Het houdt nog steeds
geheel niet over met mij en M.E. en dat is één reden dat dit stukje
verschillende titels heeft gehad - dat evenzovele aanwijzingen zijn dat
er evenzovele stukjes uit hadden kunnen ontstaan, bij iets meer
welbevinden.
Er was eerst de titel Multatuli,
Fielding en Neerlandistiek, totdat ik dacht dat Een bijdrage
aan de wetenschap (der Neerlandistiek) wellicht aardiger was. Maar
toen ik bedacht had waar het eigenlijk vooral om gaat overwoog ik een
andere titel: Drie menselijke hoofdzonden - en wel zwakte,
domheid en onwetendheid - maar had niet genoeg energie voor dat hele
onderwerp, of zelfs maar een flink deel ervan.
Vandaar dat ik bij
mijn uiteindelijke titel arriveerde - Over karakter, en gebrek
daaraan - want dáár gaat het vooral over in wat volgt, al zal ik er
stapsgewijs heengaan.
1. Zoals ik een paar dagen geleden zei, lees ik dezer
dagen Fielding, met genoegen en bewondering, waar ik ook al eens eerder
van verhaalde.
Ik vroeg me toen af of
Multatuli
van hem wist, en zo ja, wat hij over hem dacht, en raadpleegde met dat
doel dus het index-deel XXV van Multatuli's Volledig Werk,
uitgegeven door Van Oorschot, recentelijk verramsjt bij gebrek aan
kopers, en mede daarom in aanzienlijke getale aanwezig in mijn
boekenkasten.
Het genoemde
index-deel is zoals de hele VW en een mensenleven: Véél beter dan
niets, maar véél slechter dan het zou hebben kunnen zijn. In feite zijn
het twee zogeheten registers: Korrespondentieregister en Namenregister.
Voor een onderwerps- of trefwoordenindex was er kennelijk - na minstens
40 jaren werk door talrijke hoogopgeleide Neerlandici, met
subsidies - geen tijd en geen geld.
Het tweede genoemde
register voldoet echter nominaal aan het gestelde doel, en vermeldt op
p. 363:
Fielding, Henry.
XXI: 355+n, 632;
XXIII: 268.
Jonathan Wild, de groote (The his-
tory of the life of the late Jonathan
Wilde). XXI: 632.
Roderick Random, XXI: 355+n.
2. En hier ben
ik in beginsel reeds via Multatuli en Fielding aangeland bij mijn eigen
wetenschappelijke bijdrage, welke nominaal als volgt is:
Roderick Random is
een boek van Tobias Smollett (1721-1771), die niet dezelfde was
als Henry Fielding (1707-1754), tenzij natuurlijk de hegemonie
van de rekenkunde afgeschaft is in de Neerlandistieke wetenschap.
De laatste opmerking
màg enigszins brutaal lijken, maar het Volledig Werk van Multatuli deel
XXI vermeldt trouwhartig en wetenschappelijk dat
Ook naar het
Gebiedsbestuur Geesteswetenschappen van de Stichting NWO en naar het
Ministerie van WVC gaat onze erkentelijkheid uit voor de ruimhartige
wijze waarop beide instellingen de steun aan deze uitgave tot en met de
voltooiing verzekerd hebben.
boven de namen van
Hans van den Bergh, professor, en Berry P.M. Dongelmans, toen als ik
het wel heb nog drs, beiden in de wetenschap der Nederlandistiek.
Ook vertellen zij dat
hun taak "een veel zwaardere taak" zou zijn geweest zonder de
vele goede hulp die zij kregen, zodat het niet aan de zwaarte of de
ruimhartigheid van de subsidies gelegen kan hebben dat Multatuli in
gezegd deel op p. 355 schrijft, in een brief aan zijn uitgever Funke,
ook met toespeling op z'n eigen alias:
Ook gy hebt
verdriet. Dit kan ik berekenen. Maar ge klaagt niet. Is dit sterkte? Is
uw verdriet minder aangrijpend? Ik weet het niet. Beschuldig me niet
van al te groote weekheid. (..) Welnu, ik verzeker u dat mijn smart
zeer zwaar is en dat ze ook ànderen zwaar drukken zou.
Verbeelding?
Zwartgalligheid? Wel, ik studeer in middelen ter afleiding. Ik lees
(met walging, dat is waar!) 'n vroolyk boek. - nu 't laatst Roderick
Random van Fielding1 (..)
en waarbij het nootje"1"
verwijst naar een volwaardige en volleerde Wetenschappelijke Noot van
de Wetenschappelijke Uitgevers op p. 353, die daar dan namelijk weer
wetenschappelijk geheel onbezwaard neerschrijven:
1. Fielding: Henry
Fielding (1707-1754), engels schrijver. Een nederlandse uitgave van Roderick
Random verscheen te Amsterdam (1805).
Hetgeen ongetwijfeld
juist zal zijn, behalve dat Fielding Roderick Random niet
schreef.
Het is maar
een weet, en er zouden vele proefschriften gewijd kunnen worden aan de
zeer vele annotaties, notities en toelichtingen in de VW van Multatuli
waar weinig of niets van deugt, zoals van de hele uitgave niet,
althans van deel I t/m VII - die Neerlands-typerend genoeg precies die
delen zijn die Van Oorschot niet verramsjte - daar deze
Stuiveling's (prof dr Garmt) eigen vervalsingen zijn van
Multatuli's echte teksten, die in de VW alleen in zéér
zwaar verminkte vorm aanwezig zijn, in de delen I t/m VII.
Dit was dus mijn
waarachtige wetenschappelijke bijdrage, die zeer zeker een
wetenschappelijke fout aantoont, in werk dat op "ruimhartige wijze "
ondersteund werd vanwege NWO (Nederlands Wetenschappelijk Onderzoek).
Het is geen gróte
bijdrage aan de wetenschap, geef ik ook toe, maar wel een positieve,
een noodzakelijke, en ook één die geheel conform de vermogens van
Neerlandici geacht ... zou mogen worden te zijn, als niet
diverse professoren, doctorandussen, en een heel colofon vol
medewerkers allemaal kennelijk ongeveer niets van Anglistiek
zouden hebben geweten, en niet Multatuli's fouten nageschreven hebben,
met zelfgezochte gesubsidieerde noten en verwijzingen en al.
Trouwens... mede omdat
ikzelf in Engeland gewoond heb met een Engelse die Engelse literatuur
aan een Engelse universiteit onderwees, dat wellicht iets van doen
heeft met mijn kennis van een en ander:
De verwarring, voor de
literatuur-wetenschappers onder ons, treft de typische Engelse
lit.crit. - voor wie het niet weet: dat zijn de Engelse tegenhangers,
als ik zulks mag suggereren, van het onvolprezen genie dat Kees Fens
heette, en geachte collegaas van prof van den Berg en drs Dongelmans:
Academisch hoogst bekwaamde wetenschappers der Literatuur -
ongetwijfeld vrijwel hetzelfde als het de typische Neerlandicus of -ka
zou treffen te lezen in een wetenschappelijk zwaar gesubsidieerde dus
ook zeer wetenschappelijke noot bij het Volledig Werk van Shakespeare
dat de welbekende Grote Nederlander mr. Willem Bilderdijk het
pseudoniem "Multatuli" droeg, en dat Multatuli daarom de
schrijver van het zeer diepzinnig voorbeeldige treurspel "Floris"
was. (Als u de laatste link niet las heeft u veel gemist, of u nu
lit.crit. bent of niet.)
3. Maar goed.
Er is echter méér, zoals u boven ook reeds zag, namelijk een verwijzing
naar Jonathan Wild dat overigens, kan ik de lezer, het Multatuli Museum, het Multatuli
Genootschap, NWO én het Ministerie van VWC melden, met de hand op mijn
hart (omdat ze het anders ongetwijfeld niet positief zouden weten) wel
degelijk van Fielding is, zodat niet àlle verwijzingen naar
Fielding in de 25 delen VW onjuist zijn.
Daar staat dan
tegenover, helaas, dat Multatuli himself helemáál niet
vriendelijk over hem is, in een brief aan Paap, van 30 januari 1882:
Heere Jezis, ik heb
daar weer iets van Fielding gelezen! Z'n Jonathan Wilde de groote.
Hoe min! Hoe grof! Hoe plomp! Hoe onnoozel! Hoe onmogelyk! En... hoe
gemeen! En dat alles met pretentie op mensch kunde! En... met 'n
goed geconcipeerde pretentie: hy staat voor meester in dat vak te
boek. Voor 'n meester van 2n rang, nu ja, maar voor ´n
meester toch! ´t Is ergerlyk! Wil je dat vod eens lezen? Zeker kan je
't krygen in de stadsbibliotheek, of hebben ze daar geen buitenl.
schryvers? Myn exempl. kan ik je niet zenden. Ik heb 't tot
onleesbaarheid toe, kapot gekrabt. 't Is 'n (slechte) fransche
vertaling.
(p. 632-3, op. cit)
Ikzelf noemde en
citeerde Fielding en zijn Jonathan Wilde the great eerder, in Morele Rekenkunde II, en heb er een
geheel andere inschatting van, en verbaas me hier dus nogal
over Multatuli (afgezien van enige jaloezie en afgunst, die ook hem
niet vreemd waren, in het bijzonder waar het schrijvers met veel opgang
betrof), en wel omdat het Fielding zelf duidelijk te doen was om hetzelfde grote probleem waar het Multatuli om
te doen was - zijn eigen woorden, bij de conceptie van z'n
Ideen:
Neen, er zal niet gezegd worden dat niemand beproefde
den vloek te bezweren die er rust op het Volk. 't Zal niet gezegd
worden dan niemand de ziekte aantastte, de rottende ziekte waaraan dat
Volk lydt: de LEUGEN. Ik zal doen wat ik kan.
Dat is: de
hypocrisie, het huichelen, het gebrek aan karakter, dat zo kenmerkend
is voor de grote meerderheid, of zoals ik dat in december 2007 opmerkte naar
aanleiding van Jonathan Wilde:
Kortom, het kwaad in de wereld
bestaat voornamelijk omdat de grote
meerderheid zich met graagte laat bedriegen of doet alsof ze zich
laten bedriegen, en gewillige uitvoerders zijn van de
opdrachten van hun bovengestelden, vanwege de voordelen die het ze zelf
biedt, zodat velen beweren de kleren van de keizer te zien, omdat ze,
in Rome of tussen kannibalen verblijvend, uit eigenbelang doen zoals de
Romeinen of kannibalen doen, in het vaste en trotse morele besef
daarmee te doen wat de grote meerderheid doet, en wat de leiders graag
zien, en wat de voorgangers aanprijzen als goed en moreel.
Of zoals ik dat ook heb uitgelegd:
Menselijk maatschappelijk leven is
overwegend rollenspel,
en
vrijwel ieder mens leert zich ergens tussen z'n 15e en 25e verleugenen
en verloochenen tot een maatschappelijk aangepast karakter, vol van
valse pretenties, loze praatjes, en populaire vooroordelen, en neemt
daarmee - overwegend uit vrije wil, uit
welbegrepen eigenbelang en eigen zwakte - afscheid van z'n
originaliteit, spontaniteit en individualiteit, waarmee ieder mens geboren wordt, ongeacht overig
talent. (Zie ook
116
en "Menselijkheid" - en
423
inclusief links en "On People")
Ze leren het karakter dat ze zijn of
zouden kunnen zijn te loochenen en verloochenen, om maar méé te mogen
doen met de grote meerderheid, als brave loyale conformist en
volgeling,
trots op de eigen
gewoonheid,
omdat in Neerland iedereen die zelf niets voorstelt alle anderen tracht
te nivelleren tot het eigen niveau (of lager) met de Nedernorm aller
Nedernormen: "Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg", en omdat
aangepastheid, meedoen, en
loyaliteit,
conformisme
en respect voor de
bazen en de doorsnee allerlei maatschappelijk voordeel biedt, en
betaling, veiligheid, en uitzicht op pensioen.
Of zoals ik dat zelf opmerkte onder
idee 1215,
ook tot zeer groot moreel, maatschappelijk en menselijk voordeel van al
mijn lezers:
Dit is niet alleen
voor jonge mensen een bijzonder bruikzame les hoe maatschappelijk
mee te komen:
Val niet op! Doe
normaal! Wees gewoon! Bemoei je alleen met je eigen zaken! Denk niet
na, behalve over hoe je baas te plezieren! Stel geen lastige vragen!
Kritiseer nooit je werkgever of collegaas! Heb geen belangstellingen in
iets waarin je collegaas geen belang stellen! Leef, denk, doe en zie
eruit als je geëerde collegaas! Wees nooit origineel! Denk en praat
niet over politieke, religieuze, morele, filosofische of
wetenschappelijke kwesties! Bezit geen interesses in iets waar niet
talloos veel anderen ook in geïnteresseerd zijn! Doe normaal, dan doe
je al gek genoeg! En denk vooral niet dat je iets bijzonders bent! "If
you want to be pleased, please!". De beste kruipers en de handigste
huichelaars komen 't verst in onze menselijk-o-zo-menselijke
maatschappij!
Leer dit van my.
Het uiteindelijk resultaat is dat
mensen, vanaf hun 25ste levensjaar of eerder, uiteenvallen in twee
soorten (met vele ondersoorten):
(1) Zij, met voldoende karakter
(kracht, vermogen, zelfstandigheid, individualiteit, moed,
onafhankelijkheid) om in beginsel werkelijk op eigen benen te staan
inzake waarheid en waarden, en voor wie het althans mogelijk is te
leven volgens de Gulden Regel
Wat gij niet wilt dat u geschiedt
Doet dat ook een ander niet
(Want een ander lijdt pijn
Gelijk het voor uzelf zou zijn)
(2) En zij, die het aan dergelijk
karakter ontbreekt, al weten ze dat vaak zelf maar gedeeltelijk,
onder andere omdat gebrek aan karakter
positief gecorreleerd is met gebrek aan
intelligentie en gebrek aan kennis,
en die daarom gewoonlijk tot de grote
meerderheid behoren van gewillige
uitvoerders, loyale
conformisten,
respectvolle
schijnheiligen, en hun publieke meningen
naar de waan van de
dag en de
machthebber van het moment te richten uit eigenbelang, en
daarom gewoonlijk levend volgens het
morele beginsel dat samen met "Unsere Ehre heisst
Treue!" het hoofdbeginsel is van alle bureaucraten en
bestuurders
Wat gij niet wilt dat u geschiedt
Doe dat een ander en geniet
(Want een ander zijn pijn
Kan alllicht uw vermaak of voordeel zijn)
En hier zijn we dan weer eens
aanbeland bij de maar liefst 17000 zogeheten mensen die in Amsterdam
ambtenaar
zijn, en de maar liefst 176000 zogeheten mensen - "professionele terreur-bestrijders"
- die in
Nederland
ambtenaar
zijn - waarover later meer, want dit zijn immers Onze Bovengestelden waarvoor
binnenkort van iedere 5 euro die we uitgeven in Neerland direct
1 euro toevalt aan deze massa van 176000 deugdmensen, vanwege hun
toegevoegde waarde, naar men moet aannemen, die ze tot geboren ambtenaar
en zéér gewillige
uitvoerder van om het even welke machthebbers maakt.
Het is in ieder geval
gebrek aan
karakter, met als resultaat
Karikaturen
en
parodieën
van mensen omdat "men"
zichzelf
verwart met
de rollen
die "men" speelt, en niet goed wijs
meer weet uit pose en realiteit, geste en gevoel, onderkende waarheid
of voorgewend geloof, pretentie en werkelijkheid.
En het zijn uiteindelijk deze en
dergelijke
mensen (of
"mensen",
of met machtsuitoefening samenhangende corrupties: afwijkingen,
perversies, aliënaties, verziekingen, verrottingen, vervalsingen,
degeneraties en
verdierlijkingen
van mensen) die zo graag ambtenaar zijn of bestuurder worden; zo
makkelijk kamerlid zijn; zo eenvoudig drugshandelaar spelen, of zo
vanzelfsprekend als burgemeester, wethouder, of publieksvoorganger
prominent worden.
Immers, zij kennen geen
normen anders dan eigenbelang + gehuichel; zij
kennen geen waarheid
anders dan de wensen van de leider of de ideologie
van de groep of de
waan van de dag; zij zijn de trouwe,
gewillige, morele uitvoerders van alle opdrachten met sanctie van
autoriteit, hoe beestachtig ook; zij zijn
de loyalen die menen te weten dat iets
moreel
goed is omdat de
leider het zegt; en het zijn zij, en gewone burgers als zij, die
uiteindelijk de
gewillige uitvoerders, de trotse schijnheilige voltrekkers, de
organisatoren en de
schrijftafelmoordenaars van en voor om het even welk beleid zijn
dat hen goed betaalt en in leven laat, met als gewoon en gemiddeld
resultaat en konsekwentie dit:
"History is little else but the
register of the crimes, follies and misfortunes of mankind"
(Gibbon)
Het is echter óók waar dat het "little else" -
zoals Shakespeare, Galileo, Newton, Euler, Gibbon zelf: wetenschap, kunst, rechtvaardigheid - van grote waarde voor de
minderheid van mensen van enige intelligentie en beschaving is, en ook
draait om wat de mens boven het dier verheft: Bewuste rationaliteit,
redelijkheid, en geesteskracht, alles kenmerken die onder geboren
ambtenaren en bestuurders zéér zeldzaam blijken te zijn in de praktijk,
zij het niet in theorie en eigendunk.
Later méér over dit thema - dat de
normale ambtenaar maar dan ook exact en als ideaaltype de
man zonder ruggegraat, zonder eigenschappen, zonder meningen, zonder
inhoud is; de geboren huichelaar; de gewillige bedrieger, de grage
leugenaar en uitvoerder voor eigen voordeel van de orders van
autoriteiten omdat het autoriteiten zijn, en daarom het type mens, of
wat daar uiterlijk zeder op lijkt, dat uit natuurlijke aanleg
ambtenaar wordt, bij uitstek het type van de laffe, grauwe,
middelmatige karakterloze is, van de meeloper uit zwakte, van de
conformist uit schijnheiligheid, en van de moordenaar uit
loyaliteit
aan en
respect
voor
leiders.
En dit alles was Fielding even duidelijk als Multatuli, zodat ik
maar aanneem dat Multatuli's stemming
toen hij over Fielding
schreef
kennelijk even slecht was als de Franse
vertaling die hij gelezen had, en ook even slecht als zijn eigen
bekendheid met de zeer interessante en moedige persoon die Fielding
was, naast een groot schrijver, en dat niet slechts "van 2n rang".
Maarten Maartensz