\ 

Nederlog

 

5 Januari 2010

 

Lob der Partei: Over wijlen Marcus Bakker en de CPN

 

    "De communisten versmaden het, hun opvattingen en oogmerken te verhelen. Zij verklaren openlijk dat hun doel slechts kan worden bereikt door de gewelddadige omverwerping van iedere, tot dusverre bestaande maatschappelijke orde."
     -- Karl Marx/Friedrich Engels,
     Het Communist Manifest
     Uitgeverij Pegasus 1967 (*)

    "Parteien sollen heiszen auf (formal) freier Werbung beruhende Vergesellschaftungen mit dem Zweck, ihren Leitern innerhalb eines Verbandes Macht und ihren aktiven Teilnehmern dadurch (ideelle oder materielle) Chancen (der Durchsetzung von sachlichen Zielen oder der Erlangung von persŲnlichen Vorteilen oder beides) zuzuwenden." (p. 167)
     -- Max Weber, Wirtschaft und
     Gesellschaft
, mijn vetzettingen.

                                                Achtergronden: Lob der Partei

Ik hoorde het op de radio in de dagen rond Kerst en het stond gisteren in de NRC op de Binnenlandpaginaas onder de titel en subtitel

Staalharde communist die als Kamerlid waardering kreeg
                  Marcus Bakker (1923-2009), politicus

Dat stuk, ook verfraaid met zwartwit-foto van de overledene op het Tweede Kamer spreekgestoelte in 1972, opent met een korte redactionele inleiding:

Necrologie
Marcus Bakker was een politicus die in de Tweede Kamer meer waardering oogstte dan zijn partij, de Communistische Partij van Nederland.

Ik heb het er hieronder over, maar geef eerst de secties die volgen als links, en begin met een korte inleiding

1. Inleiding
2. Problemen met de CPN
3. Problemen met Marcus Bakker
4. Problemen met het CPN-taalgebruik
5. Problemen met prof.dr. Elsbeth Etty
6. Er werd en wordt veel gelogen over de CPN

Trouwens... wie van bijna of helemaal niets weet inzake de CPN adviseer ik te beginnen met sectie 4, omdat deze veel van mijn eigen morele en intellectuele problemen rond de CPN vanaf mijn ca. 14e goed illustreert, en verhelderend is over het gedachtengoed en taalgebruik van de CPN en van Marcus Bakker, en wat achtergronden geeft waarom ik de veelzijdige bewondering voor de man niet zo goed begrijp.

1. Inleiding

Marcus Bakker en de CPN vormen het onderwerp van dit stukje, dat ik zal beginnen met te verklaren waarom ik het schrijf en waarom ik het geen "In memoriam Marcus Bakker" of iets dergelijks heb genoemd.

Ik schrijf het omdat ik zelf opgegroeid ben in een Amsterdams CPN-milieu, als oudste zoon van een bekende Amsterdamse communist, ook overlevende van een lange concentratiekamp-straf vanwege zijn communistisch verzet, en daarom redelijk wat weet over de CPN, en trouwens persoonlijk oppervlakkig met Bakker bekend was en diverse keren bij hem thuis ben geweest, overigens niet vanwege hem maar vanwege ťťn van zijn dochters, en omdat ik nogal wat te klagen heb over de CPN, dat minder met de generatie van Bakker en mijn ouders samenhangt, als met mijn eigen babyboom-generatie, want ik blijk daar vrijwel alleen collaborateurs, carrieremakers, ellebogenwerkers, poseurs, en leugenaars en morele en intellectuele zwakkelingen uit gekend te hebben, die er, juist vanwege die kwaliteiten, voor een groot deel in slaagden prominente posities aan de Nederlandse universiteiten te verwerven, en al doende de universiteiten debiliseerden, nivelleerden, en ruineerden.

De reden dat ik niet deed als mijn eigen babyboom-generatie, vol van zulke succesvolle ellebogenwerkers als Gijs Schreuders, Elsbeth Etty, Paul Scheffers, Max van Weezel, Jolande Withuis e.v.a. is dat ik niet zo dom, laf, leugenachtig, achterbaks en vals ben als zij, en daarom al op mijn twintigste afscheid nam van de CPN, dus precies in de tijd dat "mijn generatie" (van verraders dan wel collaborateurs) zich daar in horden bij inschreven, omdat ik meende Marx weerlegd te hebben en een zeer grote tegenzin had ontwikkeld tegen het totalitaire milieu in de CPN en tegen het uitermate stupide partij-proza.

U vindt wat ik van leden van mijn generatie vind trouwens tamelijk goed uitgelegd in stukken die ik in Nederlog schreef onder de noemer "Lob der Partei" en wat er van mij terecht kwam vanwege mijn opstellingen aan de Universiteit van Amsterdam in "ME in Amsterdam" - waaruit u ook kunt opmaken waarom ik mijzelf voorkom als ťťn van de zeer weinige leden van mijn linkse generatie van zogenaamd revolutionaire universitair bekwaamde personen die geen leugenaar, intrigant, oplichter en zeer gewillige ruineerder van de beschaving, de universiteiten en het onderwijs was, en wat mij dat opleverde: Dekaden lang pijn, discriminatie en armoede, en dekaden lang geen hulp bij invaliditeit. (**)

Ik veronderstel "ME in Amsterdam" ook als - enigermate - bekend in wat volgt, en in ieder geval liggen daar de redenen voor dit stukje over Marcus Bakker, dat naar ik vrees lang zo vriendelijk niet is als zijn nabestaanden dat graag zouden zien - wat dan weer de reden is om het geen "In Memoriam" te noemen.

Laat ik beginnen met mijn redenen voor de relatieve onvriendelijkheid van dit stukje te geven.

2. Problemen met de CPN

Zoals gezegd stapte ikzelf op mijn 20ste, in 1970, uit de CPN, waar ik toen 2 jaar lid van was geweest, vanwege een combinatie van intellectuele en morele redenen die ik hierboven aangeduid heb, en die zich voor een deel als volgt laten samen vatten:

Ik was tot de overtuiging gekomen dat de menselijke emancipatie zeer veel beter via de wetenschap gediend wordt dan via de politiek en was veel meer geinteresseerd in echte wetenschap dan in politiek.

Voor mijn babyboom-generatie - ik merk op dat ik hiermee vooral doel op de indertijd prominent linkse vaak naar eigen inzichten revolutionaire leden van mijn generatie die het VWO afgelopen hadden en studeerden, en minder op de rest - lag dit indertijd heel anders, en was ik een renegaat, met heel kwalijke en heel burgerlijke opinies.

Mij interesseerde dat echter niet, want ik meende, mede vanwege mijn aanwezigheid bij de studentenrevolte in Parijs in 1968 en bij de Maagdenhuis-bezetting in 1969, dat mijn babyboom-generatie zich intellectueel en moreel zeer vergisten.

En ik had gehoopt - in zekere mate ook, gezien de (in mijn ogen) evidente stompzinnigheid, bevooroordeeldheid en partijdigheid van hun ideeŽn en taalgebruik, verwacht - er in de rest van mijn leven nooit meer (veel) mee te maken te hoeven hebben, maar het noodlot beschikte anders, zoals u o.a. in ME in Amsterdam en de serie Lob der Partei, waar ook dit stukje deelt van uitmaakt, kunt nalezen.

Was het anders geweest, was bijvoorbeeld "mijn generatie van verraders" ook maar voor 1 tot 10% zo moedig, integer en intelligent geweest als ze zichzelf publiek verkochten, dan was het allemaal anders geweest voor velen, en waren bijvoorbeeld de Nederlandse universiteiten en het Nederlands onderwijs niet zo gedebiliseerd geweest als ze nu blijken te zijn, en was ikzelf waarschijnlijk ook niet zo arm en gediskrimineerd als ik ben.

Vandaar dus dat ik niet erg vriendelijk ben over de CPN, en inzonder niet over de leiders van de CPN als Marcus Bakker, en zeker niet over mijn generatie van verraders, onderwijs-ruineerders, ellebogenwerkers en histrionische hysteri-ci en ka's, waarvan hieronder ook een voorbeeldje, na mij over Marcus Bakker uitgelaten te hebben.

3. Problemen met Marcus Bakker

De tweede en derde alinea van het NRC-stuk d.d. 28 december 2009, van de hand van Mark Kranenburg (***), luiden als volgt:

De afgelopen donderdag op 86-jarige leeftijd overleden Marcus Bakker was typisch zo'n politicus die in de Tweede Kamer veel meer waardering wist te oogsten dan zijn partij.

In feite wil ik het in dit stuk vooral over dit nogal verbazende feit hebben: Hoe komt dit toch - terwijl zijn partij en de leden van die partij van de vroege vijftiger jaren tot de tachtiger jaren in Nederland beschouwd en behandeld werden als vuil, als oproerkraaiers, als gewillige medestanders van de Sovjet-Unie, en als landverraders?

Ik vraag het onder andere omdat mijn vader in diezelfde periode een bekende Amsterdamse communist was, zelfs dekadenlang scholings-secretaris voor het distrikt Amsterdam, die wel zo beschouwd en behandeld en betiteld werd, net als velen van zijn partijkameraden, maar dus niet zoals hun leider, publieke voporganger, en parlementair hoofdrolspeler Marcus Bakker, en ik vraag het trouwens ook omdat zowel Bakker als mijn ouders als alle CPN-leden tegenwoordig zouden gelden als levensgevaarlijke politieke terroristen, zoals mijn openingscitaat duidelijk maakt.

Waarom is Marcus Bakker gestorven met een ongetwijfeld uitstekend Kamer-pensioen, met eer omgeven, met al jaren een "Marcus Bakker zaal" in de gebouwen van het Nederlands parlement - terwijl hij zich een groot deel van z'n leven zeer actief inzette voor

"de gewelddadige omverwerping van iedere, tot dusverre bestaande maatschappelijke orde"?

Terwijl mijn ouders, net als veel van hun partij-kameraden en -vrienden, die niet in de Tweede Kamer zaten, maar wel prominent en actief waren in de CPN, door niet-CPN'ers hun hele leven als menselijk vuil beschouwd en behandeld zijn, en hun hele leven armoede leden?

U denkt wellicht: "Dat komt omdat Bakker nu eenmaal een partijleider was, en een Tweede Kamerlid" - maar dat verklaart die "Marcus Bakker zaal" niet, zo min als talrijke eerbewijzen van niet-CPN-kamerleden aan zijn persoon, bij zijn leven, en hierbij vergeet u ook, of weet u niet van, de verbluffende hoeveelheid verbaal en ander vuil die over CPN'ers geheel vanzelfsprekend ook werd uitgestort door Nederlandse niet-CPN'ers in de tijd waar ik van spreek, zeg van 1955 tot 1985, dus in de tijd dat Bakker DE CPN-partij-prominent was, binnen en buiten de CPN.

Ik kom er zometeen op, maar ga eerst verder met Kranenburg's volgende alinea, die althans een klein deel van de oorzaken van het zojuist geschetste aangeeft:

Maar weinigen moesten iets hebben van de Communistische Partij van Nederland (CPN), die Bakker van 1963 tot zijn vertrek in 1982 in de Tweede Kamer aanvoerde. De parlementariŽr Marcus Bakker daarentegen stond in de Tweede Kamer en ook daarbuiten in hoog aanzien. Dat kwam doordat hij zich, als hoeder van de rechten van het parlement, een officieuze functie die na zijn vertrek uit de Kamer werd overgenomen door Kamerleden van de kleine christelijke fracties, zoals eerst Gert Schutte (ChristenUnie) en nu Bas van de Vlies (SGP).

Zou het echt? Zouden de Tweede Kamerleden Bakker op handen hebben gedragen - dus nogmaals, een man die volgens zijn eigen idealen zijn leven besteedde aan

"de gewelddadige omverwerping van iedere, tot dusverre bestaande maatschappelijke orde"

met ongetwijfeld het opknopen van veel niet-CPN-kamerleden als onoverkomelijk onderdeel van dat ideaal - omdat Bakker een soort Gert Schutte of Bas van der Vlies zou zijn geweest, al was dat slechts "een officieuze functie" en al is er tot nu toe geen Schutte of Van de Vlies zaal in de gebouwen van de Tweede Kamer, hoewel beide gristenpolitici toch geheel tegenstander waren en zijn van

"de gewelddadige omverwerping van iedere, tot dusverre bestaande maatschappelijke orde"?

Ik vind het erg moeilijk te geloven, als communisten-kind van veel gesmade ouders, die hun hele leven geheel vanzelfsprekend de Hongaarse opstand en de concentratiekampen in de Sovjet-Unie als persoonlijk verwijt nagedragen kregen door tal van heel gewone Neerlanders, vrijwel altijd zonder enige distinctie vanwege hun rol in de Tweede Wereldoorlog, en in die tijd heel wel mogelijk nazi-collaborateur?

Wat maakte Marcus Bakker dus zo een bijzonder mens? Kranenburg vervolgt:

Marcus Bakker was in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer ook gevreesd en gevierd vanwege zijn vlijmscherpe en humoristische wijze van debatteren.

Dit wordt in Kranenburg's tekst gevolgd door voorbeeldjes, die ik u bespaar, maar dat was het persoonlijk bereik van Marcus Bakker wel ongeveer, voorzover hij dat bij zijn leven aangetoond heeft:

Hij was zo'n 25 jaar partijleider (na Paul de Groot); hij was 21 jaar lijsttrekker en parlementair leider van de CPN; en hij was een goed publiek spreker en kon aardig debatteren.

Ik kan eraan toevoegen dat hij intelligent was, maar niet briljant, en dat hij verder niet zoveel voorelkaar bracht of kon, of dat althans heel goed wist te verbergen, want zijn geschreven stukken in het partijdagblad De Waarheid en in het partijmaandblad Politiek en Cultuur waren altijd geheel orthodox en saai, en de paar boekjes die hij bij zijn leven schreef en publiceerde stelden prozaisch en inhoudelijk heel weinig voor, behalve als scheldproza, waarover hieronder wat meer.

Ik vervolg weer met Kranenburg's tekst:

Marcus Bakker groeide naarmate de jaren verstreken uit tot een zoals dat clichťmatig heet "gerespecteerd Kamerlid", naar wie in de jaren negentig in de nieuwbouw van de Tweede Kamer zelfs een vergaderzaal werd vernoemd.

Terwijl de man toen al zo'n dekade geen parlementariŽr was, en zich tot dat moment, volgens de geheiligde woorden van zijn - volgens hem - geniale voorgangers zijn hele volwassen leven lang had ingezet voor

"de gewelddadige omverwerping van iedere, tot dusverre bestaande maatschappelijke orde".

Dit zou de lezer enigszins vreemd moeten vinden, ook zonder mijn eigen veeljarige ervaringen met hoe gemiddelde Neerlanders op CPN'ers reageerden, als ze tenminste wisten dat het CPN'ers waren.

Kranenburg vervolgt zijn zojuist geciteerd proza zo:

Dat was het bewijs dat het discutabele verleden van Marcus Bakker met het toenemen van zijn parlementaire dienstjaren steeds meer op de achtergrond was geraakt.

Zou het echt? Is dit wat men onder journalisten en politici voor "bewijs" houdt? Ikzelf, toch twee dekaden gewassen in CPN-omgevingen, zag en formuleerde het nogal anders in 2004 - en zie mijn stukjes uit oktober 2004 in dit verband CPN en Broederlijke CPN-correspondentie, waar ik zometeen toe kom na Kranenburg geciteerd te hebben, die het bovenstaande namelijk zo vervolgt:

Want Marcus Bakker was ook een stalinist, die bijvoorbeeld in 1958, samen met partijleider Paul de Groot, keihard afrekende met andersdenkenden binnen de CPN. Kamerleden als Henk Gortzak en Gerben Wagenaar werden na een zeer onfrisse lastercampagne, waarin Bakker een prominente rol speelde, uit de partij gezet.

Over Wagenaar en Gortzak schreef Bakker het later uiterst omstreden rapport De CPN in oorlogstijd (het 'rode boekje')

Ik heb ondertussen gekeken op het internet en in mijn boekenkasten of ik dit werkje kon vinden, maar bevond alleen dat het te koop aangeboden wordt. Hier is wat ik erover in 2004 aan mijn broer schreef:

Als je het nooit deed en in de gelegenheid bent (quod non, in Denemarken, neem ik aan) moet je het zogeheten Rode Boekje van Marcus Bakker eens lezen, waarin anno 1958 afgerekend werd namens het partij-bestuur van de CPN met de groep(en) Gortzak, Brandsma en Wagenaar. Dat is echt hogere waanzin, geheel in de lijn van de Stalin-processen uit de 30-er jaren. Bakker is echt veel te intelligent om het te hebben kunnen menen. Ergo: Wat was de reden dat hij het schreef?

Ik kwam daar indertijd - 2004 - op vanwege een recensie van "In dienst van de BVD", van een Frits Hoekstra, jarenlang werkzaam voor de BVD, onder de kop "Jagen op alles wat rood was", waaruit ik citeer:

"Hoekstra werkte tussen 1971 en 1987 als operationeel medewerker, analist, en later hoofd van operationele afdelingen. Met die onthullingen valt het erg mee. Het boek geeft wel een aantal interessante inkijkjes in de operaties van de BVD, vooral ten aanzien van Nederlandse communistische kringen, zoals de CPN en de Rode Jeugd. In sommige partij-afdelingen had de CPN zoveel agenten rondlopen dat die afdelingen waarschijnlijk zouden omvallen als zij hun werk staakten, beschrijft Hoekstra."

En dat wierp - en werpt - bij mij de vraag op: Wie o wie in het partijbestuur  van de CPN en/of de CPN-fracties in de Kamers, zeg van 1958-1983, dat de Marcus Bakker jaren van de CPN zijn, waarin ook de plotselinge groei van de CPN vanwege toen partijlid wordende studenten tussen 1970 en 1980 vallen, werkte nu feitelijk voor de BVD?

Ik weet het nog steeds niet maar kan niet aannemen dat dit niemand was. Interessante kandidaten voor die rol zijn Marcus Bakker, Harry Verheij en Joop Wolff, die alledrie niet dom en wel handig en brutaal zijn c.q. waren, en die het via de CPN (en eventuele nevenfuncties) maatschappelijk verder brachten dan hun talenten anders waarschijnlijk meegebracht zouden hebben (want er zijn meer niet domme en wel handige en brutale mensen).

De familie Bakker, waarvan ik verscheidene leden - oppervlakkig - gekend heb, inclusief Marcus Bakker zelf, neemt mij die mening zeer kwalijk, maar feit blijft dat Marcus Bakker hooggeacht en hooggeŽerd werd voor een Nederlandse communist, ook buiten de CPN,  en dat het eigenlijk wat moeilijk valt in te zien waarvoor precies, althans buiten de CPN, en dat zeker omdat vrijwel al zijn publiek bekende partij-kameraden veel problemen en veel discriminatie ondervonden juist vanwege hun partij-lidmaatschap, wat kwam door de toen heel normale gevoelens over de CPN van Nederlanders buiten de CPN. 

En daar komt dit bij, om terug te keren tot Kranenburg's tekst en het boven gegeven citaat van hem te vervolgen, dat ingaat op de manier waarop Bakker, samen met Paul de Groot, de macht in de CPN verwierf in 1958, en wel ten koste van een aanzienlijk deel van de tot die machtsgreep bestaande partijleiding:

Deze [Wagenaar e.a. CPN'ers in hoge partij-functies die Marcus Bakker erin slaagde te wippen, met hulp van het 'rode boekje', Paul de Groot en enkele andere naar partij-prominentie dorstende kameraden] zouden "overspel met nazi's en Londense klieken" hebben gespeeld om de groeiende invloed van communisten in Nederland te vernietigen.

Tussenwerping: Die 'groeiende invloed van communisten in Nederland' was anno 1958, dus na Hongarije en de rede van Chroestjev over Stalin van 1956, en ook na Stalin's anti-semitische artsen-vervolgingen vlak voor zijn dood en na het arriveren van de Koude Oorlog, grote onzin, zoals het hele boekje volstond met kwalijke en gestoorde danwel zeer kwaadwillige onzin zoals "overspel met nazi's en Londense klieken" (sowieso alleen al taalkundig gezien onzin en troep).

Weer terug naar Kranenburg's tekst, die zo vervolgt:

Het was een geheel uit de stalinistische school afkomstige complottheorie, bedoeld om af te rekenen met tegenstanders. Rekenschap over die zwarte periode heeft Bakker nooit echt afgelegd.

Dat klopt en ik blijf het - sinds ik dat 'rode boekje' zelf las, overigens lang na zelf uit de CPN getreden te zijn - onbegrijpelijk vinden dat Bakker het heeft kunnen schrijven met een serieus gezicht, dus menende wat hij schreef, als hij toen niet behoorlijk gestoord was, dat ik geheel niet denk.

Was de opzet dus alleen zoals Kranenburg schreef "bedoeld om af te rekenen met tegenstanders"?

Wel, het had in ieder geval twee gevolgen, althans tot ca. 1970, toen het tij voor de CPN enigszins keerde vanwege de studenten-revolutionaire jaren, namelijk (i) dat De Groot en Bakker en de hunnen vanaf 1958 de macht hadden in de CPN en (ii) dat de CPN door slechts heel weinigen als een serieus te nemen partij gezien werd, al lag dit niet alleen aan (i) en 'het rode boekje'.

Hoe het zij, Bakker had of toonde geen enkel berouw, gaf geen excuses, en legde niets uit, althans in het publiek en bij mijn weten. Kranenburg vervolgt

In 1983 publiceerde hij zijn memoires Wissels, met de veelzeggende ondertitel Bespiegelingen zonder berouw. Over de hoogtijdagen van de Koude Oorlog, eind jaren vijftig, schreef hij: "Wij waren eenzijdig, hypereenzijdig in de koude-oorlogstijd. Maar de wereld zag eruit zo plat als een dubbeltje, er waren maar twee zijden te onderscheiden." Bakker had ook in 1983 geen spijt van de keuzes die hij destijds had gemaakt.

En toch wist hij toen al heel lang (sinds 1956, minstens) van Stalin's massamoorden en van de Goelag; van Conquest's The Great Terror over Stalin's terreur in de jaren dertig; van de feitelijke armoede en achterstand van iedereen in de Sovjet-Unie behalve het partijkader; van "The God that failed" en van George Orwell; en van nog veel meer dat relevant was over "het reŽel bestaand socialisme", en hij was een intelligent man.

Zou hij werkelijk nooit met de BVD hebben samengewerkt? Zijn directe familie vindt zelfs de vraag grievend (****), maar ik vind 'm onder omstandigheden, vooral gezien de opgang die Bakker maakte buiten de CPN, en de manier waarop hij de macht greep binnen de CPN, niet zo vreemd.

Bakker's geciteerde reden om te zwijgen - "Maar de wereld zag eruit zo plat als een dubbeltje, er waren maar twee zijden te onderscheiden." - klinkt trouwens als een mogelijk excuus van Karst T. en is ook feitelijk onwaar.

Ik neem echter aan dat ik de waarheid over de vraag wie er nu feitelijk tussen 1958 en 1983 in het partijbestuur van de CPN zaten en voor de BVD werkten nooit zal horen of lezen, en ook niet over de vraag waarom het, welbeschouwd, in die tijd in de CPN zo gestoord toeging - en zie hier mijn OVER POLITIEK, IDEOLOGIE EN TAALGEBRUIK inzonder sectie 27. Gebruikelijk jargon in de CPN daaruit.

Een probleem hier, voor goed begrip van wijlen Marcus Bakker, wijlen de CPN en mijn stellingname in deze, is dat niet zoveel mensen goed weten hoe gestoord, mal, krom en dom zoveel van het CPN-partij-proza feitelijk was, en daarom is het nu nuttig en wenselijk een deel van die zojuist gerefereerde sectie 27 hier te herhalen, omdat deze althans iets behoort te verduidelijken over mijn bevreemding over Bakker en de CPN, zodra ikzelf enigszins zelfstandig begon na te denken. (Wie dit al kent kan de volgende link gebruiken, voor alweer een heugelijk onderwerp, dat na sectie 4 komt: 5. Problemen met prof.dr. Elsbeth Etty).

4. Problemen met het CPN-taalgebruik

Wie enigszins intelligent was en in de vijftiger, zestiger, zeventiger of tachtiger jaren van de twintigste eeuw als volwassene in aanraking kwam met de CPN en inzonder met CPN-proza had redenen om daar vreemd van op te kijken en problemen mee te hebben.

Om dat duidelijk te maken citeer ik de bovengenoemde sectie 27. Gebruikelijk jargon in de CPN  vrijwel in z'n geheel - en NB dat dit het taalgebruik en ook en vooral het theoretisch gedachtengoed betreft waar Marcus Bakker pal voor stond, en dat hij voor een deel ook zelf schreef. Het enige dat ik weghaal is de eerste regel, waarin ik alleen vermeld dat ik in deze sectie het communistisch taalgebruik en het typische partij-jargon behandel:


Dit is het meest opvallend en kenmerkend voor communisten: Alle sociale groepen zijn in overwegende mate gebaseerd op drogredenen, maar wat sociale groepen kenmerkt is hun jargon.

De volgende pastiche is samengesteld uit citaten ontleend aan een aantal jaargangen van "Politiek en Cultuur", het THEORETISCH maandblad van de CPN, en enkele citaten uit "De Waarheid" van 7.III.1975. Geen citaat is ouder dan 1969, en allen kunnen geÔdentificeerd worden.

Het wereldbeeld van de CPN komt hierin, in haar - ik herhaal het nog eens - theoretisch maandblad, als volgt naar voren:

Altijd is er sprake van "diepe crises van het kapitalisme", van "kapitalistische crisis-politiek" gevoerd door "de multi-nationals en de banken", "de grote monopolies", "het militair-industrieel complex" of "de EEG-bonzen dat wil zeggen de Westduitse monopolies die daarin de feitelijke machthebbers zijn". Deze "kapitalistische crisis-politiek" gebaseerd op "de winstzucht van de monopolies" leidt onveranderlijk tot "de nu beraamde nog scherpere aanvallen op het levenspeil", op "een politiek van loon-dictatuur" en tot "de zwaarste aanval op het levenspeil van de Nederlandse werkers sinds jaren".

De regering "die zich ondergeschikt maakt aan de grote monopolies" is meestal "een reactionair bewind" in dienst van "Duitse revanchisten en militaristen" dat "miljarden overhevelt naar de concerns en de bewapening opschroeft", daartoe bewogen door "de reactionaire NAVO-bewapeningspolitiek" of "de as Washington-Bonn".

Gewoonlijk heeft "het grote kapitaal zijn machtsposities en zijn bepalende invloed op het staatsapparaat ingezet" om "de belangen van de grote monopolies" te beschermen tegen "de strijdstemming onder de massa's" en "de kritiek onder brede lagen van de bevolking" op "de aggressieve politiek van het militair-industriŽle complex".

Vaak staan "brede volksmassa's", "grote groepen werkers" of "de brede massa's van de werkende bevolking" vervuld van "strijdgeest" en "een geest van solidariteit" klaar om "de krachten van het imperialisme" ("de klassevijand") d.m.v.  "acties" en "Ôn daadwerkelijke solidariteit met acties" te bestrijden.

De CPN stelt zich dan ook tot doel "de massabeweging" "te leiden tot democratische machtsvorming en een coalitie van strijd". Altijd weer opnieuw doet zij hierbij een "massale oproep" tot "Eenheid van alle linkse krachten", "progressieve krachten", "progressieve mensen" en "werkers van hand en hoofd".

Andere politieke partijen zijn "rechtse kleinburgerlijke sociaal-demokraten" of "klasseverraders" (de PvdA); "een rechtse pressie-groep", "een reclame-campagne" of "een buitenlandse ingreep in de Nederlandse politiek" (D'66); "het voornaamste instrument van de reactie in Nederland" of "het huidige reactionaire bewind" (KVP); of anders wel "een door de reactie hogelijk gewaardeerd anti-communistisch instrument om van buitenaf de arbeidersbeweging te kunnen infiltreren"; "een anti-communistische splijtzwam", "een partij zonder beginselen" of "een schizofrene patiŽnt" (de PSP).

De CPN wordt natuurlijk voortdurend bestreden door "furieuze anti-communistische campagnes vol lasterpraat" "in de bekende massa-hysterie in de stijl van Open het Dorp" in "de burgerlijke pers" die natuurlijk geleid wordt door "onze internationale klassetegenstanders, het grootkapitaal, de monopolies en de banken, en daarmee verbonden legertje broodschijvers" die voortdurend met "geschiedvervalsing, insinuaties, lastercampagnes en leugens" "furieuze anti-communistische campagnes" opzetten en daarbij gewoonlijk van "duistere bronnen" gebruik maken en bewogen worden door "duistere krachten".

Nu zijn "de bourgeoisie" en "de burgerlijke pers" met haar "riool-journalistiek" natuurlijk ook "de klassevijand". Maar veel erger vijanden die de CPN bestrijdt zijn "het renegatendom" van "renegaten" die zich "ontpopt hebben als werktuigen van het imperialisme die de communist gespeeld hebben zonder het ooit te zijn" (Wagenaar, Gortzak, Brandsen), of die "trotskistische of rechts-opportunistische elementen", "agenten van de reactie" of "Navo-professors" (Harmsen) bleken te zijn. Hun "leugens, geschiedsvervalsing en insinuaties", "de rijstebrijberg van verwarring en haatdragendheid die deze figuren uit hun schrijfmachines laten stromen", "de miskende genieŽn" (Baruch, Gortzak, Wagenaar, De Kadt) tonen "het immorele, zelfs moordzuchtige karakter van de reactie" natuurlijk volledig aan. En tenslotte zijn daar ook nog "agenten (in dienst van kapitaal-groepen in binnen- en buitenland werkzaam bij Vrij Nederkand" (I. Cornelissen) "met bekende anti-communistische reutemeut", die "schuimbekkend en in alle staten van verdwazing" als een "reptiel door het slijk kruipen om sissend op een vertegenwoordiger van de arbeidersklasse af te kronkelen".

Al deze tegenstand kan de CPN niet weerhouden van "een vastberaden strijd", zowel in de partij "tegen afwijkingen van links en rechts", "tegen scheurmakers" en tegen "partijvijandige elementen", "BVD-agenten" en "provocateurs" die zich "in de partij hebben weten binnen te dringen", als met de partij te voeren tegen "de imperialistische activiteit, de neokoloniale politiek", tegen "revisionisme", "revanchisme", "deviationisme", "isolationisme", "chauvinisme", "fascisme", "rascisme" en voor "samenwerking van alle linkse krachten".

Tot op zekere hoogte is deze pastiche natuurlijk een karikatuur, maar ik geloof dat ze het taalgebruik in de CPN (vanaf ca. 1950 in ieder geval) niet zozeer vervalst als wel uitvergroot en geconcentreerd weergeeft. Wat hierboven staat is een selectie, maar wat de lezer onthouden is bestaat voor het allergrootste deel uit meer van hetzelfde, zij het wat minder geconcentreerd, en uit zeer slecht geschreven, zeer slecht beredeneerde, zeer ongeÔnformeerde uitermate langdradige verhandelingen die het best zo snel mogelijk met de alles vergevende mantel der vergetelheid bedekt kunnen worden.


Wijlen Marcus Bakker echter meende al het rood gezette geciteerde echter serieus, dekadenlang, of deed heel geslaagd heel lang alsof, en kreeg mede daarom veel lof en bewondering van buiten de CPN, inclusief een naar hem vernoemde zaal in het Nederlands parlement, voor een man die voor het bovenstaande prachtproza en het volgende stond - in de woorden van zijn Grote Voorganger:

"De communisten versmaden het, hun opvattingen en oogmerken te verhelen. Zij verklaren openlijk dat hun doel slechts kan worden bereikt door de gewelddadige omverwerping van iedere, tot dusverre bestaande maatschappelijke orde."

Misschien begrijpt u mijn twijfel over Bakker's opgang en zuiverheid in de door hem verkondigde leer nu wat beter, al geef ik toe dat hij, voor wat ik stellig weet, heel wel mogelijk alles altijd heel goed bedoeld heeft, zelden loog, volbloed communist was, alles altijd eerlijk meende - en dus een aanzienlijk stuk dommer moet zijn geweest dan ik hem zelf inschat(te).

5. Problemen met prof.dr. Elsbeth Etty

Maar ik ben nog niet aan het eind van mijn onderwerp, want ook prof.dr. Elsbeth Etty, een van de o zo integere prominenten van mijn generatie van collaborateurs en verraders, heeft zich in de NRC naar aanleiding van zijn verscheiden uitgelaten, en wel op 29 december, in de column die zij in de NRC  heeft ten bate van haar eigen belang en dat van de PVD, onder de titel "Requiem voor een communist".

Als zo vaak bestaat het proza van mevrouw Etty uit zelfdienend gelieg en gedraai. Ze begint zo

Ik heb geaarzeld of ik deze rubriek aan het overlijden van Marcus Bakker zou wijden.

en liegt waarschijnlijk, omdat ze er anders op aangezien was het niet gedaan te hebben, en omdat het zo een uitgelezen situatie is voor haar om de situatie te definieren in haar voordeel.

Hoe het zij, ze zegt

Maar ik kan en wil er niet omheen. Hij heeft voor Nederland en voor mij persoonlijk het communisme belichaamd Ė en dat is niet hetzelfde als dictatuur en onderdrukking.

- dat ook alweer een handige verdraaiing of misleiding is, want weliswaar betekenen de woorden "communisme", "dictatuur" en "onderdrukking" niet hetzelfde, maar Elsbeth weet heel goed dat in de tijd dat zij zich tot Bakker en de partij van het communisme bekeerde (dus voor de tijd dat ze zich tot Thieme en de partij voor de dieren bekeerde, en heel integer alweer streed tegen de dictatuur en onderdrukking van de legkip en de fokzeug), bijna iedereen buiten de CPN in Nederland "communisme" met "dictatuur" en "onderdrukking" associeerde, en dat daar ook heel goede gronden voor waren, zoals ik boven al noemde, variŽrend van Crossman en Orwell tot Aron en Conquest, die dat allemaal met uitstekende argumenten onderbouwd hadden, inclusief heel goede argumenten tegen het communisme als maatschappelijk ideaal onafhankelijk van de twintigste-eeuwse dictatoriale vormen ervan.

Maar dit is dus dat herdefiniŽren van de situatie voor eigen voordeel waar zoveel politici en hun succesvolle aanhangers als Elsbeth de Integere zo goed en handig in zijn.

Want, vervolgt de zogenaamd hooggeleerde (in "de wetenschap" van wijlen HenriŽtte Roland Holst, eertijds Neerlands Marxistisch Dichteres) op een opgewonden toontje alsof dat vanzelf spreekt

Maar je kunt ook het omgekeerde, verdediging van democratie en vrijheid, met een communistische geschiedenis associŽren. Kijk naar ItaliŽ, waar de voormalige communistische leider (en generatiegenoot van Marcus Bakker) Napolitano als president tegen de klippen op de grondwet, de parlementaire democratie en de vrijheden verdedigt tegen Berlusconi.

Waarom niet gelijk van de uitnemend goede bedoelingen van de jonge Marx gerept, alsof dat relevant zou zijn voor Marcus Bakker's verdiensten? "Je kunt ook" denken dat 2+2 = 5 omdat de Partij dat wil, waar dr. Etty, de zeergeleerde, naar eigen zeggen al dekaden in uitblinkt.

De professeuse in de Holst-kunde vervolgt met alweer een verdraaiing en vervalsing, opnieuw handig gedaaan en hondsbrutaal gebracht:

Mensen kunnen zich moeilijk voorstellen dat ik me ooit, als student in de jaren zeventig van de vorige eeuw, heb aangesloten bij de partij van Marcus Bakker. De dichotomie democratie-communisme, het overgeleverde beeld uit de Koude Oorlog, maakt dat zoín keuze, buiten de omstandigheden van de tijd geplaatst, nauwelijks valt uit te leggen.

In de eerste plaats: "Mensen" is zo ongekwalificeerd en ongekwantificeerd dat de eerste zin niets zegt. En de tweede zin is volkomen kul vanwege het handige maar zeer valse en bedriegelijke "buiten de omstandigheden van de tijd geplaatst", want het gaat helemaal niet om wat - bijvoorbeeld - Julius Ceasar gedacht zou hebben van Elsbeth's integere en o zo weldenkende keuzes uit de zeventiger jaren van de twintigste, maar om wat in die tijd in haar groep, van studenten aan een Amsterdamse universiteiten, populair was en uitzicht gaf op een universitaire aanstelling en carriere: het CPN-lidmaatschap en het Asva-lidmaatschap.

En zo deed Elsbeth dus, als zovelen, waaronder Ella Vogelaar en Lodewijk de Waal, ongetwijfeld even integer en om dezelfde redenen. Kortom... ik kan het me heel makkelijk voorstellen waarom Elsbeth voor de CPN koos, want dat was toen een populaire keus, en het gaf maatschappelijk perspectief, althans in en rond de UvA en in Amsterdam, waar de CPN toen een tamelijk grote en machtige partij was.

Maar Elsbeth wil helemaal niet dat u de feiten kent, of anders dat u ze zo vals ziet als zij:

Hoe maak je duidelijk dat communisten als Bakker inspirerende figuren waren die met hun tegendraadsheid en moed juist een fantastische inspiratiebron waren? Het kostte mij geen enkele moeite om Bakker te associŽren met verzet tegen onrecht. Het was een keuze tegen de braafheid, de kneuterigheid, de meegaandheid en de versuffing van het Nederland waarin ik opgroeide.

We hebben het over de jaren rond 1973 - na Provo, na de Maagdenhuis-bezetting, na de studenten-revoltes in Duitsland, Frankrijk en de VS, na de Sixties, en ook over de tijd dat zelfs Wim Kok vanwege zijn carriere zijn haar vrijwel op zijn schouders droeg - en omdat ik die me zo goed kan heugen weet ik dat Elsbeth de zaken weer heel vals vervalst.

Marcus Bakker was in die tijd weliswaar bekend als parlementair leider van de CPN, maar bepaald niet de eerste om "te associŽren met verzet tegen onrecht" (Martin Luther King?) of te zien als "een keuze tegen de braafheid, de kneuterigheid, de meegaandheid en de versuffing van het Nederland waarin ik opgroeide" (Provo, Wolkers, Vinkenoog, de Vijftigers?).

De roodharig geverfde politieke draaitol, collaboratrice en verraadster van mijn generatie draait vrolijk verder:

De communisten hier hadden wat mij betreft niets uitstaande met dictaturen, maar alles met de strijd tťgen dictaturen.

Wel, als je dat anno 1973 werkelijk dacht - "niets" ?! - dan was je een debiel, en omdat de weledelgeleerde dr. in de Holskunde niet debiel is liegt ze gruwelijk: Ze wist heel goed van die associatie, maar wilde daar eenvoudig niet van weten, o.a. omdat dit tegen haar toenmalige persoonlijke belang was.

Ik sla wat leugens en misleidingen over, omdat de behandeling daarvan me teveel tijd en irritatie zou kosten en kom bij

Bakker was een gezaghebbend lid van de Tweede Kamer, dat op de bres stond voor de rechten van het parlement, voor het stakingsrecht en voor alles wat hoort bij de rechtsstaat en een open samenleving.

Dit over de man die, net als Elsbeth de Integere, zwoor bij het Communistisch Manifest, dat zo treffend zegt

"De communisten versmaden het, hun opvattingen en oogmerken te verhelen. Zij verklaren openlijk dat hun doel slechts kan worden bereikt door de gewelddadige omverwerping van iedere, tot dusverre bestaande maatschappelijke orde."

Dat is dus "alles wat hoort bij de rechtsstaat en een open samenleving", volgens de integere prof.dr. (in de Holstkunde) Etty, die nooit liegt, en nooit van Popper's tekst "The open society and its enemies" gehoord heeft, en waar die kreet van "open samenleving" tegen gericht was, namelijk de fascisten en de communisten - althans voor wie gelooft dat Etty nooit liegt.

Elsbeth de Integere liegt en draait verder, met een geheel eigen visie op het communisme en het (indertijd) reŽel bestaand socialisme:

Het ondemocratische beginsel is de geboortefout van het communisme Ė waardoor het in diskrediet is geraakt en waaraan het terecht ten onder is gegaan.

Karl Marx zou ongetwijfeld tegengeworpen hebben dat zowel in zijn tijd als in Etty's tijd de arbeidersklasse verreweg de grootste was in iedere samenleving, maar afgezien daarvan is de Ettysche diagnose van "de geboortefout van het communisme" om tal van redenen kul - en zie weer mijn OVER POLITIEK, IDEOLOGIE EN TAALGEBRUIK voor een eerlijker en zinniger analyse van de CPN dan prof.dr. Etty ooit bij machte was te bedenken of schrijven.

Ik sla nu het een en ander over en kom bij het volgende, waarvoor zie ook mijn  citaat van Etty dat ik tien jaar geleden gebruikte ($)

De stalinistische kazernementaliteit die in de CPN heerste, stond in flagrante tegenspraak met het streven naar openheid en rechtvaardigheid dat Bakker in het parlement uitdroeg. Zeker, je ging als CPN-lid deel uitmaken van een internationalistische traditie van verzet tegen fascisme, antisemitisme, xenofobie, kolonialisme. Maar je trad ook de traditie van de kazerne binnen.

Daar is iets van waar, en het is wat mij al op mijn 14e bijna op uitzetting uit de DDR kwam te staan, en op mijn 20ste uit de CPN dreef.  Maar het laat volkomen onverklaard waarom (1) Elsbeth de Integere, die zelf niet uit een CPN-gezin kwam, lid werd van zo'n partij, waarom (2) Elsbeth de Weldenkende lid bleef van zo'n partij, en waarom (3) Elsbeth de Welmenende dat minstens 10 jaar lang bleef, en pas na ca. 20 jaar van terugkwam.

Gelukkig kan ik dat zelf heel plausibel uitleggen:

Dat komt omdat dit alles in het persoonlijk belang van Elsbeth was, want vandaar dat zij doctor kon worden, in de marxistiese Holstkunde maar liefst, en wat later professor, alles mede vanwege de ruinering van de Nederlandse universiteiten en het Nederlands onderwijs waar zij zoveel aan bijgedragen heeft als jarenlange redactrice van CPN-partijdagblad "De Waarheid".

En het duurde bijna 20 jaar vooraleer zij publiek enigszins terugkeerde van haar communistische voor haar eigen persoonlijke carriere zo heerlijk profijtelijke  dwaalwegen, omdat het pas toen in haar belang was, en in het belang van haar kameraden van eertijds, om van die dekadenlange door carriegeilheid ingegeven CPN-dienarij publiek terug te komen, en wel omdat de CPN opgeheven was; de Sovjet-Unie uitelkaar gebarsten was; en omdat er vanaf toen geen uitzicht meer was op maatschappelijke vooruitgang in en rond Amsterdam of in Nederlandse universiteiten met het uitdragen van een communistisch of marxistisch standpunt, zoals sinds 1972 wel twintig jaar lang het geval was geweest, en zoals dan ook zo bijzonder profijtelijk en carrierebevorderend was geweest, voor mijn generatie van verraders (van de idealen van beschaving en wetenschap, ten behoeve van eigen opgang en inkomen).

Zo simpel ligt het uiteindelijk, denk ik, al zullen er bij de o zo integere Elsbeth nog wel meer zaken meegespeeld hebben.

Etty de Integere zelf vervolgt echter aldus:

Dat Bakker zich daar nooit van heeft gedistantieerd, bracht hem in conflict met antiautoritaire studenten en feministen die zijn partij ten grave droegen.

En ik weet ondertussen genoeg van haar stijl van schrijven om te kunnen onderkennen dat zij eigenlijk bedoelt te zeggen met "antiautoritaire studenten en feministen": "mijn trouwe echtgenoot Gijs Schreuders en ikzelf", want met dat doel schreef zij indertijd mee aan "Alles moest anders" en schreef hij "De man die faalde". Ook dat was echter van begin tot eind onwaar en oneerlijk, en diende weer alleen haar en zijn behoud van de eigen carrieres en posities.

Ik ben bij de afsluitende alinea van haar zogeheten Requiem gearriveerd, die terugkeert van haar eigen liefste onderwerp (de voortreffelijke integriteit van Elsbeth) bij haar nominale onderwerp, wijlen het rolmodel van de vastberaden strijd "voor alles wat hoort bij de rechtsstaat en een open samenleving", die de hij is in de volgende alinea:

ĄGeen wanstaltige Rus, of wie dan ook, kan mij de trots ontnemen dat mijn geestesrichting, het communisme, de eerste was die tegen de verdrukking in uitging van de gelijkwaardigheid van mensenĒ, schreef hij in een persoonlijke brief. In dat geloof is hij gestorven, een trots en moedig mens.

Daar hebben we die vermaledijde gelijkwaardigheid weer, ook in de beste Orwell-tradities, waarin wij allen gelijk(waardig) zijn, behalve dat de Bakkers, de Ettys en de Schreuders enzomeer nog wat gelijkwaardiger dan de anderen zijn, dat overigens ťťn van mijn redenen vormt om Bakker heel wel mogelijk voor een handige oplichter te houden, want feitelijk geloofde Marcus Bakker dat zomin als ik dat doe: Hij was er publiek bijvoorbeeld stellig van overtuigd dat zijn eigen partij-voorzitter Paul de Groot een groot, nobel, welmenend en zeer begaafd man was, in veel hogere zin dan miljoenen Nederlanders ook, en hetzelfde gold voor hem voor andere communistische leiders of voorgangers, inclusief hem zelf, ongetwijfeld.

En het citaat van Bakker is inhoudelijk onwaar omdat de beweerde gelijkheid of gelijkwaardigheid van alle mensen - terwijl Marx, Engels, Lenin en Stalin nogal  elitaire personen waren, bijvoorbeeld - niet iets is dat eigen is aan of kenmerkend voor "het communisme", hoe ook begrepen.

Tenslotte dan wat dit citaat en Elsbeth's zo integere proza over dit onderwerp betreft: Ik geloof zelf niet dat Marcus Bakker voorbeeldig trots of moedig was, al weet ik niet genoeg van hem om hem trots en moed te ontzeggen.

Maar ik weet van veel moediger mensen, of althans van mensen die veel meer moed toonden dan Marcus Bakker ooit deed of gedwongen was te doen, en ik vind het geen reden voor trots om dat 'rode boekje' geschreven te hebben; parlementair leider te zijn geweest van een partij met ideeŽn en opvattingen als geciteerd en aangeduid; en achteraf nooit open en eerlijk in te gaan op de CPN, zelfs niet toen deze partij eenmaal verdwenen was. (*****)

6. Er werd en wordt veel gelogen over de CPN

Kortom, er werd en wordt veel gelogen over de CPN, zowel door de CPN-leiders van de mij voorgaande generatie, zoals Marcus Bakker, als door de CPN-leiders van mijn generatie, zoals Elsbeth Etty, die het daarmee ook tot leidster in opinies, in NRC-redactie-lokalen en aan de VU bracht, dat ongetwijfeld ook in haar bedoeling lag vanaf het begin - en ik bedoel niet zozeer die specifieke functies als wel haar eigen persoonlijke maatschappelijke opgang via een in die tijd in haar kringen populaire en makkelijke weg.

Dat er veel werd en wordt gelogen over de CPN is niet zo vreemd, en trouwens ook geheel niet ongebruikelijk in en rond en over andere politieke partijen, maar het is jammer, onder andere omdat op die manier een groot deel van de echte geschiedenis van de CPN nooit boven water zal komen, dat weer spijtig is omdat er binnen en rond de CPN een aantal interessante mensen gefunctioneerd hebben - en ik denk hier niet alleen aan mijn ouders - die mijzelf als veel interessanter, moediger en karaktervoller treffen dan de handvol opgangmakers via de CPN als Etty, Bakker, Schreuders, Brouwer, Roelofs, en redelijk wat van mijn nog steeds in een flutvak aan Nederlandse universiteiten werkzame liegende en poserende salonbolsjewieken van mijn generatie.

En waar het Bakker, Etty, Schreuders en de overgrote meerderheid van de overige publiek bekende CPN'ers betreft geloof ik dat Max Weber veel meer gelijk had dan zij zelf hebben met hun immer o zo morele praatjes over hun eigen o zo vreselijk nobele doelen: Feitelijk was het ze persoonlijk in de eerste, tweede en derde plaats eigenlijk, heel menschlich-allzu-menschlich ook, om

Macht und (...) Durchsetzung von sachlichen Zielen oder der Erlangung von persŲnlichen Vorteilen oder beides

te doen. Net als Stalin, Lenin, Mao en Fidel, die ook vreselijk goed waren in liegen over hun eigen persoonlijke doelen.


P.S. Dit is dus het stuk over Marcus Bakker waarmee ik u al een paar keer bedreigd heb. Ik heb het vandaag met enige tegenzin en moeite afgeschreven, omdat ik vind dat ik het wel behoor te schrijven, maar weinig puf heb. Maar van uitstel komt afstel, dus heb ik me vandaag maar de noodzakelijke moeite gegeven. Vindt u morgen op deze plaats niets, dan weet u waarom.

En ik vermoed ook dat ik er nog wat in te corrigeren en linken heb, maar dat komt later. Overigens is het - ja, ik ben wat bitter, lezer - zoals vaak te goed en te uitgebreid voor mijn onderwerp, maar dat komt omdat ik zelf tot de zeldzame klasse van personen behoor die vind dat meningen beargumenteerd behoren te worden.

P.P.S. 12 januari 2010: Ik heb het vandaag snel doorgelopen en hier en daar iets verbeterd in taalgebruik of spelling, maar niet inhoudelijk of in strekking.

Noten

(*) Bijna de laatste woorden van dit werkje, en heel welbekend aan leidende communisten.

(**) Wie gelooft dat dit niet zo is kent mijn persoonlijke omstandigheden niet en gelooft kennelijk dat de machthebbers in Amsterdam, aan de UvA en de PvdA behoorlijke en integere mensen zijn. Lees ME in Amsterdam!

(***) Dus niet van Elsbeth Etty of haar echtgenoot Gijs Schreuders, dat toch enigszins vreemd is omdat Elsbeth al jaren redactrice van de NRC is en professor aan de VU, en haar prominentie niet dankt aan haar talenten of haarverf, maar aan haar jarenlange CPN-lidmaatschap en de mogelijkheden die dat boden tot carrieremaken in vooral Amsterdam tussen 1970 en 1990.

(****) Zoals ze mij herhaaldelijk persoonlijk hebben doen weten, overigens zonder ooit met zelfs maar ťťn letter op mijn argumenten of op mijn eigen wedervaren in Amsterdam in te gaan, dat ik toch voor een flink deel dank aan de inzet van hun partijkameraden in en rond de UvA - maar inderdaad zijn zij allemaal veel beter af in dit kapitalistische land dan ik, op zulke menselijke wezenlijke vlakken als het financiŽle en zo meer althans.

Ik bedoel: Ik begrijp waarom ze niet gelukkiger worden van mijn meningen over hun familielid - maar niet zo goed waarom ze mijn ongelijk niet beargumenteren willen, als dat dan zo evident is, en ook niet zo goed waarom ik niet op het 'rode boekje' zou mogen wijzen als grond om enige verdenking te mogen hebben over Bakker's integriteit, als hij zelf carriere maakte door de integriteit van vele van zijn kameraden sinds jaren op een zeer veel verder gaande wijze te belasteren. Ik lieg ook niet: ik stel alleen maar terechte vragen.

Maar ja, quod licet Iovi, nietwaar.

(*****) Logisch als ik ben: Tenzij er natuurlijk prachtige, eerlijke, niets en niemand ontziende memoires blijken te zijn van hem, in welk geval ik dit in zal trekken. Maar ik houd de kans daarop voor heel klein, al hoop ik me te vergissen.

($) Dat Etty-citaat uit 1991 waar ik naar linkte in mijn tekst wil ik u toch niet onthouden:

"De harde kern van de communistische studenten in Amsterdam was een sektarisch groepje, dat onder leiding van 'districtsbestuurders' op onaangename wijze intrigeerde om de ASVA onder controle te krijgen. Regelmatig werden alle 'partijgenoten-studenten' op het districtskantoor van de CPN bijeengeroepen voor instructies, waarbij het ook voorkwam dat niet-communistische mede-activisten verdacht werden gemaakt. De latere hoogleraar politicologie Siep Stuurman viel zo'n behandeling ten deel. Enkelen protesteerden (maar bleven lid). Anderen, zoals ik, bestierven het van schaamte omdat ze dat niet durfden.
Waarom wij - de democratiseerders van de universiteit, de 'anti-autoritaire generatie' - ons zo kritiekloos schikten in deze kadaverdiscipline is voer voor psychologen, ook van mijzelf heb ik dat nooit begrepen. (p. 56)"

Vandaar dus Etty's "Requiem voor een communist", mogen we aannemen. (Wij psychologen, dr. Elsbeth, si vous me permettez, spellen de uitleg met een S en een M.)

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ē