Prev-IndexNL-Next

Nederlog

February 17, 2018

Wat over mijn communistische achtergrond



Sections
Introduction   

1. Summary
2.
A. Wat over mijn communistische achtergrond
          1. Inleiding

          2. Tot mijn 20ste

          3. Na mijn 20ste

          4. Wat zijn de verschillen & wat maakten ze uit?
Introduction:

This is a Nederlog of Saturday, February 17, 2018.

And this is not ¨a normal crisis log¨ (since 2013) nor is it written in English except for this beginning: It is in Dutch and tells something about my communist background. I wrote it in Dutch in December of 2017, and it follows below.

I will probably translate it later.

1. Summary

This is a
crisis log but it is a bit different from how it was the last five years:

I have been writing about the crisis since September 1, 2008 (in Dutch, but since 2010 in English) and about the enormous dangers of surveillance (by secret services and by many rich commercial entities) since June 10, 2013, and I will continue with it.

On the moment and since more than two years (!!!!) I have problems with the company that is supposed to take care that my site is visible [1] and with my health, but I am still writing a Nederlog every day and I shall continue.

Section 2.

A. Wat over mijn communistische achtergrond
1. Inleiding
2. Tot mijn 20ste
3. Na mijn 20ste
4. Wat zijn de verschillen & wat maakten ze uit?
1. Inleiding

Ik heb, zoals ik ondertussen herhaaldelijk in Nederlog verteld heb, een communistische achtergrond, die enigszins bijzonder is omdat er niet zoveel communisten in Nederland waren:
de partij had vanaf de jaren 50 rond de 10,000 leden; omdat zowel mijn ouders als mijn achtergrond behoorlijk extreem zijn; en omdat allebei mijn ouders hun hele volwassen leven communisten waren, maar ikzelf daar op mijn 20ste,
in 1970, geheel mee stopte, wat verder niemand van mijn generatie en achtergrond toen deed.

En ik heb het een en ander verhaald over mijn achtergrond in mijn autobiografie, maar het volgende verhaal, dat ik in December 2017 schreef, is wat duidelijker over wat mijn achtergrond voor mij betekende, en hoe deze verschilde van een normale Nederlandse achtergrond.

2. Tot mijn 20ste

Dat mijn ouders kommunisten waren speelde waarschijnlijk een grotere rol dan ik me realiseerde, intellektueel gesproken vooral omdat zij zeiden dat er een betere en andere samenleving mogelijk was, en al bestond, in de Sovjet-Unie, getuige waarvan we tijdschriften hadden, met fotoos van blije boeren en boerinnen op tractoren en grote fabrieken.

Dit geeft een heel ander uitgangspunt dan wanneer je ouders je vertellen dat je in de beste van alle samenlevingen leeft, het vrije Westen, waar je maar wat blij mee zou moeten zijn.

Idem dat ik geheel zonder geloof aan god ben opgevoed. Het is een fundamenteel andere orientatie dan gebruikelijk. De mensen kunnen anders en beter met elkaar omgaan en er is geen grote toezichthouder in de hemel. Wat andere kinderen van mijn leefitjd leerden, in grote meerderheid, was dat zoals de mensen met elkaar omgingen goed was, en dat je op moet passen met wat je deed of dacht, want deed je verkeerd dan zou God je straffen. En God was machtiger dan alles en iedereen.

Het is moeilijk te zeggen wat voor verschillen dergelijke verschillen in uitgangspunten geven in een mensenleven, maar het betreft fundamentele aannames over hoe het is en hoe het behoort te zijn. Hoeveel mensen hebben niet geleefd met de gedachte dat het is zoals het is omdat God het wil? Toch waarschijnlijk minder dan die aan zonde geloofden.

Hoe het zij: Ik ben niet met een religie of een god lastig gevallen.

Maar er was wel de Partij, en de klassenstrijd, en de koude oorlog tussen communisme en kapitalisme, en het reëel bestaande socialisme van onze Russische kameraden. Dat is voor een groot deel analoog met wat de protestanten en katholieken leerden, maar zonder god, en met wetenschap. Dat laatste vond ik als kind al belangrijk, al zal dat vooral van mijn vader afkomstig zijn geweest: De communisten konden hun leer met wetenschap bewijzen; de kerken hadden alleen maar geloof in iets onzichtbaars, ontastbaars, en onbestaands.

Ik probeer het enigszins vanuit een kinds standpunt te bekijken en formuleren, maar het was wel ongeveer zo, in 1958: Ik was toen wel zover als gezegd. En wat klassenstrijd was, begreep ik via het bestaan van een minderheid van rijke mensen die niet hoefden werken, maar daar anderen voor konden betalen, en  een meerderheid van arme mensen, die moesten werken voor loon om te kunnen eten, en daar niet veel voor betaald kregen, zodat ze arm bleven.

Ik denk dat ik ook dat rond mijn achtste wel zo had kunnen uitleggen, desgevraagd. En waarschijnlijk ook, want ik dacht zelf na en er werd veel thuis gepraat, dat velen rijk en weinigen arm niet mogelijk was, en velen arm en weinigen rijk wel mogelijk en kapitalistisch was, en niet goed, en dat de eerlijke socialistische oplossing was dat niemand rijk en niemand arm was. Ik wist toen ook al, want we gingen immers met de familie naar partij-congressen, dat er socialisten waren, die het goede wel wilden maar het niet goed zagen. Vermoedelijk zou ik het verschil gegeven hebben, toen, dat de socialisten niet in de Sovjet-Unie geloofden. Ik denk niet dat ik rond 1958 een goed idee had waarom dat zo was.

De leer was dat het weliswaar een diktatuur was, maar van het proletariaat, en dat onze kameraden partij-leiders onze kameraden waren, en natuurlijk het goede deden, geschoold als zij waren in het denken van Marx en Lenin.

Voor zover ik er over nadacht zal ik dat tot mijn 14e geloofd hebben, vanaf mijn 9e of 10e. Het is wel zo dat ik enige twijfels had: Ik vond het kommunale gedoe in het vakantiekamp op mijn 8ste niet leuk, en ik vond het vreemd dat Stalin zijn beeltenis zo graag zo vaak zag, en het was allemaal wel erg gestyleerd met gezwollen spieren en heldhaftige poses, van boer en boerin met hamer en sikkel in de gestrekte hand, maar dat hoorde kennelijk zo, en het kommunale gedoe hoefde ik niet te doen toen bleek dat ik het niet leuk vond. [2]

Het ging pas fout, in termen van het communistisch geloof, toen ik 14 was en met de OPSJ als Junge Pioniere naar het Ferienlager Willhelm Pieck van onze Oostduitse kameraden werd gestuurd. Ik vond het gruwelijk: Militaristisch, dwangmatig, dogmatisch en onjuist en oneerlijk, zoals het laten oplezen van lofredes aan kameraad Brezhnev, door Duitse Junge Pioniere van 7: Hoe konden ze dat nou weten? En waarom moesten we het aanhoren opgesteld in militair carré, in de houding voor de vlag, die ook gegroet moest worden, iedere ochtend weer?

Ik vond het grote kwalijke onzin, wist ik al snel, en wilde ook niet gewekt worden met militaire marsmuziek, noch gedwongen worden het bed naar militair model te moeten opmaken, binnen een kwartier, en ook het gebral uit microfoons stond me tegen, en later de gruwelijke armoede, goorheid, grauwheid en gedeprimeerdheid van Karl Marxstadt, eerder Chemnitz. En al die militaire uniformen en al dat militaire gegroet!

Ik was er zwaar op tegen, maar de rest van die Hollaendische Delegation zag dat tamelijk anders. Ik had wel enigszins gelijk, want we deden dat soort dingen immers geheel niet in Holland, maar... het waren onze gastheren, en hun gewoonten, en ze waren nu eenmaal zowel Duits als socialistisch, dus vanwege het laatste moest het wel goed zijn.

Maar ik vond van niet, en zei dat ook, in de Teillagerrat waarin ik als vertegenwoordiger van die Hollaendische Pioniere zat, omdat ik immers zo makkelijk Duits opgepikt had: "Es ist eine fascistische Schweinerei hier!" - waarbij ik vooral doelde op het militaristische gedoe doelde, maar ongetwijfeld niet begrepen werd.

Mijn vader werd dus gebeld, en gemeld dat ik de DDR uitgezet zou worden, als 14-jarige, in 1964. Veel later leerde ik dat hij een Duitse partijkaart van de heropgerichte KPD had, waarop hij nr. 17 was. [3]

En het ging ook niet door, omdat ik in een roestige spijker trapte, een bloedvergiftiging kreeg, en in het kamp-hospitaal terecht kwam, en daarna gewoon teruggezonden kon worden met de anderen.

Mijn ouders maakten geen problemen toen ze eenmaal hoorden waarom het mij tegenstond. Ook zij hielden niet van militairisme. Maar ik geloofde niet meer in het reeel bestaande socialisme: Het was geen socialisme, volgens mij: zo behoorde je niet met mensen om te gaan.

Mijn vader zag dat anders, maar ik was een puber, en hijzelf kreeg zijn bedenking toen de Russen Tsjecho-Slowakije bezetten in 1968, vanwege Dubcek, en de CPN dat ook afkeurde. Met Hongarij had hij niet getwijfeld, en was in Felix Meritis toen dat belegerd werd door tegenstanders van het communisme, om het Partij-hoofdkwartier te verdedigen. [4]

Ik kan me trouwens niet herinneren hoe mijn ouders op Chroestjov's redevoering reageerden, maar wel in 1958 de Brug-groep en de verwijdering van Gortzak en Wagenaar, de eerste een soort vriend van mijn vader, omdat ze samen uit Sachsenhausen ontsnapt waren, terwijl de tweede kort daarvoor nog de CPN'ers had toegesproken op een publieke bijeenkomst, en tot mijn verbazing geroepen had "terwijl de straaljagers hier overvliegen", terwijl er geen vliegtuig aan de hemel was, maar de mensen toch enthousiast applaudiseerden. [5]

Gortzak en Wagenaar gaven veel commotie, en bezoek van en vergaderingen met veel kameraden, waarbij mijn vader op stellige toon kon beweren, alsof dat voldoende bewijsgrond had "Maar het is wel/geen PG!" - en ik niet doorhad dat "PG" het waarmerk der waarmerken was: "partijgenoot".

Mijn ouders waren dus feitelijk behoorlijk gelovig. In bewuste termen kreeg ik daarvan mee dat we De Waarheid lazen, en dat we met de familie naar partij-congressen en het Waarheidzomer- festival gingen, in de RAI. Ik vond het eerste meestal vervelend, vooral vanwege de redevoeringen en de opgelegde plechtigheid, maar het tweede, een soort uitgebreide kermis met politieke redevoeringen, wel leuk vanwege het kermisachtige, met daarnaast ook cultuur, zoals het koor Morgenrood, en volksdansgroepen, dat weer niet aan mij besteed was.

Wat ik er in onbewuste termen van meekreeg is moeilijker te zeggen, maar waarschijnlijk veel, want er werd thuis veel gepraat, en dat ging meestal over politiek of, althans in de 50-er jaren, over de voortreffelijkheden van de Sovjet-Unie. Dat was weer een komplex van samenhangende veronderstelde feiten, zoals dat de Sovjet-Unie socialistisch was, en van waarden, zoals dat het uitbuiten van mensen slecht was.

En dat was dus weer heel anders dan wat andere kinderen van hun ouders geleerd zullen hebben, al is een ander belangrijk verschil dat dit voor mijn ouders echt leefde, en hun leven vorm, zin, inhoud en richting gaf, terwijl voor kleinburgerlijke mensen, zoals mijn vader ze regelmatig noemde, veel minder gold dat ze geleid werden door een politieke overtuiging, en indien wel, dan vrijwel zeker minder sterk dan voor mijn ouders.

Voor mijn ouders moet het tot in de 60-er jaren geduurd hebben dat ze ¨in het verzet¨ zaten, in vrij duidelijke zin: In de oorlog, tegen de nazis; na de oorlog tegen de kapitalisten. Er was weliswaar geen miilitaire bezetting, maar De Waarheid werd verspreid, net als de partij-literatuur, en mijn moeder had een stencil-machine, een heuse Gestetner, waarop ze veel artikelen schreef en drukte, het laatste soms met mijn hulp. [6]

Mijn vader was scholings-secretaris voor De Partij van Amsterdam, soms lid van het Dagelijks Bestuur, en ook jarenlang een leider van de EVC, de Eenheids Vak Centrale; mijn moeder schreef en drukte voor overlevenden van Auschwitz, Ravensbruck, Sachsenhausen, Buchenwald, of de Nederlandse Vrouwen Vereniging, ook al een CPN-mantelorganisatie.

Dit was wat klassebewuste communistische arbeiders behoorden te doen en wat hun kameraden ook deden, zei mijn vader. Mijn moeder geloofde dat ook, maar met minder vuur, maar dat was minder vanwege ongeloof als vanwege karakterverschil: mijn moeder was veel meer rationeel en afstandelijk, en mijn vader romantisch en gepassioneerd, vóór de socialistische revolutie, waarvan Karl Marx had bewezen dat ie komen zou en moest, want het kapitalisme zou ten onder gaan aan de eigen tegenspraken. [7]

3. Na mijn 20ste

Ik geloofde meer wel dan niet in de communistische ideologie tot mijn 20ste, waarbij ik twee dingen op moet merken.

In de eerste plaats was ik op mijn 15e (in 1965) vrij serieus in filosofie geïnteresseerd geraakt, en las vanaf dat moment behoorlijk veel Marx, Engels en Lenin, en ook wat Stalin, omdat die allemaal in mijn vader´s boekenkast stonden - hij was immers ook scholingssecretaris van Amsterdam - en dat leerde mij behoorlijk wat, vooral tussen 1965 en 1968.

En in de tweede plaats geloofde ik vanaf mijn 14e niet meer in de politiek van de CPN, en ook niet in de ideologie ervan, althans zoals deze werd uitgedragen in ¨De Waarheid¨ en ¨Politiek en Cultuur¨: Ik was wel een soort neo-marxist maar nooit een gelovige CPN´er, al werd ik wel lid van de partij op mijn 18e, maar dat was vanwege Edith Bakker (op wie ik verliefd was en om mijn vader te plezieren.

Ik had op mijn 19e, samen met een vriend, ook een behoorlijk fundamenteel stuk geproduceerd, ¨Kapitalisme en Revolutie¨ dat vooral gebaseerd was op mijn eigen leeswerk en nadenken en dat, hoewel ik het er sinds 1970 geheel niet meer mee eens ben, in de soort van ¨neo-marx- istische theorie-vorming¨ beter is dan wat ik verder uit die tijd ken.

Maar ik had ook al op mijn 17e Wittgenstein ontdekt en gelezen; was meer in analytische filosofie geïnteresseerd geraakt; begon aan het begin van 1970 in Bertrand Russell en Evert Beth te lezen, en ik was een half jaar later - eind 1970 - geheel af van het marxisme en het neo-marxisme:

Ik geloofde niet meer in het dialectisch materialisme; niet meer in het historisch materialisme; niet meer in de arbeidswaarde-leer; ik zag het transformatie-probleem en wist dat Marx´ oplossing niet klopte (en ik zag allebei die problemen goed, hoewel ze beter geformuleerd zijn in 1977 door Ian Steedman in ¨Marx after Sraffa¨); en ik zag al deze dingen in behoorlijke precieze en heldere termen - zie: Marx - al op mijn 20ste, en ik was daarmee geheel geen marxist meer, en gaf ook eind 1970 zowel mijn lidmaatschap van de CPN als mijn behoorlijk sterke politieke belangstelling geheel op: Ik koos de filosofische en de wetenschap- pelijke weg, en verliet de politieke weg overwegend.


4. Wat zijn de verschillen & wat maakten ze uit?


Ik heb geprobeerd de belangrijkste verschillen in de opvoeding die ik kreeg - geheel a-religieus,
anti-kapitalistich, vóór ¨het socialisme¨ - geprobeerd in de eerste sectie te verduidelijken, al geef ik ook direct toe dat het tamelijk moeilijk is voor mij omdat ik geen andere families redelijk kende, en ik een kind was.

Er zijn echter nog drie verschillen die ik wel kan aangeven:

Het eerste verschil is dat allebei mijn ouders een IQ
hadden boven de 130, en hetzelfde geldt voor mijn broer en mij. Wat dit precies zegt en uitmaakt weet ik ook niet, maar mijn broer deed het gymnasium en studeerde maar maakte het niet af, terwijl ik een doctoraal psychologie + een kandidaats filosofie heb (en geen doctoraal filosofie omdat mij - geheel illegitiem - het recht werd ontzegd doctoraal examen te doen, vlak voordat ik daar volledig mee klaar was, omdat ik zo eerlijk was te protesteren tegen het werkelijk gruwelijke niveau van ¨filosofie-onderwijs¨ dat aan de UvA werd gegeven; omdat ik eerlijk zei geen marxist te zijn, wat zeker bij filosofie minstens zo gruwelijk werd geacht als Christenen vloeken in de kerk beschouwden (zo niet erger); en dat ik, in weerwil van mijn ziekte sinds begin 1979, een studenten-partij opgericht had, die pro-wetenschappelijk en niet marxistisch was, zoals de ASVA wel.

Welke van deze ¨misdaden¨ het ergst waren aan de ¨Universiteit¨ van Amsterdam weet ik niet, maar ik werd iets van tien jaar lang (waarvan ik er een aantal niet studeerde vanwege ziekte) systematisch door veel leden van de ASVA (allemaal kwasi-marxisten) uitgemaakt voor ¨fascist¨, ¨vuile fascist¨ (10 jaar lang) en in 1988 ook, bij voordracht waarvoor ik uitgenodigd was als spreker, als ¨terrorist, terrorist, terrorist, terrorist¨, kennelijk omdat ik ongelukkig was met het werkelijk gruwelijke niveau van alle filosofie die gegeven werd aan de UvA, en omdat de meeste schreeuwers allang wisten dat ik geen Marxist was, terwijl de meesten pretendeerden dat wel te zijn, omdat een dergelijke pretentie (bleek mij pas na 2000) bij uitstek geschikt was om een doctoraal filosofie te behalen op basis van (i) meedoen aan linkse demonstraties (ii) Marx verbaal prijzen, en (iii) een werkgroepje feminisme volgen.

Voor iemand met twee ouders die hun hele leven échte communisten waren, met een vader én een grootvader die in Augustus 1941 gearresteerd werden door de Nazis, en veroordeeld werden als ¨politieke terroristen¨ tot concentratiekampstraffen, wat mijn grootvader niet overleefd heeft, met een moeder in het verzet, en met haar ouders allebei levenslange anarchisten, was dat - een behoorlijk vreemde ervaring (tien jaar lang!), die mij geheel genezen heeft van enig geloof in de integriteit, de eerlijkheid, en het fatsoen van vrijwel iedere academicus:

Als de UvA 25 jaar lang  (!!) als aanhangwagen van eerst de communisten en dan de postmodernisten kan functioneren, dan is dat vanwege het gebrek aan
integriteit, eerlijkheid, fatsoen én ook van waarachtige intelligentie bij de zeer grote meerderheid van - behoorlijk veel - academici die ik ontmoet heb.

Hoe het zij: Mijn ervaringen aan de UvA was ik vrijwel zeker ontlopen - door meeliegen, oneerlijkheid, gemakszucht, geen werkelijk besef van waarheid, geen werkelijke appreciatie van echte wetenschap - als ik geen waarachtig marxistische ouders gehad had, die bovendien allebei behoorlijk tot zeer moedig waren (geweest in de 2e WO).

Er is ook een tweede verschil, dat me pas duidelijk werd na 2000, omdat ik toen - via Wikipedia - wat meer leerde over de achtergrond van andere (ex-)communisten van ca. mijn leeftijd:

Mijn broer (die al meer dan dertig jaar niet in Nederland woont) en ik hebben de beste "linkse achtergrond" waar ik weet van heb, in Holland, en wel omdat zowel onze vader als onze groovader communisten waren, en allebei gearresteerd werden in Augustus 1941, en als "politieke terroristen" tot concentratiekampstraffen werden veroordeeld, wat mijn grootvader niet overleefde; omdat mijn moeder communiste was, ook in het verzet zat, maar nooit gearresteerd is; en omdat haar twee ouders anarchisten waren (en Waarheid-lezers op het eind van hun leven).

Ik weet verder van helemaal niemand waarvoor iets soortgelijks geldt. En hoewel het mogelijk is dat ze er zijn zullen ook zij zeldzaam zijn. Als ze er zijn.

En het derde verschil heb ik feitelijk al gegeven: Het is onwaarschijnlijk dat ik in de universitaire politiek terecht was gekomen zonder dat mijn ouders de politieke en filosofische overtuigingen hadden die ze hadden.

Het was trouwens ook een fout van mij, maar ik ben er snel mee opgehouden nadat bleek dat er voor een wetenschappelijke en rationele opstelling van de Universiteit van Amsterdam in het begin van de tachtiger jaren hooguit 5% te porren was. En dat was veel te weinig om een daadwerkelijk tegenwicht tegen de - toen nog: communistische, iets later: postmoderne - opvattingen van de Asva te kunnen vormen.

Tenslotte.

Er is redelijk veel dat mij niet echt duidelijk is over de verschillen die mijn achtergrond maakten in mijn leven. Maar ik voel me niet werkelijk geschaad door mijn achtergrond, en ik ben er door gebaat omdat ik geheel a-religieus ben opgevoed (wat een groot voordeel is); doordat ik er redelijk wat van leerde over de maatschappij waarin ik leef, want hoewel Marx ongelijk had, had hij gelijk dat maatschappij waarin ik leef onrechtvaardig is; en ook doordat mijn ouders mij vrij lieten te lezen, doen en denken wat ik wilde.

Notes

[1]I have now been saying since the end of 2015 that xs4all.nl is systematically ruining my site by NOT updating it within a few seconds, as it did between 1996 and 2015, but by updating it between two to seven days later, that is, if I am lucky.

They have claimed that my site was wrongly named in html: A lie. They have claimed that my operating system was out of date: A lie.


And they just don't care for my site, my interests, my values or my ideas. They have behaved now for 2 years as if they are the eagerly willing instruments of the US's secret services, which I will from now on suppose they are (for truth is dead in Holland).


The only two reasons I remain with xs4all is that my site has been there since 1996, and I have no reasons whatsoever to suppose that any other Dutch provider is any better (!!).

[2] En dit was feitelijk behoorlijk belangrijk voor me: Mijn ouders lieten mij overwegend vrij te doen wat ik wilde, en toen bleek dat ik de vakantiekampen in Holland en in Oostduitsland onprettig en militaristisch vond steunden ze me, niet in de zin dat ze me gelijk gaven, maar dat ze me vrij lieten mijn keuzes te maken.

Dit was feitelijk heel belangrijk, en dank ik aan mijn ouders en niet aan de CPN.

[3] Dit was in 1945, toen de KPD pas heropgericht was. Hoe het zij, mijn vader was in Oostduitse termen gerekend een behoorlijk belangrijk man, en is er ook diverse keren in de zestiger jaren op min of meer "officiele" bezoeken geweest, d.w.z. namens "het Verzet" of "de Partij", al weet ik niet meer voor wie.

[4] Mijn vader was dus feitelijk een behoorlijk trouw partij-verdediger.

[5] Ik zei al: ik was 8 in 1958, en ik nam de mensen nog letterlijk.

[6] Ik heb er over nagedacht hoe realistisch mijn mededeling is dat mijn ouders "in het verzet" zaten ook na de oorlog.

Ik denk meer wel dan niet, o.a. omdat ik denk dat mijn vader tot de vroege jaren Zestig verwachtte de revolutie te zullen meemaken (en hij had de instorting van Wall Street in 1929 meebeleefd, evenals de Tweede Wereldoorlog, en leefde in de tijd van het socialisme in de Sovjet-Unie en China).

Mijn vader werd 48 in 1960, en veranderde kort daarna zijn politieke belangstelling van vakbondswerk en politiek naar het verzet, vooral doordat hij lid werd van de Sachsenhausen-vereniging (waarin hij gevangen gezeten had). Voor dat werk is hij
ook geridderd, tot Ridder van Oranje-Nassau, vlak voor zijn dood in 1980.

[7] Mijn ouders waren allebei zo'n 45 jaar communist en partijlid, en ze waren dat ook werkelijk (anders dan zeer velen, zoals de vele studenten van de ASVA die partijlid werden in de zeventiger jaren). Maar hoewel dit mijn leven vrij ingrijpend beinvloedde voel ik me er niet door geschaad, en dat vooral omdat ik er op mijn 20ste, zonder oorlogservaringen en zonder een concentratiekamp- achtergrond, van los gedacht had, alweer geheel anders dan iedereen die ik kende met mijn soort achtergrond.


       home - index - summaries - mail