Het houdt weer niet erg over met de ME, kennelijk omdat ik afgelopen
dinsdag naar de ME-specialist ging, vanwege de fysieke inspanningen
daarvoor nodig (ja, zo is dat met ME: ook naar een medisch specialist
gaan is vaak verre van eenvoudig, en je betaalt de inspanningen die je
moet doen gewoonlijk achteraf terug, en met royale rente, in pijn en
moeheid) - maar goed, zo is dat nu eenmaal.
Vandaag krijgt u een wat persoonlijk gekleurde
meditatie over cultuurfilters, media en internet, vooral door iets wat
me opviel in dit verband, in samenhang met muziek, dat ik hieronder
uitleg, en omdat het thema op zichzelf menselijk interessant is: Hoe
komen we aan onze kennis en meningen? Wel, door eigen ervaring,
opvoeding, school en media - maar daarin zitten (altijd) behoorlijk wat
filters, vooroordelen, en beperkingen, overigens
voor een deel onvermijdelijk, waarover nu.
1. Cultuurfilters
Niet lang na mijn derde verjaardag zette mijn moeder
mij op straat. Dit had niets te maken met enige invloed van
Rousseau op mijn moeder, maar met
het feit dat het huis klein was, en het zomerde, en ze dacht dat ik
oud genoeg moest zijn om het aan te kunnen.
Ze bracht me dus naar beneden, zette me op straat, en
zei: "Kijk Maarten, dat is een regenpijp - dat weet je al."
Dat wist ik inderdaad, en vond ik een passend slimme
vinding, bovendien met een interessant uiterlijk, want bestaand uit
allerlei stukken pijp, vooral uit gietijzer, en uit diverse dekaden en
wellicht eeuwen, die door de jaren aanelkaar gekit waren met iets als
beton, en met aangroeisels van schimmels, en met diverse flauwe
bochten, vanwege de constructie en de slijtage der jaren en dekaden.
(*)
Deze regenpijp kwam van de dakgoot en ging langs de
voordeur ondergronds, en ik begreep het idee erachter, dat ik me toen
al visueel kon voorstellen.
Toen wees ze me op de volgende regenpijp, van het huis
naast ons, en vertelde me dat ik tussen die twee pijpen op straat
mocht spelen, maar er niet voorbij mocht, en ook niet van de stoep
mocht - zodat ik maar begon mijzelf op straat neer te zetten om deze
nieuwe wereld eens rustig te bekijken, die me in het begin voorkwam
als een hele verbreding van wat me bekend was (dat ik zelfstandig
mocht verkennen).
Sindsdien is dat heel wat keren meer gebeurd, en het
ging vaak gepaard met dit soort indruk: Alsof je wereld - dat deel van
de wereld dat je enigszins kan overzien en waar je directe ervaring
van hebt of kennis over hebt - zich stapsgewijs uitbreidt, ongeveer
zoals de concentrische kringen in water als je daar een steentje in
werpt: Huis, straat voor de deur, straat, buurt, centrum van de stad -
je verwerft het stapsgewijs, en als complicaties en uitbouwsels van
wat je daarvoor verwierf of meebracht.
En ik kan me deze specifieke gebeurtenis nog goed
herinneren, omdat ik een heel goed visueel geheugen heb (ik weet nog
hoe de regenpijp eruit zag, op straatniveau) en omdat het kennelijk
indruk op me maakte dat ik voor het eerst alléén op straat mocht
spelen, al was het tussen de twee regenpijpen, en op de stoep, en ook
omdat ik daarmee meer van de wereld zag.
Ik ben van 1950 en kan mij ook het grootste deel van
de vijftiger jaren redelijk goed heugen, vooral in beelden en
atmosfeer. In mijn geval zijn de beelden vooral van de proletarische
Kinkerbuurt in Amsterdam, waar ik opgroeide, en is de atmosfeer vooral
bekrompen, benepen, bedompt, bestudeerd fatsoendelijk - en dat ligt
niet aan mijn ouderlijk milieu maar aan het algemene maatschappelijke
klimaat,
dat zo was,
of althans waarin vrijwel iedereen zich zo voordeed.
Dit bleek onder andere uit de radio, waar bijna nooit
iets leuks op was, met uitzondering van Paulus de
Boskabouter: De rest was sprekende dominees, zéér saaie altijd heel
nette muziek, in mijn herinnering meestal iets tussen zeer licht
klassiek, koorzang, al dan niet kerkelijk, en The Ramblers o.l.v. Theo Uden Masman
(Avro-dansmuziek voor handelsreizigers e.d., kennelijk vooral gespeeld
met het doel beschááfd, fatsoendelijk en bekrompen-met-een-glimlach te
klinken) en het deftige kwasi-beschaafde omroepersgeluid dat
toen uit een radio behoorde te komen en kwam. (**)
Voor een kind was het vooral saai, saai,
saai, en dat
geldt voor véél in de vijftiger jaren, waar ook in Amsterdam de
zondagsrust nog bestond en toesloeg, hoorbaar ook in de vorm van
minder verkeer, en zichtbaar in de vorm van zondagse kleren en
houterig familie-bezoek - en opnieuw heb ik het meer over de zichtbare
men in mijn omgeving dan over mijn familie: zo bijzonder veel menselijk gedrag in de
vijftiger jaren was zo evident onderdrukt, onspontaan, en inderdaad houterig, of
maakte althans die indruk op een kind. (***)
De reden dat ik me dit opschrijf en me dit enige weken
geleden weer in levendig in herinnering werd gebracht is dat er toen
twee uur radio was met Vic van de Reijt, die een vlijtig
verzamelaar is van 45-toeren pop-plaatjes uit de vijftiger jaren, en daar
een heel aardige keus uit draaide, twee uur lang.
Dit werkte op mij zoals het koekje bij Proust's Swann,
want toen de Italiaanse wereldhit werd gedraaid met de regels (zoals
ik me die herinner):
Volare, o ho, ho, ho!
Cantare, o jo, jo, jo!
herinnerde ik me weer het moment dat ik dat het eerst
hoorde: In de zomer van 1958, volgens mij, in de straat waar ik
woonde, uit een open raam, met op de visuele achtergrond een
lichtgroene klimop,
aan het huis met het open raam.
Dit was àndere muziek dan er op de radio was, want
deze muziek klonk écht vrolijk, en precies dat was nu juist
zoals de gebruikelijke muziek op de radio niet klonk, want die placht
gemaakt of waardig-klassiek te klinken, en saai te zijn.
Hier ben ik dan ook aangeland bij het thema
cultuurfilters, want één van de andere dingen die Vic van de
Reijt's platenkeus uit de vijftiger jaren duidelijk maakte is dat er
toen, in de Verenigde Staten, behoorlijk wat heel aardige, vrolijke,
leuke muziek was, regelmatig ook (kon ik nu horen) met spitse teksten
- alleen die muziek kwam niet en nooit op de Nederlandse radio, kennelijk
wegens gebrek aan passende fatsoendelijkheid ervan.
(****)
En dàt is wat ik met "cultuurfilters" bedoel: Er was
weliswaar geen censuur in Nederland, maar alles wat uit de
radio kwam was daarvóór een soort Neerlands cultuurfilter gepasseerd,
dat werkte als een koffiefilter, en dat alles dat tot heupwiegen,
vrolijkheid, of dansen noodde (afgezien van walsen natuurlijk, en dan
alleen in de daarvoor bestemde programma's met "klassieke" muziek, op
zaterdagmiddag) wegfilterde als onbehoorlijk, onpasselijk,
onbeschaafd, of niet netjes. (*****)
Dergelijke cultuurfilters bestaan kennelijk nog
steeds, alleen zijn ze voorzien van nogal andere criteria dan
indertijd, al blijft één hoofdnorm - evident - dat eigenlijk helemaal niets te
ingewikkeld mag zijn voor de meest eenvoudige luisteraars, en dat wat
het begripsvermogen van de onderkant van het gemiddelde overstijgt
eigenlijk geen uitzending verdient, omdat het dan niet genoeg kijkers of
luisteraars trekt. (Het Amerikaans hier is fraai, en bestaat uit een
aansporing voor computer-programmeurs, die "KISS!" luidt, een
acroniem dat vertaalt als "Keep
It Simple, Stupid!". Dit is heel goed advies voor programmeurs, maar
heel ellendig voor wie beschaafde of interessante media wil.)
2. Media
Ik zie dit ook niet veranderen, want het gebeurt
kennelijk voor een groot deel onderbewust of halfbewust, en heeft
alles te maken met de vooroordelen of belangen van
de makers van de
media, die zelden bijzonder beschaafd of geïnformeerd zijn, en die
gewoonlijk kennelijk beogen de gemiddelde consument te behagen en
vermaken op of - bij voorkeur, vanwege de heilige kijk- en luister-cijfers -
ònder het niveau dat deze gemiddelde medemens aankan.
Eén elementair voorbeeld hiervan is
Radio Noordholland, gericht aan de
Noordhollanders, met jaarlijks miljoenen subsidie van de Provincie
Noordholland, waarop trouwens ook het aardige programma met Vic van de
Reijt dat ik hierboven beschreef (******), en dat week in week uit in Noordholland veelgeliefde
radiokrakers als het programma "Noordhollandse muziek" heeft, waarin de luisteraar
urenlang doodgegooid wordt met muziek en musici uit Noordholland,
alsof dat een kwaliteitsgarantie is: The Cats (palingpop uit
Volendam), The Shoes (would be pop uit ca. 1967) en overig gruwelijks,
allemaal week in week uit gedraaid omdat het de voortreffelijke deugd
heeft Noordhollands te zijn, en omdat de (gemiddelde) Noordhollander dat -
uiteraard! - wil, daar trots op is, daarvan geniet, dat graag mag
horen en daarom ook vraagt, ongetwijfeld.
Wel, dát is dus zo'n soort cultuurfilter als op de
Nederlandse radio in de vijftiger jaren: Het moet écht, passend,
braaf, gemiddeld, fatsoenlijk, behoorlijk Noordhollands dan wel
Neerlands zijn om het filter te mogen en kunnen passeren, en
een dergelijk filter is kennelijk, nog steeds, en vrijwel voortdurend,
werkzaam, al zijn de vooroordelen waarmee het filtert nogal veranderd.
(Maar plat is het altijd, nog steeds, want anders zetten de
luisteraars in grote meerderheid de radio uit.)
3. Internet
Dit is dan weer een reden waarom
het internet mij verblijdt: Dit
maakt althans een cultuuraanbod mógelijk, vierentwintig uur per dag
bovendien, waar een groot deel van de vanzelfsprekende media-cultuurfilters
uitgeschakeld is, of niet meer werkt als vroeger,
namelijk als oogklep, omdat wat aangeboden wordt niet meer
vanzelfsprekend meer eerst het filter van de vooroordelen en belangen
van één enkele welbepaalde groep makers, verstrekkers of doorgevers
dient te passeren.
Natuurlijk is het gemiddelde van zoiets laag -
maar ànders dan met de radio vroeger ben je niet veroordeeld tot één
of twee zenders, beide bestierd middels vooroordelen uit dezelfde -
kleine, beperkte, bevoorooordeelde - cultuur of klasse, want je hebt
evenveel "zenders" als er mensen of organisaties zijn die iets
aanbieden via het internet.
Dit betekent ook dat het véél makkelijker is dan
vroeger om snel veel kennis over een onderwerp te verwerven, en dus
ook véél makkelijker dan vroeger, althans voor werkelijk intelligente
mensen, om zichzelf werkelijk te beschaven en cultiveren, en
interessante zaken, ideeën, boeken etc. te vinden.
Wat voor menselijk verschil dat zal maken is moeilijk te zeggen,
maar zolang een internet bestaat zoals nu, dus o.a. niet cultureel
gefilterd door toezichthouders die bepalen wat goed en gezond voor de
doorsnee is, en wat past bij Onze Kul-tuur, is dat in beginsel een
groot voordeel voor de ontwikkeling van een hoge menselijke
beschaving, eenvoudig omdat het zeer veel makkelijker is geworden daar
toegang toe en overzicht van te krijgen.
P.S. Maar net als vroeger, toen intelligente mensen vooral op
de bibliotheek waren aangewezen om hun perspectieven te verbreden en
hun kennis te vergroten, moet een mens daar nog steeds enige
individuele moeite voor doen, en bewust naar zoeken (en niet te snel
opgeven), en er ook de nodige voorkennis bij hebben om iets te kunnen
waarderen of herkennen.
Overigens is het verschil groot, zowel in rijkheid van aanbod als in
zoekgemak.
(*) Achteraf gezien, en natuurlijk voorzover ik me
herinner, was ik als driejarige vooral geïnteresseerd in mechanische
dingen, of beter gezegd: in hun principes, want ik speelde nauwelijks
met autootjes, maar wilde wel weten hoe ze werkten, en was onder de
indruk van zaken als regenpijpen, dubbele deuren, draaideuren,
roltrappen e.d., die mij als 3-jarige als wonderen van menselijk
vernunft voorkwamen.
(**) Dit was een zeer verworven accent, en u kunt
het nog steeds horen in middenvorm in kopieën van Polygoon-journaals
uit de vijftiger jaren; in topvorm in opnames van de actrice Fien de
la Mar, die een vrijwel onimiteerbaar kakaccent van deze vorm had; en
in afgezwakte vorm in het geluid van Ramses Shaffy en oudere
toneelspelers.
(***) Andere illustratie: Ik moch
als kind graag rennen en hardlopen - maar dacht dat volwassenen dit
wellicht verleerden omdat ze het nooit deden (er was geen voetbal op
TV, want geen TV). Een behoorlijke volwassene liep niet hard, want dat
was niet normaal, en wat niet normaal was, was niet passend.
Hoe het zij - en zie
Woutertje Pieterse - dit was allemaal vreselijk genoeg, maar
ongetwijfeld láng zo vreselijk niet als het klimaat in Nederland in de
19e eeuw, dat vaak verstikkend van fatsoendelijkheid moet zijn
geweest.
(****) Ik vermoed dat dit minstens drie redenen
had: Men wist er eenvoudig niet van in Nederland; voorzover bekend was
het vooral "neger-muziek", en dat was in ieder geval minder netjes (want
hoorbaar spontaner, levendiger en vrolijker); en redelijk wat dat
aardig en spits was in het Amerikaans werd voor Neerlandse consumptie
gereed gemaakt door Het Cocktail-Trio e.d., dus ontdaan van het meeste
dat aardig en alles dat spits was, al was het eindprodukt dan nog
steeds leuker dan het Metropole-orkest met zang van Greetje Kauffeld.
(*****) Zoals de term "niet netjes" bedoelt aan
te geven: Dit hing gewoonlijk samen met zo ongeveer iedere denkbare
aanduiding van sex, dat officieel en cultuurgefilterd niet bestond in
Nederland.
(******) In Februari komen - als ik me goed
herinner - 6 cds uit met zijn selectie van muziek uit de vijftiger
jaren.