"De
communisten versmaden het, hun opvattingen en oogmerken te verhelen.
Zij verklaren openlijk dat hun doel slechts kan worden bereikt door de
gewelddadige omverwerping van iedere, tot dusverre bestaande
maatschappelijke orde."
-- Karl Marx/Friedrich Engels,
Het Communist Manifest
Uitgeverij Pegasus 1967 (*) |
|
"Parteien sollen heiszen auf (formal) freier Werbung beruhende
Vergesellschaftungen mit dem Zweck, ihren Leitern innerhalb eines
Verbandes Macht und ihren aktiven Teilnehmern dadurch (ideelle oder
materielle) Chancen (der Durchsetzung von sachlichen Zielen oder der
Erlangung von persönlichen Vorteilen oder beides) zuzuwenden." (p.
167)
-- Max Weber, Wirtschaft und
Gesellschaft, mijn vetzettingen.
|
Achtergronden:
Lob der Partei
Ik hoorde het op de radio in de dagen rond
Kerst en het stond gisteren in de NRC op de Binnenlandpaginaas onder de
titel en subtitel
Staalharde communist die als Kamerlid
waardering kreeg
Marcus Bakker (1923-2009), politicus
Dat stuk, ook verfraaid met zwartwit-foto van
de overledene op het Tweede Kamer spreekgestoelte in 1972, opent met een
korte redactionele inleiding:
Necrologie
Marcus Bakker was een politicus die in de Tweede Kamer meer waardering
oogstte dan zijn partij, de Communistische Partij van Nederland.
Ik heb het er hieronder over, maar geef eerst
de secties die volgen als links, en begin met een korte inleiding
1. Inleiding
2. Problemen met de CPN
3. Problemen met Marcus Bakker
4. Problemen met het CPN-taalgebruik
5. Problemen met prof.dr. Elsbeth Etty
6. Er werd en wordt veel gelogen over de CPN
Trouwens... wie van bijna of helemaal niets
weet inzake de CPN adviseer ik te beginnen met sectie 4,
omdat deze veel van mijn eigen morele en intellectuele problemen rond de CPN
vanaf mijn ca. 14e goed illustreert, en verhelderend is over het
gedachtengoed en taalgebruik van de CPN en van Marcus Bakker, en wat
achtergronden geeft waarom ik de veelzijdige bewondering voor de man niet zo
goed begrijp.
1. Inleiding
Marcus Bakker en de CPN vormen het onderwerp
van dit stukje, dat ik zal beginnen met te verklaren waarom ik het schrijf
en waarom ik het geen "In memoriam Marcus Bakker" of iets dergelijks heb
genoemd.
Ik schrijf het omdat ik zelf opgegroeid ben in
een Amsterdams CPN-milieu, als oudste zoon van
een bekende Amsterdamse
communist, ook overlevende van een lange concentratiekamp-straf vanwege zijn
communistisch verzet, en daarom redelijk wat weet over de CPN, en trouwens
persoonlijk oppervlakkig met Bakker bekend was en diverse keren bij hem
thuis ben geweest, overigens niet vanwege hem maar vanwege één van zijn
dochters, en omdat ik nogal wat te klagen heb over de CPN,
dat minder met de
generatie van Bakker en mijn ouders samenhangt, als met mijn eigen
babyboom-generatie, want ik blijk daar vrijwel alleen collaborateurs,
carrieremakers, ellebogenwerkers, poseurs, en leugenaars en morele en
intellectuele zwakkelingen uit gekend te hebben, die er, juist vanwege
die
kwaliteiten, voor een groot deel in slaagden prominente posities aan de
Nederlandse universiteiten te verwerven,
en al doende de universiteiten
debiliseerden, nivelleerden, en ruineerden.
De reden dat ik niet deed als mijn eigen
babyboom-generatie, vol van zulke succesvolle ellebogenwerkers als
Gijs
Schreuders, Elsbeth Etty,
Paul Scheffers,
Max van Weezel,
Jolande Withuis
e.v.a. is dat ik niet zo dom, laf, leugenachtig, achterbaks en vals ben als
zij, en daarom al op mijn twintigste afscheid nam van de CPN, dus precies in
de tijd dat "mijn generatie" (van
verraders dan wel collaborateurs) zich daar in horden bij inschreven, omdat ik meende
Marx weerlegd te hebben en een zeer grote tegenzin had ontwikkeld tegen het
totalitaire milieu in de CPN en tegen het uitermate stupide partij-proza.
U vindt wat ik van leden van mijn generatie
vind trouwens tamelijk goed uitgelegd in stukken die ik in Nederlog schreef
onder de noemer "Lob der Partei" en wat er van mij terecht kwam vanwege mijn
opstellingen aan de Universiteit van Amsterdam in "ME in Amsterdam" -
waaruit u ook kunt opmaken waarom ik mijzelf voorkom als één van de zeer
weinige leden van mijn linkse generatie van zogenaamd revolutionaire
universitair bekwaamde personen die geen leugenaar, intrigant, oplichter en
zeer gewillige ruineerder van de beschaving, de universiteiten en het
onderwijs was, en wat mij dat opleverde: Dekaden lang pijn, discriminatie en
armoede, en dekaden lang geen hulp bij invaliditeit. (**)
Ik veronderstel "ME in Amsterdam" ook als - enigermate -
bekend in wat volgt, en in ieder geval liggen daar de redenen voor dit
stukje over Marcus Bakker, dat naar ik vrees lang zo vriendelijk niet is als
zijn nabestaanden dat graag zouden zien - wat dan weer de reden is om het
geen "In Memoriam" te noemen.
Laat ik beginnen met mijn redenen voor de
relatieve onvriendelijkheid van dit stukje te geven.
2. Problemen met de CPN
Zoals gezegd stapte ikzelf op mijn 20ste, in
1970, uit de CPN, waar ik toen 2 jaar lid van was geweest, vanwege een
combinatie van intellectuele en morele redenen die ik hierboven aangeduid
heb, en die zich voor een deel als volgt laten samen vatten:
Ik was tot de overtuiging gekomen dat de
menselijke emancipatie zeer veel beter via de wetenschap gediend wordt dan
via de politiek en was veel meer geinteresseerd in
echte wetenschap dan in
politiek.
Voor mijn babyboom-generatie - ik merk op dat
ik hiermee vooral doel op de indertijd prominent linkse vaak naar eigen
inzichten revolutionaire leden van mijn generatie die het VWO afgelopen
hadden en studeerden, en minder op de rest - lag dit indertijd heel anders,
en was ik een renegaat, met heel kwalijke en heel burgerlijke opinies.
Mij interesseerde dat echter niet, want ik
meende, mede vanwege mijn aanwezigheid bij de studentenrevolte in Parijs in
1968 en bij de Maagdenhuis-bezetting in 1969, dat mijn babyboom-generatie
zich intellectueel en moreel zeer vergisten.
En ik had gehoopt - in zekere mate ook, gezien
de (in mijn ogen) evidente stompzinnigheid, bevooroordeeldheid en
partijdigheid van hun ideeën en taalgebruik, verwacht - er in de rest van
mijn leven nooit meer (veel) mee te maken te hoeven hebben, maar het noodlot
beschikte anders, zoals u o.a. in ME in Amsterdam en de serie
Lob der
Partei, waar ook dit stukje deelt van uitmaakt, kunt nalezen.
Was het anders geweest, was bijvoorbeeld "mijn
generatie van verraders" ook maar voor 1 tot 10% zo moedig, integer en
intelligent geweest als ze zichzelf publiek verkochten, dan was het allemaal
anders geweest voor velen, en waren bijvoorbeeld de Nederlandse universiteiten en het Nederlands
onderwijs niet zo gedebiliseerd geweest als ze nu blijken te zijn, en
was ikzelf waarschijnlijk ook niet
zo arm en gediskrimineerd als ik ben.
Vandaar dus dat ik niet erg vriendelijk ben
over de CPN, en inzonder niet over de leiders van de CPN als Marcus Bakker,
en zeker niet over mijn generatie van verraders, onderwijs-ruineerders,
ellebogenwerkers en histrionische hysteri-ci en ka's, waarvan
hieronder ook een voorbeeldje, na mij over Marcus Bakker uitgelaten te
hebben.
3. Problemen met Marcus Bakker
De tweede en derde alinea van het NRC-stuk
d.d. 28 december 2009, van de hand van Mark Kranenburg (***), luiden als
volgt:
De afgelopen donderdag op 86-jarige leeftijd
overleden Marcus Bakker was typisch zo'n politicus die in de Tweede Kamer
veel meer waardering wist te oogsten dan zijn partij.
In feite wil ik het in dit stuk vooral over
dit nogal verbazende feit hebben: Hoe komt dit toch - terwijl zijn partij en
de leden van die partij van de vroege vijftiger jaren tot de tachtiger jaren
in Nederland beschouwd en behandeld werden als vuil, als oproerkraaiers, als
gewillige medestanders van de Sovjet-Unie, en als landverraders?
Ik vraag het onder andere omdat
mijn vader in
diezelfde periode een bekende Amsterdamse communist was, zelfs dekadenlang
scholings-secretaris voor het distrikt Amsterdam, die wel zo beschouwd en
behandeld en betiteld werd, net als velen van zijn partijkameraden, maar dus
niet zoals hun leider, publieke voporganger, en parlementair
hoofdrolspeler Marcus Bakker, en ik vraag het trouwens ook omdat zowel Bakker als mijn ouders als alle
CPN-leden tegenwoordig zouden gelden als levensgevaarlijke politieke
terroristen, zoals mijn openingscitaat duidelijk maakt.
Waarom is Marcus Bakker gestorven met een
ongetwijfeld uitstekend Kamer-pensioen, met eer omgeven, met al jaren een
"Marcus Bakker zaal" in de gebouwen van het Nederlands parlement - terwijl
hij zich een groot deel van z'n leven zeer actief inzette voor
"de gewelddadige omverwerping van iedere, tot
dusverre bestaande maatschappelijke orde"?
Terwijl mijn ouders, net als veel van hun
partij-kameraden en -vrienden, die niet in de Tweede Kamer zaten,
maar wel prominent en actief waren in de CPN, door niet-CPN'ers hun hele
leven als menselijk vuil beschouwd en behandeld zijn, en hun hele leven armoede leden?
U denkt wellicht: "Dat komt omdat Bakker nu
eenmaal een partijleider was, en een Tweede Kamerlid" - maar dat verklaart
die "Marcus Bakker zaal" niet, zo min als talrijke eerbewijzen van
niet-CPN-kamerleden aan zijn persoon, bij zijn leven, en hierbij vergeet u
ook, of weet u niet van, de verbluffende hoeveelheid verbaal en ander vuil
die over CPN'ers geheel vanzelfsprekend ook werd uitgestort door Nederlandse
niet-CPN'ers in de tijd waar ik van spreek, zeg van 1955 tot 1985, dus in de
tijd dat Bakker DE CPN-partij-prominent was, binnen en buiten de CPN.
Ik kom er zometeen op, maar ga eerst verder
met Kranenburg's volgende alinea, die althans een klein deel van de oorzaken
van het zojuist geschetste aangeeft:
Maar weinigen moesten iets hebben van de
Communistische Partij van Nederland (CPN), die Bakker van 1963 tot zijn
vertrek in 1982 in de Tweede Kamer aanvoerde. De parlementariër Marcus
Bakker daarentegen stond in de Tweede Kamer en ook daarbuiten in hoog
aanzien. Dat kwam doordat hij zich, als hoeder van de rechten van het
parlement, een officieuze functie die na zijn vertrek uit de Kamer werd
overgenomen door Kamerleden van de kleine christelijke fracties, zoals eerst
Gert Schutte (ChristenUnie) en nu Bas van de Vlies (SGP).
Zou het echt? Zouden de Tweede Kamerleden
Bakker op handen hebben gedragen - dus nogmaals, een man die volgens zijn
eigen idealen zijn leven besteedde aan
"de gewelddadige omverwerping van iedere, tot
dusverre bestaande maatschappelijke orde"
met ongetwijfeld het opknopen van veel
niet-CPN-kamerleden als onoverkomelijk onderdeel van dat ideaal - omdat
Bakker een soort Gert Schutte of Bas van der Vlies zou zijn geweest, al was dat slechts "een
officieuze functie" en al is er tot nu toe geen Schutte of Van de Vlies zaal
in de gebouwen van de Tweede Kamer, hoewel beide gristenpolitici toch geheel
tegenstander waren en zijn van
"de gewelddadige omverwerping van iedere, tot
dusverre bestaande maatschappelijke orde"?
Ik vind het erg moeilijk te geloven,
als communisten-kind van veel gesmade ouders, die hun hele
leven geheel vanzelfsprekend de Hongaarse opstand en de
concentratiekampen in de Sovjet-Unie als persoonlijk verwijt
nagedragen kregen door tal van heel gewone Neerlanders,
vrijwel altijd
zonder enige distinctie vanwege hun rol in de Tweede Wereldoorlog, en in die
tijd heel wel mogelijk nazi-collaborateur?
Wat maakte Marcus Bakker dus zo een bijzonder
mens?
Kranenburg vervolgt:
Marcus Bakker was in de oude vergaderzaal van
de Tweede Kamer ook gevreesd en gevierd vanwege zijn vlijmscherpe en
humoristische wijze van debatteren.
Dit wordt in Kranenburg's tekst gevolgd door
voorbeeldjes, die ik u bespaar, maar dat was het persoonlijk bereik van
Marcus Bakker wel ongeveer, voorzover hij dat bij zijn leven aangetoond
heeft:
Hij was zo'n 25 jaar partijleider (na Paul de
Groot); hij was 21
jaar lijsttrekker en parlementair leider van de CPN; en hij was een goed
publiek spreker en kon aardig debatteren.
Ik kan eraan toevoegen dat hij intelligent
was, maar niet briljant, en dat hij verder niet zoveel voorelkaar bracht of
kon, of dat althans heel goed wist te verbergen, want zijn geschreven stukken in
het partijdagblad De Waarheid en in het partijmaandblad Politiek en Cultuur
waren altijd geheel orthodox en saai, en de paar boekjes die hij bij zijn
leven schreef en publiceerde stelden prozaisch en inhoudelijk heel weinig
voor, behalve als scheldproza, waarover hieronder wat meer.
Ik vervolg weer met Kranenburg's tekst:
Marcus Bakker groeide naarmate de jaren
verstreken uit tot een zoals dat clichématig heet "gerespecteerd Kamerlid",
naar wie in de jaren negentig in de nieuwbouw van de Tweede Kamer zelfs een
vergaderzaal werd vernoemd.
Terwijl de man toen al zo'n dekade geen
parlementariër was, en zich tot dat moment, volgens de geheiligde woorden
van zijn - volgens hem - geniale voorgangers zijn hele volwassen leven lang had ingezet
voor
"de gewelddadige omverwerping van iedere, tot dusverre bestaande
maatschappelijke orde".
Dit zou de lezer enigszins vreemd moeten vinden, ook zonder
mijn eigen veeljarige ervaringen met hoe gemiddelde Neerlanders op CPN'ers
reageerden, als ze tenminste wisten dat het CPN'ers waren.
Kranenburg vervolgt zijn zojuist geciteerd proza zo:
Dat was het bewijs dat het discutabele verleden van Marcus Bakker met het
toenemen van zijn parlementaire dienstjaren steeds meer op de achtergrond
was geraakt.
Zou het echt? Is dit wat men onder journalisten en politici voor "bewijs"
houdt? Ikzelf, toch twee dekaden gewassen in CPN-omgevingen, zag en
formuleerde het nogal anders in 2004 - en zie mijn stukjes uit oktober 2004
in dit verband
CPN
en
Broederlijke
CPN-correspondentie,
waar ik zometeen toe kom na Kranenburg geciteerd te hebben, die het
bovenstaande namelijk zo vervolgt:
Want Marcus Bakker was ook een stalinist, die bijvoorbeeld in 1958, samen
met partijleider Paul de Groot, keihard afrekende met andersdenkenden binnen
de CPN. Kamerleden als Henk Gortzak en Gerben Wagenaar werden na een zeer
onfrisse lastercampagne, waarin Bakker een prominente rol speelde, uit de
partij gezet.
Over Wagenaar en Gortzak schreef Bakker het later uiterst omstreden rapport
De CPN in oorlogstijd (het 'rode boekje')
Ik heb ondertussen gekeken op het internet en in mijn boekenkasten of ik dit
werkje kon vinden, maar bevond alleen dat het te koop aangeboden wordt. Hier
is wat ik erover in 2004 aan mijn broer schreef:
Als je het nooit deed en in de gelegenheid bent (quod non, in
Denemarken, neem ik aan) moet je het zogeheten Rode Boekje van Marcus
Bakker eens lezen, waarin anno 1958 afgerekend werd namens het
partij-bestuur van de CPN met de groep(en) Gortzak, Brandsma en
Wagenaar. Dat is echt hogere waanzin, geheel in de lijn van de
Stalin-processen uit de 30-er jaren. Bakker is echt veel te intelligent
om het te hebben kunnen menen. Ergo: Wat was de reden dat hij het
schreef?
Ik kwam daar indertijd - 2004 - op vanwege een recensie van "In dienst
van de BVD", van een Frits Hoekstra, jarenlang werkzaam voor de BVD,
onder de kop "Jagen op alles wat rood was", waaruit ik citeer:
"Hoekstra werkte tussen 1971 en 1987 als operationeel medewerker, analist,
en later hoofd van operationele afdelingen. Met die onthullingen valt het
erg mee. Het boek geeft wel een aantal interessante inkijkjes in de
operaties van de BVD, vooral ten aanzien van Nederlandse communistische
kringen, zoals de CPN en de Rode Jeugd. In sommige partij-afdelingen had de
CPN zoveel agenten rondlopen dat die afdelingen waarschijnlijk zouden
omvallen als zij hun werk staakten, beschrijft Hoekstra."
En dat wierp - en werpt - bij mij de vraag op: Wie
o wie in het partijbestuur van de CPN en/of de CPN-fracties in
de Kamers, zeg van 1958-1983, dat de Marcus Bakker jaren van de CPN
zijn, waarin ook de plotselinge groei van de CPN
vanwege toen partijlid wordende studenten tussen 1970 en 1980 vallen,
werkte nu feitelijk voor de BVD?
Ik weet het nog steeds niet maar kan niet aannemen dat dit niemand was.
Interessante kandidaten voor die rol zijn Marcus Bakker, Harry Verheij en
Joop Wolff, die alledrie niet dom en wel handig en brutaal zijn c.q. waren,
en die het via de CPN (en eventuele nevenfuncties) maatschappelijk verder
brachten dan hun talenten anders waarschijnlijk meegebracht zouden hebben
(want er zijn meer niet domme en wel handige en brutale mensen).
De familie Bakker, waarvan ik verscheidene leden - oppervlakkig - gekend
heb, inclusief Marcus Bakker zelf, neemt mij die mening zeer kwalijk, maar
feit blijft dat Marcus Bakker hooggeacht en hooggeëerd werd voor een
Nederlandse communist, ook buiten de CPN, en dat het eigenlijk wat
moeilijk valt in te zien waarvoor precies, althans buiten de CPN, en dat
zeker omdat vrijwel al zijn publiek bekende partij-kameraden veel
problemen en veel discriminatie ondervonden juist vanwege hun
partij-lidmaatschap, wat kwam door de toen heel normale gevoelens over de CPN van
Nederlanders buiten de CPN.
En daar komt dit bij, om terug te keren tot Kranenburg's tekst en het boven
gegeven citaat van hem te vervolgen, dat ingaat op de manier waarop Bakker,
samen met Paul de Groot, de macht in de CPN verwierf in 1958, en wel ten
koste van een aanzienlijk deel van de tot die machtsgreep bestaande
partijleiding:
Deze [Wagenaar e.a. CPN'ers in hoge partij-functies die Marcus Bakker erin
slaagde te wippen, met hulp van het 'rode boekje', Paul de Groot en enkele
andere naar partij-prominentie dorstende kameraden] zouden "overspel met
nazi's en Londense klieken" hebben gespeeld om de groeiende invloed van
communisten in Nederland te vernietigen.
Tussenwerping: Die 'groeiende invloed van communisten in Nederland' was anno
1958, dus na Hongarije en de rede van Chroestjev over Stalin van 1956, en
ook na Stalin's anti-semitische artsen-vervolgingen vlak voor zijn dood en
na het arriveren van de Koude Oorlog, grote onzin, zoals het hele boekje
volstond met kwalijke en gestoorde danwel zeer kwaadwillige onzin zoals
"overspel met nazi's en Londense klieken" (sowieso alleen al taalkundig
gezien onzin en troep).
Weer terug naar Kranenburg's tekst, die zo vervolgt:
Het was een geheel uit de stalinistische school afkomstige complottheorie,
bedoeld om af te rekenen met tegenstanders. Rekenschap over die zwarte
periode heeft Bakker nooit echt afgelegd.
Dat klopt en ik blijf het - sinds ik dat 'rode boekje' zelf las,
overigens lang na zelf uit de CPN getreden te zijn -
onbegrijpelijk vinden dat Bakker het heeft kunnen schrijven met een
serieus gezicht, dus menende wat hij schreef, als hij toen niet behoorlijk
gestoord was, dat ik geheel niet denk.
Was de opzet dus alleen zoals Kranenburg schreef "bedoeld om af te
rekenen met tegenstanders"?
Wel, het had in ieder geval twee gevolgen, althans
tot ca. 1970, toen het tij voor de CPN enigszins keerde vanwege de
studenten-revolutionaire jaren, namelijk (i) dat De Groot en Bakker en
de hunnen vanaf 1958 de macht hadden in de CPN en (ii) dat de CPN door
slechts heel weinigen als een serieus te nemen partij gezien werd, al lag
dit niet alleen aan (i) en 'het rode boekje'.
Hoe het zij, Bakker had of toonde geen enkel berouw, gaf geen excuses, en
legde niets uit, althans in het publiek en bij mijn weten. Kranenburg
vervolgt
In 1983 publiceerde hij zijn memoires Wissels, met de veelzeggende
ondertitel Bespiegelingen zonder berouw. Over de hoogtijdagen van de
Koude Oorlog, eind jaren vijftig, schreef hij: "Wij waren eenzijdig,
hypereenzijdig in de koude-oorlogstijd. Maar de wereld zag eruit zo plat als
een dubbeltje, er waren maar twee zijden te onderscheiden." Bakker had ook
in 1983 geen spijt van de keuzes die hij destijds had gemaakt.
En toch wist hij toen al heel lang (sinds 1956, minstens) van
Stalin's massamoorden en van de Goelag;
van Conquest's The Great Terror over
Stalin's terreur in
de jaren dertig; van de feitelijke armoede en achterstand van iedereen in de
Sovjet-Unie behalve het partijkader; van "The God that failed" en van
George Orwell; en van nog veel meer dat relevant
was over "het reëel bestaand socialisme", en hij was een intelligent man.
Zou hij werkelijk nooit met de BVD hebben samengewerkt? Zijn directe familie
vindt zelfs de vraag grievend (****), maar ik
vind 'm onder omstandigheden, vooral gezien de opgang die Bakker maakte
buiten de CPN, en de manier waarop hij de macht greep binnen de CPN, niet zo
vreemd.
Bakker's geciteerde reden om te zwijgen - "Maar de wereld zag eruit zo plat
als een dubbeltje, er waren maar twee zijden te onderscheiden." - klinkt
trouwens als een mogelijk excuus van Karst T. en is ook feitelijk onwaar.
Ik neem echter aan dat ik de waarheid over de vraag wie er nu feitelijk
tussen 1958 en 1983 in het partijbestuur van de CPN zaten en voor de BVD
werkten nooit zal horen of lezen, en ook niet over de vraag waarom het,
welbeschouwd, in die tijd in de CPN zo gestoord toeging - en zie hier
mijn
OVER POLITIEK, IDEOLOGIE EN TAALGEBRUIK
inzonder sectie 27.
Gebruikelijk jargon in de CPN daaruit.
Een probleem hier, voor goed begrip van wijlen Marcus Bakker, wijlen de CPN
en mijn stellingname in deze, is dat niet zoveel mensen goed weten hoe
gestoord, mal, krom en dom zoveel van het CPN-partij-proza feitelijk was, en
daarom is het nu nuttig en wenselijk een deel van die zojuist gerefereerde
sectie 27 hier te herhalen, omdat deze althans iets behoort te
verduidelijken over mijn bevreemding over Bakker en de CPN, zodra ikzelf
enigszins zelfstandig begon na te denken. (Wie dit al kent kan de volgende
link gebruiken, voor alweer een heugelijk onderwerp, dat na sectie 4 komt:
5. Problemen met prof.dr. Elsbeth Etty).
4. Problemen met het CPN-taalgebruik
Wie enigszins intelligent was en in de vijftiger, zestiger, zeventiger of
tachtiger jaren van de twintigste eeuw als volwassene in aanraking kwam met
de CPN en inzonder met CPN-proza had redenen om daar vreemd van op te kijken
en problemen mee te hebben.
Om dat duidelijk te maken citeer ik de bovengenoemde
sectie 27.
Gebruikelijk jargon in de CPN
vrijwel in z'n geheel - en NB dat dit het taalgebruik en ook en vooral
het theoretisch gedachtengoed betreft waar Marcus Bakker pal voor
stond, en dat hij voor een deel ook zelf schreef. Het enige dat ik weghaal is de
eerste regel, waarin ik alleen vermeld dat ik in deze sectie
het communistisch taalgebruik en het typische partij-jargon
behandel:
Dit is het meest opvallend en kenmerkend voor
communisten: Alle
sociale groepen zijn in overwegende mate
gebaseerd op
drogredenen, maar wat sociale groepen kenmerkt is hun
jargon.
De
volgende pastiche is samengesteld uit citaten ontleend aan een aantal
jaargangen van "Politiek en Cultuur", het THEORETISCH maandblad van de CPN,
en enkele citaten uit "De Waarheid" van 7.III.1975. Geen citaat is ouder
dan 1969, en allen kunnen geïdentificeerd worden.
Het
wereldbeeld van de CPN komt hierin, in haar - ik herhaal het nog eens -
theoretisch maandblad, als volgt naar voren:
Altijd is
er sprake van "diepe crises van het kapitalisme",
van "kapitalistische crisis-politiek"
gevoerd door "de multi-nationals en de banken",
"de grote monopolies", "het
militair-industrieel complex" of "de
EEG-bonzen dat wil zeggen de Westduitse monopolies die daarin de feitelijke
machthebbers zijn". Deze "kapitalistische
crisis-politiek" gebaseerd op "de
winstzucht van de monopolies" leidt onveranderlijk tot "de
nu beraamde nog scherpere aanvallen op het levenspeil", op "een
politiek van loon-dictatuur" en tot "de
zwaarste aanval op het levenspeil van de Nederlandse werkers sinds jaren".
De
regering "die zich ondergeschikt maakt aan de grote
monopolies" is meestal "een
reactionair bewind" in dienst van
"Duitse revanchisten en militaristen"
dat "miljarden overhevelt naar de concerns en de
bewapening opschroeft", daartoe bewogen door "de
reactionaire NAVO-bewapeningspolitiek" of "de
as Washington-Bonn".
Gewoonlijk
heeft "het grote kapitaal zijn machtsposities en
zijn bepalende invloed op het staatsapparaat ingezet" om "de
belangen van de grote monopolies" te beschermen tegen "de
strijdstemming onder de massa's" en "de
kritiek onder brede lagen van de bevolking" op "de
aggressieve politiek van het militair-industriële complex".
Vaak staan
"brede volksmassa's", "grote
groepen werkers" of "de brede massa's
van de werkende bevolking" vervuld van "strijdgeest"
en "een geest van solidariteit" klaar
om "de krachten van het imperialisme"
("de klassevijand") d.m.v. "acties"
en "ïn daadwerkelijke solidariteit met acties"
te bestrijden.
De CPN
stelt zich dan ook tot doel "de massabeweging"
"te leiden tot democratische machtsvorming en een coalitie van strijd".
Altijd weer opnieuw doet zij hierbij een "massale
oproep" tot "Eenheid van alle linkse krachten",
"progressieve krachten", "progressieve
mensen" en "werkers van hand en hoofd".
Andere
politieke partijen zijn "rechtse kleinburgerlijke
sociaal-demokraten" of "klasseverraders"
(de PvdA); "een rechtse pressie-groep", "een
reclame-campagne" of "een buitenlandse
ingreep in de Nederlandse politiek" (D'66); "het
voornaamste instrument van de reactie in Nederland" of "het
huidige reactionaire bewind" (KVP); of anders wel "een
door de reactie hogelijk gewaardeerd anti-communistisch instrument om van
buitenaf de arbeidersbeweging te kunnen infiltreren"; "een
anti-communistische splijtzwam", "een
partij zonder beginselen" of "een
schizofrene patiënt" (de PSP).
De CPN
wordt natuurlijk voortdurend bestreden door "furieuze
anti-communistische campagnes vol lasterpraat" "in
de bekende massa-hysterie in de stijl van Open het Dorp" in "de
burgerlijke pers" die natuurlijk geleid wordt door "onze
internationale klassetegenstanders, het grootkapitaal, de monopolies en de
banken, en daarmee verbonden legertje broodschijvers" die
voortdurend met "geschiedvervalsing, insinuaties,
lastercampagnes en leugens" "
furieuze anti-communistische
campagnes"
opzetten en daarbij gewoonlijk van "duistere
bronnen" gebruik maken en bewogen worden door "duistere
krachten".
Nu zijn "de
bourgeoisie" en "de burgerlijke pers"
met haar "riool-journalistiek"
natuurlijk ook "de klassevijand". Maar
veel erger vijanden die de CPN bestrijdt zijn "het
renegatendom" van "renegaten"
die zich "ontpopt hebben als werktuigen van het
imperialisme die de communist gespeeld hebben zonder het ooit te zijn"
(Wagenaar, Gortzak, Brandsen), of die "trotskistische
of rechts-opportunistische elementen", "agenten
van de reactie" of "Navo-professors"
(Harmsen) bleken te zijn. Hun "leugens,
geschiedsvervalsing en insinuaties", "de
rijstebrijberg van verwarring en haatdragendheid die deze figuren uit hun
schrijfmachines laten stromen", "de
miskende genieën" (Baruch, Gortzak, Wagenaar, De Kadt) tonen "het
immorele, zelfs moordzuchtige karakter van de reactie"
natuurlijk volledig aan. En tenslotte zijn daar ook nog "agenten
(in dienst van kapitaal-groepen in binnen- en buitenland werkzaam bij Vrij
Nederkand" (I. Cornelissen) "met
bekende anti-communistische reutemeut", die "schuimbekkend
en in alle staten van verdwazing" als een
"reptiel door het slijk kruipen om sissend op een vertegenwoordiger van de
arbeidersklasse af te kronkelen".
Al deze
tegenstand kan de CPN niet weerhouden van "een
vastberaden strijd", zowel in de partij "tegen
afwijkingen van links en rechts", "tegen
scheurmakers" en tegen "partijvijandige
elementen", "BVD-agenten" en
"provocateurs" die zich "in
de partij hebben weten binnen te dringen", als met de
partij te voeren tegen "de imperialistische
activiteit, de neokoloniale politiek", tegen "revisionisme",
"revanchisme", "deviationisme",
"isolationisme", "chauvinisme",
"fascisme", "rascisme"
en voor "samenwerking van alle linkse krachten".
Tot op zekere hoogte is deze pastiche
natuurlijk een karikatuur, maar ik geloof dat ze het taalgebruik in de CPN
(vanaf ca. 1950 in ieder geval) niet zozeer vervalst als wel uitvergroot en
geconcentreerd weergeeft. Wat hierboven staat is een selectie, maar wat de
lezer onthouden is bestaat voor het allergrootste deel uit meer van
hetzelfde, zij het wat minder geconcentreerd, en uit zeer slecht
geschreven, zeer slecht beredeneerde, zeer ongeïnformeerde uitermate
langdradige verhandelingen die het best zo snel mogelijk met de alles
vergevende mantel der vergetelheid bedekt kunnen worden.
Wijlen Marcus Bakker echter meende al het rood gezette geciteerde
echter serieus, dekadenlang, of deed heel geslaagd heel lang alsof,
en kreeg mede daarom veel lof en bewondering van buiten de CPN, inclusief
een naar hem vernoemde zaal in het Nederlands parlement, voor een man die
voor het bovenstaande prachtproza en het volgende stond - in de woorden van
zijn Grote Voorganger:
"De communisten versmaden het, hun opvattingen en
oogmerken te verhelen. Zij verklaren openlijk dat hun doel slechts kan
worden bereikt door de gewelddadige omverwerping van iedere, tot dusverre
bestaande maatschappelijke orde."
Misschien begrijpt u mijn twijfel over Bakker's opgang en zuiverheid in de
door hem verkondigde leer nu wat beter, al geef ik toe dat hij, voor wat ik
stellig weet, heel wel mogelijk alles altijd heel goed bedoeld
heeft, zelden loog, volbloed communist was, alles altijd eerlijk meende - en
dus een aanzienlijk stuk dommer moet zijn geweest dan ik hem zelf
inschat(te).
5. Problemen met prof.dr. Elsbeth Etty
Maar ik ben nog niet aan het eind van mijn onderwerp, want ook prof.dr.
Elsbeth Etty, een van de o zo integere
prominenten van mijn generatie van collaborateurs en verraders, heeft
zich in de NRC naar aanleiding van zijn verscheiden uitgelaten, en wel op 29
december, in de column die zij in de NRC heeft
ten bate van haar eigen belang en dat van de
PVD, onder de titel "Requiem voor een communist".
Als zo vaak bestaat het proza van mevrouw Etty uit zelfdienend gelieg en
gedraai. Ze begint zo
Ik heb geaarzeld of ik deze rubriek aan het overlijden van Marcus Bakker zou
wijden.
en liegt waarschijnlijk, omdat ze er anders op aangezien was het niet gedaan
te hebben, en omdat het zo een uitgelezen situatie is voor haar om de
situatie te definieren in haar voordeel.
Hoe het zij, ze zegt
Maar ik kan en wil er niet omheen. Hij heeft voor Nederland en voor mij
persoonlijk het communisme belichaamd – en dat is niet hetzelfde als
dictatuur en onderdrukking.
- dat ook alweer een handige verdraaiing of misleiding is, want weliswaar
betekenen de woorden "communisme", "dictatuur" en "onderdrukking" niet
hetzelfde, maar Elsbeth weet heel goed dat in de tijd dat zij
zich tot Bakker en de partij van het communisme bekeerde (dus voor
de tijd dat ze zich tot Thieme en de partij
voor de dieren bekeerde, en heel integer alweer streed tegen de
dictatuur en onderdrukking van
de legkip en
de fokzeug), bijna iedereen buiten de CPN in
Nederland "communisme" met "dictatuur" en "onderdrukking" associeerde, en
dat daar ook heel goede gronden voor waren, zoals ik boven al noemde,
variërend van
Crossman en Orwell tot Aron en Conquest, die dat allemaal met
uitstekende argumenten onderbouwd hadden, inclusief heel goede argumenten
tegen het communisme als maatschappelijk ideaal onafhankelijk van de
twintigste-eeuwse dictatoriale vormen ervan.
Maar dit is dus dat herdefiniëren van de situatie voor eigen voordeel
waar zoveel politici en hun succesvolle aanhangers als Elsbeth de Integere
zo goed en handig in zijn.
Want, vervolgt de zogenaamd hooggeleerde (in "de wetenschap" van wijlen
Henriëtte Roland Holst, eertijds Neerlands Marxistisch Dichteres) op een
opgewonden toontje alsof dat vanzelf spreekt
Maar je kunt ook het omgekeerde, verdediging van democratie en vrijheid, met
een communistische geschiedenis associëren. Kijk naar Italië, waar de
voormalige communistische leider (en generatiegenoot van Marcus Bakker)
Napolitano als president tegen de klippen op de grondwet, de parlementaire
democratie en de vrijheden verdedigt tegen Berlusconi.
Waarom niet gelijk van de uitnemend goede bedoelingen van de jonge Marx
gerept, alsof dat relevant zou zijn voor Marcus Bakker's verdiensten?
"Je kunt ook" denken dat 2+2 = 5 omdat de
Partij dat wil, waar dr. Etty, de zeergeleerde,
naar eigen zeggen al dekaden in
uitblinkt.
De professeuse in de Holst-kunde vervolgt met alweer een verdraaiing en
vervalsing, opnieuw handig gedaaan en hondsbrutaal gebracht:
Mensen kunnen zich moeilijk voorstellen dat ik me ooit, als student in de
jaren zeventig van de vorige eeuw, heb aangesloten bij de partij van Marcus
Bakker. De dichotomie democratie-communisme, het overgeleverde beeld uit de
Koude Oorlog, maakt dat zo’n keuze, buiten de omstandigheden van de tijd
geplaatst, nauwelijks valt uit te leggen.
In de eerste plaats: "Mensen" is zo ongekwalificeerd en
ongekwantificeerd dat de eerste zin niets zegt. En de tweede zin is volkomen
kul vanwege het handige maar zeer valse en bedriegelijke "buiten de
omstandigheden van de tijd geplaatst", want het gaat helemaal niet om
wat - bijvoorbeeld - Julius Ceasar gedacht zou hebben van Elsbeth's integere
en o zo weldenkende keuzes uit de zeventiger jaren van de twintigste, maar
om wat in die tijd in haar groep, van studenten aan een Amsterdamse
universiteiten, populair was en uitzicht gaf op een universitaire
aanstelling en carriere: het CPN-lidmaatschap en
het Asva-lidmaatschap.
En zo deed Elsbeth dus, als zovelen, waaronder
Ella Vogelaar en
Lodewijk de Waal, ongetwijfeld even
integer en om dezelfde redenen. Kortom... ik kan het me heel
makkelijk voorstellen waarom Elsbeth voor de CPN koos, want dat was toen een
populaire keus, en het gaf maatschappelijk perspectief,
althans in en rond de UvA en in Amsterdam, waar de CPN toen een tamelijk
grote en machtige partij was.
Maar Elsbeth wil helemaal niet dat u de feiten kent, of anders dat u
ze zo vals ziet als zij:
Hoe maak je duidelijk dat communisten als Bakker inspirerende figuren waren
die met hun tegendraadsheid en moed juist een fantastische inspiratiebron
waren? Het kostte mij geen enkele moeite om Bakker te associëren met verzet
tegen onrecht. Het was een keuze tegen de braafheid, de kneuterigheid, de
meegaandheid en de versuffing van het Nederland waarin ik opgroeide.
We hebben het over de jaren rond 1973 - na Provo, na de
Maagdenhuis-bezetting, na de studenten-revoltes in Duitsland, Frankrijk en
de VS, na de Sixties, en ook over de tijd dat zelfs Wim Kok vanwege zijn
carriere zijn haar vrijwel op zijn schouders droeg - en omdat ik die me zo
goed kan heugen weet ik dat Elsbeth de zaken weer heel vals vervalst.
Marcus Bakker was in die tijd weliswaar bekend als parlementair leider van
de CPN, maar bepaald niet de eerste om "te associëren met verzet tegen
onrecht" (Martin Luther King?) of te zien als "een keuze tegen de braafheid,
de kneuterigheid, de meegaandheid en de versuffing van het Nederland waarin
ik opgroeide" (Provo, Wolkers, Vinkenoog, de Vijftigers?).
De roodharig geverfde politieke draaitol, collaboratrice en
verraadster van mijn generatie draait
vrolijk verder:
De communisten hier hadden wat mij betreft niets uitstaande met dictaturen,
maar alles met de strijd tégen dictaturen.
Wel, als je dat anno 1973 werkelijk
dacht - "niets" ?! - dan was je een debiel, en omdat de weledelgeleerde dr. in de Holskunde
niet debiel is liegt ze gruwelijk: Ze wist heel goed van die
associatie,
maar wilde daar eenvoudig niet van weten, o.a. omdat dit tegen
haar toenmalige persoonlijke belang was.
Ik sla wat leugens en misleidingen over, omdat de behandeling daarvan me
teveel tijd en irritatie zou kosten en kom bij
Bakker was een gezaghebbend lid van de Tweede Kamer, dat op de bres stond
voor de rechten van het parlement, voor het stakingsrecht en voor alles wat
hoort bij de rechtsstaat en een open samenleving.
Dit over de man die, net als Elsbeth de Integere, zwoor bij het
Communistisch Manifest, dat zo treffend zegt
"De communisten versmaden het, hun
opvattingen en oogmerken te verhelen. Zij verklaren openlijk dat hun doel
slechts kan worden bereikt door de gewelddadige omverwerping van iedere,
tot dusverre bestaande maatschappelijke orde."
Dat is dus "alles wat hoort bij de rechtsstaat en een open
samenleving", volgens de integere prof.dr. (in de Holstkunde) Etty, die
nooit liegt, en nooit van Popper's tekst "The open society and its
enemies" gehoord heeft, en waar die kreet van "open samenleving"
tegen gericht was, namelijk de fascisten en de communisten - althans voor
wie gelooft dat Etty nooit liegt.
Elsbeth de Integere liegt en draait verder, met een geheel eigen visie op
het communisme en het (indertijd) reëel bestaand socialisme:
Het ondemocratische beginsel is de geboortefout van het communisme –
waardoor het in diskrediet is geraakt en waaraan het terecht ten onder is
gegaan.
Karl Marx zou
ongetwijfeld tegengeworpen hebben dat zowel in zijn tijd als in Etty's tijd
de arbeidersklasse verreweg de grootste was in iedere samenleving, maar
afgezien daarvan is de Ettysche diagnose van "de geboortefout van het
communisme" om tal van redenen kul - en zie weer mijn
OVER POLITIEK, IDEOLOGIE EN TAALGEBRUIK
voor een eerlijker en zinniger analyse van de CPN dan prof.dr. Etty ooit bij
machte was te bedenken of schrijven.
Ik sla nu het een en ander over en kom bij het volgende, waarvoor zie ook
mijn citaat van Etty dat ik tien
jaar geleden gebruikte ($)
De stalinistische kazernementaliteit die in de CPN heerste, stond in
flagrante tegenspraak met het streven naar openheid en rechtvaardigheid dat
Bakker in het parlement uitdroeg. Zeker, je ging als CPN-lid deel uitmaken
van een internationalistische traditie van verzet tegen fascisme,
antisemitisme, xenofobie, kolonialisme. Maar je trad ook de traditie van de
kazerne binnen.
Daar is iets van waar, en het is wat mij al op mijn 14e bijna op uitzetting
uit de DDR kwam te staan, en op mijn 20ste uit de CPN dreef. Maar het
laat volkomen onverklaard waarom (1) Elsbeth de Integere, die zelf niet uit
een CPN-gezin kwam, lid werd van zo'n partij, waarom (2) Elsbeth de
Weldenkende lid bleef van zo'n partij, en waarom (3) Elsbeth de Welmenende
dat minstens 10 jaar lang bleef, en pas na ca. 20 jaar van terugkwam.
Gelukkig kan ik dat zelf heel plausibel uitleggen:
Dat komt omdat dit alles in het persoonlijk belang van Elsbeth was, want
vandaar dat zij doctor kon worden, in de marxistiese Holstkunde maar
liefst, en wat
later professor, alles mede vanwege
de ruinering van de Nederlandse
universiteiten en het Nederlands onderwijs waar
zij zoveel aan
bijgedragen heeft als jarenlange redactrice van CPN-partijdagblad "De
Waarheid".
En het duurde bijna 20 jaar vooraleer zij publiek enigszins terugkeerde van
haar communistische voor haar eigen persoonlijke carriere zo heerlijk
profijtelijke dwaalwegen, omdat het pas toen in
haar belang was, en in het belang van haar kameraden van
eertijds, om van die dekadenlange door carriegeilheid ingegeven CPN-dienarij
publiek terug te komen, en wel omdat de CPN opgeheven was; de Sovjet-Unie
uitelkaar gebarsten was; en omdat er vanaf toen geen uitzicht meer was op
maatschappelijke vooruitgang in en rond Amsterdam of in Nederlandse
universiteiten met het uitdragen van een communistisch of marxistisch
standpunt, zoals sinds 1972 wel twintig jaar lang het geval was
geweest, en zoals dan ook zo bijzonder profijtelijk
en carrierebevorderend was geweest,
voor mijn generatie van verraders
(van de idealen van beschaving en wetenschap, ten behoeve van eigen opgang
en inkomen).
Zo simpel ligt het uiteindelijk, denk ik, al zullen er bij de o zo integere Elsbeth nog
wel meer zaken meegespeeld hebben.
Etty de Integere zelf vervolgt echter aldus:
Dat Bakker zich daar nooit van heeft gedistantieerd, bracht hem in conflict
met antiautoritaire studenten en feministen die zijn partij ten grave
droegen.
En ik weet ondertussen genoeg van haar stijl van schrijven om te kunnen
onderkennen dat zij eigenlijk bedoelt te zeggen met "antiautoritaire
studenten en feministen": "mijn trouwe echtgenoot
Gijs Schreuders en
ikzelf", want met dat doel schreef
zij indertijd mee aan "Alles moest anders" en schreef hij "De man
die faalde". Ook dat was echter van begin tot eind onwaar en oneerlijk,
en diende weer alleen haar en zijn behoud van de eigen carrieres en
posities.
Ik ben bij de afsluitende alinea van haar zogeheten Requiem
gearriveerd, die terugkeert van haar eigen liefste onderwerp (de
voortreffelijke integriteit van Elsbeth) bij haar nominale onderwerp, wijlen
het rolmodel van de vastberaden strijd "voor alles wat hoort bij de
rechtsstaat en een open samenleving", die de hij is in de volgende alinea:
„Geen wanstaltige Rus, of wie dan ook, kan mij de trots ontnemen dat mijn
geestesrichting, het communisme, de eerste was die tegen de verdrukking in
uitging van de gelijkwaardigheid van mensen”, schreef hij in een
persoonlijke brief. In dat geloof is hij gestorven, een trots en moedig
mens.
Daar hebben we die vermaledijde
gelijkwaardigheid weer, ook in de beste Orwell-tradities, waarin wij
allen gelijk(waardig) zijn, behalve dat de Bakkers, de Ettys en
de Schreuders enzomeer nog wat
gelijkwaardiger dan de anderen zijn, dat overigens één van mijn redenen
vormt om
Bakker heel wel mogelijk voor een handige oplichter te houden, want
feitelijk geloofde
Marcus Bakker dat zomin als ik dat doe: Hij was er
publiek bijvoorbeeld stellig van overtuigd dat zijn eigen partij-voorzitter
Paul de Groot een groot, nobel, welmenend en zeer begaafd man was, in veel
hogere zin dan miljoenen Nederlanders ook, en hetzelfde gold voor hem voor
andere communistische leiders of voorgangers, inclusief hem zelf,
ongetwijfeld.
En het citaat van Bakker is inhoudelijk onwaar omdat de beweerde gelijkheid
of gelijkwaardigheid van alle mensen - terwijl Marx, Engels, Lenin en Stalin
nogal elitaire personen waren, bijvoorbeeld - niet iets is dat eigen
is aan of kenmerkend voor "het communisme", hoe ook begrepen.
Tenslotte dan wat dit citaat en Elsbeth's zo integere proza over dit
onderwerp betreft: Ik geloof zelf niet dat Marcus Bakker voorbeeldig
trots of moedig was, al weet ik niet genoeg van hem om hem trots en moed te
ontzeggen.
Maar ik weet van veel moediger
mensen, of althans van mensen die veel meer moed toonden
dan Marcus Bakker ooit deed of gedwongen was te doen, en ik vind het geen
reden voor trots om dat 'rode boekje' geschreven te hebben;
parlementair leider te zijn geweest van een partij met ideeën
en opvattingen als geciteerd en aangeduid; en achteraf nooit open en
eerlijk in te gaan op de CPN, zelfs niet toen deze partij eenmaal verdwenen
was. (*****)
6. Er werd en wordt veel gelogen over de CPN
Kortom, er werd en wordt veel gelogen over de CPN, zowel door de CPN-leiders
van de mij voorgaande generatie, zoals Marcus Bakker, als door de
CPN-leiders van mijn generatie, zoals Elsbeth Etty, die het daarmee ook tot
leidster in opinies, in NRC-redactie-lokalen en aan de VU bracht, dat
ongetwijfeld ook in haar bedoeling lag vanaf het begin - en ik bedoel niet
zozeer die specifieke functies als wel haar eigen persoonlijke
maatschappelijke opgang via een in die tijd in haar kringen populaire en
makkelijke weg.
Dat er veel werd en wordt gelogen over de CPN is niet zo vreemd, en trouwens
ook geheel niet ongebruikelijk in en rond en over andere politieke partijen,
maar het is jammer, onder andere omdat op die manier een groot deel van de
echte geschiedenis van de CPN nooit boven water zal komen, dat
weer spijtig is omdat er binnen en rond de CPN een aantal interessante
mensen gefunctioneerd hebben - en ik denk hier niet alleen aan mijn ouders -
die mijzelf als veel interessanter, moediger en karaktervoller
treffen dan de handvol opgangmakers via de CPN als Etty, Bakker, Schreuders,
Brouwer, Roelofs, en redelijk wat van mijn nog steeds in een flutvak aan
Nederlandse universiteiten werkzame liegende en poserende salonbolsjewieken
van mijn generatie.
En waar het Bakker, Etty, Schreuders en de overgrote meerderheid van de
overige publiek bekende CPN'ers betreft geloof ik dat Max Weber
veel meer gelijk had dan zij zelf hebben
met hun immer o zo morele praatjes over hun eigen o zo vreselijk nobele
doelen: Feitelijk was het ze persoonlijk in de eerste, tweede en derde
plaats eigenlijk, heel menschlich-allzu-menschlich ook, om
Macht und (...) Durchsetzung von sachlichen Zielen oder der Erlangung von
persönlichen Vorteilen oder beides
te doen. Net als Stalin,
Lenin, Mao en Fidel, die ook vreselijk goed waren in liegen over hun eigen
persoonlijke doelen.
P.S. Dit is dus het stuk over Marcus Bakker waarmee ik u al een paar
keer bedreigd heb. Ik heb het vandaag met enige tegenzin en moeite
afgeschreven, omdat ik vind dat ik het wel behoor te schrijven, maar weinig
puf heb. Maar van uitstel komt afstel, dus heb ik me vandaag maar de
noodzakelijke moeite
gegeven. Vindt u morgen op deze plaats niets, dan weet u waarom.
En ik vermoed ook dat ik er nog wat in te corrigeren en linken heb, maar dat
komt later. Overigens is het - ja, ik ben wat bitter, lezer - zoals vaak te
goed en te uitgebreid voor mijn onderwerp, maar dat komt omdat ik zelf tot
de zeldzame klasse van personen behoor die vind dat meningen beargumenteerd
behoren te worden.
P.P.S. 12 januari 2010: Ik heb het vandaag snel doorgelopen en hier
en daar iets verbeterd in taalgebruik of spelling, maar niet inhoudelijk of
in strekking.
Noten
(*) Bijna de laatste woorden van dit werkje, en heel
welbekend aan leidende communisten.
(**) Wie gelooft dat dit niet zo is kent mijn
persoonlijke omstandigheden niet en gelooft kennelijk dat de machthebbers in
Amsterdam, aan de UvA en de PvdA behoorlijke en integere mensen zijn. Lees
ME in Amsterdam!
(***) Dus niet van Elsbeth Etty of haar
echtgenoot Gijs Schreuders, dat toch enigszins vreemd is omdat Elsbeth al
jaren redactrice van de NRC is en professor aan de VU, en haar prominentie
niet dankt aan haar talenten of haarverf, maar aan haar jarenlange
CPN-lidmaatschap en de mogelijkheden die dat boden tot carrieremaken in
vooral Amsterdam tussen 1970 en 1990.
(****) Zoals ze mij herhaaldelijk persoonlijk hebben
doen weten, overigens zonder ooit met zelfs maar één letter op
mijn argumenten of op mijn eigen wedervaren in Amsterdam in te gaan, dat
ik toch voor een flink deel dank aan de inzet van hun partijkameraden
in en rond de UvA - maar inderdaad zijn zij allemaal veel
beter af in dit kapitalistische land dan ik, op zulke menselijke wezenlijke
vlakken als het financiële en zo meer althans.
Ik bedoel: Ik begrijp waarom ze niet gelukkiger worden van mijn meningen
over hun familielid - maar niet zo goed waarom ze mijn ongelijk niet
beargumenteren willen, als dat dan zo evident is, en ook niet zo goed
waarom ik niet op het 'rode boekje' zou mogen wijzen als grond om
enige verdenking te mogen hebben over Bakker's integriteit, als hij zelf
carriere maakte door de integriteit van vele van zijn kameraden sinds jaren
op een zeer veel verder gaande wijze te belasteren.
Ik lieg ook niet: ik stel alleen maar
terechte vragen.
Maar ja, quod licet Iovi, nietwaar.
(*****) Logisch als ik ben: Tenzij er natuurlijk
prachtige, eerlijke, niets en niemand ontziende memoires blijken te zijn van
hem, in welk geval ik dit in zal trekken. Maar ik houd de kans daarop voor
heel klein, al hoop ik me te vergissen.
($) Dat Etty-citaat uit 1991 waar ik naar linkte in mijn
tekst wil ik u toch niet onthouden:
"De
harde kern van de communistische studenten in Amsterdam was
een sektarisch groepje, dat onder leiding van 'districtsbestuurders' op
onaangename wijze intrigeerde om de ASVA onder controle te krijgen.
Regelmatig werden alle 'partijgenoten-studenten' op het districtskantoor van
de CPN bijeengeroepen voor instructies, waarbij het ook voorkwam dat
niet-communistische mede-activisten verdacht werden gemaakt. De latere
hoogleraar politicologie Siep Stuurman viel zo'n behandeling ten deel.
Enkelen protesteerden (maar bleven lid). Anderen, zoals ik, bestierven het
van schaamte omdat ze dat niet durfden.
Waarom wij - de democratiseerders van de universiteit, de 'anti-autoritaire
generatie' - ons zo kritiekloos schikten in deze kadaverdiscipline is voer
voor psychologen, ook van mijzelf heb ik dat nooit begrepen. (p. 56)"
Vandaar dus Etty's "Requiem voor een
communist", mogen we aannemen. (Wij psychologen, dr. Elsbeth, si
vous me permettez, spellen de uitleg met een S en een M.)