Dit vervolgt De hulpverlener als zorguitvreter + 2 citaten
en geeft trouwens ook twee citaten, en wel zometeen, bij wijze van
inleidende verduidelijking over de homo bureaucraticus.
Mijn aanleiding is het nu tweede stuk in de NRC van
vandaag dat het boven besproken eerste stuk vervolgt en dat als titel
draagt "Graaien, grabbelen of je recht opeisen".
Bij wijze van inleiding, om de gedachten enigszins te
bepalen:
Volgens mij bedacht ik de term "burofascisme"
in April 1984. Hier is de aanleiding, zoals beschreven in
mijn CV. De
plaats van handeling is "de ontvangstruimte" van de Sociale Dienst
Amsterdam.
| 1984 |
Moorddreiging Amsterdamse
ambtenaren |
| |
Het blijkt - als eerder, toen ik
wegliep wegens de wachttijden - tjokvol te zitten met
uitkeringsaanvragers, die breedweg en in termen van grootte in drie
groepen uiteenvallen
- de grootste groep van Marokkaanse en Surinaamse
"gastarbeiders", heette het in 1984 wellicht nog
- een middengroep van junken, gewoonlijk met
honden, messen en spuiten bewapend, en spuitend waar je bij zat in de
Sociale Dienst (waarschijnlijk om daarmee een uitkering te krijgen)
- een kleine groep van vers afgestudeerde
academici met grote verbazing en angst in de ogen, en ikzelf, als van de
universiteit gejaagde invalide.
Een en ander wordt beheerd door twee gemeentelijke
portiers, een grote dikke met blubberlippen, en een kleine kale met
flaporen, beiden kennelijk vijftigers of langjarige jongere alcoholici, en
beiden voorzien van een vet Amsterdams accent.
De heren houden niet van uitkeringsstrekkers, en
helemaal niet van Marokkanen en Surinamers, en laten dit publiek weten
ook, al valt het op dat ze alle junken - met honden en messen en spuiten -
kruiperig behandelen.
Tegen Marokkanen gaat het als volgt
"Hé Agmet, of hoe juh ook mag heetuh, je mot wel
juh naom infulluh as juh een uitkerinkie fammuh wil hebbuh. En je mot
wel Neejdurlans kennuh sprekuh, want anders helpemuh juh nie. En met
twee woorruh spreekuh, begreip juh wel? Of kejje muh niet furstaon?"
Ik zit daar 2 1/2 uur bij, met een gebroken teen,
en groeiende irriratie. De rest van de aanwezigen doet alsof ze niets zien
of horen en zwijgen, als ze niet lachen.
Na 2 1/2 uur sta ik op en protesteer ik beleefd
bij de portiers dat ik van een dergelijke behandeling van anderen niet
gediend ben, en een klacht over ze wil indienen, en bij wie ik dat moet doen.
Hier is hun antwoord:
"Fuiluh smeriguh homofieluh gepuhkop! Gore
hufter! Smerige klootzak! Kom naor buituh sodattumuh juh kennuh
furmoorduh en fursuipuh in de gracht."
Ik word zo boos dat ik ter plekke het woord
"Burofascisme" uitvind én definieer voor de heren, wat tot drie a vier
keer herhaling van beide van het zojuist geciteerde tot gevolg heeft; mijn naar buiten stappen op de
gracht; en vijf minuten van hun verdere gescheld, vooral over mijn
vermeende sexuele identiteit, lange haar, en de vermeende broodwinning van
mijn moeder.
Als ik naar het gemeentehuis ga is het
antwoord daar, namens B&W, dat ik niet het recht heb "burofascist"
te zeggen tegen enige Amsterdamse ambtenaar; dat ik
"niets te maken heb
met wat uw vader in de oorlog gedaan zou hebben",
en zij al helemáál niet; en dat ze
weigeren op te treden tegen
"onze
collegaas".
|
Ik denk dat ik geheel niet overdrijf als ik zeg dat ik
sindsdien - dus nu voor het 25e jaar! - bij de ambtenaren van deze
instantie geldt alsof ik een Untermensch ben.
Dit is ook één van de feiten die mij attendeerde op de
collegialiteit van ambtenaren, hierboven gelinkt, en hier geciteerd:
Collega:(genus
Neerlandicus(?)):
Medemens werkzaam in
dezelfde organisatie, gekenmerkt door de allerhoogste menselijke
perfectie, intelligentie, integriteit, en moraal.
Een collega
staat voor een collega altijd boven de wet, boven de moraal, boven alles
wat enig niet-collega kan menen, omdat collegaas tot
Ons behoren, en
altijd menselijk perfect, en moreel en wettelijk schuldeloos en blaamloos zijn.
Wie een collega van een collega kritiseert, in het bijzonder als
niet-collega, positioneert zich daarmee vanzelfsprekend als Untermensch,
in de ogen van alle collegaas van de collega, die weten hoe hun brood
besmeerd wordt, en riskeert zijn of haar leven, gezondheid of baan en
pensioen.
Er is, in het menselijke, geen hoger,
beter, voorbeeldiger, redelijker, rationeler, behoorlijker, integerder,
intelligenter of geleerder medemens dan een collega, natuurlijk altijd
behalve -
respect moet er zijn! - de
baas van de collega en diens bazen, volgens alle collegaas en hun bazen.
Wie Übermenschen wil leren kennen, in hun volle menselijke morele en
intellectuele glorie,
moet collega worden, en zal evenveel Übermenschen leren kennen als
collegaas.
In Nederland is het sinds dekaden zo geregeld dat ieder collega van
ieder ambtelijk collega, volgens de Nederlandse wet en de Hoge Raad,
boven de wet staat, volgens het zogenaamde Pikmeer-arrest, dat
wettelijk garandeert, in alle gelijkwaaardigheid en menselijkheid, dat geen enkele ambtenaar enige verantwoordelijkheid of
aansprakelijkheid heeft, tenzij hij of zij zo
dwaas geweest is een collega te kritiseren, waarna hij of zij vogelvrij is, natuurlijk - volgens collegaas -
in zijn of haar eigen hoogste menselijke eigen belang.
Wie te horen krijgt, van een collega van een collega, dat "u
kritisééért mijn collega" kan er zeker van zijn dat hij of zij effectief
z'n doodsvonnis heeft getekend, dat alleen niet tot uitvoer wordt
gebracht vanwege mogelijk bijkomend ongemak voor de collegaas.
Wie als collega de dwaasheid begaat collegaas te kritiseren,
in het bijzonder wanneer hij of zij dat doet volgens de wet of de moraal, wordt
onmiddellijk bekend onder z'n collegaas als 'matennaaier', en is
de eerste in de rij om door al z'n collegaas genaaid te worden, met de
meest moreel en humaan klinkende redenen.
Er gaat onder collegaas niets boven collegaas, en wie dit niet
accepteert krijgt alle collegaas over zich heen: De wet van de collegaas
luidt immer 'Unsere Ehre heisst Treue!", en wie dat tegenstaat
verdient géén colllega te zijn, en behoort collegiaal streng bestraft te
worden.
Nu terzake het NRC-artikel "Graaien, grabbelen of je recht opeisen"
dat zo begint:
In diverse gemeenten ontvingen ambtenaren in 2007 een hoger inkomen
dan dat van een minister. Tot politieke ophef leidt dat zelden.
En hier zijn wat feiten en cijfers, eerst betreffende
de gelukkige ambtenaren van de gemeente Oldebroek (23.000 inwoners):
"Dik tevreden." De drie ambtenaren die in 2007 meer
verdienden dan een minister. Twee afdelingshoofden en een
beleidsambtenaar. Ze ontvingen 400.305 euro, 333.393 euro en 231.973
euro. Dat hadden ze te danken aan hun ontslagvergoeding. De drie zijn
weggeorganiseerd. Ze maakten aanspraak op een 'FPU-regeling'. Tot hun
pensioen vult de gemeente hun uitkering aan tot negentig procent van
hun laatstgenoten salaris.
Merk dat "laatstgenoten" op. En overigens: Je zal daar
als Nederlander toch gek zijn om professor of bankdirecteur of zelfs
minister te worden als je te Oldebroek als vroege vijftiger
gepensioneerd kan worden als was je een Thuiszorg-pasja?
Wat vindt De Vakbeweging er trouwens van?
Niets bijzonders, zegt ook vakbond Abvakabo. Dit is
gebruik bij reorganisaties.
"Niets bijzonders": "Dit is gebruik".
Voor kleine gemeenten, vertelt wethouder Klein, is het
bovendien moeilijk passend ander werk te vinden.
Merk dat "passend", want de homo bureaucraticus is een
teer plantje (*):
Als je herplaatsing forceert, loop je het risico dat
ambtenaren gedemotiveerd raken en zich ziek melden. "En dat kost de
samenleving ook geld."
Snapt u? Tails, the taxpayer looses; heads the
bureaucrat gains: Win-win for the bureaucrats.
En wat levert dat de samenleving allemaal niet op? Ik
citeer weer:
Zo kregen een medewerker in algemene dienst en een
medewerker vastgoedbedrijf van rond de zestig uit Sittard-Geleen
(96.000 inwoners) na reorganisatie in 2007 respectievelijk 262.732
euro en 169.733 euro aan salaris en ontslagvergoeding. De
gemeentesecretaris van Haaksbergen (24.000 inwoners) ontving 295.206
euro. Een opvolger zou "meer kansen hebben om de organisatie te
moderniseren". In Den Bosch (136.000 inwoners) incasseerde een
directeur van het sociale werkbedrijf 333.216 euro, waarvan 265.000
euro aan ontslagvergoeding.
Dan weet u eens waar u belasting betaalt in Nederland!
En het is niet voor niets een directeur van het sociale werkbedrijf,
nietwaar. Beschaafde Amerikanen plegen te denken bij het invullen van
hun belastingformulier (zeggen ze) "If I pay taxes, I buy
civilization". In ons Trots Nederland geldt veeleer dat "If you pay
taxes, you pay parasites".
En kijk, lezer: Voorzover ik dat heb kunnen leren in
Amsterdam hóórt dat zo, volgens de politici, bestuurders en
gemeenteraadsleden. Immers, aan de ene kant geldt namens hen voor hun
geliefde ambtelijke uitvoerders, tegen de Amsterdamse burgerij:
"Jullie blijven met jullie poten van ňnze
mensen af!"
(Burgemeester Cohen, in opperste morele verontwaardiging.)
zodat aan de andere kant natuurlijk
Zelden leiden de regelingen tot politieke ophef.
Dat hoeft ook trouwens niet, want het artikel
vervolgt, weer echt Neerlands-rechtsstatelijk
Verwonderlijk is dat niet. Afspraken worden meestal
gemaakt onder geheimhouding. Als de raad wordt ingelicht gebeurt dat
achteraf.
U begrijpt immers dat een controlerend Nederlands
orgaan, al bestaat het voor het
grootste deel uit collega's, ex-collega's en toekomstige collega's,
daar niets mee te maken heeft: "Alles gaat in goed vertrouwen", tot
gróót voordeel van de burger mits deze ook ambtenaar of bestuurder is.
U begrijpt het nog niet helemaal, bijvoorbeeld over de
hoogtes van die ontslagvergoedingen, geheim als ze zijn? Hier is de
uitleg:
Daarbij komt dat gemeenten ontslagregelingen zelf
vaststellen. Tel daarbij op dat veel gemeenten als de dood zijn dat
het geschil op straat belandt
.. dus: Eerst maak ik met mijn collega een geheime
afspraak dat als hij een conflict krijgt met de gemeente hij 500.000
euro ontslagvergoeding en 250.000 euro schadevergoeding krijgt, en dan
forceert hij een conflictje ..
en er zit niks anders op, zegt Jakobs [hoogleraar
sociaal recht aan de Universiteit van Tilburg - MM], dan deze
"absurde" ontslagvergoedingen te betalen.
"Alleen als de gemeentesecretaris iemand op een
werkvoer verkracht heeft, kom je daaronder uit."
Het is een citaat van de hoogleraar, dat ik apart zet
omdat ikzelf reeds zo'n twintig jaar geleden opmerkte dat een
universitair ambtenaar van de UvA alleen ontslagen kon worden als hij
de vakgroepsecretaresse verkrachtte, en ook dat was niet overdreven.
(De reden dat er toch noh - relatief - zo weinig Neerlandse secretaresses verkracht worden door hun
ambtelijke bazen is dus, naar men wel moet aannemen, mits voorzien van
enige uitgebreide kennis van Nederbureaucratische baasjes, is ... hun
geheime ontslagvergoeding.)
Maar ja.
Misschien begrijpt u weer wat béter waarom ik niet van
ambtenaren houd EN een gróte schadevergoeding op de gemeente Amsterdam
en de ambtenaren en bestuurders daarvan heb.
Gelukkig blijkt nu dat al deze Amsterdamse ambtenaren
en bestuurders ongetwijfeld als rijke mannen en vrouwen met ontslag
zijn gegaan of binnenkort zullen gaan, is het niet vanwege meedelen
met de drugsmafia die ze zo graag helpen of vanwege uitgebreide
corruptie sinds dekaden in de gemeente Amsterdam (***)
danwel vanwege de meer dan vorstelijke bijna bankdirecteurachtige
ontslagvergoedingen die Nederambtenaren genieten.
P.S. Achtergrond-literatuur i.v.m. een
controlerend Nederlands orgaan, al
bestaat het voor het grootste deel uit collega's, ex-collega's en
toekomstige collega's:
Over
"De illusie van
democratie".
Dit helpt ook verklaren "hoe het zo gegroeid is". O ja, en
natuurlijk mijn
Bureaucracy,
Bureaucracy plan,
Democracy,
Democracy
plan.
(*) Wie in "de bijstand" terechtkomt
tegenwoordig, en geen ex-ambtenaar is, moet alle werk aanvaarden dat
hem aangeboden wordt. Wie in "de bijstand" terechtkomt tegenwoordig en
ziek is, in Amsterdam leeft en geen ex-ambtenaar is, moet gedwongen
glassnijden indien hij rheuma heeft.
Ik gebruik de term "Untermensch" (voor mij, gezien
mijn feitelijk onuitoefenbare rechten) niet voor niets!
(**) Wijlen mijn moeder - toen nog in
leven, en zelf afgepoeierd door hoge ambtenaren van de Bestuursdienst
van de gemeente in dit verband - was volgens de heren portiers "een
smerige rothoer".
(***) Uiteraard mág dit van de directie van de SD-DWI én
van B&W van Amsterdam, en
al vijfentwintig
jaren lang, en tot groot genot van deze heren en dames ook,
ongetwijfeld,
want anders doe je dat soort dingen niet of je zet ze recht.
Ze vinden dat ik dat maar moet nemen, dat "iedereen
zijn schade zelf moet dragen", en ik mijn pijn ook. Dat spreekt
immers allemaal vanzelf voor Untermenschen van mijn
niveau en
afkomst in
Amsterdam!
Weet u wat het is? Ik heb véél te veel praatjes, en ik
denk dat ambtenaren en bestuurders niet boven de wet staan noch horen
te staan.
Begrijpt u wel? Het is dus eigenlijk
een
wonder dat ik nog leef, in Amsterdam:
Waarvoor zie het boekwerk "Chaos
aan de Amstel", ondertitel "Fraude, corruptie, diefstal,
verduistering, verzuim, verregaande nonchalance en mismanagement;
de
Amsterdamse ziekte. Een onthullend relaas." van eertijds Parool
tegenwoordig NRC journalist Jos Verlaan. (Uitgeverij SUN, Nijmegen,
1999. Tekeningen: Peter van Straaten. ISBN 90 6168 681 4.)