"War is peace. Freedom is
slavery. Ignorance is strength."
-- George Orwell (§) |
Ik zal proberen dit jaar meer over George Orwell te
schrijven, omdat het een bijzonder zinnige, moedige en intelligente
man was die zeer veel zaken die veel van zijn tijdgenoten niet of
nauwelijks zagen zeer scherp zag en bijzonder goed formuleerde; omdat
zijn ideeën over - o.a. -
totalitairisme, taalgebruik,
sadisme en
bureaucratie
mij zeer zinnig voorkomen en ik er wat aan toe kan voegen; en omdat,
toen ik over de Westerse economieën
van de afgelopen twintig jaar dacht, hij en Burnham veel
interessants schreven over managers en bureaucraten tussen 1940 en
1950 - en NB de relevantie van dit onderwerp voor zowel
politiek als
economie.
Maar dat is voor later, en ik heb het in dit stukje
alleen kort over
1. Een bijzonder goede site over
Orwell
Ik kwam op dit onderwerp omdat ik me realiseerde, o.a.
door wat ik op 25 februari schreef over wat zeer adekwaat beschrijvend
de revolutie der managers genoemd kan worden, die de afgelopen
ca. 20 jaar gaande is:
(..) ik mag zelf nu al heel wat jaren overleven van zo'n 420 euro
in de maand en moet tegenwoordig ook mijn eigen slaappillen nu betalen van
Il Duce Ab Klink. Wie dénk ik wel niet dat
ik ben, als parasiterende invalide?! Ik kan toch best rondkomen
van 210 euro, Voor Mijn Vaderland, volgens
Donner en Balkenende, is het niet nu dan wel binnenkort?
Ook voor Mijn Leiders
meneer van Halderen (ik heb energie van de Nuon, 815.000 euro per jaar),
meneer Tilmant (ik "bankier" bij de ING, 1,25 miljoen euro per jaar,
afgezien van bonussen), mijn lievelingsliberalen Zalm en De Grave (600.000
euro per jaar, bij de genationaliseerde ABN a.k.a.
Gemeenschapsbank), en alle armlastige
Nederburgemeesters met drie huizen van elk ca. 600.000 euro, als
Stefan Hulman.
Hoe zal ik het uitdrukken? Mmmmm....
In Orwell's woorden uit Animal Farm, met de
volgende toelichting van Bernard Crick uit zijn "George Orwell - A Life"
p. 490:
"Orwell marked this passage in a copy he gave to Geoffrey
Gorer, telling him that it was the key passage" en dat "all
the pigs were in agreement on this point, even Snowball and Napoleon:"
'Comrades!' he cried. 'You do not imagine, I hope that we pigs
are doing this in a spirit of selfishness and privilege? Many of us actually
dislike milk and apples. I dislike them myself. Our sole object in taking
these things is to preserve our health. Milk and apples (this has been proved
by Science, comrades) contain substances absolutely necessary to the
well-being of a pig. We pigs are brain-workers. The whole management and
organization of this farm depend on us. Day and night we are watching over
your welfare. It is for your sake that we drink that milk and eat those
apples.'
Dáár bestaat Ons Neerland,
Ons Vaderland, immers ook voor, in de ogen van
onze voorgangers, gezien
de
verdiensten die ze zichzelf allemaal toekennen, en niet voor
armlastige invaliden als ik
- en ik bedoel dit geheel niet cynisch, maar puur beschrijvend
op basis van 31 jaar voortdurend dezelfde
ervaring: Dit land is niet van mij, en ik ben niet van dit
land, volgens ons aller UvA-denkgenie
de grote
dialektikus prof.dr. Paul Scheffer, van wie dit land wel is en die
wel van dit land is, om welke reden hij het al zoveel jaren zo
bijzonder goed heeft, als dialektiese marxist
en GroteSteden-zwetser.
Ik kwam in dit verband over
James Burnham
te denken, één van de inspirators van
George Orwell, en zelf een interessant man en een goed schrijver,
die in 1940 bekend werd met "The Managerial Revolution", waarin
hij uiteenzette dat hij meende dat er een groot gevaar was dat de
managers van grote bedrijven én van staatsorganen de
feitelijke
machthebbers van de moderne westerse
staten en
economieën
zijn geworden of zouden worden.
Orwell besprak een en ander o.a. in
Second Thoughts on James Burnham (dit is een link naar de
uitstekende Orwell-site waar ik het direct in wat meer detail over
heb) en ik vermoed dat ikzelf hierin de eerste vermelding van Burnham
las, ergens in de vroege zeventiger jaren, die ik daarna vrij snel
vond en las, althans waar het "The Managerial Revolution" betreft, dat
ik goed maar wat overdreven vond, en "The Machiavellians", dat
ik uitstekend vond.
Ook hier hoop ik later op terug te komen, al ben ik
mijn copie van "The Managerial Revolution" lang geleden
kwijtgeraakt (*) en kan mijn copie van "The Machiavellians" op het
moment niet vinden.
Voor het moment moet u het echter - desgewenst - doen
met bovengenoemd
Second Thoughts on James Burnham en deze uitstekende russische
die ik gisteren vond toen ik op het internet naar
Burnham zocht, en die een
zeer goed verzorgde html-site is, met zeer veel bestanden,
waarin vrijwel het gehele poltieke en essayistische werk van Orwell on
line in het Engels, Russisch en Servo-Koratisch, en ook met foto's van
en documentatie over Orwell die ikzelf (die toch behoorlijk belezen is
op dit terrein) nog niet kende (naast veel dat ik wel kende en op
papier heb).
De reden dat dit kan -
de maker van de site legt het
zelf uit - is dat Orwell's teksten geen copyright meer hebben in
Australië, Canada en Rusland en nog een paar landen, wat hem mogelijk
maakte om zo ongeveer alles van Orwell, in uitstekende html-edities,
op zijn site te zetten.
Ik raad u een uitgebreid bezoek daaraan van harte aan,
en u heeft vanaf vandaag geen excuus meer voor het niet hebben gelezen
van althans de belangrijke essays van Orwell uit de periode 1940-1950.
2. Waarom u Orwell moet lezen, en
Burnham ook
Er zijn veel redenen om Orwell en Burnham te lezen, en
twee belangrijke en goede redenen zijn dat beide mannen bijzonder
intelligent waren en uitstekend schreven.
Ik merk nu alleen wat over de genietingen van Orwell
op, maar ze gelden ook, zij het in wat mindere mate, voor
Burnham
(**) (de link is naar de Wikipedia), die meer
bekendheid verdient dan hij heeft.
Stijl: Orwell schreef een uitstekende, heldere,
welbewust eenvoudige en directe stijl, die vooral uitstekend geschikt
is voor hoe hij zichzelf zag: Iemand die het schrijven over politiek
tot kunst probeerde te verheffen en dat deed door op leesbare en
eerlijke wijze over politieke en daaraan gerelateerde onderwerpen te
schrijven.
Ikzelf was overigens nooit een fan van zijn vroege
literaire boeken, en het "Keep the aspidistra flying" en "Coming
up for air" nooit uitgelezen, maar ook daarin ben ik het met hem
eens, want Orwell wilde niet dat ze herdrukt zouden worden.
In ieder geval lag Orwell's kracht vooral in het
essay, en dan vooral essays over politiek of literatuur, en in kortere
verhalen, waarvan "Animal Farm", "Homage to Catalonia",
"The Road to Wigan Pier" en "Inside the Whale"
uitstekende voorbeelden zijn.
Het beste van Orwell staat volgens mij in de
vier-delige editie van the Collected Papiers and Journalism,
bezorgd door zijn weduwe, en nog in print in zowel Penguin als bij
(een opvolger van Orwell's oorspronkelijke uitgever) Warburg. En
hiervan zijn vooral de laatste twee delen het beste (mocht u willen
kiezen en weinig tijd hebben).
Er zijn overigens betere schrijvers in het Engels, ook
over Orwell's politieke onderwerpen, als Swift,
Fielding, Burke en
Hazlitt, maar
dit vermeld ik vooral omdat Orwell en ik het ook daarover eens zijn en
de vier genoemden uitzonderlijk goed zijn (en geen van allen enige
Nederlandse tegenhanger hebben).
Helderheid: Eén van de zeer goede kanten van
Orwell's - bewust gecultiveerde, eenvoudige - stijl is helderheid. Er
zijn niet zoveel
goede schrijvers over politiek (zie de voorgaande over vier
schrijvers die er echter schitterend over konden schrijven) en in de
twintigste eeuw was Orwell één van de allerbesten, die iedereen laat
zien hoe het moet en kan.
Eerlijkheid: Een andere bijzondere kant van
Orwell is dat hij bijna altijd eerlijk is, nooit
Cant schreef, en
vooral aangezet werd tot schrijven door morele motieven, en door
verontwaardiging over de wereld waarin hij leefde, dus vooral de
crisis van de dertiger jaren, de Spaanse burgeroorlog, en de Tweede
Wereldoorlog.
U kunt uzelf zich hiervan overtuigen door de Collected
Papers and Journalism die ik noemde door te lezen, waarin hij o.a.
voor Amerikanen de Blitz-krieg tegen Engeland beschrijft en zijn
gissingen over wat er feitelijk aan de hand is en zal gaan gebeuren,
en zijn correcties en kwalificaties daarbij.
Individualisme: Orwell was
een individualist
zoals maar weinig mensen willen, kunnen of durven te zijn, en was noch
persoonlijk gedefragmenteerd door
confomisme
of hypocrisie
noch zo dom als de meeste
akademici.
In feite was Orwell extreem
intelligent,
wat een ander plezier is voor de kenner, want ook dat komt niet zo
vaak voor, en al helemaal niet onder schrijvers van journalistiek en
literatuur, en veel van zijn zinnigste standpunten en inzichten hangen
samen met de combinatie van zijn briljantie, zijn individualisme, zijn
eerlijkheid, zijn onafhankelijkheid en zijn wil zich toe te leggen op
het schrijven van de
waarheid en het tegengaan van
totalitaire
leugens en wanen.
Bereik: Een andere reden die Orwell zeer
interessant maakt, die de lezer zelf kan uitvinden in de Collected
Papers and Journalism, is dat hij zeer veel interesses had en over
zeer veel onderwerpen schreef, inclusief op het eerste oog wat vreemde
onderwerpen als jeugdtijdschrifen en ansichtkaarten.
Hoe het zij... op de zeer fraaie zeer welverzorgde
Orwell-site van O. Dag te Moskou
kunt alles van en veel rond Orwell vinden, zodat er geen excuus is
voor intelligente mensen hem niet gelezen te hebben.
crisis-economie

P.S. Administratieve mededelinkjes:
De nieuwe links naar mijn
stukken en stukjes over Van Gogh uit 2004, die hier beginnen:
Theo van
Gogh vermoord heb ik gisterenavond laat nog eens nagelopen
en behoren nu allemaal te werken.
En ook heb ik wat in de ME-sectie gezet dat daar al
sinds 3 maart zou staan, als een update van
Stukjes over ME, en dit
bestand van een prachtig motto voorzien, en de
bijpassende noot hier direct onde
(§) Zoals geciteerd op de
Orwell-site van O. Dag:
Dialectische waarheden uit "1984".
In het echte 1984
leerde ik voornamelijk dit aan de
UvA:
- "Iedereen weet dat waarheid niet bestaat"
- "Iedereen weet dat alle moraal relatief is"
- "Iedereen weet dat alle mensen gelijkwaardig zijn"
En toen ik daar publiek
Vragen over stelde werd ik verwijderd van de universiteit
vanwege mijn "geuite
gedachten", en wel - PvdA! - "ondanks de ernst van uw ziekte".
Sindsdien ben ik geen antwoord waardig van de UvA, behalve
dat
mijn proza stylistisch niet in de haak is.
(*) Ik denk toch echt dat dit "één
van de wezenskenmerken en achtergronden is" (om een wat walmende frase
te gebruiken over de crisis waarin het Westen verkeert):
Dat de econonomische en bestuurlijke macht is in de
handen van hebzuchtige, machtsgeile managers zonder werkelijke moraal
of beschaving - waarbij vooral het laatste zo serieus en gevaarlijk
is, omdat het hebzuchtigen en opgangzoekers betreft die zelf niet de
kennis hebben om zich te realiseren dat zij de tak waar zij zelf op
zitten, samen met miljoenen of miljarden anderen,
aan het doorzagen zijn om daar zelf
beter van te worden, als de tak eenmaal doorgezaagd zou blijven zweven
zonder te vallen.
En heeft u de kóppen van opperbureaucraten als
Fortuyn (want dat was hij: een omhooggevochten universitaire
bureaucraat, begonnen als
marxisties assistent van de Grunninger
marxistiese duisterdenker Ger Harmsen), Weck (hoogste Neerlandse
ambtenaar), en Hulman - he of Helderian
fame and fortune - wel eens met enige aandacht bekeken?
Waarom moeten díe en dergelijke hoofden allemaal - als
dat van maitre-penseur Foucault trouwens - lijken op de koppen uit
SM-boekjes voor homo's waar iemand van die overtuiging mij ooit op
trakteerde? Dat is toch geen blind toeval, althans voor deze
psycholoog? Ze missen toch alleen een matrozen- of politie-uniform?
Het betreft immers toch een gecultiveerd zelfbeeld en
zelfpresentatie die - voor iemand die niet puur
post-modern
relativistisch breingewassen is - minsten behoorlijk ziek lijkt en
zwaar
gepreoccupeerd met machtsuitoefening en bazigheid?
(**) Uitgeleend en nooit
teruggekregen van één van "de
verraders van mijn generatie" die nu professor is als ik mij goed
herinner. Overigens kan ik voor de zéér geleerde lezers opmerken dat
Burnham rond 1940 schreef als verse ex-marxist en ex-trotskist, en dat
althans een deel van "The Managerial Revolution" ook te vinden
is in deel III van
Marx' "Das Kapital", want ook hij was zich althans
enigermate bewust van het gevaar van de combinatie
management-bureaucratie. (Wat later op dezelfde dag, toen ik het
nagekeken had: In "Grundrisse der Kritik der politischen Ökonomie
[Rohentwurf]", Dietz Verlag Berlin 1953. Zo dáár hebt u eens een
hooggeleerde verwijzing!)
(***) Een Amerikaan van Engelse
achtergrond die excelleerde aan Princeton en de universiteit van
Oxford; die leefde van 1905-1987; tussen 1935 en 1940 een
marxist was;
en later een tamelijk bekende neo-conservatief.