"If you want to know what human beings
are, have been, and may be, in
majority,
minority and individually, you have to learn human history, if only to
learn about the sort of mistakes that can be avoided, and how human
beings behaved in fact, which is usually quite unlike their
ideology makes them say or think they
did.
"
-- Lemma
History,
Phil. Dict. |
Ik heb me door "Young Stalin" van Simon Sebag
Montefiore (*) heen gelezen, dat voor 7 euro in de
uitverkoop lag en daarmee dus bereikbaar werd voor een armoedzaaier
als ik (trouwens - en dank
je wel, Job Cohen - ... ik hoorde op de radio vandaag dat
weer een nieuwe Neerlandse
grandee zojuist ruim 1 miljoen in aandelen plus 700.000 euro
uitgekeerd voor "3 maanden inwerken in zijn nieuwe functie", maar ik
miste zijn naam en de naam van zijn gelukkig bedrijf) en ik wilde wat
over de jonge Stalin in boekvorm opmerken, aan de hand van mijn
openingscitaat.
De paperback uitgave wordt gesierd door een grote
portretfoto van de jonge
Stalin aan de
voorkant, en negen kleinere andere van idem op de achterzijde en
begint met 9 pagina's geciteerde aanprijzingen, van Kirkus Reviews tot
"Robert Conquest, author of The Great Terror":
"Young Stalin is exhilarating. Montefiore has
brought together an astonishing array of often new, often first-hand
sources, handled with a deft combination of scepticism and
selectivity. Here is the monster's life before, and as he heads into a
destructive and proactive Bolshevism ideally suited to him (a context
admirably developed here). We get bank robbery; bastards; an
unmythical Lenin; Arctic exile; revolution - all in a set of highly
readable short chapters, including a Conradian London one."
Dit was Conquest, die ik hoogacht, vooral vanwege
The Great Terror, en wat hij zegt over Young Stalin is ook
zo, met wat kwalificaties, waarbij ook nog vermeld kan worden dat er
vele zwart-wit foto's in staan die ik nog niet eerder zag; dat er
ongetwijfeld veel werk en tijd in is gestoken; dat wie Montefiore's
vele voetnoten wil lezen ofwel de hardcover editie moet kopen
ofwel op het internet te rade moet gaan als hij of zij de
paperback heeft, waarin een link geleverd wordt (dit is de eerste
keer dat ik zoiets zag - dus een soort feitelijke hybride
uitgave over twee media verspreid); dat het boek makkelijk en snel
wegleest; en dat het mij niet meeviel.
De redenen voor dat laatste oordeel zijn vooral de
stijl en wat er niet in staat. Ik verklaar me nader.
De stijl: De stijl, geroemd in de negen
pagina's inleidende aanprijzingen, die kennelijk ook de reden is voor
een prijs voor biografische oeuvres voor het boek, is
journalistiek-beschrijvend, en vooral in het eerste hoofdstuk
nogal paarsig ("purple", zeggen de Britten) aangelopen, en overwegend
alsof het een script voor een film over de jonge
Stalin is - een
soort "Butch Cassidy and the Sundance Kid", ook met zang en poëzie van
de hoofdpersoon - met de camera voortdurend gericht op de personen die
behandeld worden, wat er trouwens, meer en minder oppervlakkig
behandeld, vele uit Stalin's omgeving zijn (mijzelf tot nu toe
meestal volledig onbekend).
Het boek heet een biografie, is een biografie, maar is
een biografie zoals een journalist die zou schrijven, en is voor een
deel evident voor effect geschreven:
"Montefiore's books are world bestsellers, published
in 34 languages"
staat o.a. op de 10e pagina van beginnende
aanprijzingen (na negen pagina's citaten als boven) waar we verder
kunnen lezen dat de schrijver
"was born in 1965 and read history at Gonville & Caius
College Cambridge"
wat ik graag geloof, maar ik zou toch écht gewild
hebben dat het allemaal wat minder journalistiek was
geschreven, wat minder alsof de schrijver overal bij was en
onproblematisch gesprekken kan citeren gevoerd in 1902, en dat hij
véél meer op verschilende niveaus - zie de volgende alinea -
geschreven had, en niet alleen voor de sensatie-zoekende massa's.
Wat er niet in staat: Dit maakt het boek voor
mij ook nogal ongeloofwaardig, omdat goede geschreven
geschiedenis op verschillende niveaus en vanuit verschillende optieken
verteld wordt - zoals: persoonlijk; in de tijd geplaatst; met
maatschappelijke en economische statistieken; volgens tijdgenoten;
volgens andere historici; over de betrouwbaarheid en volledigheid van
de gegevens etc. etc. - maar dat staat er dus allemaal niet in, al
staan er wel landkaarten en een stamboom in.
Wat er wel in staat is een bio-pic in de
regelmatig wat exuberante woorden van Montefiore, en al neem ik aan
dat alles wat hij aan feiten rapporteert klopt en gecheckt is en
inderdaad tot zoverre over de historische Stalin gaat, is dit toch
vooral Montefiore's journalistiek verwoorde één laag dunne
reeks handelingen en gebeurtenissen van personen: Ik kreeg naar mijn
smaak niet zozeer een biografie van de jonge Stalin te lezen, als wel
het levensverhaal van idem zoals verteld voor de massa en gezien door
de ogen van Montefiore.
Ik neem aan dat ik nu tal van feiten en feitjes over
en foto's van Stalin erbij ken, en weet zeker dat ik nu aanzienlijk
meer van zijn jeugd weet, die een stuk verbazender was dan ik dacht,
maar ik heb er niet zoveel over
Stalin bijgeleerd, of althans: Er zit
veel teveel Montefiore bij, en dat ligt bovendien weer veel te dicht op filmisch
vertelde details.
Een veel beter boek in de richting van wat ik bedoel
is "Stalin and Hitler" door Allan
Bullock,
dat twee monsterlijke dictators van de twintigste eeuw in één band
biografisch behandeld, en dan op wat meer niveaus.
Laat ik afsluitend één vraag behandelen. De eerste
vraag waarmee de binnenpagina van Montefiore's boek opent - binnenkant
omslag - is
"What makes a Stalin?"
en het soort antwoord dat u in het boek krijgt komt
neer op: Een politieke avonturier, een gangster, een sluwe intrigant,
een geboren Draufgänger, iemand die in de eerste plaats door
macht
gefascineerd was, een harde werker, een gestoorde geest, en historisch
toeval - en hier vat ik mijn eigen snelle interpretatie samen, doch
ook dit is in zekere zin weer veel te persoonlijk, zowel over
Stalin als over mij, en met veel te weinig oog voor de context,
die ik zelf twintig jaar geleden zo omschreef naar aanleiding van het
instorten van de Sovjet-Unie, in "De
ideologische aap":
Het maatschappelijk systeem
dat we "het socialisme" noemen (om een term te kiezen) is, zoals
eerdere maatschappelijke systemen, het product van een combinatie van oorlog
en revolutie; de ideeën van een
filosoof; het door eschatologische illusies
misleide handelen van een handjevol revolutionairen; de
dictatoriale
aspiraties van zogenaamd humanitaire revolutionaire
leiders; de gebruikelijke
corruptie, incompetentie, en egoïsme van machtshebbers whoever, wherever,
whenever; en blind historisch toeval.
Het socialisme (zoals we dat
kennen) is een totalitair systeem zowel in politieke als intellectuele zin.
Politiek is alle macht in handen van een zeer kleine elite die regeert d.m.v.
dwang en terreur. Intellectueel wordt ieder burger onderwezen in een
ideologie waarin waarheid, schoonheid en goedheid naar inhoud en betekenis
afhankelijk zijn van de besluiten van de Partij-leiding.
Wat psychologisch vooral
verbazend is en verklaring behoeft kan uitgedrukt worden in vragen als de
volgende:
Waarom geloofden zovele
miljoenen mensen, inclusief zeer vele prominente intellectuelen, tegen alle
feitelijke evidentie in dat het bestaande socialisme een overwegend
bewonderenswaardig maatschappelijk systeem was? Wat is de reden dat
letterlijk tientallen miljoenen mensen, zo niet honderden miljoenen,
geloofden dat dictators als Stalin en Mao, ieder verantwoordelijk voor de
dood van minstens 20 miljoen mensen, de grootste genieën en weldoeners van de
mensheid waren die er ooit geweest zijn? Wat beweegt mensen om zich evident
grootheidswaanzinnige dictators als menselijk ideaal voor te spiegelen, en
hun politiestaat te beleven als heilstaat waar de mensheid sinds haar
ontstaan naar gesmacht heeft?
De fundamentele reden is deze:
De mens is de ideologische aap. Een
ideologie is een systeem van opvattingen
over hoe de werkelijkheid is en zou moeten zijn. Een ideologie bestaat uit
een serie veronderstelde feiten en waarden: Zo is de wereld; zo is de
maatschappij; zo is de mens; en dat zijn onze doelen en normen.
Zoals ieder dier geboren wordt
met de instincten die het nodig heeft om zich te oriënteren, zo heeft de
mens, als lid van de rationaliserende diersoort, een ideologie, een
wereldbeschouwing, nodig: Een stelsel ideeën, idealen en idolen om de wereld
te interpreteren en waarderen.
De behoefte aan een ideologie
is naast het taalvermogen een van de meest kenmerkende menselijke
eigenschappen. Religies zijn ideologieën. Politieke leerstelsels zijn
ideologieën. De meeste populaire filosofieën zijn ideologieën. Ieder
maatschappelijk systeem wordt gedragen door een ideologie waarin menselijke
idealen (broederschap, rijkdom, rechtvaardigheid ...) ingebed worden in
ideeën (de maatschappij is de schepping van: God, de kapitalistische
uitbuiters, de joodse plutocratie ...) en opgehangen worden aan idolen
(mahatma Gandhi, kameraad Stalin, de Grote Roerganger ...).
Omdat ideologieën vooral
dienen als inspiratie en sociaal cement zijn ze zelden redelijk en altijd
emotioneel gefundeerd:
Ideologieën drukken vooral
wensen en waarden uit, en het feitelijk wereldbeeld wordt gewoonlijk
grotendeels ondergeschikt gemaakt aan die wensen en waarden.
Iedere populaire ideologie is
gebaseerd op de ideologische drogreden: "Een bewering is waar dan en
slechts dan als ie wenselijk is." Dit is dan ook de reden dat echte
wetenschap zich niet leent tot ideologie, hoewel ze natuurlijk wel voor
ideologische doelen misbruikt en getravesteerd kan worden:
Echte wetenschap
neemt het te nauw met de waarheid en
logica om als ideologie gebruikt te
kunnen worden.
De ideologische drogreden is
de psychologische achtergrond van de meeste meningen van aanhangers van een
ideologie: Waar is wat volgens de ideologie het geval zou moeten zijn
("Er zijn geen concentratie-kampen in de S.U., want het socialisme is
een humanisme"; "De paus is onfeilbaar"); onwaar is wat
volgens de ideologie niet het geval zou moeten zijn.
De menselijke geschiedenis tot
nu toe is overwegend de geschiedenis van het menselijk onvermogen; de
geschiedenis van de domheid en de schijnheiligheid in dienst van het
eigenbelang van een kleine corrupte elite: Iedere anderhalf jaar in de
afgelopen 2000 jaar een 'major war'; overal vervolging van andersdenkenden en
uiterlijk afwijkenden; in deze eeuw alleen zijn er meer mensen vermoord -
voor het oog van de camera's, en gewoonlijk zogenaamd 'voor een betere
wereld' - dan in de hele voorafgaande geschiedenis. En deze eeuw
(**) heeft de
grootste en gruwelijkste politiestaten gekend die er ooit geweest zijn -
politiestaten die gevestigd werden door gelovers in een ideologie die
vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid beloofde, en die met martelkelders,
concentratiekampen en terreur overeind gehouden werden door volstrekt
verleugende verafgode dictators in naam van de hoogste menselijke idealen.
Mijn antwoord op de vraag
"What makes a Stalin?"
is dus vooral en voornamelijk: Het onvermogen, de
zwakte en de overwegend
totalitaire
aard van de
grote meerderheid én van
de onmiddellijke
omgeving van zo een man.
Hetzelfde geldt Hitler en Mao, naar ik meen te weten
uit biografieën van hen en de geschiedenis, en zeer waarschijnlijk ook
voor Pol Pot, Idi Amin, Saddam Hussein, en zo nog een lange lijst van
twintigste-eeuwse dictators verder.
Het fundamentele punt hierbij is dat dit geen van
allen genieën waren in enige intellectuele theoretische zin, al zullen
het allemaal handige intriganten en gewetenloze politieke
machtszoekers geweest zijn.
Dit verschilt van meer klassieke
dictators/machthebbers als Ceasar, Augustus, Cosimo en Lorenzo de
Medici, en Napoleon, die allemaal wel buitengewoon intelligent waren -
wat zich overigens ook in hun belangstellingen en projecten uitdrukte,
trouwens ook weer net als bij Hitler (Speer, Riefenstahl en Neurenberger
rallies) en Stalin (Goelag, Socialistisch Realisme, Moskouse metro),
en zoals dat ook in hun geschreven proza tot uitdrukking kwam. (Julius
Ceasar was volgens Cicero, die het weten kon, de grootste spreker van
zijn tijd of van alle tijd tot dan, en was evident een groot
schrijver.)
En omdat dit een vraag is die althans mij vanaf
mijn circa veertiende gefascineerd heeft, omdat ik
met mijn communistische opvoeding
héél vroeg een hekel had aan Stalin vanwege zijn gewoonte overal zijn
eigen portret te willen zien (***) en omdat me al
snel duidelijk was dat hij als schrijver en denker zoveelste-rangs was
(****), wil ik tenslotte kort ingaan op de vraag
naar Stalin's bijzonderheid (waarvoor ook zie het lemma
Stalin in mijn
Philosophical Dictionary), en wel, om te beginnen, aan de hand van
de laatste anderhalve alinea van Montefiore's tekst:
Responsible for the deaths of around 20 to 25 million
people, Stalin imagined he was a political, military, scientific and
literary genius, a people's monarch, a red Tsar.
Perhaps the young Stalin should have the last word. In
August 1905, Soso, aged twenty-seven, mocked just such a deluded
megalomaniac in a rarely readbut weirdly prophesying article for
Proletariats Brdzola. 'Before your eyes', he writes, 'rises the
hero of Gogol's story who, in a state of aberration imagined he was
the King of Spain. Such', concluded young Stalin, 'is the fate of all
megalomaniacs.' (p.393-4, op. cit.)
Maar nu weer terug naar helemaal het begin van
hetzelfde boek, namelijk naar de derde en vierde pagina van de
introductie, die tegelijk duidelijk maakt waarin Montefiore's aanpak
van Stalin verschilt van die van anderen en van voorgangers:
Yet there is a deeper mystery too: every historian has
quoted Trotsky's claim that Stalin was a provincial 'mediocrity' and
Sukhanov's that he was just 'a grey blur' in 1917. Most
historians followed Trotsky's claim that Stalin was so greyly mediocre
that he failed to perform in 1905 and 1917, becoming, in Robert
Slusser's words, 'The Man Who Missed The Revolution'.
Yet, if this was so, how did the 'mediocrity' seize
power, outwit talented politicians such as Lenin Bukharin and Trotsky
himself, and co-ordinate his programme of industrialization, the
savage war on peasantry and the ghoulish Great Terror? How did the
'blur' become the homicidal but super-effective world statesman who
helped create the USSR, outplayed Churchill and Roosevelt, organized
Stalingrad, and defeated Hitler? It is as if a pre-1917 mediocrity and
the twentieth-century colossus cannot be the same man. So how did one
become the other?
They are in fact absolutely the same man. It is clear
from hostile and friendly witnesses alike that Stalin was always
exceptional, even from childhood. (p. xix-xxx, op. cit.)
Ik neem het graag aan, maar het overtuigt me geheel
niet, eenvoudig omdat ik redelijk wat van Stalin las, en hij was
eenvoudig geheel geen intellectuele reus: No way!
Maar dat wil niet zeggen dat hij niet opvallend
geschikt was voor mafia-capo, en "Young Stalin" schetst
inderdaad de jeugd en opgang van zó iemand, en doet dat met
enig succes en levendigheid, maar wel veel te ééndimensionaal en
journalistiek naar mijn smaak.
En het wil ook niet zeggen dat een man als Stalin niet
opviel als iets bijzonders temidden van gewone mensen, normaal
partijkader, alledaagse academici, en de grote meerderheid van
ordinaire conformisten die overal de toon aangeven, maar opvallen als
bijzonder man doet een Holleeder ook tussen dergelijke mensen, en -
kennelijk - om verwante redenen.
Het beangstigende van mensen als Stalin en
Hitler, en van de carriéres die ze konden maken ondanks hun behoorlijk
evidente gebrek aan werkelijk hoge intelligentie of werkelijke
beschaving of kennis, is dat revoluties of democratische verkiezingen
dergelijke geboren mafia-bazen tot wereldleiders en
dictators
kunnen maken, en dat ze vervolgens vele jaren lang dictator kunnen
blijven, vooral vanwege de steun van hun
bureaucratische instituties, waaronder de geheime politie, maar
láng niet alleen die, en vanwege
het gemiddeld
menselijk peil, dat met enige welwillendheid door Orwell
aldus werd omschreven in "Why I write", in een wat ander
verband
The great mass of human beings are not acutely
selfish. After the age of about thirty they almost abandon the sense
of being individuals at all—and live chiefly for others, or are simply
smothered under drudgery. (*****)
Voor meer in dit - weinig opwekkende, maar helaas
waarachtige - verband zie de lemma's
Mens,
Ordinary
Men en
Bureaucracy - en de uiteindelijke redenen voor het bestaan van
dictatoriale staten en dictators liggen in de bureaucratie;
het gemiddeld menselijk vermogen;
en de doorsnee menselijke volgzaamheid in
ideologisch
of religieus
opzicht.
Ondertussen is "Young Stalin" best aardig, maar
toch meer als een fact-based thriller dan als een serieuze
historische studie, al kan dat aan de Postmoderne Zeitgeist
(zegge: de gebrekkige opleiding van de meerderheid in Ons Moderne
Westen inclusief de boekenkopers) of aan Montefiore's opzet liggen.
Ik denk overigens wel dat het in z'n macht had gelegen
een beter boek te schrijven, maar geef toe dat dit waarschijnlijk
minder goed zou verkopen.

(*) Simon Sebag Montefiore: "Young
Stalin", Orion Books, paperback ed. ISBN 978-0-7538-2379-8, 1st publ.
2007
(**) De twintigste eeuw: Het
geciteerde werd in 1989 door
mij geschreven.
(***) Ik vond al héél jong - vóór
mijn achtste, in ieder geval - dat dit erg vreemd was voor een mens om
te willen (waarom wil je dat iedereen altijd en overal jouw
gezicht ziet?) en wist daarvan omdat mijn ouders veel boeken en
tijdschriften over de Sovjet-Unie hadden.
(****) Vóór mijn veertiende, en
dat lag zowel aan Stalin's eigen proza als aan twee delen in mijn
vader's boekenkast uit 1937 of 1938 over de processen in Moskou tegen
Stalin's vroegere kameraden, waarvan ik onmiddellijk kon zien dat er
een luchtje zat aan al die sensationele zelfbeschuldigingen van
eertijdse revolutionairen (zodat ik helemaal nooit Koestler's "Darkness
at noon" kon geloven, die daarin beweerde dat de bekentenissen in
deze Moskouse processen niet door martelingen tot stand zouden zijn
gekomen maar door partijtrouw).
(*****) Zie in dit verband onder
de Ideën 73,
74,
136,
276,
1112,
1211 en
1215.