Ik moet mij - noodgedwongen door mijn
Nederlanderschap, de liefde tot mijn moedertaal, de vele zegeningen
van de Nederliteratuur, én de waarachtige genialiteit van zovele
Neerlands Schrijvers en Denkers - zetten aan de behandeling van een
onderwerp dat mijn lezers en mijzelf ten diepste raakt en aangaat: Ons
aller Nederliteratuur.
1. Boekenbal
2. Nedergenie aller Nedergenieën
3. De Nederliteratuur
1. Boekenbal
Gisteren jubelde ik in het voorbijgaan dat ik zo blij
was dat er
zo bijzonder veel buitengewoon goed
schrijvende bijzonder intelligente Nederlandse journalisten, formaat
Heijne, denkers, formaat Mulish, en schrijvers, formaat Grunberg, onze
Nederlandse dag- en weekbladen voor de intellectuele élite van ons
gelijkwaardig
polderparadijsje vol mogen schrijven met hun zo schitterend beredeneerd
en goddelijk geformuleerd gedachtengoed... maar ik had toen nog
helemaal niet door dat het gisteren ook
Boekenbal was, dom als ik ben, en weinig van
Nederliteratuur wetend als ik doe.
Gelukkig was er gisteren ook de dagelijkse aflevering
van "Met het oog op morgen", dat daarvan verhaalde in de
uitzending via hun presentator Stefan Sanders, die er bij
aanwezig mocht zijn als Eén Van De Hunnen en die om te beginnen
duidelijk maakte dat alléén de
Nederlandse
élite op een dergelijk feest
toegelaten wordt, met zulke eregasten, zulke helden van de geest, als
Tim Krabbé, Jan Siebelink en
Harry Mulish, allen - evident!
- enkele maten te groot om zich voor Sanders' microfoon te begeven,
hoewel deze toch een waarachtige keur van het (bijna) allergrootste
Neerlandse literaire talent om zich heen had weten te verzamelen voor
de luisteraars naar 't Oog.
Trouwens... om aan te geven hoe giga-groot dat
talent is (Kluun! Mulish! Meysingh!) dat zich daar op Het Echte
Boekenbal mocht verzamelen: Er waren dezelfde avond maar liefst nóg
drie zogeheten "boekenbals", en wel voor de vele afgewezenen en de
niet-uitgenodigden voor Het Echte Boekenbal.
Maar daar was de integere journalist Sanders niet, om
een reden die ik hieronder zal onthullen, en natuurlijk ook omdat op
dergelijke slappe imitaties de waarachtige grote schrijvende en
denkende élite van Nederland en van de Nederliteratuur, waaronder
uiteraard Sanders himself, vanzelfsprekend geheel ontbreekt.
Die zijn namelijk allemaal op Het Echte Boekenbal:
Zo was daar Marion Bloem, die er al voor de
33ste keer was, en die al wel 100 van de andere feestgangers gekust
had, zoals zij Sanders en mij en de rest van Neerland mocht vertellen,
en dat was dan ook een menselijk-al-te-menselijk detail van de
omgangsvormen van Onze Neerlandse Élite dat volmaakt duidelijk gemaakt
werd in de uitzending: Je mag alleen op het Boekenbal als je tot de
élite van de Nederlandse élite behoort ... maar dan behoort je er ook
zo écht bij dat absoluut iedereen absoluut iedereen kust, en kust, en
weer kust, als wederszijdse erkenning van elkaars evidente
excellenties en als huldiging van de eigen voortreffelijkheid en
medemenselijkheid.
Stefan Sanders bijvoorbeeld, Schrijvend
Presentator, had zelf al wel minstens 60 feestgangers gekust, "waarvan
maar 2 zonder lipstick", zodat hij de hele mond vol lipstick had en
maar kon voelen en proeven dat hij er zelf helemaal bij hoorde.
En men - want de radiorapportage vanaf de Amsterdamse
Olympus vervolgt, en ik volg het mee voor u - kust elkaar alwéér,
met volle overgave en lipstick, want dáár is dan een zo een groot en
zo geniaal schrijfster als Nelleke Noordervliet, al minstens
een generatie in alle literaire commissies die betalen in
Neerland, en al even lang trots meeëtend en levend van alle subsidies
voor Nederliteratuur die er zijn, en daarvan ook integer woonachtig op
het Singel te Amsterdam, tussen haar eigen soort grachtengordel-élite,
maar toch, naar eigen integere mening, en na minstens 22 Boekenbals,
"een buitenstander", en dat - uiteraard! - vanwege haar
vanzelfsprekende enorme persoonlijke integriteit.
Daar kust men elkaar alwéér want daar is - waarin een
klein land groot kan zijn! - De Grote Schrijfster Doeschka Meysingh,
die zelf óók al minstens 60 mensen gekust heeft (al kúnnen
zwakhartigen daar in blijven, want juffrouw Meysingh heeft een
uiterlijk dat velen - waaronder ik - veel liever niet 's nachts in een
Amsterdams steegje willen tegenkomen (*)) en die
dit jaar, gezien haar waarachtig giga-talent, al wel Drie
Literaire Nederprijzen won, dat collectief minstens 60.000 euro
schoof, en die dan ook zelf al op minstens 15 Boekenbals geweest is.
En dáár is - men kust elkaar alweer, in
opperste dankbaarheid en waarachtige extase
De Wijsgeer Van De Uva te kunnen
zien en horen, tevens de meest
integere academicus die Neerland ooit gekend heeft - de grote denker,
schrijver, filosoof, Foucaultkenner, en eminent logisch denkende
professor dr. Paul Scheffer, tevens GroteSteden-kenner par
excellence, en daarbij de allerintegerste academicus die de UvA
ooit gekend heeft.
De integere zelf kust zijn vrouw nog eens (een
zeldzame genieting voor hem en haar, naar ik begreep uit zijn
bijbehorende uitleg) en doet Stefan en de wereld onmiddellijk weten
dat, in alle eerlijkheid en
gelijkwaardigheid:
"Iedereen
die er toe doet, die is hier op het Boekenbal"
zodat u maar, met de nadruk die dit verdient, kunt
wéten of u "er toe doet", zelfs
maar een klein beetje, in dit leven, in dit land, in deze cultuur,
en natuurlijk ook hoe buitengewoon inferieur al dat over het
paard getilde volk op die drie andere
"boekenbals"-voor-mislukkelingen-die-er-niet-toe-doen wel niet
zijn.
Ondertussen loopt het op Het Échte Boekenbal tegen 12
uur 's nachts en ook ten einde, net als "Met 't oog op morgen",
en presentator Stefan Sanders laat de wereld weten, in een
ongetwijfeld geheel waarachtig terzijde dat
"Iedereen is nu stomdronken of bezig met een lijntje
coke" ....
... want het was immers Boekenbal in Amsterdam, en ik
neem aan dat de laatste mededeling strikt en volledig waar was, en
vermoed overigens - al zei hij dát er niet bij -
dat Sanders het
volledige College van B&W één van hun vele dagelijks doses wit
denkpoeder zag nuttigen, wat ze dan ook bijzonder hard nodig
hebben.
2. Nedergenie aller Nedergenieën
Er was echter - zo bleek me - aanzienlijk meer te
genieten in de NRC van gisteren in het
kader van Onze Nederliteratuur, en wel van
de
waarachtige grootste Nederlandse Literator aller Tijden,
de volstrekt onvolprezen universeel geniale
Harry Mulish, in de
vorm van een eerste fotografisch gereproduceerde pagina van een brief
van deze grootste Nederlandse Denker aller Tijden - ik bedoel de
universeel geniale Harry Mulish
- van 10 juni 1953 aan de criticus Jan Greshoff, kennelijk
omdat deze wereld had laten weten dat - Mulish was 25 en had net z'n
eerste roman gepubliceerd -
"Er schuilt in Mulisch iets van een wonderkind."
Zeg maar: Mozart, Gauss, Von Neumann of Jezus, maar
deze namen voeg ik er alleen bij ter partiële duiding van Het
Nederlands Fenomeen, dat al sinds 1953 de wereld zoveel onvoorstelbaar
geniaals gaf, en die toen al wist uit te leggen waardoor Hem dat
mogelijk was - en u moet nu eerst drie keer diep in- en uitademen,
want ik zet mij aan de quotatie van het Nedergenie aller Nedergenieën
zelf, en dat vergt een zekere mentale voorbereiding:
Op een Rondvraag antwoordde u [Greshoff - MM] eens:
"Ik weet niet, waarom ik schrijf. Ik heb voor ieder stuk een andere
reden. Ik schrijf uit puur plezier, uit ijdelheid, uit aandrang, uit
mededeelzaamheid, uit hebzucht, uit vriendschap en uit een aangeboren
aanleiding om te pesten. Ik schrijf alleen niet, omdat ik mij
Profeet of Leider waan." Behalve enkele wijzigingen in de tweede zin,
het plezier en de vriendschap betreffende, zou de laatste zin, door
mij geschreven, luiden: "Maar vooral schrijf ik, omdat ik mij profeet
en leider voel."
Snapt u? Een zo voldragen genie méént dat ook,
volledig, totaal, geheel:
Dat ik de hoofdletters weglaat, misschien is dat een
voldoende aanwijzing voor het feit dat ik niet halfzacht ben.
Natuurlijk niet: Mozart, Gauss, Von Neumann of Jezus
gingen Mulish voor op het pad der genialiteit en de
wonderkinderlijkheid, maar met één klein relevant verschilletje, dat
zelfs de genoemden niet gegeven was, doch alleen de Nedergeniaalste
van alle Nedergenieën:
Toen ik 10 jaar was, stond het voor mij vast dat dat
ik een groot man - niet zou wòrden, maar reeds sinds tien jaren wàs.
Geef toe, lezer, dat Jezus als
God geboren werd,
maar zélfs Hij niet als groot màn. Ook de vermogens van Mozart,
Gauss en Von Neumann, om van Newton niet te spreken, ging dat vèr
te boven! Dat is alleen een Mulish mogelijk!
Het genie aller genieën,
de waarachtige
Stalin van de Nederliteratuur,
Fidel's allerfijnste verwenner ook, vervolgt:
Ik zocht dit [Grootmannelijkheid - MM] toen op het
gebied der aviatiek waar te maken, later ontwierp ik een zelfkloppende
hamer, weer later verrichte ik onderzoekingen inzake het geelworden
van groene bladeren in de herfst, misschien de dood indachtig, maar
tenslotte begon ik dan toch te schrijven (..)
.. en zó schonk Harry Neerland en de mensheid
uiteindelijk Zichzelf, en schonk de wereld sinds 10 juni 1953 al
het geniaals en schoons dat hij sindsdien presteerde, al kon hij de
HBS zelf helaas niet aan, zomin als enige universitaire studie - iets
dat
Aristoteles trouwens ook al niet nodig had om bekend te worden, al
zal zijn naam natuurlijk noodzakelijk wat bleekjes afsteken, in Ons
Trots Nederland, naast die van Onze Grote Mulish.
3. De Nederliteratuur
Misschien dat u nu, na het bovenstaande, wat beter
begrijpt waarom een mens als ik altijd
zo vreselijk veel van de Nederliteratuur gehouden heeft? Sinds
mijn allervroegste jeugd ook, bijna als was ik een Mulish, als
deze gedachte niet lasterlijk zou zijn?
Ik bedoel: Wat stellen buitenlandse krabbelaars,
stamelaars en aanstellerige duisterdenkers als Defoe, Swift, Pope,
Berkeley, Newton, Hume,
Mandeville,
Fielding,
Johnson, Boswell,
Gibbon én Adam Smith voor -
vrijwel allemaal tussen 1700 en 1750 - vergeleken met een voldragen
"profeet en leider" als Mulish?! Of een waarachtige Noordervliet?! Of
een giga-gigant als Siebelink?! Ja, vergeleken met een voldragen
schrijf- en denk-genie als Meysingh, maar liefst?!
Wie wil nu zo'n zooitje Engels ongeregeld lezen, in de genotvolle wetenschap te
mogen leven in een land en te mogen en kunnen lezen en denken in een taal als Een Mulish?!
Of - als dit dan echt teveel gevraagd zou zijn
om u voor te kunnen stellen - dan maar eens objectief en eerlijk
vergeleken met Onze Eigen Nederliteratuur uit diezelfde tijd, met
zulke waarachtig onsterfelijke puur Nederlandse regelen gewijd aan de
Nederlandse Mulish van de 18e eeuw, geciteerd in alle Nederlandse
poëtische bloemlezingen, en het schitterendst dat, natuurlijk tot
Mulish, in het Neerlands geschreven is:
"Hier ligt Poot.
Hij is dood."
Wie wil, na deze onsterfelijkste aller
pre-Mulischeaanse geniale geestesproducten - Lakoniek en toch rijmend!
Menselijk en geheel dichterlijk! Laudatio en objectieve
wetenschap in één! - nog ooit één enkele letter buitenslands lezen,
tenminste als hij of zij dat al zou kunnen,
na Neerlands onderwijs genoten
te hebben?
Gelukkig vertelt het Handelsblad dat u en ik vandaag
en morgen de twee resterende pagina's van de brief van het toen
vijfentwintigjarige Nedergenie zullen kunnen lezen, zodat ik er
wellicht op terugkom, mede gezien het onsterfelijks dat ik er al uit
mocht citeren, is het niet tot uw vreugde dan wel tot de mijne, omdat
ik het zelf zeer leerzaam vind te zien hoe Neerland met z'n eigen
genieën omgaat en hoe onvoorstelbaar groot Een Schrijver En Denker als
De Ontdekker Van De Hemel is.
P.S. Ik snap dus werkelijk niet -
ongelogen niet, lezer! - sinds ik op mijn 14e iets van Shakespeare
las, dat - altijd met uitzondering van
Multatuli,
die ik op die leeftijd ook voor het eerst las, en
waar ik bijna aan
overleed - enig Nederlander die behoorlijk buitenlands kan
lezen (en die niet geheel debiel is,
ook na
schoolgegaan te zijn) serieus geïnteresseerd kan zijn in De
Nederlandse Literatuur (**), maar ik wil best
aannemen dat dit aan mijn geestelijke vermogens ligt of aan mijn
beheersing van zulke vreemde talen als Engels.
En ik behandelde dit onderwerp dan ook al eerder, eind
2006 in
Over literatuur,
en in 2007 in
30 favoriete schrijvers,
al vrees ik dat ik me er nog wel eens aan zal moeten zetten.
Het blijft me namelijk écht verbazen, omdat het mij
van mijn vroege jeugd duidelijk was dat - altijd met uitzondering van
Multatuli - de Nederlandse literatuur érg weinig voorstelt, helaas, al
is dat vast één van de sleutels om Nederland en de Neerlandse élite
werkelijk te begrijpen:
"Iedereen
die er toe doet, die is hier op het Boekenbal"
(Scheffer)
....
"Maar vooral schrijf ik, omdat ik mij profeet en leider voel."
(Mulish)
....
"Toen ik 10 jaar was, stond het voor mij vast dat dat ik een groot
man - niet zou wòrden, maar reeds sinds tien jaren wàs." (Mulish)
....
"Iedereen is nu stomdronken of bezig met een lijntje coke" (Sanders)
Maar goed... zoals ik echter opmerkte ligt dit alles
ongetwijfeld aan mij en mijn verstand, zodat u zelf desgewenst
gewoon kunt blijven doorgenieten van al het schitterends
dat een Harry Mulish, een Doeschka Meysing, of een Paul Scheffer u en
Neerland brachten en leerden, dankzij hun uiterst rijke geestesgaven,
die zij ook wisten te uiten in zulke onovertroffen geniale prozaïsche
vormen, ook vanwege hun eigen schier
bovenmenselijke integere moraal!
(*) Om welke reden, vermoed ik, haar
portret de voorkant van de NRC niet meer dagelijks siert in de vele
advertenties voor haar boek "De Liefde" - toch al bijna evenveel van
verkocht als ik in de maand januari van dit jaar aan hits had: Kunt u
nagaan wat een veelbeprijsd meesterwerk het moet zijn - en vervangen
is door een beeltenis van Licht en Liefde, vermoed ik, die in ieder
geval dragelijker is voor althans mijn oog.
(**) Om mogelijke misverstanden te
vermijden:
Er zijn best aardige dingen aan te wijzen in de
Nederlandse literatuur, naast Multatuli - Toonder, Stip,
Schoolmeester, Piet Paaltjens... onder anderen - maar overigens,
is de Nederlandse literatuur, trouwens ook in het niet-chauvinistische
oog van de gehele wereld minus Nederland, even klein, onbekend en
onbemind als de Nederlandse schilderkunst groot, bekend en bemind is.
(Als het dus aan mij ligt,
dan bevind ik me eens, voor de verandering, tussen de grote
meerderheid, buiten Nederland weliswaar.)