Nederlog        

 

 28 april 2008

                                                                 

Kenners vinden het ook: Mijn generatie

 



Ik ga nog steeds gebukt onder ME en de vervolgingen van de terreur-organisatie die zich Stichting Waternet belieft te noemen, en lig voornamelijk ziek en met pijn in bed, maar het volgende fraais wilde ik toch registreren, in het voorbijgaan, in de pijn, en in de armoede, alles wéér dankzij de gemeente Amsterdam, die ook wéér voor de terreur van de Stichting Waternet aansprakelijk zijn, want het is allemaal het werk van Jesov van Poelgeest (*), die indertijd zo stellig meende te weten dat ik "een fascist" ben (tegenstander van de Asva, nietwaar, en zo was dat dan, naar het normbesef van mijn generatie).

Maar terzake.

Dit stukje had  "Marjoleine vindt het ook" kunnen heten, naar een reeksje in Nederlog van de afgelopen maand, maar ik neem aan dat mevrouw De Vos, die redacteur van de NRC is, niet gehéél alleen staat, in haar gevoelens en diagnose, en het is wáár dat ze Een Echte Kenner is van het grachtengordelvolk ("zo heet zulks"), vast ook met kennis van en aan talrijke BN'ers van mijn en haar generatie, die ikzelf moet ontberen, ontrecht als ik ook dáárvan moet leven, en vandaar dus dat ik haar maar verheven heb tot kenner in het meervoud, van mijn generatie. En ik vind het ook, dus logisch dat ik gelijk heb met mijn titel.

Maar waar gáát het over? Het stukje heet

"Nare mensen. Mijn generatie.",

staat in de NRC van vandaag, en begint zo:

Ben je een generatie? Iedereen afzonderlijk natuurlijk niet, maar kun je iets voelen bij de woorden 'mijn generatie'? Ik vroeg het me af na het lezen van de sympathieke kleine roman Vriendendienst van Aleid Truijens.

Het boek gaat over een groep mensen, misschien een of twee jaar ouder dan ikzelf, 'mijn generatie' dus. Hun leven lijkt in sommige opzichten op het mijne, Vossiusgymnasium in Amsterdam, in die stad blijven wonen, sommigen zijn journalist geworden.

Zoals mevrouw Etty, bijvoorbeeld, co-redactrice van Marjoleine in de NRC, eertijds redactrice van De Waarheid, tegenwoordig ook gearriveerd professeuse, en samen met mevrouw De Vos véélverdienend  Nederlit-jurylid?

O nee, we hebben het over romanpersonagens, en er zijn er inderdaad heel wat meer van die soort.

Mevrouw De Vos vervolgt, zoals ik opmerkte ongetwijfeld als kenner van de soort, in tàl van opzichten bovendien groter en beter kennes dan ik:

Het zijn nare mensen. Verwend en slordig. Ze zijn in allerlei constellaties met elkaar geweest, hebben als ze vrouwen zijn kinderen van verschillende mannen, en als ze mannen zijn kinderen van verschillende vrouwen, één man heeft zelfs de dochter bezwangerd van een vrouw bij wie hij ook al een kind heeft. Onsympathiek. De verteller in het boek heeft er ook weinig goede woorden voor over.

De vrucht van de genoemde bezwangering heeft dus zowel de eigen grootvader als de vader van de eigen halfzus tot eigen vader - als dat geen sexueel communisme is dan weet ik niet wat wèl - maar goed, a little complication with all the fornication.

Mevrouw De Vos houdt er geheel niet van, en zegt wat verder:

De generatie die we hier zien - als het een generatie is en niet een stel hoofdstedelijke naarlingen - heeft weinig gevoel voor verplichtingen. Net als ze in zekere zin niet volwassen zijn geworden of dat Haagse Post ik-gevoel en het jaren tachtig hedonisme nooit zijn kwijtgeraakt.

We hebben het hier natuurlijk feitelijk over echte, hoewel anonieme mensen. En ze refereert trouwens naar een artikel van John Jansen van Galen uit 1980, dat het tevens over narcisme had, maar dat in feite neerkomt op egoïsme, vaak uit naam van maatschappelijke idealen, en algehele karakterloosheid c.q. valsheid en hypocrisie.

Wat mevrouw De Vos vooral dwars zit is sex (zij schrijft "seks"):

Oh, wat erger ik me aan die mensen. Waarom toch? Blijkbaar vind ik het maar niet als mensen losweg kinderen maken bij verschillende partners.

For the record: Ik ben geheel onschuldig hieraan, maar afgezien daarvan: Het gáát toch eigenlijk, moreel ook, om onverantwoordelijkheid, egoïsme, en slapheid?

Mevrouw De Vos vervolgt zelf

Vind ik misschien zelfs die losse seksuele moraal, nog los van eventueel nageslacht, weerzinwekkend?

Zelfde opmerking als hiervoor, en mevrouw De Vos legt het uit, maar dat moet u zelf maar nalezen, desgewenst, want de "seksuele moraal" van mijn generatie is niet mijn voornaamste bezwaar daartegen, en mijn afschuw geldt, àls het dan geëtikketeerd moet worden, moraal schlechthin, dat wil zeggen in het Neerland van 'mijn generatie': morele hypocrisie, egoïsme, en doodordinair karakterloos parasitisme en uitvreterij. (En toen ik dit in 1988 zei, in de UvA, tegen mijn generatie, of liever gezegd vroeg, want zó ging het, werd ik voor de derde keer van de UvA verwijderd vanwege "uw uitgesproken ideeën".)

Ze eindigt zo, na bespreking van se(x)(ks)uele mores door haar die ik oversla:

Het is merkwaardig dat je voor romanpersonages zo'n intense afkeer voelt, en zoveel zin hebt om te zeggen dat je vindt dat ze verkeerd leven, verkeerd denken, zich verkeerd gedragen - dat je geweldige zin hebt om afstand van ze te nemen.

Maar ja: Geheel en al uit het echte leven gegrepen, warts, deceptions, lies and all, nietwaar - en enigermate perceptief als ik ben lees ik zowèl de subtekst als begrijp ik de onmiddellijk volgende blije toelichting van de schrijfster:

Het zijn maar personages. Dat ze toevallig ongeveer mijn leeftijd zijn, nu ja, dat gebeurt wel eens vaker, dat is al veel vaker voorgekomen en dan heb ik niet de neiging om te zeggen: ik ben heel anders.

Kortom, oplettende lezer(es) - en mevrouw De Vos en ik zijn nog Neerlandistiek geschoold in de wateren van de tekstduiders van Merlyn, dus ik kan dit tekstkritisch-Neerlandistiek-verantwoord duiden: Al zijn het romanpersonages, mevrouw De Vos voelt zich aangesproken; herkent ze, of zich; kent het milieu en de soort; ging er ongetwijfeld mee naar bed (Bijbelse "kennis": achteraf kennelijk naar eigen smaak te vaak), en konkludeert dan ook met een antwoord op haar eigen vraag:

Dus blijkbaar is dat generatiegevoel toch iets. Kun je je misschien wel een beetje schamen voor je generatie, die destijds zo vrije en zo geëngageerde mensen die je nu hebt zien veranderen in iets te dikke of te strakke, zelfvoldane, zelfgenoegzame mensen.

Nu ja, de meesten dan. De anderen.

En misschien waren ze indertijd helemaal niet zulke "vrije en zo geëngageerde mensen"? En waren ze uiteindelijk eigenlijk niets waarachtiger in hun pretenties dan - bijvoorbeeld - pedofiele katholieke priesters zonder werkelijk geloof? Was it all hypocritical make-belief + devious careerism?

Want dat is wat ik denk. Over de meer succesvollen. Over de  gearriveerden.

Van 'mijn generatie', die Nederland slechter achterlieten dan ze het aantroffen, maar daar zelf rijk van en bekend mee werden. En vanaf het allereerste begin, al in de verheerlijkte Zestiger Jaren, altijd uit waren op macht, bestuursmacht, en op posities, politiek-leidende posities.

Van welbewuste opzettelijke ruïneerders van het voorbereidend en wetenschappelijk onderwijs, uit naam van nivellering, demokratisering, gelijkwaardigheid, en Marx, Greer, Meulenbelt, en de directieven uit de CPN, tegenwoordig werkzaam bij de NRC, en wonend 'op de grachtengordel', in alle morele integriteit en financiële welvarendheid.

Ach ja.

(*) Zie: Robert Conquest, "The Great Terror" voor het karakter van kameraad Jesov. (Ik schreef eerst "Stalin", maar dat is toch echt veel te veel eer.)


P.S. "Waarom léés je die krant dan?" "Omdat het is als met veel keuzes in het leven: Het is het minste kwaad. Er is niet beter, helaas. In Nederland."

 Maarten Maartensz

        home - index - top - mail