Dit is het tweede
stukje in een - ongetwijfeld potentieel oneindige -
reeks stukjes onder bovenstaande titel.
2. "De Verlichting
doet het niet"
Aldus luidt de kop van
een stuk uit de Boeken-bijlage van de NRC van vandaag dat een vers
boekje van een - zeer oppervlakkige - kennis van me betreft. (*) Het stuk opent zo:
Hoogleraar René
Boomkens keert zich in een voorbeeldig pamflet tegen het
rendementsdenken in het onderwijs, dat onafhankelijk denken smoort.
Ik ken de hoogleraar
van zijn marxistiese dagen aan de UvA, waar hij zich met hulp van een
waarachtig stalen trouw aan de
intriganten van de Asva, en heel wel mogelijk een CPN-lidmaatschap, opwerkte
van marxisties aksievoerend student (al in
1977 van mening dat ik 'een fascist' zou zijn, al wil ik hem
nageven dat hij zich daar wat later voor verontschuldigde ... maar
ondertussen: "zo zijn onze manieren", als Asva nep-revolutionaire
carrièremakers), tot kandidaatsassistent, Pop-professor (natuurlijk was
iemand als hij geroepen tot zeer
welbetaald professor in de popmuziek (**)), en
sindsdien tot hoogleraar in de filosofie te Groningen, de universiteit
van de in 1977 zo zeer bewonderde noeste zij het vrijwel debiele
marxist Ger Harmsen (ooit Echt Arbeider geweest!) en -
in die dagen - diens trouwe asssistent Pim Fortuyn.
Het geval wil dat
professor Boomkens een zeer veel lagere intelligentie heeft dan ik
(waarmee het dus geheel begrijpelijk
wordt waarom hij in het moderne
Nederland professor is geworden), en overigens een veel handiger
leugenaar en carrièremaker dan ik, dus ik kan u ten stelligste
verzekeren dat "een voorbeeldig pamflet" van zijn hand een volledige
illusie moet zijn, als het tenminste geen satire is: voorbeeldigheid is
een René Boomkens geheel niet gegeven, behalve in het negatieve.
Maar de schrijver van
het stuk - ene David Rijser, mij geheel onbekend,
waarschijnlijk jong "geesteswetenschappelijk" "academicus" - kent de
voorbeeldige pamflettist heel wel mogelijk persoonlijk, en dat schept
natuurlijk verplichtingen, zodat ik mijzelf meteen tot de eerste alinea
van het stuk wend, dat de moderne Nederlandse zogeheten universiteit
beschrijft:
Een doorsnee dag op
een moderne faculteit van geesteswetenschappen: allereerst ziet men een
onderaardse fitness-ruimte, waar schaars geklede jongelui, collegekaart
om de hals, op loopbanden voortsukkelen. De andere kant opkijken,
anders volgt er wellicht een aanklacht. [Ik vermoed vanwege wat in het
Engels "sexual harassment" heet - MM]. De tas vol geleerde werken
meesleurend - een vakbibliotheek bevindt zich elders - op naar de lift.
Deze is zoals altijd defect. Dan naar de collegezaal. Deze blijkt te
klein. Ook ontbreekt de beamer. [Geen typische universitaire ambtelijke
jaknikker, doch een projector - MM] De studenten verwerken
onverstoorbaar hun mail op hun mobieltjes.
Kortom, het is op de
Nederlandse universiteiten een zooitje, en ik kan beamen (instemmen)
dat dit al dekaden zo is,
afgezien van mobieltjes, en dat ikzelf het modale studentenhoofd - het
gelaat: de index tot de geest, volgens de Romeinen - heb zien verworden
in 40 jaar van een gymnasiaal of HBS-hoofd in een MAVO-kop, met
bijbehorende belangstellingen, kennis, en vaardigheden. (Kortom,
studies die ooit geschikt waren voor 1 op de 50 of 100 werden geschikt
gemaakt voor 1 op de 2 à 3. Dat heette "demokratisering
van het hoger onderwijs".)
Hoe het zij:
Deze werkelijkheid
blijkt door de bestuurders van zo'n 'topuniversiteit' (welke is het
niet?) heel anders worden ervaren. In glossy folders melden zij hun
commitment aan internationalisering, doorstroming, rendement en andere
termen die een intellectueel merkwaardig in de oren klinken.
Inderdaad, en alle
Nederlandse universiteiten zijn topuniversiteiten, sinds dekaden, om welke - geheel
logische - reden, die overigens het denkvermogen van de meeste
ministers van onderwijs evident ver te boven gaat, er géén Nederlandse
topuniversiteiten zijn. (***)
Het stuk vervolgt:
Onderwijs, ging dat
niet om onbetaalbare zaken als inzicht, reflectie, kritische
beschouwing, opvoeding zelfs? Niet meer. De Universiteit is een bedrijf
dat diploma's en praktische, economische waardevolle kennis produceert
en omzet maakt. Een intellectueel is er net zo misplaatst als op een
kantoor van Unilever.
Kortom, een
moderne universiteit in Nederland (en gewoonlijk ook daarbuiten) is
verworden tot een HEAO-opleiding. De "kennis" die men leert valt in
de klasse "hoe maak ik een Powerpoint-presentatie"; de "omzet" bestaat
uit rijksbijdrages plus collegegelden plus extraatjes van succesvolle
"hoogleraren" met een talent voor publieke hoer-cum-praatjesmaker,
genus In 't Veld, Fortuyn, of - ook déze soort bestaat
al heel lang - Van Kemenade.
Overigens zijn de
schaarse intellectuelen bij Unilever vrijwel zeker én bekwaam én
afkomstig van een Britse of Amerikaanse universiteit, maar dit
terzijde, want er is véél meer aan de hand op de HEAO's die zich voor
universiteit uitgeven, ongeveer zoals ombouwvrouwen hun geheel vrouw
zijn uitventen na een sex-operatie:
Maar de
wetenschapper moet zich ook netjes gedragen om de top te bereiken, of
zoals Boomkens het noemt, hij dient zich te laten 'disciplineren',
anders vliegt hij er uit. Daarmee wordt de onontbeerlijke kritische
houding en onafhankelijkheid van wetenschappers ernstig bedreigd.
Wel... professor dr.
René Boomkens, ex-popprofessor, tegenwoordig hoogleraar kritische
filosofie, heeft zich ongetwijfeld al dertig jaar zéér netjes gedragen, want anders
zat hij immers niet waar hij zat - en ik wil graag aannemen dat zijn
talent of liefde voor masochisme zeer veel groter is dan het mijne, dat
ontbreekt (wat géén carriére-voordelen blijkt te hebben, geef ik toe).
Maar de rest is
overwegend onzin, tenminste waar het de zogeheten geesteswetenschappen
betreft, want - precies om de reden die de hooggeleerde
aangeeft, en die geheel rijmt met zowel mijn "carrière"
als zijn opgang
als grootverdiener en hoogleraar - er zijn ternauwernood
wetenschappers over in de Nederlandse "geestes-wetenschappen":
Het zijn vrijwel
allemaal geconformeerde managers, geboren apparatsjiks, en
intellectuele honderdsterangers met talent voor conformisme
én - kennelijk - een gróte liefde om "gedisciplineerd" te worden, door
zulke grage "disciplineerders" als wijlen Jan-Karel Gevers en Karel
van der Toorn, die - ik spreek als psycholoog en kenner van de
soort - eigenlijk niets liever doen dan dat.
Ik was echter bij
Boomkens himself beland, en wat verderop geeft zijn
journalistieke loftrompet een inleiding tot Het Denken van Boomkens:
Het probleem, aldus
Boomkens, is het idee dat aan rendementsdenken ten grondslag ligt:
efficiency. [Het probleem dat ten grondslag ligt aan witte schimmels
is: witheid - MM]. Want (niet specifiek toegepaste) kennis en economie
staan op gespannen voet met elkaar (Boomkens bespreekt uitsluitend de
problematiek van de geesteswetenschappen en laat de bèta-wetenschap,
waarvoor andere normen gelden, buiten beschouwing).
U begrijpt mede uit de
parenthetische verhelderingen dat het denken van een Boomkens ...
waarachtig pop-professoraal is, en overigens dat Boomkens inderdaad
helemaal niets weet van enige vorm van beweerde wetenschap die niet
uit kletsica, lulkoek en modern
managementsjargon is opgetrokken. (Immers: Zelfs al was René een
stuk intelligenter dan hij is, hij studeerde aan de UvA, en leerde vrijwel alleen Het Denken Van Marx,
zoals uitgedragen door prof.dr. Ger Harmsen.)
Ik ben weinig
vriendelijk over de hooggeleerde? Wel:
Hij [professor dr.
R. Boomkens - MM] merkt op dat de werkelijke waarde van wetenschappers
voor de samenleving pas wordt bewezen als ze van uit hun specialisatie
een bijdrage aan maatschappelijk relevante debatten leveren.
Snapt u? "Vanuit",
"een bijdrage" en "maatschappelijke relevantie" ... maar dan ook precies het dieventaaltje dat
Balkenende en onderwijsburocraten mummelen of snelstotteren, en precies de kreet die de hoogbegaafde
Boomkens al zo vlijtig gebruikte in 1977,
toen de UvA ook al bol stond van
de zogeheten "maatschappelijke relevantie",
zoals de intense beleving van homo-studies,
feminisme, en de kraakbeweging, alles tegen studiepunten.
In feite heeft u nu -
kennelijk - het hele "voorbeeldig pamflet" in samenvatting
gehad, want Rijser vervolgt het geciteerde direct (naar ik aanneem
"voorbeeldig") met
Boomkens sluit zijn
requisitoir, dat anders dan deze gechargeerde samenvatting suggereert,
uiterst genuanceerd is en geen eenzijdige zwarte pieten aan managers
uitdeelt, af met een pleidooi voor ...
... een
Boomkens-genieting - natuurlijk náást actieve (S) of passieve (M)
'disciplinering', zo bijzonder populair én gebruikelijk aan
moderne Nederlandse universiteiten, voor wie daar wil blijven "werken"
- waar ik zometeen toe kom, na de volgende vraagjes over het
"voorbeeldige" Rijser-proza:
Hoezo dan
"requisitoir"? Hoezo "uiterst genuanceerd"? Vanwege angst voor 'disciplinering' bij deze
eertijdse Grote Marxistiese Revolutionair,
tegenwoordig "de zeer integere", "uiterst
genuanceerde" prof.dr. René Boomkens? En wat is een "eenzijdige
zwarte piet" anders dan een Hamerse
verkrachting van het Nederlands?
Maar goed - hier is
dan Boomkens' "pleidooi":
... voor een postmoderne
terugkeer naar de 'kritische universiteit', geïnspireerd door de
Frankfurter Schule, en gekarakteriseerd door 'slow' science, geschoeid
op de leest van 'slow food'.
Kortom, net als de geheel vergelijkbare Wijnand Duyvendak
(waarvan ik dus niet begrijp dat ook Wijnand niet al láng hoogleraar
is, omdat hij daar net als Boomkens alle nodige intellectuele talenten
voor mist, en alle nodige poilitieke, postmoderne
neo-marxistiese kwalificaties voor heeft) wil de pop-professor
een "uiterst genuanceerde" terugkeer tot .... de
idealen van zijn adolescentie anno 1977: De 'kritische
universiteit' van Rudi Dutschke, Daniel
Cohn-Bendit, Jürgen Habermass en de al ca. 1950 ten onder
gegane kwasi-diepzinnige marxistiese prietpraat van de duisterdenkers
van de Frankfurter Schule, voor de gelegenheid academisch postmodern
opgefrist met modieuze kreetjes van TV-koks.
Wel, prof.dr. René
Boomkens is een slome kwasi-wetenschapper en kwasi-filosoof, is
nooit wat beters geweest, kan ook niet veel beter, en is zó armzalig
van geest dat hij de gore schimmelwijn waarmee hij dronken is gevoerd
aan de UvA en waar hij nog steeds naar lalt na dertig jaar nogmaals opdient, alsof dit
domme en zwaar beschimmelde gebral het laatste van het beste zou zijn.
Maar goed - de
Nederlandse universiteiten zijn al een jaar of 30 kapot; en dat
is mede te danken aan René Boomkens
en zijn revolutionaire kornuiten van
weleer, tegenwoordig hier en daar en overal waar veel geld met leugens
en poses verdiend kan worden hoogleraar zijn in deze of gene zogeheten
geesteswetenschap of bijzonder professoraat voor de eminente denkers persoonlijk.
Anders gezegd, in de
termen van Julien Benda uit de twintiger jaren ("Le trahison
des clercs"): In de geesteswetenschappen zijn tegenwoordig geen
wetenschappers aan de
macht, maar politieke bureaucraten,
inderdaad zowel collaborateurs met
de machthebbers (die ze beweren te bestrijden) als verraders van alle idealen van de
verlichting en van de échte
wetenschap.
Ik wist dat alles al,
maar ik krijg wel een héél vieze smaak in de mond van het feit dat een
komediant, poseur en operette-revolutionair als René Boomkens, een man
met de geestelijke vermogens van een lagere boekhouder of conciërge,
een zogeheten "voorbeeldig pamflet" kan publiceren zogenaamd om
het verval te bestrijden waar hij zelf medeverantwoordelijk
voor is en die hij zelf tot stand heeft helpen brengen, al dertig
- voor hem zeer welbetaalde - jaren lang.
Maar ja - zo gáát het
inderdaad al minstens dertig jaar aan de Nederlandse universiteiten, en
daarom kan iemand die zowel geen masochist als geen stommeling is er
géén emplooi vinden in de zogeheten moderne geesteswetenschappen,
die zich tot echte wetenschap
verhouden als een hoer tot de
liefde.
De oplichters zijn aan
de macht in de Nederlandse universiteiten.
P.S. Zie Waarom ik geheel
niet deug (volgens Amsterdamse filosofen). Bij de daar
geschetste scheldpartijen tegen mij was ook René Boomkens aanwezig,
toen zeer discipline-gewillig hoopvol toekomstig ambtenaar + integer marxisties revolutionair. Ik vermeld
het maar: Het is niet zo dat hij niet al
dertig jaar weet waar ik me al dertig jaar bezorgd
over maak en hij al
dertig jaar van uitgevreten heeft.
(*)
René Boomkens: "Topkitsch en slow science,
kritiek van de academische rede."
(**) Dit is geen jaloezie of kinnesinne, was het
alleen omdat prof.dr. Boomkens zéér veel meer weet van popmuziek dan
ik. Alleen weet ik zéér veel meer van wetenschap en filosofie dan hij,
maar ik geef onmiddellijk toe dat dit alleen een zéér groot beletsel is
(gebleken) voor een
aanstelling aan een Nederlandse universiteit.
(***)
Ik geloof niet dat het select gezelschap dat mij leest veel
geesteswetenschappers of politici telt, maar voor het gemak of de
gemoedsrust: Als allen het langst zijn, lezer dan is ... juist. (Dit is
een gedachtegang die bijna geen Kamerlid aankan, dus prijs u gelukkig!)
(****)
Wel enkele "toponderzoekers", in de bètavakken, maar degenen van wie ik
weet zijn (vrijwel) gepensioneerd, of naar een buitenland gevlucht, of
van de kwaliteit van prof.dr. Robert Dijkgraaf. (Hier zou ik echt
intelligente mensen als prof.dr. Icke of het Nederlandse hoofd van CERN
wel eens over willen horen, in een eerlijke bui, maar goed.)
Maarten
Maartensz