Nederlog        

 

12 december 2008

                                                                 

Geloofsafval


 

 

Laat ik het eens over geloofsafval hebben. Ik kom erop vanwege een artikel in de NRC van heden over Karel van het Reve, van wie de eerste twee delen Verzameld Werk pas verschenen zijn, en dat aldus opent

Het kostte Karel van het Reve (1921-1999) jaren om los te komen van het communisme. Hij hield er geen rancune of cynisme aan over. Maar wel een 'fysiek welbehagen'.

Het geval wil dat ikzelf een communistische opvoeding had en van dat geloof afviel op mijn 20ste in 1970, en vandaar.

En dit is vooral een wat persoonlijk meditatief stukje, hoewel niet diep gravend of lang.

Het onderwerp op zich is in echter interessant, menselijkerwijs, als u even doordenkt, want iedereen kent het, is het niet in verband met Sinterklaas of religie, dan wel omdat iedereen wel eens serieus z'n vertrouwen heeft verloren in ideeën, autoriteiten, personen, gebruiken, God of goden of wat al niet - want de mensenwereld is samengestikt uit geloven van allerlei aard en daarmee samenhangende geloofspraktijken, waarden en doelen, en dat leidt maar al te vaak tot problemen tussen gelovigen en ook vaak tot problemen binnen gelovigen, waar ik het in dit stukje vooral over heb.

Daarbij: geloofsafval is belangrijk, ook voor gelovigen, want Jezus begon als een afvallige jood, net als Paulus trouwens; Mozes zelf begon als afvallige van het geloof van zijn voorvaderen; Mohammed ook al, net als Boeddha, om van Heraclites, Socrates, Epicurus, en Lucretius maar niet te spreken - en in onze tijd, in ons land hebben we, om tot bestaande personen van actueel wereldformaat over te gaan, Ayaan de Verzetstrijdster die als afvallige haar reis naar wereldfaam begon; Geert de Kruisridder en Rita de Patriot, beiden afvalligen van de club van ons en hen allen zo gelijkwaardige Gerrit Zalm, en zo zijn er meer geloofsafvalligen van - met dank aan hoofdredacteur Donkers - werkelijk kwaliteitsmenselijk formaat.

Nu is geloofsafval natuurlijk gebaseerd op het verwerven van een nieuw geloof, en wel één waar op wat plaatsen "niet" staat waar men eerst dacht dat het daar er ook niet hoorde, als men er al over nadacht, en is het vooral de afvalligheid die sociaal is, want het zijn de medestanders, de medegelovers, wellicht de stam of kerk of familie of partij van weleer, die de nieuw-gelovige afvalt, in hun ogen althans. (*)

Dit is gewoonlijk ook wat geloofsafval moeilijk maakt, vooral als het een geloof betreft waar men in is opgevoed of lang in verkeerd heeft en met andere leden waarvan men veel sociale omgang heeft (en heel wel mogelijk mee getrouwd of verzwagerd kan zijn).

Er is redelijk wat literatuur over geloofsafval, waarvan "The God that failed" Ed. R. Crossman waarschijnlijk het best is, althans van wat ik las, te hooi en te gras, en niet alleen in verband met het communisme, maar ook niet echt systematisch. "The God that failed" bevat essays van een stel intelligente en welschrijvende ex-communisten en is redelijk leerzaam.

Maar hoewel ik psychologie en filosofie gestudeerd heb c.q. redelijk tot veel in die onderwerpen las (**), kan ik mij geen echt goede algemene verhandeling over geloofsafval heugen, wat waarschijnlijk met de ingewikkeldheid en veelvormigheid ervan samenhangt en met de idem ingewikkeldheid en veelvormigheid van menselijk geloof.

Nu wat meer persoonlijker en uit het genoemde artikel in de NRC:

In Karels geval was de breuk met het geloof van zijn jeugd een moeizame, aarzelende onderneming. Met het verschijnen van de eerste twee delen van Verzameld Werk kan de lezer die cruciale fase uit zijn leven nauwgezet volgen.

En wat verderop

In een verhaal dat hij volgens de zorgvuldige annotaties van dit Verzameld Werk in 1949 of 1950 schreef, en dat als een eerste serieuze poging tot een roman gelezen kan worden, stelde hij zich voor dat hij zelf in een cel in een Moskouse cel was beland, en door de Nederlandse kameraden onmiddellijk voor verrader werd aangezien. 'Eindelijk vrij! Plicht, fatsoen, sloomheid, gewoonte, lafheid, kameraadschap, - ik weet niet wat mij tot dusverre weerhouden heeft in enig opzicht duidelijk stelling tegen ze te nemen. Misschien vooral dat het kamp der "anderen" me zo weinig aantrok. Nu ze me in onbeschofte bewoordingen het vijandelijk kamp intrappen, ben ik vrij om te spreken, lijkt het.'

Karel van het Reve - dus, voor jongere lezers: de oudere, intelligentere, weldenkender en welschrijvender (***) atheīstische broer van de Markies Gerard van, analistisch Katholiek Volksschrijver, en trouwens ook beter gestudeerd, en later professor Slavistiek - was ondertussen 28 of 29, en zal "The God that failed" dat ik hierboven noemde hebben gelezen, want dat kwam in 1948 uit en was snel beroemd.

Dat verbaast me dus enigszins, dat hij al zo oud was, vergelijkenderwijs, ook al omdat Karel ontegenzeggelijk een intelligente man was, en moedig ook, want hij durfde manuscripten van Sacharov en later Boekovski uit de Sovjet-Unie te smokkelen.

Voor mij lag het allemaal nogal ānders, maar ik ben bijna 30 jaar jonger dan Karel en wist zelf al heel vroeg, vergelijkenderwijs, namelijk vanaf mijn 16e of 17e, dat ik filosofie en logica c.q. menselijk redeneren wilde bestuderen, omdat ik me op mijn 15e zelfstandig realiseerde dat kunnen redeneren, zowel goed als fout, centraal was voor mens-zijn, voor verklaringen, voor begrip, voor kennis, en voor wetenschap, en ik las dus vrijwel zeker veel meer in deze richtingen dan Karel.

Ook had (en heb) ik kennelijk wat individualistischer opvattingen over veel dingen dan veel mensen, die - onder andere - ertoe leidden dat ik op mijn achtste niet lang op een communistisch kindervakantie-kamp was en op mijn veertiende alleen niet uit een Oostduits kindervakantie-kamp voor Junge Pioniere was gegooid vanwege mijn uitgesproken ideeën omdat ik in het ziekenhuis terecht kwam.

In beide gevallen waren het - zag ik pas een heel stuk later, want ik kende de hele term toen niet - vooral de totalitaire aspecten die mij tegenstonden.

En dat is het tweede verbazende punt: Dat dit totalitaire aspect maar zo weinig mensen die eraan blootgesteld werden trof, of althans: zo trof als het mij trof, namelijk als onaangename collectivistische discipline - alweer: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg; als een soort verbod om zelfstandig na te denken; en als een soort dwang of groepspraktijk om alles aldoor in dezelfde, volgens mij gewoonlijk lelijke en domme, bewoordingen te gieten.

Dergelijke mensen waren er natuurlijk wel, maar niet of nauwelijks als (praktiserend) lid van de communistische beweging.

Maar goed - ik zei dat dit een wat persoonlijk meditatief stukje was, dat vooral komt omdat het me verbaast dat het Karel van het Reve zo lang kostte om het communisme te doorzien.

Ook zei ik dat het stukje niet lang zou zijn en blijk ik een en ander dit jaar al enigszins besproken te hebben, en wel in Die Partei hat tausend Augen - 7 en Hoe ik tot de filosofie en de psychologie kwam.

En als wel vaker in mijn stukjes vindt u het meeste dat ik in dit verband hier zou hebben kunnen zeggen in de links, vaak maar niet alleen naar mijn Philosophical Dictionary.

 Meer Lob der Partei 


(*) Even voor de goede logische orde, omdat religieus gelovigen graag mogen argumenteren langs een verwante lijn, namelijk "dat wie niet gelooft even zo goed gelooft als wie wel gelooft", zodat dit geen argument tegen het religieus geloof kan zijn: Nee, want het verschil zit 'm niet in "geloof" maar in "niet", en godsgelovers geloven dat er iets is waarvan ik geloof dat het er niet is. En dat laatste is aanmerkelijk bescheidener waar het de inhoud en omvang van al dat bestaat aangaat. Verder zie: Ockham's Razor, dat in verband met Sinterklazerij en zo heel handig kan zijn.

(**) Anders dan velen die deze studies ook de afgelopen veertig jaren in Nederland afmaakten, die zelden veel lazen, ook niet in hun academische specialismes, en als ze veel lazen dat dan vaak in zulke verheffende literatuur als de Nederlandse deden, als Voskuil, Verhagen, Schierbeek, Bernlef, Mulisch en Gerard markies van het Reve (zie volgende noot).

(***) In dit verband, ook uit de NRC van heden, een dissidente opvatting van A.L. Snijders, recent bekend Nederschrijver, mij onbekend, in een interview:

Wat moet dat een verschrikkelijk moment geweest zijn voor Harry Mulisch - een klein talent dat zich al in zijn jeugd had voorgenomen de grootste van alles en allen te worden - toen hij merkte dat hij in dezelfde taal, tijd en cultuur leefde als Gerard vh Reve. Ik voel welgemeende deernis.

Ik citeer het omdat ik het zo typerend vind voor Nederschrijvers onder en over elkaar, en overigens omdat wie Harry Mulisch of Gerard vh Reve voor maatgevend in enig (positief) opzicht aanziet ... nou ja, ik begrijp ook dāt niet, afgezien van een combinatie van algehele talige toondoofheid en totale onwetendheid over buitenlandse schrijvers, āls Multatuli dan écht te moeilijk is.

Waarom zien zo weinig Nederlanders dat Nederland maar een heel klein land en een heel klein taalgebied is; dat er in veel andere talen bijzonder fraai geschreven is, met veel schrijvers die in Nederland eenvoudig geen gelijken hebben; en dat als Nederland dan bijzonder is op kunstgebied het toch vooral op schildergebied is en niet op schrijfgebied?

Ik bedoel: Het is maar een tip, want ik heb veel gehad aan schrijvers van over de grens (van allerlei aard, niet primair of alleen literaire, trouwens) en vergelijkenderwijs veel minder van schrijvers in het Nederlands, afgezien van Multatuli.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail