Nederlog        

 

19 september 2008

                                                                 

De debilisering van Nederland - 2

 

 

Dit is het tweede stukje in een - ongetwijfeld potentieel oneindige - reeks stukjes onder bovenstaande titel.

2. "De Verlichting doet het niet"

Aldus luidt de kop van een stuk uit de Boeken-bijlage van de NRC van vandaag dat een vers boekje van een - zeer oppervlakkige - kennis van me betreft. (*) Het stuk opent zo:

Hoogleraar René Boomkens keert zich in een voorbeeldig pamflet tegen het rendementsdenken in het onderwijs, dat onafhankelijk denken smoort.

Ik ken de hoogleraar van zijn marxistiese dagen aan de UvA, waar hij zich met hulp van een waarachtig stalen trouw aan de intriganten van de Asva, en heel wel mogelijk een CPN-lidmaatschap, opwerkte van marxisties aksievoerend student (al in 1977 van mening dat ik 'een fascist' zou zijn, al wil ik hem nageven dat hij zich daar wat later voor verontschuldigde ... maar ondertussen: "zo zijn onze manieren", als Asva nep-revolutionaire carrièremakers), tot kandidaatsassistent, Pop-professor (natuurlijk was iemand als hij geroepen tot zeer welbetaald professor in de popmuziek (**)), en sindsdien tot hoogleraar in de filosofie te Groningen, de universiteit van de in 1977 zo zeer bewonderde noeste zij het vrijwel debiele marxist Ger Harmsen (ooit Echt Arbeider geweest!) en - in die dagen - diens trouwe asssistent Pim Fortuyn.

Het geval wil dat professor Boomkens een zeer veel lagere intelligentie heeft dan ik (waarmee het dus geheel begrijpelijk wordt waarom hij in het moderne Nederland professor is geworden), en overigens een veel handiger leugenaar en carrièremaker dan ik, dus ik kan u ten stelligste verzekeren dat "een voorbeeldig pamflet" van zijn hand een volledige illusie moet zijn, als het tenminste geen satire is: voorbeeldigheid is een René Boomkens geheel niet gegeven, behalve in het negatieve.

Maar de schrijver van het stuk - ene David Rijser, mij geheel onbekend, waarschijnlijk jong "geesteswetenschappelijk" "academicus" - kent de voorbeeldige pamflettist heel wel mogelijk persoonlijk, en dat schept natuurlijk verplichtingen, zodat ik mijzelf meteen tot de eerste alinea van het stuk wend, dat de moderne Nederlandse zogeheten universiteit beschrijft:

Een doorsnee dag op een moderne faculteit van geesteswetenschappen: allereerst ziet men een onderaardse fitness-ruimte, waar schaars geklede jongelui, collegekaart om de hals, op loopbanden voortsukkelen. De andere kant opkijken, anders volgt er wellicht een aanklacht. [Ik vermoed vanwege wat in het Engels "sexual harassment" heet - MM]. De tas vol geleerde werken meesleurend - een vakbibliotheek bevindt zich elders - op naar de lift. Deze is zoals altijd defect. Dan naar de collegezaal. Deze blijkt te klein. Ook ontbreekt de beamer. [Geen typische universitaire ambtelijke jaknikker, doch een projector - MM] De studenten verwerken onverstoorbaar hun mail op hun mobieltjes.

Kortom, het is op de Nederlandse universiteiten een zooitje, en ik kan beamen (instemmen) dat dit al dekaden zo is, afgezien van mobieltjes, en dat ikzelf het modale studentenhoofd - het gelaat: de index tot de geest, volgens de Romeinen - heb zien verworden in 40 jaar van een gymnasiaal of HBS-hoofd in een MAVO-kop, met bijbehorende belangstellingen, kennis, en vaardigheden. (Kortom, studies die ooit geschikt waren voor 1 op de 50 of 100 werden geschikt gemaakt voor 1 op de 2 à 3. Dat heette "demokratisering van het hoger onderwijs".)

Hoe het zij:

Deze werkelijkheid blijkt door de bestuurders van zo'n 'topuniversiteit' (welke is het niet?) heel anders worden ervaren. In glossy folders melden zij hun commitment aan internationalisering, doorstroming, rendement en andere termen die een intellectueel merkwaardig in de oren klinken.

Inderdaad, en alle Nederlandse universiteiten zijn topuniversiteiten, sinds dekaden, om welke - geheel logische - reden, die overigens het denkvermogen van de meeste ministers van onderwijs evident ver te boven gaat, er géén Nederlandse topuniversiteiten zijn. (***)

Het stuk vervolgt:

Onderwijs, ging dat niet om onbetaalbare zaken als inzicht, reflectie, kritische beschouwing, opvoeding zelfs? Niet meer. De Universiteit is een bedrijf dat diploma's en praktische, economische waardevolle kennis produceert en omzet maakt. Een intellectueel is er net zo misplaatst als op een kantoor van Unilever.

Kortom, een moderne universiteit in Nederland (en gewoonlijk ook daarbuiten) is verworden tot een HEAO-opleiding. De "kennis" die men leert valt in de klasse "hoe maak ik een Powerpoint-presentatie"; de "omzet" bestaat uit rijksbijdrages plus collegegelden plus extraatjes van succesvolle "hoogleraren" met een talent voor publieke hoer-cum-praatjesmaker, genus In 't Veld, Fortuyn, of - ook déze soort bestaat al heel lang - Van Kemenade.

Overigens zijn de schaarse intellectuelen bij Unilever vrijwel zeker én bekwaam én afkomstig van een Britse of Amerikaanse universiteit, maar dit terzijde, want er is véél meer aan de hand op de HEAO's die zich voor universiteit uitgeven, ongeveer zoals ombouwvrouwen hun geheel vrouw zijn uitventen na een sex-operatie:

Maar de wetenschapper moet zich ook netjes gedragen om de top te bereiken, of zoals Boomkens het noemt, hij dient zich te laten 'disciplineren', anders vliegt hij er uit. Daarmee wordt de onontbeerlijke kritische houding en onafhankelijkheid van wetenschappers ernstig bedreigd.

Wel... professor dr. René Boomkens, ex-popprofessor, tegenwoordig hoogleraar kritische filosofie, heeft zich ongetwijfeld al dertig jaar zéér netjes gedragen, want anders zat hij immers niet waar hij zat - en ik wil graag aannemen dat zijn talent of liefde voor masochisme zeer veel groter is dan het mijne, dat ontbreekt (wat géén carriére-voordelen blijkt te hebben, geef ik toe).

Maar de rest is overwegend onzin, tenminste waar het de zogeheten geesteswetenschappen betreft, want - precies om de reden die de hooggeleerde aangeeft, en die geheel rijmt met zowel mijn "carrière" als zijn opgang als grootverdiener en hoogleraar - er zijn ternauwernood wetenschappers over in de Nederlandse "geestes-wetenschappen":

Het zijn vrijwel allemaal geconformeerde managers, geboren apparatsjiks, en intellectuele honderdsterangers met talent voor conformisme én - kennelijk - een gróte liefde om "gedisciplineerd" te worden, door zulke grage "disciplineerders" als wijlen Jan-Karel Gevers en Karel van der Toorn, die - ik spreek als psycholoog en kenner van de soort - eigenlijk niets liever doen dan dat.

Ik was echter bij Boomkens himself beland, en wat verderop geeft zijn journalistieke loftrompet een inleiding tot Het Denken van Boomkens:

Het probleem, aldus Boomkens, is het idee dat aan rendementsdenken ten grondslag ligt: efficiency. [Het probleem dat ten grondslag ligt aan witte schimmels is: witheid - MM]. Want (niet specifiek toegepaste) kennis en economie staan op gespannen voet met elkaar (Boomkens bespreekt uitsluitend de problematiek van de geesteswetenschappen en laat de bèta-wetenschap, waarvoor andere normen gelden, buiten beschouwing).

U begrijpt mede uit de parenthetische verhelderingen dat het denken van een Boomkens ... waarachtig pop-professoraal is, en overigens dat Boomkens inderdaad helemaal niets weet van enige vorm van beweerde wetenschap die niet uit kletsica, lulkoek en modern managementsjargon is opgetrokken. (Immers: Zelfs al was René een stuk intelligenter dan hij is, hij studeerde aan de UvA, en leerde vrijwel alleen Het Denken Van Marx, zoals uitgedragen door prof.dr. Ger Harmsen.)

Ik ben weinig vriendelijk over de hooggeleerde? Wel:

Hij [professor dr. R. Boomkens - MM] merkt op dat de werkelijke waarde van wetenschappers voor de samenleving pas wordt bewezen als ze van uit hun specialisatie een bijdrage aan maatschappelijk relevante debatten leveren.

Snapt u? "Vanuit", "een bijdrage" en "maatschappelijke relevantie" ... maar dan ook precies het dieventaaltje dat Balkenende en onderwijsburocraten mummelen of snelstotteren, en precies de kreet die de hoogbegaafde Boomkens al zo vlijtig gebruikte in 1977, toen de UvA ook al bol stond van de zogeheten "maatschappelijke relevantie", zoals de intense beleving van homo-studies, feminisme, en de kraakbeweging, alles tegen studiepunten.

In feite heeft u nu - kennelijk - het hele "voorbeeldig pamflet" in samenvatting gehad, want Rijser vervolgt het geciteerde direct (naar ik aanneem "voorbeeldig") met

Boomkens sluit zijn requisitoir, dat anders dan deze gechargeerde samenvatting suggereert, uiterst genuanceerd is en geen eenzijdige zwarte pieten aan managers uitdeelt, af met een pleidooi voor ...

... een Boomkens-genieting - natuurlijk náást actieve (S) of passieve (M) 'disciplinering', zo bijzonder populair én gebruikelijk aan moderne Nederlandse universiteiten, voor wie daar wil blijven "werken" - waar ik zometeen toe kom, na de volgende vraagjes over het "voorbeeldige" Rijser-proza:

Hoezo dan "requisitoir"? Hoezo "uiterst genuanceerd"? Vanwege angst voor 'disciplinering' bij deze eertijdse Grote Marxistiese Revolutionair, tegenwoordig "de zeer integere", "uiterst genuanceerde" prof.dr. René Boomkens? En wat is een "eenzijdige zwarte piet" anders dan een Hamerse verkrachting van het Nederlands?

Maar goed - hier is dan Boomkens' "pleidooi":

... voor een postmoderne terugkeer naar de 'kritische universiteit', geïnspireerd door de Frankfurter Schule, en gekarakteriseerd door 'slow' science, geschoeid op de leest van 'slow food'.

Kortom, net als de geheel vergelijkbare Wijnand Duyvendak (waarvan ik dus niet begrijp dat ook Wijnand niet al láng hoogleraar is, omdat hij daar net als Boomkens alle nodige intellectuele talenten voor mist, en alle nodige poilitieke, postmoderne neo-marxistiese kwalificaties voor heeft) wil de pop-professor een "uiterst genuanceerde" terugkeer tot .... de idealen van zijn adolescentie anno 1977: De 'kritische universiteit' van Rudi Dutschke, Daniel Cohn-Bendit, Jürgen Habermass en de al ca. 1950 ten onder gegane kwasi-diepzinnige marxistiese prietpraat van de duisterdenkers van de Frankfurter Schule, voor de gelegenheid academisch postmodern opgefrist met modieuze kreetjes van TV-koks.

Wel, prof.dr. René Boomkens is een slome kwasi-wetenschapper en kwasi-filosoof, is nooit wat beters geweest, kan ook niet veel beter, en is zó armzalig van geest dat hij de gore schimmelwijn waarmee hij dronken is gevoerd aan de UvA en waar hij nog steeds naar lalt na dertig jaar nogmaals opdient, alsof dit domme en zwaar beschimmelde gebral het laatste van het beste zou zijn.

Maar goed - de Nederlandse universiteiten zijn al een jaar of 30 kapot; en dat is mede te danken aan René Boomkens en zijn revolutionaire kornuiten van weleer, tegenwoordig hier en daar en overal waar veel geld met leugens en poses verdiend kan worden hoogleraar zijn in deze of gene zogeheten geesteswetenschap of bijzonder professoraat voor de eminente denkers persoonlijk.

Anders gezegd, in de termen van Julien Benda uit de twintiger jaren ("Le trahison des clercs"): In de geesteswetenschappen zijn tegenwoordig geen wetenschappers aan de macht, maar politieke bureaucraten, inderdaad zowel collaborateurs met de machthebbers (die ze beweren te bestrijden) als verraders van alle idealen van de verlichting en van de échte wetenschap.

Ik wist dat alles al, maar ik krijg wel een héél vieze smaak in de mond van het feit dat een komediant, poseur en operette-revolutionair als René Boomkens, een man met de geestelijke vermogens van een lagere boekhouder of conciërge, een zogeheten "voorbeeldig pamflet" kan publiceren zogenaamd om het verval te bestrijden waar hij zelf medeverantwoordelijk voor is en die hij zelf tot stand heeft helpen brengen, al dertig - voor hem zeer welbetaalde - jaren lang.

Maar ja - zo gáát het inderdaad al minstens dertig jaar aan de Nederlandse universiteiten, en daarom kan iemand die zowel geen masochist als geen stommeling is er géén emplooi vinden in de zogeheten moderne  geesteswetenschappen, die zich tot echte wetenschap verhouden als een hoer tot de liefde.

De oplichters zijn aan de macht in de Nederlandse universiteiten.


P.S. Zie Waarom ik geheel niet deug (volgens Amsterdamse filosofen). Bij de daar geschetste scheldpartijen tegen mij was ook René Boomkens aanwezig, toen zeer discipline-gewillig hoopvol toekomstig ambtenaar + integer marxisties revolutionair. Ik vermeld het maar: Het is niet zo dat hij niet al dertig jaar weet waar ik me al dertig jaar bezorgd over maak en hij al dertig jaar van uitgevreten heeft.

(*) René Boomkens: "Topkitsch en slow science, kritiek van de academische rede."

(**) Dit is geen jaloezie of kinnesinne, was het alleen omdat prof.dr. Boomkens zéér veel meer weet van popmuziek dan ik. Alleen weet ik zéér veel meer van wetenschap en filosofie dan hij, maar ik geef onmiddellijk toe dat dit alleen een zéér groot beletsel is (gebleken) voor een aanstelling aan een Nederlandse universiteit.

(***)  Ik geloof niet dat het select gezelschap dat mij leest veel geesteswetenschappers of politici telt, maar voor het gemak of de gemoedsrust: Als allen het langst zijn, lezer dan is ... juist. (Dit is een gedachtegang die bijna geen Kamerlid aankan, dus prijs u gelukkig!)

(****) Wel enkele "toponderzoekers", in de bètavakken, maar degenen van wie ik weet zijn (vrijwel) gepensioneerd, of naar een buitenland gevlucht, of van de kwaliteit van prof.dr. Robert Dijkgraaf. (Hier zou ik echt intelligente mensen als prof.dr. Icke of het Nederlandse hoofd van CERN wel eens over willen horen, in een eerlijke bui, maar goed.)

 Maarten Maartensz

        home - index - top - mail