Nederlog        

 

2 november 2007

                                                                 

Ambtenaar Edelaar en De Knipkaart

 



-- mail d.d. 2 november 2007, hier i.v.m. ME in Amsterdam (waarin: CV, Overzicht, Na 19 jaar, Konklusies, Spiegeloogcolums) en zie RAMO 1 en RAMO 2, en - als we dan tóch van recht, gelijkheid, gelijkwaardigheid spreken: Rushdie, Ali en ik:


Ik vervolg mijn mail van gisteren aan u, ambtenaar meneer Edelaar, over uw thema van "herkenning" en mijn thema van vordering, en deel u mee dat mijn mail van gisteren twee kleine correcties heeft, die u op mijn site kunt vinden, namelijk een ingevoegde weggevallen frase in begin P.P.S. waar ik inga op uw vraag wat in hemelsnaam wat mijn ouders en grootouders deden en overkwam in de Tweede Wereldoorlog te maken zou hebben met mij, of de gemeente Amsterdam ("Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig").

Vervolgens wat uw "geen herkenning in" mij proza en uw daaruit afgeleide konklusie dat u mij derhalve belieft "niet te antwoorden", alsof de persoonlijke smaken van enig ambtenaar relevant zouden zijn voor het rechtmatig handhaven van de Nederlandse wet, en het optreden tegen ambtenaren die dat weigeren te doen, dit citaatje van één sectie uit mijn CV, waarmee ik mijn intrede beschrijf in de tragi-komische hel die "SD" of "DWI"  genoemd wordt in gemeentelijke ambtelijke kringen.

Ik beschrijf de wachtruimte en uw collegaas, en hun doen en laten:

1984  Moorddreiging Amsterdamse ambtenaren
  Het blijkt - als eerder, toen ik wegliep wegens de wachttijden - tjokvol te zitten met uitkeringsaanvragers, die breedweg en in termen van grootte in drie groepen uiteenvallen
  • de grootste groep van Marokkaanse en Surinaamse "gastarbeiders", heette het in 1984 wellicht nog
  • een middengroep van junken, gewoonlijk met honden, messen en spuiten bewapend, en spuitend waar je bij zat in de Sociale Dienst (waarschijnlijk om daarmee een uitkering te krijgen)
  • een kleine groep van vers afgestudeerde academici met grote verbazing en angst in de ogen, en ikzelf, als van de universiteit gejaagde invalide.

Een en ander wordt beheerd door twee gemeentelijke portiers, een grote dikke met blubberlippen, en een kleine kale met flaporen, beiden kennelijk vijftigers of langjarige jongere alcoholici, en beiden voorzien van een vet Amsterdams accent.

De heren houden niet van uitkeringsstrekkers, en helemaal niet van Marokkanen en Surinamers, en laten dit publiek weten ook, al valt het op dat ze alle junken - met honden en messen en spuiten - kruiperig behandelen.

Tegen Marokkanen gaat het als volgt

"Hé Agmet, of hoe juh ook mag heetuh, je mot wel juh naom infulluh as juh een uitkerinkie fammuh wil hebbuh. En je mot wel Neejdurlans kennuh sprekuh, want anders helpemuh juh nie. En met twee woorruh spreekuh, begreip juh wel? Of kejje muh niet furstaon?"

Ik zit daar 2 1/2 uur bij, met een gebroken teen, en groeiende irriratie. De rest van de aanwezigen doet alsof ze niets zien of horen en zwijgen, als ze niet lachen.

Na 2 1/2 uur sta ik op en protesteer ik beleefd bij de portiers dat ik van een dergelijke behandeling van anderen niet gediend ben, en een klacht over ze wil indienen, en bij wie ik dat moet doen.

Hier is hun antwoord:

"Fuiluh smeriguh homofieluh gepuhkop! Gore hufter! Smerige klootzak! Kom naor buituh opdat muh juh kennuh furmoorduh en fursuipuh in de gracht."

Ik word zo boos dat ik ter plekke het woord "Burofascisme" uitvind én definieer voor de heren, wat tot drie a vier keer herhaling van beide van het zojuist geciteerde tot gevolg heeft; mijn naar buiten stappen op de gracht; en vijf minuten van hun verdere gescheld, vooral over mijn vermeende sexuele identiteit, lange haar, en de vermeende broodwinning van mijn moeder.

Als ik naar het gemeentehuis ga is het antwoord daar, namens B&W, dat ik niet het recht heb "burofascist" te zeggen tegen enige Amsterdamse ambtenaar; dat ik

"niets te maken heb met wat uw vader in de oorlog gedaan zou hebben",

en zij al helemáál niet; en dat ze weigeren op te treden tegen

"onze collegaas".

Ik heb hierover tussen 1984 en 2004 honderden keren schriftelijk, telefonisch en persoonlijk tegen geprotesteerd. AL die protesten en bezwaarschriften zijn kennelijk versnipperd, uiterlijk 2004, want sindsdien hebben uw collegaas mij doen weten dat - zoals ook u mij zei

"Van u geen klachten bekend zijn"

Er is mij eerder over deze zaak meegedeeld, door uw collegaas waarin u zich ongetwijfeld "kunt herkennen", muhneer Toni van de Berg en juffrouw Heemskerk dat

"Dat geeft helemaal niks, want u bent toch geen homofiel, toch? Nou dan."

Vervolgens, De Knipkaart waarover ik het met u gehad heb.

Halverwege oktober kreeg ik een papieren brief van de SD/DWI met de mededeling dat er nog 327 euro te besteden zouden zijn vanwege "De Knipkaart" die ik een of twee jaar eerder aangevraagd had, en die ik mag besteden aan "duurzame gebruiksgoederen", "zoals een TV of een wasmachine".

Wel, ik heb geen TV, en ik heb ook al 14 jaar geen wasmachine, al zou ik de laatste graag hebben, maar dat mag al 14 jaar niet van de dienst waarvoor u zegt te speken.

Nu is de konstruktie van De Knipkaart deze:

  • IK moet - van de 400 euros die ik maandelijks in totaal te besteden heb, na aftrek van vaste lasten - de bedragen voorschieten, en dit dan opgeven bij de SD/DWI

  • De SD/DWI beschikt dat op enig haar uitkomend moment of zij mij het uitgegeven bedrag over zal maken

  • ik moet daarvoor mijn handtekening zetten dat muhneer Henk Lont en zijn maten op een hun schikkend tijdstip mijn huis mogen inspecteren om te kijken of ik wel eerlijk genoeg ben, volgens de meneren

  • U bent geheel niet bereid ook maar te overwegen daar in mijn geval van af te wijken, want ik ("een doctorandus in een uitkering") moet vooral niet denken - ik vat uw waardige ABN samen - dat ik ook maar ene iota beter zou kunnen zijn dan om het even welke Marokkaanse junk, want die mensen liegen veel.

Ik heb u - waardig, beleefd, ABN - uitgelegd dat ik dat een schandalige konstruktie vind; dat voor u in mijn geval ALS u mij dan werkelijk ZOU willen helpen HEEL makkelijk een mouw aan te breien moet zijn; en dat ik al sinds 2000 de ervaring met de chef Derk Berkhof van de Bilderdijkkade heb dat deze NIETS doet om mijn rechten te garanderen; VOLKOMEN onaanspreekbaar is; en mij minstens drie keer heeft laten mishandelen door mij te dwingen als invalide die soms nauwelijks kan lopen of staan veel te lopen en staan, zogenaamd om mij de arbeidsmarkt op te duwen, als erkende dekadenlange invalide.

Preciezer: Ik zie het gedrag van ambtenaar Berkhof als welbewuste pogingen mij de zelfmoord in te manipuleren, en ik vind zelf dat ik tegen de heer Berkhof alle natuurlijke rechten heb die het niet gehandhaafde Nederlandse recht mij niet toekennen om met hem af te rekenen zoals mij dat belieft, zoals hij dat al jaren naar zijn normen met mij mag, ook van u.

En - hier komt mijn medemenselijkheid naar boven - één belangrijke reden voor mijn miljoenenvordering op u, meneer Edelaar, op uw lieve collega Berkhof, op al uw dierbare collegaas Amsterdamse ambtenaren, is mij te weerhouden zelf recht te gaan doen op deze heren en dames volgens mijn normen en 20 jaren voortdurende pijn, discriminatie, belediging, bedreiging en schoffering.

Maar dit - toekomstig financieel voordeel, en de kans deze heilstaat voor junken, drugshandelaars en beestmensen te verlaten - is het enige dat dit in de weg staat, want ik heb nu al 20 jaar vrijwel voortdurend pijn omdat u en de uwen weigeren mijn menselijke rechten te handhaven, en ik niet het recht heb wapens te kopen, zelfs niet als de gemeentelijke politie en de Bestuursdienst evident drugscorrupt en levensgevaarlijk zijn voor enig Amsterdams burger die zich tegen die drugshandel verzet.

Je kunt in Amsterdam vergast worden door harddrugshandelaars wanneer ze dat believen, en je bent volstrekt weerloos tegen deze tot de tanden bewapenden, omdat "het monopolie op het geweld" zou berusten bij de politie, die in de praktijk in Amsterdam al dekaden functioneert als zeer gewillig verlengstuk van de gemeentelijke harddrugs-handelaren, die inderdaad héél machtig, héél rijk, en zeer veel keren meer levensgevaarlijk zijn dan al de Marokkaanse pubertjes waarmee de deugdheld politie-commissaris Welten zoveel liever te maken heeft.

Zoals al blijkt sinds 1988, zoals u kunt lezen in ME in Amsterdam, waar u zich "niet in herkent". Gebruikt(e) u véél cocaíne en ecstasy, in uw vrije tijd natuurlijk, net als wijlen mr. Zeegers, of vindt u dat een vraag waar u "zich niet in kunt herkennen"? (Ja, dàn begrijp ik het volkomen! Ik gebruik die rotzooi namelijk niet en nooit.)

Hoe het zij, afgezien van uw persoonlijke welbevinden en uw eventuele artificiële extases:

Zoudt u zo vriendelijk willen zijn e.e.a. mee te delen aan uw lieve collega ambtenaar A.M.W. Kars, die mij de brief over De Knipkaart stuurde - en  die ik van uw lieve collega-ambtenaar Moussa gisteren weer eens niet mocht spreken, omdat de menselijkheid van uw lieve collega en de mijne volledig haaks op elkaar staan

("Een doctorandus in een uitkering?!! Dat is de kroon!!"
BOEM, telefoon op de haak),

en ik geen lust heb mij te onderhouden met de gelijkwaardigen van Hilde Koch - en wie dàt was kan uw goede vriend en collega en gelijkwaardige Job Cohen u vast uitleggen, of zie "The Holocaust Encyclopedia", waar ik u gisteren op wees. Prof.mr.dr. Marius Job Cohen - een goede vriend én partijkameraad van u, naar ik aanneem - kan u dan vast ook nog, als "ein echter Mensch", een waarachtig humanist ook, inspirerend onderhouden, in zijn warme en waardige ABN, over de universele gelijkwaardigheid van alle mensen, volgens hem, die hij nu al zo'n veertig jaar belijdt, en wellicht ook het een en ander meedelen, in vertrouwen, over hoe een nobel mens prof. David Cohen, van de Joodsche Raad, nu eigenlijk was, ondanks uitspraken van Nederlandse rechters daarover, na de oorlog. ("Collaborateur" - zeg maar (tennaastebij, en vooral afgezien van financiële voordeeltjes) dezelfde relatie als tussen een Job Cohen en de drugsmafia anno 2000-2007.)

Inzake De Knipkaart dan:

Ik heb het geld niet om het uit te geven; ik heb nooit meer dan een geminimaliseerde bijstanduitkering ontvangen, behalve één keer, en dat was omdat de GGD door de GGD-directie om zeep geholpen was, kennelijk vanwege de heroïne en overige drugs die deze directie zo maar mag uitkeren aan Amsterdamse junken (ook van Duitse nationaliteit), met opgepimpte uitkeringingen voor methadon, valse tanden, nieuwe kleren, nieuwe huisraad, wasmachines en zo meer, en al de financiële en overige voordelen die dit de directie biedt. En daarom heb ik al 14 jaar geen wasmachine. Kennelijk.

En zolang meneer Berkhof en juffrouw Moussa - ik ontken dat we tot dezelfde menselijke soort behoren - in feite blijken te gaan, zoals mij gisteren ook weer bleek, ondanks wat u mij zei, namelijk dat ze er buiten zouden staan, en in feite beschikken over mijn rechten en behandeling moet ik zeer veel masochistischer zijn dan ik ben om het spel met De Knipkaart te gaan spelen, en uit te vinden dat - om deze of gene immer duister gehouden reden - héééláááás pindakaas mij het uitgegeven bedrag niet gerestitueerd wordt, of ergens in 2015 of zo, als ik geluk heb, en de nieuwe Amsterdamse burgemeester, bij God's wonderbaarlijke gratie, géén "Lodewijk Asscher" zal heten ("met joods(ch)e identiteit, al heb ik dat geloof niet").

Ik ga er maar van uit, tot u mij - ABN etcetera - verklaard hebt dat dit niet zo is, dat ik nog steeds, en sinds 1984, in uw ogen en in de ogen van al uw Amsterdamse ambtelijke collegaas, inzonder die van SD/DWI een

"Fuiluh smeriguh homofieluh gepuhkop! Gore hufter! Smerige klootzak!"

ben, en dat uw collegaas alle recht - wat zeg ik: de door de burgemeesters opgelegde plicht - hebben mij zo te behandelen, beschouwen, betitelen en bedreigen

"Kom naor buituh opdat muh juh kennuh furmoorduh en fursuipuh in de gracht."

Dit en dergelijke dingen gebeuren mij immers nu al 23 - DRIEËNTWINTIG - jaren bij uw (zegt u) dienst, en de enige ambtenaar die ik hierover te spreken kon krijgen, boven het allerlaagste niveau van immer onbeschofte onwetenden, bent u, "die zich niet herkent" in mijn proza, en zegt "geen klachten te kennen" van mij.

Tenslotte, voor de psychologische en financiële huishouding:

Eén reden om 22 miljoen te vorderen van u, van ambtenaar Berkhof, bovengenoemde portiers, en de gemeente Amsterdam, is mij te weerhouden zelf recht te doen in deze, zolang ik enig uitzicht heb op uw voorkomen, en dat van Cohen, Van Thijn, Sarruco, Lisser, Segers, Vlas etc. voor het Europese Hof, om uitleg te geven over mijn pijn en discriminatie en hun aandeel in de minimaal 10 miljard aan jaarlijks in en rond Amsterdam omgezette drugs, beschermd, beveiligd, geprotegeerd, geholpen, en "gedoogd", alles Uit Naam Van De Idealen Van De Februaristaking, door u en door hen, alsof drugsterreur, moorddreiging, vergassing en marteling de dagelijkse menselijke en morele bezigheden zijn van bestuur en ambtenarij van de gemeente Amsterdam.

En inderdaad vinden er steeds meer onverklaarde moorden plaats in het Amsterdamse drugsmilieu, en moet ook ik daarmee rekenen, omdat de laatste bedreiging van mijn harddrugshandelende huisbaas - tegenwoordig "architect voor De Europese Commissie" - uit 2006 dateert.

Zoals u héél goed weet, behoort te weten, en evident ambtelijk, menselijk en moreel billijkt, goedkeurt, en uitdraagt - want ik heb van u nog zelfs geen ademtochtje gehoord met zelfs maar de minste aanzet van ook maar de allergeringste kritiek op ook maar iets in het ambtelijk en bestuurlijk beleid van de gemeente Amsterdam inzake mij of inzake drugs.

Ach jee - dat kost u vast weer Sysiphus-achtige moeilijkheden om "te herkennen" vrees ik. Nu dan, meneer Edelaar:

Voor mij zijn gemeente-ambtenaren die mij laten vergassen en die de Amsterdamse illegale drugshandel al dekaden beschermen niets beter dan SS'ers - "Schützstaffel": beschermingsstaf - van die drugshandel. Zo werkt dat namelijk in de feitelijke gemeentelijke bestuurlijke praktijk, al minstens 20 jaar. (Maal 10 miljard euro is hoeveel euro, meneer Edelaar?)

En mijn ouders en grootouders zaten niet in het verzet in de 2e W.O. om mij te laten vergassen, bedreigen en martelen, of om prof. mr.dr. Cohen en zijn immer gelijkwaardige kompanen te helpen jaarlijks 10 miljard euroos aan illegale drugs om te zetten, in en om Amsterdam.

Maar ik vrees met grote vreze - achtergrond, intelligentie, functie, menselijkheid - dat u zich daar "niet in herkent". En inderdaad is dat voor uw carrière, uw status, uw aanzien in ambtelijk Amsterdam, en om de toorn van een Cohen te vermijden verreweg de egoïstisch verstandige weg.

Wie weet wordt ook u bedreigd met moord zodra u blijk geeft ook maar iets voor mij te willen doen anders dan mij - waardig, ABN - te woord te staan zonder ook maar iets van enige wettelijke, morele, menselijke relevantie te zeggen, behoudens dat wat ik zeg "niet relevant" is c.q. u zich "er niet in kan herkennen", en ik (Untermensch die ik immers al 24 jaar in de praktijken van uw collegaas ben) zelfs niet het recht heb uw functie, leeftijd en opleiding te vernemen?

Mag ik u - herkenning of niet - erop wijzen dat mijn vader en grootvader exact hetzelfde probleem hadden vis-à-vis de ambtenaren van de SS die de macht hadden in het Kamp Amersfoort? Onder wie veel autochtone Nederlanders? Heel wel mogelijk de vaders en grootvaders van uw boven omschreven portier-collegaas, in al hun menselijke gelijkwaardigheid en glorie?

Hoogachtend,

drs. M. Maartensz (a.k.a. "begenadigd mathematisch logicus").


P.S. Misschien moet ik - mede in verband met uw collegaas ambtenaren portiers - iets opmerken over "mijn menselijke waardigheid", al moet ik vrezen dat u zich ook hier "niet in kan herkennen":

Het dunkt mij tamelijk moedig van mij - gezien de vijf maal herhaalde geloofwaardige bedreigingen van door drs. Ed van Thijn uit naam van de idealen van de Februaristaking beschermde harddrugshandelaars -

"Als je iets doet wat ons niet bevalt, dan vermoorden we je"

om te proberen Amsterdamse gemeentelijke ambtenaren en bestuurders te bewegen mijn menselijke rechten te handhaven en hun gedoogde harddrugshandelaren aan te pakken volgens de regels van de Nederlandse wet.

Maar het resultaat daarvan, ambtenaar meneer Edelaar, uitgesmeerd over 20 jaar voortdurende pijn, discriminatie, schoffering en bedreigingen door uw collegaas, is dat - na het zojuist vermelde 20 jaar lang voorgedragen te hebben aan u en letterlijk honderden van uw collega ambtenaren, is dat ik onmogelijk kan geloven dat - mijn accent ABN, mijn toon waardig - in ieder geval uw collegaas tot dezelfde menselijke soort behoren als ik, en dat ik de konklusie heb getrokken dat mij tegen ieder van hen alles is toegestaan wat zij allen, collectief of individueel, hebben toegestaan dat mij is aangedaan.

En ik beschouw het achteraf als een grote menselijke fout van mijzelf, een morele zwakte en stupide bijgeloof aan minimale menselijkheid in enig Amsterdams bestuurder of ambtenaar sinds Van Thijn om indertijd geen eigen rechter te hebben gespeeld, tegen gedegenereerde beestmensen-cum-harddrugshandelaren, beschermd uit naam van de idealen van de Februaristaking, door een burgemeesterlijke psychopaat en incompetent van geniale proporties, op zijn post geklommen door een tienduizendvoudig gejeremieer over "mijn joodse identiteit" en "de idealen van de Februaristaking", terwijl dit gedegenereerde menselijke drugshandelaars tuig, en hun meesterlijke beschermers uit de Amsterdamse Bestuursdienst eigen rechtertje speelden met de Nederlandse wet om de Amsterdamse harddrugshandel maar te beschermen, tegen individuele burgers met enige moed.

Ik draag nu bijna 20 jaar, konstant, dagelijks, in termen van fysieke pijn en uitgeputheid, de gevolgen van die menselijk-al-te-menselijke fout.

Om met De Grote Schrijver Jeroen Brouwers te spreken

"men interpreteert dit maar zoals men wil".

Hier is afsluitend het antwoord van uw collega ambtenaar brigadier van gemeentepolities Lammert Takens, die mij liever liet terroriseren en vergassen dan de Nederlandse wet te handhaven, op mijn vraag of ik soms een benzinebom in de drugstent moest gooien als ik voor de zesde maal met moord bedreigd zou worden door zijn vrienden, wetende tegen een invalide te spreken, wetende van mijn familie-achtergrond:

"U doet maar wat u niet laten kan.
Wij, de Amsterdamse gemeentepolitie, doen niets voor u.
Als dit u niet bevalt, dan sodemietert u maar op uit Nederland.
"

Wel, dat is wat ik wil, en daarom heb ik mijn schadevergoeding nodig, omdat helaas, dankzij uw goede collega, wellicht partij-kameraad, en wie weet mede-Thamesweg-bezoeker-met-een-frisse-neus (niets menselijks is ons allen vreemd, o meneer Edelaar: nihil humanum me puto est, indien uw opleiding zo ver reikt), WEG te komen uit deze gedegenereerde, gedebiliseerde, genivelleerde heilstaat voor harddrugshandelaren en beestachtige bestuurders en ambtenaren.

En dat lijkt me een streven waarin u zichzelf, zoals meneer Takens, toch wel minstens enigermate in zou moeten kunnen "herkennen" - en merk wel, o mij onbekend geleerde en onbekend onderwezene, van onbekende leeftijd en onbekende kennis, dat ik nooit iets over enig Amsterdams ambtenaar of bestuurder heb opgemerkt dat niet in overeenstemming is met de moraalleer van - "mijn joodse identiteit, al ben ik niet van dat geloof" - het Oude Testament, of - Neerlands Erfgoed, Beschaving, en Moreel Fundament, selon notre premier Jean-Pierre le Grand - de Calvinistische theologie, volgens welke u en ik subiet voor de hel bestemd zijn, en voor niets deugen, geboortig als wij zijn - Psalm 51 - uit zondig uitschot.

Omdat ik zo walg van het Neerlanderthalië waarin ik woon, en ondertussen op jaren ben, en meen zinniger dingen te doen dan een Amsterdams ambtenaar tot minimale menselijkheid, redelijkheid of rationaliteit te brengen, ben ik zelfs bereid daarover te onderhandelen.

Wat biedt u, o ambtenaar Edelaar, in samenspraak met uw vriend, of uw collega, of uw studiegenoot, of in ieder geval uw bovengestelde, prof. mr.dr. Job Cohen, kennelijke nazaat en ieder geval collaborateur-navolger  van prof. David Cohen?

Ik wil weg uit het drugshandelaarsparadijs beschermd door Amsterdamse ambtenaren en bestuurders "uit naam van de idealen van de Februaristaking", voor een deel van de winst, ongetwijfeld, in vele gevallen.

Ik wil niet in één stad wonen met mr. Sarucco, mr. Lisser, mr. Cohen, drs. Van Thijn, en weten dat van de schunnige jodenfooi van 400 euro waar ik per maand van moet overleven een kwart via de indirecte belastingen in de zaken van dergelijk minderwaardig drugstuig teruggeheveld wordt.

Begrijp dat nu eens! Of is zelfs dàt teveel gevraagd van enig Amsterdams ambtenaar, collegiaal, loyaal, respectvol, deugdzaam doende wat De Burgemeester wil, in de hoop op een lintje, een promotie en een vet pensioen, mede vanwege uw heldhaftige vastberaden barmhartigheid in het dragen van mijn pijn?

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail