvers kennelijk iets beter menen te weten dan een hele verzameling terzake kundige rechters, en met hun pleidooi "In het belang van de rechtsstaat" wensen te bereiken dat een herhaaldelijk bekrachtigd en zorgvuldig afgewogen vonnis door een niet-juridische procedure eenvoudig ongedaan wordt gemaakt - op verzoek van 19 prive'-personen.

Overdrijf ik? Het ging toch om "het belang van de rechtsstaat"? Maar goed: Ik bespaar u de bespreking van nog een aantal drogredenen en ga verder.
 


Alinea 2: "Met grotere of kleinere tussenpauzen komt dit dan ook steeds weer in de publiciteit. In talrijke artikelen in dagbladen en perio dieken, in radio- en tv-uitzendingen, alsmede in ingezonden brieven komt tot uitdrukking dat met het verstrijken der jaren een groeiend aantal landgenoten tot de overtuiging is gekomen dat deze straftoepassing be eindigd moet worden."


Ook deze alinea lijdt weer aan een overmaat van drogredenen. Ik noem er een paar:

"Talrijke" en "een groeiend aantal" behelzen weer de drogreden van onnodige vaagheid, suggestief taalgebruik, en gesundes Volksempfinden. Er is tot nu toe niemand genoemd; geen artikel geciteerd; geen bron vermeld - terwijl dit toch de enige manier is om vast te stellen of de schrijvers niet overdrijven en of dit "groeiend aantal" moreel, intellectueel en naar aantal wel serieus te nemen is.

Tot nu toe is er in deze brief alleen maar gesteld, gesuggereerd en geïnsinueerd, niet bewezen. Vragen als: Hoe sterk groeiend? Op grond van welke kennis? Op grond van welke argumenten? Op grond van welke betrokkenheid? Hoe integer en bekwaam? worden voortdurend vermeden - alles is tot nu toe alleen stemmingmakerij. Zo ook


Alinea 3: "In de rij dergenen die openlijk hun principieel-juridische en/of ethische bezwaren tegen het doen voortleven van de gevangenisstraf van de twee kenbaar maken, voegen zich steeds meer rechtsgeleerden, publicisten en politici van vrijwel alle partijen."


Doet dit taalgebruik er niet toe, lezer? Het gaat maar door: Onnodige vaagheid, suggestief taalgebruik, en nu, kennelijk ter afwisseling, niet meer gesundes Volksempfinden maar een nieuwe drogreden: Het beroep op autoriteiten. Het gebeurt echter precies als in advertenties voor haargroei-middelen: Ongespecificeerde zogenaamd terzake kundigen.

En voordat iemand onder indruk raakt van "steeds meer" "rechtsgeleerden" en de 15 akademische titels van de 19 is het nuttig te omschrijven wat men redelijkerwijs onder een "deskundige" behoort te verstaan:

Een echte deskundige is ]

  • persoonlijk betrouwbaar (d.w.z.: Is als zodanig bekend, en heeft in dit geval geen belang te liegen of een valse voorstelling te geven);
  • persoonlijk niet onredelijk bevooroordeeld in dit geval;
  • heeft dit geval nauwkeurig en gewetensvol onderzocht;
  • is aantoonbaar een expert, d.w.z.  (i) is met name genoemd; (ii) heeft zich aantoonbaar bekwaamd in gevallen als deze; (iii) is ook in dit geval en op dit moment gekwalificeerd; en (iv) heeft de gebruikelijke ideeen van experts in deze, of citeert de ideeen van experts in deze die afwijken van de zijne, zo die bestaan.

Dat is een deskundige op een bepaald gebied. Ongespecificeerde akademische titels, met poeha gepresenteerd als argument, zijn pure volksverlakkerij, en van hetzelfde intellectuele gehalte als de ongespecificeerde "talrijke doctoren en wetenschappers" in advertenties voor haargroei-middelen. En in een zaak als de onderhavige is het morele gehalte van dit soort drogreden nog een heel stuk kwalijker.

Wat men in deze alinea doet is alleen stemmingsmakerij voor het eigen standpunt. Bovendien gaat het niet om aantallen maar om argumenten. (Als het om aantallen zou gaan, lezer, is de zaak heel eenvoudig: De meerderheid der Nederlanders was tegen vrijlating van de 2.) Alles wat de 19 tot nu toe beweerd hebben is puur opinie zonder de minste feitelijke onderbouwing: Er wordt gesteld, maar niet bewezen, want de enige argumenten die de lezer krijgt zijn tot nu toe zonder uitzondering drogredenen bestaand uit opzettelijk vaag, suggestief en misleidend taalgebruik. En als u meent dat dat niet geeft, lezer: Is een dergelijke manier van argumenteren eerlijk? Is een dergelijke manier van argumenteren "In het belang van de rechtsstaat"? En mocht het u tot nu toe wel meevallen: Het wordt steeds erger:


Alinea 4: "Inmiddels heeft zich ook een duidelijke kentering voorgedaan in de standpuntbepaling van een aantal prominente personen uit kringen van het voormalig verzet en van oorlogsslachtoffers. Van hen heeft een aantal zich thans zonder voorbehoud vóór de vrijlating van de twee uitgesproken; anderen zouden, naar hun zeggen, "niet meer op de barricaden klimmen" indien de vrijheidsstraf van de twee zou worden beëindigd."


Nog steeds worden hier alleen vage suggesties gedaan over meningen van niet met name genoemde "deskundigen". Het minste wat de schrijvers hier zouden hebben moeten noemen is het aantal (1 is ook "een aantal") en de redenen van deze beweerd "prominente personen" om hun meningen te wijzigen.

En hoe representatief is "een aantal"? Dat is eenvoudig: "Een aantal" kan nooit representatief zijn. Bovendien is het vermelden van "promintente personen" zonder specificatie wie het betreft weer een combinatie van drogredenen: Vaag taalgebruik; ongerechtvaardigd beroep op autoriteiten; en "begging the question" (waarom zijn deze "prominente personen" nu zo deskundig, of waarom is hun mening relevant, of relevanter dan de - tienduizenden - wie weet soms even of nog meer "prominente personen" uit dezelfde "kringen" die al vele jaren en met vele argumenten betoogd hebben tegen vrijlating te zijn?).

En hoe relevant is de frase "zonder voorbehoud" als er tienduizenden mensen "zonder voorbehoud" tegen vrijlating zijn, en misschien ook tienduizenden mensen voor vrijlating maar niet "zonder voorbehoud"? Die frase is puur rhetoriek.

Daarbij: Ik vind het cynisch om het gebrek aan barricade-beklimmingsdrift bij toch al door hun oorlogservaringen gemangelde 70- en 80-jarigen als een argument te beschouwen om de hand te lichten met een vele malen bekrachtigd vonnis van 2 oorlogsmisdadigers. En als het niet cynisch en bot is, dan is het gewoon dom of onbeschoft. Vindt u dat misschien overdreven lezer? U denkt misschien dat 15 akademische titels een garantie zouden vormen tegen menselijke tekorten? Dan zal ik het u uitleggen:

Het is dom of onbeschoft, als het niet cynisch en bot is - voor wie iets van concentratiekamp-slachtoffers weet, en niet geheel zonder hart is - omdat het vaak ernstig invalide oude mensen betreft die niet telkens opnieuw gedwongen willen worden tot het aangaan van voor hen bijzonder pijnlijke argumentaties, die bovendien hun integriteit en en karakter aantast, zoals dit pleidooi van de 19 ook doet. Kijk maar, lezer, bijvoorbeeld zo:


Alinea 5: "Velen in deze kring betreuren het nog steeds dat de twee, door de omzetting van de hun aanvankelijk opgelegde doodstraffen in levenslange gevangenisstraffen, aan hun terechtstelling zijn ontkomen. Doch nu deze omzetting een feit is, wint de overtuiging veld dat de doorgaande tenuit voerlegging van een tot het uur van de dood opgelegde gevangenisstraf een smet werpt op de geloofwaardigheid van Nederland, dat zich ook internat ionaal graag als voorvechter van de mensenrechten laat kennen."


Dat "velen in deze kring" (net nog "kringen": Bemerk de gewetensvolle nauwkeurigheid en eerlijkheid van de 19: De ene drogreden is nauwelijks gepasseerd of de volgende arriveert: Tot nu toe is geen zin geregistreerd waarin drogredenen niet de argumenten vormden) het "betreuren" dat het de 2 "aan hun terechtstelling zijn ontkomen" (lees: dat het over hen gevelde doodsvonnis niet uitgevoerd werd) is, in deze context, een onbehoorlijke insinuatie, 1. omdat "velen in deze kring" later in dit pleidooi, o.g.v. meningen als die hier aan hen toegeschreven worden, als tegenstanders van de rechtsstaat

worden afgeschilderd, en 2. omdat er geïnsinueerd wordt dat "velen in deze kring" niet alleen tegenstanders van de rechtsstaat zijn, maar ook ongerechtvaardigd wraakzuchtig.

Voor de goede orde: Ik ontken niet dat "velen in deze kring" vinden wat hen hier wordt toegeschreven. Ik meen echter dat zij het recht hebben dat te vinden; dat zij daarom bepaald geen tegenstanders van de rechtsstaat zijn; dat de hele vraag of een overlevende van een KZ ja dan nee wraakgevoelens "mag" hebben onbehoorlijk schijnheilig is (welk mens heeft geen wraakgevoelens? "Late hij die zonder zonde is de eerste steen werpen") en dat wie deze stellingen wil weerleggen met betere argumenten moet komen dan de verzameling drogredenen van de 19.

Het is, temidden van deze baaierd van valse, oneerlijke en domme argumenten bovendien terzake op te merken dat de 2 niet zozeer zijn "ontkomen" als wel, precies gezegd, strafvermindering hebben gekregen, en dat er geen sprake is van normale misdadigers maar 1. van veroordeelden in de in Nederland (en vrijwel de hele wereld) unieke positie veroordeeld te zijn voor aktieve en bewuste deelname aan genocide: De veroordeelden zijn mede-schuldig en direkt verantwoordelijk voor de dood van vele tienduizenden Nederlanders en 2. dat zowel de vonnissen als de strafverminderin die - o'o'k "In het belang van de rechtsstaat" - over hen uitgesproken zijn, A. juridisch gezien zorgvuldig waren, en in overeenkomst met humanitaire opvattingen (waar zowel de vonnissen als de gratie ook grotendeels uit voortvloeiden), en B. dat de strafuitvoering, zowel naar geldende als naar historische praktijken, bijzonder mild geacht mag worden - ongeacht wat "vele" ongespecificeerde in ongespecificeerde Nederlandse "kringen" daar persoonlijk verder van mogen vinden. Maar terug naar het pleidooi.

Dat er sprake was van welbewust bedrog in de eerste zin van alinea 5 kan aan de tweede gezien worden: De genoemde "omzetting" was strafvermindering wat, net als de frase "de overtuiging wint veld" de drogreden van onnodig vaag taalgebruik inhoudt (bij wie? waarom? in welke mate?).

Bovendien is de gedachtengang die uitgedrukt wordt ridicuul: Wat er inhoudelijk staat is dat nu de 2 oorlogsmisdadigers strafvermindering gekregen hebben dit een reden vormt om ze ... vrij te laten. Immers, wat anders kan de zin zijn van "Doch nu deze omzetting" (lees: strafvermindering) "een feit is"? Volgens de 19 heeft iemand aan wie je een vinger geeft recht op je hele hand - tenminste, als die iemand een oorlogsmisdadiger is.

En dan komen we nu eindelijk bij wat in feite het eerste argument in dit voze pleidooi is: De door de 19 beweerde smet op Neerland's blazoen, en de Nederlandse geloofwaardigheid in het buitenland als moralist ("een smet werpt op de geloofwaardigheid van Nederland, dat zich ook internationaal graag als voorvechter van de mensenrechten laat kennen.")

Dit argument is een achterlijk argument, om een groot aantal redenen waarvan ik er hier maar een deel zal noemen (als ik u mocht vervelen: Het gaat om "de rechtsstaat" - volgens de 19 drogredenerende stellers van dit pleidooi). Ik tel tot 7:

  1. Het is een puur ongemotiveerde stelling: Het pleidooi begon met een stel volstrekt gratuite, opzettelijk vaag gehouden beweringen over een veranderd klimaat van opinie in Nederland. Waar zijn de "vele" "rechtsgeleerden" uit "kringen" (in het buitenland, wel te verstaan) die hun twijfel uitgesproken hebben aan "de geloofwaardigheid van Nederland" (wat dat ook moge wezen)?
  2. Bovendien: Bij wie in het buitenland wordt die "smet" dan gezien? In "kringen" van Bildzeitung en de Westduitse neo-nazi's? NB: Wat de 19 hier stellen is pure emotionele rhetoriek, appelerend aan Nederlandse eigendunk en zelfingenomenheid. Nederland is in het buitenland ongeveer even bekend als "het buitenland" in Nederland: Hooguit zeer oppervlakkig en van horen zeggen.
  3. Daarbij: Hoe wordt die "smet" dan geworpen? Was die bijzondere rechtspleging dan zo onmenselijk? Zijn de 2 gemarteld? Zitten ze in een strafkamp? Nee: Ze zijn vele jaren lang goed verzorgd, met als enige beperking hun bewegingsvrijheid. In 65 landen is het tegenwoordig normaal om bij politie-verhoren gemarteld te worden; staatssecratis Korte-Ten Hemel laat politieke vluchtelingen - zeker ook "In het belang van de rechtsstaat" - zonder vorm van proces terugzenden naar politie-staten met martelkelders, maar de 19 heb ik daar "In het belang van de rechtsstaat" nooit over gehoord.
  4. En wie werpt die "smet"? Gezien de onbekendheid van Nederland in het buitenland toch in de eerste plaats deze 19 "prominente" hielenlikkers van het gesunde Volksempfinden en ongespecificeerde autoriteiten?
  5. Trouwens: Sinds wanneer zijn landen "geloofwaardig"? Het zijn toch vnl. ronkende leeghoofden als Van den Broek en mede-pleidooihouder Van der Stoel die graag "geloofwaardig" over willen komen "in het buitenland", en die kennelijk zo dom zijn dat ze drogredenen als "Zeggen jullie maar niks over .... (vul maar in: Apartheid, concentratie-kampen in de S.U., genocide in Cambodja) zolang jullie die 2 arme, arme Duitsers niet vrijgelaten heb ben" niet kunnen weerleggen? Aangezien deze personen klaarblijkelijk wel zo dom zijn, zal ik hier kort aangeven waar het aan schort in dit argument: Het is een ad hominem (op de man i.p.v. het onderwerp gerichte) relevantie-fout (die de de kwestie onrechtmatig verlegt) en tegelijk een tu quoque drogreden (jij-bak). Het is een debiele drogredenering - maar in Nederland krijg je met dit soort achterlijkheden de 2e kamer plat, want precies deze bêtises waren voor vele volksvertegenwoordigers doorslaggevend.
  6. Vervolgens, wat Nederland als "voorvechter van de mensenrechten" betreft: Een land dat 2 d.m.v. een zorgvuldige rechtspleging veroordeelde oorlogsmisdadigers vrij laat op grond van drogredenen, opinies van niet terzake kundigen, schijnheilig geronk van regerings- en 2e kamerleden, en een totaal onjuridische procedure is niet alleen niet geloofwaardig als "voorvechter van de mensenrechten", maar ook niet als "rechtsstaat".
  7. En tenslotte, wat deze argumenten betreft: De 19, met hun beroep op "de geloofwaardigheid van Nederland" in het buitenland, menen kennelijk dat de eigen Nederlandse wetgeving; de eigen Nederlandse opvattingen over recht en rechtspleging; en de Nederlandse opvattingen over oorlogsmisdaden een soort achterlijke Nederlandse eigenaardigheid vormen die - vanwege andere opvattingen in het buitenland, bijv. in Duitsland - opzij gezet moeten worden. Maar wat is de zin nu eigenlijk van een nationale Nederlandse staat als de Nederlandse wetgeving ondergeschikt gemaakt moet worden aan wat - bovendien totaal ongespecificeerde - figuren in het buitenland daarover menen? Warum behaupten die 19 nicht gleich dasz es besser wãre dasz die Niederlãnden sich aufheben und weiter leben als Teil Deutschlands?


Ik heb tot 7 geteld, en maak even een tussenbalans op:

  • Liever dan de feiten bij de naam te noemen versluieren de 19 ze;
  • liever dan meningen toe te schrijven aan aanspreekbare of bekende personen suggereren ze;
  • liever dan oorlogsslachtoffers hun eigenwaarde en eigen opvatting betreffende recht en onrecht te laten insinueren ze


- en ook dit is een bekende drogreden: De zwart/wit drogreden dat wie niet voor ons is tegen ons is - dat oorlogsslachtoffers die tegen vrijlating van 2, na een zorgvuldig proces, veroordeelde oorlogsmisdadigers zijn, tegenstanders van "de rechtsstaat" zijn; en liever dan rationeel te argumenteren gebruiken de 19 drogredenen, insinuaties en kwalijke rhetorische kul - "In het belang van de rechtsstaat", voor wie dom genoeg is om het te slikken, zoals de Nederlandse volksvertegenwoordiging.

Denkt u nog steeds dat ik overdrijf, lezer? Weerleg me - "In het belang van de rechtsstaat." Ondertussen gaan we verder met het volgende stijlbloempje.


Alinea 6: "Hierbij zij benadrukt, dat een zodanige overtuiging niets van doen behoeft te hebben met een in de loop der jaren toegenomen ver- gevingsgezindheid, dan wel met gevoelens van mededogen of barmhartigheid."


Het verband tussen deze alinea en de voorgaande is bepaald niet evident. Wat de 19 echter inhoudelijk stellen komt kennelijk neer op: 'Al wenden wij 19 drogredenaars voor dat "het buitenland" zich voortdurend afvraagt hoe wij 2 oorlogsmisdadigers gevangen kunnen houden en toch vóór de mensenrechten kunnen zijn (zie punt 5 in alinea 5) - onze bezorgdheid over wat men van ons denkt betekent niet dat wij 19 drogredenaars vergevingsgezind, barmhartig of mededogend zijn. O nee, wat ons motiveert is puur internationale behaagzucht.' Waarvan akte.


Alina 7 t/m 9: Deze citeer ik hier niet.


De reden om u deze te onthouden zijn simpel: Het betreft ca. 1/5e van de totale tekst van de brief; het bestaat uit samenvattingen van wat de bijzondere rechtspleging verricht heeft; en het is pure volksverlakkerij, om een behoorlijk aantal redenen waarvan ik er hier drie zal noemen:

1. Er wordt op geen enkele manier aannemelijk gemaakt (behoudens door de drogredenen van valse analogie en suggestief taalgebruik) dat de opgevoerde vonnissen en gratieringen in dit geval relevant zijn. (En m.i. zijn de feiten die de 19 aanhalen dat overwegend niet.) Belangrijker is:

2. De hele opsomming lijkt maar e'e'n doel te dienen: Het bijzondere karakter van de bijzondere rechtspleging teontkennen. De 19 refereren, daaraan dan ook maar e'e'n keer, en dan tussen haakjes: "(bijzonder)". Wat was er bijzonder aan die bijzondere rechtspleging? Nu, het was op minstens 4 manieren bijzonder: Juridisch omdat het vergrijpen betrof waartegen op het moment dat ze gepleegd waren geen wetgeving bestond; ethisch omdat het vergrijpen betrof van een geheel andere aard dan vergrijpen van niet-oorlogsmisdadigers, zowel wat aantallen moorden als gruwelijkheid en motieven betreft; crimineel door een combinatie van beide voorgaande punten: Zelden zijn mensen voor dergelijke vergrijpen berecht door een rechtbank: gewoonlijk zijn oorlogsmisdadigers of niet berecht of zonder rechtspleging terecht gesteld; en sociaal omdat het niet misdaden gericht tegen individuele personen maar tegen de mensheid betreft, waartegen iedere maatschappij, en ieder individu, beschermd behoort te worden.

3. Er wordt systematisch verduisterd dat de 2 gevangen zaten niet om een of ander uit drogredenen gecomponeerde aanslag op de rechtsstaat uit naam van 19 zogenaamd "prominente" personen, maar

  • op grond van vonnissen geveld door terzake kundige rechters (zich o.a. welbewust van het in (2) gestelde)
  • dat die vonnissen geveld zijn na een nauwkeurig onderzoek van de relevante feiten (en niet door wat schijnheilig geronk over de "smet" waaraan Neder land in "het buitenland" zou lijden)
  • dat er reeds een keer gratie is verleend aan de 2
  • dat er over eerdere verdergaande gratie-verzoeken een relevante, zorgvuldige beredeneerde, afwijzende uitspraak van de Hoge Raad is.

Wat de 19 niet zeggen, maar wel zouden moeten zeggen, is ofwel "Alle rechters die zich eerder met de zaak bezig gehouden hebben waren onbekwaam (en hadden meer rekening moeten houden met wat "men" in "het" buitenland wel niet van Nederland zou kunnen denken)" ofwel "Vonnissen van rechtbanken doen er niet toe in Nederland: Met een briefje naar de minister - bijv. van 19 "prominente personen" - behoren gevelde vonnissen in "de Nederlandse rechtsstaat" over om 't even wie, van frauderende staatssecretarissen tot oorlogsmisdadigers, ongedaan gemaakt te kunnen worden (want wij Nederlanders hechten vooral aan wat "men" ervan vindt, en niet of een vonnis rechtvaardig of een mening rationeel en feitelijk onderbouwd is)".

Het wordt nog erger, lezer.


Alinea 10: "De twee verblijven thans 43 jaar in gevangenschap: 6 jaar in voorlopige hechtenis en 37 jaar als levenslang gestraften. Zij hebben zeer zware oorlogsmisdrijven begaan. Maar dat kan op zichzelf de voortzetting van de strafexecutie niet meer rechtvaardigen."


Het spijt me, maar dit is dom gehuichel (d.w.z. het soort taalgebruik waar de minister van Justitie dol op is: Hij noemt het pleidooi van de 19 nl. "een voornaam betoog"). NB de 19 zijn geen naieve MAVO'rs: Men kan 15 academische titels tellen, en zonder twijfel delen de 19 samen wel een pond koninklijke onderscheidingen en andere eretekenen.

In de eerste plaats dan. De 2 zitten niet vast door een blind toeval of doordat een of andere dictator dat zo beschikt heeft (zoals de 2 wel, in opdracht van een dictator, meer dan honderdduizend mensen hielpen vermoorden om geen andere reden dan hun veronderstelde "ras" of hun meningen) maar omdat ze, na een zorgvuldige afweging, door een terzake kundige rechtbank, veroordeeld zijn.

In de tweede plaats: De rechtvaardiging van dat vonnis is niet wat een ongespecificeerd zooitje "landgenoten" daar wel of niet van mag vinden, maar (1) de misdaden die ze gepleegd hebben, en (2) de overwegingen die in hun vonnis gegeven zijn. Wat de 19 behoren te doen, als ze dan zo stellig overtuigd zijn van de onrechtmatigheid van die vonnissen (quod non: Wat de 19 beweegt is, naar hun eigen zeggen, wat vele Nederlanders - vooral in de oorlog - beweegt en bewoog: "Wat de buren er wel niet van zouden kunnen denken", een argument waarop ik onder alinea 5 al ben ingegaan) is het aantonen (niet: beweren met een beroep op ongespecificeerde "velen") dat die vonnissen ofwel feitelijk onjuist onderbouwd zijn ofwel onrechtvaardig zijn.

In de derde plaats: Wat is rechtvaardigheid? Volgens de 19 is het kennelijk iets dat je in een briefje vol drogredenen kunt duidelijk maken. Volgens mij is het een moeilijke vraag. Hoe het zij: Het argument "Zij hebben misdaden gepleegd. Zij zijn lang gestraft. "Dus" is voortzetting van hun straf niet meer te rechtvaardigen." is een totaal ridicuul non sequitur en gaat weer opzettelijk voorbij aan de motivatie in de vonnissen van de 2 om hen zolang te straffen.

En in de vierde plaats: Hoewel ik hier niet dogmatisch wil uitmaken (anders dan de 19) wat rechtvaardigheid is, zit er in ieder geval een universeel onderkend aspect aan dat de 19 door hun drogredenen en ellenlange opsomming van irrelevante andere vonnissen, onder het tapijt trachten te vegen. Dat aspect is dat van de evenredigheid, dat in de strafwetgeving o.a. vorm krijgt door voor kleine vergrijpen een geringere straf op te leggen dan voor grote vergrijpen. Welnu: Als je iemand die één moord pleegt (Ferdi H. bijv.) tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld, of als je mensen die je gestoord acht levenslang TBR geeft, hoe zit het dan met de evenredigheid tussen hun vonnissen en dat van personen die, welbewust, meer dan honderdduizend mensen hebben helpen vermoorden? Is 43 jaar dan teveel? Of hoe trek je de grens? De 19 bediscussieren die vraag liever niet - kennelijk omdat "men" in "het" buitenland dat liever niet wil.


Alinea 11: "In alle landen om ons heen waren er in de door de Duitsers bezette gebieden oorlogsmisdadigers van dezelfde soort of erger. Nederland is het enige land ter wereld dat nog, sinds 1945, onafgebroken oorlogsmisdadigers gevangen houdt. De twee zijn sinds de dood van Rudolf Hess de enige Duitse oorlogsmisdadigers op wie sedert de capitulatie van het Derde Rijk onafgebroken gevangenisstraf wordt uitgevoerd."


Dit is opzettelijk misleidend. In de eerste plaats: In Duitsland - toch een land dat o.a. "om ons heen" mag heten - waren en zijn er vele oorlogsmisdadigers die nooit berecht zijn, en dat niet uit een of andere kwasi-humanitaire opstelling van de Duitse regering, maar omdat ze beschermd werden door nooit uit hun functie gezette mede-oorlogsmisdadigers. Dat is één deel van de verklaring van het door de 19 gestelde feit. Vervolgens: Zoveel oorlogsmisdadigers zijn er in Europa niet over om te vervolgen, noch zijn er veel vervolgd in "alle landen om ons heen": Een groot deel is uitgeweken naar Zuid-Amerika, en tot in de 60-er jaren werden er nauwelijks oorlogsmisdadigers berecht (met uitzondering van het proces te Neurenberg). Dat is o.a. veranderd door Simon Wiesenthal's optreden en argumenten ("Die Mõrder sind unter uns" - maar volgens de 19 hoort dat ook, "In het belang van de rechtsstaat, begrijpt u, juffrouw Laps").

En tenslotte: Hoewel het de opzet is van de 19 om de Nederlanders een gevoel van schaamte of schuld te bezorgen over die 43 jaar, kan het ook omgekeerd begrepen worden: Het feit dat in Nederland 43 jaar lang oorlogsmisdadigers hebben vastgezeten toont - nee: toonde - het morele en juridische besef van "Nederland" aan. In Argentinie" mochten de ex-SS'rs de politie onderwijzen in de martelkunde; in Duitsland werden oorlogsmisdadigers niet vervolgd ("Wir haben es nicht gewusst"); maar in Nederland werden ze, na een behoorlijke rechtsgang, met een uitgebreid gemotiveerd vonnis, geveld door ter zake kundige, onafhankelijke, en ter goeder trouw zijnde rechters, levenslang, maar overigens op humane wijze, opgesloten en goed verzorgd.

Is dat zo onrechtvaardig? Tast dat de grondslagen van "de rechtsstaat" aan?Het lijkt mij niet, maar de 19 menen van wel:


Alinea 12: "Nederland, een democratisch deelgenoot in de gemeenschap der moderne staten, kan zich naar de mening van de ondergetekenden niet meer veroorloven daarmede voort te gaan."


Wie in Nederland een ronkende, huichelachtige en betekenisloze cliche'-vervoeging uitstoot als "een democratisch deelgenoot in de gemeenschap der moderne staten" (democratisch? deelgenoot? gemeenschap? moderne staten? (als Navo-bondgenoot en EEG-kandidaat Turkije misschien, waar voortdurend gemarteld wordt door de politie?)) kan zich verheugen op de onmiddellijke instemming van het gros der kamerleden, wat de mening ook moge zijn die op dit, bovendien totaal irrelevante, gehuichel volgt.

Maar dit daargelaten staat in deze alinea niets dan een ronkend ingeleide mening zonder enig argument, en zijn tot nu toe geen andere argumenten gegeven dan 1. men zou het "internationaal" niet leuk vinden dat de 2 gevangen blijven zitten, en 2. andere oorlogsmisdadigers en levenslang gestraften (met NB andere vonnissen, veroordeeld voor andere vergrijpen) zijn ofwel vrijgelaten ofwel zijn (in "het" buitenland alweer) anders behandeld dan hier.

Daarbij: Er is geen enkele afweging van rechtvaardigheid (alleen een botte bewering gebaseerd op een non sequitur in de voorgaande alinea); er is uberhaupt geen afweging van argumenten, van voor en tegens; er is geen enkele kiesheid voor noch begrip van de gevoelens en standpunten van direkt betrokken oorlogsslachtoffers - het is, kortom, allemaal botte, lage en bovendien slecht geschreven demagogie en drogredenering. En uiteraard is alles (volgens de 19) "In het belang van de rechtsstaat". We houden dus nog even vol - er volgen nu waarempel zelfs enige argumenten:


Alinea 13: In tenminste drie opzichten verscherpt een verdere voortzetting van deze strafexecutie verschillen in rechtstoepassing die naar Nederlandse rechtsopvattingen bedenkelijk zijn:

    • Levenslang veroordeelden worden gewoonlijk, als zij niet voor anderen gevaarlijk zijn, na 13 tot 15 jaar losgelaten; de straf van de twee duurt nu al 22 jaar langer.
    • De 5 oorspronkelijk ter dood veroordeelde Duitsers, die in 1959 en 1960 het land zijn uitgezet, hebben 15 jaar gevangen gezeten; de twee thans 43 jaar.

De 101 oorspronkelijk ter dood veroordeelde en later in vrijheid gestelde Nederlanders verbleven maximaal 19 jaar in gevangenschap; deze twee Duitsers nu reeds 43 jaar.



Hierin worden de beweringen die ik u boven bespaard heb toen ik alinea 7 t/m 9 niet citeerde nog eens samengevat en tevens voor de 3e keer vermeld dat de 2 43 jaar gezeten hebben. Wat zijn deze argumenten waard? Weinig of niets:

De termen "naar Nederlandse rechtsopvattingen" en "bedenkelijk" zijn drogredenen: De eerste "begs the question": De 2 zijn veroordeeld naar Neder landse rechtsopvattingen, en als de 19 het daarmee niet eens zijn dan liegen ze wanneer ze hun persoonlijke standpunt uitroepen tot geldende rechtsopvattingen. En de tweede is emotioneel en insinuerend taalgebruik: Aan "bedenkelijke" zaken zit immers een immoreel luchtje, en dat is precies wat de 19 u , niet eerlijk en open, maar middels insinuatie, wensen wijs te maken.

Vervolgens worden er twee redenen gegeven: .

  • anderen levenslang veroordeelden zitten niet levenslang
  • sommige ter dood veroordeelde oorlogsmisdadigers hebben niet langer dan 15 jaar gezeten en zijn vrijgelaten.

Deze redenen zijn irrelevant en bewust misleidend:

Andere levenslang veroordeelden, die veroordeeld zijn voor andere vergrijpen dan misdaden tegen de mensheid, zijn volstrekt niet terzake, en het aanvoeren dat ze dat wel zouden zijn is bewuste misleiding: Het geldt bijzondere misdaden; bijzondere rechtspleging; en bijzondere misdadigers. En andere vonnissen tegen andere oorlogsmisdadigers kunnen alleen als relevant beschouwd worden als die vonnissen - immers de redenen waarom ze verooordeeld werden - expliciet vergeleken worden met de vonnissen van de 2.

En opnieuw: Wat is rechtvaardigheid? Welke evenredigheid moet er zijn tussen misdaad en straf? Mag iemand die meegeholpen heeft meer dan 100.000 Nederlanders weloverwogen, en over een periode van jaren, te vermoorden, vaak op de meest afgrijselijke manieren, niet harder gestraft worden dan iemand die 1 moord begaan heeft?

Zijn er dan geen principiële verschillen tussen misdaden tegen de mensheid en gewone misdaden, tussen enerzijds weloverwogen en systematische moord op meer dan honderdduizend onschuldigen en anderzijds iemand die één moord pleegt? Volgens de 19 niet - anders immers zouden ze gewone misdadigers niet gelijkstellen aan oorlogsmisdadigers, zoals ze wel doen. Kijk maar:


Alinea 14: "Deze verschillen in rechtstoepassing achten de ondergetekenden in een rechtsstaat onduldbaar."



"Onduldbaar"? Het is mogelijk, als de 19 eerlijke en rationele mensen geweest zouden zijn, dat ze "deze verschillen" problematisch zouden achten. Maar wie ze "onduldbaar" "acht" liegt: Waar waren al deze deugdhelden bij de vele onrechtvaardige handelingen binnen en buiten de rechtspleging in "onze rechtsstaat"? Waarom voelen ze zich geroepen om de rechtsstaat te toetsen, niet aan haar vreemdelingen-beleid, niet aan haar discriminatie van allochtone inwoners, niet aan juridisch totaal verontrechte psychiatrische patie"nten, niet aan liegende staatssecretarissen en ministers, niet aan incompetente regeerders en bestuurders, kortom, niet aan alles dat niet strookt met de opvattingen over rechtvaardigheid van "vele" "landgenoten" - maar aan de belangen van twee veroordeelde oorlogsmisdadigers? En wat is "een rechtsstaat" nu eigenlijk? Volgens - alweer een autoriteit, maar nu een echte - prof. mr. Van der Pot, in de 9e druk van het "Handboek van het Nederlandse Staatsrecht" (bewerkt door Mr. A.M. Donner) op p.162:

"Met die term [rechtsstaat] werden een aantal eisen samengevat.
a. Er moet een grondwet of constitutie zijn, welke vaste voorschriften bevat voor de betrekkingen van overheid en burgers,
b. waardoor een scheiding der machten wordt verzekerd, met name (1) wetgeving in overeenstemming met een parlement, (2) een onafhankelijke rechterlijke macht en (3) een bestuursoptreden dat op de wet berust,
c. en waardoor telkens de grondrechten van de burger worden gegarandeerd."

Wat hebben de argumenten die de 19 gebruiken, en die ze believen te presenteren onder de ronkende titel "In het belang van de rechtsstaat" nu met de rechtsstaat te maken? Inhoudelijk helemaal niets, lezer - het is pure bluf, zoals de vele prof.mr.'s onder de 19 verdomd goed moeten weten: Het is een leugen en een opzettelijke drogreden. "Het belang van de rechtsstaat" heeft niets te maken met het lot van de 2, vrijgelaten of niet.

Maar in een ding hebben de 19 gelijk: Hun pleidooi betreft de rechtsstaat wel - en is er tegen gekeerd: Hun pleidooi beoogt de scheiding der machten aan te tasten; hun pleidooi maakt de vonnissen van een onafhankelijke rechterlijke macht mede afhankelijk van privé-briefjes van een handjevol "prominente personen" aan de minister (net als vroeger hovelingen vonnissen ongedaan konden krijgen); en het hele pleidooi is een pleidooi tegen een bestuursoptreden dat op de wet berust - die immers voorondersteld dat vonnissen van de rechtbank niet ongedaan kunnen worden gemaakt door prive'-personen of de luim van ministers of kamerleden.

Vervolgens, om terug te keren tot alinea 14: "Deze verschillen" die de 19 zo "onduldbaar" "achten" (zonder ooit het beleid van staatssecretaris Korte-Ten Hemel ter discussie te stellen) gaan terug op bijzondere rechtspleging en bijzondere misdaden van bijzonder grote misdadigers, die, zowel wat het karakter van hun misdaden aangaat als van wat het hen mogelijk maakte deze daden te plegen, volledig afwijken van de in een rechtsstaat plaats vindende misdrijven: Het betreft oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid; het betreft geen incidentele moord, maar systematische en opzettelijke genocide. Maar volgens de 19 zijn er geen verschillen tussen honderdduizend moorden en e'e'n moord; tussen genocide en gewone misdaden; tussen misdaden tegen de mensheid en normale criminaliteit:

"Ondergetekenden achten deze verschillen", d.w.z. de verschillen tussen oorlogsmisdaden en oorlogsmisdadigers en andere misdrijven en andere criminelen "in een rechtsstaat" (ja, ronk nog eens schijnheilig) ... wat achten "ondergetekenden" dat? Een redeneerfout? Moeilijk te rijmen met hun geweten? Juridisch gezien misschien niet onproblematisch? Nee: "Onduldbaar". En waarom vinden de 19 dat "onduldbaar"? Om de volgende reden, die qua stompzinnigheid en schijnheiligheid moeilijk te overtreffen is:



Alinea 15: "Ook afgezien van de vorenstaande vergelijking: de thans op de twee gee"xecuteerde straffen hebben alle maat en doel verloren. Straf kan noch mag zijn een wachten op de dood."


Ergo: Als Hitler in Breda had gezeten, dan zou hij vrijgelaten moeten worden volgens de 19, kennelijk omdat Van den Broek en Van der Stoel dan beter in staat zouden zijn voze moralistische praatjes "In het belang van de rechtsstaat" in het buitenland op te hangen (zie alinea 5). Immers: "Straf kan noch mag zijn een wachten op de dood", en het zou, voor de 19 althans, "in een rechtsstaat onduldbaar" zijn, getuige alinea 14, om Hitler een andere behandeling of straf te geven dan een willekeurige gewone moordenaar, die immers ook niet langer dan een jaar of dertien hoeft te zitten.

Dat, lezer, is wat de 19 u, zogenaamd "In het belang van de rechtsstaat", op de mouw trachten te spelden. Laten we eens kijken naar wat er verder in deze exceptioneel achterlijke alinea staat.

Eerst even wat alinea 13 en 14 betreft, nl. "Ook afgezien van de vorenstaande vergelijking:". Dit was een achterlijke en oneerlijke vergelijking, zoals ik aangetoond heb, om welke reden ikzelf graag van "vorenstaande vergelijking" afzie. Waarom de 19 trouwens vergelijkingen bieden waar ze vanaf zien is mij een raadsel - tenzij ze zelf weten dat hun vergelijkingen op drogredenen berusten. Maar laten we ervan af zien en de frase "de thans op de twee geexecuteerde straffen hebben alle maat en doel verloren" beschouwen.

In de eerste plaats is dit "afgezien van de vorenstaande vergelijking" puur opinie, zonder enig argument. Vervolgens: Wat zijn nu eigenlijk "maat en doel" van straffen? Wat is de zin van straffen? De 19 laten zich er niet over uit - het enige wat volgt uit hun woorden is dat ze menen dat de gevoelens van de oorlogsslachtoffers (waarvan velen hun hele familie verloren hebben door toedoen van de 2) er niet toe doen, en dat alle Nederlandse rechters die zich met de 2 hebben beziggehouden geen begrip hadden voor maat, doel en betekenis van straf en bijzondere rechtspleging.

Laat ons dus eens zien, lezer, eerst wat betreft de maat van de straf:

Waren de rechters die het vonnis velden soms gek? Of behoren vonnissen ongedaan gemaakt te worden omdat 19 personen met achterlijke en irrelevante argumenten, grotendeels bestaande uit drogredenen en pure opiniërende bluf, dat willen? Zijn dat de beginselen van de rechtsstaat? Volgens de 19 en de 2e kamer wel. En die 2e kamer heeft zich vooral laten misleiden door schandalige en debiele frases als waarmee alinea 15 afsluit:

"Straf kan noch mag zijn een wachten op de dood." Volgens de 19 zijn de vonnissen die geveld zijn over de 19 irrelevant; volgens de 19 zijn er geen terzake doende verschillen tussen enerzijds oorlogsmisdaden en genocide, en anderzijds normale criminaliteit; en hoewel de 19 systematisch alle rationele discussie over het doel van de bijzondere rechtspleging, de zin van strafgeving, en de gronden die aangevoerd zijn in de vonnissen van de 2 vermijden, wordt hier - door 15 akademische titels - wel een negatieve visie op de functie van straf geformuleerd:

Het is deze (en luistert goed, nageslacht: Hieruit valt het morele en intellectuele peil van Nederland in de late 20ste eeuw af te leiden!): Straf mag geen ... Memento Mori zijn (immers: wie wacht op de dood gedenkt te sterven, en omgekeerd).

Wat een wrange en achterlijke schijnheiligheid! En dat niet alleen om dat iedereen op de dood wacht, en ook niet alleen omdat deze achterlijke frase niets van doen heeft met een redelijke discussie over de zin van straf, maar vooral omdat duizenden met een KZ-syndroom veroordeeld zijn tot een veel erger straf: Mijn vader, en velen die meegemaakt hebben wat hij doorstaan heeft, droomde iedere nacht dat hij weer in het concentratie-kamp zat. Maar, volgens de 19 (en de minister van Justitie, die dit soort ronkende debiele hypocrisie "een voornaam betoog" belieft te noemen) geldt dat "straf kan noch mag zijn een wachten op de dood" - voor oorlogsmisdadigers. Maar wel voor hun slachtoffers, die immers niet met zegening van de 19 vrijgelaten kunnen worden, en die hun last hun hele leven mee moeten dragen. De 19 achten dat kennelijk heel "duldbaar": Het lijden van anderen - voorzover het geen oorlogsmisdadigers zijn, uiteraard - is immers licht te dragen, voor de 19.

En nogmaals, wat die straf die geen memento mori mag zijn (terwijl mijn vader iedere nacht droomde dat hij over de lijken voor het crematorium moest kruipen, en over de mensen die onder zijn ogen doodgeslagen, doodgeschoten doodgetrapt en dood gemarteld werden - o nee: Straf mag geen memento mori zijn!): In termen van wat gebruikelijk is in de geschiedenis was het vonnis tegen de 2 een buitengewoon mild vonnis, dat niet in verhouding staat tot de ernst van de misdaden die gepleegd zijn, terwijl de 2 goed zijn behandeld, en uitgebreide rechten hadden.

Dit wat betreft de maat. Vervolgens, wat het doel van straffen aangaat:

Volgens de 19, de regering, en de volksvertegenwoordiging is het strijdig met "de rechtsstaat" om de konsekwenties van een juridische daad (zoals de konsekwenties van de vrijlating van de 2) in rekening te brengen bij een oordeel of die daad rechtvaardig is of niet - immers "Straf kan noch mag een wachten op de dood zijn" en levenslang, al betreft het massa-moordenaars en genocide-plegers, is "onduldbaar" en (blijkt hieronder) is strijdig met "het behoud van de rechtsstaat" (volgens de 19, uiteraard).

Dit is een leugen waar het geldend recht en geldende rechtsopvattingen (in andere koppen dan die van de 19) betreft, en het is een volstrekt achterlijke morele notie. Uiteraard wordt er bij het uitspreken van vonnissen wel rekening gehouden met wie daar overigens, naast de veroordeelde of vrijgelatene, door geraakt wordt. Ieder vonnis berust op een afweging van de rechtvaardige belangen van iedereen in de samenleving - immers, het trachten te garanderen dat zoveel mogelijk mensen zo weinig mogelijk in hun rechtvaardige belangen getroffen worden is het hoofddoel van de rechtsspraak.

Welnu: Wat de 2 betreft is de situatie totaal afwijkend van andere gestraften (een feit dat de 19 met alle mogelijke drogredenen trachten te verbloemen), en één van de relevante verschillen is het aantal nog levende slachtoffers en nabestaanden van het handelen van de 2 , en de serieuze konsekwenties van de vrijlating van de 2 voor de gezondheid van hun slachtoffers (vaak mede gerui"neerd door toedoen van de 2, direct of indirect).

Volgens de 19 doet dat niet terzake: Zij wegen de belangen in kwestie als volgt: Vanwege de internationale geloofwaardigheid van Nederland (altijd volgens de 19) en vanwege het "onduldbare" lijden van de 2 (volgens de 19) zijn de belangen, de gezondheid en de gevoelens van alle oorlogsslachtoffers - meer dan 70.000 Nederlanders, vrijwel allemaal van onbesproken gedrag, en voor een groot deel geëerd vanwege hun bijzondere verdiensten - volstrekt irrelevant: Immers "de thans op de 2 geëxecuteerde straffen hebben alle maat en doel verloren" (volgens de 19).

Wat is dit: Waanzin, hypocrisie, cynisme, een sick joke "In het belang van de rechtsstaat"? Ik vergis me, lezer? Nee hoor, kijk maar:


Alinea 16: "Naar de stellige overtuiging van de ondergetekenden kan het vorenstaande tot geen andere conclusie leiden dan dat de executie van de levenslange gevangenisstraf van de twee alsnog zo spoedig mogelijk dient te worden bee"indigd. Zoals dat 28 jaar geleden met 5 oorspronkelijk ter dood veroordeelde Duitsers eveneens is gebeurd."


"Kan het vorenstaande tot geen andere conclusie leiden"? Er zijn geen betere argumenten gegeven dan in een botte en oneerlijke reclame-campagne: Alles wat relevant is - het bijzondere karakter van de bijzondere rechtspleging; de bijzonder grote misdaden van de 2; de overwegingen in de vonnissen die tot hun straf leidden; de rol van rechtvaardigheid en de functie van straf in het recht; de rechten van velen die te goeder trouw zijn om niet nodeloos gegriefd te worden; de gezondheid van overlevenden; het bijzondere karakter van het Nederlandse recht (dat met "de" geloofwaardigheid van "Nederland" in "het" buitenland niets van doen heeft) - alles wat relevant is; alles wat een redelijk en rationeel mens althans op een fatsoenlijke wijze ter sprake zou hebben gebracht wordt door de 19 onder de tafel geschoven met beroepen op (i) ongespecificeerde "gevoelens van onbehagen in onze samenleving" (ii) ongespecificeerde "geloofwaardigheid van Nederland in het buitenland" (iii) de volledig irrationeel, onredelijk en onbehoorlijk beargumenteerde opinies en wensen van deze 19 personen.

En wat de rechten en de gezondheid van de overlevende oorlogsslachtoffers betreft, de 19 vervolgen met


Alinea 17: "Tegenstanders van een strafbee"indiging van de twee beroepen zich er veelal op, dat met het verder laten rusten van de zaak en door geen wijziging te brengen in de gevangenhouding van de twee, de gevoelens van hun vroegere slachtoffers en nabestaanden zouden worden ontzien."


Dit is een misleiding: Voorstanders van een strafbeëindiging van de 2 behoren de redelijkheid van dit argument ook in te zien, hoe het uiteindelijk ook gewogen wordt. Bovendien: Het "zouden worden ontzien" is, in deze context, niet alleen misleidend maar ook - naar ik gezien de 15 akademische titels van de 19 aanneem: opzettelijk - grievend: Het "zouden" impliceert immers dat aan dat "ontzien" gerede twijfel zou kunnen bestaan.

Wie dat denkt weet niet of beseft niet waar hij/zij het over heeft (een stellige waarheid waar het de volksvertegenwoordiging betreft, die kennelijk overwegend onwetend zijn over 1. wat zich in de Duitse concentratie-kampen afgespeeld heeft, en 2. wat dat voor gevolgen had voor hun overlevende slachtoffers - nl. een levenslang KZ-syndroom en, gewoonlijk, levenslange invaliditeit) en legt de vele tientallen demonstraties en petities van tienduizenden oorlogsslachtoffers en nabestaanden tegen vrijlating naast zich neer, kennelijk uit de uitermate arrogante en onbehoorlijke overweging dat deze mensen, als ze zeggen dat hun gevoelens en gezondheid door het laten rusten van de zaak worden ontzien, "zouden" liegen.

De 19 hebben echter nagedacht over de gevoelens en de gezondheid van de slachoffers en hun nabestaanden. Hun oordeel is dit:


Alinea 18: "Men geve zich er evenwel rekenschap van dat elke nieuwe publikatie of openbare uitlating van bekende of gezaghebbende personen in deze zaak, telkens een golf van onrust veroorzaakt bij de groeperingen die men nu juist in bescherming wil nemen. In dit licht bezien zou een definitieve beslissing die een eind aan deze kwestie zou maken uiteinde lijk voor iedereen, ook voor de tegenstanders van vrijlating, de beste oplossing kunnen blijken te zijn."


Mr. R.S. Meijer heeft in dit verband terecht opgemerkt:

"Waar staat toch 'geschreven' dat het recht de regering dwingt tot het openrijten van zo diepe wonden bij zovele slachtoffers ten bate van zo uitzonderlijke schurken? Die loze bewering wordt inderdaad passend gecompleteerd door de drogreden, dat het beter voor die slachtoffers zou zijn als de voor hen zo pijnlijke discussie over vrijlating wordt gesloten door vrijlating." (NRC, 25 jan 1989).

Wat de 19 beweren is dit: Als duizenden mensen 15 jaar lang, op basis van zeer goede medische gronden, telkens opnieuw zeggen dat X hen vreselijk zou grieven en hun gezondheid zou schaden, dan moet je vooral X doen om ... hen zo min mogelijk te grieven en hun gezondheid te sparen. Niet alleen is dit het soort rationalisatie dat sadisten geven; het is ook van een onbehoorlijkheid waarvan ik alleen maar kan gruwen, want het impliceert dat al die duizenden mensen zelfs niet weten wat ze zeggen als ze hun eigen gemoedstoestand omschrijven, of anders dat noch hun meningen noch hun gemoedstoestand noch hun gezondheid er "in onze rechtsstaat" (volgens de 19) toe doen.

Kennelijk heeft niemand in de volksvertegenwoordiging of de regering zich ook maar enigzins adekwaat laten informeren over wat een KZ-syndroom betekent en inhoudt voor de slachtoffers. Dat is uitermate kwalijk. En zo dit wel gebeurd is is het nog kwalijker dat men er - dan niet door nalatige onwetendheid maar gewoon door boze opzet - aan voorbij gegaan is. Want het is een feit dat de vertegenwoordigers van de oorlogsslachtoffers, precies op grond van drogredenen als deze, ternauwernood gehoord zijn, evenmin als hun doctoren.

Daar komt bij dat die tienduizenden mensen niet uit eiger beweging in "onrust" geraken, maar juist omdat lieden als de 19 en andere ("arische"?) non-valeurs telkens weer over deze kwestie beginnen, en dat er, geheel in tegenspraak met de woorden van de 19, een "definitieve beslissing" was: Een vonnis, dat bovendien herhaaldelijk bekrachtigd is.

Maar dat doet er allemaal niet toe voor de 19:


Alinea 19: "Het is op grond van de vorengaande overwegingen dat de ondergetekenden de Nederlandse regering dringend verzoeken de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor een besluit dat leiden zal tot de bee"indiging van de levenslange gevangenisstraf van de twee van Breda, gevolgd door hun verwijdering uit ons land."


De "vorengaande overwegingen" zijn irrelevant, oneerlijk, extreem onzorgvuldig, ze zijn opzettelijk grievend, het is een grote opeenstapeling van drogredenen, en ze zijn intellectueel volstrekt onhoudbaar - ook voor voor standers van vrijlating, indien deze voorstanders ter goeder trouw zijn. Bovendien: Al zou dat allemaal niet zo zijn, dan nog was het in alinea 19 gedane verzoek ongerechtvaardigd en onrechtvaardig: Het enige wat voorstanders van vrijlating redelijkerwijs zouden kunnen verzoeken is heroverweging van de vonnissen.

De 19 hebben, naar het de lezer niet zal verbazen, exceptioneel grote pretenties wat hun eigen intellectuele en morele vermogens betreft:


Alinea 20: "Uiteraard zijn ondergetekenden zich ten volle bewust van het gewicht en van de implicaties van een zodanig besluit. De rechtvaardiging ervan ligt naar hun oordeel evenwel in het overheersende belang van het behoud van de rechtsstaat, ons aller plechtanker."


Als "ondergetekenden zich ten volle bewust" zijn "van het gewicht en van de implicaties" van de meningen uitgedrukt in hun pleidooi, meningen die zonder uitzondering op drogredenen berusten, dan zijn ze het welbewuste leugenaars, en welbewuste drogredenaars - of anders zijn ze gewoon gek.

Ik geloof echter niet dat deze 19 met 15 academische titels gek zijn. Ik geloof dat ze - gezien het grote getal der drogredenen, en gezien hun 15 academische titels - in ieder geval wat de academici aangaat overwegend welbewuste drogredenaars zijn. En ik geloof dat, voorzover dit pleidooi niet een produkt van opzettelijk bedrog is, bedoeld om de volksvertegenwoordiging te misleiden, het in ieder geval een voortbrengsel van zeer laakbare, zeer grote en bijzonder pretentieuze domheid, nalatigheid en onzorgvuldigheid is.

Wat de 2e zin in alinea 20 aangaat: De al eerder geciteerde advocaat mr. Meijer heeft ook terecht opgemerkt "Ik protesteer echter tegen het schandalige verwijt dat de tegenstanders van vrijlating een inbreuk op de rechtsstaat zouden voorstaan." Ik sluit me van harte bij dit protest aan: Wat de 19 hier inhoudelijk beweren is dat iedere tegenstander van vrijlating van 2 herhaaldelijk, en na zorgvuldig beraad, rechtmatig gevonnisde massa-moordenaars, een tegenstander van de rechtsstaat is - immers, wie tegen vrijlating van de 2 is is volgens de 19 tegen het behoud van de rechtsstaat, en dus tegen de rechtsstaat.

Als dit geen schandalige opzettelijke belediging van de morele integriteit en intellectuele vermogens van tegenstanders van vrijlating en van tienduizenden oorlogsslachtoffers is, die, gezien de 15 akademische titels onder de 19, nauwelijks onbewust kan zijn, wat is het dan? Kenelijk een merkteken van het diepe morele en intellectuele verval in onze samenleving, waarin 19 "prominente personen" met minstens 15 akademische titels niet gewillig of niet in staat zijn zonder drogredenen, zonder leugens, zonder insinuaties, en zonder beledigingen te argumenteren. Het is intellectuele en morele debilisering ... "In het belang van de rechtsstaat", volgens de 19 zelf.

En wat het hypocriete beroep op "ons aller plechtanker" betreft: De 19 besluiten hun pleidooi met de volgende kromme zin:


Alinea 21: "De rechtsstaat, bij het gemis waarvan in de jaren 1940-1945 vele tienduizenden landgenoten het leven hebben moeten laten en voor de herwinning waarvan zo vele anderen hun leven veil hebben gehad."


Let wel, lezer: Wie in de oorlog het "leven veil" heeft gehad voor "ons aller plechtanker" of wiens familie uitgemoord is mede door toedoen van de 2, krijgt na de oorlog te horen, zogenaamd "In het belang van de rechtsstaat" bovendien, dat zijn/haar meningen en gevoelens over de oorlogsmisdadigers die "ons aller plechtanker" tijdelijk vernietigden 1. niet serieus te nemen zijn en 2. dat wie vindt dat deze oorlogsmisdadigers niet vrijgelaten mogen worden een tegenstander van de rechtsstaat is.

NB wat dit betekent voor de oorlogsslachtoffers die, geheel ter goeder trouw en tot zeer voor kort ondersteund door Nederlandse rechtspraak, tegenstanders van vrijlating zijn: In de voorgaande alineaas worden ze afgeschilderd als tegenstanders van de rechtsstaat, en in deze alinea wordt dat gedaan in naam van de rechtsstaat; in voorgaande alineaas worden hun hier zeer relevante meningen - door duizenden in vele demonstraties, petities en documenten uitgedragen en verdedigde opvatting dat de 2 niet vrijgelaten behoren te worden - terzijde gelegd als niet serieus te nemen, en in deze alineaas wordt hun "inzet" (kennelijk staat die volgens de 19 los van hun meningen) gewoon genaast, in naam van "ons aller plechtanker".

Eén van de twee: Ofwel dit is zó dom en onwetend dat geen van de ondertekenaars enig intellectueel of moreel krediet behoort te hebben, ofwel dit is boze opzet, de 19 kennelijk ingegegen door de overweging: "We maken onze belangrijkste tegenstanders gewoon vanaf het begin voor "tegenstanders van de rechtsstaat" uit, en zeggen tegelijk dat het zo mooi was dat ze "hun leven veil hebben gehad" voor die rechtsstaat. Dat verwart de toch al niet bijster begaafde 2e kamer vast zo dat, als het in 5 dagen a` la MacBeth door de kamer gejaagd wordt: "If it were done, when 'tis done then 'twere well it were done quickly" zodat geen van onze belangrijkste tegenstanders kans krijgt om te getuigen - waar we voor zorgen door glashard te liegen dat niet getuigen in hun belang is - de meerderheid van de 2e kamer te bang is om als tegenstander van "de rechtsstaat" door te gaan."

En zo gebeurde: De 2e kamer, in een orgie van debiele drogredenen en ronkende schijnheiligheid, en in de waanzinnig korte tijd van 5 dagen, tegen iedere redelijke procedure, en tegen geldend recht in, accepteerde dedrogredenen van de 19 en gaf de regering de mogelijkheid de vonnissen ongedaan te maken.

En wat zijn de gevolgen van deze wrange tragi-komedie "In het belang van de rechtsstaat" nu eigenlijk? De 2 zijn vrijgelaten, en op het moment dat ik dit schrijf hebben 6 organisaties die de de hulp aan oorlogsslachtoffers regelen, aan de regering laten weten dat tienduizenden oorlogsslachtoffers i.v.m. de vrijlating van de 2 meer hulp nodig hebben: "Van de circa 70.000 oorlogsgetroffenen heeft bijna 25 procent voortdurende problemen met de verwerking van het oorlogsverleden. Door de vrijlatingskwestie, die zout in de wonden heeft gestrooid, komt daar nog een vrij groot aantal mensen bij en moeten bestaande therapiee"n worden uitgebreid."

25% van 70.000 is bijna 20.000, lezer. Maar die bijna 20.000 mensen, stuk voor stuk geen oorlogsmisdadigers maar oorlogsslachtoffers die zich, anders dan de regeringsleden en 2e kamerleden, inzetten "In het belang van de rechtsstaat" toen daar geen hoge salarissen maar levensgevaar mee gemoeid was, die tellen niet:

Het ministerie van WVC heeft reeds geantwoord (ik citeer als zoeven de NRC van 17.II.89) dat "het maatschappelijk werk voor oorlogsgetroffenen al uitstekend en meer dan voldoende is georganiseerd en wordt gesubsidieerd".

M.a.w.: Wat de regering betreft kunt u verder doodvallen - de 2 zijn "In het belang van de rechtsstaat" en voor "het behoud van de rechtsstaat" vrijgelaten; diegenen die "hun leven veil hebben gehad" voor "het behoud van de rechtsstaat" "in de jaren 1940-1945" kunnen verder wat de regering (en de volksvertegenwoordiging, en de 19) betreft aan hun lot worden overgelaten. "In het belang van de rechtsstaat".

Dát is dus wat de minister van Justitie kennelijk bedoelde met "De regering zal naar vermogen bevorderen dat hulp wordt verleend aan hen die door de gedachte aan mogelijke beëindiging van de gevangenschap van de twee Duitse oorlogsmisdadigers en de discussie daarover bijzonder worden geraakt. De minister van Justitie." (NRC, 24.I.1989).

Zo gaat dat tegenwoordig in Nederland. "In het belang van de rechtsstaat".