Mijn verdiepingsstukje
- zal ik maar zeggen - over Keynes van gisteren vond, zoals ik verwacht had,
aanzienlijk minder lezers dan de twee eerdere, over de rijksbegroting en over Keynes over crisisbeheersing.
Ondertussen blijken de
regeringen overal een soort Keynesiaans beleid te voeren om de crisis
te pogen te beheersen, inclusief op dit moment een verbod op short
selling, dat er onder meer op neerkomt (het is vaak een glibberiger
constructie dan hier geschetst, namelijk met aandelen die men niet
werkelijk heeft) dat men speculeert op neergang van de beurs en
daardoor de beurs te bewegen neer te gaan.
Maar goed - later
wellicht meer hierover, want vandaag wilde ik het over de debilisering
van Nederland hebben, die zich in steeds sneller tempo doorzet; niet te
beteugelen valt met regeringsbeleid; en in feite al aan de gang is sinds Cals het VWO hervormde in de zestiger jaren
en de studenten begonnen met universitaire bezettingen.
Wie een precieze datum
wil, die m.i. wat laat is maar wel duidelijk, kan de invoering van de
Wet Veringa op het bestuur van de universiteiten uit 1972 kiezen als
definitief overgangspunt, want daarmee begon de ruïnering van de
universiteiten en 23 jaar macht van (eertijdse) revolutionaire
marxistiese studenten als Van
Poelgeest en Boomkens, en van volkomen
corrupte rijkworders van de PvdA als Van Kemenade, Gevers, Poppe, De Hon en Cammelbeeck.
Hier is een bespreking
van een recent stukje uit de NRC inzake deze debilisering.
1. "Ambtelijke top
weet haast niets"
Dit is de kop boven
een ingezonden brief of stuk van een kennelijk gepensioneerde hoge
ambtenaar ir. M. Enthoven in de NRC van 18 september. Hij was
eerder "directeur generaal milieu bij het Ministerie van VROM en de
Europese Commissie", dus hij behóórt te weten waar hij over schrijft.
Hier zijn wat citaten,
ter ondersteuning van de koppen boven zijn en boven mijn stuk - en de
laatste kop is genummerd, in de vrijwel zekere verwachting dat ik dit
thema later verder zal behandelen, was het alleen ten behoeve van
toekomstige historici van het verval van Nederland.
Het stuk opent met
deze redactionele inleiding:
Sommige
departementen bezitten zo weinig kennis dat ze niet eens in staat zijn
advies te vragen aan externe bureaus. De deskundige ambtenaar moet
terug, vindt Marius Enthoven.
U mag de eerste zin
herhaaldelijk lezen, terwijl u peinst over 'leren leren'.
In ieder geval: Er
zijn tegenwoordig kennelijk hele ministeries waar geen
ambtenaar rondloopt die voldoende benul heeft om zelfs maar relevante
vragen te formuleren over het beleid waar hij zijn ambtelijk
salaris mee zou moeten verdienen. Op Enthoven's verlangen in de tweede
zin ga ik wat later in, na hem uitgebreider geciteerd te hebben.
Enthoven zelf
ontleende zijn inspiratie voor zijn stuk uit een eerder stuk in de NRC,
dat hij als volgt samenvat (met mijn vetzetting):
In het artikel onder
de kop 'Topambtenaren zijn managers zonder inhoud' maken vier
'wijzen' die weten hoe de hazen in Den Haag lopen, zich zorgen over het
gebrek aan inhoudelijke kennis bij de rijksoverheid (NRC Handelsblad,
13 september). De modernisering van het ambtelijk apparaat is volgens
hen doorgeschoten als gevolg van snelle functieroulatie, een overdreven
geloof in meetbare prestaties en het ondoordacht overnemen van
gebruiken uit het bedrijfsleven. Dit zou verklaren waarom de afgelopen
jaren steeds meer geld is uitgegeven aan externe adviseurs.
Feitelijk komt het -
denk ik - gewoon door:
(1) Een gebrek aan
vrijwel iedere relevante kennis bij vrijwel iedereen die bestuurt of
ambtenaart, inclusief gebrek aan relevante kennis van de
geesteswetenschap waarin de hogere ambtenaar afgestudeerd is, vanwege de gruwelijk
slechte opleidingen in de geesteswetenschappen de afgelopen dekaden:
Men weet niets, men kan niets, maar men heeft wèl een doctoraal of
masters-degree, en een modern opgevoede zeer grote bek en zeer
egoïstisch gemoed - en wordt dus ... ambtenaar.
(2) Er is niet zozeer
"een overdreven geloof in meetbare prestaties" als wel een grote
controle-dwang van elkaar (en natuurlijk de burger), en van de invoering van
allerlei zinledige maar gedwongen boekhoudingen van de eigen
aktiviteiten zodat weer een andere ambtenaar deze door kan vlooien "ten behoeve van prestatie- en indicatiecijfers".
(3) Veel "externe
adviseurs" zijn gewoon oud-ambtenaren c.q. vriendjes van topambtenaren
die een geprivatiseerd bedrijf(je) zijn
begonnen (vaak op gemeenschapskosten) omdat ze daarmee met hun adviezen
of zogeheten beleid véél meer konden (en kunnen) verdienen dan
als
ambtenaar.
Immers, als menschlich-allzumenschliche
verklaring bij (3):
Welke domme egoïst mèt
een doctoraal in een zachte "wetenschap" wordt ambtenaar als
hij (of zij) - bijvoorbeeld - een Ger Tanke kan worden bij de
Amsterdamse Thuiszorg: 350.000 euro per jaar, een miljoen euro bonus
bij afscheid, en een geruïneerd bijkans failliet bedrijf als prestatie?
Geheel onbestraft? Of een Louis van Halderen bij Nuon, slechts 640.000
euro waard in 2004? Met veel lof van B&W van Amsterdam? Dat zijn
geen "managers": dat zijn roofbaronnen.
Hoe het zij, ir.
Enthoven vervolgt:
Als topambtenaar bij
de rijksoverheid en de Europese commissie in de periode 1977-1998 (..)
kan ik deze zorgen volmondig onderschrijven.
Ik geloof hem graag,
en registreer in het voorbijgaan alleen dat een ingenieur (ir.)
een veel betere opleiding heeft gehad dan vrijwel iedere
geesteswetenschapper (socioloog, politicoloog, psycholoog, filosoof,
andragoog et hoc genus omne) en heel waarschijnlijk ook
doodgewoon een hogere intelligentie.
Ir. Enthoven vervolgt
zo (met extra alinering van mij, voor het leesgemak):
Wie echter denkt dat
de oplossing voor dit tekort en de verslaving van externe adviseurs kan
worden gevonden in een bijstelling van de balans tussen deskundigheid
en managementvaardigheden aan de top, onderschat de ernst van de
situatie.
In de jaren 90 kwam
onder invloed van het Amerikaanse reinventing government niet
alleen een modernisering op gang van de top, die inderdaad te ver is
doorgeschoten, maar speelden ook andere factoren (overlaten aan de
markt, terug naar de kerntaken, bezuiniging op bezuiniging, afnemende
waardering voor de publieke functie van het werken bij de overheid) die
juist op de niveaus onder de top hun tol hebben geëist en tot gevolg
dat op veel departementen de deskundigheid op het middenniveau is
verdwenen.
Nota bene dat "op veel
departementen" en "deskundigheid (..) is verdwenen", en merk overigens
op dat, anders dan ir. Enthoven, ik een flink deel van die jaren in of om de UvA heb
verbracht, en dus een stuk beter kan weten dan ir. Enthoven hoe
gruwelijk gedebiliseerd daar de opleidingen
waren (en zijn, ongetwijfeld in nóg erger mate dan toen ik studeerde).
Kortom - en ook in de
VS - de "reinventing government" beweging is kennelijk vooral
een uitvloeisel van de algehele verslechtering van het
universitaire niveau in de westerse landen vanwege de combinatie
van babyboom, quasi-revolutionaire zestiger jaren, en studentenrevoltes
en universitaire hervormingen die allemaal uitpakten als nivelleringen.
Ir. Enthoven vervolgt
wat verderop (want ik citeer niet alles)
In sommige gevallen
was de oorspronkelijk in het ministerie aanwezige deskundigheid
overgeheveld naar een afstand van het departement opererende
kennisinstelling [kennelijk gewoonlijk van ex-ambtenaren met verlangen
naar hogere inkomens, die zichzelf privatiseerden, zoals dat heet -
MM], of was hun opgedragen andere werkzaamheden te verrichten waarbij
hun expertise niet meer van nut was.
Dat laatste is
natuurlijk ook een manier om de overgebleven anderhalve man +
paardenkop die nog wèl enigszins weet waar het over gaat vooral géén
kritiek te laten leveren, en zal veel bijgedragen hebben aan - volgens
een ander artikel in de NRC, van enkele maanden geleden - de
uitghebreide kaste van Nederlandse paperclip-ambtenaren: de
ca. 10% ambtenaren die eigenlijk helemaal
niets doen in hun werkzame ambtenaarsleven dan paperclips
open en dicht vouwen, presentielijsten paraferen, en bij feestjes de
ambtelijke bazen toejuichen, voordat ze zich gratis bezuipen met de op
staatskosten aangekochte drank.
Wat verderop:
Ook in de huidige
praktijk van de rijksoverheid zijn er tal van voorbeelden van ernstig
gebrek aan inhoudelijke deskundigheid op veel terreinen, met name op
gebied van ICT.
Weer wat verder:
En op sommige
ministeries is het ambtelijk apparaat niet meer in staat zijn eigen
onderzoeksvragen te formuleren ten behoeve van het beleid zodat daar
een adviesopdracht aan een externe adviseur moet worden gegeven. Dat de
rijksoverheid door dit gebrek aan inhoudelijke deskundigheid risico's
neemt, die tot extra kosten en schade kunnen leiden, is evident.
Wat me ook minstens zo
evident lijkt is dat dit gewoon een combinatie van totale
incompetentie - niet eens meer zinnige vragen kunnen formuleren! -
met totale corruptie is - immers: de dames en heren
topambtenaren blijven wèl hoogbetaald paperclips zitten vouwen, terwijl
hun studievriendjes en ex-en in een "extern adviesbureau" tien keer
meer vragen en krijgen dan zij zelf als ze hun werk behoorlijk zouden
kunnen uitvoeren.
En weer wat verderop
schrijft ir. Enthoven:
Er is dus veel meer
aan de hand dan gebrek aan inhoudelijke deskundigheid aan de top. Wil
men voorkomen dat dit erosieproces zich steeds verder binnen de
rijksoverheid voortzet dan zal niet alleen de factor deskundigheid een
grotere rol moeten gaan spelen in het beleid en de
managementdevelopment programma's van de Alegemene Bestuursdienst.
Hij sluit af met:
Dit betekent
investeren in de kwaliteit van de rijksdienst in plaats van verder
bezuinigen op het ambtelijk apparaat.
Wel... ik begrijp de
overweging, maar vrees dat de capaciteiten die ir. Enthoven zoekt
in Nederland eenvoudig niet meer te vinden zijn c.q. dat de kleine
handvol die deze capaciteiten wel heeft beter werk, leukere collegaas,
en/of een véél hoger inkomen in het bedrijfsleven kan vinden.
In een land waar
minstens 95% minstens 14 verplichte plus nog vaak 5 onverplichte jaren vèr
onder zijn of haar niveau opgeleid is daar zijn eenvoudig
nauwelijks bekwame hoogopgeleiden, en al helemaal niet in die studies
die, anders dan wiskunde, chinees of medicijnen, geen talent en
inzet vergen.
Maarten
Maartensz